Oefening: 35 | 36 | 37 | 38 | 39

 

Gesprekken II - Oefening 39 (827-847)

Hoe brengen wij in praktijk dat allen zowel gelijkwaardig als ongelijk zijn?

1. Gesprek als gebed. (827-828)

 

827. HEER, Schepper van alle mensen, zijn wij in uw oog gelijkwaardig?
Ja, u bent mijn beelddragers en Ik heb voor de wereld mijn Zoon afgestaan opdat ieder die in Hem gelooft, eeuwig leeft, Gen. 1:26-28; Joh. 3:16; neen, omdat Ik een welbehagen heb in hen die Mij liefhebben en afkeer van hen die Mij miskennen en ongerechtigheid bedrijven, Ps. 7; 9-10; 11; Mat. 23; 25:31-46; Openb. 22:12-15.

 

828. HEER, zijn alle leden van uw Kerk in uw oog gelijkwaardig?
Ja, in die zin dat Ik alle schuldbewuste gelovigen zonder onderscheid in mijn Zoon rechtvaardig en hun mijn Heilige Geest schenk, Hand. 2:37-40; neen, in die zin dat Ik de een om zijn inzet voor Mij hoger waardeer en beloon dan de ander, Marc. 10:28-31; Luc. 18:18-30; 19:11-27; Mat. 20:1-16.
2. Wat is gelijkwaardigheid voor God volgens de bijbel? (829-831)

 

829. Op grond waarvan, leraar, zijn alle mensen gelijkwaardig?
Zij zijn allen zonder onderscheid van man, vrouw of ras Gods beelddragers. De Rechtvaardige verleent hun het recht op een menswaardig bestaan en bescherming door de overheid, Gen. 1:26-28; 9:1-7; Rom. 13. De Onkreukbare eist dat men elkaar zonder discriminatie behandelt, niet corrupt is en niet met twee maten meet, Ex. 23:1-9; Lev. 19:15; Deut. 10:17. De Barmhartige eist de zorg voor invaliden, vreemdelingen en hen, die zich wegens gebreken moeilijk meer kunnen verweren, Deut. 10:17-20; Ps. 146.

 

830. Maakt Hij verschil tussen zijn kinderen, goedwillende en schurken?
Ja, Hij heeft een welbehagen in zijn kinderen en beoordeelt hen naar hun geloof in Jezus Christus en hun werken, Mat. 8:5-13; 11:25-27; 25; Rom. 3:21-25; 2 Kor. 5:11-21. Hij stelt allen zonder aanzien van personen schuldig en strafbaar die zich in de macht der zonde bevinden, goedwillende mensen en schurken, maar houdt rekening met de gradatie van zondigen, Rom. 1:18-3:20; 2 Kor. 5:6-10; Openb. 22:12-15.

 

830.1. Is de Getrouwe als God van het verbond veranderlijk en wendbaar?
Ja, Hij kent wederkerige relaties en speelt in op onze reacties. Als misdadigers hun wandaden betreuren, rekent de Barmhartige hun zonden niet meer toe en opent Hij voor hen het paradijs, Luc. 23:39-43; 1 Tim. 1:15-17. Hij wenst de dood van goddelozen niet maar wil dat zij leven. Hij oefent geduld met hen opdat zij hun kansen tot bekering grijpen, tot Hij hen van rechtvaardigen scheidt, Ez. 33:10-11; 2 Pe. 3:8-9; Mat. 13:36-43.

