Oefening: 40a | 40b | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46

 

Gesprekken II - Oefening 41 (869-889)

Hoe bemoedigt en onderhoudt U ons in het Avondmaal?

1. Gesprek als gebed. (869-870)

 

869. Zei U, Heer, dat wij uw vlees moeten eten en uw bloed drinken?
Ja, dat heb Ik gezegd om verblinden de ogen te openen, nadat Ik broden had vermenigvuldigd, Joh. 6:1-15, 26. “Waarachtig, Ik verzeker u: als u het vlees van de Mensenzoon niet eet, als u zijn bloed niet drinkt, is er geen leven in u.”, Joh. 6:53.

 

869.1. Daarvan schrikken we, Heer, wij zijn toch geen menseneters?
Juist door deze schokkende woorden bepaal Ik u er tastbaar bij met oog, mond en smaak dat Ik met mijn lichaam voor u eeuwig leven verwierf en u met Mij door geloof verbonden dient te zijn om vrucht voort te brengen en te verrijzen, Joh. 6:54-58.

 

869.2. Waarom geeft U ons uw lichaam als brood?
Zoals Ik uw trek naar voedsel stil met brood, zo bevredig Ik uw honger naar vrede en geluk door mijn lichaam aan te bieden aan mijn Vader om de gemeenschap met Hem te herstellen en u het leven te schenken, Mat. 26:26; Joh. 17:4; 19:30; Rom. 5:1-11.

 

869.3. Waarom geeft U ons uw bloed als wijn?
Zoals ik uw dorst les met wijn, zo verkwik Ik uw ziel met vrede en vreugde door mijn bloed of leven voor u uit te storten in opdracht van mijn Vader, Joh. 10:17-18.
Ik bedekte uw schuld, herstelde het verbond met mijn Vader, verwierf voor u de Heilige Geest en zal eens nieuwe wijn met u drinken in zijn Koninkrijk, Joh. 14:15-31; Mat. 26:27-29.

 

870. Hoe tonen wij, Heer, onze eenheid als christenen?
Doe dit door als leden en kerken op gezette tijden samen het Avondmaal te vieren met Mij als Gastheer, Mat. 26:20-30; Mc. 14:17-26; Luc. 22:7-38; Joh. 13-17; 1 Kor. 11:17-33.
Doe dit door dagelijks te laten zien dat u kinderen bent van één Vader en nederige dienaren van Mij als uw Heer en dat u met één en dezelfde Geest bent doordrenkt, Joh. 13:1-16; Ef. 4:1-9.
2. Waar heeft onze Heer de Maaltijd ingesteld? (871-872)

 

871. Stelde, leraar, de Heer het Avondmaal in na het Pèsachmaal?
Inderdaad, dit deed Hij in een bovenzaal van het huis van een volgeling in Jeruzalem, Luc. 22:7-13. Vier auteurs vermelden dit, Matteüs als apostel en ooggetuige, Mat. 26:26-29; Marcus als medewerker en tolk van de apostel Petrus, Mc. 14:22-25; 1 Pe. 5:13. Lucas, apostolische medewerker, arts en evangelist, stelde de juistheid hiervan vast door onderzoek, Luc. 22:14-20; 1:1-4; Kol. 4:10. Paulus nam daarvan kennis na zijn bekering, 1 Kor. 11:23-26, mogelijk via Ananias in Damascus, Hand. 9:10-22, of andere apostelen, Barnabas of de gemeente in Jeruzalem, Hand. 9:26-30, en Antiochië, 13:1-3. Zijn bericht geldt als het oudste.

 

872. Gaf Jezus opdracht tot het vieren van zijn gedachtenis?
Ja, Lucas en Paulus vermelden deze opdracht. 1) “Doet dit (= touto poieite) tot mijn gedachtenis (= eis tèn emèn anamnèsin)!”, Luc. 22:19d; 1 Kor. 11:23-25. Paulus noemt deze tweemaal, bij het breken van het brood, 11:24, en bij het uitreiken van de beker, 11:25. Voor erkenning van dit instituut is beslissend dat niet een apostel of de Kerk, maar de Heer zelf dit instelde, die kort daarop zijn leven voor de zijnen gaf.
3. Wat zijn de achtergronden van de ingestelde Maaltijd? (873-876)

 

873. Welke instellingen en gewoonten werpen licht op de Maaltijd?
Dit zijn het Paschafeest van de ongezuurde broden van zeven dagen (Hebreeuws: Pèsach), Mat. 26:2; Hand. 12:4, het Paschalam, 1 Kor. 5:7c, en Paschamaal op 14 Nisan, Mat. 26:17-19; Luc. 22:8-13, 874. Dat zijn de verbonden met Abraham en met Israël op de Sinaï, 875; Dat zijn ten derde de door Jezus gehouden maaltijden, 876.

