Oefening: 40a | 40b | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46

 

Gesprekken II - Oefening 43 (911-931)

Waarom en wat wilt U dat wij geregeld bidden en danken?

1. Gesprek als gebed. (911-912)

 

912. Hoe komt het dat U heel wat gebeden niet inwilligt?
Dat ligt aan harde harten, luiheid of verkeerde wensen, waarop Ik niet inga, omdat Ik dit voor de bidders beter acht, 2 Kor. 12:8-9.

 

912.1. Hoe en wat wilt U, Vader, dat wij U geregeld bidden?
Ik wil graag dat u in stilte in uw binnenkamer bidt, Mat. 6:5-7.
Ik verwerk in mijn beleid politieke groepsvoorbeden, Hand. 4:22-31.
Ik gaf u in het gebed, dat mijn Zoon u leerde, een voorbeeld van wat prioriteit verdient, Mat. 6:5-14.
2. Is bidden nodig en hoe mogen we dit doen? (913-915)

 

913. Waarom zijn, o leraar, danken en bidden steeds weer nodig?
Het is onze blijde plicht! Wij zijn als beelddragers voor onze vele gaven en verhoringen dank en lof verschuldigd aan onze Schepper, Onderhouder en Verlosser, Ef. 1:3-14; Openb. 5:11-14.
Wij mogen mee regeren! 1) De Vader brengt volgens zijn beloften in zijn welbehagen door onze beslissingen, daden en verzoeken ombuigingen aan in zijn beleid, 2 Kon. 20:1-11; Openb. 5:6-10.
We dragen daardoor de meeste vruchten! We verheerlijken onze Vader als wij zonder ophouden om zijn genade en Heilige Geest bidden en met Christus en zijn Woord verbonden blijven, Luc. 18:1-8; Joh. 15:1-17; 1 Tes. 5:16-18; Heid. Cat. zondag. 45, vr. 116.

 

914. Welk voorbeeld gaf Jezus zelf als bidder?
Hij concentreerde zich vooral bij beslissingen op het gebed in de stilte op een berg, Mat. 14:23. Voor zijn definitieve keuze van de Twaalf bracht Hij een nacht door in gebed, Luc. 6:12-15. Hij is God, maar als Zoon afhankelijk van zijn Vader en als mens helemaal. “Waarachtig, Ik verzeker u, de Zoon kan niets uit eigen kracht. Hij kan alleen maar wat Hij de Vader ziet doen; wat deze doet, doet de Zoon eveneens.”, Joh. 5:19. Toen Hij in Galilea op een berg in gebed verzonken was voor zijn laatste reis naar Jeruzalem, Luc. 9:44-51, bemoedigde de Vader hem met een voorproef van zijn paasglorie en bevestigde zijn identiteit, Luc. 9:28-36. Hij vroeg op zijn knieën in Getsemané om voorbijgang van de lijdensbeker, maar ook om bereidheid en kracht Vaders wil te doen, Luc. 22:42. De lijdende Knecht slaakte om ons de klacht. “Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij in de steek gelaten?”, opdat onze gebeden Hem zouden kunnen bereiken, Mat. 27:46. Hij is voorbidder voor de gemeente, Luc. 22:32; Joh. 17.

 

915. Welke instructies gaf onze Heer over de gebedsvorm?
Vermijd vertoon en omhaal van woorden en ga in uw binnenkamer.
Vertrouw dat uw Vader weet wat u nodig hebt en u het goede geeft.
Volhard in het vragen om recht, Mat. 6:1:1-9; 7:7-12; Luc. 18:1-8.
Geloof in de verhoring, ook van het groepsgebed. “Ook verzeker Ik u: als er twee van u eensgezind iets vragen hier op aarde, om het even wat, dan zullen ze het krijgen van mijn Vader in de hemel. Want waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun midden.”, Mat. 18:19-20.
3. Kent u gebedsverhoringen van enkelingen en groepen? (916-919)

 

916. Wat is een voorbeeld van een particuliere gebedverhoring?
Hanna bad volhardend om kinderen; kinderloosheid gold in Israël als smaad, 1 Sam. 1. Zij beloofde de HEER dat zij, als zij een zoon zou krijgen, deze aan Hem zou afstaan, 1 Sam. 1:11. Hij verhoorde haar gebed; zij noemde hem Samu-El, God verhoort, 1:21-28. Hij maakte hem tot reformator van de eredienst en gaf hem opdracht tot koning te zalven Saul en David, uit wiens geslacht de messias geboren zou worden, 1 Sam. 3-16. Haar gebed had dus zeer verstrekkende zegenrijke gevolgen voor Israël en Kerk.