 

831. Maakt de HEER onderscheid tussen gelovigen?
Ja, alle leden van Christus’ lichaam zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk in sekse en leeftijd, aanleg en kwaliteiten, ambt en charisma’s, 1 Kor. 12:12-29. De Twaalf apostelen zijn door Jezus geroepen en toegerust als oog- en oorgetuigen, maar Hij ging met Petrus, Johannes en Jakobus het meest vertrouwelijk om, Mat 17:1-8; Joh. 21. Alle ambtsdragers zijn door Hem uitgezonden maar de Twaalf hadden een andere taak dan predikanten en priesters als liturgen, herders en leraars hebben. Daarom doen we mensen onrecht als we gelijkwaardigheid verwarren met gelijkheid. Wie alles en iedereen nivelleert doet tekort aan de eigensoortigheid van de mens en aan de soorten gaven, opdrachten en bedieningen van de Heilige Geest, Oef. 30, 31, 32.
3. Hoe dient gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen toegepast? (832-834)

 

832. Waarin is de gelijkwaardigheid van man en vrouw gegrond?
God schiep zijn beelddragers mannelijk en vrouwelijk en droeg aan man en vrouw samen het beheer op over de vruchtbaarheid en zijn schepping, Gen. 1:26-28; 5:2; 9:1-7. Christus gaf zijn leven voor en stortte zijn Geest uit op zonen en dochters, Hand. 2:1-21; Joël 3:1-5a. Daarom is voor God een man niet verheven boven de vrouw, Gal. 3:22-23. Zoals de Vader en de Zoon gelijkwaardig God zijn en toch van elkaar verschillen, zo staan man en vrouw met al hun verschillen toch als mens op één niveau, 1 Kor. 11:3. Hier liggen de bijbelse motieven tegen achterstelling van de vrouw en ook de verschillen.

 

833. Waarom zijn de verschillen tussen man en vrouw van zoveel gewicht?
Wij moeten aan beide recht doen en zij moeten weten wie zij zijn en hoe zij in eigen identiteit elkaar dienen opdat zij elkaar niet teleurstellen. Als jongens en meisjes meer inzicht in hun rol zouden gekregen hebben, zouden mannen veel meer ruggengraat getoond of dienend leiding gegeven hebben en zouden er minder echtscheidingen hebben plaats gevonden. Verwisseling van rolpatroon en uniformisering van man en vrouw hebben het geluk van velen geschaad.

 

833.1. Wat zijn dan de verschillen in bijbels licht?
1e. God schiep de man eerst, daarna de vrouw als gelijkwaardige helpster of partner, Gen. 2:15-23; 1 Tim. 2:11. De man heeft dus prioriteit. Hij is de eerste in het er-zijn en kreeg het primaat in het paradijsbeheer, Gen. 2:15. De rol van de man is dat hij zich als eerste verantwoordelijk moet weten.
2e. God openbaarde hem als eerste dat hij de hof moest bewerken en sloot met hem als enige het (werk)verbond van leven en dood, Gen. 2:15-16, Oef. 9. De vrouw was er nog niet. Adam was nog alleen met de HEER. De vrouw kreeg van hem te horen wat hen stond te wachten, als zij het gebod zouden overtreden. De man heeft prioriteit a. in het er eerst zijn, b. in de kennis van de Godsopenbaring en c. in de verbondsluiting en is daarom als eerste verantwoordelijk voor het geestelijk welzijn in huwelijk en gezin en voortzetting van het verbond met God.
3e. Daarna deed God de vrouw voortkomen uit de man en omwille van de man. De vrouw is dus in vier opzichten secundair en afhankelijk van de man. Zij verscheen als nummer twee, kreeg van haar man Gods openbaring te horen, heeft in hem haar oorsprong en bekleedt de rol om de man bij te staan.
4e. Niettemin is op zijn beurt de man weer afhankelijk van de vrouw. Hij is incompleet zonder haar en voelt zich zonder haar hulpeloos en eenzaam, Gen. 2:18-25. God schept iedere man uit de vrouw; de man moet door de vrouw heen om te bestaan. Hij groeit op door de zorg van de moeder als verzorgster en blijft afhankelijk van de zorg van de vrouw, 1 Kor. 11:8-13.

