Oefening: 47 | 48 | 49 | 50

 

Gesprekken II - Oefening 47 (995-1014)

Wat zijn de signalen van Uw komst en wat is de dubbele antichrist?

1. Gesprek als gebed. Hoe duiden wij tekenen? (995-996)

 

995. Heer Jezus Christus, wat zijn tekenen der tijden?
Dat zijn opzienbarende gebeurtenissen in uw tijd. Ik ben als het Lam daarin komende in genade en gericht, Openb. 5-19. U constateert terecht, als de avondlucht rood kleurt: ĎHet wordt morgen mooi weer!í Tracht de feiten te vertalen als tekenen van Mij, Mat. 11; 16:1-4; Luc. 12:54-59. Doe niet als de verblinden die mijn wonderen niet als Gods tekenen erkenden en ze toeschreven aan Satans invloed op Mij, Mat. 12:22-45.

 

996. Op welke tekenen van uw komst, Heer, dienen wij acht te slaan?
Op profetieŽn van heil en gericht, meermalen door Mij vervuld, 997.
Op het joodse volk, teken van trouw en zegen, ontrouw en gericht, 998-1002.
Op pseudo-gezondenen onder predikanten, toets en ontmasker hen, 1003-1004.
Op oorlogen en aardbevingen, Ik gebruik deze tot bekering van velen,1005-1007.
Op botsingen, verkoeling en vervolgingen, Ik beproef u daardoor en help u om vrijmoedig te getuigen en te volharden, 1008-1009.
Op Kerkgroei, Ik openbaar Mij in alle werelddelen tot uw bemoediging, 1010.
Op tijdperken van verkwikking en tijdperken van verschrikking, 1011-1012.
Op bedwelming door de kerkelijke en politieke antichrist(en), 1113.
Op misleidende zorgeloosheid en paniek zaaiende geruchten over data, 1114.

 

996.1. Hoe leren we deze tekenen naar uw wil in onze situatie te vertalen?
Ik geef u mijn Woord als norm om waarheid en leugen te schiften, Joh. 8:21-39; 16:4-15; 1 Kor. 1:18-2:16. Jak. 1:5-7; 3:13-18.
Ik zegen en beproef allen die Mij liefhebben en keer Mij tegen hen die Mij miskennen en zich verharden, Deut. 27-33; Richt. 2; Mat. 23; Luc. 21.
Ik schenk u mijn Geest, ook het charisma van de onderscheiding van geesten, om samen de feiten juist te vertolken, Mat 10:19; Joh. 17:17-18; 1 Kor. 12-14.
2. Wat is de eindtijd en wat betekent veelvuldige vervulling? (997)

 

997. Wat verstaat de bijbel, leraar, onder de laatste dagen en parousie?
De term Ďde laatste dagení slaat op het tijdperk tussen Jezusí eerste en tweede komst, Hand. 2:12; JoŽl 3; 4:14-18. De leer over de laatste dingen heet eschatologie (eschaton = uiterste). Om spraakverwarring te voorkomen onderscheiden we tussen de eindtijd en de slotfase daarvan. Parousie betekent Jezusí aanwezig zijn en komen in genade en gericht met als hoogtepunt zijn tweede verschijning, Hand. 1:11; Openb. 1:7.

 

997.1. Wat betekent het dat God de profetieŽn meermalen vervult?
Hij sloot eenmaal met Abraham een verbond, maar stelde hem en zijn nageslacht voor de volken duizendvoudig tot zegen, Gen. 12:1-3.
Hij kan het joodse volk opnieuw enten op de oude olijfboom en gebruikt gelovigen uit de heidenen om hen jaloers te maken, Rom. 11:15-23.
Hij schonk de wereld eenmaal zijn Zoon maar geeft miljoenen in vele eeuwen deel aan zijn vrede, Luc. 2:11; 30-32; Rom. 5:1; Gal. 3:6-9.
Hij vervulde JoŽl 3 eenmaal in Jeruzalem, Hand. 2, maar stortte daarna zijn Geest nog vele malen uit, Hand. 10; 8:14-25; 15:28; 1 Tes. 1:6.
Hij gaf het messiaanse rijk in flitsen en fragmenten gestalte in recht en vrede, Jes. 9:1-6, en stelt gerichten onder oud-IsraŽl tot voorbeeld voor ons, l Kor. 10.
3. Hoe maakt Jezus het Joodse volk tot zegenrijk teken van zijn komen? (998)

 

998. Blijft het Joodse volk een teken van de HEER?
Ja, Abrahams nageslacht blijft zijn eerste liefde, Gen. 12:1-3; Mal. 1:2-5. Altijddurend is zijn trouwverbond met het drievoudige beloftesnoer 1) van godsgemeenschap, vroom nageslacht en landbezit, Gen. 15; 17; 28:10-22; Ex. 20-34; Deut. 7:5-12; Jes. 4:5-16; Jer. 31:32-37; 33; Rom. 9:4. De Getrouwe drukt zijn stempel op heel zijn volk; daaronder zijn aan Hem toegewijde zielen, zoekende, wier hart (nog) op slot zit, en versteende, die horende doof zijn, Mat.13; Hand. 2-3; Rom. 11:1-10. Hij blijft God-van-Abraham, God-van-Isaak en God-van-Jakob, de Drie-enige, die is en die was en die komt. Hij brak zijn verbond niet af bij Jeruzalems val (586 v. C. en 70 n. C. ) maar zette dit voort in zegen en vloek, Deut. 27-33; Ps. 78; 105-106; Neh. 9; Hand. 7. Hij breidde dit uit onder de volken, Hand. 10, Oef. 1-3, 11-19

 

998.1. Hoe leidde, leraar, de HEER de joden terug naar Kanašn?
Hij deed dit in de zesde eeuw v. C. door inschakeling van koning Cyrus, Jes. 41; Jer. 29-33 (herstel); 34-48 (terugkeer); Ezra; Neh. Hij deed dit in ons tijdperk onder de druk van het anti-semitisme, waaraan ook Verlichting (= Haskala) en Aanpassing (assimilatie) geen einde maakten. Theodor Herzl (1860-1904), die het niet nodig achtte met IsraŽls verrijzenis te wachten op de Messias 2), belegde in 1892 het Zionistische Wereldcongres in Bazel om een tehuis voor het joodse volk te scheppen. Hij nam in zijn doelstelling ook op de intenties van de wijsgeer en bijbelvertaler Martin Buber (1874-1965), die pleitte voor erkenning van de Thora in de politiek, voor Hebreeuws en voor joods nationalisme. Chaim Weizmann (1874-1952), later eerste president, was voorstander van een socialistische staat. Ultra-orthodoxen rieden de stichting af met het argument dat men Gods hand niet mag forceren. Tussen 1881 en 1930 ontvluchtten Ī 182.000 asjkenazische joden de pogroms in Rusland en het West-Europees antisemitisme (alija-1, = opgang, immigratie); een tweede inmigratiegolf kwam los van 1904-1914 (alija-2), een derde in 1920-1922, samen 45.000 emigranten; nieuwkomers overvleugelden in getal de 60.000 orthodoxen. In 1917 gaf de Britse regering in de Balfourverklaring steun voor dit nationaal tehuis. 3) De Sjoa stuwde de terugkeer op.

 

998.2. Regeerde de HEER deze terugkeer en stichting van de staat IsraŽl?
Hij voert zijn raadsbesluiten uit door Jezus Christus, die de terugkeer regeerde, Openb. 5. Wel was deze grotendeels te danken aan het initiatief van hen die Hem verwierpen en collectief eigen belang nastreefden, maar wie Hem buitensluit bij dit gebeuren, doet tekort aan de heerschappij van de leeuw uit Juda, telg uit Davids geslacht en als Gods Zoon de wortel van David, Openb. 5:5. Hij voert het bewind over zijn volk, gehoorzaam of ongehoorzaam, buiten en binnen de staat IsraŽl, Gen. 49:8-12; Mat. 26:64; 28:18-20; Hand. 3:11-26; Openb. 5. Hij gebruikte hen die de staat IsraŽl uitriepen op 14 mei 1948 onder de meerzinnige term Ďmet vertrouwen op de Rots van IsraŽlí.

 

998.3. Wat was de grondslag van deze staat?
De initiatiefnemers stichtten een staat op humanitaire grondslag. Zij gingen niet uit van het drievoudig snoer van Jahweh, zijn volk en het beloofde land. Premier Ben Goerion (1886-1973) deed orthodoxen de concessie dat in openbare gelegenheden spijsregels zouden gelden, de sabbat de rustdag zou zijn en Tora-studenten zouden worden vrijgesteld van militaire dienstplicht; dit werd een brandhaard van spanningen tussen seculieren en (ultra)orthodoxen. Christus greep niet in bij de Sjoa, maar deed de staat IsraŽl stand houden tegen Arabische legers, die dit van de kaart wilden vegen. Opvallend is dat het aantal orthodoxe joden toeneemt en tevens hun invloed.

