Oefening: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8a | 8b

 

Gesprekken II - Oefening 4 (55-73)

Spreekt U nog tot ons, zwijgt U of zijn wij horende doof?

1.Gesprek als gebed. (55-57)

 

55. HEER, hoe sprak u eens tot mensen en hoe spreekt U nog tot ons?
Ik sprak rechtstreeks tot de aartsvaders, Mozes en de profeten en op unieke wijze door mijn Zoon, mijn evenbeeld.
Ik sprak indirect via engelen, profeten en apostelen als intermediair tot mijn volk en liet mijn Woord door dienaren aan u verkondigen.
Ik spreek in deze tijd door mijn Woord en Geest, dienaren en belijders, en op ander niveau door alle schepselen, mijn voorzienig bestel en de techniek.
Ik open uw hart en oren opdat u mijn stem in dit alles kunt verstaan.

 

56. Waarom verschijnt U nog niet eens op aarde?
Ik openbaarde Mij door mijn Zoon zo volkomen dat Ik dit genoeg vond voor allen; niemand komt tot Mij dan door Hem, Joh. 14:6.
Ik heb Hem alle woorden toevertrouwd, die voor het kennen van Mij en uw behoud nodig waren, Joh. 16:13-15; 17:6-19; 20:31.
Ik gaf u twee Testamenten, u hebt echt geen derde Testament nodig.
Ik stortte mijn Geest uit op u, mijn getuigen, en bied door u zoekers houvast.
Ik betuig door u aan zoekers en ietsisten: ‘Ik ben geen meervoud en geen Iets, maar Iemand die u liefheeft en mijn Zoon voor u gezonden heeft.’

 

56.1. Zouden velen, Heer, niet wakker worden, als U doden zou opwekken?
Helaas niet!
Wie geen gehoor geeft aan mijn Woord en wonderen in de bijbel, komt ook niet in beweging, als Ik in deze tijd doden zou laten opstaan of iemand uit de hemel zou sturen, Luc. 16:27-31; Joh. 5:31-47.
Ik betuigde feestgangers in vurige tongen en het geluid als van een loeiende wind dat Ik mijn Zoon deed opstaan en aanstelde tot Heer over allen, maar de verharde massa en leden van de Joodse Raad kwamen niet onder de indruk van mijn tekenen en wonderen, Hand. 2-4.

 

57. Wat zijn, leraar, profeten?
Pro-feten zijn sprekers die God opdroeg in zijn plaats en uit naam van Hem (= pro) een boodschap te brengen. Hij legde zijn woorden door zijn Geest in hen zodat zij uitsluitend moesten spreken wat Hij gebood, Ex. 3:15 (Mozes); Num. 11 (zeventig wijzen); Num. 23-24 (Bileam); Jer. 1; 1 Pe. 1:10-12. Eerst sprak God zelf tot zijn volk; toen dit om een intermediair verzocht, zond Hij profeten, Deut. 13:13-22.13; Richt. 6; deze openbaren Gods wil en doen voorzeggingen. Zo voorspelde Agabus een hongersnood, Hand. 11:28; vgl. 21:10.

 

57.1. Zijn er nog zulke profeten in het nieuwe verbond?
De HEER vervulde in het tijdperk van de komst van de Heilige Geest dit ambt. a. Hij zendt als regel ambtelijk geordende predikers om zijn boodschap actueel en profetisch door te geven, Luc. 1:1-4; 2 Kor. 5; 1 Tim. 4.
b. Hij kan profeten of profetessen zenden als klokkenluiders ter waarschuwing, als troosters tot bemoediging en als ‘zieners’ of ‘blikopeners’ voor het geven van aanwijzingen voor een omslag in de koers van de Kerk, 1 Kor. 14; we dienen hun boodschap te toetsen aan de bijbel op het waarheidsgehalte.
c. Hij zalft alle gemeenteleden tot profeten om Jezus’ naam te belijden, Hand. 2; 1 Joh. 20:2-27 ( ‘de zalving die u van Hem ontvangen hebt’).
2. Wat is de bijbel voor een soort boek? (58-61)

 