 

917. Wat zijn voorbeelden van verhoorde groepsgebeden?
God verhoorde het gebed van de gemeente in Jeruzalem om de bewaring en het vrijmoedig optreden van de met de dood bedreigde apostelen, Hand. 4:22-31. Hij bewoog hun gebedsplaats, vervulde hen met zijn Geest, 4:31, en gaf de apostelen kracht om opnieuw te getuigen van Jezus en in zijn naam wonderen te verrichten, 5:12-16.
Hij verhoorde enige tijd later hun gebed om Petrus’ bevrijding uit de gevangenis; deze stond tot hun verbazing voor hun deur, 12:1-19.

 

918. Stortte Jezus zijn Geest ook later uit op het (groeps)gebed?
Vele malen. Zo ontstond door Jonathan Edwards’ (1703-58) prediking over rechtvaardiging een Ontwaking in Noord-Amerika, die zich mede door invloed van George Whitefield (1714-70) in alle kolonies verspreidde. 2) In Nederland ontstond een groep voorstanders van een Reveil. Uit hun midden stichtte Guillaume Groen van Prinsterer (1801-86) de eerste christelijke politieke partij en richtte Otto G. Heldring (104-76) christelijke scholen op. In Zuid-Afrika ijverde Andrew Murray (1828-1917), predikant in Bloemfontein, Worcester, Kaapstad en Wellington voor meer leven uit de Heilige Geest. Een ooggetuige ds. J.G. de Vries vermeldt dat rond 1860 een gebedsgroep een geluid dichterbij hoorde komen en de zaal leek te wankelen; de meeste aanwezigen gingen fluisterend of luid door elkaar heen bidden. Murray maande de mensen tot stilte, maar allen gingen door met roepen om genade; hij zag later in dat zijn gebed verhoord was. 3) Wellington werd bekend als het Zuid-afrikaanse Keswick met samenkomsten over heiliging, het leven uit de Geest en zending.4) Murray ontplooide veel activiteiten en bezielde duizenden door boeken, die nog steeds gelezen worden.5)

 

919. Mogen we altijd om een wending bidden?
In de regel wel maar we moeten ook rekening houden met de profetie, verharding en actuele situatie. Jezus voorzei veler afval; dit maant ons tot nuchterheid; Hij behoudt alleen volhouders, Mat. 24:9-14. Als gevolg van haat en vervolging bij alle volkeren worden velen ten val gebracht; broers, zusters en vrienden leveren elkaar uit en haten elkaar; met de verloedering verkoelt ook de liefde van velen, Mat. 24:9-12; Luc. 21:16-18. Aan Jezus’ terugkeer gaat met de geloofsafval (apostasia) ook vooraf de komst van de normloze antichristelijke mens, 2 Tes. 2:3b-12, Oef. 47. Wij zijn volstrekt niet bij machte de massale afval in de 20/21ste eeuw, ook onder verwanten, te keren. Jezus kon zijn Galilese streekgenoten niet voor zich winnen, Mat. 11:20-27; Luc. 10:12-13. Als verharden niet luisteren naar onze waarschuwingen voor het eeuwige verderf, Hand. 7; 28:17-30, moeten we het zand van onze voeten stampen als getuigenis tegen hen, Mc. 6:11. De Soevereine kan zijn oren voor onze gebeden toesluiten en de verharde massa in verzet doen ondergaan, Jer. 4:27-28; 6:13-16; 2 Tes. 1:3-10; Openb. 5-21. Hij wijst bidders de weg in wat zij wel of niet vragen mogen.
4. Welke taak heeft de Kerk bij voorbeden voor zieken? (920-922)

 