 

998.4. Hoe maakt de HEER joden tot zegenrijk teken van Jezusí komst?
Hij verkondigde eerst aan joodse herders de geboorte van zijn Zoon, Luc. 2:16-18, en daarna aan de wijzen uit een heidenland, Mat. 2:1-12. Hij stortte zijn Geest eerst uit op de joden, Hand. 2, daarna op de heidenen, Hand. 10. Hij maakte gelovigen van de edele olijf tot eerstelingen van de oogst en entte op hen de takken van de wilde olijf, Rom. 11. Hij maakte gelovigen uit de heidenen tot zijn huisgenoten en medeburgers van IsraŽl, tot kinderen van Abraham en koninkrijk van priesters, Hand. 10-11; Rom. 4; 11:11-23; Ef. 2-3; 1 Pe. 2:5,9-10. De Eniggeborene beŽindigde het isolement van oud-IsraŽl, maar hield de band met Gods eerstgeborene vast, Ex. 4:22-23; Hos. 11:1; Rom. 9:4. Zoals de HEER in EzechiŽls dagen zijn Naam heiligde door zijn volk naar het land (ŤrŤtz) Kanašn terug te brengen, Ez. 36, en daarna uit de doden op te wekken, Ez. 37, zo is Hij ook bij machte dit volk te doen opstaan in deze eeuw, Rom. 11.

 

998.5. Wat is de rol van de Jezus als Messias belijdende Joden?
Hij stelt deze tot teken van zijn trouw en voorpost van zijn oogst, Rom. 11:11-35; Openb. 7. Het aantal Joodse belijders van Jezus groeit langzaam, ook door de komst van Russische Joden; het bedroeg in het begin van de 21ste eeuw in de staat IsraŽl circa tienduizend, in de Verenigde Staten honderdduizend, in Wit-Rusland/OekraÔne vijfentwintigduizend. 4) Het jodendom beschouwt hen niet meer als Jood, daar zij de identiteit beperkt tot hen die uit een Joodse moeder geboren zijn of door geloof toetreden. Zij onderhouden de Thora, besnijdenis en doop, sabbat en zondag en zijn lid van een gemeente met evangelische inslag of eigen gemeenten. 5) Zij verdienen gebedssteun van de hele Kerk, Rom. 11:11-32.
4. Hoe maakt de HEER IsraŽl tot gerichtsteken van zijn komst? (999-1000)

 

999. Waar kondigde Jezus Jeruzalems verwoesting als gerichtsteken aan?
Ja, Hij vervloekte de onvruchtbare vijgenboom en sprak deze aan als persoon, Mat. 21:18-22, Mc. 11:12-25. Hij waarschuwde priesters en farizeeŽrs dat God het koninkrijk wegneemt van een voor Hem onvruchtbaar volk, Mat. 21:33-44; Luc. 20:9-19. Hij voorspelde Jeruzalems verwoesting in 70 als dagen van vergelding en vervulling van de profetie, Luc. 19:43-44; 21:20-24. ďZij zullen vallen door het scherp van het zwaard en als gevangenen worden afgevoerd naar alle heidense volken; en Jeruzalem zal vertrapt worden tot de tijden (kairoi, perioden) der heidenen (= goiem) vervuld zijn.Ē, Luc. 21:24. Dit wijst op een termijn, waarin een einde komt aan de heerschappij van de heidenen of waarin zij in groten getale het evangelie hebben erkend.

 

1000. Hoe voltrok de HEER dit gericht?
Opstandigen versloegen de Romeinen en kregen Jeruzalem in handen. maar Titus, zoon van keizer Vespasianus, heroverde dit. IJveraars (= zeloten) vochten tot de laatste man in de stad in 70 en in de vesting Massada in 73. Velen Ė onder welke vierhonderd jongens en meisjes Ė doodden zichzelf.6) Rabbijnen zochten, ontzet over de verwoesting van de tweede tempel, verklaringen daarvan in sociaal onrecht, afgunst, haat, trots. 7) Romeinen verkochten vele joden als slaven en maakten Judea tot een van hun provincies. Een nieuwe opstand onder Bar Kochba, pseudo-messias (Ďsterrenzooní, Num. 24:17) met als inzet de naar Zeus genoemde stad Aelia Capitolina, gesticht op Jeruzalems puinhopen, eindigde in 135 n. C. met de verwoesting van het Judese hartland en het vernederende verbod voor Joden om stad en omgeving te betreden. Na de tempelverwoesting maakten rabbijnen Synagoge en Talmoed (= richtsnoer) tot middelpunt van de joodse religie. Vanwege bekeringen onder dwang tijdens de regering van de byzantijnse keizer Justinianus-I (527-565) begroetten Joden in 613 de Perzen als bevrijders. Van Ī 638 tot 1917 stonden joden onder heerschappij van moslims, eerst van Arabieren, van 1516 af van Turken met een onderbreking van 1099-1291 (kruisvaarders). Hunkering naar zelfstandigheid leidde tot vestiging van de staat IsraŽl, 1948, maar de toestand bleef onrustig. Dringt zijn Hand door druk hen tot een keuze voor Hem? Richt. 2; 3:1-5; Mat. 11; Luc. 21; Openb. 9:21; 15; Oef. 11-19B; HIEB-I, h. VII-I en VII-II, p. 433-574.

 

1000.1. Uit welke groep komt de antichrist voort?
Er bestaat een theorie dat de antichrist met de joden een verbond aangaat en hen daarna laat vallen en dat er, als de HEER niet ingegrepen had, niemand van IsraŽl overgebleven zou zijn. De antichrist kan echter net zo goed voortkomen uit afvallige kringen van het christendom of uit de islam. Dat sommigen vooral het jodendom als bodem daarvoor zien, kan bevorderd zijn door de uitspraak dat Gods toorn in volle mate of voorgoed is gekomen over joden, die Christus hebben gedood en evangelisten belet het evangelie aan heidenen te prediken, 1 Tes. 2:14-16; 2 Tes. 2:1-12. We dienen deze diskwalificatie echter samen te lezen met Paulusí uitspraak over Gods trouw aan zijn verbondsvolk, Rom. 11. In de islam is een overlevering dat Jezus zich tegenover een joods leger bij moslimlegers zal aansluiten, veertig jaar als kalief heersen, daarna kruisen breken (= christendom vernietigen) en de islam wereldwijd verspreiden. Ook geniet daar gezag een opruiend pamflet over joods streven naar wereldheerschappij: ĎProtocollen van de Wijzen van Zion.í De Talmoed remde daarom opstanden en terugkeer naar Kanašn voor de komst van de Messias af. 8)
5. Wie is de eigenaar en wie de pachter van Kanašn? (1001-1002)

 

1001. Bleef Kanašn Gods speciale eigendom?
Ja, Hij verpachtte het land aan gasten en vreemdelingen als rentmeesters, Gen. 15; 17; Lev. 25:23-28. Toen zij het verspeelden, handhaafde Hij het drievoudig beloftesnoer: Ik, mijn volk, mijn land. Jeremia noemde de eenheid tussen Israel, het herbevolkte land en Godskennis een eeuwig onaantastbare verbondsstatus, Jer. 31:33-37. EzechiŽl combineerde wonen in Kanašn met Godsgemeenschap en de eenheid van EfraÔm en Juda onder de gave herdersvorst, Ez. 36, 37. Volgens Hosea zal de Ontfermer zijn volk in Kanašn doen opbloeien, Hos.14. JoŽl, profeet van de Geestesuitstorting, voorzei dat er op de berg Sion en in Jeruzalem redding zal zijn. Ieder zal erkennen dat de HEER hun God is en dat Juda en Jeruzalem altijd bewoond zullen zijn, JoŽl 3:1-5; 4:17. Petrus paste deze tekst toe op joden in Jeruzalem en daarbuiten, Hand. 2:17-21, 39. Nehemia, herbouwer van de tempel, prees in een terugblik over duizend jaar de Ontfermer, omdat Hij zijn volk weer aannam en terugbracht in het land, Neh. 9. Stefanus kritiseerde het Sanhedrin op verafgoding van de tempel, Hand. 7:48-49.

 

1001.1. Deed de HEER het Joodse volk de status van verbondsvolk behouden?
Ja, Hij herroept de roeping nooit, Gen. 12:1-3; Rom. 9:1-5; 11:29. Hij ontdeed deze wel van zijn exclusiviteit en betrok gelovigen uit de heidenen bij zijn volk. Hij koos zijn volk Ťn uit IsraŽl als Ďrestí van geredden Ťn uit de volken, Rom 11:5b. Hij haalde de scheidsmuur tussen beiden neer en opende voor beiden de toegang tot zich, Ef. 2. Hij kent dus Ťn een collectief verbondsvolk IsraŽl (met belijders van Jezus, zoekenden en verharden ) Ťn een uitverkoren verbondsvolk uit IsraŽl en de volken. ďAl staan zij vijandig tegenover het evangelie omwille van u, toch blijven het Gods geliefden krachtens zijn uitverkiezing omwille van de aartsvaders. Want God kent geen berouw over zijn genadegaven of zijn roepingĒ, Rom. 11:28-29.

