Gesprekken I - Oefening 40 - 46 (187-221)

Wat zijn sacramenten, gebod en gebed?

40. Welk houvast biedt U ons in de Doop? (187-191)

 

40.187. Waarom vindt U, Heer Jezus, het nodig mensen te dopen?
Ik geef hun daarin het teken dat zij bij mijn Vader horen en met Mij zijn gestorven en opgestaan en voor Ons mogen leven, Mat. 3:13-17; Rom. 6:1-14.
Ik bemoedig hen daarmee dat Ik superieur ben over alle machten en zij onder mijn bescherming staan, Mat. 28:18-20; Ef. 1:15-21.
Ik geef hen daarin het houvast dat niets hen ooit kan scheiden van Mij en mijn Vader door de Geest, Mat. 28:19; Rom. 8:31-39.

 

40.188. Wat is het verschil tussen dopen met water en in de Geest?
Ik dompel u onder in of bespreng u met water als het teken en zegel van de onderdompeling in mijn Naam.
Mjn Geest bewerkt de reiniging van zonde en ommekeer, heiliging en toerusting, waarvan de waterdoop het teken is.
Ik doop een volgeling soms eerst met mijn Geest, daarna met water en omgekeerd, maar ze horen bij elkaar, Hand. 2:37-40; 10:44-48.

 

40.189. Vindt U, Heer Jezus, het nodig om baby’s te dopen?
Mijn Vader ging een relatie van liefde en trouw aan met Abraham en zijn nageslacht als vader van alle gelovigen uit alle volken, Gen. 12:1-3; 17; Mat. 8:11-13; Rom. 4.
Ik schenk in het nieuwe verbond kinderen van gelovigen, ook jong gestorvenen, eeuwig leven, Mc. 19:12-14; Hand. 2:39; 3:11-26.

 

40.190. Is het niet beter kinderen op te dragen vanwege de grote afval?
Bedien de doop zorgvuldig en royaal maar hef vanwege misbruik het gebruik daarvan, ook voor ontaarden, niet op, 1 Kor. 6:9-11.
Opdragen is zinvol voor ouders die zelf niet rijp zijn om met Mij te sterven en op te staan, Rom. 6.

 

40.191. Geldt het doopteken levenslang?
Ik bemoedig en vermaan gelovigen daardoor in alle levensfasen.
Ik roep hierdoor mensen op mijn vriendschap te aanvaarden en stel verharden verantwoordelijk voor hun nee, Mat. 8:11-12;12:22-37.

 


 

Wie zich nader verdiepen wil in de rijkdom van de doop, raadplege Gesprekken II, Oefening 40, de vragen 848 tot 868.

 

41. Welk voedsel en welke drank biedt U ons het avondmaal aan? (192-196)

 

41.192. Heeft, Heer, uw Kerk het Avondmaal ingesteld?
Dat deed Ik zelf in de Paschaweek voor mijn dood, Mat. 26:17-35.
Ik bepaal mijn gasten er met oog en mond, reuk en smaak bij dat Ik mijn lichaam en bloed voor hen aan de Vader offerde, Mat.26:26-28.

 

41.193. Hebt U, Heer, echt gezegd dat wij uw vlees moeten eten?
Ja, ten onrechte dachten velen na de vermenigvuldiging van broden dat Ik leverancier ben van gratis wonderbrood, Joh. 6:26-29.
Ik hoopte hen door een schokkende uitspraak tot geloof te brengen. “Waarachtig, Ik verzeker u: als u het vlees van de Mensenzoon niet eet, als u zijn bloed niet drinkt – is er geen leven in u!”, Joh. 6:53.

 

41.194. Wat bedoelt U, Heer, ermee dat wij uw lichaam eten?
Zoals Ik uw lichaam met brood voed, zo spijzig Ik uw hongerige ziel met mijn offer tot verzoening en vrede met de Vader en elkaar tot eeuwig leven, Mat. 26:26; Joh. 6:35; Rom. 5:1-11.

 

41.194.1. Wat bedoelt U ermee dat wij uw bloed drinken?
Zoals Ik uw dorst met wijn les, zo stil ik uw verontruste geweten met mijn bloed, dat Ik stortte om uw schuld voor God te bedekken en het geschonden verbond met mijn Vader te herstellen tot uw eeuwige vreugde, Mat. 26:27-29; 2 Kor. 5:11-21.

 

41.195. Hoe vierden de eerste christenen de Maaltijd?
Zij braken brood, brachten voor de armen voedsel mee en deelden naar behoefte hun bezit aan hen uit, Hand. 2:41-47; 4:32-36.