 

874. Waarom stelde Jezus de Maaltijd in de Paschaweek in?
Hij vervulde het Paschafeest als het Lam en de Koning-Bevrijder. De apostelen bereidden het paschamaal voor Hem als Mensenzoon en lijdende Knecht voor, Mat. 26:1-5; 17-19; Mc. 14:12-16; Luc. 22:7-13; Joh. 13:1; Hand. 3:13,26; 8:26-40. De evangelisten veronderstellen het eten van het lam als bekend en concentreren zich op de instelling van de Maaltijd. Jezus is paschalam, onafhankelijk van de vraag of Hij stierf op 14 of 15 Nisan.2)

 

874.1. Komt dit motief van het Lam vaak voor?
Johannes de Doper presenteerde Jezus als het Lam van God, Joh. 1:29, 36, en de Doper met de Geest, 1:32-34. Johannes, apostel-evangelist, tekent Hem als regisseur van eigen lijden, 10:17-18, en koning die de klappen opving van en voor zijn volk, 18:33-40, 19:1- 22 (veertien maal koning). Hij wordt geprezen als het Lam dat de volken regeert, omdat Hij zijn volk met zijn bloed uit alle volken heeft gekocht, Openb. 5:6-10. Hij brengt hen naar het Nieuw Jeruzalem met een stadsmuur van twaalf grondstenen met daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam, Openb. 21:14.

 

874. 2. Wat zijn enige parallellen tussen Pascha en Avondmaal?
Zoals de HEER oud-Israël bevrijdde van Farao’s tirannie en van Zijn toorn en het vrijheid en toekomst schonk door het lam, Ex. 12-15, zo bevrijdde Hij door Jezus zijn volk van Satan en gaf dit leven en toekomst door de inzet van zijn Zoon, Kol. 1:12-13. Zoals de HEER in de Pascha-wet gebood om op de 14e dag een dag tot-gedenken (= le-zikkaron) te houden, Ex. 12:14a; Deut. 16:3c, zo gaf Jezus als parallel en vervulling daarvan de opdracht: “doet dit tot mijn gedachtenis.”, Luc. 21:19c. 3) Zoals Israël zich voor de viering moest reinigen van alle zuurdesem in de huizen en ongezuurd brood moest eten, Ex. 12:15, zo dient de gemeente alle zuurdesem van ongerechtigheid te verwijderen: “ook ons paaslam is geslacht!”, 1 Kor. 5:7c.

 

875. Waarom heet en is het Avondmaal een verbondsmaal?
Dit heet zo omdat Jezus alle verbonden vervulde en in het Avondmaal daarheen verwijst. Bij de instelling bezigde Hij als enige keer de term ‘het nieuwe verbond in mijn bloed’ als samenvatting van zijn levensgang en sterven, Mat. 26:27; Mc.14:24; Luc. 22:20. Hij vervulde in zijn besnijdenis en dood het besnijdenisverbond, waarin God zijn trouw waarborgde door zelf te gaan langs en over de helften van geslachte dieren, die Hem en zijn gunstgenoten vertegenwoordigden, Gen. 15; 17:14. Hij vervulde het verbond van de Sinaï, waarin God de trouw waarborgde door dierenbloed uit te laten gieten op het altaar en te sprenkelen over het volk, dat Hem zijn jawoord gaf, Ex. 24:1-8. “Dit is het bloed van het verbond dat de HEER op grond van deze woorden met u opricht.”, Ex. 24:8b; vgl. 32:25-35. Zoals Jahweh als gastheer met Mozes, priesters en oudsten het verbond bezegelde met een maaltijd op Sinaï, Ex. 24:9-11, zo zat Jezus met de twaalf aan als vertegenwoordigers van het nieuwe verbondsvolk, Mat. 26:20-29.
Hij vervulde de offertora volgens welke de HEER zonden van onoplettendheid – niet opzettelijke -vergeeft doordat de priester de verzoening voltrekt door bloed te sprenkelen op altaar, Lev. 4:1-2. Hij stortte zijn bloed om de zonden uit te wissen als waarborg dat de HEER zijn jawoord nakomt, tekorten vergeeft en bondsbrekers straft, Mat. 26:27; Hebr. 10:1-25, Mat. 13:10-17; Luc. 21; Hebr. 10:26-31.Vgl. Oef. 11,15.