 

833.2. Weerspiegelen man en vrouw ook de Drie-enige?
Ja. Hun rolpatroon is daarop afgestemd. De Vader is eerst; alles is uit Hem. De Zoon is de tweede: alles is door Hem. De Heilige Geest, de derde, gaat van beide uit en verbind beide, Oef. 1, 8A, 34. Zoals de Vader het hoofd van de Hem gehoorzamende Christus, zo is de man hoofd van de vrouw, 1 Kor. 11:3, niet om haar te overheersen maar aan haar leiding te geven, haar te beschermen, verantwoordelijkheid voor haar te dragen en haar te dienen, Ef. 5:21-33. De Geest van erotiek, genegenheid en barmhartigheid verbindt beide met elkaar Wie deze ordelijke samenhang en ongelijkheid in de (her)schepping verdoezelt, doet aan man en vrouw tekort en veroorzaakt wanorde, ja brokken ellende. Tirannie door de man veroorzaakte veel ellende, maar deze is een gevolg van de zonde en is als straf opgeheven door Christus; waar tirannie heerst, dient Christus’ heerschappij gepredikt te worden, Gen. 3:16.

 

834. Waarom kan de vrouw ambtsdrager in de Kerk zijn?
God schiep man en vrouw als gelijkwaardige beelddragers schiep, herschiep hen als gelijkwaardige en rustte hen als gelijkwaardige toe met geestesgaven. Cultuurbepaald is dat vrouwen niet mogen meeregeren als ambtsdragers. Jezus koos mannelijke apostelen uit naar de gewoonte van die tijd maar God de Vader en God de Zoon gaven beide vrouwen opdracht om als eersten het paasfeit te melden aan apostelen die dit ‘vergeten’ waren, Mat. 28:5-10. Dit spreekbevel moeten we samen lezen met het zwijggebod om hun betrekkelijkheid goed te plaatsen, 1 Kor. 14:34. Op grond van de gelijkwaardigheid en ongelijkheid van man en vrouw in werksituaties stelden heel wat kerken in de twintigste eeuw het ambt open voor de vrouw 1). De aan de man ongelijke vrouw draagt complementair met hem verantwoordelijkheid voor het welzijn van de Kerk. Apostolische richtlijnen over identiteit van man en vrouw houden hun waarde maar de toepassing daarvan verschilt. 2)
4. Wat is gelijkwaardigheid volgens de Verenigde Naties? (835-837)

 

835. Wat houdt de Verklaring van de Rechten van de mens van de VN in?
De Algemene Vergadering van de VN aanvaardde op 10 december 1948 dertig artikelen over ieders gelijke rechten. De mens heeft recht op bescherming, verplaatsing, asiel en huwelijk op basis van vrijwilligheid; op vrijheid van geweten, godsdienst en meningsuiting, op arbeid, loon en vakantie enz. Zij grondde deze regels op humanisme of natuurrecht zonder verwijzing naar de Vader van Jezus Christus of het beeld Gods, maar de invloeden van de Bijbel en de Verlichting van de 18e eeuw zijn merkbaar. Omdat we hiermee iedere dag te maken krijgen, dienen we deze te kennen. 3)

 

836. Wat zegt deze Verklaring over gelijkgerechtigdheid en vrijheid?
Art. 1.“Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich tot elkander in een geest van broederschap te gedragen.”
Art. 18. “Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst en om van godsdienst of overtuiging te veranderen. Het omvat de vrijheid om persoonlijk of met anderen zowel in het openbaar als in het particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.”

