Gesprekken I - Oefening 28 - 34 (118-159)

Wie bent U, o Heilige Geest en wat is de Kerk?

28. Wie bent U, o Heilige Geest, en wat deed U op Pinksteren? (118-121)

 

28.118. Wie bent U,o Geest, die voor velen een vaag verschijnsel bent?
Ik ben met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God, de Almachtige, Schepper en Herschepper van hemel en aarde.
Ik ben door de Vader en de Zoon tot u gezonden om hen aan u te openbaren, u te heiligen en toe te rusten, Heid. Cat. zondag. 20.

 

28.119. Wat is het bijzondere en eigene van uw ambtswerk?
Ik zorg als Paracleet, Helper of Er-Bij-Geroepene er voor dat Jezus onder en in u tegenwoordig is, Joh. 16:16,26; Mat. 28:20.
Ik ben Aanklager en Trooster, Waarheidsgetuige en Leraar, Levendmaker en Heiligmaker, Krachtgever en Toeruster.
Ik doe u veel vrucht dragen, als u als ranken met Jezus Christus en zijn Woorden verbonden blijft, Joh 14:15-30; 15:1-17.

 

28.120. Wat betekent het geraas als van een hevige stormvlaag?
Ik daalde in dit teken van kracht neer op de gemeente van 120 leden om hen in beweging te brengen en toe te rusten, Hand. 2:1-4.
Ik sla een rivier uiteen in zeven beken zodat u er doorheen kunt lopen, trek mensen aan en baan voor Jezus de weg in berouwvolle harten, Jes. 11:15-16; Hand. 2:5-40; 10 en 11:16-18.
Ik geef u overweldigende kracht in geloof en liefde, om te getuigen met risico voor uw leven, ondernemingszin en dienst, Mat. 10:19-33; Hand. 7; Ef. 1:15-23; 3:14-20; 2 Kor. 12:1-13.

 

28.121. Waarom verscheen U in het teken van tongen als van vuur?
Ik heilig zondaren, verwarm verkilden met liefde en doe volgelingen bruisen van geestdrift, Mat. 3:11; Luc. 3:17; Rom. 12:11.
Ik deed hen in tongentalen spreken over mijn grote werken zodat de aanwezigen uit omliggende landen dit verstonden in hun eigen landstaal, Hand. 2:5-13.
Ik doorbrak IsraŽls isolement en alle taalgrenzen om een gemeente te scheppen uit alle volken, Hand. 10; Openb. 7:10.

 


 

Wie meer uit de kracht en het vuur van de Heilige Geest wil leven, dient te kijken bij Gesprekken II en raadplege oefening 28 bij de vragen en antwoorden 601-625, en oefening 37-38.

 

29. Welke betekenissen hebben joodse, christelijke en moslimse feesten? (122-130)

 

29.122. Welke feesten hebt U, HEER, aan IsraŽl opgedragen te vieren?
Ik stelde de sabbat in en beval alle mannen drie maal per jaar bij Mij in het heiligdom te verschijnen: op PŤsach, op het Wekenfeest en op Loofhutten, Ex. 20:8-11; 23:14-19; Lev. 23.
Ik stelde Nieuwjaar, Roosj Hasjana, in op de eerste dag van de zevende maand en Verzoendag, Joom Kippoer, op de tiende daarvan, Lev. 23:23-32.

 

29.123. Waartoe stelde U de sabbat in?
Ik stelde deze in tot heiliging van mijn Naam en rust in Mij, tot bevestiging van mijn verbond en rust van de slaafse arbeid en als gedachtenis aan de bevrijding op weg naar het beloofde land.

 

29.124. Geldt het sabbatsgebod ook voor de Kerk?
Nee, Ik vervulde de sabbat in mijn Zoon, die op de zondag verrees.
Ik verheug mij in u als u de zondag viert als dag van lof op Mij en mijn verbond, van sociale rust en gemeenschap, van recreatie en bezinning op de eeuwige sabbat.

 

29.125. Wat bedoelde U met PŤsach en hoe vervulde u dit feest?
Ik stelde dit in om van de veertiende tot de eenentwintigste van de eerste maand Abib of Nisan de voorbijgang (pasach) van mijn toorn te vieren en de bevrijding van de tirannie en geloof in nieuwe bevrijdingen te wekken, Ex. 12; 23:13; Lev.23:4-8.
Ik verheug mij erin als u op zondagen als klein-Pasen en op Goede Vrijdag/Pasen viert de komst van mijn Koninkrijk in voorbijgang van mijn toorn en bevrijding van Satans tirannie door mijn Zoon, het offerlam, de Priester-Koning.

