Oefening: 40a | 40b | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46

 

Gesprekken II - Oefening 40a (848-860)

Welk houvast en welke troost schenk U ons in de Doop?

1. Gesprek als gebed. (848-849)

 

848. Hoe bemoedigt U, Drie-enige, ons in het doopteken en -zegel?
Ik bevestig u hierin dat Ik, God-van-Abraham, God-van-Isaak en God-van-Jakob, dezelfde ben als God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest, en dat Ik u heb opgenomen in mijn verbond met Abraham, Gen. 17:13-14; Rom. 4; 9-11; Ef. 2-3; Kol. 2:11.
Ik gaf mijn Zoon als zoon van Abraham het teken en zegel van mijn verbond in zijn besnijdenis voor uw heil en noemde Hem Jezus, omdat Hij mijn volk redt van zonden, Mat.1:21-24; Luc. 1:59.

 

848.1. Wat bevestigt U, o Vader, in mijn doop als teken?
Ik heb u tot mijn kind geroepen en opgenomen onder mijn volk.
Ik doe alles voor u meewerken ten goede en zorg dat niets u kan scheiden van mijn liefde, Mat. 6:19-34; Rom. 8:28-39; Openb. 4.

 

848.2. Wat bevestigt U, o Zoon, in mijn doop als teken?
Ik bevestig daarin dat Ik uw verlosser, Hoofd en Heer ben.
Ik heb u gereinigd van schuld en smet en met Mij doen sterven en opstaan en bescherm u tegen Satans verzoekingen, Luc. 24:31-38; Joh. 20:17-23; Ef. 1:15-23; 6:10-20; Openb. 5-21.

 

848.3. Wat bevestigt U, o Heilige Geest, in mijn doop als teken?
Ik zal het in u door Mij gewekte leven onderhouden en doen groeien.
Ik help u om van Mij te getuigen, vrucht te dragen, de Kerk te bouwen en stand te houden, Joh. 15:1-17, 26; 16:12-15.

 

849. Gaat aan de doop dan geen persoonlijke beslissing vooraf?
Ja, maar waar ouders Mij vertrouwen, zegen Ik hen en maak Ik in hun kring mijn beloften waar, Hand. 2:37-39; 11:14; 16:22-34.
Allen die Mijn teken later bewust verwerpen en verbond verachten, vervloek Ik, Mat. 8:11-13; Openb. 20:11-15.
2. Hoe is de christelijke doop gegrond in de bijbel? (850- 853)

 

850. Waarin heeft de HEER, leraar, de doop verankerd?
Hij grondde deze inhoudelijk in Jezus’ doop bij de Jordaan en in zijn sterven, opstanding en heerschappij over alle volken, 851.
Hij stelde deze in als instituut met Jezus’ zendingsbevel, 852.
Hij verankerde deze in zijn verbond met Abraham en de volken, 853.

 

851. Waarom wilde Jezus gedoopt worden?
Johannes de Doper riep zijn volk op zich op de komst van de Messias voor te bereiden. ‘Belijdt uw schuld, keer terug tot God, leef naar zijn wet en laat u dopen als teken van reiniging en vergeving van zonden!’, Mat. 3:1-12; Joh. 1:19-34. Toen Jezus zich bij hem meldde bij de Jordaan voor de doop, trachtte de Doper dit tegen te houden. ‘Wat voor kwaad zou U op uw geweten hebben dat U zich zou moeten laten reinigen?’, Mat. 3:13-15. Jezus drong er op aan dit wel te doen. Hij nam onze zonden op zich (= solidariteit), droeg in onze plaats de straf en vervulde zo het in het OT getekende werkplan (= alle gerechtigheid), Jes. 53, Oef. 24.