920. Wat is de les van de wonderen van Christus en de Twaalf?
Jezus openbaarde zijn identiteit en Gods Koninkrijk door woord en wonderen, Oef. 23. Hij genas vele zieken, bevrijdde de aan Satan gebondenen en wekte doden op, Mat. 4:23-25; 7:5-17; 9:1-34; Mc. 1:21-39; 5; Luc. 4:31-41; 5:17-26; 7:11-17. Hij gaf de Twaalf volmacht om dit te doen, Mat. 19:1-8. Ook aan een bredere kring gaf Hij opdracht zieken te genezen en demonen uit te werpen, Luc. 10:1-20. Hij genas door Paulus zieken, verdreef demonen - zelfs door aanraking met zijn linnengoed - en wekte door hem doden tot leven, Hand. 19:11-12; 20:7-12. Paulus erkent het charisma van genezing en wonderdaden bij leden, 1 Kor. 12:9c,10a. Hij spoort allen aan tot strijd tegen de machten der duisternis en volhardend gebed, Hand. 20:13-38; Ef. 6:10-20; 1 Tim. 3. Genezingen en bevrijdingen zijn een aanwijzing dat we een taak hebben tot heling van de lichamelijk-psychische conditie van gekneusden. 6) De Kerk stimuleerde eeuwenlang de oprichting van ziekenhuizen, bejaardentehuizen en charitatieve instellingen. Gods Geest werkt vandaag wel anders dan in Jezus’ tijd maar niet minder helend, genezend en bevrijdend.

 

921. Hebben ambtsdragers de taak zieken en gebondenen te helen?
Jakobus, Jezus’ broer, een vooraanstaande in de gemeente, Hand. 15:13, ried zieken aan de oudsten (presbyters) te verzoeken een gebed over hen uit te spreken en hen met olie te zalven in naam van de Heer, Jak. 5:14. “En het gelovige gebed zal de zieke redden (genezen) en de Heer zal hem oprichten.”, 5:15. Olie werd gebruikt als geneesmiddel en om priesters te zalven, teken van geestesgaven. Sinds de Karolingische tijd werd ziekenzalving het sacrament van stervenden (‘Laatste Oliesel’). Het Tweede Vaticaans concilie liet de bredere zin van bijstand door de Heilige Geest weer uitkomen. 7) De Protestantse Kerk in Nederland erkent ziekenzalving als rite die op het gebed heil en heling bemiddelt en nam in haar Dienstboek een orde voor de zegening en zalving van zieken op.8) Deze rite dient verweven te zijn met de geregelde voorbede voor zieken in de eredienst in het geloof dat Christus, die ziel en lichaam redde, door zijn Geest in beiden helend werkzaam is.
5. Wat is een goed gebed? Wat heeft prioriteit? (922-925)

 

922. Waarin is het Onze Vader voorbeeld en leermodel?
In kortheid, compleetheid en volgorde. Neem geen voorbeeld aan hen die menen om hun woordenvloed (polu-logia) verhoord te zullen worden, Mat. 6:7,8a. In de aanspraak ‘onze Vader’ verenigen Gods kinderen zich in het vertrouwen in Hem en in de verhoring. Prioriteit hebben de beden om heiliging van Gods naam, de komst van zijn Koninkrijk en vervulling van zijn wil, geleidelijk in de geschiedenis, volkomen bij de wederkomst. Daarna volgt de bede om brood en werkgelegenheid, Oef. 45; die om vergevingsgezindheid en schuldbelijdenis, Oef. 35; en die om bewaring voor verzoekingen, Mat. 6:9-13; Luc. 11:2-4 (hier ontbreekt de derde bede), Oef. 9; 24 en 25.

 

923. Wat vragen we als wij bidden: ‘Uw naam worde geheiligd’?
Schenk ons, Vader, uw Geest dat wij U en uw openbaring in de bijbel kennen, U boven alles eren en ons ego, gezin en clubroem daaraan ondergeschikt maken, Joh. 17:3-8; 1 Kor. 10:30-31.
Geef dat wij over uw naam niet zwijgen maar openlijk voor U uitkomen en U toejuichen om uw werken van barmhartigheid en ontferming, goedheid en waarheid, wijsheid en gerechtigheid, almacht en schoonheid, Ps. 89; 104; 105; 145; Ef. 1:3-14.
Mogen wij zo blij en zorgvuldig naar uw wil leven dat mensen uw Naam om ons gaan verheerlijken, Mat. 5:14-16; 10:32-33; 2 Tim. 3:19-17; Heid. Cat. zo. 47.

