Oefening: 40a | 40b | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46

 

Gesprekken II - Oefening 42 (890-910)

Hoe zegent U ons met rituele handelingen en tekenen in de eredienst?

1. Gesprek als gebed. (890-891)

 

890. Waarom hebben wij, HEER, tekenen nodig?
Ik verzeker u door het zichtbare, tastbare zoals de bronzen slang, brood en wijn dat Ik u eeuwig leven schenk, Num. 21:4-9.
Ik waarborg u door de verschijning van de regenboog dat Ik de mens niet meer door een watersnood zal verdelgen, Gen. 9:12-17.

 

891. Schenkt U ons gaven door handoplegging van ambtsdragers?
Ik liet priesters het volk drievoudig zegenen met mijn Naam, Num. 6:22-27; 2 Kor. 13:13.
Ik bewijs door de ambtelijke zegening in de eredienst mijn volk over de hele wereld genade, welzijn en vrede, Ps. 67; Luc. 24:50; Ef. 1.

 

891.1. Zegent U met speciale gaven gelovigen door handoplegging?
Ik schenk hierdoor de Geest van leven aan kinderen, Mat. 19:13-15.
Ik verleen liefde en trouw aan huwelijkspartners en roepingbewuste ongehuwden, Mat. 19:1-12; 1 Kor. 7:7; EF. 5:21-33.
Ik verleen kracht en liefde, leiding en bezonnenheid en andere gaven aan ambtsdragers, Hand. 6:6; 2 Tim. 1:6-12.
2. Wat zijn sacramenten en hoeveel zijn er? (892-894)

 

892. Waar komt, o leraar, het woord sacrament vandaan?
Dit is afgeleid van sacer, heilig, gewijd. Sacrament betekende de in een tempel gedeponeerde waarborgsom en de eed van vaandeltrouw, krijgseed. Men vertaalde het Griekse woord mustèrion in het Latijn als sacramentum. 1) Dit is in de bijbel het geheime heilsplan, dat God eerst voor ons verborg en bij de verschijning van Christus wijd en zijd bekend maakte, Ef. 1:9; 3:2-4; Kol. 1:26; 1 Tim. 3:16; Dan. 2:28-32. De term ging daarna over op tekenen, instellingen en handelingen waardoor God zijn heil meedeelt en verzegelt aan gelovigen. In de eerste elf eeuwen zweefde het aantal sacramenten of ‘verborgenheden’.2)

 

893. Hoeveel sacramenten, leraar, kent de Rooms-katholieke Kerk?
De vierde Lateraanse synode (1215) – meer dan tweeduizend deelnemers - verplichtte ieder eenmaal per jaar tot de praktijk van de oorbiecht; deze verving in de vierde eeuw de openbare boete en bereikte via Ierland het Westen, waar Karel de Grote deze bevorderde. Deze synode bepaalde dat joden kenbaar moesten zijn aan hun kleding en geen openbare ambten mochten bekleden en dat de stof (substantie) van brood en wijn bij het uitspreken van de instellingswoorden veranderen in Christus’ lichaam en bloed (= transsubstantiatie). Het concilie van Lyon (1274) bepaalde dat er zeven sacramenten zijn. Het concilie van Trente (1545-1563) bevestigde dit en noemde doop, vormsel, eucharistie, boete, ambtswijding, huwelijk en oliesel. Het tweede Vaticaans concilie (1962-1965) stelde dat gelovigen in de eucharistie - hoogtepunt van het christelijk leven - de Christus en zichzelf als offer aan de Vader opdragen.3) Het noemde de Kerk als het ware het sacrament van de vereniging met God en van de eenheid van de mensheid. 4)

 

894. Hoeveel sacramenten erkende de Reformatie van 1517?
Deze nam er twee aan: de Doop als parallel van de besnijdenis en het Avondmaal als parallel van de Pèsachmaaltijd, Mat. 28:18-20; Hand. 2:38, Luc. 22:19b. Zij achtte de traditie van biecht en confirmatie, bevestiging van huwelijk en ambtsdragers en genezing (ziekenzalving) van belang maar noemde deze niet sacramenten maar ‘sacramentalia’ of ambtelijke en liturgische handelingen of heilsmiddelen.5) Het is traditiebreuk als men de term afschaft. 6) Luther plaatste de biecht bij het ambt van de bediening van de sleutelen van Gods Koninkrijk, Kleine Cat. VI, BPKN p. 65-66. De Reformatie stelde de Woordverkondiging - in de rooms-katholieke kerk versmald tot inleiding naar de eucharistie - als heilsmiddel centraal. Zij typeerde sacramenten als tekenen en zegelen van Gods verbondsbeloften bij het Woord, NGB art. 33; Heid. Cat. zondag 25-30.
3. Wat betekent handoplegging, semikah of cheirothesia? (895-897)

