Gesprekken I - Oefening 20 - 27 (83-117)

Wie bent U, zoon van Maria, en wat is uw werk?

20. Wie bent U, zoon van Maria? (83-86)

 

20.83. Wie bent U, Jezus Christus, die onze jaartelling stempelde?
Ik ben de Eniggeboren Zoon van God, die zich van eeuwigheid verheugde in de liefde van mijn Vader, de gestalte van een mens aannam en het ambt van Messias bekleedde tot redding van ieder die in Mij gelooft.

 

20.84. Hoe kunnen wij zeker weten dat U God bent?
Ik heb dit herhaaldelijk betuigd, door oog- en oorgetuigen laten doorgeven en door wonderen bevestigd, Joh. 3:10-13, 31-36; 1 Joh. 4:14-16; Oef. 23.
Ik heb bij de rechtszitting voor de officiële hogepriester-rechter van de Hoge Raad van mijn volk bevestigd dat Ik bem de Messias, de Zoon van God en identiek ben met de Mensenzoon, die eens op de wolken zal verschijnen, Mat. 27:63-64; vgl. Mat. 24; Dan. 7:13-14.
Ik heb getoond dat Ik alle macht in de hemel en op de aarde bezit door mijn Geest uit te storten en miljarden tot Mij te trekken, Mat. 28:18-20; Hand.2.

 

20.84.1. Welke waarde mogen wij hechten aan de uitspraken van concilies?
Ik heb de Kerk beloofd haar in alle waarheid te zullen leiden door de Parakleet of Helper, de Geest der waarheid, Joh. 15:26; 16:12-15.
Ik heb het eerste oecumenische concilie van Nicea-Constantinopel doen uitspreken dat Ik ben: “de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader voor alle tijden, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God, geboren (uit de Vader), niet geschapen, één van wezen met de Vader en door wie alles is ontstaan.”, BGPKN, p. 14; Oef. 33, 34.

 

20.85. Hoe komt het, o Heilige, dat een groot deel van het joodse volk, de islam en steeds
         weer godgeleerden in de Kerk uw God-zijn verwerpen?
Dat komt omdat Ik het profiel van de messias in het Oude Testament vaak liet tekenen als dat van een rechtvaardig en vroom vorst, 2 Sam. 23:1-7; Ps. 72.
Dat komt ook omdat velen zich niet kunnen voorstellen dat Ik als Verhevene de gestalte van een beelddrager aanneem en toch Mij zelf blijf.
Dat komt vooral omdat zij verblind zijn; u kent Mij alleen als de Zoon, indien het mijn Vader behaagt U dit te openbaren, Mat. 11:25-27; Luc. 10:21-22.

 

20.86. Hoe onderscheiden wij de groeiers van de verharden?
Groeiers ontdekken in een proces van minder tot meer geleidelijk mijn identiteit zoals ook de Twaalf discipelen, Mat. 16:13-20.
Verharden keren zich bewust tegen mijn goddelijke afkomst of belasteren Mij door te suggereren dat Ik door invloed van de duivel mijn werk deed en nog steeds doe, Mat. 12:22-37.
Ik waarschuw u voor schijnvromen met quasi-wetenschappelijke argumenten die als valse doctores mijn identiteit ondermijnen of loochenen binnen en buiten de Kerk en velen meeslepen, Mat. 24:4-5; 1 Joh. 2:18-27.
Ik geef u twee regels, die u naar gelang van de situatie kunt toepassen. De ene regel luidt: “Wie niet met Mij is, is tegen Mij, en wie niet met Mij bijeenbrengt, die verstrooit.”, Mat. 12:30.
De andere regel is:“Immers, wie niet tegen ons is, is vóór ons.”, Mc. 9:40.
Jezus’ uitroep na zijn campagne in Galilea
Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U dit verborgen hebt voor wijzen en verstandigen en onthuld hebt aan eenvoudigen. Ja, Vader, zo is het uw welbehagen geweest. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon behalve de Vader, en niemand kent de Vader behalve de Zoon en ieder aan wie de Zoon Hem heeft willen openbaren.”, Mat. 11:25-27.
Jezus voor zijn rechters
‘Maar Jezus bleef zwijgen. De hogepriester zei tegen Hem: “Ik bezweer u bij de levende God dat U ons zegt of u de messias bent, de Zoon van God!’ Jezus antwoordde: “U hebt het gezegd, maar Ik zeg u: Van nu af aan zult u de Mensenzoon zien, gezeten aan de rechterhand van de Macht en komende op de wolken van de hemel.”, Mat. 26:63-64.