 

41.196. Hoe dienen wij, Koning Christus de Maaltijd te vieren?
Doe dit gelovig, schuldbewust, verzoend, met oog voor elkaar als leden van één lichaam en dankbaar aan uw Vader, 1 Kor. 11:17-34; 12; 1 Joh.1:1-10.
Doe dit waardig als bruidsgemeente in de verwachting dat u eens met Mij de Maaltijd van de bruiloft van het Lam zult vieren, Mat. 26:29; Openb. 19:7-8.

 


 

Als u meer van het Avondmaal wilt weten, raadpleeg dan Gesprekken II, Oefening 41, vragen 869 tot 889, de Catechismus van Luther onder V en de Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 35, BPKN, 64-65, 188-190.

 

42. Wat zegt U ons door tekenen en riten? (197-201)

 

42.197. Waarom gebruikt U, HEER, tekenen?
Ik verdiep door dit aanschouwelijk onderwijs uw geloof in Mij.
Ik waarborg u met de regenboog dat Ik de mens niet meer door water zal verdelgen, Gen. 9:12-17; Mat. 24:32-52; 1 Pe. 3:18-22;
Ik plaatste een altaar en zuil in Egypte als triomfteken dat het volk van dit land Mij eens zal kennen en dienen, Jes. 56:16-25.

 

42.198. Wat is de zin van de zegening door voorgangers?
Ik leg mijn zegen op u door hun over u uitgestrekte armen als teken.
Ik zal u behoeden, met mijn genade verlichten en vrede en welzijn geven, Num. 6:22-27; 2 Kor. 13:13.

 

42.199. Waarom schokt U ons door aardbevingen zoals die op Haïti?
Ik beproef alle rechtvaardigen en doe een beroep op u voor Mij op de knieën te komen en de nood te helpen lenigen, Mat. 25:31-46.
Ik geef hiermee signalen van verschrikkingen in de eindtijd voor de komst van mijn Zoon, Mat. 24:3-8; Luc. 21:5-36; 2 Pe. 3.

 

42.200. Zijn, HEER, de vele echtscheidingen een teken van Zijn komst?
Inderdaad, helaas! In de laatste dagen zal door de toenemende ongerechtigheid veler liefde – ook tussen echtgenoten en gezinsleden - verkoelen, Mat. 10:34-39; 24:12.

 

42.201. Is het huwelijk, HEER, privé-keuze of scheppingsorde?
Ik schiep de mens mannelijk en vrouwelijk en bracht één man en één vrouw bij elkaar om elkaar levenslang bij te staan en de mensheid uit te breiden, Gen. 1:26-28; 2:18-25; Mat.19:1-10.
Ik kan iemand bestemmen om Mij te dienen in de ongehuwde staat, Mat. 19:11-12; 1 Kor. 7:7-8.

 

42.201.1. In welke zin is het huwelijk van christenen een teken van U?
Zij weerspiegelen de liefde tussen Mij en mijn Zoon plus zijn offer voor de gemeente, Joh. 17:20-23; Ef. 5:20-33.
Ik bewijs mijn trouw aan hun nageslacht, Hand. 2:39; Ef. 6:1-4; Kol. 2:6-23; 3:1-25.

 


 

Wilt u meer weten van de tekenen en riten in de eredienst, raadpleeg dan Gesprekken II , Oefening 42, de vragen en antwoorden 890-910.

 

43. Waarom wilt U dat wij geregeld bidden? (202-206)

 

43.202. O God, wat doet U met miljarden, soms tegenstrijdige beden?
Ik, Alwetende, doorgrond u allen en ken uw noden al voordat uw gebeden daarover Mij bereiken, Ps. 139; Mat. 6:8,32.
Ik toets uw intenties en neem verzoeken op in mijn beleid, vooral die van mijn kinderen, Openb. 5:8.

 

43.203. Verhoort U ons bidden van het Onze Vader vaak?
Er is geen gebed dat Ik vaker verhoor als het gebed, dat mijn Zoon u leerde bidden, Mat. 6:9-13

 

43.204. Mag ik de verhoring aldus als dankgebed verwoorden?
Ik dank U dat U mij uw Naam liet heiligen, uw Koninkrijk door mij deed komen en uw wil door mij deed geschieden.
Ik dank u dat U mij levensonderhoud hebt gegeven, mijn schulden kwijtschold en mij bewaarde voor verzoekingen, amen.

 

43.205. Rekent U onze schulden toe, als wij dit doen met de naaste?
Ja, dat doe ik maar ik eis wel dat schuldigen in berouw hun zonden belijden, Luc. 15:11-32; 18:9-14; Mat. 18:15-20.
Vergeef de schuld van berouwvolle zondaars niet zeven maar zeventig maal zeven keer; wees barmhartig zoals Ik, uw Vader, dit ben, Mat. 6:12,14,15; 18:21-35; Luc. 6:27-38.

