Oefening: 47 | 48 | 49 | 50

 

Gesprekken II - Oefening 49 (1036-1056)

Waat doet U als U terugkeert in heerlijkheid?

1. Gesprek als gebed. (1036-1037)

 

1036. Hoe kunnen we, Heer Jezus, zeker weten dat U terugkeert?
Ik vervul de voorzeggingen van mijn komst in heil en gericht, Mi. 5; Jes. 11; 24; Dan. 7:11-14; Mal. 3.
Ik kondigde u mijn terugkeer en aller opstanding aan, Mat. 24-25; Joh. 5:28-29; Hand. 10:34-43; 1 Kor. 15.
Mijn Vader stuurde engelen om de getuigen van mijn vertrek te te verzekeren van mijn terugkeer, Hand. 1:10-11.
Ik verzeker u door Woord en Geest van mijn zichtbare komst, 1 Kor. 16:22; 2 Pe. 3:8-13; Openb. 3:11-13; 22:7-21.

 

1036.1. Hoe wilt U dat wij uw komst in heerlijkheid verwachten?
Verricht trouw uw cultuurtaak als aardbewoner, Gen. 1:26-28.
Laat u niet bevangen door een roes over geld, loopbaan of datum van mijn terugkeer, Mat. 24:34-52; 2 Tes. 2-3.
Zie vol verwachting uit naar Mij, uw Bruidegom, en wijd u Mij toe in handel en wandel, Mi. 6:6-8; Gal. 2:20; Ef. 5:1-20; 2 Pe. 3:11.
Neem afstand van deze wereld en getuig van Mij, Mat. 24:32-52; 28:18-20; 1 Kor. 7:29-35; 1 Joh. 2:15-17; 20-28.

 

1036.2. Waarom zei U ‘spoedig’ te komen en wacht U al 2000 jaar?
Ik werk dagelijks met kracht en haast toe naar de slotfase en klop ook op uw deur, Mat. 24:32-36; Openb. 3:11-13; 3:19-21.
Ik stel uw geduld op de proef, omdat Ik wil dat allen tot inkeer komen, die de Vader Mij geeft, Mat. 11:20-30; 2 Pe. 3:9.
Ik beleef de voortgang van de tijd anders, omdat duizend jaren voor Mij zijn als één dag, en één dag als duizend jaar, 2 Pe. 3:8-13.

 

1037. Kunnen wij, Komende, uw komst bespoedigen?
Ja, dat doet u door Mij in uw wandel te behagen en het evangelie door te geven, Mat. 24:14; 2 Pe. 3:12b (‘bespoedig zijn komst’).
Ik schakel u in mijn heilsplan in als gezondenen, Hand. 10-11. Raak, als Ik mensen scheid, niet in paniek, maar hef blij uw hoofd omhoog, uw verlossing is nabij, Mat. 24:32-44; Luc. 21:27-28.
2. Is Jezus’ wederkomst symbool, verbeelding of feit? (1038-1039)

 

1038. Zal Jezus’ terugkeer als feit zichtbaar plaats vinden?
Ja, Jezus zegt zelf dat alle stammen zich van ontzetting op de borst slaan, als ze de Mensenzoon zien komen op de wolken, bekleed met macht en grote luister, Mat. 24:30; Dan. 7:13. Namens de Vader berichtten engelen zijn zichtbare terugkeer aan de apostelen. “Deze Jezus die van u weggenomen en in de hemel opgenomen is, zal op dezelfde manier terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan.”, Hand. 1:10-11. Volgens Johannes zullen ook tegenstanders Hem zien. “Zie Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem aanschouwen, ook zij die Hem doorstoken hebben, en alle stammen op aarde zullen weeklagen, beslist waar! (= ja, amen).”, Openb. 1:7; Zach. 12:9-14; Joh. 19:37. Wie meent dat de wederkomst verbeelding is, koestert ongeloof of veronachtzaamt de geschiedenis als reeks heilsfeiten. 1)

 

1038.1. Is de locatie van de terugkeer bekend?
Volgens niet weinigen zal de Olijfberg, waar Jezus vaak vertoefde, in het einde weer een rol spelen; de startplaats van de hemelvaart zou ook (start)plaats voor Christus’ gerechtshof zijn op grond van de tekst dat de HEER op de gerichtsdag zijn voet op de Olijfberg zet en intocht houdt met alle heiligen, Zach. 14:4-5. Nu is het waar dat de HEER profetieën veelvuldig vervult, maar deze tekst biedt voor dit beroep geen duidelijke aanwijzing. 2)

 

1039. Waarom gaat dit gepaard met gejammer?
Velen raken onder de indruk van de verheerlijkte Zoon, verduisterde zon en maan, vallende sterren en aardbevingen en worden zich bewust van hun zonden, Mat. 24:29-30. Medewerkers aan Jezus’ dood voelen ontzet en verschrikt hun geweten branden of gaan van smart en spijt nederig om ontferming bidden, Zach. 12:10; Mat. 26:64; Joh. 19:37; Openb. 1:7. Bij Jezus’ sterven werd het hele land donker, Mat. 27:45, bij zijn opstanding schudde de aarde hevig, Mat. 28:2, bij het eindgericht worstelt de geschrokken kosmos 3) mee met de wereldbewoners, Jes. 13; 24; 34:4; Joël 2:10; 2 Pe. 3:12.
3. Is er een opstanding van alle mensen? (1040-1042)

 

1040. Verkondigt de profeet Daniël de verrijzenis van goddelozen?
Ja, in een visioen. Hij zag iemand als een Mensenzoon, aan wie de Eeuwige de heerschappij over de koninkrijken verleende, Dan. 7. In dat tijdperk verhief koning Antioches IV Epifanes van Syrië, die vele rechtvaardigen vermoordde, zich als een godheid; hij ontwijdde tussen 168 en 164 de tempel in Jeruzalem, 7:25; 12:29-45. God komt dan zijn verdrukte volk te hulp door de engel Michaël. “Want het zal een tijd van nood zijn zoals nog niet eerder voorgekomen zolang er volken bestaan; maar al degenen van uw volk die in het boek staan opgetekend zullen worden gered. En velen van hen die slapen in het land van het stof zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om de vernedering van een eeuwige schande te ondervinden.”, 12:1b en 2; vgl. Openb. 6:9-11; 20:4-6. Dit tweeledig ontwaken wijst heen naar de tweeërlei bestemming. 4) Heiligen zullen met Hem regeren, Dan. 7:27; Openb. 5:10; 20:11-15.

