Oefening: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8a | 8b

 

Gesprekken II - Oefening 6 (85-111)

Wat doet U als onze Schepper, Onderhouder en Regeerder?

1.Gesprek als gebed. (85-88)

 

85. HEER, waarom vond U uw schepping nodig?
Wij staan als gemeenschap eeuwig op Ons zelf en verheugen ons in elkaar als Vader, Zoon en Heilige Geest.
Wij besloten ons te verrijken met schepselen niet uit behoefte of noodzaak maar uit liefde en vreugde opdat u als beelddragers zich in Ons zou verheugen en onze liefde weerspiegelen, Gen. 1:25-28; Ps. 8; Joh. 17:20-23; Openb. 4:11.
Wij riepen het niet-zijnde tot aanzijn en rustten door Woord en Geest land en water toe tot woning voor mens en dier, Gen. 1:1-2:4; Ps. 33:4-9; 89:12-15; 104; 136; Jes. 48:12-13; Job 38-39.

 

86. Heeft U, Drie-enige God, uw taken onderling verdeeld?
Ja, ieder van ons heeft zijn zending en al onze werken dragen dit stempel.
Ik, de Vader, bron van alle leven, nam het initiatief tot schepping en herschepping en vorm het beleid, Joh. 5:19-47; Ef. 1:3-14; 2 Kor. 4:6.
Ik, de Zoon, ben het Woord, door Wie alles ontstond en bestaat, en voer de plannen van de Vader uit, Joh. 1:1-12; Ef. 2-3; Hebr. 1:1-4.
Ik, de Heilige Geest, rustte de baaierd toe met dingen, dieren en mensen, herschep ontaarde beelddragers en rust hen toe met geestesgaven tot eer van de Vader en de Zoon, Gen. 1:1-31; Hand. 2; 1 Kor. 12-14.

 

87. Wat verwacht U, Drie-enige, van ons?
Wij verwachten van u nederigheid en dank, liefde en lof, roeping en inzet, omdat u er bent uit en door Ons, voor en tot Ons, Rom. 11:36; Ef. 1:3-21.
Wij verwachten dat u onderling zo veel liefde en gemeenschapszin toont dat u de wereld begerig maakt te erkennen dat Ik, de Vader, mijn Zoon tot u gezonden heb, Joh. 17:20-23.
Wij verwachten dat u vertrouwt op onze hulp in zware tijden en meewerkt aan de komst van ons Koninkrijk van liefde, vrede en gerechtigheid, Ps. 72; Mat. 5-7; Rom. 13:1-10; 1 Pe. 2:1-10; Openb. 4-5.

 

88. Leren we, leraar, de HEER eerst als Schepper of eerst als Verlosser kennen?
In de inleiding van de Tien Woorden presenteert Hij zich eerst als “Jahweh, uw bevrijder “, Ex. 20:1, en bij het vierde gebod als uw Schepper, 20:11. Wie geboren wordt in de kring van gelovigen leert Hem meestal eerst kennen als Vader van Jezus Christus, zijn Verlosser en Schepper. Wie nog niet door het evangelie verlicht zijn, zoeken en tasten Gods grootheid af via zijn openbaring in de schepping, Rom. 1:20. Deze openbaring is voldoende om Hem te kennen zodat niemand kan zeggen: ‘ik heb nooit van u geweten’, Ps. 19; Rom. 1:20-21. Helaas vervallen velen tot afgoderij van het geschapene, 1:18-31. Daarom is het nodig dat wij de bijbel verspreiden en verkondigen om Hem echt te leren kennen, Ned. GeloofsBelijdenis (=NGB), art. 2.

