Oefening: 35 | 36 | 37 | 38 | 39

 

Gesprekken II - Oefening 38 (806-826)

Hoe wilt U dat wij met onze aanleg, talentstukken en geestesgaven omgaan?

1. Gesprek als gebed. (806-808)

 

806. Vader, hoe beheren wij het goed dat U ons toevertrouwde?
Vermenigvuldig ijverig uw talenten, ponden en charismata.
Ik zal u dit vergelden door mijn Zoon bij zijn wederkomst, Mat. 6:1-8; 19:11-30; 25:14-30; Luc. 19:11-26.

 

807. Wat bedoelt U met talenten en ponden?
Ik vertrouw u mijn openbaring en verbond, Koninkrijk en Kerk, kinderen en loopbaan, weldaden en charismata toe als opdrachten om Mij daarmee te eren en Kerk en samenleving tot nut te zijn, Mat. 5:13-15; 31:33-46; 1 Kor. 3:5-22; 4:1-5

 

807. 1. Houdt U ook rekening met ieders aanleg?
Soms behaagt het Mij iemand meer te geven naar zijn aanleg, Mat. 25:14-30, dan weer geef Ik ieder evenveel, Luc. 19:11-27. In beide gevallen vraag Ik allen rekenschap van wat zij ermee deden.

 

808. Wat moeten we verstaan onder vrucht en charismata?
Ik schenk u, als u als ranken verbonden blijft met de Wijnstok, de vrucht zoals liefde en blijdschap, Joh. 15:1-16; Gal. 5:22.
Ik rust u toe met geestesgaven tot opbouw van mijn gemeente en met als doel dat mensen wint voor mijn Koninkrijk, Mat. 5:14-16; 8:5-13;10; 28:18-20; Mc. 4:1-24; Luc. 9-10; Hand. 2; Rom. 1:16-17; 10:5-13; 1 Kor 12-14.

 

808.1. Barmhartige, U houdt toch rekening met onze traagheid?
Ik ken deze maar al te goed! Weet u hoe klein mosterdzaad is?
Als u met het geloof zo klein als dit zaad verwacht dat Ik bij machte ben alle weerstanden te overwinnen, zult u meer verrichten dan u kunt vragen of beseffen, Mat. 17:14-20; Ef. 3:14-21.
2. Verschilt aanleg van talent en vrucht van charisma? (809-811)

 

809. Welk onderscheid is er, leraar, tussen aanleg en talent(stuk)?
Aanleg betekent geschiktheid of knobbel voor een beroep of hobby. Talent (= talentum, hoog bedrag) betekent in de bijbel wat de Eigenaar aan ons toevertrouwde zoals zijn verbond, kinderen of geestelijke en materiële rijkdom. Daarbij houdt Hij rekening met ieders bekwaamheid (= kata tèn idian dunamin), Mat. 25:15. In de gelijkenis van tien ponden gaf Hij ieder hetzelfde, maar ook daar verwachtte Hij dat dienaren deze vermenigvuldigden, Luc. 19:11-27.

 

810. Betekent talent in het NT iets anders dan in ons spraakgebruik?
Ja, talent als toevertrouwd bezit is iets anders dan de begaafdheid en bekwaamheid van schilders, voetballers, predikers enz. Om ieder misverstand af te snijden brengen we het verschil tot uitdrukking door de talenten in de bijbel talentstukken te noemen. Daaronder vallen verbond en verkiezing, evangelie en Kerk, vruchtbaarheid en kinderen, bijbel en confessie, materiële of geestelijke rijkdom. Beheerders dienen deze te ‘vermenigvuldigen’ voor hun Heer.

 

811. Wat is het verschil tussen vrucht en charisma?
Jezus gebruikt de term vrucht (karpos) voor wat groeit aan de ranken (= christenen) die hun sappen ontlenen aan Hem als de wijnstok, Joh. 15:1-17; Mat. 22:33-44. Hij noemt vooral liefde en blijdschap. Paulus gebruikt ook de term vrucht voor vele geestesgaven van heiliging die ieder christen kan ontvangen, Gal. 5:22. Daarnaast kent hij pneumatika (‘geestelijkheden’) of charismata (‘genadegaven’) of toerustingsgaven zoals kennis en genezingskracht om de gemeente te bouwen en het evangelie uit te dragen, 1 Kor. 12:1-11.
3. Zijn talentstukken, vrucht en charismata van belang? (812-815)

 

812. Gaat het, leraar, bij het gebruik van gaven om randzaken?
Neen, om kernzaken. Wij gaan al of niet Gods Koninkrijk binnen door het al of niet woekeren met onze talenten en al of niet vruchtbaar zijn voor Hem. Roeping en vruchtbaarheid bepalen onze loopbaan tot en met hemel en hel. Toegerusten, die geen vrucht voortbrengen, blijven buiten zoals Bileam, Num. 24:4; koning en profetenmoordenaar Saul, 1 Sam. 19:23-24, Judas, apostel en verrader, Joh. 17:12b.
Er zijn ook in onze tijd pseudo-verkondigers, Mat. 7:22-23; 24:11; 2 Kor. 11: Gal. 1-4; 1 Joh. 4. Wie bergen verzet zonder liefde, maakt indruk maar is een galmend bekken en schelle cimbaal, 1 Kor. 13.