 

876. Wat is de betekenis van de vele maaltijden?
Jezus laat daarin zien dat Hij zondaren opzoekt en redt, Luc. 5:27-32 (Levi), zich bekommert om hongerige menigten, Joh. 6:35-44, en intiem omging met zijn volgelingen, Luc. 24:13-35, Joh. 21:1-14. Hij laat daarin zien de komende volmaakte omgang tussen God en mens als agapèviering, Luc. 13:29; 22:18; vgl. Jes. 26:6; Openb. 3:20; vgl. Hand. 2:42c; 46b; 20:7-12; 1 Kor. 11:20-24.
4. Met welke namen wordt de Maaltijd aangeduid? (877-884)

 

877. Welke namen kwamen voor Avondmaal in gebruik?
Dit zijn Maaltijd-van-de-Heer, 878, Broodbreking, 879, Gedachtenismaal, 880, Avond- of Nagmaal en Verbondsmaal, 881, Eucharistie en Sacrament van het altaar, 882, Communie, 883. In de Griekse en Russisch orthodoxe Kerk kreeg de naam Goddelijke liturgie ingang, in de Rooms-katholieke en Lutherse kerk Mis, 884, in de Armenische en Koptische kerken Offerande of het Geschenk, in de Abessynische of Ethiopische kerk de term Wijding. Zij drukken ieder een bepaald gezichtspunt van de Maaltijd uit. 4)

 

878. Wat betekent Maaltijd-van-de-Heer?
De naam HEER-lijke maaltijd (Grieks: kuriakon deipnon), 1 Kor. 11:20b, heeft zijn bron in de Heer die deze op zichzelf betrok en beval te vieren tot zijn wederkomst, als de bruidskerk de bruiloft van het Lam viert met de Bruidegom, Openb. 19:7. Israël vierde weer Pascha na de doortocht door de woestijn ter herdenking van de uittocht net voor de intocht met het (voor)uitzicht op het beloofde land, Joz. 5:10-12.

 

879. Wat betekent Broodbreking?
De oergemeente gebruikte deze term (= klasis tou artou) èn voor de Maaltijd èn voor liefdemaaltijden. Rijken namen etenswaren mee voor armen, Hand. 2:42c. In Troas brak men het brood op de eerste dag van de week, Hand. 20:7 en 11, in Korinte combineerde men de Maaltijd met het samen eten, 1 Kor. 11:17-34. De offerende Heer doet een aanslag op de portemonnee of banksaldo van de deelnemers aan zijn Maaltijd voor arme gemeenten en voor door rampen getroffenen, Hand. 2:45-46; 4:34-35.

 

880. Wat betekent Gedachtenismaaltijd?
De Gastheer gedenkt in brood en wijn als tekenen van zijn offerende liefde zijn gasten, die Hem gedenken met het offer van liefde en lof, geloof en gehoorzaamheid. Als de HEER zijn volk gedenkt, stromen de weldaden toe. “Op elke plaats waar Ik mijn Naam zal doen gedenken, zal Ik tot u komen en u zegenen.”, Ex. 24:24b. Het volk moet Hem aanroepen als Jahweh, HIJ-IS-ER-BIJ, Ex. 3:15a. “Dit is mijn naam voor eeuwig en zo zal mijn roepnaam of gedachtenis (= tsikri’) zijn van geslacht tot geslacht.”, Ex. 3:15b. Als het volk Hem aanroept, is de HEER zijn verbond met Abraham indachtig, doet Hij wonderen, schenkt Hij het beloofde land, Ps. 105, en Johannes als Jezus’ wegbereider, Luc. 1:72. Gods gedenken roept ons gedenken op en omgekeerd in een wisselwerking. Gedenken staat lijnrecht tegenover vergeten of in ongeloof Hem miskennen. De Maaltijd is de acte van de hen gedenkende Heer en van de met jubel vervulde deelnemers. Joden sloten het paschamaal af met Psalm 115-118. 5)

 

881. Wat is de oorsprong van ‘Avondmaal’ en ‘Verbondsmaal’?
Het Paschalam moest in de avondschemering geslacht worden en gegeten in diezelfde nacht, Ex. 12:6-7, waarin de HEER de eerstgeborenen van de Egyptenaren liet doden en voorbijging (= Pascha, pasach) aan de huizen van de Israëlieten. Jezus zat met de Twaalf in de avond aan tafel, Mat. 26:20. Hij voorzei dat zij allen in een strik zouden vallen in die nacht van zijn arrestatie en verhoor, Mat. 26:31; 26:47-68 (Nagmaal, ZA). Dit heet ook verbondsmaal, omdat Jezus de wijn noemde ‘zijn bloed van het verbond’, Mat. 26:27c, en Hij de verbonden vervulde door met zijn bloedstorting ons met zijn Vader en Deze met ons te verzoenen, 875.

