Oefening: 47 | 48 | 49 | 50

 

Gesprekken II - Oefening 48 (1015-1035)

Wat doen de Heiligen in de tijd tussen sterven en opstanding?

1. Gebed als gesprek over het interim. (1015-1016)

 

1015. HEER, leven alle overledenen nog?
Ja, Ik richtte met Abraham, Isaak en Jakob een verbond op opdat zij altijd zouden leven in mijn gemeenschap, Gen. 12:1-3; 17; 26:1-5; 28:10-22.
Ik ben geen God van doden maar van levenden, voor Mij leven ze allemaal, Mat. 22:31-33; Mc.12:26-27; Luc. 20:37-40.

 

1015.1. Welke betekenis heeft de openbaring van uw Naam aan Mozes?
Ik maakte Mij bekend met aan hem bekende, vertrouwde namen.
”Ik ben de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.”, Ex. 3:6.
Ik ben en blijf alle eeuwen dezelfde, God van deze aartsvaders, Mat. 22:31.
Ik bevestigde dit met de naam Jahweh, Hij-Is-Er-Bij, Getrouwe, Ex. 3:14-15.
Ik ben Begin en Einde, Hij die is en die was en die komt, de Albeheerser, Openb. 1:8; 4:8b.

 

1015.2. Welke taak geeft U, Vader, ons in de hemel?
Ik geef u de vreugde van de gemeenschap met Mij, mijn Zoon en de heiligen, Joh. 14:1-14; 2 Kor. 5:1-10; Openb. 4-5; 11:15-19; 7:4-10; 15; 21:22; 22:4.
Ik richt uw aandacht op de aarde, betrek u bij de strijd en de zege van het Lam en verhoor uw gebeden, Mat. 17:1-7; Openb. 5:10; 6:9-11; 7:13-17; 8:1-5.
Ik weet Mij verheerlijkt, als u Mij en mijn Zoon uw dankoffer brengt voor onze werken van heil en gericht onder de volken, Openb. 4; 5; 11:16-18; 15; 19.

 

1016. Wat doet U, Vader, met miljoenen, die U niet kenden of wilden kennen?
Ik draag mijn Zoon op als barmhartig en rechtvaardig Rechter de waarde en levensgang van ieder mens zorgvuldig te wegen, Openb. 20:11-15.
Vertrouw Hem, als Hij de rechtvaardigen van de onrechtvaardigen scheidt, Luc. 16:19-31; Mat. 13:36-42; 25; Openb. 14:9-11; 20:11-15.
2. Wat zegt de bijbel over de dood en waarom ligt er een taboe op? (1017-1019)

 

1017. Hoe wordt de dood van mensen getypeerd in de bijbel?
Deze is straf. God veroordeelde ongehoorzamen tot de doodstraf, Gen. 2:17; 3:19; Rom. 5:12; 1 Kor. 15:56. Hij maakte de mogelijkheid van sterven tot feitelijkheid. Christus heeft de dood van het gif van schuld en straf ontdaan en vernietigt deze laatste vijand bij zijn wederkomst, 1 Kor. 15:25-26, 55-56.
De geestelijke dood bestaat in vervreemding van God door zonden en misdaden, Rom. 1:18-3:20; Ef. 2:1-4. We kunnen hieruit opstaan omdat Christus ons met zich heeft opgewekt en ons door zijn Geest nieuw leven geeft, Rom. 6; Ef. 2:5-6. De profeten, Jezus en de apostelen dringen aan op bekering om het ware leven te beërven, Jer. 3; Mat. 3:1-12; Hand. 2:37-40. Anders volgt de tweede dood of de onomkeerbare scheiding tussen God en mens in de hel of vuurpoel, Mat 10:28; Openb. 20:13-15. Wie hierin geworpen wordt, verkeert voor goed in gezelschap van de van hun macht beroofde duivel en zijn engelen, Mat 25:41, Oef. 9, 24, 25.