 

813. Verkondigde Jezus dat Hij verspillers te gronde richt?
Ja, dat deed Hij in de gelijkenis van talentstukken, Mat. 25:14-30, en ponden, Luc. 19:11-27. Hij neemt als Koning-Rechter het door Hem aan zijn dienaren toevertrouwde af, indien zij dit in de grond stoppen of in een doek opbergen en niet tot bloei brengen en werpt hen in de buitenste duisternis, Mat. 25:24-30. Hij sluit de deur van zijn Koninkrijk voor slechte slaven, Mat. 24:45-52. De Bruidegom sluit de deur van de feestzaal voor dwazen die zich niet voor Hem voorbereid hebben en geen olie van liefde in de lampen deden, Mat. 25:1-13. Hij laat het van ons afhangen of wij zijn Koninkrijk beërven en beloont rijkelijk allen die zich daarvoor inzetten, Mat. 25:4-10; 14-23; Luc. 19:11-19; Hebr. 6:10.

 

814. Bepaalt Hij door talentstukken en vrucht onze levensloop?
Ja, Hij riep Paulus en schonk hem als talentstukken het evangelie en apostelschap en als vrucht vurige liefde en lijdensbereidheid. Hij rustte hem toe met charismata van onthouding, openbaringen en profetie, wondermacht, glossolalie en schrijven, Hand. 9:1-30; 1 Kor. 7:1-7; 2 Kor. 11-12. Zo bepaalde Hij de loopbaan van minsten en prominenten, van Athanasius en Augustinus, Constantijn de Grote en Karel de Grote, Luther en Calvijn, J.S. Bach en G.F. Händel, Jeanne d’Arc en Florence Nightingale.

 

815. Hoe leert de Geest ons dit alles te gebruiken?
Hij maakt ons door verlichting, kerkleden en catecheten bewust van onze aanleg, talentstukken en charismata. Hij leert ons zelfbeperking en zelftucht en geeft niet ieder dezelfde of evenveel gaven. Hij leert ons dat we roepingen, die niet overeenkomen met onze aard en waarvoor we geen geestesgaven ontvingen, mogen afwijzen om ons des te ijveriger te concentreren op wat wij kregen, 1 Kor. 12. Zijn gaven zijn eerstelingen van de oogst en beloften van verrassingen, Deut. 26:1; 28:4; Rom. 8:23, en het zegel dat wij eeuwig Gods eigendom zijn, 2 Kor. 1:21-22; Ef. 1:13; 4:30. Gaven van toerusting gaan voorbij, de vrucht blijft eeuwig; de strijdende Kerk behoeft beide voor haar bloei, 1 Kor. 12-14.
4. Hoe benutten we in kringen het ons toevertrouwde? (816-819)

 

816. Hoe gebruiken christenen hun gaven in studentenkringen?
Zij wijden zich toe aan de HEER in gebed, bijbelstudie en getuigenis om wetenschappers voor Hem te winnen. Toen in de 19e eeuw de wind van het rationalisme woei, organiseerden na gebed in 1874 zeven studenten in Cambridge voor hun universiteit een samenkomst. Daarin gaven 200 studenten te kennen dat zij door de HEER waren aangeraakt. Hieruit groeide een beweging onder leiding van John Mott en Robert Wilder, waaruit voortkwamen de Wereldraad van kerken, 1948, en de Nederlands Christelijke Studentenvereniging, die bloeide tussen de wereldoorlogen. Sinds 1947 (Nederland: 1959) is met vrucht werkzaam de International Fellowship of Evangelical Students (= IFES) met als hart gebed, bijbelkring, getuigen en trouw aan het belijden. 1)

 

817. Hoe benutten wij het ons toevertrouwde in zakenkringen?
Een cursus spiritualiteit op de werkvloer dient vormende waarde te hebben en meer dan de hoop op stijgende winst of compensatie voor de harde omgeving. 2) Bijbelse spiritualiteit houdt in dat deelnemers leren met roeping en collegiaal te werken en maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Ieder dient tot zijn recht te komen en rekening te houden met het belang van de ander, ook dat van de klant. Bij conflicten is het nodig door schulderkenning zich met de ander te verzoenen en gestoorde relaties te helen. De Kerk is een lichaam met vele leden, heeft een hoofddirectie, winstdoel van Gods eer en is gegrond op verzoening; zij kan tot model staan voor school en bedrijf, 1 Kor. 12:12-30; Ef. 4:1-16.