 

43.206. Heeft groepsgebed in uw ogen bijzondere waarde?
Als er twee of drie eensgezind tot Mij bidden in naam van mijn Zoon, dan ben Ik in hun midden en verhoor ik hen, Mat. 18:19-20.
Ik heb eens Petrus uit een zwaarbewaakte gevangenis bevrijd door het gebed van de gemeente van Jeruzalem, Hand. 12:1-19.

 

43.206.1. Wijst U ook gebeden af?
Ja, Ik verhoor die van verharden zoals Saul nooit, 1 Sam. 28; 31.
Ik wijs ook gebeden van rechtvaardigen af, omdat Ik voor hen een weg baan, die beter is voor hen en mijn Koninkrijk, 2 Kor. 12:8-9.

 


 

Zit u met het bidden in de knoop, probeert u dan eens of de vragen en antwoorden 911-931 in Gesprekken II of Kleine Protestants-Katholieke Catechismus u meer licht verschaffen!

 

44. Hoe stralen wij Uw naam in werk - en zondagen uit? (207-211)

 

44.207. Waarom opent U, HEER, uw grondwet als Bevrijder?
U bent dank en feestvieringen verschuldigd aan Mij als verlosser van Satans tirannie en ellende, Ex. 3-15; 20:1-2; Kol. 1:13-14.
Ik deed u door het Lam ontkomen aan mijn toorn en leid u door Hem naar het beloofde land, Ex. 12; Joh. 1:29; Hebr. 11:23-40.

 

44.208. Hoe bejegenen wij vereerders van vele goden zoals hindoes?
Straal uit dat Ik de Enige ben die houvast en blijdschap geeft. Getuig dat Ik hen door mijn Zoon bevrijd van het juk van ascese, kastenstelsel en reïncarnaties en eeuwig leven schenk aan ieder die in mijn Zoon gelooft, Mat. 1:21; Kol. 1:24-29; 2:1-23.

 

44.208.1. Bent U, Vader, identiek met Allah, die Mohammed predikte?
Moslims aanbidden één godheid. Ik openbaar mijn ware beeld in mijn Zoon Jezus Christus door Wie u bestaat en verlost wordt van ellende, Joh. 1:18; 14:6-11; Hand. 3:11-26; 4:12; Kol.1:15.

 

44.208.2. Is er, HEER, een medicijn tegen afgoderij van het bezit?
Ja, dat ben Ik! U bent rijk, als u Mij en mijn Zoon kent en voor Ons schatten verzamelt, Mat. 6:19-34; Luc. 12:13-21; 16:19-31.
Maak u bewust dat Ik eens uw leven opeis, Luc. 12:20; 18:18-30.

 

44.209. Hoe corrigeren we waan(denk)beelden over U?
Bestudeer de bijbel waarin Ik mijn deugden en werken openbaar. Getuig van Mij en mijn Zoon, Ps. 104; 145; Joh. 5:19-47; 20:30-31.

 

44.210. Krenkt het U dat velen in Europa U als lucht achten?
Ja, diep! Ik handhaaf Mij in hun wanhoop, verzet en vervreemding, en wek hoop op bevrijding, Ez. 36:16-38; Rom. 1:18-3:30.
Ik verheug Mij in u, als u Mij in huis en kerk toejuicht, Ef. 5:18-20

 

44.211. Geldt het ritme van zes & een voor heel de mensheid?
Ja, Ik bepaal uw tijd en agenda in werk, rust en aanbidding. Mijd leegheid, vier Mij uitbundig, Deut. 15:1-18; 16; Openb. 4-5.

 


 

Wilt u zich verdiepen in de eerste tafel, raadpleeg dan Gesprekken II, Oefening 44, de vragen en antwoorden 932-952.

 

45. Hoe tonen wij liefde tot elkaar? (212-216)

 

45.212. Hoe wilt U, HEER, dat wij als gezin met elkaar omgaan?
Ouders, voedt uw kinderen op tot liefde en eerbied voor Mij, Ex. 20:12; Deut. 6:20-25; Ps. 78; Luc. 2 :41-52; 2 Tim. 1 tot 4.
Kinderen, eer en gehoorzaam je ouders, hebt geduld met hun gebreken en zorg goed voor hen, ook als ze erg oud zijn.
Ik zegen u dan met een duurzaam, rijk familieleven en welzijn van uw volk, Deut. 28:1-14; Ps. 133; 144; Ef. 6:1-4.