 

1018. Wat is een bijna-dood-ervaring (= BDE)?
Dit is een bewustzijnstoestand, waarin men door een tunnel gaat en licht ziet aan het einde, zijn leven overziet, overledenen ontmoet of eigen reanimatie waarneemt. Dit kan optreden tijdens een hartstilstand, ernstige ziekte, bij veel bloedverlies of zonder duidelijk medische oorzaak. Patiënten zijn tijdens een hartstilstand klinisch dood of bewusteloos ten gevolge van onvoldoende bloedvoorziening van de hersenen door het wegvallen van een adequate bloedsomloop en/of ademhaling. 1)

 

1018.1. Mag ik, leraar, hierin een boodschap zien vanuit het hiernamaals?
De Heilige Geest kan deze ervaring gebruiken om uw geloof te versterken, maar het kroonmotief voor uw zekerheid naar het hiernamaals te gaan zijn Gods beloften, waarvan Doop en Avondmaal het teken zijn. Bedenk dat het aannemen van een collectief bewustzijn voor en na de dood (pantheïsme?) een ander geloof is dan het erkennen van uw persoonlijk eeuwig leven met Christus en uw lichamelijke verrijzenis, Joh. 11:24-27.

 

1019. Hoe komt het dat de dood bij velen taboe is of angst wekt?
Wij zijn geschapen om te leven. In ons lichaam sterven er elke seconde vijfhonderduizend cellen, elke minuut dertig miljoen cellen, per dag vijftig miljard cellen, die iedere dag worden vervangen zodat wij in een paar jaar een bijna volledig nieuw lichaam hebben. Dit zou zo door kunnen gaan, ware het niet dat de dood als straf uitgesproken is. Ook wekt de laatste vijand huivering voor het ongewisse of angst om voor Gods rechterstoel te verschijnen. Wat kreeg stadhouder Felix het benauwd, toen Paulus hem aansprak over gerechtigheid en oordeel, Hand. 24:24-26. Verder zijn velen zo sterk aan het bestaan en familie gehecht dat zij daarvan moeilijk afstand kunnen doen. Het sterven in zieken- en verpleeghuizen of eigen huis in de kring van vertrouwden zet een rouwproces in werking en is zelden alleen bevrijding. De dood is een dagelijkse ervaring en raakt ons vooral diep bij het scheiden van geliefden. Per dag overlijden in Nederland ongeveer 375 mensen, per jaar ruim 135 000, in de hele wereld jaarlijks ruim 70 miljoen.
3. Kunnen we zeker zijn van de heerlijkheid na het sterven? (1020-1024)

 

1020. Gaan, leraar, christenen direct naar de hemel bij het sterven?
Ja, zij zijn met hun Heer verbonden als ranken van de wijnstok; deze band knapt niet af bij hun dood, maar gaat op verhoogd niveau door, Joh. 14:1-3; 15:1-17; Rom. 8:31-39. Omdat zij met Hem zijn gestorven, verrezen en ten hemel gevaren, delen zij ook in zijn heerlijkheid, Mat. 16:21-28; Joh. 17:20-26; Rom. 6; Kol. 3:1-17; 2 Tim. 2:11-12; 4:6-8; 1 Pe. 1:3-5; Openb. 1:17; 2:7; 3:5; 5:6-14; 7:9-10. Christus, Hoofd van zijn lichaam, de Kerk, neemt de leden, die het blijde eeuwige leven hier al ervaren, direct na het sterven tot zich, Heid. Cat. zondag 22.

 

1021. Hoe kunnen gelovigen hier op aarde al het eeuwig leven genieten?
Ja, dat kan door de Heilige Geest. Jezus beloofde een vrouw dat het water dat Hij geeft in ons zal opborrelen als een bron van eeuwig leven, Joh. 4:14-15. Hij bedoelde daarmee zijn Geest, Joh. 2:23-24; 6:48; 16:12-15. Toen Marta, zus van de overleden Lazarus, beleed dat haar broer bij het eindgericht zou opstaan, zei Jezus tot haar: “Ik ben de opstanding (= anastasis) en het leven. Wie in Mij gelooft, zal, ook als hij gestorven is, leven, en ieder die leeft en in Mij gelooft zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft u dat?” Zij zei: “ja, Heer, ik ben ervan overtuigd dat U bent de Christus, de zoon van God die in de wereld zou komen.”, Joh. 11:25. De gelovige heeft het opstandingsleven al in zich, Rom. 6.