 

895. Heeft de handoplegging meerdere betekenissen?
Ja, ambtsdragers droegen met dit gebaar geestesgaven over bij het zegenen en bij de ordinatie van ambtsdragers aan opvolgers. Zij droegen daardoor ook de schuld van mensen over op offerdieren. Het was ook teken van sanctie van gunst en straf bij het optreden van getuigen.7) De hand staat voor Gods Geest; de rechterhand voor zijn kracht en majesteit, Ps. 110:1; Hand. 2:23. De priester gaf het volk in de tempel de drievoudige zegen (= berakah) met de Naam vol kracht en licht, welzijn en vrede, Lev. 9:22; Num. 6:22-27. De Kerk nam deze rite over. De HEER maakt de met uitgestrekte armen uitgesproken zegen voor miljoenen wekelijks tot heilzame kracht, 2 Kor. 13:13.

 

896. Waar was de handoplegging middel voor Geestesgaven?
Jezus zegende kinderen met dit gebaar, Mat. 19:13-15. Hij steeg op naar de hemel met zegenende handen, Luc. 24:50-51. Hij regeert als koning de wereld, treedt voor ons op als priesters, giet als profeet zijn Geest uit en verrichtte door de handen van de apostelen vele wonderen, Hand. 3:6-7; 6:8; 14:3. Hij opende door Ananias’ handoplegging Paulus de ogen, vervulde hem met zijn Geest en liet hem dopen, Hand. 9:17-18. Hij schonk door dit gebaar gemeenten zijn Geest, Hand. 8:12-18; 19:1-12. In de oerkerk stonden op één niveau bekering en geloof in God, dopen en handoplegging, opstanding en oordeel, Hebr. 6:1-3, maar handoplegging is geen ‘magisch’ middel; God stort zijn Geest ook uit zonder dit gebaar en vóór de doop, Hand. 10:44-48.

 

897. Wat betekent handoplegging bij bevestiging van ambtsdragers?
God beval Israël om de levieten de handen op te leggen voor hun dienst als plaatsvervangers van alle eerstgeborenen, Lev. 8:10-19. Een deel vertegenwoordigt het geheel: allen-in-één. Elders dient deze voor overdracht van bevoegdheden. Zo kreeg Mozes bevel om Jozua de hand op te leggen om zijn waardigheid als volksleider over te nemen ten overstaan van de priester als Gods vertegenwoordiger en van het volk, Num. 27:16-23. De Twaalf legden zeven medewerkers (diakenen) de handen op na gebed als teken en middel van hun aanstelling en overdracht van gaven, Hand. 6:1-7. De Heer verleende Timoteüs bij zijn aanstelling tot evangelist door handoplegging geestesgaven en gezag, 2 Tim. 1:6-7. Kandidaten dienen eerst een proeftijd te ondergaan, 1 Tim. 5:22. God verbindt aan de oplegging beloften, maar vereenzelvigt teken en zaak niet.
4. Wat is de acte van bevestiging van leden of confirmatie? (898-899)

 

898. Is bevestiging van doopleden wel nodig?
Ja, doop en catechese leiden tot een afsluitende, belijdende acte en bevestiging daarvan. Jongeren leren de bijbel kennen en maken zich de geloofsinhoud eigen. Zij rijpen door opvoeding van leerling tot volgeling. Joodse jongens werden op hun twaalfde jaar tot zoon-der-wet (bar mitswah). Gedoopten dienen openlijk hun trouw aan Hem en zijn gemeente te betuigen. De Getrouwe maakt hen ferm of vast ( = confirmeren); daarom werd confirmatie de naam voor bevestiging van doopleden bij hun openbare belijdenis. Ouders namen Jezus op twaalfjarige leeftijd mee naar Jeruzalem. Hij was zo ver gevorderd in de catechese dat Hij kenners versteld deed staan, Luc. 2:40-52.