 

1001.2. Is het geografische Kanašn nog het land van de beloften?
Ja, Hij handhaafde het verbond met Abraham en het drievoudig snoer, Gen. 15; 17; Hand. 2-4, maar wijzigde de omstandigheden en breidde zijn verbond uit, Hand. 10; Ef. 2-3. Hij leerde het Joodse volk in 586 v. C. en 70 n. C. dat Hij eigenaar is van Kanašn en het land hen door hun wangedrag kan uitspuwen, Lev. 20:22-27. Hij maakte de Kerk over de hele aarde tot zijn volk en de aarde tot zijn heilsdomein, Mat. 5:5; Hebr. 11: 13-16. Hij doet vooral door joden, die Jezus als Messias belijden, en christenen uit de Arabieren en andere volken een beroep op het Joodse volk: Ďerken dat u eigendom bent van Mij, de HEER, Vader van Jezus Christus en Ik recht op uw toewijding heb!í

 

1001.3. Handhaaft de Getrouwe de joodse rechten op Kanašn?
Ja, Hij laat de historische rechten gelden voor een volk dat van 1200 v. C. tot heden bewoner is, dat is circa 3200 jaar. Altijd waren geloof, volk en land als drievoudig snoer met elkaar vervlochten, Gen. 15:12-20. Hij handhaaft dit verbondssnoer onder voorwaarde dat zij Hem dienen, zijn tuchtiging ter harte nemen, rekening houden met de gewijzigde samenstelling van de bevolking en vreemdelingen liefde bewijzen, Deut. 6; 7;10:12-22, opdat ze het land niet opnieuw verspelen, Lev. 22:23-28; Neh 9. 9)

 

1001.4. Is Jeruzalem nog de heilige stad?
Neen & ja. Neen: zij is niet meer heilig als woonstad van de Heilige. Na Christusí komst woont Hij vooral in zijn volk als tempel, Joh. 1:13-22; Kol. 2:12-20; Hand. 2, en wil overal aanbeden worden, Joh. 4:22-24. Nog veertig jaar na Jezusí verrijzenis handhaafde Hij de tempel om joden en christenen te verenigen; daarna liet Hij deze in 70 verwoesten als vergelding, Luc. 21:20-24. Ja: Jeruzalem blijft het meest indrukwekkende monument van alle monumenten. In geen enkele stad heeft de HEER zelf gewoond. Daar verwierf God de Zoon onze verlossing, nam de Heilige Geest zijn intrek in de gemeente en ging Hij de wereld in. Deze woon- en werkplaats van de Heilige en Drie-enige kan als stad van hoop een rol spelen bij de wederkomst.

 

1002. Hoe stelde de islam zich op bij de stichting van de staat IsraŽl?
Zij keerde zich fel tegen de gestichte staat. Velen waren niet blij dat het joodse volk in 1948 een rustplek vond, waar joden en moslims van de zevende eeuw af met elkaar leefden, soms zelfs in vriendschap. De islam ziet Kanašn sinds de verovering daarvan10) als Allahís eigendom, Wakf of onroerend goed met speciale status onder islamitisch beheer tot de opstandingsdag. Vele moslims vinden de Joodse staat racistisch en beschouwen het territorium als door zionisme en koloniaal imperialisme bezet gebied; het Westen had niet door een Ďkruistochtí haar problemen met joden moeten oplossen maar deze in Europa land moeten geven. Om Palestina te bevrijden poogden Arabische legers deze staat van de kaart te vegen. In het Handvest van de Bevrijdingsorganisatie PLO en de Islamitische Verzetsbeweging HAMAS staat tot op de huidige dag de verplichting voor Arabieren om Palestina te bevrijden, al zijn er tijdelijk verdragen mogelijk. 11)

 

1002.1. Is deze vijandschap een teken van pressie met de Linkerhand?
Wil de Getrouwe de joden door druk tot Zich terugbrengen zoals Hij deed met oud-IsraŽl? Mishaagde het volk Hem, dan gaf Hij hen prijs aan tegenstanders; kwamen zij tot inkeer, dan bevrijdde Hij hen, Richt. 2-3:1-5; Neh. 9.
Verstaan wij de tekenen correct of heeft het Ďbinnenwereldlijkí denken (= secularisme) ons zo bevangen dat wij blind zijn voor gewelddadige ingrepen van zijn Hand?, Mat. 11; Luc. 12:54-56; Openb. 5-21, Oef. 13-19.

 

Wilt u weten op welke bronnen bovenstaande antwoorden rusten, raadpleeg dan de noten 1 tot 11
1. Het verbondssnoer bestaat in Godkennis, vroom nageslacht en het blijvend wonen in Kanašn, Gen. 15; 17:1-8. ďIk zal u tot God zijn en de God van uw nakomelingen, Heel Kanašn Ė het land waar u nu als vreemdeling verblijft Ė zal Ik aan u en uw nakomelingen geven om het voor altijd te bezitten, en Ik zal uw God zijn.Ē, 17:7b en 8. Ook Isaak en Jakob kregen deze drievoudige belofte, Gen. 26:2-6; 28:10-20. Men kan ook spreken van een viervoudig snoer omdat de HEER de zegen betrekt op de mensheid, Gen. 12:3; 26:4;28:14, Oef. 11, 12. Ook in de Handreiking IsraŽl volk, land en staat, 1970, wordt dit snoer bevestigd. Zie over de tekenen der tijden ook Dogmatiek 4C, 1998, blz. 380-406, HIEB II, 2006, blz. 572-628.

 

2. De ontwikkelingen rond de vestiging van de Joodse staat schetst Els van Diggele in haar Een volk dat alleen woont, p. 25-61 (ĎDe tijdbom van Ben Goerioní). Jan van Genderen ontkent dat het nationaal herstel van IsraŽl een teken is dat de Dag van Christus nadert, omdat het NT erover zwijgt, BGD , p. 171.

 

3. Afgifte hiervan door lord Balfour, minister van buitenlandse zaken, was mogelijk door een Franse verklaring voor Joods herstel, Kortenoeven, De kern van de zaak, 2005, p. 169. In de Sjoa smelten samen haat tegen Gods eerste liefde (antisemitisme), racisme, nazisme; lafheid, angst door intimidatie; bureaucratie, kadaverdiscipline met verzetsmoed, martelaarschap, misplaatst vertrouwen en verkrampte gezagstrouw, Oef. 18-20.

 

4. Kees Jan Rodenburg, Joodse volgelingen van Jezus, 2010, stelt dat hun groei in de staat IsraŽl vooral te danken is aan de immigratie uit de voormalige Sovjet-Unie en gezinsuitbreiding, maar dat deze groei verbleekt in het licht van tegenovergestelde overgangen. Het aantal Jezus als Messias belijdende christenen in de voormalige Sovjet-Unie groeide vooral door evangelist Jonathan Bernis. Ook in Duitsland en Latijns-Amerika is er groei.

 

5. E. v.d. Pol vermeldt in zijn De messiaanse beweging, 2001, het getal van 150.000 - 200.000 Messiasbelijdende joden in de wereld en 4000 in IsraŽl, p. 86-109. Er zijn ook schattingen van een half miljoen in de wereld tot 10.000 in de staat IsraŽl. J.W. van der Hoeven stelt dat allen die IsraŽl niet steunen te gronde gaan op grond van Jesaja 60:12, Staat IsraŽl nog in de bijbel? Een reactie op de Manhattan Declaratie, 2010. Hij faalt echter door het falen van de IsraŽliŽrs niet aan de kaak te stellen, wat de apostelen wel deden, Hand 3-4.

 

6. Michael Krupp, De geschiedenis van de joden in het land IsraŽl, 1993. De vier honderd jongens en meisjes, gevangen genomen voor een bordeel, wilden dit niet; zij vroegen aan een rabbi of zij in het paradijs zouden komen als zij zich in zee zouden verdrinken; toen hij dit beaamde, deden zij dit, a.w. p. 43. Volgens Jozephus zijn er miljoen joden omgekomen. Het verlies van de tempel was ingrijpend. Als herstichter van het jodendom wordt genoemd rabban Jochana ben Zakkai. Een eerdere straf was de ondergang van Samariaís in 722 v. C. en ballingschap van de tien stammen naar AssyriŽ en Jeruzalems verwoesting in 586 en Judaís ballingschap naar BabyloniŽl; joden aten mensenvlees, Klaagl. 4:10. De HEER rukte hen tot hun ontzetting uit hun land en vervulde hen met angst voor ijzingwekkende terreur, Deut. 28:45-68; 30:1-1. Jer. 1-28; Ez. 1-33.

 

7. Flavius Josephus (= Jozef ben Matitjahoe, Krupp, 37-100), een van hun commandanten, kwam later in handen van de Romeinen en beschreef deze oorlog in zijn De Joodse oorlog. Hij woonde de strijd bij in het leger van Titus, ook de inname van Jeruzalem. Vgl. Joodse Oudheden, over de geschiedenis, van de schepping tot Nero.

 

8. Zie Talmoed, Ketubod IIIa, Kortenhoeven, De kern van de zaak, p. 41-42 (ĎAntichrist en Dajjalí). ďDit zelfbehoudmechanisme is de belangrijkste verklaring voor de paradoxale antizionistische opstelling van ultra-orthodoxe Joodse stromingen zoals Natura Karta. ď, a.w. p. 42.

 

9. De Gen. Synode van de NHK handhaafde in 1970 het verband tussen IsraŽls verkiezing en Kanašn, maar sloot daarvan uit Jeruzalem, het koningschap en de onafhankelijke staat, IsraŽl, volk, land en staat, handreiking voor een theologische bezinning, 1970. ďAls de verkiezing van het volk en de daarmee verbonden beloften van kracht blijven, volgt daaruit dat ook de band tussen volk en land van Godswege gehandhaafd blijft.Ē, p. 18. Vgl. Mouin Rabbani en Gideon Soesman, Neef aan de overkant. Brieven over een familieruzie in het heilige land,Aspekt 2006. A. v.d. Beek ziet geen andere oplossing van de landbelofte en relatie met Palestijnen dan een praktische overeenkomst als voorlaatste beslissing, Het beloofde land, 2002. In 2008 stelde de GS van de PKN dat de staat IsraŽl deel uitmaakt van de Joodse identiteit maar het internationaal volkerenrecht het uitgangspunt moet zijn voor vrede, Het Israelisch-Palestijnse conflict, 2008.