 

882. Wat betekent Eucharistie en waartoe leidde dit?
Dit komt van het Griekse eu-charistein, zegenen of loven, een synoniem van eulogein (Hebreeuws, barak, beraka = zegen). Jezus zegende het brood voordat Hij dit brak en verleende daaraan kracht, Mat. 26:26b. Hetzelfde deed Hij met de beker, Mat. 26:27; 1 Kor. 11:23-26. Op haar beurt dankt de gemeente de Gever voor zijn gaven van schepping, verlossing, heiliging en toerusting in de lof, Mat. 26:30b. In de Middeleeuwen groeide dit zegenen en breken uit tot machtsdaad: het brood zou overgaan in Christus’ lichaam en de wijn in zijn bloed (= transsubstantiatie). Benedictijnen van Cluny voerden de gewoonte in om het brood of de hostie (= slachtoffer) bij de zegening (= consecratie) omhoog te heffen (= elevatie). Voor velen werd dit het hoogtepunt van de eredienst; zij woonden soms alleen dit gebeuren bij of liepen erediensten af om meer hoogtepunten mee te maken. 6) Alleen al het zien daarvan zou de bruid vreugde geven in de Bruidegom.

 

883. Waar komt de term Communie vandaan?
Dit komt van het Latijnse communio (Grieks koinoonia) of gemeenschap. Jezus stelt na de broodvermenigvuldiging 7) dat de geloofsband met Hem noodzakelijk is om eeuwig te leven, Joh. 6. “Waarachtig, Ik verzeker u, als u het vlees van de Mensenzoon niet eet en als u zijn bloed niet drinkt, is er geen leven in u; maar wie mijn vlees en bloed eet en drinkt, die bezit eeuwig leven; op de laatste dag laat Ik hem opstaan. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.”, Joh. 6:53-56. Gemeenschap met Hem sluit die met demonen uit, 1 Kor. 10:14-31. “De beker van de zegening, die wij zegenen, geeft een gemeenschap met het bloed van Christus; en het brood dat wij breken geeft ons gemeenschap met het lichaam van Christus.”, 1 Kor. 10:16. Communie slaat ook op deelname met andere leden van het ene lichaam, 1 Kor. 12:12-29.

 

884. Waar komt de term Mis vandaan en waarvoor staat deze?
Deze komt van het Latijnse mittere, doen gaan, zenden; missum betekent er is gezonden. ‘Ita missa est’ betekent dan: ‘zo wordt de gemeente weggezonden’ of ‘de eredienst is geëindigd’. Deze bevat vaste elementen: Heer, ontferm u (drie maal Kurie eleison); Ere zijn God in den hoge (Gloria in excelsis Deo); Dank aan de Vader en de Zoon (Gratias agimus); Lam van God (Agnus Dei), heb medelijden met ons; U alleen bent heilig en de hoogste (Sanctus en Altissimus), aanroeping van de Heilige Geest, communie en het Onze Vader. De Lutherse Kerk behield de term mis, Messe. 8) Daarin blijft doorklinken de missio of wegzending aan het slot van de eredienst van de gemeente in de wereld om daarin haar licht te laten schijnen.
5. Hoe verdiepen christenen hun banden door communie? (885-887)

 

885. Behoren de leden en kerken samen de Maaltijd te vieren?
Ja, alle gedoopten zijn leden van het ene lichaam van Christus en doordrenkt met dezelfde Heilige Geest, 1 Kor. 12:12-30. Er is één doop en één Maaltijd, één Kurios en één God en Vader van allen, Ef. 4:5. Daarom besloten Luthersen en Hervormden in de 20ste eeuw weer samen de Maaltijd te vieren na vier eeuwen van scheiding; de geschillen zijn niet zo ingrijpend om dit te verhinderen. 9) De Rooms-katholieke kerk staat niet toe dat priesters samen de Maaltijd vieren met dienaren van andere kerken, die niet in volledige gemeenschap zijn met haar, Wetboek canon 908. Dit is niet breed katholiek maar specifiek rooms en aanmatigend; want de Maaltijd blijft eigendom van de Gastheer; een kerkbestuur mag gelovigen daarvan niet uitsluiten en andere kerken achterstellen. Hij wil dat de kerken elkanders vieringen erkennen, overgaan tot intercommunie en als teken van eenheid op gezette tijden samen de Maaltijd vieren! 10)