 

1041. Wat zei onze Heer zelf over de tweevoudige opstanding?
Verblinde leiders namen Jezus kwalijk dat Hij iemand op de sabbat genas en nog meer dat Hij zich met God gelijk stelde, Joh. 5:17-18. Daarop deed Hij hen nog meer versteld staan door mee te delen dat Hij miljarden zal opwekken en over allen zal oordelen. “Wees daar niet verwonderd over; er komt een uur waarop allen die in het graf liggen zijn stem zullen horen en eruit zullen komen; wie goed gedaan hebben, tot de opstanding ten leven (eis anastasin dzoès); wie kwaad gedaan hebben tot de opstanding ten oordeel (eis anastasin kriseoos).”, Joh. 5:28-29. Dit is een duidelijk getuigenis over de tweeërlei opstanding.5)

 

1042. Welke kwaliteiten heeft het nieuwe lichaam?
Dit lichaam heeft dezelfde persoon als drager; want de her-schepping is geen tweede schepping. Prototype daarvan is het lichaam van onze verrezen Heer, Mat. 28:1-10; Joh. 20-21; Hij was als verheerlijkte anders en toch identiek met de vroegere leermeester en herkenbaar aan tekenen; Luc. 24:13-35, 35-53; Joh. 20:24-29; Hand. 1:1-11; 1 Kor. 15:1-59.
Verrezenen hebben een onvergankelijk lichaam. Zij kennen geen ziekte, gebreken of dood. Achterhaald zijn de spijsvertering als bestaansnoodzaak en de drang tot voortplanting, Mat. 22:23-33; 1 Kor. 6:13; 15:1-59. Zij herkennen bekenden zoals de vijfhonderd getuigen die in Opgestane de zoon van Maria herkenden, 1 Kor. 15:6. Ook de onrechtvaardigen staan op maar zij ontberen Gods gemeenschap in de vuurpoel, Openb. 20:15.
4. Wat is de functie van engelen bij het eindgericht? (1043)

 

1043. Waarom vergezellen engelen de verheerlijkte Jezus?
Zij huldigen Hem en voeren zijn instructies uit. In Getsemane vroeg Jezus niet om hun assistentie, omdat Hij zijn opdracht gehoorzaam wilde uitvoeren, Mat. 26:22; zijn Vader zond hem een engel om hem kracht te geven, Luc. 22:43. Bij zijn terugkeer geeft de Vader Hem legioenen engelen mee om miljarden mensen te verzamelen en Hem bij te staan bij hun berechting.

 

1043.1. Welke opdrachten voeren de engelen bij de voleinding uit?
Zij verzamelen uit alle windstreken verrezen mensen, die begraven, in urnen verzameld of op velden of zee uitgestrooid waren.
Zij brengen uitverkorenen als de kinderen van zijn Koninkrijk naar de rechterzijde van zijn Rechterstoel om hen te doen schitteren als sterren, Dan. 12:3; Mat. 13:43; 25:46; 2 Tes. 1:3-5, en deel te nemen aan de rechtspraak, ook over engelen, Mat. 18:28; 1 Kor. 6:3.
Zij brengen Satans kinderen naar zijn linkerzijde en werpen hen na het uitgesproken vonnis in de vuuroven, jammerend om hun lijden, tandenknarsend van wroeging over hun falen, Mat. 7:23;13:41-43; 18:8; 24:52; 2 Tes. 1:8-10.
5. Naar welke maatstaf beoordeelt en beloont Hij ons? (1044-1045)

 

1044. Welke rol speelt het boek van het leven in het eindoordeel?
Hierin waarborgt God de uitverkorenen vrijspraak van zonden, eeuwig leven en loon voor hun inzet, Joh. 3:16-21; 5:25-31; 2 Tim. 4:8. Hij ontfermt zich over hen wier namen staan in het boek des levens (= biblion tès dzoès), Openb. 20:12b. Veelvuldig komt dit troostboek van Gods welbehagen ter sprake. Mozes bood de HEER edelmoedig aan: ‘schrap mij uit het levensboek, indien U het volk geen vergiffenis wil schenken.’, Ex. 32:32-34.
Een dichter bad, verontwaardigd over trouweloze vrienden, of God hun namen uit het levensboek wil schrappen, Ps. 69:29; Hand 1:20 (Judas). Jesaja weet zich getroost dat God hen redt, wier namen bij de levenden staan opgeschreven, Jes. 4:3; 6:13 (‘een heilig zaad, een rest’). Daniël vermeldt de lijst van uitverkorenen die God redt op de oordeelsdag, Dan. 12:1c. Paulus prijst om hun inzet Clemens en zijn medewerkers, wier namen in het boek des levens staan, Fil. 4:3.