 


 

Laat wie zich verder verdiepen wil in deze stof kijken bij Gesprekken II, Oefening 20 en leze verder bij de vragen en antwoorden 418 tot 442.

 

21. Wat betekent, Eeuwig Woord uw vleeswording voor ons? (87-90)

 

21.87. Heer Jezus Christus, wat dreef u ertoe om uit de hemel tot ons te komen?
Ik bracht dit offer uit liefde voor mijn Vader om Hem te verheerlijken en uit liefde voor u om u te verlossen van zonde, de duivel en de dood en eeuwig leven voor u te verwerven, Mc. 10:45; Joh. 10:1-18; 17:4; 1 Joh. 3:1-10.
Ik legde mijn leven af in de zekerheid dat Ik het weer op zou nemen en dat mijn Vader Mij zou verheerlijken, Mat. 16:21; 28:1-10; Joh.10:17-18; 13:1.

 

21.88. Bleef u God, toen u vlees en bloed aannam uit Maria?
Ik bleef wie en wat Ik was, de Zoon van God, en werd wat Ik niet was, de mens Jezus Christus, u in alles gelijk, behalve in ongehoorzaamheid.
Ik werd opgevoed in een gezin met zusters en de broers Jacobus, Joses, Juda en Simon, maar zij kregen pas later door wie Ik was en ben, Mc. 3:20-35.

 

21.89. Hoe kunnen wij u navolgen in zulk een vernedering?
Ik stel u daartoe in staat door u te bevrijden van hoogmoed en zelfzucht en u de Geest van nederige liefde te geven, Joh. 13:1-17; Hand. 2:41-47.
Ik wil dat u mij navolgt door voor elkaar de minste te zijn en smaad om mijn Naam te ondergaan, Mat. 10:5-42; Luc. 22:14-38; Joh. 15:18-27.
Ik verblijd mij over uw bloei, als u het belang van mijn Vader en elkaar bevordert als nederige, dienstbare gemeenschap, Joh. 15:1-17; Fil. 2:1-11.

 

21.90. Wat voor troost biedt U, Heer, uw lijdende gemeente van navolgers?
Ik ben om mijn gehoorzaamheid tot de dood verheven tot Kurios (= Heer) over allen en kreeg een naam boven alle namen, Hand. 2:36; Fil. 2:1-11.
Ik spreekt u zalig als vervolgden; want u behoort mijn Koninkrijk; wees blij en juich, want in de hemel wacht u een rijke beloning!, Mat. 5:10-12.

 

21.90.1. Wat zegt uw vleeswording, Eeuwig WOORD, voor de wetenschap?
Alles is uit de Vader en door Hem en Mij als Logos geschapen, Joh. 1:1-4. Ik die de zee schiep, deed de golven bedaren, die het brood schiep, vermenigvuldigde dit. Mc. 4:35-41; Joh. 6.
Ik schiep de mens als eenheid van geloof en weten; hoogmoed verblindt, ootmoed verruimt de blik.

 


 

Wie meer wil weten over de vleeswording van het Woord kijkt bij Gesprekken II, oefening 21, onder de vragen 443-463

 

22. Hoe oefent U, Messias, uw ambt onder ons uit? (91-94)

 

22.91. Wanneer werd u, Jezus, tot uw ambt van Messias of Christus geroepen?
Ik ontving na mijn doop in de Jordaan van mijn Vader zijn Heilige Geest om Mij toe te rusten tot de strijd, de verkondiging en het offer.
Mijn Vader bevestigde Mij daarbij met de proclamatie: “Dit is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik welbehagen heb.”, Mat. 3:13-17; Luc. 3:21-22; Jes. 42.

