Gesprekken I - Oefening 35 - 39 (160-186)

Hoe rechtvaardigt en heiligt U ons en rust U ons toe?

35. Hoe kunnen wij U recht in de ogen kijken? (160-164)

 

35.160. O, hemelse Vader, wat zijn rechtvaardigen?
Dat zijn allen die met Mij in liefde en geloof verbonden zijn en uit eerbied voor Mij streven naar gerechtigheid, Ps. 33; Luc. 2:25-35.

 

35.161. Wat doet U, als wij door ongehoorzaamheid de omgang met U blokkeren?
Ik doe dan een beroep op u om schuld te belijden, uw toevlucht te zoeken bij mijn Zoon, die voor u pleit, en te veranderen van houding, Hebr. 9-10.

 

35.161.1. Wordt mijn verhouding met U dan weer helemaal goed?
Ik rechtvaardig u, vergeef uw schuld en herstel de omgang met u op grond van zijn voorspraak, zodat u Mij recht in de ogen kunt kijken, Rom. 5:1-5.

 

35.162. Rechtvaardigt U, Vader, ook mensen op grond van hun goede werken?
Ik rechtvaardig hen uit hun goede werken als blijk van hun geloof, zowel in dit aardse bestaan als in de eeuwigheid, Mat. 25:31-46; Jak. 2:18-24.
Ik beloon uw werken maar maak die niet tot grond van uw behoud; als u alles doet wat Ik u opdraag, verricht u alleen wat u moest doen, Luc. 17:1-10.
Ik heb u herschapen in mijn Zoon om de werken te doen die Ik heb voorbereid opdat de mensen Mij daardoor verheerlijken, Mat. 5:1-16; Ef. 2:10.

 

35.163. Hoe moeten wij, o Rechtvaardige, uw bestel rijmen met onschuldig lijden?
Ik gaf u de rechtvaardige Job als voorbeeld van diepe beproeving en smadelijke behandeling; hij was inzet van een duel tussen Mij en Satan, Job 1.
Ik won dit duel en herstelde Job in zijn positie en eer, omdat Ik trouw blijf aan mijn verbondsbelofte, Job. 42:1-16; Ps. 73; Hand. 2, Oef. 6, 7, 18 en 19

 

35.164. Kan en mag ik, Vader, zeker zijn van mijn eeuwig welzijn?
Ja, ik betuig u op grond van het werk van mijn Zoon voor u dat geen machten van tegenstand en dood u ooit van Mij kunnen scheiden, Rom. 8:31-39.
Ik verzeker u door mijn Geest dat u mijn kind bent en met recht Mij aanroept als Abba, Vader, Rom. 8:15.
Ik zorg dat uw verdrukkingen leiden tot geloofsvolharding, ja tot roemen in Mij om de zegen daarvan, Rom. 5:1-5; 2 Kor. 12:1-10,

 


 

Wie zich nader verdiepen wil in de rechtvaardiging, raadplege Gesprekken II, Oefening 35 bij de vragen en antwoorden 743-763.

 

36. Hoe vormt u ons tot geheel aan U toegewijde kinderen? (165-171)

 

36.165. Wat zijn, o Vader, heiligen in uw ogen?
Deze zijn geen smetteloze, maar allen die Ik tot Mij roep en in mijn lichtkring opneem, door mijn Zoon van de zondemacht verlos en door mijn Geest herschep om aan Mij toegewijd te leven, Lev. 19; Joh. 17:17-19; 1 Kor. 1:1-3.

 

36.166. Wat wil het zeggen, Heer, om van boven geboren te zijn?
Ik doe uw hart voor Mij in liefde ontvlammen zodat u figuurlijk opnieuw geboren wordt en u Mij en mijn Zoon kent, Joh. 3:1-16.

 

36.167. Hoe krijgen wij contact met U en de schatten van uw heil?
Ik roep u tot Mij door mijn Woord en Geest en open uw ogen voor de duisternis van uw vervreemding van Mij, Joh. 1:9-13..
Ik schenk u geloof, hoop en liefde en doe u sterven aan ondeugden en opstaan in deugden in een levenslang proces, Rom. 6-8.

 

36.168. Hoort tot deze toewijding ook dat wij kerklid zijn?
Ja, Ik verbind u aan mijn gemeente als levende stenen tot haar opbouw en groei, Hand. 2:41-47; 1 Pe. 2:5, 9, Oef. 37, 38.