 

898.1. Wat vormt de achtergrond van het bevestigen?
Dat is Gods trouw en onze neiging tot ontrouw. Van de 2.5. miljoen jongeren tussen 12-35 in Nederland is 17% lid van een protestantse kerk en bezoekt 6% minimaal één keer per maand een kerkdienst; 7% doet mee aan catechisatie of jeugdgroepen; op 12-jarige leeftijd is nog 52% van de gedoopte jongeren betrokken bij de kerk.8) Om ontrouw tegen te gaan bevestigde de HEER zijn verbond in bijeenkomsten; daarin beaamde het volk zijn trouw aan Hem, Deut. 27-33; Joz. 5; 24; 1 Sam. 12; Hand. 2. Hij drukt zijn zegel op hen en geeft hun zijn Geest tot onderpand van hun eeuwige erfenis, 2 Kor. 1:12-24, niet als tweede zegen (‘second blessing’) maar als bekrachtiging van de heilsgaven in de doop. Hij verbond doop en handoplegging als teken van geestesgaven, Hand. 9:17-18.

 

898.2. Wat bewerkt de Getrouwe bij de confirmatie en daarna?
Hij bevestigt aan (on)gedoopte leden, die zich Hem toeëigenden, zijn tweezijdig verbond en belooft dit proces te voltooien, Fil. 1:3-6.
Hij laat in hen aan ouders en gemeente zien dat Hij doopbeloften waarmaakt en de opvoeding zegent. Hij sterkt andere gemeenteleden door hun jawoord in het geloof, Ps. 78; 103; 2 Tim. 3:10-17.
Hij stelt hen in de status van belijdend lid. Hij schenkt hun geestesgaven tot gemeenteopbouw en kracht tot belijden en verleent hun het (voor)recht tot deelname aan de Avondmaalsviering.
Hij sluit een leerfase af, die voert naar het permanente leerhuis van studie in bijbel, belijdenis en gebeuren om het geleerde te verdiepen en te actualiseren. 9) Hij gaf Jezus charismata voor zijn ambt op zijn dertigste, Luc. 3:21, en leerde hem gehoorzaamheid uit zijn lijden, Hebr. 5:7-10.

 

899. Wat is het sacrament van het vormsel?
Volgens de rooms-katholieke kerk voltooit de Geest in betrokkenen de doop en schenkt hun kracht tot getuigen. Hierbij zalft de bedienaar - priester of bisschop - de te vormen gelovigen met olie op het voorhoofd, legt hun de handen op en spreekt: ‘Ontvang het zegel van de Heilige Geest, de gave Gods.’ Oorspronkelijk bediende men het vormsel met de doop als dubbelsacrament. 10)
5. Hoe sluiten en openen dienaren de paleisdeuren? (900-903)

 

900. Wat is het hemelse paleis en wie zijn de dienaren?
Dit paleis is Gods Koninkrijk. Om daar toegang te krijgen is het nodig zich feestelijk te ‘kleden’. Jezus schonk zijn dienaren en gemeenteleden sleutels om namens Hem de deuren te openen en te sluiten. ‘Bent u een moordenaar? Dan is er ruimte voor u in dit paleis als u uw schulden belijdt; onze Heer opende de deur voor berouwvolle misdadigers!’, Luc. 23:39-43. Sleuteldragers troosten allen die hun toevlucht zoeken bij de Heer, die voor hen boette. Zij verklaren paleisdeuren voor gesloten voor goddelozen en ‘quasi-vromen’ die niet handelen naar zijn wil. “Velen zullen Mij op de (gerichts)dag zeggen: ‘Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd? Hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven en veel machtige daden gedaan?’ – Dan zal Ik (= Jezus Christus) hun openlijk zeggen: ‘Nooit heb Ik u gekend! Verdwijn uit mijn ogen, overtreders van Gods wet!’ ”, Mat. 7:22-23, Luther, Kleine Cat. VI, HC 31.

 

901. Waar gaf Jezus volmachten om paleisdeuren te openen?
Hij deed dit bij verschillende gelegenheden. Op zijn vraag wie Hij was zei Petrus: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God!”, Mat. 16:16. Daarop zei Jezus: “Zalig bent u Simon, Barjona! Niet vlees en bloed hebben u dat onthuld maar mijn Vader in de hemel. Ik zeg u, u bent Petrus (= rotsman), en op die rots (= petra) zal Ik mijn Kerk bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar er niet onder krijgen. Ik zal u geven de sleutels van het Koninkrijk der hemelen, en wat u op aarde bindt, zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat u op aarde ontbindt, zal ook in de hemel ontbonden zijn.”, Mat. 16:17-19. Na de opstanding zei Hij: “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” “Ontvangt de Heilige Geest. Als u iemand zijn zonden vergeeft, dan zijn zij ook vergeven; als u ze niet vergeeft, dan blijven zij gelden.”, Joh. 20:21-23; Mat 12:22-37. Hij gaf de volmacht aan alle gelovigen, Mat. 18:13-29; 2 Kor. 2:14-17.