 

10. Een helder overzicht van de ontwikkelingen van de staat IsraŽl, de tegenstand van moslims, Handvesten en de Verklaring van de wijzen van Sion geeft Wim Kortenoeven in zijn De kern van de zaak, 2005.

 

11. Zie over het Handvest van de PLO en dat van de HAMAS Kortenoeven, a.w. p. 424-447. Ondanks de Oslo-resoluties is het Handvest van de PLO niet gewijzigd; het bevat de opdracht tot gewapende strijd van het Palestijns-Arabische volk, verschuldigd aan Allah. Artikel 8 van het Handvest van Hamas luidt: ďAllah is haar doel, de profeet (= Mohammed) is haar voorbeeld, de Koran haar grondwet, jihad haar pad en sterven voor Allah haar meest verheven doel.Ē, a.w. p. 430. Oef. 13-19.
6. Hoe onderscheidt u de echte van de pseudo-messias en -profeet? (1003-1004)

 

1003. Wat zijn schijn-gezalfden of pseudo-messiassen?
Messias (= gezalfde) is in het Grieks Christos, in het Latijn Christus. Zalving met olie houdt in roeping en toerusting met geestesgaven tot koning, priester of soms profeet. Gezalfden genoten gezag als door God gezondenen. Wie de waan koestert dat God hem riep, maar niet geroepen is, heet valse messias. Jezus waarschuwt ons voor hen die onder de leuze ĎIk ben de Messiasí velen op een dwaalspoor brengen, Mat. 24:5,23-24. Hij plaatst hun optreden in het raam van oorlogen, tekenen en wonderen. Zo verzamelde Simon Ben Kosba duizenden joden achter zich, 132-135. Rabbi Akiba gaf hem daarvoor de messiastitel Bar Kochba, Sterrenzoon. ďIk zie hem, maar niet in het heden, ik aanschouw hem, maar niet van nabij, een Ster komt op uit Jakob, een scepter rijst op uit IsraŽl.Ē Num. 24:17a. Hij sleepte half miljoen joden mee in de dood, liet het Judese land verwoest achter en werd toen genoemd Bar Kosiba12), leugenzoon, HIEB-II, 687-690.

 

1003.1. Hoe krijgen staatslieden met hun uitstraling de massa in hun ban?
Zij spiegelen het publiek een heilsstaat voor. Adolf Hitler (1889-1945) gaf het Duitse volk zijn trots terug na 1918, maakte een einde aan de werkeloosheid en ondernam met beroep op de ĎVoorzienigheidí een kruistocht tegen het goddeloze communisme. Hij strooide zand in veler ogen zodat menige voorganger tot het laatst toe bleef bidden voor zijn overwinning. 13) Pas tientallen jaren later zagen velen in dat zij in zijn ban hadden meegewerkt om Europa in de ellende van racisme en concentratiekampen, verwoeste steden en veertig/vijftig miljoen doden te storten. Dit kan weer gebeuren.

 

1003. 2. Waarom is Jozef Stalin (1928-1953) nog steeds populair?
Op een schilderij straalt hij als ikoon en weldoener, omringd door aanbidders, terwijl hij een gruwelijke multi-moordenaar was. Hij verbood alle openbare geloofsuitingen, brak vele kerkgebouwen af of bouwde deze om tot sporthallen en opslagplaatsen. Hij sloot priesters en voorgangers op, nam in 1937-38 niet minder dan 165.100 orthodoxe priesters gevangen en liet daarvan 105.000 liquideren. 14) Hij heeft op zijn geweten een miljoen doden per jaar door terreur, oorlog en vaak opzettelijk veroorzaakte hongersnoden, meer dan 25 miljoen. Dit is niet minder dan ťťn op de acht burgers van de Sovjet-Unie in een kwart eeuw. Onheilspellend is dat de Russische overheid na een kortdurende erkenning van zijn inktzwarte dossier opnieuw in en na 2000 zijn misdaden verzwijgt. Hij komt in Rusland in geschiedenisboeken veelal alleen voor als overwinnaar van de naziís ter wille van de nationale trots. Zijn zwarte kanten dienen getekend te worden als rood licht tegen herhalingen.15) In Noord-Korea voltrok zich rond en na 2000 de huiveringwekkende knechting van een volk onder Kim-I en Kim-II. Hoe alarmeren we en behoeden we de volken voor komende dictators en rampen?

 

1004. Wat zijn valse profeten of pseudo-messiaanse voorgangers?
Jeremia kwam in een bijna dodelijk conflict met hofprofeten, die beweerden namens de HEER te spreken. ĎU kijkt de zittende macht naar de ogen; u spreekt leiders naar de mond door te prediken dat het land geen oorlog of honger zal treffen; u zult daarom zelf sterven door honger of het zwaard!í, Jer. 14:10-22.
ĎAls het volk zich bekeerd had, zou de HEER het oordeel afgewend hebben, maar u leugen-profeten werkte dit tegen door uw mooi-weer-predikingí. Valse profetie heeft gevolgen voor het politieke en eeuwige wel en wee. Onze Heer waarschuwt ons voor hen die zeggen: íHeer, Heerí maar slechte vruchten voortbrengen, Mat 7:15-23. Hij verwijst hen naar de hel, ook al dreven zij in zijn naam boze geesten uit. ĎIk heb u nooit gekend, verdwijn uit mijn ogen, overtreders van Gods wet!í, 7:22-23. Hij diskwalificeert hen in zijn zevenvoudig Ďwee uí als dubbelhartige profetenmoordenaars, Mat. 23. Het Sanhedrin bewees zijn moordzucht door steniging van Stefanus, Hand. 7; 8:1-4. Het vermoorden van klokkenluiders door gevestigde machten gaat nog steeds door.

 

1004.1. Wat is het signalement van valse profeten en predikers?
Verwar en vereenzelvig hen niet met dissidenten, groeiers, wankelmoedigen, twijfelaars of schismatici, HIEB-II, 701-708.
Zij zijn afkomstig uit de verbondskring, uitwendig vroom, maar niet uit God geboren en inwendig slecht, Mat. 7:15-23; 23.
Onder het mom dat God hen zendt treden zij op namens zichzelf en begoochelen hun publiek als vleizieke populisten en opportunisten, Jer. 23; 28.
Zij loochenen Jezusí Zoonschap, zijn hardnekkig, zaaien verdeeldheid, begeren de macht, keren zich tegen dienaren van de waarheid, Joh. 5:19-47; 8:31-59; Hand. 17:1-15; 1 Tim. 4:1-5;1 Joh. 2:20-23, en zetten, verblind spelend met vuur, hun eeuwig behoud op het spel, Hand. 28:17-28.

 

Wilt u bijzonderheden uit het bovenstaande nagaan, raadpleeg dan de noten 12-15
12. Op munten en in documenten van de Dode zee vindt men als titel van Bar Kochba: nassi, vorst, de ambtelijke aanduiding voor joodse patriarchen of hoofd van het zelfbestuur. De Romeinse overheid beefde drie jaar voor hem. Hij was hard voor verraders, deserteurs en christenen maar hield zich aan alle geboden, Krupp, De geschiedenis, p. 52-53.

 

13. De NHK nam afstand van de jodenvervolging. Ds. D.A. van den Bosch werd, omdat hij in een boek schreef dat enkelen in het getal 666 Hitler zagen, opgenomen in 1942 in een concentratiekamp in Amersfoort, waar hij stierf. Voor de NSB kozen de predikanten ds. mr. L.C.W. Ekering, dr. W.Th. Boissevain, ds. P.W. Foeken, dr. J. W. van Bart, ds. J.C. Dagevos, ds. G. van Duyl, ds. W.A.M. Eggink, ds. H.M.W. Hupkes, ds. J. van der Molen, ds. W. Okken, ds. W.B. Onnekes, ds. B. Reeser, ds. J.R.J. Schut, ds. J.J. H. Visch, ds. G. Barger. De Ger. Kerken in Ned. sloten NSB-ers uit van het avondmaal, maar dr. H.W. van der Vaart Smit vroeg ruimte voor nationaal-socialistische ideeŽn. Ger van Roon, Protestants Nederland en Duitsland 1933-1941, 1973. H. C. Touw, Het verzet der Hervormde Kerk I en II, 1946. Th. Delleman (red.), Opdat wij niet vergeten. 1949. H. Tijssen, Hoedemaker, Groen en Hitler, in: De Waarheidsvriend 17, 29-4-2010, p. 6-7.

 

14. Akeksandr Jakovlev, voorzitter van de commissie voor rehabilitatie van slachtoffers van de politieke repressies, gaf in 1995 een benaderend cijfer op van 200.000 leden van de orthodoxe geestelijkheid, die tussen 1917 en 1980 ter dood werden veroordeeld, waaronder minstens 250 bisschoppen. Volgens het Orthodox Theologisch Instituut H. Tichon in Moslou zouden een half tot ťťn miljoen orthodoxe christenen wegens het geloof gedood zijn, Riccardi, De eeuw, p. 33.