 

924. Wat vragen wij als wij bidden: ‘Uw Koninkrijk kome’?
Regeer ons, Vader, zo door uw Woord en Geest dat wij ons aan U als onze Koning steeds meer onderwerpen, Mat. 5-7; 6:33.
Help ons om uw Koninkrijk te vestigen in gezin, samenleving en staat en Satans koninkrijk afbreuk te doen, Mat. 12:22-37.
Dat wij uw Kerk in stand mogen houden en doen groeien in eenheid, kwaliteit en getal tot U alle uitverkorenen bijeen hebt gebracht en Uw Zoon zich onderwerpt aan U en U alles bent in alles (allen), Joh. 17; Ef. 4; 1 Kor. 15:12-28; Openb. 7; HC zo. 48.

 

925. Wat vragen wij als wij bidden: ‘Uw wil geschiedde’?
Dat wij, o Vader, onze eigenwilligheid verzaken en U gehoorzamen.
Dat wij uw opdrachten in huwelijk en gezin, school en beroep, Kerk en maatschappij gewillig, stipt en trouw uitvoeren als engelen, Luc. 1:26-37; Hebr. 1:14; Mat. 7:24-27; 25.
Dat wij in dalen van beproevingen Hem navolgen, die in zijn lijden gehoorzaamheid leerde en bad:
“Vader, neem alstublieft deze beker van Mij weg; maar toch, laat niet mijn wil gebeuren maar die van U.”, Luc. 22:42; Hebr. 5:5-10; HC. Zo 49.
6. Waarom bidden wij om brood, vergeving en alertheid? (926-928)

 

926. Is het nodig dagelijks te bidden om ‘ons voedsel’?
Ja, want wij zijn niet bij machte om een zaadje te doen ontkiemen en we zijn voor gezondheid, werk en pensioen van Hem afhankelijk.
Hij wil dat wij onze afhankelijkheid belijden en vertrouwen dat Hij zal voorzien in wat wij nodig hebben, Mat. 6:19-34.
Het meervoud ‘Geef ons’ houdt ook de voorbede in voor meer dan miljard ondervoeden of hongerenden 9); we zijn voor hun welzijn mede verantwoordelijk, Mat. 5:29-24; Luc. 12:13-21; 16:19-31; Joh. 6:1-15.

 

927. Waarom wil de Heer dat we Hem om vergeving bidden?
Wij maken iedere dag schulden bij Hem, die om betaling vraagt en voor ons voldeed door zijn Zoon te pijnigen.
Hij wil dat wij onze zonden in berouw belijden en Hem om kwijtschelding daarvan vragen in naam van zijn Zoon, 1 Joh. 1:8-10, 2:1-2.
Wie schuld belijdt en vergeving ontvangt, krijgt ook de bereidheid om de schuld van de naaste tegen hem kwijt te schelden.
Het tweede deel staat in de verleden tijd in de verwachting dat wij dit al deden. “Vergeef ons onze schulden zoals ook wij hebben kwijtgescholden onze schuldenaars.”, Mat. 5:12, HC. Zo. 51.

 

927.1. Is er wisselwerking tussen wat God doet en wat wij doen?
Ja. Jezus zei: “Want als u de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeving schenken. Maar indien u de mensen geen vergeving schenkt, zal uw Vader uw overtredingen ook niet vergeven.”, Mat. 6:14-15; 18:21-35. Dit grijpt diep in; miljoenen lijden levenslang pijn om door misdadigers vermoorde verwanten; ieder jaar schrijnen de wonden zoals bij de Sjoa-herdenking op 27 januari. Daarom bedoelt Jezus het hier gaat om overtreders die berouw tonen aan de door hen gedupeerden; indien er geen berouw is, stagneert de vergevingsbereidheid. Ook in de gemeente verkoelt de relatie, als de overtreder geen schuld belijdt; dan vindt er zelfs ex-communicatie plaats, Mat. 18:15-17.