 

29.126. Wat bedoelde U met het Wekenfeest en hoe vervulde u dit?
Ik stelde de regel in om zeven weken na PŤsach Mij te eren als de schenker van eerstelingen van de oogst, Ex. 23:16; Lev. 23:9-22.
Ik stortte mijn Geest uit op het Pinksterfeest om mijn wet in de harten te schrijven, de gemeente toe te rusten en de eerstelingen van de oogst in mijn Koninkrijk binnen te halen, Hand. 2.

 

29.127. Wat bedoelde U, HEER, met Loofhutten? Hoe vervullen we dit?
Ik stelde Soekkot in als slotfeest van de oogst om Mij vanwege mijn weldaden te loven, Ex. 23:16b; Lev. 23:3-34; Nahum 2:1; vgl. Joh. 7:2, 5, 10, 11, 14, 17, 37.
Ik heb er behagen in als u in navolging van dit feest Mij looft in bid- en dankdagen, bij jubilea en hoogtijdagen als reizigers naar het eeuwige feest, Ef. 5:19-20; Hebr. 11; 13:15; Openb. 7:9-17.
Ik verheug Mij in uw kerkelijke jaarorde van feesten en jaartelling die u dateerde vanaf het tijdstip van de geboorte van mijn Zoon.

 

29.128. Wat is de zin van de Verzoendag en hoe passen wij deze toe?
Ik maakte op Nieuwjaardag de gewetens wakker en deed deze dag uitlopen op een dag van rust, vasten, schuldbelijdenis en uitdelging van zonden: Jom Kippoer, Lev. 23:26-32.
Ik wil dat u als volk Gods uw zonden belijdt en met Mij en elkaar in vrede leeft op grond van het verzoeningsoffer van Mijn Zoon, die alle offers vervulde, Hebr. 4:14-5:10; 7 tot 9; Oef. 24-25

 

29.129. Acht U Poerim en Sjoa als herdenkingsdagen nodig?
Ik acht het Poerimfeest vier weken voor PŤsach als herdenking van Hamans mislukte plan om alle joden in het Perzische rijk Ė vijfde eeuw v. C. - uit te roeien, zinvol als dag van dank en alarm.
Ik acht de Sjoa-herdenking nodig opdat u allen leert diep voor Mij te buigen zoals voorgangers dit deden, Neh. 9, Oef. 18.

 

29.130. Wat vindt U, Koning Christus, van het Kleine en Grote feest?
Ik acht vasten tijdens de Ramadan zinvol als oefening in zelftucht en het onderbreken daarvan in het Kleine feest (ied al-fitr) of Suikerfeest zinvol als verbroedering.
Ik gebruik de pelgrimstocht naar Mekka en het Grote feest (ied al-adha) aan het einde daarvan als middel tot bezinning op de pelgrimstocht naar het Nieuw-Jeruzalem opdat velen in geloof in Mij eens het feest van mijn bruidsgemeente te vieren.
ďHallelujah! De HEER, onze God, de Albeheerser heeft zijn Koningschap aanvaard. Laat ons verheugd zijn en juichen en Hem eer bewijzen. De tijd is gekomen voor de bruiloft van het Lam; zijn bruid heeft zich al klaargemaakt. ď, Openb. 19:6b-7a.

 


 

Laat wie deze feesten intenser wil beleven kijken bij Gesprekken II, oefening 29, vraag en antwoord 626-650. In de Grote Catechismus vindt de zoeker naar meer vele gegevens met bronvermelding.

 

30. Wat beoogt U met uw kerk als uw volk? (131-135)

 

30.131. Waarom hebt U, o Vader, bepaalde groepen uitgekozen tot uw kinderen?
Ik heb in mijn welbehagen mijn volk bestemd om als sterren te stralen in een donkere wereld van haat en Mij te verheerlijken, Deut. 7:6-8; Jes. 43:21; Mat. 5:1-16; 11:25-27; Ef. 1:3-14; Fil. 2:14-15; 1 Pe. 2:9-10; DL, H. I.