 

22.92. Hoe begon u uw taak als de Christus?
Ik werd door de Heilige Geest aanstonds geleid naar de woestijn voor een duel met Satan, de overste van deze boze wereld. Mat 4:1-11; Luc. 4:1-13.
Ik voerde als koning uit Davids huis een zware strijd om Satan, verleider van de hele wereld, aan Mij te onderwerpen, Mc. 5; Joh. 12:31; 16:33.

 

22.92.1. Gaat die strijd nog steeds door?
Ik heb Satan verslagen maar nog niet definitief van de aarde verwijderd en gebruik hem in mijn dienst, Openb. 5-20.
Ik schakel u in mijn regering en strijd in als koninklijk geslacht om eens als overwinnaars te heersen, Luc. 10:1-22; Openb. 5:10; Ef. 6:10-20; 2 Tim. 2:12.

 

22.93. Hoe vervulde en vervult u uw ambt als leraar en verkondiger?
Ik leerde het volk in synagogen, tempel en in het open veld wat Gods wil is en op welke wijze zijn Koninkrijk komt, Mat. 5-7; 10-18..
Ik onthulde geleidelijk mijn identiteit in gesprekken over het Oude Testament waarin mijn Vader van Mij getuigt, Mat. 22:41-46; Joh. 5:19-47.
Ik kondigde aan de discipelen mijn lijden, opstanding en heerschappij over de wereld aan, Mat. 16:21; 17:12,22-23; Luc. 24:44-48.
Ik verlicht u door mijn Geest en Woord en gebruik u als getuigen, verkondigers en profeten tot de jongste dag , Hand. 2; 2 Pe. 2:9-10; Oef. 27-28.

 

22.94. Hoe vervulde en vervult u uw priesterlijke taak?
Ik gaf mijn leven als offer om uw schuld te bedekken en de relatie met mijn Vader te herstellen, Oef. 24.
Ik pleit dagelijks voor u om vergeving van zonden en verhoring van uw gebeden als aan mij toegewijde priesters, Oef. 26 en 27.

 


 

Wie meer wil weten van Jezus’ ambt, kijkt bij Gesprekken II, oefening 22 en lezen verder bij de vragen en antwoorden 464-487, blz. 174-181.

 

23. Wat is de betekenis van uw wonderen? (95-99)

 

23.95. Openbaarde U, HEER, in wonderen wie U zelf was?
Ik liet daarin mijn identiteit als Almachtige blijken maar gaf daarmee ook de door Mij gezondenen het bewijs van hun zending door Mij en Ik bevestigde daardoor ook velen in hun geloof in Mij.

 

23.96. Waar en wanneer toonde U onder meer uw identiteit?
Ik liet het Egyptische volk in milieuplagen, de dood van eerstgeborenen, de ondergang van Farao’s leger en Israëls bevrijding: ‘Met Mij valt niet te spotten, weet dat Ik Jahweh ben. “, Ex. 5:7; 7:17; 8:6; 9:16; 14:15-18; 15; Ps. 105-106.
Ik hield veertig jaar mijn volk in leven door ‘manna’ te laten regenen. ‘U zult iedere dag aan dit wondervoedsel weten: Ik, Jahweh, ben uw God!’, Ex. 16:12; Ps. 105:40 (‘brood uit de hemel’).

 

23.97. Heeft U, onze Heer Jezus Christus uw identiteit in wonderen getoond?
Ik legde tot schrik en verwondering van de apostelen de wind en golven van het meer van Galilea stil door mijn bevel: “Zwijg, wees stil!”, Mc. 4:19; 4:35-41.
Ik vermenigvuldigde vijf gerstebroden en twee visjes tot voedsel voor meer dan vijf duizend hongerige mensen, Mat. 14:13-21; Joh. 6:1-15.
Ik constateer dat de grootste wonderen afketsen op verblinding en verharding.