 

88.1. Hoe is die volgorde bij God zelf?
In de orde van Gods werken en de tijd gaat de schepping vooraf aan de val van de ongehoorzame mens en volgt daarna zijn verlossing. De Vader zond de Zoon als tegenbeweging tegen Satans obstructie om de verbondsbreuk door zijn gehoorzaamheid te helen en een nieuw paradijs te scheppen, Mat. 1:21; Rom. 5-6; 1 Joh. 3:7-10; Openb. 21-22.
2. Zijn schepping en evolutie met elkaar te verenigen? (89-92)

 

89. Hoe rijmt u, leraar, de schepping met de leer dat alles uit zichzelf ontstond?
Die twee zijn niet met elkaar te rijmen. Wie gelooft dat alles uit zichzelf is voortgekomen met een oerknal als start, berooft de Almachtige van zijn glorie en schept de afgod ‘zelfontwikkeling’. Het evolutionisme is oud; volgens de Grieken ontstond alles uit zichzelf (= autochtonisme) uit de aarde; ook de goden, zelfs Zeus, de hoofdgod, kwamen vanzelf voort uit de aarde (= theogenisme). Dwars hiertegenover openbaart God ons dat Hij de Eeuwige is en de wereld uit niets (= ex nihilo) tot aanzijn riep en de mens als lemen pop de adem inblies zodat zijn doffe ogen gingen glanzen, Gen. 2:7. Niets ontstaat uit zichzelf, niets bestaat door zichzelf. Dit vraagt vertrouwen in en gehoorzaamheid aan Hem die ons dit meedeelt, Hebr. 11:1-3.

 

90. Is er dan ruimte voor de evolutie binnen de schepping?
Aantoonbaar is dat planten en dieren zich aanpassen binnen hun soort aan hun omgeving (= micro-evolutie). De natuur stoot vaak het mindere vaak af, het sterkere overleeft. Moeilijk te bewijzen uit het fossielenarchief is de overgang van de ene soort naar de andere (= macro-evolutie); hierbij spelen de vooronderstellingen van de onderzoeker een rol. Er zijn ook christen-biologen en -geologen die schepping en evolutie combineren (= theïstische evolutieleer). Het is aanmatigend te stellen dat de ontwikkeling van alles uit zichzelf is bewezen; het is veronderstelling. In de bijbel staat centraal Gods Koninkrijk van liefde, vrede en gerechtigheid contra Satans koninkrijk van haat, wanorde en onrecht, Mat. 13; 24. De mens kan slechter worden maar ook beter worden door wedergeboorte uit Gods liefde. De bijbel kent niet de leer dat de sterkste mens overleeft, maar wel dat wie in God gelooft sterkte ontvangt en eeuwig leeft. De Getrouwe buigt zich neer tot armen, helpt zwakken, zoekt afgedwaalden op en maakt wrakken heel. Wie de leer dat het sterkere overleeft toepast op de mens, vervalt in een ‘Übermensch’-theorie en racisme; het nazidom (1932-1945) beijverde zich minderwaardige rassen uit te roeien (sociaal darwinisme). Dit kan men Darwin niet verwijten maar werd wel afgeleid uit zijn evolutionisme.

 

91. Wat houdt Gods openbaring in Genesis één wel en wat niet in?
De Kunstenaar schiep de wereld uit het niets met een vaste orde en wetten, Gen. 1-2:4; Ps. 33:4-9; 119:89-96; Job. 38-39. De Getrouwe waarborgde de continuïteit daarvan, Gen. 9:21-22; Ps. 104:9; 111; Jer. 31:35-37. Hij rustte zijn beelddragers toe met eigenschappen, opgeslagen in zijn DNA met circa drie miljard bouwstenen, opdat hij een bekwame beheerder zou zijn van de schepping, Gen. 1:26-28; Ps. 8. De verleiding is de bijbel meer te laten zeggen dan deze zegt en daarin te leggen wat men er zelf in wil leggen. Men las daarin dat de zon om de aarde draaide, wat niet in de bijbel staat. Nicolaas Copernicus (1473-1543) leerde dat de aarde als ruimtelichaam om de zon draait; hij ging in tegen de gevestigde orde en moest om de brandstapel te ontlopen zijn standpunt herroepen; hij werd in 1633 veroordeeld tot levenslang huisarrest. In een soortgelijke fout vervalt de gevestigde orde, als deze de waan van het weten van de dag als dictaat oplegt aan de mensheid; daarom is voorzichtigheid geboden bij het lezen van de bijbel en bij het opperen van theorieën.

