Gesprekken I - Oefening 47 - 50 (222-240)

Wat biedt U ons voor toekomst?

47. Wat zijn de tekenen van uw aangekondigde terugkeer? (222-226)

 

47.222. Blijft, Heer Jezus, het Joodse volk een teken van uw komst?
Ja, Ik laat mijn volk een zwaar leerproces doormaken om Mij als Zoon van mijn Vader te erkennen, Luc. 21;20-24; Joh. 5:22-42.
Ik stel joden die Mij als hun Messias belijden tot voorposten van de komende stroom joden over wie Ik mij ontferm, Rom. 11.

 

47.223. Dient uw gemeente zich meer voor U in te zetten?
Ja, Ik heb u nodig om de oogst binnen te halen van zoekenden en onwetenden uit uw eigen omgeving, Mat. 9:35-37; Luc. 10:2.
Ik kom terug, als u onder alle volken van Mij hebt getuigd en het volle getal van belijders in het levensboek is ingeschreven, Mat. 11:20-30; 24:14; Fil. 4:3; Openb. 17:8; 20:12.

 

47.224. Beproeft U, Komende, ons geloof op echtheid?
Ik stel u door geloofsafval en verkilling van liefde onder familie en vrienden voor hete vuren, Mat. 10:34-36; l1:19-24; 24:5,12.
Ik louter u als minderheid door massale vervreemding van Mij en door vervolging, Mat. 10:16-42; 24:9-13; Joh. 15:18-27;16:1-3.

 

47.225. Vermogen wij iets tegen de antichrist of typen daarvan?
Ik sterk u om mijn verloochenaars te bestrijden, 1 Joh. 2:18-23.
Ik maak u standvastig tegenover de politieke antichrist, die de massa begoochelt en goddelijke eer opeist, 2 Tes. 2:3-12.

 

47.225.1. Hoe houden we het vol, Heer, als U Satan op ons loslaat?
Prijs u, vervolgden, zalig, u behoort mijn Koninkrijk, Mat. 5:10.
Wees niet bang voor hen die alleen uw lichaam kunnen doden;
vrees Mij, die ziel en lichaam in de hel kan werpen, Mat. 10:28.
Wees trouw tot de dood, dan geef Ik u de kroon van (eeuwig) leven, Openb. 2:10b; vgl. Openb. 13-14.

 

47.226. Hoe verwachten we uw komen in de dagelijkse praktijk?
Wacht waakzaam, vruchtbaar voor Mij; als Ik kom, scheid Ik hen die Mij verwachten van hen die Mij verachten, Mat. 24:32-52.

 


 

Wilt u uitgebreider informatie, raadpleeg Gesprekken II, Oefening 47, vraag en antwoord 995-1014.

 

48. Wat doen we in de fase tussen sterven en opstanding? (227-231)

 

48.227. Heer Jezus Christus, gaan christenen naar de hemel?
Ja, wie met Mij is gekruisigd en opgestaan, deelt ook in mijn heerlijkheid, Luc. 23:43; Joh. 17:24; Fil. 1:20; 2 Kor. 5:1-5.

 

48.228. Hoe benaderen we hen die niet in de hemel geloven?
Vertel ze dat Mozes en Elia uit de hemel gekomen zijn om met Mij te spreken in Galilea en daarvan drie getuigen zijn, Mat. 17:1-7.
Ik opende de hemel en wil ieder op weg helpen, Joh. 14:6; 17:24.

 

48.229. Stuurt U nog eens heiligen als bewijs van het hiernamaals?
Neen, het bijbels getuigenis is voldoende en afdoende, Joh. 5:45-47. Al zend Ik Petrus of Paulus, dan geloven ze het nog niet, Luc. 16:31.

 

48.230 Wat is, Heer Jezus Christus, onze taak in de hemel?
U verheugt zich in Ons en de heiligen en huldigt Ons om onze daden van heil en gericht, Openb. 5-21.
U beïnvloedt door gebed ons beleid op aarde, Openb. 8:1-5

 

48.230.1. Verhoort U, Vader, gebeden van heiligen om wraak?
Niet altijd, omdat Ik martelaarsbloed zegen als zaad van de Kerk en geduld oefen met onbekeerden, Openb. 6:9-11; 12:11; 2 Pe. 3:9.
Ik willig ze in, opdat men zich afkeert van het kwade, Openb. 8-9.

 

48.231. Wat doet U met miljoenen die nooit van U hebben gehoord?
Ik weeg zorgvuldig ieders levensgang, Mat. 25; Openb. 20:11-15.
Ik neem kinderen van de Vader op in de hemel, maar kinderen van de boze sluit ik daarvan uit, Mat. 13:36-43; Openb. 20:11-15.

 

48.231.1. Geeft U in de Tussentijd nog kansen tot ommekeer?
Nee, de beslissingen vallen hier op aarde in geloof en ongeloof. Er gaapt een kloof tussen hemel en hel, Luc. 16:19-31; 2 Pe. 2:9. Getuig hiervan door woord en daad opdat velen Ons verheerlijken en niet naar het eeuwig verderf gaan, Mat. 5:14-15; 2 Tes. 1:3-12.

 


 

Wilt u meer weten van de Tussentijd, raadpleeg dan Gesprekken II, Oefening 48, de vragen en antwoorden 1015 tot 1035.