 

1044.1. Op grond waarvan oordeelt en beloont de Rechter ons?
Hij beoordeelt ieder naar zijn levensloop uit dossiers of boeken 6), Dan. 7:10b; Openb. 20:12.
. Hij beloont ieder naar zijn deugden. Hij beloofde de ingang in zijn Koninkrijk aan de hoofdman (centurio), die Hem vol geloof te hulp riep voor zijn verlamde kind, Mat. 8:5-13. Hij beloont hen die leven uit zijn beloften en bekroont hun inzet, Joh. 12:1-8; 13:1-16; 15:9-17; 1 Joh. 4; 2; Hebr. 11; 2 Pe. 1:3-11.
. Hij beoordeelt ons ook naar onze woorden en daden. Hij belijdt ons voor de Vader als wij voor Hem uitkomen en verloochent ons, als wij partij kiezen tegen Hem, Mat. 10:32-33; 12:22-37. Hij rechtvaardigt de daders van het woord, Mat. 7:13-23; 16:27; 25:31-46; Jac. 2:14-26; Openb. 2:23. Hij geeft trouwe werkers, die er talenten bij verdienden, hoge posities, Mat. 25:14-22. ”Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon breng Ik mee, om ieder te vergelden naar zijn daden!”, Openb. 22:12.
. Hij betrekt ook de relatie werkgever en werknemer in het eeuwig loon. Hij verwacht dat christenen Gods wil volbrengen in hun beroep, Ef. 6:3-9; Kol. 3:22-25. Niemand mag ‘bazen’ naar de ogen zien en dient zich in te zetten voor de Werkgever, die hem in de hemel beloont en onrechtbedrijvers hun wanpraktijken terugbetaalt. De Komende zet directies, overheden en balansen onder druk.

 

1044.2. Wat leert Jezus over loonverschillen en brokkenmakers?
. Hij geeft de waarde van het ter wille van Hem geofferde en prijsgegeven bezit, verwanten en geliefden vele malen meer terug, Mat. 19:27-30; Mc. 10:29-31.
. Hij is vrijmachtig om èn vroeg aangenomen èn laat aangenomen werkers evenveel uit te betalen en de regel te doorbreken dat wie zich langer en meer inzet ook hoger loon ontvangt, Mat 20:1-16. Als wij alles doen wat Hij ons opdraagt, doen we enkel onze plicht, Luc. 17:9-10. Wat wij zijn en doen is vrucht van genade, Ef. 2:4-10.
. Hij brengt matig geslaagde werken, minder gave vruchten en wanprestaties van brokkenmakers aan het licht en maakt uit wat ieders werk waard is, 1 Kor. 3:19-17. Hij beloont de medewerker, die bouwend op het goede fundament degelijk werk levert, en geeft een ‘uitbrander’ aan hem die werk van minder kwaliteit levert, al redt Hij hem als door vuur heen, 3:15.

 

1045. Hoe oordeelt Hij over hen die van Hem nog nooit hoorden?
Hij beoordeelt onbereikten naar hun instemming met of afwijzing van zijn ‘algemene’ openbaring in hart, verstand en geweten (= ingeschapen Godskennis), schepping en geschiedenis, Ps. 19; 104; Hand. 17:22-34. Hij neemt niet iedereen op in zijn Koninkrijk, ‘vernietst’ niemand en geeft niemand bekeringskansen na dit leven, maar laat wel zijn verzoeningsoffer met terugwerkende kracht gelden voor gelovigen in het oude verbond. Hij is bevoegd om rechtvaardigen uit de volken, die zorgvuldig naar hun geweten leefden te begenadigen, Gen. 14:17-20, op grond van zijn offer, al blijft ieder beneden de maat van zijn eis, Rom. 1:18-3:20.

 

1045.1. Wat is ons aandeel bij het binnenhalen van de oogst?
Diep bewogen met de schare, geplaagd en gebroken als schapen zonder herder, Mat. 9:35-36, bindt Jezus ons op het hart ons ter beschikking te stellen. “Vraag dus de Eigenaar van de oogst om arbeiders in te zetten voor zijn oogst”, Mat. 9: 38. Laten wij onbereikten in eigen omgeving de tijding van eeuwig behoud doorgeven; belijders dienen te zijn een licht voor de volken, Ps. 49:6b; Hand. 13:47; Ps. 96:3. Zoals de Vader zijn Zoon gezonden heeft en de Zoon zijn apostelen, zo zendt de Heilige Geest zijn kerk in de wereld, Joh. 20:21; Hand. 13:48-52; Rom. 10:14-21.
6. Over wie velt Jezus een uiterst afwijzend oordeel? (1046-1047)

 

1046. Welke categorieën vallen onder Jezus’ veroordeling?
Hij bestraft schijnvrome schriftkenners (1); hen die zwakken misleiden en onrecht bedrijven (2); hartenlozen (3) en afvalligen (4).

 

1046.1. Wat zijn verharde schriftkenners?
Onder de farizeeën (= verfijnden, afgescheidenen) en priesters waren velen gesteld op eer, rijkdom en vertoon, Mat. 23; Luc. 20:45-47.
Zij hoorden het bericht over Jezus’ komst maar aanbaden Hem niet, Mat. 2. Zij schreven Jezus’ wonderen willens en wetens toe aan Satan, Mat. 12:22-37; Joh. 8:31-59. God geeft hun een strenger vonnis dan anderen, Luc. 20:47b. Hij schenkt hen die Hem bewust lasterden zelfs geen vergeving in eeuwigheid, Mat.12:31,37; Joh. 7:32-36; 8:59; 19:7. Velen verhardden zich na de uitstorting van zijn Geest, Hand. 2, stenigden Stefanus, Hand. 7, en bedreigden Paulus met de dood, Hand. 9:19-14; 13:41-52; 17:1-15; 21-28; 1 Tes. 2:14-16. Wie opgevoed is in de verbondskring maar niet uit het evangelie leeft, krijgt het zwaar te verduren op de oordeelsdag.

 

1046.2. Wat en wie zijn zaaiers van onkruid?
Zij zaaien ongeloof en haat tussen het door Jezus’ dienaren gezaaide zaad en kweken Satans kinderen, Mat. 13:24-30. Zij veroorzaken veler val (skandalon), bedrijven onrecht en trekken de minder weerbaren of ‘kleinen’ mee in de richting van de hel, Mat. 13:41; 18:6-7. Zij brengen als verleiders in de gestalte van engelen van het licht een kerkverwoestende dwaalleer, 2 Kor. 11:13; Gal. 1. Jezus stelt de kinderen van de boze tegenover die van Gods Koninkrijk, Mat. 13:24-30; 36-43. Wij dienen hen te verdragen tot de dag dat Hij hen in de oogsttijd tussen rechtvaardigen laat uithalen en in de vuuroven werpen, Mat. 13:42; 13:50.