58. Wat is de oorsprong van de bijbel?
De 66 bijbelboeken (biblia = boeken) ontstonden rondom Gods verbonden met en openbaringen aan zijn volk. Zijn verbond met Adam raakt de mensheid in val en herstel, Rom. 5:12-21; dat met Noach het welzijn van de mensheid, Gen. 6-9; dat met Abraham beheerst de geschiedenis van Israël en de mensheid tot op de huidige dag. Zijn verbond met Mozes bij de Sinaï ging na Jezus’ komst in het nieuwe verbond, 3 Kor. 3. Het verbond met David over zijn duurzame dynastie, Ps. 89, werd vervuld door zijn grote zoon die eeuwig regeert, Mat. 1; Luc. 1:26-38; 2 Kor.1:12-24, Oef. 9-19. De Heilige Geest beademde de profeten, Christus, de apostelen en de bijbelauteurs. Hiervoor wordt het woord theo-pneustie gebruikt, dat is: door God (theos = God) geademd zijn (pneo = ademen, bezielen, begeesteren); de heilige geschriften zijn dus door de Geest geademde boeken van zijn openbaring en verbond, NGB art. 3-7.

 

59. Is de bijbel in alles identiek met Gods Woord?
Nee, deze bevat ook kwade woorden van tegenstanders. Zo verweten Jezus’ gesprekspartners hem dat hij van de duivel bezeten was omdat Hij beweerde dat zij geen kinderen van de Vader waren, Joh. 8:31-59. De bijbel bevat goede en kwade woorden van gelovigen. God gaf geroepenen gelegenheid hun reacties kenbaar te maken. Zo verzette Mozes zich met tegenwerpingen tegen zijn roeping uit ongeloof en onwil, Ex. 3:7-4:17. Petrus sprak zelfs door Satan ingegeven woorden, toen hij zich verzette tegen Jezus’ lijdensweg, Mat. 16:21-28. De tekst zelf en enige vuistregels maken meestal het verschil duidelijk tussen Gods woord en goede of verkeerde woorden van mensen, zie 62-73.

 

60. Is de bijbel betrouwbaar?
De HEER presenteerde zich aan Mozes als de Betrouwbare die zijn beloften en bedreigingen waarmaakt aan zijn volk, Ex. 34:6b; vgl. Deut. 32:4; Ps. 25:8; 92:16. Hij vertrouwde al zijn Woord(en) toe aan de Zoon, die bad of zijn volgelingen mochten geheiligd worden in dit Woord als waarheid, Joh. 17:8, 17. Jezus beriep zich voor de wettigheid van zijn zending op het getuigenis van zijn Vader in het Oude Testament, Joh. 5:19-47, en bevestigde al zijn beloften, 2 Kor. 1:20. Hij stelde de Twaalf aan als oor- en ooggetuigen en beloofde hun de leiding van Geest der waarheid, Joh. 15:26-27; 16:13-15; 17:6-19; 20:31; Hand. 10:37-48. De tekst van de bijbel is betrouwbaar overgeleverd; wel zijn er soms moeilijk vertaalbare gedeelten. De Rechter-Redder oordeelt ieder naar zijn geloof in het Woord van de Betrouwbare en naar zijn daden.

 

61. Dringt Gods stem wel voldoende door tot de mensheid?
God spreekt door vertalingen van de bijbel - geheel of gedeeltelijk in 2008 in minstens 2426 talen - door predikers en geschriften, muziek en zang, erediensten en massamedia tot de mensheid. Dat bij velen zijn Woord niet landt, komt omdat zij hun hart op slot toen, Mat. 13:1-15. Kosmonauten die de aardbol zagen en meldden: ‘Hij bestaat niet, want wij hebben Hem niet gezien’, zagen Hem niet, omdat hun hart en ogen dicht zaten voor Hem. De ruimtevaarder, wiens hart door Jezus’ Geest ontsloten is, ziet de grootsheid en intelligentie van zijn Schepper in ruimten en ruimtevaart.
3. Is er een handleiding om te onderkennen wat Gods Woord is? (62-73)

 