 

851.1. Wat betekenen vertegenwoordiger en plaatsbekleder?
Een vertegenwoordiger is in hedendaagse taal iemand die de producten van een firma aanbiedt. In de bijbel is het iemand die een groep of volk vertegenwoordigt. Jezus vertegenwoordigt de mensheid: allen-in-één, Rom. 5:12-21. Gelovigen zijn in Hem begrepen, met Hem gekruisigd, gestorven, opgestaan en opgenomen in de hemel, Mat. 26-28; Rom. 6; Fil. 3:7-13; Kol. 3:1-17.
Dat Hij onze plaatsbekleder is betekent dat Hij onze zonden op zich nam en in onze plaats ging staan tot ons heil, 2 Kor. 5:14-21. Hij liet zich reinigen in de Jordaan in plaats van en ten behoeve van zijn volk en bewerkte hun ommekeer, Mat. 3:11-12. Daarom presenteerde Johannes Hem als Lam en Geestesdoper, Joh. 1:28-35.

 

851.2. Wat heeft zijn doop met onze doop te maken?
Jezus doopt ons, omdat wij eeuwen voor onze geboorte in Hem, zijn sterven en opstanding zijn gedoopt als volk Gods. Hij wijdt ons hierin actueel in door de dooprite en schenkt ons daarmee de schat waaruit wij heel ons leven putten, Rom. 6:2-3. Ons leven staat in het teken van zijn beloften, strijd en opstanding.1) Oef. 22, 24, 25.

 

852. Waar heeft Jezus de doop ingesteld?
Hij beval na de opstanding aan de Elf apostelen bij Betanië om in zijn naam alle volken het evangelie en bekering te verkondigen en beloofde hun toe ter rusten met kracht van boven, Luc. 24:47-48; Hand. 1:4-8. Hij zei bij het afscheid op de Olijfberg dat Johannes doopte met water, maar dat Hij zelf hen zou dopen in de Heilige Geest en zij kracht zouden ontvangen om zijn getuigen te zijn, Hand. 1:5.-8. Hij gaf de apostelen en de Kerk in Galilea het zendings- en doopbevel. ”Gegeven is Mij alle macht in de hemel en op de aarde. Maakt, er op uit trekkend, alle volken tot leerling, hen dopende (onderdompelende, baptidzontes) in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, lerende hen te onderhouden al wat Ik u geboden heb.”, Mat. 28:18-20. Dopen in de Naam betekent hier meer dan reinigen met water. Hij brengt volken in gemeenschap met de Vader door zijn voorbede en het werk van zijn Geest in de harten, Oef. 26, 27.

 

852.1. Waarom doopten de apostelen in Jezus’ naam?
We lezen nergens dat zij doopten in de naam van de Drie-enige; zij deden dit in Jezus’ Naam om iedereen met Hem te confronteren, maar zij betrokken in alle handelingen de Vader en de Geest. Zij verrichten genezingen in naam van de Nazoreeër, Hand. 3:6, Gods knecht, Hand. 4:30, en verkondigden de redding door zijn naam, Hand 4:12, om bij het volk voor Hem ontzag te wekken en hen tot geloof in Hem te bewegen. Petrus riep zijn volk op zich te laten dopen in zijn naam en beloofde hun namens de Vader de gave van zijn Geest, Hand. 2:38-39. In Caesarea beval hij de kring rondom Cornelius te dopen in de naam van Jezus Christus, Hand. 10:48, die zijn Geest al op hen had uitgestort namens de Vader, die hier minstens tien maal subject van handelen is, Hand. 10:2, 3, 4, 13, 28, 31, 34, 38, 40, 41. Als het Sanhedrin hen verbiedt het volk te onderrichten in Jezus’ naam, stelt Petrus dat Jahweh Hem tot leven heeft gewekt om Israël te bekeren en het zijn zonden te vergeven en de apostelen met de Heilige Geest daarvan getuigen zijn, Hand. 5:28-32. Dopen “in Jezus’ naam” is niet iets geheel anders dan dopen “in naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” 2) De Heilige Geest leert hen en het volk geleidelijk wat het verband is tussen Hem, Jezus en de Vader, Joh. 16:12-15.