 

1046.3. Wat zijn hartelozen met oogkleppen?
Zij zijn zelfgenoegzaam en hebben geen oog voor barmhartigheid. Zij verrijken zichzelf maar helpen geen hongerende en dorstige mensen, vreemdelingen en behoeftigen, zieken en gevangenen, Mat. 25:15-45; Luc. 16:19-31. De Rechter veroordeelt hen: “Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen.”, 25:41.

 

1046.4. Wat zijn afvalligen van het geloof?
Zij raken in Satans greep zoals Judas 7), de zoon van het verderf (ho huios tès apoleias), Joh. 17:12; Hand. 1:15-20. Zij zuigen gemeenteleden mee in hun val, Mat. 24:3-13. Zij die Gods Zoon ‘opnieuw kruisigen’ bereiken een verhardingsstadium, waaruit ommekeer onmogelijk is; zij zijn de vervloeking nabij, Mat. 13:13; Hebr. 6:4-8; 10:26-31. Wat is het vreselijk om als afvalligen in de handen van de Heilige te vallen, Hebr. 10:31. Buiten zijn Koninkrijk blijven allen die de leugen liefhebben en daarnaar handelen, Openb. 22:15b.
Christus roept louwe en onverschillige gemeenten op het hellende vlak naar de verharding te schuwen en herstelkansen aan te grijpen door bekering. “Wie Ik liefheb, die bestraf en tuchtig Ik. Vooruit, aan het werk, bekeer u! Ik sta voor de deur en Ik klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en we zullen met elkaar aan tafel gaan.”, Openb. 3:19-20.

 

1047. Wat is Bunyans boodschap over kronkelwegen naar de hel?
De ketellapper en prediker John Bunyan (1628-1688), beroemd door De pelgrimsreis 8), hoorde als onbekeerde een stem bij het spel katknuppelen. ‘Wilt u met uw zonden breken en naar de hemel gaan of aan uw zonden vasthouden en naar de hel gaan?’ Sinds die dag drong hij, diep doordrongen van de ernst van verdoemenis en zaligheid, bij ieder aan op snelle aanvaarding van het evangelie; weigeren kan via het hellende vlak leiden tot afstomping en uitmonden in verharding. Mooiprater wuift de ernst weg; Fatsoen vindt zich goed genoeg; Wereldwijze verwerpt alles als fabels. De Gehoorzame reist via de enge poort naar de eeuwige stad. “Hoe nauw is de poort en hoe smal de weg die naar het leven leidt; er zijn maar weinigen die deze vinden.”,Mat. 7:14; vgl. Luc. 13:24.
7. Wat is de verdoemenis? Zijn er andere opties? (1048-1053)

 

1048. Wat is de staat of toestand van de hel?
Verharden plukken als wrange vrucht daarvan het gemis van Gods liefderijke gemeenschap, Luc. 12:5; 16:24; 2 Tes. 1:9b. De bijbel drukt dit uit in de beelden van vuur vanwege de pijn, Mat. 13:42a; 18:18b, 9 (‘eeuwige vuur’); duisternis vanwege verlating door God en mens, Mat. 8:12 (‘uiterste duisternis’); en knarsing der tanden vanwege de wroeging over falen, Mat. 8:12b; 13:42b en 50b (‘gejammer en tandengeknars’). Jezus waarschuwt vaak, indringend voor de hel, Mat. 5:30; 7:13-23; 8:12; 10:28; 12:31; Marc. 9:47-48 Luc. 12:5,10; 16:19-31. Verdoemden brengen de tweede dood door in gezelschap van de overwonnen vijand, Openb. 20:11-15.

 

1048.1. Wie stellen de hel voor als loutering?
De christen-wijsgeer Origenes (ca. 185-254) leerde het herstel van mens, satan en demonen door loutering. De mens zou vóór zijn bestaan op aarde (= preëxistentie) in zonde gevallen zijn en als straf in een lichaam geplaatst zijn.
God zou door Christus alles en allen doen terugkeren tot de oorspronkelijke toestand; val en terugkeer kunnen zich herhalen. Dit alherstel door loutering kreeg de naam apo-katastasis pantoon. 9) - De kerk wees deze leer af. De lichamelijkheid is geen straf voor een val in een voor-tijdelijke bestaan. Christus kwam om ons van de mensenmoordenaar te verlossen en niet om Satan zelf te verlossen. Val en verlossing zijn niet herhaalbaar. Ook Petrus ziet tijden komen van wederherstelling van alle dingen, Hand. 3:21 (achri chronoon apo-katasteoos pantoon) maar dringt bij zijn hoorders aan op ommekeer om er deel aan te krijgen, Hand. 3:18-26.

 

1048.2. Heeft de leer van de hel-op-termijn bijbelse gronden?
De piëtist J.A. Bengel (1687-1752) leerde dat de Barmhartige de hel opheft en de bedeling (= dispensatie) van straf afwisselt door die van herstel. Zijn leerling Fr. Chr. Oetinger (1702-1782) werkte dit nader uit. In kringen van piëtisten in Würtemberg gold het behoud van allen als centrale leer. In deze lijn hoopten Johann C. Blumhardt (1805-1880 en zijn zoon Christoph (1842-1919) dat Jezus alle voor zich wint.10) K. Barth, door hen beïnvloed, neigde tot de alverzoeningstheorie, al had hij reserves. 10) J. Moltmann nam resoluut het herstel aan van alle goddelozen; wat zullen we blij zijn als we Satan en Stalin ontmoeten. 11) – Het is waar dat Christus als Heer over allen zijn voet zet op zijn vijanden en zij zich voor Hem buigen, Ps. 91; 110:1; Rom. 16:20; 1 Kor. 15:25-28; Fil. 2:9-11; Kol. 1:12-20; Hebr. 1:13, maar nergens lezen we dat Hij hen bekeert en voegt bij de rechtvaardigen. De wens van hun ommekeer loopt uit op een desillusie. De Kerk leert de eeuwige scheiding van goddelozen van God, Augsburgse confessie, art. 17; Heid. Cat. zo. 19; vr. en antw. 52; Kat. Kath. Kerk p. 147, 222.