 

36.169. Is het mogelijk om U, Heer Jezus Christus, na te volgen?
Ja, wees nederig en barmhartig, draag moedig uw kruis, getuig van Mij en kies bij conflicten voor Mij partij, Mat. 5:1-16; 10:34-39.

 

36.170. Kunnen wij, o Heilige Geest, hier op aarde volmaakt worden?
Nee, een smetteloos leven leidde alleen uw broeder Jezus, Joh. 8:45.
Ik wil in u als mijn tempel wonen opdat u schittert als sterren onder de verdorven mensheid, Fil. 2:14-15; 1 Joh, 4:14-17.
U groeit naar de volkomenheid, als u als kerkleden elkaar liefhebt zoals de Vader en de Zoon elkander liefhebben, Joh. 17:20-26.

 

36.171. Zijn er, o Geest van openbaring, vele gestalten van geloven?
Ja, het is vooral vertrouwen op de Vader en zijn Woord, alles van Hem verwachten, Hem gehoorzamen en eeuwig met Hem leven.

 


 

Wie zich nader verdiepen wil in de heiliging, raadplege Gesprekken II, Oefening 36, vragen en antwoorden 764-784, en Oefening 38 en 39.

 

37. Welke gaven van ommekeer, heiliging en toerusting schenkt U ons? (172-176)

 

37.172. Mogen wij, Vader, nog veel opwekkingen verwachten?
Paar nuchterheid aan vurige verwachting en volhardend gebed.
Veler liefde zal verkillen; gekwelden kouwen op hun tong van pijn maar bekeren zich niet tot Mij, Mat. 24:7-12a; Openb. 16:10-11.
Ik zal ook velen tot leven wekken en bidders in de naam van mijn Zoon grotere daden laten verrichten door Hem dan Hij eens op aarde deed, Ez. 37; Joh. 14:12-14.

 

37.173. Wat zijn, o Vader, wedergeboorte en bekering?
Ik raak kille harten aan met mijn brandende liefde zodat Ik hen als het ware opnieuw geboren laat worden, Joh. 3:1-13.
Ik breng een ommekeer in gezindheid en gedrag zodat de bekeerde schuld belijdt, gaat geloven en opstaat tot gehoorzaamheid aan mijn wil en wet, Hand. 2:37-40; Rom. 6.

 

37.174. Wat is de gave van heiliging?
Ik herstel de ontluisterde naar mijn beeld, Marc. 5:1-20; Ef. 4:20-24.
Ik schenk vrucht zoals liefde en blijdschap en particuliere gaven.
Ik vorm u om tot aan Mij toegewijden die als ranken aan de Wijnstok Christus vrucht dragen, Joh. 15:1-17; Gal. 5:22.

 

37.175. Welke toerustingsgaven schenkt U, Heer, de gemeente?
Ik geef deze muzikaliteit en wijsheid, moed en dienstbaarheid en alles wat Ik nodig vind om deze te bouwen, 1 Kor. 12-14.

 

37.176. Welke ambtelijke gaven of charismata geeft U?
Ik gaf Mozes wondermacht en openbaarde hem mijn Naam en Wet, Ex. 3-4; 34:4-7.
Ik gaf de Twaalf apostelen volmacht om doden op te wekken en grondde mijn gemeente op hun getuigenis Mat. 10:7-8; Hand. 2.
Ik schenk herders en leraren wijsheid om mijn gemeente te leiden en mijn Woord te verkondigen, Mat. 13; Joh. 16:12-15; 2 Kor. 5.

 


 

Wilt u meer weten van de toerustingsgaven, verdiep u dan in Gesprekken II, Oefening 37, de vragen 785-805, en Oefening 38, de vragen 806-826.

 

38. Hoe wilt U dat wj met onze aanleg, talenten en geestesgaven omgaan? (177-181)

 

38.177. Wat is, HEER, het verschil tussen aanleg en talent(stukken)?
Aanleg is de geschiktheid of bekwaamheid, waarmee Ik u schiep.
Talentstukken zijn het kapitaal dat Ik u, beheerders, toevertrouwde zoals verbond en Kerk, kinderen en rijkdom, Mat. 21:33-46.
Ik kan ieder talentstukken verlenen naar aanleg, Mat. 25:14-30, maar ieder ook evenveel geven, Luc. 19:11-27.
Ik beloon in alle gevallen uw inzet tot vermeerdering daarvan.