 

92. Leert de bijbel de toerusting van de aarde in zes dagen van 24 uur?
Volgens de tekst lopen de zes dagen van ochtend tot ochtend en zijn dus dagen van vierentwintig uur, Gen. 1:3-31, maar de zevende dag niet; deze heeft geen avond of ochtend, 2:1-4. De dagen die voor ons vierentwintig uur duren, kunnen voor de Schepper een seconde, minuut, een jaar, duizenden en miljoenen jaren geduurd hebben; voor Hem is een dag duizend jaar en duizend jaar als één dag, 1 Pe. 3:8. Onze maat is Gods maat niet, onze tijd is niet identiek met Gods eeuwigheid. Er blijft iets geheimzinnigs en naïefs in de openbaring van de scheppingsweek. Onze Schepper drukte in de werkweek van zes dagen plus rustdag een patroon op de mensheid. Het experiment van een tien-dagen-week is geen succes geworden, omdat deze dit ritme verstoorde. Dus leeft de mens het gelukkigst als hij Gods wijsheid in de orde van schepping en heil, in tijd en milieu, wet en gerechtigheid naar lichaam en ziel in acht neemt, Ps. 104; Job 38-39. Zijn daden in schepping, voorzienig bestel en verlossing geven blijk van Zijn goedheid en goedertierenheid, duurzaam bestel en trouw, gerechtigheid en wijsheid, Ps. 111; 136; Spr. 8-9.
3. Blijft God altijd voor zijn schepping zorgen? (93-98)

 

93. Hebben we de waarborg dat de HEER voor zijn schepping blijft zorgen?
Ja, Hij zegende in het verbond met Noach de aarde en beloofde de voortgang van de jaargetijden en daarmee ook van welzijn en economie, Gen. 8:20-9:1-17. De kleurrijke regenboog - teken van Gods trouw - maant ons geen angst te hebben dat de mensheid ten ondergaat voor de jongste dag. De Getrouwe vervult de wereld met zijn kracht, zorgt voor warmte, gas en olie, doet hemellichamen hun baan doorlopen en geeft de mens adem en voedsel, intelligentie en liefde. Niemand kan een vin verroeren of prestatie leveren zonder zijn kracht. Waar ondervoeding of honger heersen, schiet de mensheid als rentmeester tekort; velen zijn slachtoffers van oorlogshandelingen als gevolg van de kwalijke invloed van Satan, die de komst van Gods Koninkrijk tegenwerkt, Oef. 9.-10.

 

94. Hoe kan Hij, leraar, voor die multi-miljarden zorgen?
Wij beschikken over telefoon en televisie, email en web; ons oog en oor reiken heel ver in deze wereld als huiskamer; zo overziet de Alziende heel de wereld en doorgrondt Hij alle harten, Ps. 139. De alwetende Vader weet wat zijn kinderen nodig hebben en keert voor hen het kwade ten beste, Mat. 6:19-34; Rom. 8:28-38. De Almachtige beschikt ook over miljoenen engelen om mensen te behoeden en te helpen aan voedsel, Ps. 91; Mat. 13:42; 18:10. Zou het voor Hem die de wereld schiep een probleem zijn om voor miljarden te zorgen? Vgl. Jes. 40:12-31. Het probleem ligt bij het wanbeheer van ons als beheerders.

 

95. Gelooft u dat er niets geschiedt buiten de beschikking van onze Vader?
Ja, Hij regeert Kerk en wereld door zijn Zoon en zorgt vooral voor zijn kinderen. De onderhouding/regering kreeg de naam voorzienigheid of voorzienig bestel, vertaling van het Griekse pro-noia, voor-zorg. Op Isaaks vraag waar het offer was zei Abraham tot hem: “ God zal zelf wel in het offerdier voorzien, mijn zoon.”, Gen. 22:8a. God zorgde voor een ram als brandoffer in plaats van Isaak. Zo ver gaat zijn zorg dat Hij in onze diepste nood voorziet. “Als God voor ons is, wie zal er dan tegen ons zijn? Zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen heeft prijsgegeven, ons met Hem niet alle dingen schenken?”, Rom. 8:31b-32; Heid. Cat. Zondag 9.