 

853. Waarom is de doop in Gods verbond met Abraham gegrond?
De reden daarvan is dat doop de besnijdenis vervult en beide wortelen in Gods plan met Abraham tot zegen van alle volken, Gen. 12:1-3; 17; Ef. 2-3. Petrus bemoedigde zijn geschrokken volk met de vergeving van zonden en begiftiging met de Heilige Geest op grond van Gods verbond. “Want voor u is de belofte en voor uw kinderen, en voor allen ergens ver weg, zovelen als de HEER uw God ertoe roepen zal.”, Hand. 2:39; vgl. 3:11-26. De doop heeft zijn grond dus Gods verbond met Abraham als vader van allen die in de Zoon geloven, Gen. 17; Rom. 4; Gal. 3:6-14. Hij vervult, bekrachtigt en rondt de besnijdenis af in de doop als teken van Zijn trouw en van de bekering en belijdenis van ‘ge-teken-den’, Deut. 10:16; Jer. 4:4; 6:10; Ez. 44:7; Makk. 1:48-53; Hand 2:37-47; Kol. 2:11, Oef 11,12.

 

853.1. Waarom heten gelovigen-uit-de-heidenen medeburgers?
De HEER bevestigt bij de doop van joden hun besnijdenis. Dit was voor ouders de gelegenheid, waarbij zij hun kind een naam gaven als begin van de gemeenschap met Hem, Luk. 1:59; 2:21. De God van het verbond maakte gelovigen-uit-de-heidenen, die voorheen zonder de ware God leefden, tot kenners van Hem en dragers van Zijn beloften. Hij maakte vreemden tot medeburgers van Israël, huisgenoten van Abrahams God en tot erfgenamen van hetzelfde verbond, Rom. 11; Ef. 2:11-19; Gen. 12:1-3.
3. Wat bewerkt de formule? Waarom zijn gedoopten rijk? (854-855)

 

854. Gebruikt God doopwater en doopformule als middel?
Ja, Hij doet ons door (dia) de doop delen in Jezus’ dood en opstanding, Rom. 6:3.4, maar is vrijmachtig en wekt de zijnen soms tot leven door zijn Geest vóór de waterdoop, zodat de waterdoop zegel is op de Geestesdoop, die weer het zegel is op de waterdoop, Hand. 10:44-48. Water, brood en wijn zijn teken door het Woord Gods maar veranderen niet door de formule; het teken is niet gelijk aan de be-teken-de zaak. 3) Toch is het teken voor niet-gelovigen geen leeg gebaar; wie dit veracht – zijn rijkdom zal in het eindoordeel tegen hem getuigen.

 

855. Wat houdt de rijkdom in van de doop in de Naam?
De Getrouwe neemt ons voor altijd op in zijn met Abraham als vader van de gelovigen opgerichte verbond en in zijn volk van miljarden uit alle volken. Besnijdenis en doop zijn voor ouders en kinderen het teken en zegel van het verbond van de God-van-Abraham en God-van-Isaak en God-van-Jakob, die dezelfde is als God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest, Gen. 17; Mat. 22:31-33; Hand. 2:25-26; 10-11:1-18; Ef. 2-3, Oef. 2; 11-12; 33-34.

 

855.1. Wilt u, leraar, dit eens nader uitleggen?
De Vader roept zijn kinderen tot leven, doet zich aan hen kennen en verbindt hen tot eenheid met Hem en elkaar als zijn volk. Hij doet voor hen alles medewerken ten goede en zorgt ervoor dat niets hen kan scheiden van zijn liefde, Rom. 8:18-39. De Zoon verlost en vernieuwt hen. Hij doet hen sterven en opstaan met Hem en bewaart hen als het Hoofd van zijn lichaam (= de Kerk) en Heer over de wereld tegen verleidingen. Hij pleit voor hen, vervult hen met zijn Geest en zendt hen als getuigen in de wereld, Hand. 1:4-8; 2:1-12. De Heilige Geest is de Levendmaker. Hij doet onwilligen zich buigen, stort de liefde uit in het hart, bemoedigt twijfelaars en geeft allen kracht tot getuigen. Hij leidt hen als Helper (= Parakleet) in de volle waarheid en doordringt hen met Gods heiligheid. Hij doet hen stand houden in vervolgingen, steunt hen om vrede en gerechtigheid te bevorderen en rust de Kerk toe met zijn gaven, Joh. 15:26; 16:12-15, 29-33; Hand. 2-28; Rom. 8; 1 Kor. 12-14.