 

15. Figes laat in zijn boeken het leven van gewone mensen in Stalins tijd zien en stuitte bij zijn onderzoek op heel wat obstakels, Fluisteraars, leven onder Stalin, 2007. a. Memoires zijn vaak achteraf geschreven herinneringen met een politiek gekleurd doel door hen die tijdens de destalinisatie loyaal waren aan het Sovjetregime; die uit emigrantengemeenschappen maakten het regime zwart.
b. Gewone mensen hielden tijdens Stalin niet vaak een dagboek of agenda bij, omdat elke twijfel aan de handelingen van de dictator hen fataal kon worden bij een huiszoeking.
c. De mensen die Stalins terreur meemaakten, stierven rondom 2000 uit. Onder Putin gingen de archieven weer op slot zodat geÔnterviewden vroegen of hun tapes weer uitgewist werden.
d. Er waren tijdens de terreurtijd veel grijzen, die niet collaboreerden en niet in het verzet zaten maar die, al marchanderend met het regime, nog een privťleven trachtten te leiden. Men gehoorzaamde in het heden en zweeg over het verleden.
Kleinkinderen van geterroriseerde grootouders hanteerden zelfcensuur als middel om in de maatschappij overeind te blijven, Herman Veenhof, De kerstboom was Stalin te veel, ND, Het Katern, vrijdag 14 dec. 2007, p. 3. In China heeft Mao Zedong (overleden 1976) 50 miljoen mensenlevens op zijn geweten. De Grote Proletarische Culturele Revolutie (1966-1969) was zeer gewelddadig.
7. Welke troost biedt Zijn komen in oorlogen en verdrukkingen? (1005-1007)

 

1005. Wat zeggen de profeten en Jezus over oorlogen als tekenen?
Zij verkondigen dat de HEER vrede en rechtsherstel van verdrukten eist, maar ook dat Hij volken, die oorlogen ontketenen, in zijn raadsplan gebruikt en daarna weer bestraft (Ďmoetení). Hij liet Cyrus, de Pers, het machtige Babel vernietigen en door hem IsraŽl uit de ballingschap voeren, Jes. 44:24-28; 45:1-8. We moeten ons door oorlogen of geruchten daarover niet in paniek laten brengen; zij geschieden naar Gods raad op weg naar de voleinding (telos), Mat. 24:8. Helaas verstaan vele volken Gods gerichten niet als tekenen tot ommekeer en verharden zich, zodat zij weer nieuwe oorlogen oproepen, Openb. 6:1-8; 9:20-21; 19:11-16.

 

1006. Zijn alle aardbevingen oordelen Gods?
Als aardplaten op elkaar botsen, is dat een geologische gebeurtenis. Niet iedere aardbeving is een oordeel Gods, maar schokt velen wel: wat is zijn boodschap ermee? De Toornende deed mensheid-I in de zondvloed ondergaan en waarschuwt ons voor erger, Gen. 6-9; Mat. 24:32-52; 1 Pe. 3:19-20. Hij verwoestte Sodom en Gomorra maar zal generaties die Hem negeren hetere gerichtsvuren doen ondergaan op de oordeelsdag dan de inwoners van deze steden, Gen. 18-19; Mat. 10:14-15; Judas 1:7. De Heerlijke verscheen meermalen in vuur en aardbeving, storm en stilte, 1 Kon. 19; Jes. 13:13; 24; Ez. 38:19-23; JoŽl 2:10; Nah, 1:3-6; Hab. 3:6. Hij deed bij Christusí verrijzenis de aarde hevig schudden. Was het teken van zijn toorn tegen zijn vijanden of van zijn overwinning van vloek en dood? Of beide?, Mat. 27:51; Rom. 8:18-23. Jesaja verkondigde dat aardschokken, krateruitbarstingen en tsunamiís tot doel hebben de ommekeer van producent en consument, directeur en personeel. ďOmdat u het verbond verbroken en zijn wetten hebben geschonden, wordt de aarde door een vloek verteerd en boeten haar inwoners voor hun schuld, slinkt het aantal bewoners en blijven slechts weinig mensen gespaard.Ē Jes. 24:6. Messiaanse weeŽn16) wijzen naar de voltooiing, Mat. 24:7b-8. Als de zon zwart en maan bloedrood wordt en sterren vallen op de waggelende aarde en de Vader en het Lam in glans en glorie verschijnen, begeren onbekeerden liever onder rotsblokken verpletterd te worden dat hen onder ogen te komen. 17) ďWant de grote dag van hun toorn is gekomen; wie kan dan standhouden?Ē, Openb. 6:17.

 

1007. Wat voor troost geeft de Heer verdrukten?
Jezus riep hen op: Ďjuich om uw loon in de hemel!í, Mat. 5:1-12; 10:4-42; 24:9-10; Joh. 15:19-25. Zij vragen Hem om vergelding, maar de Heer antwoordt dat hun aantal nog niet compleet is, Openb. 6:9-11. Volgens berekeningen zijn er in een en twintig eeuwen - van Nero in Rome tot Kim-II in Noord-Korea - Ī 42 miljoen christenen vermoord en door de Heer bekroond, Oef. 46, HIEB-II, 696-698.
8. Wat doen we bij conflicten met familie en meerderheden? (1008-1009)

 

1008. Wat zeiden de profeten en Jezus over conflicten?
Kiezen voor Hem kan botsingen en zelfs moorden in de kring van familie en vrienden veroorzaken. Dit voorspelde Micha in de achtste eeuw v. C. ĒGeloof uw naaste niet, vertrouw niet op een vriend en bewaak de poort van uw mond voor de vrouw die in uw armen rust. Want de zoon maakt zijn vader voor dwaas uit; de dochter verzet zich tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; huisgenoten zijn vijanden.Ē, Mi. 7:5-6. Jezus drong er op aan om bij conflicten stand te houden. ďWant Ik ben gekomen om een wig te drijven tussen zoon en vader, dochter en moeder, schoondochter en schoonmoeder, ja, huisgenoten zullen uw vijanden zijn.Ē, Mat. 10:35-36. ďWie meer houdt van zijn vader of moeder dan van Mij is Mij niet waard; wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van Mij, is Mij niet waard; wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waard. ď, Mat. 10:37-38; Luc. 12:49-53. Het kan ouders aangrijpen als kinderen niet wensen dat zij voorgaan in gebed. Er is stuurmanskunst nodig om te zeggen waarop het staat en toch de vrede te bewaren; soms moeten we eigen wegen gaan; altijd is het gebed middel om de ander te bereiken.

 

1009. Welke keuzen maakten christenen in het Romeinse rijk?
Velen kozen voor het isolement, de catacomben of de dood bij vervolgingen door hun weigering voor de afgoden en keizers te knielen, Openb. 2; 3; Hand. 17:1-9; 1 Tes. 2:14-16. Zij gingen meestal in krijgsdienst, waar zij botsten op de caesarcultus en vaandeleed; er vielen onder soldaten vrij veel martelaars, omdat zij bij vervolging spoedig ontdekt werden.18) Hun volharding en verzet tegen abortus en zelfdoding, slemppartijen, stadiongevechten en theaterspelen werd gezegend met hun vrijheid en overwinning op het heidendom, Oef. 46.

 

1009.1. Wat dient de houding van christenen te zijn in relatie tot de islam?
Hier zijn een zestal positiekeuzen mogelijk: 1e. overgang; 2e. aanpassing; 3e. consolidatie; 4e. verzet en appŤl; 5e. ter plaatse blijven; 6e. vluchten.
1e. In de paniek op en na de val van Constantinopel, 1453, deden heel wat Byzantijnen boete vanwege dit godsgericht en bekeerden zich vrijwillig of gedwongen tot de islam. 19) We moeten er rekening mee houden dat naar beide zijden in toenemende mate overgangen voorkomen, vaak door huwelijken. 20)
2e. Andere Byzantijnen trachtten tot overeenstemming te komen met sultan Mohammed II en met hun kennis en talent zijn gunst te verwerven. Deze optie staat volop in beeld. Waar het aantal groeit, groeit ook de macht en bereidheid om compromissen te sluiten. Er voltrekt zich een proces van islamisering in Europa, maar er groeien ook vriendschappen.
3e. De byzantijnse kerk overwon de islam niet door vinnige of verzoenende polemiek, maar paste zich aan haar onderworpen positie aan en richtte zich op het behoud van leden met het Grieks als cultureel-nationale band. De consolidatie en opbouw van eigen gemeente vraagt zorgvuldige aandacht.
4e. Andreas de Chio bekocht op 29 mei 1465 net als velen zijn trouw met de dood. Georgios van Trebizonde, 1395-1484, riep Mohammed II op Gods roepstem te volgen en als opvolger van de Byzantijnse keizers Christus te dienen. Er vallen ook nu vele doden onder christenen in moslimlanden.
Moslims verplichtten christenen eeuwen lang ťťn op de tien van hun zonen dienst te laten nemen bij de janitsaren; deze keurtroepen in het ottomaanse leger voerden ook oorlog tegen bloed- en geestverwanten. Aan dit soort geweld kwam een einde, maar we dienen wel rekening te houden met bedreigingen bij de overgang naar het christendom.
5e. Ex-moslims die als getuigen na hun overgang blijven wonen onder moslims moeten zich veel ontzeggen. Zo kwam Achmed in Egypte tot geloof in Jezus; hij werd door zijn vrouw uitgescholden tot zij zag dat hij beter was geworden; hij vertelde zijn kinderen niet dat hij christen is; als dezen dit anderen vertelden, zou dit problemen opleveren; hij leidt in zijn dorp een dubbelleven; ieder denkt dat hij weer moslim is geworden; hij gaat iedere vrijdag naar de moskee; een broer dreigde zijn vrouw te vermoorden en de kinderen af te pakken; zij gaat gesluierd en bezoekt de moskee, maar is van binnen christin. 21)
6e. Velen nemen hun toevlucht tot de vlucht naar andere landen. Het grootste deel van de christenen in Turkije vluchtte in de negentiende/twintigste eeuw naar Griekenland. Een zakenman uit Koeweit, in 1996 christen geworden, wiens huwelijk kapot ging omdat de familie dwars lag, werd op 29 mei door de islamitische rechtbank tot afvallige verklaard en vertrok uit angst voor steniging door religieuzen naar de USA. 22)