 

38.178. Wat is het onderscheid tussen vrucht en charisma?
De vrucht is al wat er groeit aan gelovigen als ranken van mijn Zoon als wijnstok, vooral liefde en blijdschap, Joh. 15:1-17.
De charismata zijn geestesgaven waarmee Ik een groep of enkeling toerust als instrument tot gemeenteopbouw, 1 Kor. 12:1-11.

 

38.179. Bepaalt U onze levensloop door uw vele gaven?
Ja. Ik riep de kerkvervolger Paulus tot volgeling en gaf hem als talentstukken het evangelie en zijn apostelschap, Hand. 9:1-30.
Ik deed hem veel vrucht dragen en schonk hem gaven als profetie, schriftkennis, wondermacht, schrijverschap, 2 Kor. 11-12.
Ik leidde de loopbaan van Augustinus, Calvijn en Florence Nightingale, riep hen, gaf hun een bediening en rustte hen toe met wijsheid, literaire begaafdheid en bewogenheid.

 

38.180. Kunnen we, HEER, ook falen in onze roeping?
Helaas! Menigeen verzaakt zijn roeping en begraaft talentstukken.
Het bezorgde Mij verdriet dat de door Mij toegeruste koning Saul ontaardde in profetenmoordenaar, 1 Sam. 22:12-23, en de door Mij tot apostel aangestelde Judas in mensenhandelaar, verloren voor Mijn Koninkrijk, Joh. 17:12b.

 

38.181. Kan dat ook ons overkomen?
Ja, Ik werp u, als u het door Mij aan u toevertrouwde begraaft, als nutteloze in de diepste duisternis, Mat. 25:24-30; Luc. 19:11-27.

 


 

Wie zich nader verdiepen wil in deze vragen, raaplege Gesprekken II, Oefening 38, de vragen 806 tot 826.

 

39. Hoe doen wij recht aan de waaedigheid van alle mensen? (182-186)

 

39.182. HEER, zijn alle mensen in uw ogen gelijkwaardig?
Ik doe de zon van mijn goedheid onpartijdig schijnen over goeden en kwaden, Mat. 5:43-45.
Ik heb mijn kinderen lief en oefen geduld met hen die Mij haten en rechtvaardigen vertrappen tot Ik hen bestraf, Mat. 13:24-30, 36-43; Ps. 9-10; Openb. 21:12-15.

 

39.183. Hoe behandelen wij alle mensen waardig en rechtvaardig?
Blijf allen, ook diep ontluisterden, zien als mijn beelddragers en heb ook uw vijanden lief, Mat. 5:46-47.
Zoals Ik de berouwvolle moordenaar aan het kruis vergeving schonk en in het paradijs opnam, zo moogt u elkaar en hen die berouw hebben de schuld vergeven, Luc. 23:39-43; Mat. 6:14-15.
Zoals Ik onkreukbaar Rechtvaardig ben, zo dient u onpartijdig te handelen en partij te kiezen voor de minsten, Mat. 25:31-46.

 

39.184. Hoe bevorderen we, HEER, gelijkwaardigheid voor de vrouw?
Besef dat Ik man en vrouw beide als beelddragers schiep, verloste en toerustte met gaven, Gen.1:26-28; Gal. 3:26-29; 4:22-24; Ef. 4.
Mijn bedoeling is dat zij elkaar bijstaan en aanvullen in wisselende cultuurpatronen, Gen. 3:18-24; Mat. 28:5-10; 1 Kor. 12-14.

 

39.185. Hoe verkrijgen we, o Vader, vrijheid voor heel de mensheid?
Ik waarborg u vrijheid van terreur en spreken, als u zich stelt onder de heerschappij van mijn Zoon, Koning en Bevrijder van alle tirannie, Joh. 8:31-59; Ef. 2:15-22; Fil. 2:1-11; Openb. 5-21.

 

39.186. Bevordert U, Heer Jezus, ook uw heerschappij over moslims?
Ik regeer ook hen opdat zij gaan leven uit mijn Woord en Geest.
Besef dat de koran ook leert dat men in godsdienst niemand mag dwingen, 2:256; 10:299, en dat het leven van n mens net zoveel waard is als dat van de mensheid, 5:32.

 


 

Wie meer over de rechten en gelijkwaardigheid van de mens wil weten, verwijzen we naar Gesprekken II, Oefening 39, de vragen 827-847.