Oefening: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8a | 8b

 

Gesprekken II - Oefening 5 (74-84)

Hoe vertolken wij uw Woord naar Uw zin?

1.Gesprek als gebed. (74-75)

 

74. HEER, hoe lezen en vertolken wij de bijbel naar uw zin?
Ik leid u door dezelfde Geest, door Wie Ik profeten, apostelen en auteurs heb beademd, in de gehele waarheid van de beloften en hun vervulling.
Ik laat de regels van vroegere heilsperioden in een latere periode niet altijd meer gelden; Ik beëindigde Israëls isolement en schonk ook gelovigen uit de heidenen mijn Geest, Hand. 10-11.
Ik geef u ook licht over de zin van de bijbel door uitleggers en uit de gemeenschap der heiligen.

 

75. Wat verstaat de bijbel onder beademing met Gods Geest?
De HEER legde zijn gedachten en woorden in het hart en bewustzijn van profeten en apostelen, Ex. 4:15; vgl. Ex. 6-40; Num. 11; 22-23; Jer. 1. Zij moesten – vaak tegen hun wil - verkondigen wat Hij hun opdroeg. Theo-pneustie is het door God ( = theos) geademd worden en het resultaat daarvan in geademd zijn (pneuma = adem, geest), 2 Tim. 3:16; 1 Pe.1:10-12; 2 Pe. 1:18-21. De term ‘inspiratie (= inblazing)’ wordt ook gebruikt maar kreeg een algemene betekenis; daarom verdient theopneustie de voorkeur. De verscheidenheid van kleur hangt samen met de persoon en werkzaamheden van geroepenen; het gedreven worden van profeten verschilt van de leiding van evangelieschrijvers.
2. Wat betekent het dat de bijbelboeken canoniek zijn? (76-78 )

 

76. Wat zijn canonieke boeken en wat apocriefe?
Canon betekent rietstaf, meetsnoer, regel, lijst. Omdat vele boeken door inhoud en afkomst gezag uitstraalden, werden zij door synagoge en/of kerk erkend als echt, op een vaste lijst (= canon) geplaatst en tot richtsnoer voor het geloof en handelen genomen. Canoniek betekent dus echt, op een lijst geplaatst, gezaghebbend en maatgevend. Apocriefe boeken werden in de synagoge achteraf of verborgen gehouden (apo-kruphein = verbergen), omdat zij minder gezag uitstraalden of hun oorsprong en auteur onbekend waren. De term ‘apocrief’ werd toegespitst op Tobit, Judit, I en II Makkabeeën, Wijsheid en Wijsheid van Jezus Sirach, Baruch (secretaris van Jeremia), enige toevoegingen aan Esther en Daniël, het gebed van Manasse en 4 Ezra. Het concilie van Trente (1545-63) erkende ze als gezaghebbend in tweede lijn (= deutero-canoniek). De Kerk van de Reformatie nam de boeken op om hun nut en lering voorzover ze overeenkomen met de andere boeken, NGB a. 6.

 

77. Op welke gronden en naar welke criteria werden de boeken aanvaard?
De voornaamste grond is dat de God van het verbond eens en voor altijd gesproken heeft en zijn openbaring deed uitlopen op Christus’ komst. Daarom zijn de Vader en de Zoon de eigenlijke canon. Hij sprak -- en het geschiedde! Hij gebruikte voor het op schrift stellen van zijn woorden en daden een reeks geheiligde personen zoals Mozes en zijn helpers, priesters en profeten, de Twaalf en hun helpers. Als een profeet of apostel de auteur was, versterkte dit de urgentie tot opname. Omdat er meer wonderen geschied en meer boeken over de heilsgeschiedenis zijn geschreven dan ons ter ore of onder ogen zijn gekomen, is er onderscheid tussen de heilsgeschiedenis als de kwalitatieve vaste canon en het daarover geschrevene als de kwantitatieve, rekbare canon. De geschriften die wij ontvingen zijn voldoende om God en Jezus Christus kennen (= kwalitatieve canon); indien wij minder of meer boeken daarover zouden gehad hebben, zouden we wel minder of meer inzicht gehad hebben maar toch voldoende kennis van God en het eeuwig welzijn hebben bezeten.

 

77.1. Wat zijn de rafelige randen en inwendige grond?
Onder rafelige randen van de canon verstaan we de geschriften waarover in de kerken twijfel rees of zij opgenomen moesten worden zoals de brief (homilie?) aan de Hebreeën. Dat enige geschriften niet opgenomen zijn komt omdat zij inhoudelijk onvoldoende geloofwaardig waren (= autopistie). De Kerk schiep de canon niet – dat deed de Drie-enige – maar moest wel een oordeel geven over omstreden geschriften (‘randen’); de minderheid richtte zich soms naar de meerderheid. Hierbij speelt ook een rol de inwendige grond van de canon: de Heilige Geest in ons getuigt dat deze geschriften van God afkomstig zijn.