 

1049. Wat is ‘vernietsing’ van Satan en goddelozen?
Volgens deze leer worden mensen op voorwaarde van geloof onsterfelijk (= conditionele onsterfelijkheid). Hun straf is eeuwige afwezigheid: een bestaan in foto’s. Volgens Jehovagetuigen verteert God goddelozen tot niets. 12) Een variant hiervan is dat Jezus bij de opstanding mensen nog eens voor de keuze stelt: ‘kies eeuwig leven of verdwijn anders voor goed uit mijn ogen in het niets!’

 

1049.1. Is de leer van de vernietsing bijbels?
Waar is dat de HEER goddelozen tot kaf maakt en wortel noch tak van hen overlaat, Mal. 3:19, maar zijn tijdelijke gerichten verwijzen naar het eindgericht, Mal. 3:23; Jes. 24. Jezus leert niet dat de straf van onrechtvaardigen is dat zij na hun dood alleen nog voorkomen in een fotoalbum of archieven. Hij dringt er bij volgelingen op aan liever hun hand, oog of lichaam te offeren dan door Hem te verloochenen in het eeuwige vuur geworpen te worden, Mat. 10:28; 18:1-9. Welke zin hebben zijn vermaningen om door de nauwe deur van een zorgvuldige levenswandel Gods Koninkrijk binnen te gaan, als verharden helemaal niet stuiten op gesloten deuren? Zou Jezus ooit zo indringend gewaarschuwd hebben voor gejammer, als goddelozen vergaan tot rook en damp? Hoe kan Hij verharden eeuwig hun laster toerekenen, als zij alleen in plakboeken blijven bestaan?, Mat. 12:31-32; Luc. 13:22-30.

 

1050. Paste Jezus zich aan voorstellingen van tijdgenoten aan?
We komen de mening tegen dat Jezus termen als paradijs, onderwereld (hades) en gehenna (hel) overgenomen zou hebben als toenmalige voorstellingen, die we moeten ontdoen van het joodse kleed. 13) Wie kan nog geloven in een God die eeuwig tegen een eindig schepsel toornt?
- Nu is het bij het wereldbeeld-in-drie-dekken nodig correcties aan te brengen, maar bij het godsbeeld en de heilsfeiten ligt dit anders. Wie Gods toorn schrapt om alleen liefde over te houden, tast het bijbels godsbeeld en Hem zelf aan, Mat. 7:23; 25:41; Hebr. 10:26-31. Wie de wederkomst filtert van feiten om slechts terechtwijzingen over te houden, verminkt de bijbelse verkondiging. 14)

 

1051. Stemt het u, leraar, triest dat de meesten verloren gaan?
Ja, vaak, maar ik leg deze problemen in de hand van mijn Vader, die in zijn genadige verkiezing een rest behoudt, Jes. 1:9; 4:3; 6:13; Rom. 11:5b. Ik houd mij aan wat Jezus leert, namelijk dat de meerderheid de brede weg naar het verderf bewandelt en de minderheid de smalle weg naar het eeuwig leven, Mat. 7:13-14; 15-23. Hij roept ons op dit laatste te doen en ons te verheugen in het loon na dit leven, Mat. 5:12. Hij verkondigde verharde streekgenoten Gods oordeel en dankte zijn Vader dat Hij zich aan eenvoudigen openbaarde, Mat. 11:25-27. In de eeuwigheid prijzen we de Vader en het Lam om zijn rechtvaardige oordelen, ook als we mensen uit onze omgeving missen, Openb. 15:1-4.

 

1052. Zijn er, leraar, bekeringskansen na dit leven?
Neen! Als dit wel het geval zou zijn, zou Jezus ons daarvan zeker op de hoogte gesteld hebben. Hij heeft ons daarover niets verteld, maar ons gewaarschuwd dat we genoeg hebben aan de bijbel en daarin moeten geloven, Luc. 16:30-31; Joh. 5:44-47. Uw beslissingen vallen hier op aarde. U kunt deze straks niet nog eens overdoen. God herroept zijn beslissingen niet. Als u niet in de Zoon gelooft, bent u al veroordeeld, Joh. 3:18-21.

 

1053. Werkt Jezus’ overwinning door in de hel?
Ja, Hij onttroonde Satan, Mat. 4:1-11; Joh. 12:30. Hij onderwierp hem en de boze geesten, Mc. 1:27,32-33; 5:1-20; Mat. 28:19-20; Hand. 16:18; Ef. 1:21-22. Hij ‘verzoende’ hen met God door hen lam te leggen en te pacificeren, Kol. 1:19-20. Al op aarde vreesden uitgeworpen demonen hun straf, Mc. 5:9-12. Voor afvallige spijtoptanten smaken de vruchten bitter, al erkennen zij Hem met tegenzin als Heer. 15) Zij zijn hun werkterrein op aarde kwijt.
8. Wat zegt de islam over het eindgericht? Is dit juist? (1054-1056)

 

1054. Spreekt de koran over tweeërlei opstanding?
Ja, zij doet dit minstens zevenenzestig maal in teksten over de Laatste Dag, vaak als hemel en hel en in driehonderd plaatsen over goede en slechte daden. Allah opent voor plichtsgetrouwe moslims het paradijs, maar bestraft hen die het geregelde gebed (= salaat) niet verrichten, geen gaven (= zakaat) geven, onnodig bloed vergieten en mensen uit woningen verdrijven, soera 2:83-86. Hij straft ook afvalligen en laat hun gezichten zwart worden, 3:98-109. Rechtschapen gelovigen onder mensen van het boek (= joden en christenen) worden beloond, 3:115, maar de meesten van hen zijn verdorven, 3:110b; zij blijven altijd in het helse vuur, 3:116. Niemand kan de ander helpen met voorspraak behalve Mohammed.