 

855.2. Vermaant de Heer ons ook door het doopteken?
Ja, Hij spoort ons daarin aan om misstappen te betreuren, onze boze natuur te bestrijden en op te staan tot gerechtigheid in handel en wandel in Kerk, staat en maatschappij, Rom. 6. Hij vuurt ons aan door ons houding en werken buitenstaanders voor Hem en zijn Kerk te winnen, Mat. 5:13-20; 28:18-20; Joh. 17:20-23.
4. Wat is bevestiging van de doop en wat is confirmatie? (856-857)

 

856. Wat is bevestigen en verzegelen?
Bevestigen is vast maken, waar maken (verifiëren), standvastig maken. Verzegelen is een product van merkteken of zegel voorzien als bewijs van echtheid zoals een lakzegel, document, stempel of monogram.
God bevestigde zijn beloften en Abrahams geloof, Gen. 15:6, Rom. 4, in een visioen, Gen. 15:12-19, en in de besnijdenis als zegel (sfragis) van zijn verbond, Gen. 17:9-14; Rom. 4:11.

 

856.1. Is ook de doop een teken en zegel van de Getrouwe?
Ja, hierin bevestigt HIJ-IS-ER-BIJ dat Hij ons doet deelhebben aan het verbond en zijn Heilige Geest.4) Hij bezegelde aan de gelovigen uit de heidenen in Caesarea de Geestesdoop met de waterdoop en vervolgens de waterdoop met zijn voortgaande werkingen, Hand. 10:44-48. Dit doet Hij continu in de gemeenten. “Hij die ons bevestigt met u in Christus (= Gezalfde) en ons heeft gezalfd is God, die op ons zijn zegel heeft gedrukt (sfragis-amenos) en de Geest tot onderpand (van de eeuwige erfenis) heeft gegeven.”, 2 Kor. 1:21-22.

 

856.2. Heeft de HEER zijn verbond vaak bevestigd en verzegeld?
Ja, in series! Hij bevestigde het Sinaďtisch verbond al na veertig jaren met een tweede generatie in Moabs gebied, Deut. 29. Hij liet hen het beloofde land pas binnengaan na de bevestiging van het verbond in de besnijdenis van nalatigen en Paschaviering, Joz. 5. Hij bevestigde zijn verbond aan het einde van Jozua’s loopbaan in Sichem, waarbij het volk beloofde: “Ook wij willen Jahweh dienen, Hij is onze God!”, Joz. 24:18b. Profeten en koningen bevestigden zijn beloften door te ijveren voor verbondsreveils. Koning Josia ontketende deze in de zevende eeuw v.C. naar aanleiding van een in de tempel gevonden wetboek, 2 Kon. 22-23. De HEER maakte falende kerkleiders en zijn ingeslapen schuldige volk wakker op de Pinksterdag. Hij bevestigde zijn verbond met Israël door zijn Geest uit te storten en hen op te roepen zich te laten dopen, Hand. 2:38-40.

 

856.3. Wekte de HEER ook in het Westen reveils en reformaties?
Hij drukte door Karel de Grote zijn stempel op West-Europa. Hij maakte van de tiende tot de twaalfde eeuw de abdij van de benedictijnen in Cluny tot hervormingscentrum. Toen Luthers streven tot kerkhervorming op weerstand stuitte, riep Hij in 1517 de Reformatie tot leven die vier/vijf eeuwen later Zuid-Korea vlam deed vatten. Toen bleek dat velen in de overgegane volkskerken niet bekeerd waren, riep Hij reveilbewegingen op zoals de Nadere Reformatie en in Engeland en Scotland de puriteinse beweging als bakermat van revivals. Faam kreeg de puriteinse piëtist, prediker en Beza’s leerling William Perkins (1558-1602), wiens werken ook in Nederland veel werden gelezen. 5) Uit de puriteinse beweging kwamen vele revivals voort, vooral in de USA, met als boegbeelden Robert Fleming (1630-1694), Jonathan Edwards (1703-1758) en John Gilles (1712-1796). Uit deze bronnen putten ook Baptisten, Evangelischen en Pinksterbewegingen.6)