 

78. Waarom kwamen er andere evangeliën in omloop?
Sommigen vonden de beschrijving van Jezus’ jeugdjaren te beknopt en vulden dit aan met verhalen uit hun verbeelding. Anderen schreven werken onder de term evangelie met als pseudo-auteur een apostel om aan de bijbel vreemde gedachten in te voeren, veelal van gnostieke aard zoals het Thomasevangelie. Derden vonden dat de Kerk de eigenlijke waarheid heeft achtergehouden en kwamen met ‘onthullingen achteraf’ zoals de suggestie dat Jezus met Maria Magdalena een erotische verhouding gehad zou hebben of met haar getrouwd zou zijn geweest (vgl. de Da Vinci Code).
3. Wat zijn de regels voor de vertolking en prediking? (79-80)

 

79. Wat zijn de vuistregels om de bijbel zo goed mogelijk te vertolken?
Predikanten dienen de grondtekst te kunnen lezen om deze zo dicht mogelijk te benaderen en gaaf door te geven in de verkondiging. Alle gemeenteleden dienen zich door regelmatige lezing van de bijbel het geopenbaarde toe te eigenen.
De geschriften van de bijbel hebben hun eenheid in de HEER en zijn verbond met zijn volk en zijn heilsplan. Zij grijpen ook als schering en inslag op elkaar terug en zijn met elkaar verweven; daarom is de Schrift zijn eigen uitlegger.
Hij doet zijn heilsplan in etappes of bedelingen van zijn verbond verlopen, zodat Hij afspraken achterhaalt en niet alle geboden uit een vroegere periode in een volgende nog laat gelden, Hand. 10-11, 15.
Hij vervulde in het Tweede Testament het Eerste. Hij haalde het Eerste in en achterhaalde dit maar greep in het Tweede ook terug op het Eerste als de grondslag van zijn verbond en voorzegging. Het Tweede is verborgen in en berust op het Eerste, dat open gaat in de vervulling in het Tweede. Daarom blijft het Eerste Testament gelden voor de gemeente van het nieuwe verbond.
Hij heeft zijn verbondsboeken toevertrouwd aan zijn gemeente zodat wij alleen met alle heiligen de rijkdom van zijn liefde en openbaring verstaan, Ef. 3:21-24. Deze regel remt de eigenzinnige lezing en dwaling, individualisme van enkeling en groep en sektarisme af.

 

80. Wat zijn vuistregels voor de verkondigers als herauten van de Koning?
Zij kondigen zijn komst plechtig en feestelijk, verstaanbaar naar inhoud en voor iedereen goed hoorbaar af.
Zij treden als dienaren op namens hun zender met een geestelijk gezag.
Zij houden zich trouw aan zijn Woord naar hun afgelegde ambtsbeloften.
Zij hebben en tonen als herders van de Goede Herder hart voor Zijn kudde.
Zij kondigen af als sleuteldragers dat de Koning zelf de deuren van zijn Paleis opent voor hen die zich bekeren en deze sluit voor verharden.
4. Wat is het verschil tussen de bijbel en de koran? (81-84)

 

81. Wat is de koran en wat betekent deze voor moslims?
Koran (= oplezing, reciet) en overlevering (= soenna) nemen in de islam een gezaghebbende plaats in. De Koran in de Arabische tekst is voor moslims Woord van God, dat de engel Gabriël voordroeg aan Mohammed uit een hemelse oerkoran. Kinderen leren belangrijke teksten op school uit hun hoofd of leren deze helemaal, soms zonder deze te begrijpen. De secretaris van Mohammed schreef niet alle openbaring op. Volgens een traditie gaat de huidige korantekst terug op initiatieven van de eerste drie kaliefen (= opvolgers van Mohammed), Abu Bakr (632-634), Oeman (634-644) en Oethman (644-656).