 

886. Wat leert de Rooms-katholieke Kerk over het misoffer?
Zij leert dat Christus aanwezig is in brood en wijn en Hij deze bij de zegening (eucharistie) en het uitspreken van de instellingswoorden op onbloedige, onzichtbare wijze verandert in zijn lichaam en bloed en dat Hij zijn offer aan het kruis voor alle tijden tegenwoordig stelt. Hij biedt zich daarin door priesters aan zijn Vader aan en aan de deelgenoten als geestelijk voedsel en tot welzijn van levenden en ook overledenen in het vagevuur. Leden dienen met de grootste vroomheid en vaak dit sacrament te ontvangen en met de hoogste aanbidding te vereren. Priesters dienen de mis dikwijls, liefst dagelijks, op te dragen indachtig dat Christus en de Kerk in dit offer de verlossing voltrekken en zij hierin als dienaren hun voornaamste taak vervullen, Wetboek, canon 897-944.

 

886.1. Wat leert de Heer ons in het NT over zijn offer in de hemel?
Hij leert ons nergens dat Hij dagelijks door priesters moet geofferd worden om weldaden te verkrijgen maar leert ons wel dat Hij door zijn eenmalige offer eens voor altijd op Golgota voor ons een eeuwige verlossing verwierf en in de hemel voor ons pleit op grond van zijn offer, Hebr. 9:11-12, 27; Rom. 8:34. Hij leert nergens dat onvolkomen gelovigen naar het vagevuur gaan voor reiniging maar wel dat Hij hen door één offer hen voor altijd tot volmaaktheid heeft gebracht, Hebr. 10:14, en als Middelaar aan de rechterhand van de Vader voor hen pleit. “Daarom is Hij (= de Middelaar Jezus) ook in staat om hen die door zijn tussenkomst tot God naderen, voor altijd te redden, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.”, Hebr. 7:25.

 

887. Wanneer kwam de leer van de wezensverandering op?
Deze dateert niet van de eerste eeuwen maar van de middeleeuwen. Het Vierde Concilie van Lateranen (1215) en het Concilie van Trente (1551) leren dat de Almachtige door de zegenbede (consecratie) het brood verandert in Christus’ lichaam en de wijn in zijn bloed zodat Hij dan als God en mens waarlijk, werkelijk en wezenlijk tegenwoordig is in de zichtbare tekenen.11) Geur, grootte en smaak van brood en wijn veranderen niet, maar Hij is daarin aanwezig, ook na de viering, als teerkost voor zieken en voorwerp van aanbidding, ook als Hij in processies rondgedragen wordt.

 

887.1. Leert de bijbel deze wezensverandering?
Nee, zij duidt zinnebeeldig heilsrealiteiten aan. Toen Jezus zei: “Ik ben de ware Wijnstok”, veranderde Hij niet in een wijnstok maar leerde Hij dat Hij net als een wijnstok de ranken ook de zijnen vrucht laat dragen, Joh. 15:1. Hij noemt zich het Brood van het leven, omdat Hij zinnebeeldig zelf de bron van liefde en vitaliteit is, Joh. 6:48-58. Hij zegende een brood en sprak: “Neem, eet dit is mijn lichaam, touto estin to sooma mou, hoc est corpus meum.”, Mat. 26:26c. Hij veranderde hiermee het brood niet in zijn lichaam maar voedt door zijn Geest net als het brood het lichaam hongerigen met zijn lichaam als oorzaak van alle weldaden. Hij veranderde de wijn niet in zijn bloed, maar troost net als wijn de dorst lest, de door schuld verslagen gelovigen met de vergeving van zonden op grond van zijn bloedstorting, Mat. 26:28. Teken en be-teken-de zaak horen als symbool en werkelijkheid bij elkaar maar zijn niet identiek.