 

49. Wat doet U, Heer, als U terugkomt? (232-236)

 

49.232. Wat doet U, Heer Jezus Christus, aanstonds bij uw terugkeer?
Ik wek rechtvaardigen en onrechtvaardigen op, vonnis hen en laat dit door engelen voltrekken, Dan. 12:1-4; Joh. 5:28-29; Mat. 25:31-46.

 

49.233. Wat doet U met hen die het evangelie nooit hoorden?
Mijn Vader doet ieder ervaren wie Hij is, zodat niemand kan zeggen ‘Ik heb het niet geweten’, Ps. 19:1-7; Mat. 5:45; Hand. 17:16-34.
Ik oordeel ieder naar zijn geloof en wandel en betoon mijn gunst aan wie Ik wil, Gen. 14:18-24; Luc. 4:26-27; Mat. 8:5-13; 15:21-31.

 

49.234. Welke norm hanteert U bij hen die wet en evangelie kennen?
Ik beoordeel hen naar hun geloof in Mij, hun sterven en opstaan met Mij en hun belijden in woord en daad, Mat. 10:16-33; 25; Mc. 8:27-38; Rom. 6; 10:9-13; Openb. 22:12-15.

 

49.235. Wat is het loon in het hiernamaals? Zijn er ook verschillen?
Ik beloon gelovigen met eeuwig leven, Joh. 10:11-18;1 Joh. 5:11-13. Ik geef loon naar inzet; ieder die om Mij bezit of familie afstond schenk Ik dit honderdvoudig terug, Mat. 19:29; 25:14-30; 1 Kor. 3.
Ik ben vrij om aan later binnen gekomen volgelingen evenveel te geven als aan hen die Mij al eerder dienden, Mat. 20:1-16.
Ik schenk u een door mijn Geest beheerst lichaam, Mat. 22:23-33; 1 Kor. 15:12-38.

 

49.236. Hoe wilt U dat wij uw komst verwachten?
Wees waakzaam, aan Mij toegewijd, trouw in uw taak en neem. afstand van de corrupte wereld, Mat. 24:32-52; 25; Luc. 12:35-40; 2 Kor. 6:14-18; 1 Joh. 2:15-17.

 

49.236.1. Loop ik, Heer Jezus, het risico verdoemd te worden?
Ik verzeker u, dat u, als u Mij belijdt, eeuwig de liefde van mijn Vader en Mij ondervindt, Mat. 10:32; Joh. 3:16; 20:31; Rom. 8:31-39; 10:9; Openb. 21:1-7.
Als u Mij verloochent, blijft u in Satans gezelschap, Mat. 10:28; 13:41-42; 25:41; 2 Tes. 1:3-10; Openb. 20:14-15; 21:27.

 


 

Meer stof hierover vindt u in Gesprekken II, Oefening 49, vraag en antwoord 1036-1056.

 

50. Wat betekent het dat U alles bent in allen? (237-240)

 

50.237. HEER, waarom vernieuwt U hemel en aarde?
Ik vernieuw de hemel, omdat gevallen engelen deze misbruikten als basis voor het kwade, Gen. 3:1-6; Judas 6; Openb. 12:1-12; 21:1.
Ik reinig de aarde van de satan, zijn medewerkers en de dood, Mat. 24-25; Mc. 13:24-31; Rom. 8:18-22; 2 Pe. 3:13; Openb. 20:11-15.

 

50.238. Wat betekent het, Vader, dat U alles in allen bent?
Mijn Zoon onderwerpt al mijn tegenstanders aan Mij en treedt dan terug, al blijft Hij uw Lamp, 1 Kor. 15:25-28; Openb. 21:23.

 

50.239. Waarom noemt U de toekomstige stad Nieuw-Jeruzalem?
Ik woonde in Jeruzalem, waar mijn Zoon mijn Geest uitstortte op de gemeente als mijn tempel, 2 Sam. 6-7; 1 Kon. 6; Jes. 65; Hand. 2.
Ik zal uw Tempel en Licht zijn in de volmaakte stad van schoonheid en vruchtbaarheid, die Ik doe nederdalen, Openb. 3:12; 21; 22:1-5.

 

50.239.1. Zullen wij, o Albeheerser, uw gelaat aanschouwen?
Ja, Ik en het Lam zijn uw Licht en stralen helderder dan de zon.
Wij tonen U ons liefdevol gelaat en u zult de zaligheid daarvan naar ziel en lichaam eeuwig ervaren, Openb. 21:23; 22:3-4.

 

50.239.2. Kennen wij elkaar als gemeenschap van heiligen?
U, bruid, viert als gasten van de Bruidegom met elkaar feest in een gewaad als symbool van uw verleden, Mat. 22:1-14; Openb. 19:6-9.
U kent elkaar op het niveau van heiligen, ook hen met wie u een innige band had, Joh. 20:24-29; 1 Kor. 13:12; Openb. 3:5,12; 5:9-10.
Als u bekenden mist, omdat Ik hun naam heb uitgewist uit het boek des levens, zult u zich geheel vinden in ons rechtvaardig oordeel, Openb. 2:23; 3:5; 15:4; 19:1-9.

 

50.240. Welke taak geeft U aan bewoners van deze schitterende stad?
U huldigt Mij en mijn Zoon onafgebroken, Openb. 4; 5; 22:3.
U beheert deze op de post die past bij uw aanleg en Mij behaagt, Mat. 19:28-29; 25:14-30; 1 Kor. 3:10-15; Openb. 22:5b.

 


 

Wilt u meer weten over uw toekomstig domicilie Nieuw-Jeruzalem, klik dan op Gesprekken II, Oefening 50.