 

1022. Acht u, leraar, het mogelijk dat een serie-moordenaar in de hemel komt?
Ja, dat kan, indien hij eerst tot inkeer komt zoals de berouwvolle misdadiger aan het kruis; hij berispte de spottende crimineel naast hem, betuigde hem Jezus’ onschuld en vroeg daarop: “Jezus, houdt mij in gedachtenis, wanneer u in uw koninkrijk komt!” Deze beloofde hem: “Ik verzeker u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn.”, Luc. 23:42-43. Deze belofte geeft allen troost, die erkennen dat de kiemen van misdaad in haat en nijd, waarvoor Jezus leed, in eigen hart schuilen en vrede in Hem zoeken, Rom. 5:1-3.

 

1023. Waarom is het getuigenis van de apostel Paulus zo bemoedigend?
. Hij is als godslasteraar en kerkvervolger een voorbeeld dat de Heer zich kan ontfermen over afgedwaalden, die niet door hadden wat zij eigenlijk deden. “Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden; en ik zit onder hen op de eerste rij. Daarom juist heb ik barmhartigheid ondervonden. Christus wilde aan mij als eerste heel zijn lankmoedigheid tonen als een voorbeeld voor allen die in de toekomst op Hem zouden vertrouwen omwille van het eeuwige leven.”, 1 Tim. 1:15-16.
. Hij bevestigt als weggerukte in het paradijs ons in de zekerheid van eeuwig leven in de tijd tussen sterven en opstanding, 2 Kor. 12:4.
. Hij zag zijn sterfdag als winst, Fil. 1:21-23. Hij was er zeker van dat zijn Rechter hem beloont en allen die uitzien naar zijn verschijning, 2 Tim. 4:8.

 

1024. Is er ooit iemand uit de hemel naar de aarde teruggekeerd?
Ja, Mozes, de Wetgever, en Elia, handhaver van de Torah. God stond Mozes niet toe het beloofde land binnen te gaan maar zond hem circa twaalfhonderd jaar later naar de berg der verheerlijking in Galilea, Mat. 17:1-6; Deut. 34:1-6.
Elia, die bij zijn levenseinde ten hemel voer, verliet deze met Mozes om Jezus te bemoedigen vóór zijn lijden, 17:3; vgl. 2 Kon. 2:1-18. De Vader verheerlijkte Jezus voor de ogen van Petrus, Jakobus en Johannes, zodat zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren wit werden als licht, 17:2. Het gezegde “er is nog nooit iemand teruggekeerd uit de hemel’ is dus een fabel; wie dit napraat is niet op de hoogte van de feiten; wie de feiten kent en loochent, maakt het getuigenis van drie apostelen en evangelisten tot een grove leugen en is juridisch laakbaar.
4. Wat is de heerlijkheid en taak van de heiligen in de hemel? (1025-1026)

 

1025. Waarom bevat de bijbel weinig gegevens over de hemel als tussenstation?
De eerste reden is dat de HEER ons schiep voor de aarde, niet voor de hemel.
De tweede is dat Hij in het oude verbond zijn zegen omzette in een groot kindertal en stoffelijk welzijn, Gen. 17; Deut. 28:1-4; Ps. 67; 144:12-14.
De derde reden is dat wij hier strijden voor Gods koninkrijk dat neerdaalt uit de hemel op aarde. In Jesaja’s roepingsvisioen, waarin Hij verschijnt als Koning op zijn troon in de hemel, richt Hij de aandacht op zijn werken op aarde. Serafs roepen: “Heilig, heilig, heilig is de HEER van de machten en heel de aarde is vol van zijn heerlijkheid.”, Jes. 6:3. Aan Johannes laat Hij zijn koningschap en dat van het Lam zien met taferelen van hun werken op aarde, waarin Hij heiligen betrekt, Openb. 4-21. Niettemin staat ons bestaan in het teken van de hemel, omdat wij op Hem gericht zijn die daar op zijn troon zetelt.