 

23.98. Hoe legitimeerde en bevestigde U, Heer, de door U gezondenen?
Ik gaf de Twaalf volmacht om zieken te genezen, boze geesten uit te drijven en doden op te wekken om hun zending door Mij te wettigen en het geloof in Mij te wekken bij de herstelde zieken en mensen in hun omgeving, Mat. 10:5-8.
Ik toonde door Petrus’ genezing van een lamme aan dat Ik vanuit de hemel mijn werk voortzet en bevestigde daarin zijn apostelschap, Hand. 3-4:22.

 

23.99. Toont U uw identiteit ook in onze tijd nog steeds door wonderen?
Ik stel u enige vragen: wie zorgt er voor uw voedsel? Waar komt uw gezondheid uit voort? Hoe komt het dat er zoveel ziekenhuizen functioneren? Wie bewerkte dat, toen Neil Armstrong en Buzz Aldrin van 20 op 21 juli 1969 als eersten op de maan landden, hun kleine stap daarop tot een grote stap werd voor u als mensheid in ruimtestations en computers?

 


 

Wie meer over wonderen wil weten, kijkt bij Gesprekken II om verder te lezen bij oefening 23, vraag en antwoord 488-503.

 

24. Wat is de zin van uw lijden, kruisiging en sterven? (100-104)

 

24.100. Onze hemelse Vader, waarom was het lijden van uw Zoon nodig?
Ik was door de geschonden relatie toornig op u, ongehoorzamen.
Ik heb uit liefde voor u het tussen U en Mij goed gemaakt door mijn Zoon opdat u door geloof in Hem eeuwig leeft, Joh. 3:16-21.

 

24.101. Wilt U ons de sleutels aanreiken om Jezus’ lijden te verstaan?
Ik heelde de verbondsbreuk door mijn Zoon die door zijn offer uw schuld uitwiste en mijn toorn wegnam, Jes. 53.
Ik kondigde zijn werk aan op Pèsach, waarop Ik als Toornende HEER voorbijging aan mijn volk door het bloed van het offerlam, Ex. 12.
Ik liet op Grote Verzoendag door de hogepriester plaatsvervangende offers voor het volk brengen als voorafschaduwing van Jezus’ bemiddelend werk voor u, Lev.16; Hebr. 7-10.

 

24.102. Waarom liet U uw Zoon als misdadiger aan een paal hangen?
Ik eis het volle pond van gerechtigheid en van betaling van het door miljoenen aan Mij en uw medemens begane onrecht, Gen. 9:5-6.
Ik vroeg mijn Zoon om als gekruisigde in uw plaats als boete mijn vloek over u en voor u te torsen, Mat. 27:11-54; Deut. 21:22-23; Gal. 3:12-14.
Ik zegen u in Hem zodat niets tussen Mij en u een wig kan drijven en u een open deur tot Mij hebt, Rom. 5:1-2; 2 Kor. 5:1-21; Gal.3:10-14.

 

24.103. Wat vraagt U van ons om aan dit verbondsherstel deel te hebben?
Vertrouw u toe aan mijn Zoon die alles voor u volbracht, ook voor uw heiligmaking, en die zijn heilsschatten aan u uitreikt vanuit de hemel.
Laat uw hoogmoedige ik met Hem sterven en sta met Hem op als de Paasmens in een blij en gehoorzaam leven, Rom. 5-6.

 

24.104. Verwacht U dat wij uw Zoon navolgen in zijn lijden?
Ik geef u kracht tot offerbereide navolging van uw voorganger, Joh. 1:29, 35, 37-42; 21:15-19.
Ik help u om vrede te bewerken tussen vijandige blokken omdat Ik in zijn lichaam de vijandschap heb gedood, Ef. 2:11-22.

 


 

Wie zich verder wil verdiepen in de betekenis van Christus’ lijden, raaplege Gesprekken II, oefening 24, vragen en antwoorden 504-523.