 

928. Hoe luidt de zesde bede en wat is de strekking daarvan?
“Leid ons niet in verzoeking (peirasmon) maar verlos ons van de boze.”, Mat. 6:13. “En leid ons niet in verzoeking.”, Luc. 11:4c. Onze Vader - nooit aansprakelijk voor verleidingen, Jac. 1:13 - wil ons ervoor bewaren dat we in riskante omstandigheden komen te verkeren en ons voldoende kracht geven om aanvallen af te weren. Men kan hier taalkundig het onpersoonlijke ‘verlos ons van het boze’ vertalen maar beter is het om hierin een persoon te zien omdat het evangelie vaak de overste van de demonen signaleert, Mat. 4:1-11 (de duivel), 12:22 (Beëlzebul), de satan (12:26), sterke (29), 13:19 (de boze), 38-39 (kinderen van de boze; de vijand die het zaaide is de duivel).

 

928.1. Hoe omschreven onze vaderen de strekking van deze bede?
“Omdat wij uit onszelf zo zwak zijn, dat wij geen ogenblik zouden kunnen standhouden, en omdat bovendien onze doodsvijanden – de duivel, de wereld en ons eigen vlees - niet ophouden ons aan te vechten, - - wilt U, Vader, ons daarom door de kracht van de Heilige Geest staande houden en sterken, opdat wij in deze geestelijke strijd niet de nederlaag lijden maar altijd krachtig weerstand bieden, totdat wij in de finale volledig de overwinning behalen.”, HC zo. 52.
7. Wat zijn verhoorde en wat onverhoorde gebeden? (929-931)

 

929. Wat zijn verhoorde gebeden?
Gods afwijzend antwoord is ook verhoring maar meestal verstaan we daaronder door Hem ingewilligde verzoeken. De Liefderijke, Getrouwe en Rechtvaardige verhoort gebeden op grond van Christus’ voorbede maar houdt ook rekening met ons volhardend gebed en onze wandel, Ps. 18:21-30; 1 Kon. 18:36; Hand. 10:1-4; Hebr. 6:9-12. Joh. 6:1-15.

 

930. Wat zijn door de HEER niet verhoorde gebeden?
Hij wijst verzoeken af omdat bidders zelf onvoldoende activiteiten ontplooien; Hij geeft geen premie op luiheid. Een bidder kan ongehoorzaam zijn zoals Mozes, die daarom het beloofde land niet mocht binnengaan, Deut. 3:26. Hij wijst gebeden af, waarin men Hem inschakelt voor eigen doeleinden zoals Hofni en Pinehas, 1 Sam. 4 en 5; Hij laat niet met zich manipuleren, Jac. 4:2-3. In Jeremia’s tijd was het volk zo verhard dat Hij zijn oren zelfs toesloot voor zijn voorbede; zijn besluit tot deportatie was zo onherroepelijk dat hij zich ook door Mozes en Samuël niet zou laten vermurwen, Jer. 11:14; 15. Tot een andere categorie behoren gebeden waarvan de inwilliging zou ingaan tegen Gods heilsplan. De Vader liet Jezus’ lijdensbeker niet aan Hem voorbijgaan om ons heil, Mat. 26:39; Hand. 2:23. Hij liet Paulus zijn doorn in het vlees houden om nederig te blijven, genoegen te nemen met wat hij kreeg en zich ten volle te ontplooien door zijn zwakheid, 2 Kor. 12:7-9.

 

931. Wat is het verschil tussen gebeden van christenen en anderen?
De HEER wendde zijn oor af van afgoden aanbiddende baälpriesters en verhoorde Elia’s tot de God van Abraham, Isaak en Israël gerichte gebeden, 1 Kon. 18:20-46. In hun nood richten heidenen zich tot een Helper, maar zij kennen Hem en zijn Zoon niet; de Soevereine doet met hun gebeden wat Hem behaagt. Christenen bidden in de zekerheid van verhoring tot hun Vader met beroep op Jezus Christus, Hogepriester en Middelaar. “Daarom is Hij ook in staat om hen die door zijn tussenkomst tot God naderen, voor altijd te redden, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.”, Hebr. 7:25.
Joden en moslims roepen Hem aan als de Barmhartige, maar omdat zij zich niet beroepen op Jezus als Verlosser en Middelaar is hun waarborg van verhoring veel geringer. Bij nauwe toenadering is een gemeenschappelijk gebed met joden en moslims in een samenkomst mogelijk, maar vaak is het beter om enige minuten stilte te geven voor een gebed van ieder afzonderlijk of iedere groep eigen gebeden te laten bidden.10)