 

1025.1. Kenden de gelovigen in het oude verbond een bestemming in de hemel?
Volgens de volkse, gangbare voorstelling gaan allen naar het schimmenrijk of de onderwereld (= Sjeool, Hades), Job 26:16; Ps. 115:17. Maar er zijn dichters die hierboven uitgaan. “Want altijd ben ik bij U. U pakt mijn rechterhand vast. U leidt mij volgens uw plan, uiteindelijk neemt U mij met glorie op”, Ps. 73:23-24. Zelfs in Psalm 49, waarin de toon is dat iedereen, ook miljonairs, naar het graf als hun eeuwig tehuis gaan, belijdt de dichter dat God hem terughaalt 2) uit de greep van het dodenrijk, Ps. 49:16. Elia werd in de hemel opgenomen, 2 Ko. 2; vgl. Mat. 17:1-8. De auteur van Hebreeën stelt vast dat Abraham uitzag naar de stad met fundamenten waarvan God de ontwerper en bouwer is, Hebr. 11:10.

 

1026. Wat doen heiligen tussen sterven en opstanding?
De oudsten 3) nemen als leden van de troonraad deel in Gods beleid, Openb. 4:4,10; 5:5; één van hen vestigde aller aandacht op de enige kandidaat die in staat zou zijn de zegels van het geschiedenisboek te verbreken, Openb. 5:5.
Martelaars roepen luid om optreden tegen hun moordenaars die nog steeds slachtoffers maken, 6:9-11. God wijst hun gebed af; Hij zegent hun bloed als zaad van de kerk en stelt het gericht uit omdat Hij nog velen, ook tegenstanders, tot zich wil roepen, 2 Pe. 3:8-9.. Naar schatting loven thans 42 miljoen martelaren uit twee millennia in de hemel het Lam, Openb. 7:13-17. De hele hemelse Kerk komt na een stilte in beweging met gebeden om bekering en bestraffing van de mensheid, Openb. 8:1-5. God verhoort hen wel; een engel vult het wierookvat vol gebeden met vuur en werpt dit op aarde zodat steden worden verwoest en een derde van de mensheid sterft, 9:14. We huiveren als we bedenken dat dit aantal in onze eeuw ongeveer twee miljard mensen zou zijn.

 

1026.1. Wat leren wij hieruit?
Als alle heiligen op aarde en in de hemel de handen vouwen om gerechtigheid en bekering van de mensheid, doet de HEER onvoorstelbare dingen. Er vallen vele doden bij de gerichten maar er zijn er ook die hun knieën voor Hem buigen onder de verschrikkingen; de massa verhardt zich; zij juicht wel bij het voetballen sterspelers toe maar verstaat de taal van gerichten niet als Gods roepstem, Openb. 9:21. Wie veronderstelt dat hij in de hemel enkel rust krijgt, vergist zich; hij wordt betrokken bij de politiek, geschiedenis en de strijd van de Kerk op aarde. De triomferende gemeente denkt, strijdt en bidt mee en beïnvloedt het gebeuren. Lofzangen stijgen omhoog vanwege Gods verhoringen in reddende en richtende daden, Openb. 11:15-19; 15; 19. Bij dit alles staan de Vader en de Zoon centraal en is er gemeenschap der heiligen, Oef. 50.
5. Geeft de bijbel ruimte voor zielsverhuizing en reïncarnatie? (1027-1028)

 

1027. Wat is de leer van reïncarnatie (= opnieuw vlees worden)?
Deze houdt in dat iets van de mens of hij zelf al eerder op aarde heeft geleefd en na de dood terugkeert in een ander lichaam of dier. Deze leer vinden we vooral in het hindoeïsme 4) in India met achthonderd miljoen aanhangers en verspreidde zich over de wereld. G.E. Lessing (1729-1781) vroeg zich af: waarom kunnen we niet meer dan een keer op aarde aanwezig zijn? Een kwart van de mensheid - onder welke theosofen – neemt deze terugkeer aan maar de voorstellingen daarover lopen uiteen. Er zijn er die in de armoedige lagere kaste een straf zien voor een slecht leven (karma) en in een welvarende, hogere kaste een beloning voor een goed leven. Menigeen ziet als doel van de kringloop van geboorten (= samsara) de bevrijding (= moksha) van dit rad en het opgaan van het ik (= atman) in brahman (= godheid) door regels te volgen (= dharma) of door verlossing (= yoga). Anderen streven naar toewijding (= bhakti) aan godheden zoals Vishnu, Shiva om te komen in zijn zalige wereld. Vishnu verscheen negen maal om ons te redden, met name in de incarnaties van Krishna en Rama.5)