 

818. Hoe tonen zorgverleners vrucht?
Van de half miljoen dementen in 2040 vertoeft een op de drie in een zorginstelling.3) Mantelzorgers en zorgverleners stuiten op stemmingen van patiënten: boosheid, achterdocht, tegendraadsheid, ontstemming en lusteloosheid; zij dienen hulpvaardigheid, geduld en barmhartigheid uit te stralen in navolging van Jezus, die onze kwalen op zich nam, Mat. 4:21-25; 8:21-27; 1 Kor. 13. “Gelukkig zij die barmhartig zijn, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.”, Mat. 5:7.

 

819. Hoe schiften we ware van valse uitingen?
Het modernisme beschouwde godsdienst als achterhaald, het emotionele postmodernisme maakte ruimte voor ervaring met een godheid, welke dan ook. 4) Onze Heer toetst ware en valse profeten aan hun vruchten, Mat. 7:15-23. Paulus hanteert als criterium de belijdenis dat Jezus Messias en Gods Zoon is. “Niemand kan zeggen: ‘Jezus is Kurios’ tenzij onder invloed van de Heilige Geest.”, 1 Kor. 12:3b. De eerste brief van Johannes verbindt de kennis (en verloochening) van de Zoon met die van de Vader en de rechte leer met de rechte praktijk, 1 Joh. 3:23; 3:1-10. Wie met de Ware verbonden is, kent Hem en blijft in Hem, heeft eeuwig leven en schuwt corruptie en ongerechtigheid.
5. Staat onze oude Adam het vruchtdragen in de weg? (820-822)

 

820. Remt de erfzonde ontplooiing van talentstukken en charisma?
Ja, luiheid staat het vermenigvuldigen van talentstukken in de weg; traagheid verhindert vrucht dragen; afgunst, ruzies en partijschappen maken de Heilige Geest bedroefd. De dwarse natuur begeert tegen de Geest in zodat wij niet doen wat wij zouden willen doen, Gal. 5:16-25. Christenen zouden meer vrucht gedragen hebben, als zij krachtiger hun dwarse natuur bestreden zouden hebben en sterker verbonden waren geweest met de Heer. De troost dat hun Middelaar alle schulden van traagheid bedekte en voor hen pleit om vergeving mag hun waakzaamheid niet doen verslappen.

 

821. Oefent de Heilige Geest de heerschappij in Gods kinderen?
Ja, Hij staat aan het stuur en helpt hen om slinkse praktijken te verfoeien, Rom. 8:1-17. “Zij die Christus Jezus toebehoren, hebben de zondige natuur gekruisigd met zijn harstochten en begeerten. Als wij leven door de Geest, laten we ons dan ook gedragen volgens de Geest. “, Gal. 5:24-25. “Maar u leidt geen zondig leven meer, maar leeft in de Geest, omdat de Geest van God in u woont.”, Rom. 8:9. “Allen die zich laten beheersen door Gods Geest zijn kinderen Gods.”, 8:14.

 

822. Vinden er botsingen plaats over heiliging en toerusting?
Ja, er zijn er die de erfzonde onderschatten; deze remt christenen bij het vermenigvuldigen van talentstukken en charismata. 5) Tegenover hen staan zij die Gods herscheppend en toerustend werk in gelovigen onderwaarderen. Paulus zou volgens hen vijfentwintig jaar na zijn bekering nog steeds van zichzelf zeggen: “Maar ik, ik leid een zondig leven, verkocht als ik ben aan de zonde. Ik begrijp mijn eigen daden niet. Ik doe immers niet wat ik wil, maar wat ik verafschuw.”, Rom. 7:14-15. Dit geschil hangt ook samen met een andere kijk op de charismata. Wie een stopstreep trekt bij de apostolische tijd, neigt ertoe minder rekening te houden met toerustingsgaven dan hij de lijn doortrekt van hun tijd naar het heden, Oef. 23.
6. Wat leert de islam over heiliging en geestesgaven? (823-826)

 

823. Kent, leraar, de koran de Heilige Geest?
Deze kent minstens drie sporen van de Geest: in de schepping, in Jezus en in de bijbel. Allah blies in Adams lichaam de adem of geest in, s. 32:7-9. Jezus is de messias, omdat deze Gods Woord (Kalam) is dat Hij richtte tot Maria en een G(g)eest bij Hem vandaan, s. 4:171; hij bezit de geest van heiligheid en is een toonbeeld van goedheid en edelmoedigheid, zachtmoedigheid en vroomheid en bron van zegeningen, s. 2:87b; 2:253b; 5:110. God heeft ook neergezonden de bijbel. “Zeg: wij geloven in God en wat op ons is neergezonden en wat op Abraham, Isaak en Jakob en de stammen is neergezonden en in wat aan Mozes, Jezus en de profeten is gegeven van de kant van hun Heer. Wij maken geen enkel verschil tussen hen en aan Hem hebben wij ons overgegeven.”, s. 3:84. Wel wordt in latere soera’s gezegd dat een groep joden en christenen de bijbel verdraaid heeft, s. 3:78, maar de weg naar het lezen van de bijbel is niet afgesneden.