 

Wilt u meer weten over Jezus’ gebed en reveils, 911-919, lees dan de noten 1-5
1. Thomas van Aquino wijdde aan het gebed in zijn Summa II-II kwestie 83 met 17 artikelen. J. Calvijn besteedde er in Institutie III, hoofdstuk 20 aan met 52 paragrafen, vert. Sizoo deel II, p. 377-463, en in zijn. Catechismus van Geneve van 1541/2 , vraag 233-295, BPKN,141-152. H. Berkhof constateert in par. 52 een leemte in de dogmatiek in de behandeling van het gebed, CG, 478-485. Ik besprak het gebed bij Jezus’ hemelvaart, Dogm. 3B, 296-325; HIEB I, 173-183; dl II, 172-183. Voor literatuur over het gebed zie men: The Encyclopedia of Christianity (= EC), vol. 4, 2005, p. 323-331, vertaling van de derde druk van Evangelisches Kirchenlexicon, 1986, 1989, 1992, 1996, 1997.

 

2. Ulrich Gäbler vermeldt onder Revivals, in EC 4, p.680-685, de First Great Awakening onder Edwards en de Second Great Awakening van 1790-1835. Charles Grandison Finney (1792-1875) is de vader van de nieuwere actieve evangelisatie met de toerustingsdoop en muziek. In de 19e eeuw ging de reeks opwekkingen door onder leiding van Dwight L. Moody (1837-1899), vooral onder de massa in de steden, in de 20/21ste eeuw onder Billy Sunday en Billy Graham.

 

3. Leona Choy, Andrew Murray. Apostel der liefde, 1978, p. 94v. Zij veronderstelt dat Murray het reveil trachtte te stoppen omdat zijn eigen ik gekwetst was omdat de opwekking niet gekomen was als gevolg van zijn prediking, maar noemt dit ’gissen naar een verklaring’. Het verschijnsel dat iedereen hardop ging bidden herhaalde zich, ook in samenkomsten onder leiding van Murray en hij erkende hierin Gods Geest.

 

4. Keswick, in het merendistrict in West-Engeland, werd bekend door de Brighton-beweging, in het leven geroepen door Pearsall Smith. Deze ging van start onder de naam Convention for the Promotion of Practical Holiness. Ook Andrew Murray nam hieraan deel.

 

5. De foto van Andrew Murray staat in Chr. Enc. Deel V, 1960, p. 198 en in NGkerk 350, 2002, p. 50. Murray richtte in 1874 op Die Hugenote Seminarie in Wellington voor de ontwikkeling van jonge vrouwen voor hoofd, hart en hand. Het groeide uit tot Hugenoten Kollege dat in 1916 een kollege van de Universiteit van Zuid-Afrika werd. Het biedt thans cursussen aan voor maatschappelijk werk, jeugdwerk en zending.

 

Wilt u meer weten over gebedsgenezing en verhoringen bij 920-931, lees dan noot 6-10.
6. S. M. Roozenboom behandelt in zijn proefschrift Naar een volkomen bestaan, 2007, de visies over genezing door charismatici, ambtsdragers en gebed bij K.J. Kraan, W.W. Verhoef, M. E. G. Parmentier, J.-J. Suurmond, J. Veenhof, M.J. Paul, A. Kuyper, H. Bavinck, G.C. Berkouwer, J.H. Gunning jr., O. Noordmans, A.A. van Ruler, H. Berkhof, A. van de Beek en synodale reacties). De auteur noemt enige overwegingen en besluit: “Wij zien uit naar de dag dat de dienst der genezing een vast ritueel wordt in de pastorale praktijk van de kerken, zoals dat in de anglicaanse kerk reeds lang gebruikelijk is.”, a.w p. 389.