 

1027.1. Wat zijn de bezwaren tegen deze leer?
. God is geen Het, maar Gij. De mens vloeit niet uit Hem voort als een stroom uit een bron en vloeit evenmin met Hem samen; het schepsel gaat nooit op in zijn Schepper.
. De mens kan zich niet verlossen. Jezus is geen goeroe in de rij van grote meesters die anderen op het verlichtingspad brengt om zelf verder te komen, maar de unieke Zoon en Verlosser, die de mens door zijn offer redt van schuld, duivel en dood, hem eeuwig leven schenkt en eens voor altijd doet verrijzen.
, De mens en zijn wereld zijn uniek en niet verwisselbaar. Zijn ziel is niet verplaatsbaar in een ander lichaam of bestaan. Er is wel verband tussen de generaties vanuit Adams val, ook in het zondigen, maar ieder heeft zijn eigen verantwoordelijkheid, Joh. 9, Oef. 9. Het is onze bestemming eenmaal te leven, te sterven en daarna beoordeeld te worden door de Rechter, Hebr. 9:27-28. De wereld wentelt niet rond als een wiel in nieuwe gedaanten (= cyclisch wereldbeeld) maar is op weg naar de herschapen wereld (= lineaire lijn).

 

1028. Is er wisselwerking tussen Hindoeïsme en christendom?
We noemen vier varianten van verwerking van christelijk gedachtegoed. 6)
a. Overname leidt soms tot een eigen Jezus in onderscheid van wat de bijbel over hem leert. Men wijst Jezus’ uniciteit af als Zoon van God en als Verlosser door kruis en opstanding maar erkent de waarde van zijn zelfverloochening en voorbeeld, liefde en geweldloosheid, zonder het nodig te achten christen of kerklid te worden.
b. Anderen gaan over naar het christendom met behoud van eigen denkkaders. Het evangelie bereikte India, laboratorium van God-zoekers, al vroeg door Thomas, wiens zeven miljoen volgelingen hoofdzakelijk in Malabar, Zuid-India, leven. In hun kring verbond men het goddelijke met het menselijke. Jezus lijdt als mens mee met ons maar brengt als God veranderingen te weeg. Het christendom sloeg in de 19e/20ste eeuw vooral aan bij de kastelozen (dalits) of onaanraakbaren (15% ), die leven op het bestaansminimum. Christendalits vormen thans de meerderheid van de Indiase christenheid (= 3% of 25 miljoen).
c. Een derde variant is dat men één aspect naar voren haalt. Jezus is dan de gids naar vrede en geluk of de voorbeeldige, die door zelfontlediging het goddelijke naderbij bijbrengt. Men stelt de Vader, Zoon en Heilige Geest gelijk met Waarheid/Zijn (Sat), Bewustzijn/Geest (Cit) en Gelukzaligheid (Ananda).
d. Vierde variant is dat men het christelijk geloof laat opgaan in het hindoeïstische geloof. Zo was voor Ramakrishna Paramahamsa (1836-1886) en zijn leerling Vivekananda (1863-1902) Jezus net als Boeddha, Rama en Krishna een incarnatie van Vishnu. Het christendom fungeert dan als bevestiging van de leer van het hindoeïsme; het wordt geannexeerd of overbodig verklaard. 7)
6. Is de voorstelling van het vagevuur in de bijbel verankerd? (1029-1031)

 