62. Wat zijn vuistregels om Gods Woorden af te grenzen van mensenwoorden?
1e. Gods Woorden worden ingeleid door vaste, gezag uitstralende termen zoals het Woord van de HEER, Jer. 1:4; Last of Godsspraak van de HEER (= neoem-Jahweh), Jer. 23 (twaalf maal); er-staat-geschreven ( = gegraptai), Mat. 4:1-11; Ik, Jezus, zeg u, Mat. 5:22 , of schrijf wat u ziet op in een boek, Openb. 1:11.
2e. Zij gaan vaak in tegen tijdgeest en populisme, leugen en bedrog, politieke correctheid en modieuze stromingen en komen altijd uit. Vleizieke hofprofeten verkondigen vooraanstaande meestal vrede maar hun voorzeggingen komen nooit uit. De impopulaire Jeremia verkondigde vrede bij bekering en oorlog bij verharding en botste op misleidende corrupte profeten, die een aanslag op hem deden, Jer. 23. Hij voorzei de dood van de valse profeet Chananja als straf op zijn misleiding van koning en volk, Jer. 28:1-17. Onze Heer kwam vanwege de botsing met schriftgeleerden om aan de schandpaal, omdat Hij had gezegd dat Hij Gods Zoon was, Mat. 23; Joh. 8:21-59; Joh. 19:7.
3e. Zij zijn kenbaar aan specifieke betekenissen zoals belofte en gebod, die hier nu uitvoeriger behandeld worden, sub 63-72.

 

63. In welke zestien vormen komt Gods Woord in de bijbel tot ons?
Dit Woord komt tot ons
(1,2) als woorden van schepping, onderhouding en regering, 64;
(3,4) als heilrijke belofte en bindend gebod, 65;
(5,6) als heilswerken en strafgerichten, 66;
(7,8) als voorzegging in engere en bredere zin, 67;
(9,10) als wijsheid, raadsbesluit of de persoon van de Zoon, 68;
(11,12) als het door Jezus gesprokene of door Hem verkondigde, 69;
(13,14) als rechtstreekse jubel tot Hem en vaste leer over Hem, 70;
(15,16) als het mondeling verkondigde en vastgelegde woord, 71-72.

 

64. en 64.1. In welk opzicht is Gods Woord breder dan de bijbel?
De Schepper houdt door zijn Woord en Geest alles in stand, zon en maan, land en water, mensen en dieren, zaad en eicel, natuur en techniek. Hij bestuurt miljarden hersenen van 150 gram met 100 miljard neuronen, 200 miljard gliacellen en tenminste 100.00 plaatsen waar zenuwcellen contact maken ( = synapsen). Hij regelt door de hersenklok van een halve kubieke millimeter de ritmen van dag en nacht, van eten en drinken, hormoonspiegels en de drie miljoen keer zo grote herseninhoud. Hij geeft ons vermogen om uitvindingen te doen. Auto’s en vliegtuigen bewegen zich voort door de door de mens uit de aarde gehaalde energie. Aan de Spoednik-I (4 oktober 1957) danken we televisiebeelden van tegenvoeters, e-mails, mobiel bellen en door satellieten van informatie voorziene Tom Toms. De HEER doet alles bestaan en bewegen door zijn Woord, Ps. 33. Hij bestuurt allen door zijn machtige en rechtvaardige Hand. Hij ontwart de draden van het raadselachtige borduurwerk van onze geschiedenis en schept evenwicht tussen recht en onrecht opdat de mensheid niet ondergaat in misdaad. Hij grift zijn wet in codes, zedenwet en geweten en vraagt iedere wetenschapper verantwoording voor wat hij in zijn vak deed met het Woord Gods als object van onderzoek.

 

65. Wat betekent het dat beloften en geboden Gods Woorden zijn?
Gods belofte (= ep-aggelia, 52 maal in NT) is als een bloembol die als bol nog weinig laat zien maar in prachtige kleuren ontluikt. De gelovige wacht gespannen tot de Almachtige zijn kleurrijke beloften aan komende generaties waarmaakt, Hand. 2:39, zoals Abraham die volhardde in het geloof dat Hij vader zou worden van een menigte volkeren, Gen. 15:6; 17; Rom. 4:20. Beloften stuwen de Kerk op tot moed en volharding, vaart en daadkracht vanwege de komende verrassingen voor de eindverrassing van de terugkeer van de Zoon. Bij beloften horen geboden, Ps. 119. God belooft aan ons om in en door ons te doen wat Hij gebiedt. De Tien Woorden (deka = tien, dekaloog) nemen in de bijbel een sleutelpositie in, Ex. 20:1-17; Mat. 5-7. De gemeente moet de volkeren al Gods geboden leren, Mat. 28:18-20. Er is een burgerlijk gebruik van de wet als fatsoen: ‘je steelt en vloekt niet!’ Er is een opvoedend gebruik: ’ het is pijnlijk te ontdekken dat de kiem van de moordenaar ook in mijn hart schuilt.’ Er is een normatief gebruik: ‘laten we streven naar de liefde en gerechtigheid’ en eschatologisch gebruik; het charisma van zelfbeheersing kan resulteren in de roeping niet te huwen om Hem meer toegewijd te dienen, 1 Kor. 7:7. Oef. 44, 45.