 

1009.2. Welke troost hebben christenen, leraar, als minderheid?
Jezus regeert en helpt hen stand te houden. Hij gebruikt hen als zout en licht in een wereld van geld- en bezitzucht en verkoeling van liefde, Mat. 24:12. Om weerstand te kunnen bieden tegen verleidelijke machten dienen zij zich regelmatig te oefenen met hun wapenrusting, Ef. 6:10-20. Wat is hun antwoord op geloofsafval, vernietiging van het beeld Gods in de moederschoot, verbroken huwelijksbanden en eigenmachtige levensbeŽindiging? Wetende dat de Vader voor hen zorgt, leggen zij hun problemen in zijn hand, Mat. 6:19-34. ďMet het toenemen van het onrecht zal veler liefde verkoelen; maar wie tot het einde volhardt, zal gered worden.Ē, Mat 24:12-13.
9. Hoe raken we in vuur en vlam voor onbereikten? (1010)

 

1010. Is het evangelie, leraar, al over de hele wereld verkondigd?
Nee, nog niet. Jezus keert terug als wij allen hebben bereikt, Mat. 24:14. Hij drong al vroeg door in midden-AziŽ, Noord-Afrika, West-Europa en China en in de achtste eeuw Noord-Europa, waar Bonifacius in 754 bij Dokkum zijn leven gaf. Hij drong in de zestiende eeuw door in Zuid- en Midden-Amerika en AziŽ. Van de achttiende eeuw tot rond 2000 groeide de Kerk in Afrika tot meer dan vijftig procent van de bevolking. Grijze vlekken vertonen moslimlanden in Noord-Afrika, midden-Europa en midden-AziŽ, India en randgebieden.

 

1010.1. Wie weet zich gezonden en gaat om de oogst binnen te halen?
Wie zal in de naam van de HEER en zijn Zoon erop uit te trekken? Jesaja hoorde een stem en zei: ĎHier ben ik, zend mij!í, Jes. 6:8. Jeremia vond zich bij zijn roeping te jong en niet spreekvaardig genoeg, Jer. 1:6. Daarop zei de HEER tot hem: ĒZeg niet, ik ben veel te jong. Ga naar iedereen tot wie Ik u zend en alles wat Ik u opdraag moet u hun zeggen.Ē, Jer. 1:7; Hand 13:48-52; Rom. 10:15-17. Wie overtuigt moslims ervan dat zij door geloof in Jezus Christus Gods Koninkrijk binnengaan en maakt hen er warm voor de erfenis van de bijbel, waarheen de koran vaak verwijst? Wie geeft aan nog niet met het evangelie vertrouwde hindoes in India en shintoÔsten in Japan heet evangelie door? Wie geeft aan daarvan vervreemden en aanhangers van spiritualiteiten in eigen omgeving de boodschap van redding door? Het grootste deel van de inwoners van Brussel was rond 2000 allochtoon; andere steden volgen dit spoor. ĎHeer, help ons aan dienaren om uw oogst binnen te halen!í, Joh. 3:31-38; Openb. 7, Oef. 26-27.
10. Wat zijn verkwikkende en wat schrikwekkende tijden? (1011-1012)

 

1011. Wat doen wij bij fluitspel en treurzang?
In verkwikkende tijdperken van vrijheid danst de dankbare gemeente van vreugde omdat Hij op de fluit laat spelen, Mat. 11:15-17, maar velen dansen niet mee omdat zij bloeitijden vanzelfsprekend achten. Droefheid vervult ons in tijdperken van geloofsafval, waarin men kerkgebouwen afbreekt of vervolgers christenen bedreigen en vermoorden, vooral naarmate het slot van de eindtijd nadert, Dan.12: 1; 1 Tess. 2; Openb. 21:2-6 (Ďde grote verdrukkingí).

 

1012. Wat is het Duizendjarige Rijk?
Bij de profeten is er sprake van het messiaans rijk van vrede, gerechtigheid en godskennis, Jes. 8:1-6; 11:1-9. Menigeen combineert dit met de aankondiging van het Duizendjarige Rijk (=DR), waarin verrezen martelaren met Christus lange tijd regeren (10x10x10). Gedurende deze tijd laat God de duivel door een engel vastbinden en in de afgrond werpen, deze vergrendelen en verzegelen, opdat hij de volken niet meer kan ophitsen, Openb. 20:1-6. De Heer geeft eerherstel aan miljoenen die om het Woord Gods vermoord werden en vroegen om hun vergelding, Openb. 6:9-11; 7:13-16. Hij keert de rollen om: slachtoffers heersen, hun moordenaars zijn gekerkerd. De concrete invulling hiervan op aarde biedt moeilijkheden. Is het DR al gekomen of moet het nog komen?

 

1012.1. Kreeg het Duizendjarige Rijk gestalte na Constantijns overwinning?
Volgens Augustinus en zijn navolgers kreeg dit DR gestalte na Christusí hemelvaart en valt dit grotendeels samen met de Kerk, maar Satans opsluiting valt moeilijk te rijmen met zijn rondzwerven als brullende leeuw, 1 Pe. 5:8, en de vervolgingen in de eerste drie eeuwen.23) Daarom dateerde de eerste kerkhistoricus Eusebius dit DR na 313, toen Constantijn het christendom tot geoorloofde religie verklaarde en in 324 alleenheerschappij kreeg. 24) Sindsdien genieten christenen vrijheid om Jezus te belijden. 25) Hoe is dit dan weer te rijmen met de overwinning van de islam op het christendom, dat in de zevende eeuw grotendeels uit Noord-Afrika werd verdreven? Hoe kunnen in het DR christenen in Europa gruwelijke oorlogen voeren en kerken afbreken? Of loopt dit in de 20/21e eeuw ten einde?

 

1012.2. Komt dit Duizendjarige Rijk tot stand in de eindfase?
Niet weinigen plaatsen daarom dit DR naar de toekomst en verbinden daarmee de geestelijke verrijzenis van de joden na hervestiging in Kanašn. Onder hen zijn er die Jezusí wederkomst-I verwachten vůůr de vestiging van het DR (= pre-millennialisten.) en zijn wederkomst-II na het vernietigen van de vijand. Anderen verwachten de vestiging van het DR vůůr zijn wederkomst (= post-millennialisten). De meningen lopen zo sterk uiteen dat men daaraan moeilijk het gezag kan toekennen van Woord Gods. Het chiliasme (chilioi = duizend) is echter taai en had al vroeg vooraanstaande vertegenwoordigers zoals Irenaeus.26)

 

1012.3. Is het Duizendjarige Rijk verzamelnaam voor alle rustige tijden?
Daarom kiezen velen als oplossing dat alle zware perioden samen staan voor de losgelaten Satan en alle rustige, milde perioden voor het DR. Zij gronden dit a. op de geschiedenis waarin vervolgingen en vrede elkaar afwisselen en b. op een niet-chronologische, cyclische interpretatie van de scŤnes in Openbaring.27)
- Nu is het waar dat soortgelijke taferelen in Openbaring steeds terugkeren maar de auteur stelt het DR voor a. als eenheid en b. situeert dit in de eindfase voor de laatste stormaanval tegen de Kerk, Openb. 20:4-10. Een combinatie dringt zich op. Rustige perioden en verschrikkingen lopen beiden uit op een toppunt.

 

1012.4. Wat is Satans loslating in de slotfase?
Satan hitst alle volken op: Ďvalt de Kerk aan, grijpt uw laatste kansí, Openb. 6:7-9a. Gog & Magog vielen oud-IsraŽl aan na de hervestiging. Dat de HEER hun aanval afsloeg om zijn heerlijkheid te tonen, Ez. 38-39, kan slaan op de nederlaag van Antioches Epifanes (175-164 v.C.) tegen de MaccabeeŽn, Dan. 11:31; 12:11; Macc. 1:58. Parallel hieraan loopt 28) dat de HEER zijn heerlijkheid toont in de redding van zijn volk en ondergang van vijanden in de vuurpoel, Openb. 20:10.
11. Wat zijn de verschijnselen van de tweevoudige antichrist? (1013)

 

1013. Wat is de spirituele of mystieke antichrist?
Dit is de verzamelnaam van allen die loochenen dat Jezus Christus de wezensgelijke Zoon van God de Vader is en Hij als God vlees en bloed heeft aangenomen. ďWie is de leugenaar? Wie anders dat hij die loochent dat Jezus de Messias is? De antichrist is hij die de Vader en de Zoon verloochent. Wie de Zoon verloochent, heeft ook de Vader niet; wie de Zoon erkent, heeft ook de Vader.Ē, 1 Joh. 2:22-23. ďWie de Zoon niet erkent, erkent ook de Vader niet die Hem gezonden heeft.Ē, Joh. 5:23b. Het optreden van vele antichristen (meervoud) is het kenteken dat het beslissende uur is aangebroken, 1 Joh. 2:18. De termen spiritueel, mystiek of kerkelijk markeren het onderscheid met de wereldlijke antichrist. In talmoedisch-joodse, islamitische en liberaal-kerkelijke kringen geldt Jezus als leraar, niet als Vaders eniggeboren Zoon, Oef. 20, 21, 22, 34.