 

902. Wat is in de Rooms-katholieke Kerk het boetesacrament?
Hierin verleent de priester/biechtvader kwijtschelding van schulden en straffen aan overtreders en verzoent hij hen ook met de Kerk. 11) Ieder is verplicht alle zware zonden naar aard en aantal te belijden. Dit zijn de na de doop bedreven zonden die nog niet door de Kerk vergeven zijn en die hij nog niet in een persoonlijke biecht na zorgvuldig gewetensonderzoek beleed, canon 988. Ieder mag vrij zijn biechtvader kiezen, die passende boetes kan opleggen; het biechtgeheim is onschendbaar.

 

903. Hoe biedt de Protestantse Kerk troost aan schuldbewusten?
De Lutherse kerk hield de biecht aan, maar deze gewoonte geraakte in onbruik. Ieder wordt geacht zelf schuld te belijden. In plaats van de biecht stelde de Reformatie het pastorale gesprek en de genadeverkondiging. Verzoening, gericht en gehoorzaamheid staan zo centraal in de bijbel dat voorgangers regelmatig bewust de vergeving als troost en vergelding als waarschuwing dienen te verkondigen, Mat. 20:17-19; 23; 24-25; Hand. 2-3; 2 Kor. 5:11-20. Het gebed voor de wereld is ook nodig maar mag de genadeverkondiging niet verdringen. De regel om op de zondag voor de Maaltijdviering een voorbereidingsdienst te houden, leden te bezoeken en in de middagdienst nabetrachting te houden (’het lof’) verdiepte de beleving maar hield niet overal stand. 12)
6. Hoe bevestigen we de waarde van het onverbrekelijke? (904-907)

 

904. Wat beoogt de HEER met de instelling van het huwelijk?
Hij stelde dit in als levenslang verbond van liefde, vriendschap en trouw tussen man en vrouw. Hij maakte eenzamen tot ‘tweezamen’ om elkaar aan te vullen als complement en steun te geven, de mensheid uit te breiden en zijn genadeverbond in de geslachten voort te zetten, Gen. 2:18-24; 17; Ps. 127,128; Mat. 18:1-12. Christen-echtgenoten beelden af de eenheid van Vader en Zoon en de offerende liefde van Christus tot zijn gemeente en van deze tot Hem, Ef. 5:21-32. De geestelijk-lichamelijke eenheid 13) is een groot geheimenis (= mustèrion mega, sacramentum magnum), Ef. 5:32. De Rooms-katholieke kerk noemt sinds de dertiende eeuw het kerkelijk gesloten huwelijk sacrament, dat de huwenden elkaar toedienen. In de Oosters-Orthodoxe Kerk doet de priester dit.

 

905. Is de huwelijksbevestiging in een eredienst nodig?
Deze is voor juridische geldigheid niet noodzakelijk, maar is wel een hoogtepunt van Gods bemoediging en van plechtige beloften aan Hem voor een levenslange verbintenis. Rechtsgeldig is een huwelijk als dit gesloten is voor de overheid, die het jawoord onder getuigen registreert in de burgerlijke stand. In sommige landen zijn pastores ook overheidsambtenaren.
De Getrouwe bevestigt de partners in het ambt van echtgenoten, die in zijn Naam hun huwelijk aangaan en beloven de liefde van Christus tot de gemeente uit te stralen.
Gehuwden geven in een eredienst te kennen dat zij Gods zegen over hun met wederzijdse instemming gesloten verbond afsmeken in het besef dat hun onderneming alleen slaagt bij volhardend gebed.
Het huwelijk is een sociaal gebeuren waarbij familie en vrienden, kerkelijke en burgerlijke gemeente getuigen of betrokkenen zijn.

 

905.1. Welke beloften worden gevraagd en afgelegd?
De pastor bevestigt gehuwden in het ambt van christen-echtgenoten met de belofte dat Christus hen zal vergezellen en vraagt van hen twee beloften af te leggen:
‘Belooft u elkaar liefde en trouw te bewijzen in voorspoed en tegenspoed tot de dood u van elkaar scheidt?’
‘Belooft u eventuele kinderen of huisgenoten de schatten van Gods verbond mee te delen en hen op te voeden in de liefde tot God en de naaste?’