 

887.2. Mogen misoffer en wezensverandering ons scheiden?
Nee, we belijden samen de Drie-enige God, erkennen het offer van Christus als verzoeningsoffer en zijn lid van de ene katholieke Kerk! Roomsen en protestanten moeten met elkaar in gesprek blijven over wat hen bindt, elkaar trachten te overtuigen en leren omgaan met ingrijpende geschillen. Protestanten erkennen als waardevol dat de Rooms-katholieke kerk in tekenen getuigt van de noodzaak van verzoening door Christus’ offer. Beide verenigen zich in de aanbidding van Hem en in hun bid- en dankoffer voor zijn verlossingswerk en hopen dat zij elkaar eens vinden in Hem die door zijn Geest zijn Kerk in de gehele waarheid leidt, Joh. 16:13-15. Zolang zij deze eenheid nog bereikt is, zien zij over de verschillen heen op tot Hem die hen aanmoedigt te stralen als sterren van geloof, hoop en liefde temidden van anderen, opdat zij hun goede werken zien en hun Vader gaan verheerlijken, Mat. 5:16.
6. Mag iedereen aan de Maaltijd deelnemen? (888-889)

 

888. Mogen kinderen deelnemen aan de Maaltijd?
Maaltijdvierenden verkondigen de dood van de Heer totdat Hij terugkomt, 1 Kor. 11:26. Kinderen van gelovigen behoren tot het genadeverbond, waarvan Doop en Maaltijd tekenen zijn. Zij kunnen dit mede verkondigen, als ouders hen leren dat hun doop betekent dat zij bij Jezus behoren en hen voorleven bedroefd te zijn over hun ondeugden en blij te mogen opstaan tot gehoorzaamheid, Rom. 6. Als kinderen begeren deel te nemen, dienen ouders hen daarbij te begeleiden. Gehandhaafd blijft de confirmatie met openbare belijdenis, waarin de kerkenraad hen officiëel bevoegd verklaart tot deelname aan de Maaltijd, Oef. 42.

 

888.1. Mogen alle gemeenten en leden deelnemen aan de Maaltijd?
Een gemeente kan onwaardig deelnemen door partijzucht, scheuringen, ontucht, dronkenschap en zelfzucht. De Heer kan deze dan tuchtigen en tot inkeer roepen door ziekte en dood, 1 Kor 1:10-17; 3:1-9; 5; 11:17-34. Ieder dient de hand in eigen boezem te steken, (‘beproeven’), zich met de ander te verzoenen en op te staan tot gehoorzaamheid, 1 Kor. 11:26-32; 10:1-13. In de eerste eeuw 12) ontstond de gewoonte om voor het brood breken openlijk de zonden te belijden om het offer niet te ontwijden, Mat. 5:25-26b. Wie zichzelf kent en met ootmoedig geloof deelneemt, viert de maaltijd waardig en met vrucht, NGB, 1561, art. 35; Heid. Cat. 1563, zondag 30.

 

888.2. Voor wie is het Avondmaal van de Heer ingesteld?
“Voor hen die vanwege hun zonden een afkeer hebben van zichzelf en toch vertrouwen, dat deze hun om Christus’ wil vergeven zijn, en dat ook hun overgebleven zwakheid door zijn lijden en sterven bedekt is; en die dan ook begeren hun geloof steeds meer te versterken en hun leven te beteren. De huichelaars echter en zij die zich niet oprecht tot God bekeren, eten en drinken tot hun eigen oordeel.”, Heid. Cat. zondag 30, vraag en antwoord 81.

 

889. Hoe vieren we de Maaltijd in varianten?
Het is het Koninkrijksmaal van het koninklijke Lam, die niet meer aan het kruis hangt maar regeert en voor ons bidt. Openb. 5:9-10.
Het is Gedachtenismaal van Hem die ons gedenkt in weldaden en die wij waardig gedenken in lof, liefde en rechtvaardige daden, Luc. 22:19; 1 Kor. 11:17-34.
Het is Troostmaal voor zondaren, die de neiging hebben het heilige maal te mijden omdat zij zich als verloren zonen te zondig of niet genoeg bekeerd voelen, Luc. 15:11-32; 23:39-43.
Het is Verbondsmaal waarbij Gastheer en gasten elkaar liefde en trouw betuigen rondom het volbrachte offer der verzoening, Luc. 22:20; Rom. 5:1-11; Hebr. 8-10.
Het is Bevrijdingsmaal, waarin bevrijden jubelend de overwinning op Satan en de voorbijgang van Gods toorn vieren, Ex. 12; Kol. 1:12-23; Openb.17:14.
Het is een Zegenrijke Eucharistieviering van de Zegenende met hen die Hem dankbaar zegenend loven, Mat. 26:30; Ef. 1:3-14.
Het is Pelgrimsmaal van de beproefde bruidsgemeente op weg naar de maaltijd van de bruiloft van het Lam, Mat. 26:29; Openb. 14:1-5.
Het is Saamhorigheidsmaal van enkelingen en verstrooiden die als een kudde schuilen onder de hoede van hun Herder, Joh. 10:11-18.
Het is Dienstbaarheidmaal tot eer van Hem die de voeten van zijn apostelen wies opdat zij Hem en elkaar nederig zouden dienen, Luc. 22:26-38; Joh. 13:1-16; Fil. 2:1-11.
Het is Zendingsmaal om de naaste voor Hem te winnen totdat Hij terugkomt, 1 Kor. 11:26; Mat. 28:18-20.