 

837. Hoe bereiken we dat volken vrijheid en gerechtigheid overal toepassen?
Wat de Verklaring verzwijgt, verkondigt de Kerk. Jezus waarborgt onder zijn heerschappij vrijheid en gerechtigheid. Hij bevrijdt volken van tirannie en censuur, angst en bedreiging, dwang en honger. Hij stort de liefde in de harten en biedt ruimte. “Waarachtig, Ik verzeker u; wie zonde doet, is een slaaf van de zonde. Een slaaf blijft niet voorgoed in huis, de zoon blijft voorgoed. Als de Zoon u heeft vrijgemaakt (van slavernij) zult u echt vrijgemaakte (eleutheroi, liberi) zijn.”, Joh. 8:34-35.
5. Wat zegt de Nederlandse Grondwet over gelijkheid? (838-841)

 

838. Wat zegt artikel één van de Grondwet over gelijke behandeling?
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook is niet toegestaan.”

 

838.1. Moet iedere burger en iedere christen dit artikel kennen?
Ja, want hij moet zich in zijn taalgebruik over anderen matigen om niet de schijn op zich te laden dat hij groepen minacht. Een christen kan spanningen ervaren tussen wat de tijdgeest hem voorhoudt en wat God hem gebiedt.

 

839. Wat zegt artikel zes over vrijheid van belijden?
Art. 6.1.“Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet.”

 

839.1. Houdt dit in dat ieder recht heeft bij zijn eigen god te zweren?
Ja, op basis van de grondwet heeft ieder recht zijn integriteit, betrouwbaarheid en trouw te bekrachtigen bij wie hem het meest heilig is, maar het getuigt van gemeenschapszin als hij de naam God als titel gebruikt en de inhoud zelf invult. Sinds 1911 is de gangbare eed in Nederland: ‘Zo waarlijk help mij God almachtig’ of de belofte: ‘dat beloof ik en verklaar ik’. Daar de term God de titel is voor alle goden, kan een moslim daaronder verstaan Allah, een hindoe Brahma, een boeddist Boedda enz. Dit betekent niet dat de overheid alle goden gelijk behoeft te achten; zij geeft mensen vrijheid van belijden.

 

840. Wat zegt artikel drieëntwintig over het onderwijs?
Art. 23.2. “ Het geven van onderwijs is vrij, behoudens het toezicht van de overheid en, voor wat bij de wet aangewezen vormen van onderwijs betreft, het onderzoek naar de bekwaamheid en de zedelijkheid van hen die onderwijs geven, een en ander bij de wet te regelen.”

 

840.1. Betekent dit dat christenen, moslims e.a. eigen scholen mogen stichten?
Ja, mits zij bekwame leerkrachten hebben, het onderwijs op peil houden en de democratie voorstaan. Overheden die subsidie weigeren aan scholen alleen op grond van hun identiteit, maken zich volgens de grondwet schuldig aan discriminatie en zijn strafbaar. Deze regels gelden niet in alle landen.

 

841. Hoe vertaalt u gelijkwaardigheid naar eigendom en werkgelegenheid?
Ieder dient genoeg kansen voor een beroepsopleiding te krijgen om zelf in zijn bestaan te kunnen voorzien. De mensheid staat onder de verplichting om aan de schrijnende honger en ondervoeding van ongeveer een miljard mensen een einde te maken en werkgelegenheid te bevorderen, vooral in Afrika.
6. Wat zegt de islam over gelijkwaardigheid en mensenrechten? (842-845)

 

842. Leert de islam gelijkwaardigheid, gewetensvrijheid en eerbied?
Ja, want allen stammen van Adam. Niemand mag de ander dwingen om de islam aan te hangen. “In de godsdienst is geen dwang.”, 2:256. “Niemand mag de mensen dwingen om gelovigen te worden.”, 10:99. De mens moet zijn naaste in leven laten uit eerbied voor God. Wie één mens doodt is gelijk aan hem die de hele mensheid doodt. “Derhalve hebben Wij aan de Israëlieten voorgeschreven dat wie iemand doodt – anders dan voor doodslag of verderf zaaien op de wereld – is alsof hij de mensen gezamenlijk heeft gedood en dat wie iemand laat leven is alsof hij de mensen gezamenlijk heet laten leven.”, 5:32. De koran leert ook dat moslims zich mogen verdedigen en strijders tegen Allah en zijn profeet doden, kruisigen, handen en voeten afhouwen of uit het land verbannen, behalve hen die voor de overmeestering berouw tonen, 5:33-34; 2:90,194.