 

96.-97. Wat is het kenmerk van het bijbels begrip ‘ voorzienigheid’?
Dit maakt onderscheid tussen de regerende God en de verantwoordelijke mens. De mens wordt nooit God. En God wordt nooit mens; ook bij zijn menswording bleef Jezus God. De Stoa, een school uit de Griekse wijsbegeerte, en Spinoza, een Nederlandse wijsgeer, vereenzelvigen God en mens (= pan-theïsme).
God de Vader regeert door zijn Zoon Jezus Christus als Heer over alle machthebbers, ook over Satan. Hij heeft zich bij de schepping niet teruggetrokken en het beloop aan de wereld aan de mens overgelaten. Hij voorzag als Betrokkene in onze diepste nood. Dit gaat in tegen de stroming volgens wel de Maker de wereld als een machine heeft opgedraaid en in eigen kracht laat aflopen; Hij bemoeit er zich verder niet meer mee (= deïsme). Verwant hiermee is de leer dat Hij alles in een reeks toevalligheden op zijn beloop laat (= epicurisme) of als tegendeel daarvan volgens het noodlot laat gebeuren (= fatalisme). De Albeheerser zit niet als toeschouwer op een bank bij de wedstrijd der volken in het wereldstadion te kijken hoe de spelers zich in het veld bewegen, maar regeert de wedstrijd volgens zijn plan.
De verbonds-God beloont het goede, straft het kwade en schakelt de bidder in de loop van het gebeuren in. De gehoorzame mag rekenen op zegen, al wordt hij ook vaak beproefd; de ongehoorzame op tegenslagen, al ontvangt deze soms zegen. Mensen kunnen door gebed en gehoorzaamheid de geschiedenis een gunstige en door ongehoorzaamheid een ongunstige wending geven, oef. 7.

 

98. Wat is de juiste antwoord op het bestel van onze hemelse Vader?
Dank: Hem komt de dankbaarheid toe voor zijn zorg en weldaden; uit, door en tot Hem zijn alle dingen, Ps. 18; Rom. 11:35. Geduld: we geven ons in tegenspoed geduldig over aan zijn leiding, ook bij ons protest en verzet tegen het begane onrecht, Luc. 22:39-53. Roeping: we vermenigvuldigen de naar onze bekwaamheid ons toevertrouwde talenten met het oog op eigen behoud en dat van anderen, Mat. 25:14-30. Vertrouwen: Hij voltooit zijn plan met ons, zijn Kerk en mensheid dwars tegen veler tegenwerking in, Heid. Cat. zo. 10, vr/ant.28.
4. Ziet u Christus’ hand in de geschiedenis van Europa? (99-108)

 

99. Welke hand had koning Christus in de komst van het christendom?
Keizer Constantijn verklaarde in 311 het christendom tot toegestane religie in het Romeinse rijk en maakte een einde aan vervolgingen. Al in 250 woonden er christenen in Trier, Reims en langs de Rijnlinie. Keizer Theodosius de Grote (346-395), sinds 392 alleenheerser, maakte het christendom tot staatsgodsdienst, beval tempels te sluiten en stelde op terugval in het heidendom de doodstraf. Hij riep in 381 het tweede concilie van Constantinopel bijeen dat de besluiten van het concilie van Nicea, 325, bekrachtigde. Geleidelijk werd het christendom de overheersende staatsreligie tot in 1789 de Franse revolutie daaraan een einde maakte. Christus heeft dit geregeerd maar keurde niet goed de door geweld gesteunde bekeringsmethoden en straffen tegen heidenen en de verplichte doop.