 

906. Hoe komt het dat een op de twee of drie huwelijken stranden?
Velen putten hun liefde en trouw niet (meer) uit de HEER, vertrouwen niet (meer) op zijn hulp en houden zich niet aan hun afspraken in een cultuurpatroon waarin trouw, ook door erotische avonturen, sleet. 14) Anderen beseffen onvoldoende dat zij een ambt bekleden met verplichtingen, tucht en eis tot zelfverloochening. Er zijn stabiele huwelijken, die niet in de kerk bevestigd werden, en huwelijken die schipbreuk leden, hoewel zij wel kerkelijk bevestigd werden.

 

906.1. Wat is de boodschap van kinderen van gescheidenen?
Het moet ons zorgen baren dat bij de scheidingen - 120 per uur - veel kinderen schade lijden; van 1992 tot 2010 waren hierbij minstens 25 miljoen kinderen betrokken. Bij jeugdzorg komen het meest kinderen uit gebroken gezinnen. Vele ouders wensen dit juk niet te dragen, scheiden sneller na de geboorte van een kind en stellen eigen belang boven dat van het kind. Anderen binden zich niet aan één partner voor het leven, mijden het instituut met plichten of sluiten hoogstens een samenlevingscontract; uit deze relatie worden veel kinderen geboren. 15) De gezonde maatschappij steunt op duurzame huwelijken en gedegen gezinnen; hoe bevorderen we deze?

 

907. Investeren we genoeg tijd en aandacht aan voorbereidingen?
Een kind leert in het gezin zelfverloochening, sociale instelling en trouw, maar wat gebeurt er, als het deze daar amper leert? Op de school staat kennis voorop, krijgen daar vorming en omgangskunde genoeg aandacht? De leraar kan het zaad van zelfverloochening en trouw zaaien voor een levenslang verbond, maar hoe ver reikt zijn invloed? De overheid kan huwelijkskandidaten verplichten tot het volgen van een cursus echtelijke spanningen, maar dringt zij dan niet te zeer binnen in het privé-leven? De Kerk dient zorgvuldig catechese te geven aan jongeren voor zij in het huwelijk treden. Gave gezinnen stralen een goed voorbeeld uit; het grootste deel van de samenleving kiest voor een levenslang huwelijk met aandacht voor kinderen. Baat brengt het als ontspoorden terugkeren tot de Vader van Jezus Christus als bron van liefde en trouw.
7. Wat leert de Schepper en Verlosser over het huwelijk? (908-910)

 

908. Wat leert God de Vader over het huwelijk?
Hij schiep de mens naar zijn beeld mannelijk en vrouwelijk en droeg hen samen het beheer over vruchtbaarheid en schepping op, Gen. 1:26-28, Oef. 8A. Hij voegde één man en één vrouw samen, geen man en een man, geen vrouw en een vrouw, Gen. 2:18-23. Hij schiep de vrouw uit de man, die haar herkende als stuk van zichzelf en uitriep: “Dit is top, identiteit van mijn identiteit, vlees van mijn vlees! Zij zal heten Ischah, Manninne, omdat zij uit Isch, Man genomen is!”, 2:23. God schiep de vrouw uit de man en voor de man, maar schept thans de man uit de vrouw-moeder, die hij als zijn eerste liefde moet verlaten om een andere vrouw aan te hangen. Hechting, aanhankelijkheid en gehechtheid zijn opdracht. “Dus zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw en zij zullen tot één vlees zijn.”, 2:24.

 

908.1. Wat beleed de Zoon over het huwelijk?
Hij deed een van zijn eerste wonderen op een bruiloft, Joh. 2:1-11. Hij leerde dat Vaders ordening niet is dat de mens van de een naar de ander vlindert of ieder vele mannen of vrouwen heeft maar dat hij een vaste relatie aanknoopt met één persoon, Mat. 19:1-12; Gen. 1:27; 5:2. Een man dient zijn vader en moeder te verlaten en zich te hechten aan zijn vrouw om met haar één vlees te worden, Mat. 19:4-5. Jezus acht echtscheiding ongeoorloofd: “Wat God onder één juk heeft gebracht, mag een mens niet scheiden!”, 19:6b. God staat alleen vanwege hard(nekkig)heid breuken toe, Deut. 24:1-4; Mat. 19:8. Wie een vrouw verstoot – behalve bij ontucht – en met een ander trouwt, pleegt echtbreuk, Mat. 10:9; 5:27-30; Luc. 16:19.