 

843. Wat stelde de Algemene Verklaring van de Mensenrechten in de Islam?
De islam heeft geen eensluidende stem of instantie. Daarom gaf in 1981 een particuliere organisatie van moslimjuristen en -geleerden stem aan veler overtuiging in de Algemene Verklaring van de Mensenrechten in de Islam (= AVMI). Deze baseert de waardigheid niet op humanisme of natuurrecht zoals de VN, maar op Allah, zijn verbond, de rechten van de mens-rentmeester en rechtspleging in de sjaria, samengesteld uit de Koran en Soenna (= traditie).
Men verwijst om de rechten te wettigen bij ieder artikel naar de Koran, de Hadiths (= overleveringen over woorden en daden van Mohammed) of uitspraken van de eerste vier kaliefen. Geen volk mag de vrijheid van een ander volk aantasten; allen zijn gelijkwaardig, ook godsdienstig; mannen en vrouwen mogen een ambt bekleden enz. s. 2:228. 4)

 

844. Wat kunnen de gevolgen zijn van verlating van de islam?
De moslim die in islamitische landen tot geloof in Jezus komt, loopt bij ontdekking groot risico. Velen houden dit daarom geheim, doen met belast geweten mee met de moskee of vertrekken. Zo hield Ruth in het Midden-Oosten van de Here Jezus in de Koran, vond een bijbel en werd in het geheim gedoopt. Haar familie zette haar onder druk om met een moslim te trouwen. zij weigerde dit. Toen zij ook een neef afwees, wilde deze haar vermoorden.
Zij werd eenmaal vergiftigd; haar maag werd in het ziekenhuis leeggepompt. Zij trouwde met een christen maar moest vluchten, haar man kon haar niet volgen; hij kreeg geen visum. Zij beleed: ‘de Heer Jezus houdt mij op de been’. 5)

 

845. Is er een weg om meer godsdienstvrijheid te verkrijgen?
Op grond van de tekst in de Koran dat er in godsdienst geen dwang is, mag men dus geen druk uitoefenen op hen die de islam of het christendom verlaten, 2:256. Daar de Koran geen tijdelijke straffen kent voor hen die overgaan tot een andere godsdienst, gaan hun moordenaars dus in tegen het Woord van Allah. Laten ambassadeurs aandrang oefenen op regeringen door beroep op artikel 18 van de Verklaring van mensenrechten, volgens welke ieder vrij is om van godsdienst te veranderen: ‘ u, overheid, bent verplicht slachtoffers te beschermen en wandaders te straffen.’ Als overheden ieders recht tot overgang erkennen, volgt nog de strijd om familieleden te bevrijden van de traditie om afvalligen te verstoten. Welwillende moslims, christenen en overheden wacht een zware worsteling om onrecht, dat tienduizenden levens ontluistert, te herstellen.

 

845.1. Waarom is er niet meer aandacht voor vervolgden?
Tabitha in Noord-Nigeria verloor haar man, toen hij bij het ophalen van zijn dochter op een versperring stuitte met mannen die zeiden: ‘u moet moslim worden!’. Toen hij dit weigerde, doodden zij hem en staken zijn lichaam in brand. De weduwe - in veler ogen zonder man waardeloos - beleed als levensles: ‘wees altijd bereid te vergeven!’ 5) Moskee en kerk moeten veel meer actie ondernemen tegen dit gruwelijke geweld en de onvrijheid in wel zeventig landen.
7. Welke rechten hebben moslimvrouwen en niet-moslim-partners (846-847)

 

846. Hebben mannen en vrouwen gelijke rechten in de islam?
Nog steeds niet, maar overheden brachten in het huwelijksrecht wel verbeteringen aan in minimumleeftijd, polygamie en echtscheiding.