 

82. Wat verenigt en scheidt christenen en moslims rondom Bijbel en Koran?
Moslims beschouwen de Taura (Torah, OT?) en het Indjiel (Evangelie, NT?) als heilige boeken en Woord van God, terwijl elk boek daarvan het voorafgaande bevestigt. Mohammed was er aanvankelijk van overtuigd dat hij hetzelfde verkondigde als Mozes, de profeten en Jezus Christus. Volgens heel wat teksten in de Koran bevestigt het neergezondene in de Koran het neergezondene in de Bijbel, 2:38,40, 43,53; 3:3,4, en is er geen onderscheid tussen Gods gezanten, 2:285; 3:84. We nemen van deze teksten met blijdschap kennis als pijlers voor bruggen tot elkaar, maar houden ook rekening met het verschil in toon van teksten uit de periode in Mekka, toen Mohammed worstelde om aanvaard te worden, en in Mekka toen hij zelfverzekerd zijn religie met het zwaard ging verspreiden en allerlei teksten herriep (‘de afschaffer van het afgeschafte’). De aanvankelijke welwillendheid tegenover joden en christenen ging toen over in bestrijding van mensen van het boek, s. 2:109-114; 2:193; 9:29.

 

82.1 Wanneer en waarom ontstond er verkoeling?
Dat geschiedde, toen bleek dat er toch heel wat verschillen bestonden tussen bijbel en koran. Moslims gaven daarvan als verklaring dat joden en christenen in hun editie van het neergezondene wijzigingen hadden aangebracht of gedeelten daaraan hadden toegevoegd, 2:75-78. Moslims houden de Koran voor betrouwbaar, de bijbel voor minder betrouwbaar; zij geloven dat het neergezondene in Tora en Evangelie door Allah is opgenomen in de Koran (‘vervangingsleer) en Mohammed het zegel van de profeten is. ‘Mohammed is de vader van geen enkele man uit uw midden, maar hij is Gods gezant en het zegel van de profeten. En God is alwetend.”, s. 33:40. Omdat alles al opgenomen is in de koran, achtten moslims het niet nodig de bijbel te lezen en was het voor hen moeilijk om op de hoogte te komen van de inhoud daarvan.. Deze werd en wordt – helaas - door weinigen gelezen. Het blijft daarom nodig moslims ervan te overtuigen dat de bijbel betrouwbaar is en Jezus Christus daarin een sleutelpositie inneemt.

 

82.2. Wat betekent de leer van de afschaffer en het afgeschafte?
Dit houdt in dat, als een nieuwere tekst in de Koran strijdig is met een daaraan chronologisch voorafgaand vers, de nieuwere tekst vanzelf de oudere opheft als van nul en generlei waarde. “Welk teken wij ook afschaffen of doen vergeten, Wij komen met iets beters of dienovereenkomstigs. Weet u niet dat God almachtig is?”, s. 2:106. Er is een geleerde die in zijn boek Al-Nasikh wal-Mansoukh (= De Afschaffer en het afgeschafte) alle teksten is nagegaan en tot de conclusie komt dat er slechts 43 soera’s zijn die door dit begrip niet getroffen worden. Vandaar dat een beroep op de Mekkateksten door velen van twijfelachtige waarde wordt gehouden.

 

83. Is de bijbel betrouwbaar overgeleverd?
In 1947 werden in de grotten van Qumran aan de kust van de Dode zee een groot aantal handschriften gevonden uit de eerste eeuw n. C. , waaronder de volledige tekst van Jesaja en fragmenten van anderen boeken van het OT. Tot de tijd van deze ontdekking dateerden de oudste handschriften van het OT uit de tiende eeuw na C. Uit deze handschriften bleek hoe nauwkeurig de boeken van het OT over die duizend jaar zijn overgeleverd. Van het NT zijn er handschriften uit de vierde en vijfde eeuw beschikbaar. De bewering dat christenen in oorspronkelijke teksten verandering hebben aangebracht is volstrekt zonder enige grond. De oplossing voor de geschillen van de inhoud de tussen Koran en Bijbel moet gezocht worden in het gehalte van de (mondelinge) bronnen waaruit Mohammed heeft geput.

 

84. Wat is onze opdracht in een geïntegreerde samenleving?
Wil een samenleving optimaal functioneren dan dienen mensen terdege op de hoogte te zijn van de bronnen waaruit hun naaste in dezelfde straat, dorp of stad zijn krachten put. Om analfabetisme van geestelijke bronnen te boven te komen verdient het aanbeveling dat leraren op alle scholen – ook op de openbare school - centrale passages uit Bijbel en Koran gaan behandelen. De verwijzingen naar de bijbel in de koran stimuleren christenen en moslims tot het lezen van bijbel en koran en het vormen van gespreksgroepen om een optimale communicatie te bereiken en struikelblokken in de omgang uit de weg te ruimen. Een belangrijk thema kan zijn: Vertoont Allah als Barmhartige Ontfermer overeenkomst met de Vader van Jezus Christus?

 

Oefening: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8a | 8b