 

908.2. Wat leerde de apostel Paulus over het huwelijk?
Man en vrouw vormen een eenheid krachtens Gods orde in schepping en genade. Christen-echtgenoten weerspiegelen als bruidegom en bruid Christus’ offerende liefde en trouw tot zijn gemeente, Ef. 5:21-32. De vrouw mag als regel niet scheiden, maar als een niet-gelovige echtgenoot van haar wil scheiden, mag dit. Zij moet zich zo veel mogelijk met haar man verzoenen en anders ongehuwd blijven, 1 Kor. 7:10-16. Zoals de Vader hoofd is van de Zoon, zo is de man hoofd van de vrouw, 1 Kor. 11:3, terwijl beiden zich dienen te offeren voor en te schikken naar elkaar, Ef. 5:21-32. Paulus eist dat ambtskandidaten man van één vrouw zijn, 1 Tim. 3:2.

 

909. Wat zijn krachtige medicijnen tegen de epidemie van breuken?
a. Het eerste medicijn is de terugkeer naar het huwelijk tussen één man en één vrouw (monogamie) op basis van vrijwilligheid en de belofte van trouw. Een stabiele relatie is de meest heilzame bedding voor het krijgen en opvoeden van kinderen.
b. Het tweede medicijn is terugkeer naar een levenslang verbond van liefde en trouw in goede en kwade dagen. De duurzame band bevordert het geluk. Insteller van de scheppingsorde is de Vader, onuitputtelijke bron van alle liefde en trouw, die Hij openbaarde in zijn Zoon, Ex. 34:6-7; Hos. 2:21-22; 3; 4:1-17; Joh. 1:16-17; 3:17-21; 17; Ef. 3; 1 Kor. 13. Man en vrouw weerspiegelen de gemeenschap tussen de Vader en de Zoon en diens offer, Joh. 17:20-25; Ef. 5:21-33.
c. Het derde medicijn is een degelijke voorbereiding voor wat zo’n onderneming religieus en ethisch vereist. Jezus stelt mannen de eis van het blikbeheersing en trouw, Mat. 5:27-30.
De gemeente dient vooraan te staan om hen, wier huwelijk schipbreuk leed, te helpen het kruis van gebroken idealen te dragen.

 

910. Wat leert de islam over het huwelijk?
Deze kent aan huwelijk en kinderen hoge waarde toe; de familie staat bij moslims hoog aangeschreven. Misstanden zijn huwelijksdwang, ongelijkwaardigheid van de vrouw, geweld in het huwelijk, polygamie en eremoorden.16) Het is voor de islam heilzaam om de Bergrede, Mat. 5-7, en passages over monogamie en gevende liefde in zich op te nemen, Mat. 19:1-12; Ef. 5:21-33; 1 Kor. 13; de koran acht immers alle profeten van gelijke waarde.

 

910.1. Waar rijzen vaak conflicten?
Deze ontstaan rond polygamie en gestrande gemengde huwelijken. De koran staat twee, drie of vier echtgenoten toe, soera. 4:3, al schiep Allah geen twee, drie of vier Eva’s uit Adam. De wetgeving in het Westen is gegrond op monogamie. Als de rechter kinderen toewijst aan de moeder omdat zij beter voor hen kan zorgen, kan dit ertoe leiden dat de vader zijn kinderen ontvoert naar zijn land van oorsprong, omdat kinderen uit een gemengd huwelijk niet anders dan moslims kunnen zijn.

 

Wilt u meer weten over sacrament en handoplegging, raadpleeg noten 1 tot 10 bij 890-899.
1. Het droomgezicht in Daniël 2 is in 4:9 vertaald door mustèrion in de LXX, Kittel, TWB IV, 809-839. Mustèrion in het NT wortelt in het Hebreeuwse radz, sood, raad, plan, geheim. Rabbijnen brachten mustèrion in verband met de besnijdenis; dit kan de doorslag hebben gegeven voor het gebruik van sacramentum als equivalent van mysterium, Dogm. 4C, 69-71.

 

2. Augustinus verstond onder mysteries ook de boom van kennis van goede en kwaad, de erfzonde enz. Gevleugeld werd zijn gezegde: ‘komt het Woord bij het element, dan ontstaat het sacrament’, De vera religione, h. 17. Als sacramenten in het OT gelden besnijdenis en het bloed van het paaslam; de paradijsbomen als teken het werkverbond; de regenboog als teken van het noachitisch verbond; en de sabbat als teken van het sinaïtisch verbond, Dogm. 4C, 51-55.