 

100.-101. Hoe bereikte Christus met zijn evangelie Nederland?
Hij zond Servatius (ca. 343-384), bisschop van Tongeren en Maastricht, medestander van Athanasius, naar het Zuiden, en Willibrord (658-739) naar het Westen en Midden onder bescherming van de Frankische keizer Martel. Wynfrith Bonifatius (ca. 673-754), afkomstig uit York, Zuid-West Engeland, ondernam een zendingsreis naar Friesland in 716, maar moest door politieke spanningen terugkeren. Hij was tijdelijk in Utrecht werkzaam, hielp Willibrord bij zijn zendingsarbeid en werd in 722 bisschop met als zetel Mainz. Bij een volgende zendingstocht werd hij in 754 bij Dokkum vermoord op een morgen waarop hij een aantal door hem gedoopte heidenen het vormsel zou bedienen. Zijn opvolger de Fries Liudger (742-809) moest wegens een opvlammende strijd vertrekken. Lebuïnus (Liafwin) stuitte in het Oosten op verzet van de Saksen die in 722 het kerkje in Deventer verwoestten. Vanwege de steun van de christelijke Franken kreeg de overgang naar het christendom in het Noorden en Oosten de schijn van verraad. Karel de Grote nam wraak op 4500 Saksen bij Verden aan de Aller in 782 en stelde de doodstraf op heidense gebruiken, op ongedoopt blijven en op geweld tegen de Kerk. Hoewel dit niet overeenstemde met de opdracht om met het geestelijk zwaard het evangelie te verbreiden, heeft Hij hier zijn Kerk geplant en tot op heden gehandhaafd.

 

102.-103. Hoe leidde koning Christus de Reformatie in de Nederlanden?
Hij gebruikte Prins Willem van Oranje (1533-1584), stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, om de opstand tegen koning Filips II van Spanje te leiden. Willem verzette zich heftig tegen diens plan om zijn ‘ketterse’ onderdanen te vervolgen en pleitte voor samenwerking en verdraagzaamheid tussen rooms-katholieken, luthersen, dopers en calvinisten. In 1590 deed Filips hem in de ban wat leidde tot herhaalde aanslagen tot hij in 1584 werd vermoord in Delft. Hij kreeg de naam Vader des vaderlands wegens zijn belangeloze toewijding aan de zaak van de Nederlanden en de grondlegging van de staat. Christus gebruikte Johannes Calvijn (1509-1564) om het stempel van ‘bijbelgetrouw christendom’ te zetten op (een groot deel van) het Nederlandse volk. De gedachtenis aan zijn vijfhonderdste geboortedag werd in 2009 in Nederland met vele boeken, plechtigheden en expositie in de dom van Dordrecht gevierd. Onze roeping is deze erfenis door te geven aan volgende generaties.

 

104.-105. Wat beoogt Christus met de komst van asielzoekers?
Hij zond in de zestiende eeuw vervolgde joden uit Spanje en Portugal en later uit Oost-Europa naar het verdraagzame, herbergzame Nederland. In onze tijd kwamen ook economische vluchtelingen, onder welke moslims en hindoes, zodat naar schatting er in 2050 vijf miljoen burgers wonen, die zelf of wier (groot)ouders uit het buitenland kwamen. Hij roept ons aan deze gewijzigde samengestelde bevolking het evangelie door te geven; we mogen onze talenten – erfdeel als opdracht - niet onder de grond stoppen maar dienen ermee woekeren voor het eeuwig welzijn van anderen en onszelf , Mat. 8:12; 21:33-43; 25:14-30; 1 Kor. 9:22-23.

 