 

857. Wat is de confirmatie van doopleden?
Dit is de bevestiging van doopleden, die hun Heer voor de gemeente belijden. Ambtdragers leggen hun de handen op als teken dat de Heilige Geest hen moed en volharding in hun overtuiging zal schenken, Oef. 42. Sinds 1816 is de naam daarvan ‘bevestiging van lidmaten’, later (vooral na 1951) ‘openbare geloofsbelijdenis’. De Getrouwe bewijst de waarheid van zijn beloften met dit jawoord. Hij versterkt de gemeente erdoor, die op haar beurt met haar jawoord de jongeren bevestigt. Hij gebruikt de bevestigingsdiensten als stroomversnellingen en betuigt dat Hij het door Hem opgeroepen jawoord zal waarmaken tot de jongste dag, Oef. 22. Het vormsel is in de Rooms-katholieke kerk het sacrament dat de doop voltooit en een bijzondere kracht schenkt om van het geloof te getuigen.
5. Wat kunnen we van evangelischen en baptisten leren? (858-860)

 

858. Zetten evangelischen en baptisten de profetische lijn voort?
Ja, zij vertegenwoordigen in menig opzicht de kritische traditie die getuigt tegen de zelfgenoegzame besnedene of gedoopte dat hij daardoor niet vanzelfsprekend Gods Koninkrijk beërft (het‘verbondsautomatisme’), maar zelf moet geloven en zich bekeren.

 

858.1. Waar vinden we deze profetische traditie?
Johannes de Doper bezwoer zijn volk dat afstamming van Abraham gepaard moet gaan met vruchten en dat hen anders het oordeel wacht, al pleitte hij niet voor afschaffing van de besnijdenis, Mat. 3:1-12; Luc. 3:1-20. De Heer viel besneden leiders aan als zelfgenoegzame, verblinde profetenmoordenaars, Mat. 23. Afstamming van Abraham is niet genoeg; wie hem volgt, doodt geen rechtvaardigen, Joh. 8:31-59. Paulus schafte de besnijdenis voor joden niet af maar toornde tegen hen die pochen op hun besnijdenis en deze voor heidenen verplicht stellen om deel te krijgen aan Gods Koninkrijk, Gal.1:6-12; Hand. 15. Paulus gaat het niet om besnijdenis of onbesnedenheid maar of iemand een nieuw schepsel is in Christus, Gal. 6:14-15. In deze lijn ligt het getuigenis: ‘het gaat er niet dat u gedoopt ben - als baby of volwassene - maar of u een nieuw schepsel bent!’

 

859. Is er bij protesten ook iets anders in het geding dan de doop?
Ja, vaak. Donatisten in Noord-Afrika (4e eeuw) erkenden de doop van de Kerk niet omdat enige leiders christelijke boeken (libelli) hadden ingeleverd aan Romeinse vervolgers, en gingen hun volgelingen daarom (her)dopen.
Anabaptisten (16e eeuw) geloofden in een nieuw Sion, keerden zich tegen de kinderdoop en (her)doopten hun aanhangers; zelf noemden zij zich Dopers, maar hun tegenstanders noemden hen Wederdopers (= Anabaptisten). In 1608 kwam de naar Amsterdam gevluchte John Smyth tot de conclusie dat de verbondssluiting thuishoort in het OT; dat de gemeente van het nieuwe verbond gevormd wordt op basis van bekering en doop; en dat de doop in de Engelse staatskerk ongeldig was, omdat deze geen ware kerk was. Daar al zijn leden in deze kerk waren gedoopt, ontbond hij zijn gemeente en stichtte een nieuwe door allen te (her)dopen; zo werd hij de eerste baptist.
Het Baptist Old Landmarkism (19e eeuw) keerde terug tot het NT met doop door onderdompeling op belijdenis, autonomie van de gemeente enz.; het was hierin zo strikt dat het baptisten die in hun kring niet gedoopt waren, opnieuw ging dopen. Dat er vaak iets anders meespeelt in protesten tegen de kinderdoop leert ons dat wij gebruik en misbruik niet moeten verwisselen en sektarisme om de hoek gluurt. 7)