 

3. De hoofdinteresse van de RKK ligt nog steeds bij de sacramenten, met name de eucharistie. In het Wetboek van Canoniek Recht, 1983, worden 86 canons (747-833) aan de verkondiging gewijd en tien canons aan de bediening van het Woord Gods (762-772), terwijl de sacramenten en sacramentalia het vijfvoudige van 413 (840-1253) in beslag nemen, Dogm. 4C, 33-38.

 

4. We komen de term sacrament in de documenten van Vaticanum II 120 maal tegen, waarvan in 10 gevallen als aanduiding voor de Kerk als het grote heilssacrament, D4C, p. 47-51. Zie ook E.C.F.A. Schillebeeckx (1914-2009), De sacramentele heilseconomie, 1952, Theol. Woordenboek III, 1958, k. 4185-4231. (In Memoriam over hem ND 28-12-2009). Hij zag in ieder sacrament een verschijning van het Christusmysterie als oersacrament en heilswerkelijkheid; in het OT versluierd voorafgebeeld; in de kerk gevierd; aan de gelovigen meegedeeld als de handdruk van een vriend. Hij achtte het rechtstreeks schriftbewijs voor huwelijk en oliesel moeilijker aan te geven dan voor de andere.

 

5. De Augsburgse confessie (1530) noemt doop, avondmaal en boete als sacrament, BPKN, p. 26. Calvijn kent twee sacramenten en noemt de oplegging der handen een buitengewoon sacrament, Inst. IV, h. 14, sub 20, Sizoo dl 3, 338. In zijn Geneefse Catechismus noemt hij alleen doop en avondmaal, afd. 44-55, BPKN, p. 153-165.

 

6. H. Berkhof liet de term sacrament vallen en noemt negen geleidende elementen: onderricht, doop, preek avondmaal, diaconie, eredienst, ambt en kerkorde, Chr. geloof, par. 40, p. 344, Dogm. 4C, 69-75. Het werkt vervreemding van andere kerken in de hand als men alleen nog wil spreken van elementen of heilsmiddelen die de omgang van gelovigen met God begeleiden.

 

7. P.A. Elderenbosch verzamelde de gegevens uit de bijbel in zijn proefschrift De oplegging der handen, 1963, Dogm. 4C, 84-85. Doop en handoplegging vormden een eenheid, maar splitsten zich in de Westerse kerk. Volgens Wegman is de meest ingrijpende ontwikkeling in de Middeleeuwse theologie de verzelfstandiging van het vormsel als bezegeling of bevestiging van het doopsel. “Het sacrament van de gave van de Heilige Geest belandde in de periferie van de geloofsbeleving en werd verbonden met spaarzame bezoeken van de bisschop aan de lokale kerk.”, Riten en mythen, 1991, p. 223.

 

8. Deze gegevens vond ik in Perspectief, febr. 2010, nr. 02, p. 23, die deze ontleende aan Op kousevoeten de kerk uit, onderzoek Jongerenwerkersvereniging de Wittenberg. De deelname van tieners in de reformatorische en evangelische kerken is het hoogst. Gemeenschapszin, betrokkenheid en verantwoordelijkheid met dwarsverbanden tussen de generaties zijn nodig, Laat iedere predikant bij de voorbereiding van de eredienst ook aan jongeren denken en enige woorden speciaal aan hen wijden.

 

9. G. Heitink noteert in 2001 dat een catechetische praktijk van eeuwen – kerkelijke catechese van 12 tot 18, geflankeerd door gezin en school – in enkele decennia in het einde van de 20ste eeuw is verdwenen en de vertrouwdheid met de christelijke traditie hierdoor snel is afgenomen, Biografie van de dominee, 2001, p. 239.

 

10. J. Lamberts, Het vormsel, 1997. Wegman stelt dat doopsel in water en zalving met de Geest nog duidelijk in één viering verbonden zijn en onlosmakelijk bij elkaar horen, Geschiedenis p. 37. Vandaar: ‘dubbelsacrament’. In de Didachè wordt een doopritus met formule gegeven en dopen in stromend water aanbevolen. In Hippolytes’’Traditio Apostolica wordt uitvoerig de doop beschreven met catechumenaat, hen die waardig bevonden worden gedoopt te worden in de paasnacht, afzwering van satan, onderdompeling of begieting in het waterbekken, handoplegging en zalving van hoofd en lichaam, vredeskus en viering van eucharisatie. Over confirmatie Dogm. 4C, 85-92, 101-109.