 

25. Wat deed U op Pasen en wat zijn de betekenissen daarvan? (105-108)

 

25.105. Wat zegt U, Almachtige, ons door de opwekking van uw Zoon?
Ik bekroonde zijn inzet voor Mij met zijn heerschappij over allen.
Ik gaf u recht op vergeving van zonden en leven omdat Hij voor uw schuld en straf boette en blij, eeuwig leven voor u verwierf.
Ik deed de aarde beven, verbrak de grafzegels en bracht door de vluchtende bewakers het Sanhedrin in verwarring als tekenen van zijn overwinning op duivel en dood, Mat. 28:1-15; 1 Kor.15.

 

25.106. Hoe openbaarde U, Heer Jezus Christus, zich als Paasvorst?
Ik nam mijn leven krachtens mijn recht en macht terug om mijn Vader te verheerlijken, Joh. 10:17-18; 17:4; Rom. 1:4; 5:12-21.
Ik deed u met Mij opstaan om voor Mij te leven in liefde en in gerechtigheid, Mat. 16:21-28; Luc. 24; Rom. 5-6; Kol. 1:12-23.
Ik aanvaardde de wereldheerschappij en waarborg u dat Ik eens uw lichaam gelijk maak aan mijn verheerlijkt lichaam, Mat. 28:18-20; Joh, 6:48-58; 20:17-23; Fil. 2:9.

 

25.107. Welke zekerheid hebben wij, Heilige Geest, van de opstanding?
Ik gaf u het bericht van de Vader door aan vrouwen en apostelen, Mat. 28:1-8; Mc. 16:1-8; Luc, 24:1-12; Joh. 20:1-13.
Ik gaf u vele informaties van ontmoetingen met de hun verschenen Heer, onder welke eens vijfhonderd broeders, 1 Kor. 15:1-11.
Ik inspireerde vrouwen, apostelen en vele anderen om herauten van Jezus’ opstanding te zijn en wekte miljarden tot zijn getuigen en navolgers, Joh. 16:12-15; Hand. 2-28; 1 Kor. 15:12-28.

 

25.108. Wat voor karakter, Heer Jezus, droegen uw verschijningen?
Ik keerde na mijn opstanding niet terug naar mijn vroegere bestaan zoals Lazarus maar nam een hogere aan zonder de beperkingen van de uwe, Mat. 28:1; Joh. 20:19,26.
Ik verscheen u vanuit mijn hemelse bestaan en opende de ogen van bekenden zodat zij Mij herkenden, Luc. 24:16,31; Joh. 20:15.
Ik hoop ook u te ontmoeten in uw verheerlijkte staat, die allen ontvangen die Mij liefhebben, Joh. 5:19-30; Openb. 20:11-15.

 


 

Als u uw Paasvreugde wilt vermeerderen, kijk dan bij Gesprekken II en zoek oefening 25 de vragen en antwoorden 524 tot 541

 

26. Wat deed U bij uw hemelvaart en wat betekent deze? (109-113)

 

26.109. Wat betekent, Heer Jezus, uw hemelvaart voor U en ons?
Ik keerde terug naar de heerlijkheid, die Ik bezat voor de schepping en incarnatie en zette mijn werk voor u voort, Joh. 3:13; 17:4.
Ik besteeg de troon als Messias-Koning om namens mijn Vader Kerk en wereld te regeren, Openb. 5-22.
Ik doe een beroep op u om Mij te vertrouwen, mijn zendingsbevel uit te voeren en mijn beeld uit te stralen tot mijn terugkeer, Luc. 24:50-53; Hand 1:9-14; Kol. 3; Oef. 27.

 

26.110. Hoe oefent U vanuit de hemel uw profetische taak uit?
Ik stortte mijn Geest op de gemeente uit en maakte deze onder leiding van de apostelen tot mijn mond, Hand. 2-28.
Ik vormde het Nieuwe Testament als getuigenissen over Mij en mijn werken tot bron en norm voor de Kerk, Oef. 4 en 5.