 

1055. Kent de koran voortekenen van het gericht?
Daddjaal (= bedrieger), een soort antichrist en valse messias, zal velen misleiden; op zijn voorhoofd staat kafir (= ongelovige). Als de aarde vol ongerechtigheid is, komt de Mahdi (= de door Allah geleide) om de gerechtigheid te herstellen. Dan zullen de achter een muur gevangen zittende volken, Jadjoedj en Madjoedj, 21:96, uitbreken en een chaos op aarde aanrichten.
Vlak voor het einde zal Jezus terugkeren, Daddjaal doden, alle kruisen verbreken en zich in Jeruzalem bij het gebed achter de imam scharen. Na voortekenen zal de engel Israfiel op de bazuin blazen; daarna sterven allen, maar worden bij een volgende bazuinstoot opgewekt en samengedreven.

 

1055.1. Vindt er ook een rechtszitting plaats?
Ja, ongelovigen krijgen het boek-met-hun-werken in de linkerhand, gelovigen in hun rechterhand. Allah neemt het verhoor af in het graf en weegt ieders daden. Slaat de schaal met goede werken door, dan gaan de gelovigen naar het paradijs; is de schaal met slechte werken zwaarder, dan worden de daders naar de hel gedreven, 2:85b-86; 2:123; 3:185. Wie strijdend voor Allah sneuvelt (= jihaders) gaat rechtstreeks naar het paradijs, 3:156-157. In het graf geniet de moslim al een voorsmaak van wat hem na het oordeel wacht. Kort voor zijn dood fluistert men hem de geloofsbelijdenis in opdat hij die zal kunnen uitspreken, als de engelen Moenkar en Nakier hem daarom vragen; tot de opstanding rust hij in zalige vergeteldheid.16)

 

1056. Wat zegt de bijbel over de islamitische leer van het einde?
Jodendom, christendom en islam zien uit naar de ontknoping van het werelddrama in hemel en hel. Het grondverschil is dat volgens het christendom Jezus Christus als Redder en Rechter allen, ook joden en moslims, beoordeelt naar hun geloofsrelatie met Hem. De apostel Petrus verwoordde dit als volgt. “Hij (= Jezus) gebood ons tot het volk te prediken en te getuigen dat Hij het is die door God is aangesteld tot Rechter van levenden en doden. Van Hem getuigen alle profeten dat ieder die in Hem gelooft, door zijn Naam vergeving van zonden verkrijgt.”, Hand. 10:42-43.

 

Wie zich verdiepen wil in achtergronden/bronnen, raadplege de noten 1-16 en de lectuur.
1. De bazuinen kunnen symbolen zijn maar het idealisme maakte ook de feiten tot symbool en scheidde feit en zin. R. Bultmann ontwikkelde een programma van ontmythologisering van het NT in 1941 in zijn Neues Testament und Mythologie. Het wereldbeeld van drie dekken met een dek als hemelkoepel, één als platte aarde en één als onderwereld onder of in de aarde is één van de voorstellingen van het heelal in de bijbel, vgl. C. Houtman, De hemel in het OT, 1974. Boven deze voorstellingen gaat uit de verkondiging dat de Schepper zijn eigen hemel heeft en wij op aarde schepselen zijn, Dogm. 4C, 462-469, 496-497. J. van Genderen, BGD, 738-797.

 

2. Het splijten van de Olijfberg als vluchtweg voor de bewoners bij de ondergang van Jeruzalem in 586 v.C. kan een dichterlijke uiting zijn; de splijting is niet bevestigd. De Olijfberg kan nog eens een rol vervullen, omdat profetieën menigvuldig vervulbaar zijn, Dogm. 4C, p. 466-467.

 

3. Sommigen denken aan een symbolische betekenis omdat de zegswijzen ontleend zijn aan antieke beelden van het heelal, Jos. Keulers, Mattheüs, 1950, p. 288. Andrian Leske gewaagt van figuurlijk spraakgebruik uit Jesaja 13:10. “De sterren en planeten aan de hemel geven geen licht meer; de zon is al bij haar opgaan verduisterd; de maan laat haar licht niet meer schijnen.”, Intern. Com. 2, p. 1531. Hij noemt het teken van de Mensenzoon een verzamelteken, Jes. 11:10-12 (‘Hij geeft de volken een teken, Israëls verdrevenen brengt Hij bijeen’).

 

4. André LaCocque noemt de apocalypsen politieke manifesten die verdrukten een door God gevestigd rijk beloofden, dat zowel oordeel en vernietiging van de boze machten als zegen en overwinning voor de vervolgden zal brengen, Int. Com. 2, p. 1254-1280. Epifanes, moordenaar van 40.000 joden, verbood de besnijdenis en het onderhouden van spijswetten en de sabbat. Vgl. Dan. 11:29-39 met 1 Makk. 1 en 2 Makk. 5. De martelaars van Dan. 11:33 kunnen slaan op de vromen uit die tijd. G.Ch. Aalders: “Onze tekst is de plaats waar het denkbeeld van de opstanding der doden in het O.T. wel het duidelijkst tot uitdrukking komt.”, Daniël (COT), 1962, p. 309. Hij noemt ook Ps. 16:9-11; 49:16; 73:24,26 en opstanding in Ez. 37 en Hos. 6:2 als achtergrond.