 

66. Wat betekent heilswerk en strafgericht?
In het bestel van zijn verbond zegent de HEER rechtvaardigen en bestraft Hij onrechtvaardigen, goddelozen en afvalligen met zijn vloek, Deut. 28-31; Ps 105-106; Ps. 111. Hij gaf Jeremia bevoegdheid om volken en koninkrijken te verwoesten en op te bouwen, Jer. 1:4-10. Wie Jezus Christus gehoorzamen ontvangen eeuwig leven; wie Hem verwerpen en ongerechtigheid bedrijven wacht de eeuwige ondergang, Mat. 7:15-27; 10:28-33: Luc. 2:33-35; Joh. 3:16-21; Hand. 2:37-40; Rom. 10:9-12; Openb. 20:11-15; 22:13-15. Het gepredikte Woord is nooit zonder effect: het doet leven wie gelooft; het veroordeelt ten dode wie zich verhardt, Mat 13:10-17; 2 Kor. 2:14-17.

 

67. Wat is voorzegging in het klein en het groot?
Jeremia, die gerichten aankondigde, raakte daarom in conflict met hofprofeten die vrede voorspelden. Hij voorzei de dood van de hem tegenwerkende valse profeet Hananja, Jer. 28:16-17 (microprofetie) en gaf commentaren over Egypte, Ammon, Edom, Syrië en Babel, Jer. 46-51 (macroprofetie). Agabus voorspelde Paulus’ uitlevering aan de Romeinen, Hand. 21:10-14, en een hongersnood onder keizer Claudius, Hand. 11:27-30. ‘Blikopeners’ kunnen de Kerk ogen openen voor de oplossingen in een beperkte en brede kring. Uit de door Paulus hoog aangeslagen profetie, 1 Kor. 14, ontwikkelde zich het literaire genre van de schildering van de eindtijd in beelden, getallen en visioenen (= apocalyptiek), die een bloeitijd beleefde van 165 v.C. tot 90 na C., Dan. 7-12; Openbaring.

 

68. Wat is het verschil tussen het Woord als wijsheid en als de Zoon?
Wijsheid is een eigenschap van God of van de mens, hem geschonken; de Zoon is een persoon, die van eeuwigheid bestaat, Joh. 1:1-4. Leraren achtten de wijsheid zo hoog dat zij deze zinnebeeldig voorstelden alsof deze een nog voor de schepping ontworpen persoon was, Spr. 8:22-31; Job 28:12; Wijsheid 7:21-8:1. Theologen die het vóór-bestaan van de Zoon zien als vergoddelijking van een persoon en dit verklaren uit de verpersoonlijking van de wijsheid voor de schepping, vereenzelvigen verbeelding en werkelijkheid; zij doen tekort aan de eigenheid en grootheid van de Zoon door hun projectieleer.

 

69. Wat is het verband tussen Woord Gods en evangelie?
Het evangelie van en over Jezus Christus wordt vooral bij Matteüs en Lukas Woord van God genoemd. Een menigte verdrong zich om Jezus heen om Gods Woord te horen, Luc. 5:1; Mat. 5-7. Jezus verkondigde de goede boodschap of het Woord van Gods Koninkrijk in de synagogen, Mat. 4:23; 9:35; 18:19. De gemeente bad of de apostelen vrijmoedig Gods Woord mochten verkondigen, Hand. 4:29. Gods Woord bleef zich verbreiden zodat het aantal volgelingen groeide, 6:7. Bekeerde heidenen verheerlijkten het Woord van de Heer, 13:48. Lukas gebruikte het werkwoord evangeli-dzomai (= de goede tijding verkondigen) vijf en twintig maal en Paulus negentien maal, terwijl de laatste twee-en-vijftig maal de term goede boodschap (eu-aggelion) gebruikt, TWLZNT I, 295-301. Hij verheugde zich erover dat de gemeente het evangelie als het Woord Gods had aanvaard, 1 Tes. 2:13.