 

26.111. Hoe zette U uw priesterlijke taak voort?
Ik pleit als Middelaar voor u bij de Vader om toegang, vergeving gebedsverhoring, Rom. 8:34; Hebr. 8-10; Openb. 6:9-11.
Ik verricht door u als biddende medewerkers grotere werken dan Ik tijdens mijn verblijf op aarde heb verricht zoals het stichten van ziekenhuizen en lenigen van hongersnoden, Joh. 14:12-14.

 

26.112. Waarom spoort U ons aan tot volhardend gebed?
Ik bemiddel uw voorbeden bij de Vader, die daardoor de loop van de geschiedenis ten goede verandert zoals bij Abraham, Gen. 17:18-22, Hanna, 1 Sam. 1-12 en Zacharias, Luc.1:8-24, 57-80.

 

26.113. Is er een tijdstip waarop we uw terugkeer kunnen verwachten?
Mijn Vader bepaalt dit tijdstip; u dient waakzaam te zijn.
Let op daaraan voorafgaande tekenen: oorlogen en hongersnoden, afval en verkilling, vervolging en evangelieverkondiging onder alle volken, Mat. 24:1-14; 24:36.
Hebt u olie in uw lampen? Vermeerdert u uw talenten?, Mat. 25

 


 

Wilt u meer ‘hemels’ leven vanuit Jezus’ hemelvaart kijk dan bij Gesprekken II en raadpleeg oefening 26 vraag en antwoord 542-573, en oefening 27, 574-600.

 

27. Hoe maakt U door ons volgelingen onder de volken? (114-117)

 

27.114. Geldt, Heer Jezus, uw zendingsopdracht ook voor ons?
Ik gaf deze aan de Elf als vertegenwoordigers van heel de Kerk. Prent Matteüs 28:18-20 in uw hoofd, geheugen en uw hart. Vertrouw dat Ik alle macht bezit in hemel en op aarde. Zet als dagorder in uw agenda als uw intentie:
‘Ik help mee en trek erop uit om alle volken tot Jezus’ volgelingen te maken en hen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest; ik leer hen na te komen wat Jezus mij geboden heeft; ik doe dit moedig omdat Hij met mij is alle dagen tot de voleinding van de wereldgeschiedenis’.

 

27.115. Hoe oefent U de macht uit over engelen?
Ik gebruik de goede engelen voor lof en muziek, informatie en bescherming, orde en gerechtigheid, Ps. 103:19-21; Luc. 2:19-11; Mat. 28:1-7; Hand. 12:1-19; Hebr. 1:14; Openb. 5:11-14; 8-12.
Ik bestrijd de corrupte engelen, werp ze uit of gebruik ze om mensen op de knieën te brengen, Mc. 5; Openb. 15-18; 20:7-15.

 

27.116. Hoe maakt U door christenen de volken tot uw volgelingen?
Ik geef hun kracht om te getuigen van mijn Naam in hun gedrag en liefde, woord en daad, prediking en catechese, Mat. 5:1-15; 10:5-42; 18; Luc. 24:25-27, 44-48; Hand. 2:41-47.
Ik help hen om de door Mij aan u toevertrouwde talenten van evangelie en leer, verbond en geestesgaven te vermenigvuldigen, Mat. 25:14-30; 1 Kor. 3 en 4.

 

27.117. Ondervinden christenen bij deze zendingsarbeid tegenstand?
Zoals de trouwe dienstknechten Stefanus en Petrus, Bonifacius en naamloze strijders zijn gevallen als martelaars, zo stuit u ook op weerstanden en vallen er ook onder u slachtoffers.
U stuit zelfs op tegenstand en verdeeldheid in uw eigen kring, maar als u volhardt in het getuigen tot het einde zult u behouden worden, Mat. 10:34-42; 24:12-14; Openb. 7:9-10.

 


 

Wie een meer toegewijd zendingsarbeider wil worden, kijkt bij Gesprekken II (= De Kleine Catechismus) om oefening 27 met de vragen en antwoorden 574-600 met hoofd, hart en hand te verwerken.