 

30.132. Bent U dan aan anderen voorbijgegaan?
Weet, dat Ik geen genoegen schep in de ondergang van beelddragers, maar dat zij zich tot Mij keren om in Mij hun geluk te vinden, Ez. 33:10-11.
Ik verwerp allen, die mijn roep in de wind slaan en mijn Zoon verwerpen, Ez. 33:12-16; Joh. 3:16-31.
Ik ontferm Mij over hen over wie Ik Mij wil ontfermen en verhard ieder, die zich verhardt, Ex. 9:13-16; 33:19; Mat. 13:1-17; Hand. 27:23-28.

 

30.133. Worden allen, die tot IsraŽl of de Kerk behoren, behouden?
Nee, ook binnen deze kring zijn er ongehoorzamen, Mat. 11:20-30; Luc. 2:33-35; 21:5-35; 1 Kor. 10:1-13.
Ik nodig velen uit oost en west om feest te vieren met Abraham, Isaak en Jakob in mijn Koninkrijk, maar afvalligen uit de kring van verlichten werp Ik in de opperste duisternis, Mat. 8:5-13; Rom. 9-11

 

30.134. Kan ik er zeker van zijn dat U, Vader, mij hebt uitverkoren?
Ja, Ik beloofde u bij uw doop dat Ik u tot mijn kind aanneem en bevestig uw zekerheid daarvan door mijn Geest, geestesgaven en contact met gelovigen.
Droefheid over uw verkeerde neigingen, blijdschap over mijn genade, liefde en vrijmoedigheid en goede werken zijn tekenen van uw kinderschap, Rom. 8:14-17; 1 Kor. 2; 12-14; Heid. Cat. zo. 32, vr. en antw. 86 en 87; DL H. I, a. 12-14.

 

30.135. Wat doe ik, HEER, als deze tekenen bij mij tijdelijk ontbreken?
Dan zorg Ik door mijn Geest, de Helper, door bijbellezing, prediking en bemoediging van gelovigen ervoor dat u weer jubelt dat u er voor Mij mag zijn en de wereld mag helpen aan meer liefde en gerechtigheid, Mat. 18; Hand. 2:41-47; Ef. 1:13-23; 3:14-21; 4:30.

 


 

Wilt u zich verder verdiepen in deze stof? Kijk dan bij Gesprekken II of de Kleine Protestans-Katholieke Catechismus bij oefening 30, de vragen en antwoorden 651-671.

 

31. Wat bedoelt u met uw Kerk als het lichaam van Christus? (136-141)

 

31.136. Waarom, o Heer Jezus Christus, heet de Kerk uw lichaam?
Ik regeer deze zoals een hoofd de organen van een lichaam en vervul deze met mijn Geest en geestesgaven, Ef. 4:11-15; 1 Kor. 12.
Ik heb Mij met de leden verbonden als een Wijnstok met de ranken opdat zij veel vrucht dragen voor mijn Vader tot aller welzijn, Jes. 5:1-7; Joh. 15:1-17.

 

31.137. Vereenzelvigt U zich als Hoofd met uw gemeente?
Ja, want zij is de gemeenschap van mijn geliefden, zodat wie hen eren ook Mij eren en wie hen smaden ook Mij smaden. Mat. 10:40-42; Hand. 9:5.
Ik kastijd ook leden, opdat ze meer vrucht dragen, Joh. 15:2; Hebr. 12:1-12.
Ik neem het Koninkrijk weg van verharden, Openb. 2:5; Hebr. 10:26-31.

 

31.138. Welk soort geestesgaven schenkt U de leden?
Ik schenk die van heiliging zoals liefde en blijdschap en van toerusting zoals inzicht, leiding en genezing, Joh. 15:9-17; 1 Kor. 12-14; Ef. 4.
Ik deel deze uit voor aller welzijn naar mijn behagen en naar behoefte van ieder aan hem die belijdt ĎJezus is Heer!í , 1 Kor. 12: 3 en 7.

 

31.139. Valt het instituut van de Kerk samen met uw mystieke lichaam?
Nee, het brede instituut omvat meer leden dan het lichaam, omdat daartoe alleen behoren zij die Mij kennen en vrucht dragen, Mat. 7:13-23; 11:25-27.

 

31.140. Is. O Heer, de bediening van het apostolaat van de Twaalf geŽindigd?
Ja, in zekere zin, omdat Ik hun arbeid beŽindigde met hun dood en daarmee hun bevoegdheden liet vervallen; zij zijn niet vervangbaar en opvolgbaar.
Ik gebruik wel hun evangeliŽn en brieven en schenk de gemeenten geestesgaven tot mijn terugkeer naar gelang van de behoefte van enkeling en groepen in tijden van nood of verschraling, Oef. 37, 38.