 

889.1. Hoe vaak vieren wij de Maaltijd?
Onze Heer noemde geen getallen. Het Lateraans concilie, 1215, achtte communicatie van eenmaal per jaar met Pasen het verplichte minimum maar spoorde er ook toe aan te streven naar het optimaal en maximaal haalbare, zo mogelijk eenmaal per dag. De eerste christenen vierden de Maaltijd trouw op de eerste dag van de week, Hand. 2:42; 20:7,11. Dit vond in vele kerken eeuwenlang navolging. De Geest der wijsheid wijst de kerken de weg om aan de opdracht tot verkondiging en gedenken recht te doen.

 

889.2. Mogen we onder deze gezichtspunten liefdemalen houden?
Dat is gewenst en biedt gelegenheid om buitenstaanders eens kennis te laten maken met de gemeente en wat zij beoogt. Deelnemers geven de goede herinneringen hieraan weer door aan hun kinderen en vrienden. Aldus wordt het liefdemaal tot zendingsmaal.

 

Hebt u belangstelling voor bijzonderheden bij vragen/antwoorden 869-889? Lees verder.
1. Waarom ontbreekt het gedachtenisbevel bij Matteüs en Marcus? Vonden zij dat dit bevel al zat in de inzetting? Of lieten zij dit bevel weg omdat in de tijd, waarin zij het evangelie schreven, de Maaltijd al was ingeburgerd als bewijs van gehoorzaamheid daaraan? De hypothese dat Lucas het bevel invoegde om een bestaande gewoonte te wettigen met Christus’ gezag vloeit voort uit de rationalistische speculatieve leer der oorzaken (= aitiologie). Dogm. 4C, p. 137-142. J.P. Versteeg, Het Avondmaal in het NT, in: Bij brood en beker, 1980, p. 9-64. De Remonstrantse gereformeerde gemeente in Groningen schafte het avondmaal in 1884 af om het in 1921 weer in te voeren. Men twijfelde of het wel door Jezus was ingesteld.

 

2. Adrian Leske suggereert toevoeging. “Matteüs ziet het laatste avondmaal als een Paschamaaltijd, die plaatsvond aan het begin van de vijftiende nisan. De eerste dag van het feest van de ongezuurde broden was waarschijnlijk de veertiende nisan, de dag waarop al het zuurdesem uit het huis moest worden verwijderd (Misjna tractaat Pesachiem 1,1-3). Deze dag, die niet echt onderdeel was van de zevendaagse viering (Ex. 12, 14-20) was toegevoegd aan het Pascha en werd in de volksmond ‘de eerste dag genoemd.’, Intern. Comm. op de bijbel 2, 1534.

 

3. Argument pro de instelling op de Paschafeest is ook de gewoonte van de Quartadecimanen (= veertiende-Nisan-vierders) in Klein-Azië en Syrië. Deze vierden Paasfeest op de veertiende dag na de volle maan als tegenhanger en vervulling van het Joodse Pèsach. Bij hen vormen Goede Vrijdag en Pasen een eenheid. Het concilie van Nicea verbood het feest van de veertiende Nisan en deed hen in de ban, Dogmatiek. 4C, p.159-160.

 

4. Zie beneden bij 889, waar ik onderscheid tussen een tiental zingevingen; uitgebreider vindt men dit in mijn Dogm. 4C, p. 161-214.

 

5. De gedachtenis van Jezus’ dood draagt niet het karakter van een dodenherdenking, maar van dankbaar vieren van Gods weldaden van schepping tot voleinding met variabele elementen overeenkomstig het kerkelijk jaar, Dogm. 4C, p. 143-147; 163-165

 

6. Van Beelen, Doet dat tot mijn gedachtenis, 1996, p. 25-30. Men ging de eucharistie mijden als iets geheimzinnigs, zo heilig dat men zich wel enige malen bedacht voordat men deelnam.