 

5. Vanaf oude tijden geldt de apostel Johannes als auteur van het vierde evangelie, indirect aangeduid als ‘leerling van wie Jezus hield’, 13:23; 19:26,35; 20:3;21:7,20,24. Deze traditie gaat terug op Irenaus van Lyon (circa 140-177), die deze ontving van zijn leermeester Polycarpus, die vaak met Johannes gesproken had, Adv. Haereses 3,3,4. De laatste dingen beginnen volgens Johannes bij de vleeswording met de scheiding tussen licht en duisternis, leven en dood, Christus en Satan, Joh. 1:5,14; 3:20-21. De zaaitijd is de periode voor Jezus’ verheerlijking, de oogsttijd daarna, Teresa Okuse, Johannes, Intern. Com. 2, p. 1668-1734 (met vermelding van 40 commentaren op Johannes).

 

6. Alles is de Alwetende bekend, Ps. 139, maar Hij maakt gebruik van engelen als dienaren van het hemelse hof bij het noteren van feiten en bijhouden van dossiers, Dogm. 4C, 480-485.

 

7. Bij de evangelist Johannes loopt de rol van Judas als een satan van het begin tot het einde. Het begint al bij de broodvermenigvuldiging. “Ben Ik het niet die u alle twaalf heb gekozen? En toch is één van u een duivel. Hiermee doelde Hij op Judas, de zoon van Simon Iskariot, die zou Hem namelijk overleveren; een van de twaalf. “, Joh. 6:70-71. Bert Aalbers, De ware Judas, 2006. Zoon des verderfs kan een aanduiding zijn van de antichrist.

 

8. The Pilgrims Progress, een religieuze allegorese, beeldt uit de strijd van de christen. Deze bestseller was lange tijd het meest gelezen boek na de bijbel en is dit thans nog in bepaalde kringen. In de twintigste eeuw schiep D.S. Lewis in The screwtape letters (Brieven uit de hel) een soortgelijk genre; hij gaf daarin demonen een naam: Galsem, Schroefstrik. Bunyan bracht twaalf jaar door in gevangenissen omdat de overheid onbevoegde lekepredikers niet toestond hun roeping te vervullen. In zijn eerste boek in de gevangenis stelde hij zijn bekering te boek Grace abounding to the chief sinners, 1666. Tijdens zijn tweede gevangenis van zes maanden schiep hij in 1678 min of meer voor tijdverdrijf zijn The Pilgrims Progress. Hij was zich bewust dat onbekeerden lachen om zijn schildering van gevaren van de christen op weg naar het einde, vgl. Gegrond geloof, 1996, 216-219.

 

9. Het maakte op Origenes, geb. 185, op veertienjarige leeftijd diepe indruk dat zijn vader Leonidas als christen werd onthoofd. Hij wilde met hem sterven maar zijn moeder weerhield hem daarvan. Later werd hij zelf gemarteld; hij stierf op 69 jarige leeftijd, waarschijnlijk als gevolg van ondergane verschrikkingen; over hem schreef Eusebius in zijn Kerkgeschiedenis, Boek zes, Fahner, p. 287. Origenes, auteur van veel bijbelcommenaren, werd eeuwenlang doodgezwegen, verguisd en door de Kerk veroordeeld, maar na een kentering verschenen er rond 1900 20 publicaties per jaar over hem, in 1950 35 en in 1980 ongeveer 70; om de vier jaar is er een Origenes-congres. F. Ledegang, Origenes, een experimenteel theoloog uit de derde eeuw, 1995. H. Berkhof hoopt dat de hel een louteringsweg is, CG, 519.

 

10. Volgens Thomas Talbot hebben de kwellingen in de hel een tijdelijk louterend karakter om lijdenden los te weken van illusies, De onweerstaanbare liefde van God, 2006. Door de triomfantalistische versie van de alverzoeningsleer van de Blumhardts neigde Karl Barth (1886-1968) naar het heilsuniversalisme. Strikt genomen was hij geen aanhanger van de leer van de alverzoening maar deze lag wel in de lijn van zijn verwachtingen, KD IV,1; IV,2; IV,3. C. Vermeulen gaf een overzicht van Barths verzoeningsleer, Cor ecclesiae, 1986, p. 16-21.

 

11. Barths leerling J. Moltmann huldigt de theopaschitische versie van de alverzoeningsleer; Christus brengt in zijn kruislijden alles en iedereen terecht. Hij vat tsedaqah eenzijdig op als herstellen en elimineert daaruit het vergelden, Das Kommen, p. 278-284, Dogm. 4C, 483. Op de nieuwe aarde ontmoeten we volgens Moltmann als heiligen de eerste moordenaar Kaïn en de profetenmoordenaar Saul, de afgodendienaren Achab en Isebel, de kerkvervolger Nero en Domitianus, de multi-moordenaars Hitler en Stalin en iedereen die de leugen liefhad. Dit gaat in toch wel in tegen wat Johannes schrijft: “Buiten blijven de honden, de tovenaars, de hoerenlopers, de moordenaars, de afgodendienaren, ieder die de leugen liefheeft en ernaar handelt.”, Openb. 22:15. Volgens Beker/Hasselaar mag de gemeente alleen rekenen met de eeuwige dood als een in Christus overwonnen dood en niet met de verwerping en eeuwige dood van de god-loze en ongelovige wereld, Wegen en kruispunten 5, 1990, p. 213-214. Vgl. over de alverzoeningsleer mijn Dogmatiek 3B, p. 638-696.

 

12. Edward W. Fudge, The fire that ccnsumes, 1994. De conclusie van de auteur is dat de straf van de hel is de volledige altijddurende uitblussing. “The conclusion has been that the ultimate punishment of hell is total everlasting extinction.”, p. 207.