 

31.141. Hoe bevorderen wij als kerkleden de groei van uw lichaam?
Volhard in de gemeenschap met Mij en mijn Woord en gebed, Joh. 15:1-17.
Maak Mij blij door uw gehoorzaamheid zodat mijn Geest zijn werk in uw midden kan blijven verrichten, Hand. 5:1-16, 39-32; 1 Tes. 5:19-20

 


 

Wie zich verder wil verdiepen in deze stof, raadplege Gesprekken II of de Kleine Protestants Katholieke Catechismus oefening 31, 672-690, en 37, 38.

 

32. Wat is uw Kerk als instituut met ambtsdragers? (142-147)

 

32.142. Hoe regeerde U, HEER, als Koning van IsraŽl uw volk?
Ik stelde Mozes en senioren als rechters, richters als strijdbare bevrijders en koningen aan om mijn volk te hoeden in gerechtigheid.
Ik stelde priesters en levieten uit de stam Levi aan om mijn Naam in mijn heiligdom groot te maken, de omgang van het volk met Mij door offers gaaf te houden en de gedachtenis aan mijn werken levend te houden op feestdagen.
Ik stelde profeten aan om mijn beloften en waarschuwingen actueel te maken.

 

32.143. Hoe regeert U, HEER, uw volk in het nieuwe verbond?
Ik stelde mijn Zoon aan tot Heer van de wereld en Hoofd van mijn Kerk om hen namens Mij te regeren en orde te scheppen door zijn Woord, Geest en macht.

 

32.144. Hoe leidt U, Koning Jezus Christus, uw Kerk?
Ik regeer deze door Woord en Geest en door de door Mij aangestelde dienaren.
Ik stelde Twaalf oog- en oorgetuigen aan om van Mij te getuigen voor de mensheid en de grondslag van de Kerk te leggen.

 

32.145. Wat voor soort dienaren stelt U aan om de gemeente te hoeden?
Ik zaai door dienaren van het Woord het evangelie in de akker van de harten.
Ik bemoedig door oudsten (presbyters) als herders de kudde en wijs deze door hen de weg naar de eeuwige schaapskooi.
Ik gebruik diakenen om in de eredienst te helpen en behoeftigen bij te staan.

 

32.146. Wat is het verschil tussen de inzet van alle leden en die van ambtsdragers?
Ik schenk ieder een particuliere geestesgave maar Ik roep en zend, bevestig en rust toe ambtsdragers om de hele gemeente namens Mij te leiden.

 

32.147. Regeert U de gemeente ook door raden, synoden en concilies?
Ik leer u door de vergadering van apostelen en oudsten in Jeruzalem dat Ik deze vergaderingen over ingrijpende vragen beslissingen laat nemen, Hand. 15.
Zij mogen niet tiranniek over gemeenten heersen maar moeten deze dienen en de eenheid bevorderen, Luc. 20:14-27 (ĎIk ben in uw midden als dienaarí).

 


 

Wilt u dieper ingaan op de Kerk als instituut met een rechtsorde en stelsel van regeren, raadpleeg dan Gesprekken II bij oefening 32, de vragen en antwoorden 691-710.

 

33. Wat is uw Kerk als instituut met ambtsdragers? (148-152)

 

33.148. Waarom liet U, HEER, IsraŽl jaarlijks drie maal feestvieren?
Ik droeg hen op om op PŤsach, Wekenfeest en Loofhutten hun bevrijding uit Egypte en weldaden in Kanašn te vieren, hun dank aan Mij te uiten en hun vertrouwen in Mij te vernieuwen, Ex. 23:14-17; Joh. 7; 13 en 19; Hand. 2.

 

33.149. Gaf U aan ouders opdracht hun kinderen te onderrichten?
Ik verplichtte hen om de jeugd dagelijks het liefdesgebod voor te houden en mijn grote daden door te geven, Deut. 6:4-8 Ps. 78.
Ik beval hen op PŤsach jongeren te leren dat Ik door het offerlam aan hen voorbijging met mijn Toorn en hen bevrijdde van tirannie op de weg naar het beloofde land, Ex. 12:24-28; Deut. 6:20-25.