 

70. Is de ware Leer identiek met Woord Gods?
Ten diepste wel, maar het Woord kan ook in de vorm van een lied of gelijkenis tot ons komen. Lied en leer liggen in elkanders verlengde; dichten is verwant met profeteren, 1 Kron. 25:2. Sommige psalmen bevatten openbaringen, Ps. 2; 22;110. Leerdichten betrekken generaties bij Gods daden om daaruit leer (= tora) te putten voor de toekomst, 78; 105-106. De langste psalm, 119, is een leer- en lofdicht op de Tora, cluster van Gods beloften, geboden en daden. Nehemia en zijn mederabbijnen verdiepten hun leer van God in een terugblik op duizend jaar geschiedenis van Gods verbond in genade en gericht, Neh. 9.

 

70.1. Komt ‘leren’ vaak voor in het Nieuwe Testament?
Ja, ongeveer hondermaal. Jezus had geen opleiding als rabbijn doorlopen; als men hem vroeg met welk recht Hij voor zijn leer gezag opeiste, antwoordde Hij: ‘Ik ben door de Vader gezonden en heb van Hem leerinstructies ontvangen.’, Mat. 21:10-13, 23-27; Joh. 2:13-22; 3:31-36; 5:19-46; 6:26-59; 7:1-31 enz. Wie bij de Vader in de leer is geweest komt naar Hem toe en herkent Hem. Hij alleen heeft de Vader gezien, Joh. 6:45-46. De apostelen getuigden van Jezus in vaste leervormen als Redder, Heer en Rechter, Hand. 10:34-43. De oergemeente hield zich trouw aan de leer (= didachè) van de apostelen, Hand. 2:42a. Paulus bindt gemeenten aan de geloofsgehoorzaamheid aan het evangelie, de heilige geschriften en de leer, Rom. 1:1-6; 6:17 (‘de overgeleverde doopleer’), 1 TIm. 4:6-16 (‘de geloofsbeginselen en goede leer’). Het gaat in de Kerk om de ware Heer en zijn ware leer als zijn Woord en niet om de mening van een geleerde, groep geleerden of kerken, Oef. 33 en 34.

 

71. Wat is het verschil tussen het verkondigde en geschreven Woord?
Aan de schriftelijke vastlegging van de boodschap in de boeken van het Nieuwe Testament ging een mondelinge overlevering (= paradosis) vooraf, waaruit dienaren en lezers hebben geput, 1 Kor. 15:1-11. De Zoon vertrouwde (het doorgeven van) zijn woorden toe aan de Twaalf door Hem uitgekozen en door Hem toegeruste oog- en oorgetuigen, Luc. 1:1-4; 6:12-16 (lijst); Joh. 17:8; Hand. 10:41 enz. De Geest van de waarheid leidde hen in de volle waarheid, Joh. 16:12-15. De overlevering-in-varianten van Jezus’ woorden en werken is het Woord Gods. De discipelen plaatsten het Oude Testament op één lijn met Jezus’ gepredikte Woord, Joh. 2:32, dat werd opgeschreven in de evangeliën.

 

72. Op welke zuilen berust het gezag van het Nieuwe Testament?
Dit berust ten eerste op zijn presentatie als voortzetting of vervulling van het Oude Testament. De HEER vervulde zijn verbond en profetie en zette de heilsgeschiedenis voort. Jezus, de apostelen, de vier evangelisten en hun tijdgenoten gingen uit van de eenheid en het gezag van het OT als door Gods Geest geademde boeken, 2 Tim. 3:16. Ze gebruikten vaste inleidende formules zoals: er staat geschreven, Mat. 4:4, 6, 7, 10; Rom. 11:8; 15:3 enz. Paulus typeert de Schrift als een vooruitziende en besluitende persoon, Gal. 3:8, 22; hij haalde kernteksten aan, soms in een keten, en liet minder gewichtige weg. Dit berust ten tweede op het gezag van Jezus Christus als de Zoon die zijn instructies rechtstreeks van zijn Vader ontving en die de Twaalf oog- en oorgetuigen toerustte voor hun arbeid door de Heilige Geest. Terecht kende de Kerk aan beide Testamenten hoge gezagswaarde toe voor leer en leven.

 

73. Is het door predikers verkondigde woord ook Woord Gods?
Zoals het verkondigde en doorgegeven Woord Gods schriftelijk werd vastgelegd, zo dient dit ook weer actueel verkondigd te worden aan alle volken tot bekering en eeuwig leven, Luc. 24:45-48; Rom. 1:1-17; 2 Kor. 5:11-21. Hier naderen we de leer van het verklaren en vertolken (= hermeneutiek).

 

Oefening: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8a | 8b