1029. Wat leert de Rooms-katholieke kerk over de laatste dingen?
Zij leert dat de zielen van hen die in doodzonde sterven onmiddellijk na de dood in de hel afdalen om de straf te ondergaan van eeuwige scheiding van God. Niemand is daartoe voorbestemd; daarvoor moet men zich vrijwillig en in verharding van God afkeren.8). Wie sterft in vriendschap met Hem gaat op hetzelfde moment naar de hemel om de Drieënige te zien zonder tussenkomst van een schepsel (= gelukzalige aanschouwing); wie nog niet gelouterd is, ondergaat na zijn dood een loutering om de heiligheid te verwerven, die voor ingang in de hemel nodig is. Gelovigen op aarde kunnen overledenen hulp bieden door gebeden op te zenden en missen voor hen te laten opdragen. Dit vagevuur geeft niemand een postume bekeringskans en is alleen het voorportaal van de hemel voor nog niet volledig geheiligde zaligen.

 

1029.1. Leeft de leer van het vagevuur nog in onze cultuur?
Ja, de Rooms-katholieke kerk en werken als de Goddelijke komedie 9) van Dante Aligheri (1265-1325) over Hel, Louteringsberg en Paradijs, het Requiem van Gabriel Fauré en War Requiem van Benjamin Britten houden (de leer van) het vagevuur in veler bewustzijn levend. Deze leer groeit soms uit tot troost voor hen die twijfelen aan het behoud van overledenen als laatste strohalm van hoop op hun eeuwig geluk, maar we vinden daarvoor geen grond in de bijbel.

 

1030. Waarom is de leer van het vagevuur niet bijbels?
Onze Heer zegt daarover niets; zou Hij, indien er een vagevuur zou zijn, zich daarover niet duidelijk geuit hebben? Hij neemt de berouwvolle moordenaar op in het paradijs en rept niet van een vagevuur, Luc. 22:43.
Ook de apostelen maken daarvan geen gewag, maar leren dat de Vader ons rechtvaardigt door het geloof in Jezus Christus, die ook onze heiliging voor ons volbracht. Hier ligt een verschil over de toerekening van Christus’ gerechtigheid en heiligheid aan gelovigen, Oef. 35 en 36.
Met het overlijden is het lot van een mens voor altijd beslist; op deze aarde vallen de beslissingen, Joh. 3:14-21; Rom. 10:5-13; het is daarom zinloos nog voor de overledenen te bidden, al kunnen zij wel voor ons bidden.

 

1031. Beoordeelt en beproeft Christus als Rechter ieder mens?
Ja, Hij beoordeelt hem, geeft iedere werker loon naar billijkheid en welbehagen en straft de slechte, Mat. 20:1-16; 24:45-52; 25. Hij verbrandt in een vuurproef de wanprestaties van dienaren maar schenkt hun zelf eeuwig leven, als zij hun werk op Hem hebben gebouwd. De dienaar schrikt wel van de afkeuring maar wordt gered door vuur heen als iemand die het brandende huis op het nippertje verlaat door een nooduitgang, 1 Kor. 3:12-14. De HEER loutert gelovigen tijdens het aardse bestaan door lijden, niet in het hiernamaals, 1 Pe. 4:12-19.
7. Waar verblijven de afgewezenen na hun dood? (1032-1035)

 

1032. Wat getuigt onze Heer over onrechtvaardigen in de tussentoestand?
Hij verkondigt in de gelijkenis van de rijke man en arme Lazarus dat er meteen na het sterven een kloof ieder contact tussen beiden verhindert; de eerste lijdt pijn, de tweede ervaart geluk in Abrahams schoot, Luc. 16:19-31. Het hoe of wat van deze verblijfplaats is ons onbekend. Abraham zei tot de rijke man: “Bovendien gaapt er tussen ons en u een diepe kloof; al zou iemand van hier naar u willen oversteken, hij zou dit niet kunnen; evenmin kan iemand van daar naar ons komen.”, Luc. 16:26

 

1033. Wat valt er te zeggen van het bewustzijn van de afgewezenen?
Zij verkeren niet in een slaaptoestand maar ervaren hun afwijzing als zeer smartelijk en hebben wroeging over hun ongeloof of goddeloos leven op de aarde. Zij zouden hun verblijfplaats wel willen verlaten om vrienden of familieleden te waarschuwen voor wat hen wacht en hen oproepen hun gedrag te veranderen, Luc. 16:25-31.