 

1013.1. Wat of wie is de wereldlijke antichrist?
Dit is een politieke persoon of/en macht, die misbruik maakt van godsdienst en economie voor zijn zelfverheerlijking. Hij valt Gods volk met bedwelmende en gewelddadige middelen aan. Hij heeft voorlopers, typen of prefiguraties zoals Amelek, die de aanval op IsraŽl bekocht met eigen ondergang, Ex. 17:8-16, de Perzische ambtenaar Haman, vgl. Esther (poerimfeest), en de Syrische koning Antioches IV Epifanes (175-164) die de HEER wilde vervangen door afgoden. Als typen met antichristelijke trekken gelden onder meer Alexander de Grote, Nero en Domitianus, jihaders, verdorven pausen, Napoleon, Hitler en Stalin, Mao in China en Kim-I en II in Noord-Korea. Zij vinden hun hoogte- en eindpunt in de wetteloze, Gods tegenstander die zich als godheid laat huldigen, 2 Tes. 2:3-4; vgl. Ps. 10:4; Ez. 28:2,6,9; Jes. 14:4. Hij schendt en misbruikt de Kerk. 29) Hij openbaart zich in Satans kracht in machtsvertoon, tekenen en wonderen, verblindt de massa met leugenpropaganda en gaat als zoon van het verderf te gronde, 2 Tes. 2:9-12; vgl. Mat. 24:3-15; 1 Tim. 4:1-2; 2 Tim. 3:1-4; 2 Pe. 2; Openb. 13. Zijn komst wordt geremd door Ďde wederhouderí, de sythese van wet, evangelie en beschaving. 30)
12. Wat is zorgeloosheid en wat is verwarring over de datum? (1014)

 

1014. Hoe bereiden we ons voor op Jezusí plotselinge wederkomst?
Zorgeloos gedrag is dodelijk: bij zijn komst is ommekeer te laat, omdat Hij mensen voor altijd scheidt, Mat. 24:29-52; Luc. 12:35-48. Laten wij, nu de redding tweeduizend jaar dichterbij is gekomen, Hem des te meer als een kleed aantrekken en ons onthouden van losbandigheid, twist en nijd.
Christenen mogen uitmunten door een vroom leven en de signalen van zijn komst vertalen, Mat. 24:3-14; Rom. 13:11-14; 2 Pe. 3; Openb. 3:11; 22:10, 20. Ouders dienen hun kinderen met deze boodschap vertrouwd te maken en hen voor dit laatste heilsfeit gereed te maken. In de vroege kerk bemoedigde en alarmeerde men elkaar met: Maran-atha, de Heer komt, 1 Kor. 16:22.

 

1014.1. Verwachtte men Jezusí spoedige terugkeer in de eerste eeuw?
Profeten, Jezus en evangelisten wekken deze indruk, Mat. 10. Paulus relativeerde vanuit Jezusí wederkomst huwelijk en bezit, leed en vreugde, omdat de huidige wereld voorbijgaat, 1 Kor. 7:29-31. Toch dienen we voorzichtig te zijn met sterke uitspraken hierover. In profetisch-dichterlijke spreekwijzen zijn heden en toekomst met elkaar verstrengeld en worden gebeurtenissen, die ver uiteenliggen, samengevat (= profetisch perspectief). Zoals de toerist bergtoppen vlak achter elkaar ziet die kilometers ver van elkaar verwijderd zijn, zo doen zij uitspraken over feiten, die eeuwen na elkaar komen. Jezus zag Jeruzalems val in 70 en IsraŽls vertrooiÔng over de volken gedurende eeuwen in ťťn blik samen met de bulderende zee en radeloze paniek bij zijn wederkomst, Luc. 21:20-28.

 

1014.2. Is de wederkomst voorspelbaar?
Neen, men voorspelde deze in het jaar 150, 1000, 1533, 1844 (Adventisten), 11 juli 1969 (Jehovagetuigen), 1988 (Hal Lindsey); dit getuigt van overmoed en willekeur en wekt onrust. Omdat deze voorspellingen niet uitkwamen, ondermijnen zij de geloofwaardigheid van de wederkomst.31) ďMaar wanneer die dag of dat uur aanbreekt, weet niemand, de engelen in de hemel niet, de Zoon niet, maar alleen de Vader.Ē, Mat. 24:36. Laten we niet arbeidsschuw worden of in paniek raken door geruchten over een datum, maar Hem verwachten door vrucht te dragen tot Hij komt, 2 Tes. 2 en 3. ďU weet trouwens hoe laat het is. U weet dat het Uur om uit de slaap te ontwaken al is aangebroken. Nu is onze redding dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dan ontdoen van de werken van de duisternis en ons toerusten met de wapens van het licht.Ē, Rom. 13:11-12.

 

Bent u benieuwd waar bovenstaande gegevens gevonden zijn? Raadpleeg dan de noten 16-31
16. H.R. van de Kamp, gepromoveerd op IsraŽl in Openbaring, 1990, schreef een degelijk commentaar over dit bijbelboek, 2000. Hij stelt dat de 144.00 verzegelden uit alle stammen van de kinderen van IsraŽl identiek zijn aan de grote schare die niemand tellen kan, Openb. 7. Hij geeft een overzicht van het chiliasme met Augustinus, het joachimisme, de revolutionairen, reformatoren, Owen, Bengel Koelman. Witsius enz. maar ook bestrijders ervan Walaeus, Maresius enz., a.w. p. 41-86. De Kanttekeningen van de Statenvertaling stellen dat het millennium tot het verleden behoort en er geen massale bekering van joden is te verwachten, a.w. p. 87.

 

17. Van de Kamp: ďDe mensen blijken God en het Lam te kennen. Ze weten wat er aan de hand is. Zij stellen de enige vraag die telt op die laatste dag van de geschiedenis van de oude aarde.Ē, Openbaring, p. 205.

 

18. Tertullianus stelt dat christenen eigenlijk geen dienst kunnen nemen als centurio vanwege de viering van de geboortedag van de keizer en offers en als soldaat om de vaandeleed en omdat Jezus Petrus het hanteren van een zwaard verbood, Joh. 18:11, De idololatria17-19, maar ook schreef hij dat christenen zich niet aan hun burgerlijke en militaire verplichtingen onttrekken, Apologeticum 42, Bartelink, Het vroege christendom, p 156.

 

19. A. Khoury, De byzantijnse Kerk ten aanzien van de mohammedaanse wereld onmiddellijk na de val van Konstantinopel, in Concilium, 1967, nr. 7, p. 45-53. Later schreef Georgios een lijdensverhaal over Andreas de Chio. Khoury, een Libanees, schreef : Les thťologiens byzantines et líIslam, MŁnster 1966, 261-295. Over de recrutering van janitsaren F. Babinger, Mehmed der Eroberer und seine Zeit, MŁnchen 1955.

 

20. Ibn Warraq, Weg uit de islam. Getuigenissen van afvalligen, 2008, p. 54-66.

 

21. Open Doors 411, April/Mei 2010, Ahmed:íIk wil Gods getuige zijní. Hij is een van de zeven geheime gelovigen aan wie wordt gedemonstreerd wat zij meemaken. Hij stond in september 2008 op het punt zijn dorp in Egypte te ontvluchten, maar besloot, ondanks het gevaar, in zijn dorp te blijven om een getuige van Gods liefde te worden.

 

22. Artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten is in 1996 door Koeweit geratificeerd en garandeert de vrijheid van godsdienst met het recht op het veranderen van geloof.

 

23. Augustinus schreef na de val van Rome in 410 zijn De Civitate Dei en stelde daarin dat het Duizendjarige Rijk is aangebroken met Christusí troonsbestijging in de Kerk en het Koninkrijk Gods, boek XX. G. Wijdeveld gaf hiervan in 1983 een vertaling Aurelius Augustinus, De stad van God. Men vindt de passages over het Duizendjarige Rijk op p. 1001 vv. Een betere term dan a-millennialisme is kerkelijk millennialisme omdat men Openbaring 20 op eigen wijze verklaart. J. van Genderen ziet in de bijbel geen ruimte voor eindtijdelijke chiliastische voorstellingen; hij acht IsraŽls herstel in 1948 geen teken van Christusí wederkomst; want het NT zwijgt daarover; de landbelofte wordt vervuld in het Koninkrijk, BGD, p. 771; 755-778.

 

24. Eusebius van Caesarea tekent Constantijns overwinning op Licinius als begin van een gouden tijd. ďAlle vrees voor de onderdrukkers van weleer was nu geheel van de mensen weggenomen. Men begon schitterende feestdagen te houden, vol van blijdschap. Alles was vol van licht; mensen die voorheen de ogen neersloegen, begroetten elkaar over en weer met een opgewekt gezicht en stralende ogen. In steden en dorpen, overal prees met God, dansend en lofzingend van vreugde; men verheerlijkte Hem als de almachtige Koning.Ē, Kerkgeschiedenis Boek Tien, Fahner, a.w. p. 443.