 

7. Menige exegeet verklaart Joh. 6:51c-58 sacramenteel, anderen achten dit onmogelijk omdat Jezus zo absoluut spreekt dat wie geen avondmaal viert, niet behouden kan worden. P.H.R. van Houwelingen stelt dat Johannes 6 niet gaat over het avondmaal maar dat het avondmaal wel gaat over de vervulling van Johannes 6, Johannes 1997, p. 162.

 

8. J.S. Bachs Hohe Messe, hoogtepunt in de muziekgeschiedenis, heeft als delen Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus, Agnus Dei. Hij heeft het werk nooit als geheel horen uitvoeren, de naam is na zijn dood bedacht; het is in vergetelheid gebleven tot Felix Mendelssohn-Bartholdy het herontdekte. Er is verschil over de vraag of het als een protestants werk gezien moet worden.

 

9. De Leuenberger Concordie dateert van 1973, Dogm. 4C, 272-278. Men vindt deze ook in Belijdenisgeschriften voor de PKN, 233-242.

 

10. Canon 908 van het Wetboek van Canoniek recht dient als onkatholiek geschrapt te worden, omdat hier de RKK alleenrecht claimt op het juiste gebruik van de sacramenten. Daarentegen werd in het Liedboek van de kerken in lied 352 de belijdenis van Thomas van Aquino over de eucharistie opgenomen.

 

11. Wetboek canon 897-944, Dogm. 4C, 235-248. De strijd over symbolisch of werkelijk dateert van de 9e eeuw tussen Retramnus en Radbertus, auuteur van de eerste monografie over de eucharistie onder de titel De corpore en sanguine Domini, 831. Het dilemma symbolisch contra realistisch is foutief. Christus is realistisch tegenwoordig onder tekenen.

 

12. Didachè, XIV, A.E.J. Klijn, Apostolische vaders I, p. 254-255. Volgens de Didachè en Justinus Martyr mochten alleen gedoopten meedoen en wie met de naaste was verzoend, Van Beelen, a.w. p. 194.

 

Wat zijn belangrijke kerkelijke documenten over Doop en Avondmaal in de 20ste eeuw?
Concordie van Leuenberg, in: Belijdenisgeschriften voor de PKN, 2004, 231-242.

 

Vaticanum II, Constitutie over de heilige liturgie, 1963.

 

Vaticanum II, Dogmatische Constitutie over de Kerk, 1964.

 

Wereldraad van Kerken, Doop, eucharistie en ambt. Verklaringen van de Commissie voor Geloof en Kerkorde van de Wereldraad van Kerken, Lima, Peru 1962, goedgekeurd door de Vijfde Assemblee van Narobi 1975 als ontwerp voor bestudering door de kerken.

 

Wie zich wil verdiepen in de achtergronden van het Avondmaal, raadplege deze werken.
Beelen J. van, Doet dit tot mijn gedachtenis. Een onderzoek naar relaties tussen avondmaal en ambt: over avondmaalsmijding van ambtsdragers en het probleem van de bediening, Leiden 1996 (diss. RUL).

 

Berkhof H, ‘De Maaltijd’, in: Christelijk geloof, 1973, zesde bijgewerkte druk, 1990, 356-363.

 

Berkouwer G.C., De sacramenten, Kampen 1954 (407 blz.).

 

Groot A. de, Avondmaal, in: Christelijke encyclopedie I, 1956, p. 402-414.

 

Johannes Paulus, bisschop |(inleiding), ‘Het sacrament van de Eucharistie, in: Katechismus van de katholieke kerk, 1995, 295-315.

 

Lammens G.N., Tot Zijn gedachtenis. Het commemoratieve aspect van de avondmaalsviering, Kok, Kampen 1968 (proefschrift. VU).

 

McGrath Alister, ‘De Sacramenten’, in: Christelijke theologie, Kok, Kampen 1997. p. 441-462.

 

Richardson Alan, ‘The Eucharistic Theology of the New Testament’, in: An Introduction to the Theology of the New Testament, London 1958, negende druk 1982, 364-387.

 

’t Spijker W. van, e.a., Bij Brood en Beker. Leer en gebruik van het heilig avondmaal in het Nieuwe Testament en in de geschiedenis van de Westerse kerk, Kampen 1980.

 

Wentsel B., ‘De Maaltijd van de Kurios’, in: De genademiddelen, het gemenebest en het eschaton, Dogmatiek 4C, 1998, p, 137-278.

 

Wentsel Ben, ‘De Maaltijd van de Heer, schriftgegevens’, in: HIJ-IS-ER-BIJ deel II, 2006, p. 593-620.

 

Oefening: 40a | 40b | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46