 

1034. Biedt de HEER goddelozen in de tussentijd kansen tot ommekeer?
Zij wachten hun rechtsproces af tot de terugkeer van de Rechter, die voor alle nog levenden en al overledenen de strafmaat vaststelt. 10) Engelen voeren dan het vonnis uit, Mat. 13:41; Openb. 20:11-15. “Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel geworpen. Dit is de tweede dood, de vuurpoel; ieder wiens naam niet in het boek des levens stond, werd in de vuurpoel geworpen.”, Openb. 20:14-15.

 

1035. Wat voor oproep, leraar, bevat deze onherroepelijke scheiding dan?
Och, maak toch zelf ernst met het dienen van Jezus Christus! Lees uw bijbel zorgvuldig! Dring er bij uw naaste op aan dit ook te doen. U hebt nu nog kansen, straks zijn deze onherroepelijk voorbij. Besef goed dat, al zouden er tientallen uit de doden opstaan met getuigenissen over het tweeërlei bestaan in het hiernamaals, dit verharden niets zegt. Voor wie de bijbel niet gelooft helpen de meest opzienbarende gebeurtenissen niet voor zijn ommekeer, Luc. 16:29-31; Joh. 5:19-47; 2 Tim. 4:1-5. Er is in de hemel blijdschap over één zondaar die zich bekeert, Luc. 15:10; hoeveel meer blijdschap zal er zijn, als een veelvoud van mensen die zich tot Hem wenden; de hemel ruist van lof en dank aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest om de aan velen bewezen genade!

 

Wilt u bijzonderheden of bronnen nagaan? Raadpleeg dan de noten 1-10 en boekenlijst.
1. Vgl. P. van Lommel, Eindeloos bewustzijn, p. 34. (Deze cardioloog, dagelijks geconfronteerd met de dood, stelt dat het eindeloze bewustzijn altijd onafhankelijk van ons lichaam heeft bestaan en zal blijven bestaan. Er is geen begin en er komt nooit een eind aan ons bewustzijn zodat de dood, net als de geboorte, slechts een overgang kan zijn naar een andere staat van bewustzijn en dat tijdens het leven het lichaam functioneert als een interface of resonantieplaats.)

 

2. De oud-testamenticus N.H. Ridderbos was van mening dat de dichter van psalm 49 zich niet uitlaat over de vraag of goddelozen ophouden te bestaan, maar zich aansluit bij bestaande voorstellingen zonder deze te ijken, De Psalmen-II, 1973, p. 126 (met beroep op Th. C. Vriezen, Hoofdlijnen der heologie van het OT, 1966, p. 443.). Hij geeft bij ps. 49:16 als commentaar: “Maar daarmee duidt hij toch ook wel althans als mogelijkheid aan, dat de band tussen hem en zijn God ook door het sterven heen zal blijven bestaan, dat hij ook na het sterven, op welke wijze dan ook, de gunst van zijn God zal genieten.”, a.w. p. 142.

 

3.Van der Kamp gaat uitvoerig in op de vraag wie de oudsten zijn, Openbaring, p.165-170. Hij ziet hen als senioren uit het OT, veteranen als wolk van getuigen, Hebr. 12:1, rondom de kerkleden.

 

4. Vgl. R. Kranenburg, Hindoeïsme, Kampen 1997. Idem, Neohindoeïstische bewegingen in Nederland, Kampen 2002. Sedert de verschijning van de geschriften in de zesde eeuw v.C., de Upanishads, spreekt men van Hindoeïsme.

 

5. Krishna en Rama spelen ook een rol in de twee heldendichten Mabahbharata en Ramayana. Een deel van de laatste is bekend geworden als Bhagavad Gita.

 

6. Martien Brinkman onderzocht het integratieproces tussen de godsdiensten, De niet-westerse Jezus. Jezus als bodhisattva, avatara, goeroe, profeet, voorouder en genezer, 2007, p. 181-214.