 

25. Noord-Korea is al jaren nummer ťťn op de lijst van landen met vervolgde christenen. Iran is voor christenen bedreigend; vooral na de verkiezingsuitslag van 12 juni 2009 met protesten tegen de regering werden er mensen gearresteerd, gemarteld en vermoord. De politie maakt jacht op wat buiten de grenzen van de islamitische revolutie valt. Open Doors 412, Iraanse christenjongeren breken met de regels, Mei/juni 2010.

 

26 Chiliasten zijn:
- in de oude kerk: Papias, Justinus Martyr, Irenaeus, Montanus, Tertullianus;
- in de ME: Joachim von Fiore, de Taborieten; na de Reformatie: Thomas MŁnzer, David Joris, H.H. Alsted;
- in de achttiende eeuw Campegius Vitringa, J.A. Bengel, J. Edwards;
- in de negentiende eeuw: de WŁrtenberger school van Bengel ( J.C.K. von Hofmann, J.T. Beck, K.A. Auberlen); E. Irving, W. Miller, vader van het adventisme, en J.N. Darby; in de Chr. Geref. Kerk H. de Cock, H.P. Scholte, J. van Andel, A.H. Wessels, M.Sipkes (dubbele wederkomst);
- in de twintigste eeuw: Scofield Reference Bible, 1909; Zevende-dags-adventisten; Jehovaís getuigen; A.M. Berkhoff; J.F. Walvoord; Hal Lindsey; W. J. Ouweneel; K.H. Miskotte in lichte vorm; de Maranathabeweging, begonnen door J. en H.C. Voorhoeve, voortgezet door Johannes de Heer.
Als eigenlijke chiliasten zijn zij die Jezusí eerste komst verwachten vůůr het Duizendjarige Rijk (= pre-millenniaristen) in tegenstelling tot hen die Hem daarna verwachten (= post-millennialisten). Terminologisch is het zorgvuldiger om de diverse stromingen nader aan te duiden: kerkelijk chiliasme, chiliasme met twee wederkomsten; chiliasme met herleving van IsraŽl enz. Vgl. Van de Kamp, IsraŽl in openbaring, 1990, 41-86, Internat. Commentaar II, p. 2175 v.

 

27. Van de Kamp acht een chronologische lezing onmogelijk omdat er een duidelijke verbinding ligt tussen de scŤnes van de laatste slag en finale nederlaag van de satan; hij neemt een architektonische of thematische volgorde aan, Openbaring, 433-434. Zoals er voortypen zijn van de antichrist en periodieke loslatingen van de satan, die uitlopen op de laatste loslating zo zijn er ook flitsen van het Duizendjarige Rijk als interim-bloeitijden die uitlopen op de hoogste bloeitijd, HIEB-II, p. 714, en uitvoeriger Dogm. 4C, p. 433-463. Ook Joh. Verkuyl ziet het DR als tijden van verademing, De kern van het christelijk geloof, 1992, p. 465-467.

 

28. G.Ch. Aalders ziet de vervulling van Gog & Magog in een volk ten Zuiden van de Zwarte zee en het optreden van Antioches IV Epifanes als type van de antichrist en de ondergang van de antichristelijke wereldmacht, EzechiŽl, 246-248.

 

29. De titel antichrist komt in 2 Tes. niet voor; hij vertegenwoordigt een groep of machtscomplex. Tot zijn signalement behoort altijd schending van het heiligdom of manipulaties met de Kerk. Antioches IV Epifanes liet in de tempel te Jeruzalem een altaar of beeld van Zeus plaatsen dat de naam kreeg Ďhuiveringwekkende gruwelí, DaniŽl 9:27; 11:31;12:11. Keizer Caligula probeerde in 40 n. Ch. zijn beeld in de tempel te Jeruzalem op te richten, Mat. 24:15. Hitler liet hem welgezinde kerkleiders benoemen en sloot hem vijandige personen op. Stalin verwoestte eerst de kerk maar ging tijdens de aanval van Hitler een pact met de Oosters-Orthodoxe kerk aan.

 

30. M.H. Bolkenstein stelt dat we de oplossing voor de wederhouder moeten zoeken in de context in de gnostiek als wetteloze en het episcopaat de weerhouder is, De brieven aan de Tessalonicenzen, Nijkerk 1970, p. 189-212.

 

31. Een lijst van minstens dertig voorspellingen vinden we in Intern. Commentaar op de bijbel II, 2001, p. 2176

 

Aalders G.Ch, EzechiŽl, COT, Kok, Kampen 1957. (Gog moet gelocaliseerd ten Zuiden van de Zwarte zee; te denken is aan het optreden van de Seleuciden en Antiochus Epifanes, die door de MakkabeŽn werd verslagen, p. 212-248).

 

Akker N. van den/P. Nissen, Wegen en dwarswegen. De geschiedenis van tweeduizend jaar christendom in hoofdlijnen, Amsterdam 1999.

 

Beek A. v.d., Het beloofde land: wie betaalt het cadeau? IsraŽl tussen de volken van het Midden-Oosten, Kon. Ned. Akademie van wetenschappen, Amsterdam 2002.

 

Diggele van Els, Een volk dat alleen woont. De strijd om de joodse identiteit van de staat IsraŽl, Ten Have, Baarn 2000.

 

Figes Orlando, Tragedie van een volk. De Russische revolutie 1891-1924, 1996. (Breed en historisch uitgediept kader van de omslag van 1917; Orlando, hoogleraar geschiedenis aan het Birckbeck College in Londen, publiceerde in elf jaar drie monumentale boeken, onmisbaar voor ieder die iets van de Russische geschiedenis wil begrijpen; hij heeft Russische voorouders).

 

Idem, Natasjaís dans, 2002 (Schets Russische cultuur van 1930, met bloeitijd van klassieke schrijvers, tot 1928, tijd van afbraak of ombouw van kerken tot sporthallen en verbod van openbare geloofsuitingen).

 

Idem, Fluisteraars. Leven onder Stalin, Uitg. Nieuw Amsterdam 2007 (799 blz.). Het werkwoord sjeptat (= fluisteren) kent twee zelfstandige naamwoorden voor fluisteraar, sjeptoetsjik, iemand die fluistert uit angst omdat hij niet door anderen gehoord wil worden en sjeptoen, verklikker voor de geheime dienst.

 

Genderen J. van, De eschatologie, in: Beknopte Gereformeerde dogmatiek,1992, p. 738-797.

 

Houkes Annemarie, Christelijke vaderlanders. Godsdienst, burgerschap en de Nederlandse natie, 1850-1900, (diss.), 2010. (De Vrienden van de waarheid en Confessionele vereniging zonden evangelisten uit in Nederland en steunden jongelingsverenigingen en zendingsdagen van 1863 af. Zij werden overladen door spot van de liberalen in een mengeling van minachting en verbazing over zoveel domheid. In 1876 behaalde de orthodoxe richting bij de verkiezingen de meerderheid. In 1892 brak zij uiteen in twee confessionele groepen, die in 2004 elkaar weer ontmoeten binnen de PKN).

 

Kamp H.R. van de, IsraŽl in openbaring. Een onderzoek naar de plaats van het joodse volk in het toekomstbeeld van de Openbaring van Johannes, Kok, Kampen 1990 (diss. TUK met overzicht van de geschiedenis van het chiliasme).

 

Idem, Openbaring, profetie vanaf Patmos, Kok, Kampen 2000.

 

Koolhaas A.A., E. Emmen (voorwoord), IsraŽl en de kerk. Uitgave van het lectuurbureau der Ned Hervormde Kerk, Ď- Gravenhage 1959.

 

Kortenhoeven Wim, De kern van de zaak. Feiten en achtergronden van het Arabisch-IsraŽlisch conflict, Aspekt BV, Soesterberg 2005.

 

Mak Geert, In Europa. Reizen door de twintigste eeuw, Atlas, Amsterdam-Antwerpen 2004.

 

Marquardt F.W., IsraŽl und sein Land, GTB, GŁtersloh, Siebenstern 19782.

 

Noort E., Een plek om te zijn. Over de theologie van het land aan de hand van Jozua 8:30-35, Kok, 1995 Prot. Kerk in Nederland, Het IsraŽlisch-Palestijnse conflict in de context van de Arabische wereld in het Midden-Oosten. Bijdrage tot de meningsvorming in de Protestantse Kerk in Nederland, 2008.

 

Rendtorf R., Israel und sein Land. Theologische ‹berlegungen zu einem politischen Problem, Theol. Ex. Heute 188, Kaiser, MŁnchen 1975.

 

Riccardi Andrea, De eeuw van de martelaren. Geschiedenissen van christenen uit de twintigste eeuw vermoord omwille van hun geloof, Uitg. Lannoo, Tielt 2002.

 

Zanten J.A.G. van, F.H. Landsman (voorwoord), IsraŽl, volk, land en staat. Handreiking voor een theologische bezinning, Boekencentrum N.V., ís-Gravenhage 1970.

 

Wentsel, B., Dogmatiek 4C, 1998, p. 380-406; HIJ-IS-ER-BIJ II, 2006, p. 671-721.

 

Oefening: 47 | 48 | 49 | 50