 

846.1. Hoe hielpen overheden de uit te huwelijken meisjes?
Wanneer een vrouw voor de eerste keer trouwt, is haar toestemming in de islam niet noodzakelijk, zelfs niet als meerderjarige. Voogden gaven meisjes vaak al zeer jong weg met beroep op de Profeet, die Aisja als zes- of zevenjarige gehuwd had. Regeringen trachtten deze misstand te overwinnen door de maatregel dat huwelijksvoogden – meest vaders - meisjes beneden een bepaalde leeftijd niet mogen uithuwelijken. Andere overheden weigerden partners beneden een bepaalde leeftijd te registreren bij de burgerlijke stand. 6)

 

846.2. Wat deden overheden tegen polygamie?
De vrouw dient volgens de Koran met één man gehuwd te zijn, terwijl de man maximaal vier vrouwen mag hebben, s. 4:3. De beperking van het bezit van veel vrouwen (= polygamie) in Arabië was een vooruitgang. Turkije en Tunesië schaften de polygamie af, andere overheden namen de beperkende maatregel dat een echtgenote in een contract de bepaling van ontbinding kan opnemen, wanneer de man een tweede vrouw neemt, of de rechter op deze gronden een echtscheiding kan uitspreken.

 

846.3. Wat deden overheden bij echtscheidingen?
Volgens de Koran heeft de man onbeperkt verstotingsrecht, s. 2:227-232, 236-237, 241; 65:1-7. Overheden durven dit recht niet aan te tasten maar wezen emotionele uitingen van verstoting als onvoldoende af en eisten een verplichte registratie daarvan bij een ambtenaar of rechtbank en bepaalden dat de vrouw echtscheiding kan aanvragen op grond van besmettelijke ziekten, krankzinnigheid, ontberen van levensonderhoud, ongerechtvaardigde afwezigheid, wreedheid enz.

 

847. Wat voor gevolgen heeft het dat christenen met moslims huwen?
Van de kant van moslims en christenen worden gemengde huwelijken sterk afgeraden ter wille van het geluk van de partners. Volgens alle rechtsscholen kan een moslimvrouw alleen met een moslimman trouwen; niet-moslim-mannen kunnen alleen met moslimvrouwen trouwen, als zij moslim worden. Men vreest dat, als de man geen moslim is, de moslimvrouw en kinderen uit het huwelijk de religie van de man en vader zullen aanvaarden. Toch komen er veel huwelijken voor - een op tien? - waarbij de vrouw moslim blijft. Een moslimman mag wel een christin trouwen, omdat volgens islamitische rechtsgevoelens kinderen uit een gemengd huwelijk niet anders dan moslims kunnen zijn en de verwachting is dat de vrouw overgaat tot de islam, wat lang niet altijd geschiedt. Wie toch een gemengd huwelijk begint moet van te voren wel de kosten berekenen. Partners staan vele problemen te wachten wegens verschil in religie en gewoonten. Realiseren Kerk en Moskee zich wat de gevolgen zijn van het feit dat door de vele gemengde huwelijken christendom en islam steeds inniger op elkaar betrokken worden? 7)

 

Noten bij vragen en antwoorden van Oefening 39, 834-847, verwijzingen naar lectuur
1. De Evangelisch-Lutherse Kerk volgde in 1922 de Doopsgezinden die de vrouw tot het ambt toelieten in 1905 en van de Remonstranten in 1915. De Ned. Hervormde Kerk, die hiermee 85 jaar (1892-1977) worstelde, schafte in 1977 alle beperkende bepalingen voor vrouwelijke ambtsdragers af. De Geref. Kerken (syn.), die zich 62 jaar hiermee bezighielden (1923-1985), besloten in 1966 tot openstelling van het ambt voor de vrouw, dat zij in 1970 effectueerden omdat zij de visie van andere kerken wilden laten meewegen. Zij hieven in 1985 alle beperkende bepalingen in het functioneren van vrouwelijke ambtsdragers op, vgl. K.K. Lim, Het spoor van de vrouw in het ambt, 2001, p. 283-291.