 

7. De geloofsbelijdenis van de kerk, 1985, wijdt zes bladzijden aan de ziekenzalving, 371-377. “Sinds de postconciliaire liturgische vernieuwing behoort de ziekenzalving normaal gesproken niet meer bij de ‘bediening’ in direct stervensgevaar.”, p. 374.

 

8. J.G. Heetderks/ B. Plaisier (inl.), Dienstboek Deel II. Leven – zegen –gemeenschap, Boekencentrum, Zoetermeer 2004, 453-481 (‘Zegening en zalving van zieken’).

 

9. Breder behandelde ik gerechtigheid, mensenhandel en het millenniumprogramma tegen honger en ellende in HIJ-IS-ER-BIJ-II, p. 602-613.

 

10. Uitvoeriger ging ik in op het gebed van moslims in HIJ-IS-ER-BIJ-II, p. 173-183. In een dialooggroep moslims/christenen in Rotterdam/Den Haag namen we van 2006-2010 twee minuten stilte in acht opdat ieder voor bepaalde noden kon bidden. Vgl. over deze dialooggroep Jongere generatie is aan de beurt, Christelijk weekblad 19 dec. 2009, 57e jrg. Nr. 51, p. 10-11. Dit is een verklaring na drie jaar ervaringen, die uitgaat van burgerplicht en roeping.

 

Wilt u zich verdiepen over mystiek en gebed, raadpleeg de volgende werken.
Choy Leona, Andrew Murray. Apostel der liefde, uit het Engels vertaald door J.P.C. Soeters, Gazon uitgeverij, Den Haag 1978. (Met aanhangsel van de werken van Murray en de twee biografieën over hem van J. Du Plessis, 1919, en W.M. Douglas 1926 en 1957.).

 

Hofmeyr George (hoofdred.), NGKERK 350. Eenhonderd bakens in die geskiedenis van die Nederduitse Gereformeerde Kerk 1652-2002, Lux Verbi.BM, Wellington, 2002.

 

Roozenboom S.M., Naar een bestaan volkomen. Dogmatische motieven in de fundering en verdediging van de dienst der genezing in Nederland en de omgang met deze motieven in de Nederlandse hervormde en gereformeerde theologie van de laatste honderdvijftig jaar, Callenbach, Nijkerk 2007.

 

Roozenboom, S.M., Maakt de dienst der bevrijding echt vrij?, in: Psyche & Geloof. Tijdsschrift van de Christelijke Vereniging voor Psychiaters, Psychologen en Psychotherapeuten, 20e jrg, 1 maart ,2009, p. 3-12.

 

Dorothee Sölle, Mystiek en verzet ‘Gij stil geschreeuw’, Ten Have, Baarn 1998. (Vertaling door Hermina van der Vinne van Mystik und Widerstand,’ Du Stiles Geschrei’. Hamburg 1997. Zij acht gebed nodig, niet om aan Gods deur te kloppen maar om te spreken tot Hem, te huilen in Hem en te loven van Hem).

 

Meulen van der Henk, Liefdevol oog en open oor. Handboek pastoraat in de christelijke gemeente, Boekencentrum Zoetermeer 2010, vierde herziene druk.

 

’t Spijker W. van, W. Balke, K. Exalto, L. van Driel (red.), Spiritualiteit, de Groot-Goudriaan, Kampen 1993.

 

Wenneker Leo/Hans van Reisen, Aurelius Augustinus. Het huis op de rots. Verhandeling Over de Bergrede, Budel 20043.

 

Waal Esther de (red.), Het Keltische visioen. Spiritualiteit van een verzonken wereld, Uit het Engels vertaald door Jaap Faber, Meinema, Zoetermeer, 2000 (bloemlezing gebeden en liederen van bewoners van de Hebriden uit Carmina Gadelica van Alexander Carmichael, deel I en II, 1900, III en IV, 1940-1941, V, 1954, VI, 1971).

 

Waayman Kees, Spiritualiteit, vormen, grondslagen, methoden, Kok, Kampen 2000, tweede en derde druk 2001.

 

Wentsel B., ‘De afzonderlijke behandeling van het gebed in de dogmatiek’, Incarnatie, verzoening, Koninkrijk van God, Dogmatiek deel 3B, 1991, p. 296-325.

 

Oefening: 40a | 40b | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46