 

859.1. Is het een constructie om de doop te gronden in het verbond?
Die mening komen wij tegen 8), maar geslachtregisters in de bijbel en statenbijbels voorin getuigen van continuďteit in het geloof in de generaties, Mat. 1:1-16; Luc. 3:23-38. Zijn er ook niet vele bekeerlingen binnen het verbond? Fil. 3:1-21. De verbondslinie is zo verweven met de heilsgeschiedenis en doordringt zo sterk de bijbelboeken, dat čn sleutelteksten čn het programma van Gods handelen als grond voor de doop gehonoreerd moeten worden. 9)

 

859.2. Moet de toeëigening van het heil meer verdiept worden?
De kinderdoop leunde in het Westen eeuwen lang zwaar aan tegen de staat die het christendom tot enige wettige religie verklaarde. Daardoor liet iedereen zijn kinderen dopen in de volks- of staatskerk. Leden van kerken die de kinderdoop praktiseren kunnen uit de bijbel en van evangelischen en baptisten leren dat christenen herkenbaar moeten zijn aan hun keuze voor Christus in hun strijd tegen zichzelf en hun opstaan in een nieuw leven. Dopen is ook een acte van de belijder, die ja zegt tegen de Heer en zijn beloften.10) Het is daarom nodig de kinderdoop alleen in die gezinnen toe te passen waar de ouders een levend voorbeeld zijn van geloof en liefde. Evangelische en Baptisten kunnen andere kerken een voorbeeld geven van de inzet van mondig gedoopten in hun ijver van de verbreiding van het evangelie in eigen omgeving. Waar logge volkskerken falen, zijn kleine groepen vaak bij machte mensen te bereiken door hun inzet.

 

860. Hoe kan de herinneringsdoop de doop vernieuwen?
Niet weinige als kind gedoopte christenen spreken de wens uit zich in een rite daarin te laten bevestigen op belijdenis van ervaren geloof en bekering. Om in deze behoefte te voorzien kan een kerkenraad een orde voor herinnering aan de doop invoeren; met verwijzing naar het joodse rituele bad, de miqwah, wordt gezocht naar passende vormen. De doop als teken van Gods verbond kan evenmin als de besnijdenis herhaald worden; herdopen of overdopen is onmogelijk, maar de herinneringsceremonie kan jong gedoopten doen ervaren welk wonder Gods ingreep in hun leven was, is en zal zijn voor tijd en eeuwigheid.

 

Verklarende noten Oefening 40A, vragen en antwoorden 848-860. Zie voor boeken bij 40B
1. Bewijsplaatsen en argumenten voor de doop in het Nieuwe Testament geven J. P. Versteeg, De doop volgens het NT, in: Rondom de doopvont, 1983, p. 9-136, en Alan Richardson. ‘The Theology of Baptism’, in: An Introduction, 1982, 337-363.

 

2. Marcus heeft een eigen lezing voor het zendingsbevel, 16:15-16, evenals Lucas, 24:44-49, terwijl Johannes de synoptici aanvult. Tekstkritisch staat de tekst vast, in de codices zijn geen varianten. Ook de Didache 7,1,3 kent deze trinitarische formule. In 1922 handhaaft F.W. Grosheide de echtheid en stelt dat nu na de opstanding de volkomen gelijkheid van de Vader, de Zoon en de Geest kan worden verkondigd, die al eerder werd beleden in 3:17, 10:20; ,11:27; 12:32; 17:5, Het heilig evangelie volgens Mattheus, 1922, 19542, p. 455. Herman Ridderbos stelde in 1942 dat de mening dat deze woorden in de oudste kerk ondenkbaar en een latere interpolatie zijn “berust op al te aprioristische veronderstellingen bij het lezen van het evangelie.”, Mattheus II, KV, p. 262. Versteeg veronderstelt dat Matteüs Jezus’ ‘woorden niet exact heeft weergegeven maar gebruik maakte van liturgische objectiverende formuleringen in de kerk van zijn dagen, a.w. p. 37-38. - Een redactionele bewerking door Matteüs is mogelijk maar blijft een veronderstelling.