 

7. Brinkman a.w., p. 187. Deze verwijst naar S.J. Samartha S.J., The Hindu Response to the Unbound Christ, Madras 1974. Idem, One Christ, Many Religions. Towards a Revised Christology, Maryknoll 1991.

 

8. Katechismus van de Katholieke Kerk, 1995, p. 252, par. 1035. De RKK verwijst hierbij naar de besluiten van de concilies van Florence en Trente en naar Mat. 12:31 over de vergeving in het hiernamaals en 2 Makk. 12:45 over het zoenoffer voor doden, a.w. p. 231.

 

9. Dante Alighieri, De goddelijke komedie. Vertaald, ingeleid en toegelicht door Frans van Dooren, Ambo/Amsterdam, Kritak/Leuven 1987, 1998 vijfde druk. De Divina Commedia wordt gerekend tot de top van de wereldliteratuur op één lijn met de werken van Homerus, Vergilius, Shakespeare en Goethe en weerspiegelt de middeleeuwse theologie in een dertiende eeuwse contekst.

 

10. Zie over het oordeel naar werken enz. Oef. 49 en HIEB-II, 739-751. De Sjeool, het dodenrijk van de schimmen, moet onderscheiden worden van de Voorlopige Verblijfplaats van afgewezenen in de tussentijd. De laatste verschilt weer van Hel of Gehenna of vuurpoel als plaats van de definitieve scheiding van God. Gehenna is een verbastering van Ge of dal van Hinnom, een kloof buiten Jeruzalem, plaats van lijken van veroordeelden, vuilnisbelt, 2 Kon. 23:10; Jer. 7:30-8:3; 10:6. De term hel is Noord-Germaans voor dodenrijk en zijn godin Hel. McDannel noteert: ”Volgens Jezus was er geen sprake van een kwijnend bestaan in Sjeool, maar waren de doden naar God opgestegen en leefden zij nu in zijn nabijheid.”, De hemel, p. 43.
In de herschapen wereld is geen plaats voor duivel en dood, maar vernietiging of vernietsing is niet hetzelfde als eeuwige bestraffing, Oef. 49 en 50.

 

Bhaktivedanta A.C. Swami Prabhupada, De Bhagavad-gita zoals ze is. De Grote Klassieken van India I-V, The Bhaktivedanta Book Trust, Amsterdam 1981-1985.

 

Brinkman Martien E., De niet-westerse Jezus . Jezus als bodhisattva, avatara, goeroe, profeet, voorouder en genezer, Meinema, Zoetermeer 2007.

 

Derksen Guido en Martin van Mousch, Handboek voor het hiernamaals. Reizen naar hemel en hel, Amsterdam 2004.

 

Lommel Pim van, Eindeloos bewustzijn. Een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring, Ten Have, Kampen 2007.

 

McDannel Colleen &Bernard Lang, De hemel. Een aardse geschiedenis, Gottmer, Haarlem 1991. (Heaven – A History, Yale, New Haven/Londen 1988)

 

Jager Okke, Het eeuwige leven met name in verband met de verhouding van tijd en eeuwigheid, Kok, Kampen 1962 (diss. VU).

 

Kamp H.R. van de, Openbaring. Profetie van Patmos, Kok, Kampen, 2000.

 

Milne Bruce, The Message of Heaven and Hell, Inter-Varsity Press, Leicester, 2002.

 

Moody R.A. Jr., Leven na dit leven: het onderzoek van een verschijnsel: voortbestaan na lichamelijke dood,

 

Strenghold Naarden, 1977. (Vertaling van Life after Life, Covington G.A.: Mockingbird Books, 1975.)

 

Schilder K., Wat is de hel, Kampen 19323 .

 

Idem, Wat is de hemel?, 1935, Kampen 19542.

 

Wentsel B. De genademiddelen, het gemenebest en het eschaton. Dogmatiek 4C,1998, 367-517.

 

Idem, HIJ-IS-ER-BIJ-II, 2006, 723-739.

 

Oefening: 47 | 48 | 49 | 50