 

33.150. Droeg U uw dienaren op uw volk te bemoedigen in leer en lof?
Ik droeg priesters en levieten op Mij te loven in de eredienst en mijn volk te onderrichten in mijn daden, beloften en geboden, ook door leergedichten, Ex. 15; 29; 32:15-29; Lev. 8; Deut. 33:8-11; Ps. 78; 105-106; Neh. 9; Luc. 1:5-25.
Ik liet engelen Mij de lof toebrengen bij de geboorte van mijn Zoon als Messias en bezielde Simeon om te zingen van het heil dat Ik bereidde voor de volken en IsraŽl, Luc. 2:8-14; 27-35.

 

33.151. Onderrichtte U, Heer Jezus Christus, uw volk in leer en lied?
Ik leerde hun in synagoge, tempel en open lucht wat mijn Vader in het OT had geopenbaard en mij als leer uit de hemel ingaf, Mat. 5-7; 16:21; 17:12,22; Luc. 24:44-48; Joh. 5:19-47; 6:45-46.
Ik vertrouwde deze leer toe aan de Twaalf en aan u als Kerk, pijler en grondslag van de waarheid, om deze door te geven aan alle volken, Joh. 14:6; 17:6-19; Mat. 28:18-20; 1 Tim. 3:14-16.
Ik liet hen in tongentaal getuigen en wek u op: blijf uw lof op Mij vrolijk zingen, Hand. 2:1-13, 47; Ef. 5:18-20; Kol. 3:16-17.

 

33.152. Is er, Geest der waarheid, ruimte in de Kerk voor opinies?
Ik help u om in processen al groeiend u eigen te maken het evangelie van de waarheid als ondeelbare eenheid, Joh. 14:6; 16:12-15.

 


 

Als u zich verdiepen wil in wat volgens de bijbel de leer is, raadpleeg dan Gesprekken II, oefening 33, de vragen en antwoorden 711-721.

 

34. Wat is uw Kerk als instituut met ambtsdragers? (153-159)

 

34.153. Kan ik, HEER, vrij kiezen wat de waarheid over U is?
U bent verantwoordelijk voor wat u kiest maar u bent hierin niet vrij.

 

34.154. Waarom ben ik niet vrij om te kiezen wat ik waar vind over U?
U bent alleen vrij, als mijn Zoon u heeft bevrijd uit de strikken van dwaling en duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de waarheid en het licht, Joh. 8:31-59; Rom. 1:18-32; Kol.1:12-23.

 

34.155. Als U, Jezus Christus, mij hebt bevrijd, kan ik dan vrij kiezen?
U hebt, ook als door Mij bevrijd bent, de leiding van mijn Heilige Geest nodig om in het waarheidsspoor te volharden en aan Mij toegewijd te blijven, Joh. 16:1-15; 17:6-19; Rom. 8.

 

34.156. Helpt U, o Geest der waarheid, ons de goede weg te vinden?
Ik openbaar u wat Ik van de Vader en de Zoon te horen krijg, zodat u alles kunt weten wat nodig is, Joh. 16:13; Hand. 2.
Ik leidde de Kerk en deed op de concilies van Nicea/Constantinopel, 325-381, de Zoon en Mij erkennen als God, de grondslag voor het belijden van de Kerk in alle eeuwen in Oost en West.

 

34.157. Staat met dit belijden ons eeuwig behoud op het spel?
Ja, wie de Vader en zijn Zoon Jezus Christus kent, heeft op aarde eeuwig leven en zal in eeuwigheid niet sterven, Mat. 11:25-27; Joh. 3:16-21; 6:26-58; 11:25; 17:1-3; Rom. 10:5-13.

 

34.158. Leidt U, Geest van de waarheid, moslims ook in de waarheid?
Moslims belijden belangrijke delen van de waarheid zoals de opstanding uit de doden en ieders berechting in het einde.
Ik, de Helper, sta u bij om zelf te leven uit de liefde van de Vader en de Zoon om ook hen daarin het geluk te doen vinden.

 

34.159. Blijft er, Heer Jezus Christus, strijd over U en de waarheid ?
Zolang Ik de vorst der duisternis niet verdreven heb, wacht u strijd tegen haat en leugen, maar houdt moed: ĎIk heb de wereld overwonnen!í, Mat. 24:3-14; Joh. 16:13; Openb. 5-21.

 


 

Wie meer van dit belijden van de Drie-enige wil weten, dient te klikken op Gesprekken II, Oefening 34, de vragen en antwoorden 722-742.