 

13. I. Kant (1724-1804), vader van de ontmythologisering, knipte voor ‘ moderne’ mensen het aanstotelijke in de bijbel weg. Hij noemde vergeving opium voor het geweten, de bijbel een boek voor mensen die krukken (rollators) nodig hebben, de zondeval een tijdeloos gebeuren en Jezus de idee van de redelijke mensheid, H. de Vos, Kant als theoloog, 1968. J.H. Scholten (1811-1885), vader van de vrijzinnige theologie in Nederland, leerde dat Jezus termen als hades, paradijs, gehenna, eeuwig vuur ontleende aan de joodse leer en we deze moeten vervangen door de alverzoening, De Leer der Hervormde Kerk, II, 1, 1870, p. 49-52. R. Bultmann zette Kants werk voort en knipte de heilsfeiten en Jezus godheid weg, Dogm. 4C, 496-498.

 

14. Vgl. H.G. L. Peels, De wraak van God, 1992. Bert Loonstra leert het eeuwig oordeel. “De hel drukt Gods afschuw tegen onrecht uit en wie daar boeten zijn ook echt plegers van onrecht. De hel staat voor de totale ondergang van alles en iedereen die zich tegen Gods heil verzet, zodat niets en niemand ooit meer de kans krijgt Gods goede werk te dwarsbomen. De hel als afrekening met Gods vijanden geeft daarom reden tot vreugde, tegelijk ook van huivering en aanbidding, omdat wij ons dit oordeel waardig hebben gemaakt en God ons daarvan heeft gered. Op zijn manier zal God ervoor zorgen dat de geredden niet door droefheid over hun geliefden gestoord worden in hun vreugde over het heil.”, God schrijft geschiedenis, 2003, p. 227.

 

15. Christus zet Satan voor schut, bindt hem, gebruikt hem in zijn dienst en maakt hem machteloos; de hel is dus geen concentratiekamp van bruten en slachtoffers maar eigenwillig gekozen wereld van wezens zonder macht, liefde en vertrouwen, over wie Christus heerst, D3B, 549-583. K. Schilder ziet het werkverbond als grondslag van zegen/leven en vloek/dood tot hemel en hel toe en het al herstel in herstelde rechtsverhoudingen maar wijst de alverzoening af, De hemel, 174 v. P. Veldhuizen, God en mens onderweg, 1995, 247-249.

 

16. Hierover uitvoeriger: HIJ-IS-ER-BIJ-II, 2006, p. 754-757. Moslims noemen de uitnodiging om de islam als ware godsdienst te aanvaarden Da’wa, s. 14:44. In 1911 werd in Caïro een seminarie gesticht voor moslimmissionarissen om propaganda te maken en leiding te geven, s. 3:104. Vgl. P. Reesink, Nodiging tot de islam, in: Islam 1999, p. 193-203.

 

Beyerhaus Peter e.a., Christi Wiederkunft – unsere gemeinsame Hoffnung. Eschatologische Orientierugshilfe der Internationale Konferenz Bekennender Gemeinschaften, 2010.

 

Beker E.J./Hasselaar J.M, Wegen en kruispunten in de dogmatiek. Deel 5 Kerk en toekomst, Kok, Kampen 1990. (Deze leren de alverzoening; de eeuwige dood is overwonnen.)

 

Bok N.W. den, Kan zonde ongestraft blijven? Een systematische peiling naar de rechtvaardigheid van God in Christus, Oratie PTU. 2010. (God neemt de storing in de relatie met Hem weg door genoegdoening; wie dit niet aanvaardt, wordt daarmee gestraft. “Een veroordeelde is iemand die blijft zondigen, die daar niet vanaf wil – God kan iemand uiteindelijk in deze onwil laten, dat is niet onrechtvaardig.”, a.w. p. 25.)

 

Dante Alighieri, De goddelijke komedie, vertaald, ingeleid en toegelicht door Frans van Dooren, Ambo/Amsterdam, Kritak/Leuven. 1987, vijfde herziene druk 1998.

 

Fudge Edward William, The Fire that Consumes. The Biblical Case for Conditional Immortality, Paternoster Press, Carlisle 1994 (De eeuwige straf bestaat in altijddurende uitblussing; de auteur, eens werkzaam aan de Un. van Manchester, is evangelicaal.)

 

Loonstra Bert, God schrijft geschiedenis. Disputaties over de Eeuwige, Zoetermeer 2003. ( Gods eeuwige afrekening met zijn vijanden is reden tot vreugde, huivering en aanbidding.)

 

Moltmann Jürgen, Das Kommen Gottes. Christliche Eschatologie. Chr. Kaiser, Gütersloh 1995. (Christus herstelt alles en allen, aanhanger van de alverzoeningsleer).

 

Peels H.G.L., De wraak van God. De betekenis van de wortel NQM en de functie van de NQM-teksten in het kader van de oudtestamentische Godsopenbaring,, Boekencentrum, Zoetermeer, 1992. (De OT-ische theologie besteedde weinig aandacht aan Gods wraak en waardeerde deze vaak negatief als uitvergroting van onze wraakzucht. Wat het NT over de wraak van God en mensen verkondigt, ligt op één lijn met de openbaring in het OT.)

 

Talbott Thomas, De onweerstaanbare liefde van God, Stichting In Perspectief, Amerfoort 2006. (Vertaling van The inescapable love of God,1999; Christus zal opstandigen ombuigen; de hel is tijdelijk volgens deze oud-student aan het Fuller Theol. Seminary.)

 

Veldhuizen P., God en mens onderweg. Hoofdmomenten uit de theologische geschiedbeschouwing van Klaas Schilder, Groen, Leiden 1995 (diss. VU).

 

Wentsel B., Dogmatiek 3B, Incarnatie, verzoening, Koninkrijk van God, Kok, Kampen 1991.

 

Idem, Dogmatiek 4C, De genademiddelen, het gemenebest en het eschaton, 1998.

 

Idem, De breuk in de gemeenschap, in: Gegrond geloof, Boekencentrum, Zoetermeer, 1996, p. 197-228 (met behandeling van Calvijn, J. Buyan, J.J. van Oosterzee en H. Berkhof).

 

Oefening: 47 | 48 | 49 | 50