106.-108. Hoe zijn in Christus’ strategie zijn en onze plannen verweven?
We noemen als voorbeeld Litouwen. Uit zijn geschiedenis blijkt hoe Hij Satans tegenzetten teniet doet en door zware beproevingen zijn Kerk in stand houdt.
Duitse kruisridders poogden de Esten en Baltische volken met geweld te kersten in circa 1200 vanuit Noord-Duitsland; deze poging mislukte. Koning Mingaudas nam na 1240 het christendom aan om de strijd met de kruisridders te vermijden en liet naast zijn burcht in Vilnius een kerkje bouwen op de plek waar heidense priesters hun eredienst hielden.
Deze brachten hem in 1263 om het leven en maakten het kerkje weer tot hun heiligdom. Pas in 1387 – meer dan een eeuw later – bekeerde opnieuw een koning, Logaila, zich tot het christendom . . . ter wille van een bruid en Poolse kroon en maakte de tempel weer tot kerk. Op haar plaats naast de burcht verrees later de Stanislova kathedraal, een basiliek met klokketoren. Vilnius heette later het Rome van het Noorden vanwege de vele barokke kerken in de binnenstad.
Het communistische regime bouwde de kathedraal in 1944 om tot concertzaal, maar gaf in 1988 deze terug, die prachtig werd gerestaureerd. De gesloopte burcht werd na 2001 herbouwd als teken van herleving.
5. Wat leert de islam over Gods schepping en voorzienigheid? (109-111)

 

109. Wat leert de koran over de schepping?
Allah, de Ene, Levende, op zich zelf bestaande, kan het als Behoefteloze zonder ons stellen, 2:263; 14:8; 69:6b. Het behaagde Hem hemel en aarde tot aanzijn te roepen in zes dagen om daarna vanaf zijn troon de wereld te regeren, s. 10:13. Hij stelde zon en maan tot lichten voor vaste tijden, 10:5, schiep de wereld door zijn Woord (= Kalam), 6:73, en is aan zijn tekenen te herkennen, 3:190; 10:4-6. Wie daarop niet let of niet hoopt op de ontmoeting met Hem en genoegen neemt met het tegenwoordige leven wacht de hel; godvrezende gaan naar de tuinen van gelukzaligheid om God te prijzen, 10:6-10.

 

110. Wat leert de koran over voorzienigheid?
Alles gebeurt volgens Allah’s beschikking; niemand is in staat ons van het leven te beroven zonder zijn wil. Voor ieder wezen heeft Hij een tijd vastgesteld om in deze wereld te leven en te sterven; niemand kan het moment van zijn sterven vervroegen; alles wat op aarde geschied is door Allah in een schrift al voor de schepping opgetekend, s. 57:22. Toch is de mens wel verantwoordelijk voor wat hij doet. Al zijn daden worden in een boek genoteerd. Degenen die naar de hemel gaan krijgen dit boek bij hun overlijden in de rechterhand; degenen die naar de hel gaan krijgen dit in de linkerhand. Het boek met de daden wordt op de weegschaal gelegd; goede daden wegen meer dan slechte daden; blijft de weegschaal in evenwicht dan beslist de Barmhartige, Oef. 49.

 

111. Zien moslims een opdracht in Allah’s voorzienig bestel?
Ja, een voorbeeld daarvan is de slag bij Badr. Mohammed trok met de zijnen op tegen het veel sterkere leger van Mekka, won de slag en wijt dit aan Gods hulp die hem engelen zond, s. 8:5-75l. Daarom komt Allah de eer toe; niet wij hebben hen gedood maar Allah heeft hen gedood, 8:17. Later gebruikte Mohammed dit voorbeeld om soldaten te bemoedigen in de strijd. Als Allah u bij Badr versterkt heeft met drieduizend neergezonden engelen, zal Hij u dan in een volgende strijd niet kunnen versterken met vijfduizend? , 3:122-125. Het vertrouwen op Allah is beslissend voor de overwinning in de strijd waarin het gaat om terreinwinst voor Hem, wiens profeet Mohammed is. De grote djihad is de innerlijke strijd tegen verleiding, de kleine djihad is de uiterlijke tegen ongelovigen. Sterven in de djihad geeft de beste garanties voor vergeving op de Oordeelsdag en het beërvan van het paradijs. De moslim nodigt ieder uit Allah te belijden en de islam als religie die overeenkomt met de natuur van de mens en die dicht bij het hart zit. Vele in Europa belandde moslims zien als Allah’s bestel om van Hem te getuigen en moskeeën en scholen te stichten, Oef. 13 tot 15.

 

Oefening: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8a | 8b