 

45.213. Wat houdt, o Vader, niet doden positief in?
Heb uw naaste lief als u zelf, Lev. 19:18; Mat. 22:39; Gal. 5.
Heb ook uw vijanden lief en volg Mij na, die mijn zon doe opgaan over slechten en goeden, Mat 5:41-48; Rom. 12:9-21.

 

45.214. Waarom hebt U het huwelijk ingesteld?
Ik wil dat er orde is; dat één man en één vrouw elkaar trouw zijn en zij de mensheid uitbreiden, Gen. 1:26-28; 2:15-24; 9:1; Ex. 20:14.

 

45.214.1. Draagt het huwelijk van christenen een eigen karakter?
Ja, zij behoren zo één te zijn als Ik en mijn Zoon, Joh, 17:20-23.
Ik beeld door hen uit de offerende liefde van mijn Zoon tot de gemeente en breid door hen mijn Kerk uit, Ef. 5:21-33; Gen. 17.

 

45.215. Hoe vervullen we uw gebod: gij zult niet stelen?
Behandel uw naaste zo als u wilt dat hij u behandelt, Mat. 7:12.
Geef ieder de liefde en eer, aandacht en dank, vergiffenis en bijdragen waarop zij recht hebben, Ex. 20:15; Rom. 13:6-10.

 

45.216. Hoe treden wij op als uw waarheidsgetuigen?
Zie Mij en niet de meerderheid naar de ogen, Deut. 16:18-20.
Getuig vrijmoedig met woord en daad van Mij, mijn Zoon en onze werken, Ps. 145; Luc. 24:48-49; Hand. 2; 2 Kor. 3.

 

45.216.1. Zijn wij in staat de Tien Geboden volmaakt na te komen?
Nee, u faalt dagelijks, maar Ik reken u, als u mijn wil tracht te doen, de gehoorzaamheid van mijn Zoon toe, Rom. 3:21-30; 4.

 


 

Wilt u meer weten van het vijfde tot het tiende gebod, raadpleeg dan Gesprekken II, Oefening 45, de vragen en antwoorden 953-973.

 

46. Waartoe stelde U de overheid in en wat verwacht U van Burgers? (217-221)

 

46.217. Waartoe hebt U, HEER, overheden als uw dienaren ingesteld?
Ik deed om erop toe te zien dat ieder Mij kan dienen en niemand verhongert of verdrukt wordt, Ex. 12-15; 20:1; Deut.15: 1-18; 17:14-20; Ps. 72; Jes. 9:1-6; Luc. 4:16-21; Hand. 4-5; NGB a. 36.
Ik schep door hen orde, gerechtigheid en welzijn en eis van hen rekenschap van hun optreden, Mat. 26:64; Hand. 24:24-25.
Ik vereffen door bestraffend optreden van politie en leger de misdaad en bevorder uw veiligheid, Gen. 9:1-7; Rom. 13:1-7.

 

46.218. Welke verantwoordelijkheid geeft U, HEER, aan ons?
Ik vertrouw u toe het beheer van de aarde en vruchtbaarheid, kerk en volk, maatschappij en staat, Gen. 1:26-28; Mat. 23; Hand. 2; 20:13-38; Rom. 13:1-7; 1 Tim 2:1-2; 1 Joh. 2:20-27.
Gehoorzaam overheden, maar niet ten koste van Mij. Hand. 5:29-32. “Geef aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is.”, Mat. 22:21b.

 

46.219. Wat is waarborg voor vrijheid, democratie en tolerantie?
Laat u gezeggen door mijn Zoon, bevrijder en schenker van vrijheid, Mat. 28:18-20; Ef. 1:15-23; 2 Kor. 3:17; Kol.1:12-23; Openb. 12.
Ik breng door getuigen velen onder zijn heerschappij, Joh. 8:31-59.

 

46.220. Hoe volgen wij U, Heer, na onder antichristelijke overheden?
Velen zullen om Mij moeten lijden, Mat. 5:1-12; 10:5-42; Joh. 21:19-19; 1 Pe. 3:8-22; Openb. 6:9-11; 12:11; 13:1-8; 17-19.
Zoals Ik martelaars standvastigheid gaf, geef Ik ook u kracht om in beproevingen stand te houden, Joh. 15:18-27; 16:1-4.

 

46.221. Gebruikt U ook geweld in dienst van uw Koninkrijk?
Ik gaf u in 313 door Constantijn, in 732 door Karel Martel in Europa geloofsvrijheid.
Ik roeide het nazirijk in 1945 uit met geweld, liet in 1989 de muur in Berlijn geruisloos vallen en zal de gerechtigheid doen triomferen.

 


 

Wilt u dieper ingaan op deze vragen, klik dan op Gesprekken II, Oefening 46, de vragen en antwoorden 974 tot 994.