 

2. Jan Lambrecht acht het bij 1 Kor. 14:22b-36 toch “beter de paulinische authenticiteit van deze tekst te aanvaarden en gewoon te erkennen dat hij problemen oproept.”, ICB-2, p. 1888. Toch valt het op dat Paulus in 1 Kor. 11:5 klaarblijkelijk het profeteren van vrouwen aanvaardt.

 

3. Zie over de rechten van de mens en de dertig artikelen mijn Godsleer, mensleer en zondeleer, Dogm. deel 3A, p. 428-440. In 2009 ondervonden Roma discriminatie in Tjechië, Hongarije, Polen, Griekenland, Slowakije, Bulgarije en Roemenië, en Afrikanen op Malta, in Ierland, Italië, Spanje, België, Nederland, Frankrijk, en Turken in Nederland, Denemarken en Duitsland. Volgens het EU-bureau voor de grondrechten FRA is er sprake van schokkend racisme in 27 lidstaten van de EU.

 

4. Zie over deze Verklaring uitvoerig P. Reesink, Islam en mensenrechten, in: Islam. Een nieuw geloof in Nederland, 1991, p. 142-153.

 

5. Open Doors, 7 levens; 7 geheime gelovigen die symbool staan voor vele anderen, 2009.

 

6. Vgl. Ruud Peters, Het recht – recente ontwikkeling, in: De Islam, 248-261.

 

7. J.S. Nielsen en J. Slomp, Huwelijken tussen moslims en christenen, in: P. Reesink, Islam, p. 122-141.

 

Eerbeek Jan, Een misdadiger is meer dan zijn delict, Ark Media 2009.

 

Hoven Marcel ten (red.), De lege tolerantie. Over vrijheid en vrijblijvendheid in Nederland, Boom, Amsterdam 2001.

 

Houten Maaike van, De nieuwe schoolstrijd, in: Trouw 18 november 2009, De Verdieping, 22-23.

 

Kohlbrugge Hanna, Confrontatie met de Islam. Ismaël, Israël en wij, Voorhoeve, Den Haag 1980.

 

Lim K.K., Het spoor van de vrouw in het ambt. Een historische studie naar de openstelling van het ambt voor de vrouw in de Evangelisch-Lutherse Kerk van het Koninkrijk der Nederlanden, de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland, Kok, Kampen 2001 (diss. TUAP).

 

Peters Ruud, Het recht - recente ontwikkelingen, in: Islam, norm, ideaal en werkelijkheid, 2000, p. 248-261.

 

Reesink P. (red.), Islam. Een nieuw geloof in Nederland, ‘s-Hertogenbosch 1991.

 

Sap Jan Willem, Wegbereiders der revolutie. Calvinisme en de strijd om de democratische rechtsstaat, Wolters-Noordhoff, Groningen 1993, 130-133.

 

Sultan Wafa, A God who hates: The Courageous Woman Who Inflamed the Muslim World Speaks Out Against the Evils of Islam, 2009. (vgl. Herman Veenhof, Allah als monster, ND 21 nov. 2003; zij beschouwt na de moord op haar docent Yousef al-Yousef de islam als wortel van alle kwaad en komt daarmee in strijd met de vrijheid van godsdienst).

 

Todt Heinz Eduard, Equality, in: The Encyclopedia of Christianity, Vol. 114-117, Eerdmans-Brill 2001.

 

Waaldijk C. (inleiding), Grondwet. Tekstuitgaven Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden, Koninklijke Vermande BV, Lelystad 1991.

 

Oefening: 35 | 36 | 37 | 38 | 39