 

3. Th. Beza, van huis uit rooms-katholiek, opvolger van Calvijn in Geneve, gaat uitvoerig in op de verandering die zou plaats vinden bij de tekenen. Hij vergelijkt de doop met een lakzegel, dat men kan beschadigen. De verandering van water, brood en wijn heeft alleen betrekking op het publiek gebruik in de kerk en buiten die bediening is er geen verandering. Wie de tekenen aanbidt, pleegt afgoderij, De sacramenten zijn als zegels gehecht aan de beloften; de eenheid van teken en aangeduide zaak komt tot stand door de kracht van de Heilige Geest, Confessies 199-201.

 

4. Richardson: “Paul thus comes to think of baptism as a seal of the New Covenant in the sense in which circumcision was the sign and seal of the Old Covenant.”, p. 353. “The fact is that the true analogy to Christian baptism in Judaism is not proselyte baptism but circumcision. As circumcision was the seal of the old Covenant, so baptism is the seal of the new Covenant.”, a.w. p. 359.

 

5. Thomas Goodwin getuigt in 1613 dat geheel Cambridge was vervuld van gesprekken over de bediening van mr. Perkins. Samuel Clarke getuigt dat de stralen van het licht van Perkins doordrongen tot in alle uithoeken van het Britse koninkrijk, Murray, The Puritan hope, p. 9.

 

6. Zie over de invloed van de Heilige Geest op allerlei stromingen en theologen mijn De persoon en het werk van de Heilige Geest, Dogmatiek 4A, 687-930. Murray behandelt oplevingen in Engeland, Scotland en Ierland, vooral onder invloed van Puriteinen, maar ook van George Whitefield, David Bogue, wiens oproep tot zending een keerpunt vormde in de wereldzending. William Carey, Rowland Hill, Alexander Duff, John Love. Als laatste behandelt hij C.H. Spurgeon, wel beschouwd als de laatste van de Puriteinen.

 

7. O.H. de Vries, ‘De doop als projectiescherm voor kerkelijke belangen en dogmatische posities’, in: Soteria, themanummer: de doop, 20e jaargang 2003, p. 6-29.

 

8. De Vries: “Het komt er op aan zorgvuldig na te gaan of een bepaalde invulling van de doop past binnen de nieuwtestamentische grondlijnen van de doop. Een vuistregel kan hierbij helpen: als je een halve dogmatiek nodig hebt om een bepaalde invulling van de doop begrijpelijk te maken, doe je de doop geweld aan. Eenvoud is ook in de theologie kenmerk van het ware.”, a.a., Soteria, p. 26.

 

9. Richardson: “The important question, however, is whether the practice of infant baptism is in accord, not with possible interpretations of certain passages in the Gospels, but with the principles of NT theology as a whole.”, An Introduction, 361. Ik constateerde al lezende dat het verbond constitutief is voor Israël, voor de bijbelboeken en de eenheid van de bijbel en voor de Kerk, Dogm. 3A, p. 203-254; 4A, 219-383 (‘De Geestesdoop, de waterdoop en de kinderdoop’. ‘De verbondsstatus, het nieuwe leven en de gezondenen’).

 

10. Richardson stelt dat het getuigenis van een Baptist van de persoonlijke beslissing in de christelijke initiatie zonder twijfel is “a necessary contribution to the full understanding of baptism whithin Christendom as a whole. Yet this witness can never become the faith of the Church as such, nor can it set aside the wisdom of the Church of the ages, because in emphasizing one truth it obscures another, one even more central to the Gospel and even less likely to be understood in our modern individualistic en rationalistic civilization.”, a.w. p. 361-362.

 

Oefening: 40a | 40b | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46