 

Wilt u meer weten over boete en avondmaal raadpleeg dan de noten 11-15 bij 900-910
11. Zie over het sacrament van de boete Wetboek van Canoniek Recht, canon 959-997, blz. 431-445. De geloofsbelijdenis van de Kerk, 1986, p. 360-371. Over de dienst der genezing Oef. 43.

 

12. Waaruit komt het mijden van het avondmaal voort?
1e Mystici vinden geestelijke communie op afstand genoeg.
2e Anderen achten deelname alleen geoorloofd voor waardigen en willen zich geen oordeel eten.
3e De regel dat de deelnemer zich moet verzoenen met de naaste, soms in een publieke acte, is erg lastig uitvoerbaar.
4e Het is eerbiediger om af en toe niet deel te nemen; veelvuldige communie kan leiden tot geringschatting, Van Beelen, a.w. p. 26-29.

 

13. Breder over het huwelijk, Dogm. 4C, p. 117-136, HIJ-IS-ER-BIJ, 624-631. In 1950 vonden in Nederland 83.110 huwelijkssluitingen plaats en 6.462 echtscheidingen. In 1995 waren er 81.469 sluitingen en liep het aantal scheidingen op tot het vijfvoudige van 1950: 34.170 (CBS).

 

14. Ik noemde in 1998 als oorzaken van de toename van echtscheidingen 1e vervreemding van God, zijn geboden en zijn beloften; 2e individualisme; 3e romantische verheerlijking van vrije relaties en afkeer van bindingen in een huwelijk; 4e hogere eisen aan de partner; 5e. omslag van het cultuurpatroon door welvaart, sociale uitkeringen aan gescheiden partners en de arbeidsparticipatie van de vrouw, p. 117-120.

 

15. In 1980 werden in Nederland 11% kinderen buiten de staat van het huwelijk geboren, in 2003 al 31% en in 2006 bijna de helft, namelijk 47%.

 

16. J. Slomp, ’Huwelijken tussen moslims en christenen’, in P. Reesing (red.), Islam, 1991, 122-141.

 

Wilt u zich nader in deze stof verdiepen, raadpleeg dan deze artikelen of boeken.
Beelen J. van, Doet dit tot mijn gedachtenis, Groen en zoon, Leiden 1996.

 

Dijkstra Frans, Strijder voor ex zonder pensioen. Charlotte de Saint Aulaire 1028-2009, Trouw 18-1-2010. (Zij bereikte in 2006 het besluit in de Tweede Kamer van een eenmalige uitkering voor gescheiden vrouwen en leefde van 13-12-1928 tot 14-12-2009).

 

Heitink Gerben, Biografie van de dominee, Ten Have, Baarn 2001.

 

Knijff H.W. de, Venus aan de leiband. Europa’s erotische cultuur en christelijke sexuele moraal, Kok, Kampen 1987.

 

Lamberts J., Het vormsel. Geschiedenis, theologie, liturgie en catechese, Breda 1997.

 

Lubbers R.F.M. /Van Gennip J.A.M. (voorwoord), De verzwegen keuze van Nederland. Naar een christen-democratisch familie- en gezinsbeleid, 1997.

 

Maarsingh B., Het huwelijk in het Oude Testament, Bosch & Keuning N.V., Baarn 1963.

 

Roessingh Martijn, Waarom China mij twee dochters schonk. Over bevolkingsbeleid en adoptie, Atlas, Amsterdam 2009. (Schokkend over Chinese zeden; iedere Chinees heeft een hukou nodig of identiteitsbewijs voor gezondheidszorg, verzekeringen, gratis onderwijs of baan en het mogen trouwen en kinderen voortbrengen.)

 

Teellinck Willem, Het geestelijk sieraad van Christus’ bruiloftskinderen, 1620, bewerkt en ingeleid door Herman Postema, uitg. Nederlands Dagblad, Barneveld 2009

 

Wegman H.A.J., Geschiedenis van de christelijke eredienst in het Westen en het Oosten. Een wegwijzer, Gooi en Sticht bv, Hilversum 1977, tweede herziene druk 1983.

 

Wegman H.A. J. , Riten en mythen, Liturgie in de geschiedenis van het christendom, Kok, Kampen 1991. (Wegman,1930-1996, was hoogleraar in kerk- en dogmageschiedenis, KTU).

 

Wentsel B., De genademiddelen, het gemenebest en het eschaton, Dogm. 4C, Kampen 1998.

 

Oefening: 40a | 40b | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46