 

824. Wat is het probleem in de koran dan?
Deze kent niet de heilsfeiten van kruisiging, opstanding, hemelvaart en uitstorting van de Heilige Geest en daarom ook niet de verlossing en wedergeboorte van de ontaarde mens. De koran stelt dat joden dachten dat zij Jezus gekruisigd hadden, maar zij hebben hem niet gedood s. 4:153-162; 171-172. Volgens sommigen zou men het lichaam van een ander aan het kruis gehangen hebben (Simon van Cyrene? Judas?). Allah zou hem levend in de hemel opgenomen hebben, vanwaar hij zal terugkeren kort voor het eind der tijden om de antichrist te verslaan, zijn volgelingen tot de islam als de ware godsdienst te brengen en een rijk van vrede en voorspoed te stichten. Daarna zou hij sterven en opgewekt worden op de oordeelsdag. 6)

 

825. Hoe streeft de moslim naar een deugdzaam leven?
Hij vindt steun in Allah, Barmhartige Erbarmer en Almachtige in zijn strijd tegen het kwaad, ook in zichzelf: de grote jihad. Hij heeft de Koran als leidraad voor zijn leven, die rechtstreeks uit de hemel, zonder toevoegingen of verminderingen uit de hemel zou zijn ontvangen. Hij heeft als voorbeeld de profeten, onder welke Jezus, boodschapper, getuige en dienaar; rechtschapene, levend naar Gods wil, gezegende, messias, leraar, woord en geest, maar geen wezensgelijke Zoon van de Vader. Zijn grote voorbeeld is de laatste profeet Mohammed, de betrouwbare, wiens hart door de Koran werd overmeesterd. Hij was niet zondeloos maar een voorbeeld voor de mensheid, zachtaardig en gehoorzaam aan de geboden van de Heer met een hoogstaand karakter. Er ontwikkelde zich een cultus waarin hem zoveel deugden werden toegedicht dat hij een bovennormaal mens werd. 7) Hij zag echter als voornaamste taak het uitdragen en uitleggen van de boodschap van Allah.

 

826. Waarom is het gedrag van de christen spiegel voor moslims?
Moslims lezen de bijbel meestal niet. Zij lezen wie Jezus is af uit het gedrag van christenen. Laten christenen daarom trachten hun Heer na te volgen in een voor moslims merkbaar wellevend gedrag. In zijn voorbeeld getuigt ieder van eigen sterven en opstaan met Hem, Rom. 6. Laten zij teksten doorgeven zoals Jezus’ woorden: ”Komt allen tot Mij die afgemat en belast zijn en Ik zal u rust geven. Neem mijn juk op en kom bij mij in de leer, omdat Ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart en u u zult rust vinden voor uw ziel. Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”, Mat. 11:28-29. vgl. Ps. 18:32-51.

 

Noten bij 806 tot 826 van oefening 38. Enige boeken wijzen wegen over charismata.
1. De IFES zette zich door tegen de verzuiling in en stimuleerde bijbelkringen in de CSFR, Aaldert van Soest, IFES roept student naar buiten, in: ND 14 november 2009, p. 17. Niek Tramper, IFES-Nederland viert vijftigste verjaardag. ‘Houdt vast wat u hebt’, in: De Waarheidsvriend 5 november 2009, 44, p. 12-13.

 

2. ForumC, Spiritualiteit, 2009, CW 6 november 2009. De instelling van een hoogleraar business spiritualiteit op Nijenrode zou wijzen in de richting verhoging van de productiviteit.

 

3. J. van der Wal, Zorg gevraagd, in: De Waarheidsvriend 12 November 2009, 6-7. In 2009 waren er 2,3 miljoen Nederlanders 65 jaar en ouder. Nederland telt ongeveer 325 verpleeghuizen, 960 verzorgingstehuizen en 210 gecombineerde instellingen. Bijna 20% van de mantelzorgers is overbelast; in 2040 zal naar verwachting 25 procent van de beroepsbevolking in de zorg werken. De zorg wordt onbetaalbaar en onuitvoerbaar vanwege ontbrekende zorgverleners en staat voor vier dilemma’s: kwaliteit versus kostenbeheersing, solidariteit versus individualisme, vertrouwen versus controle, bijbelse genormeerde zorg versus andere waarden.

 

4. J.H. Olthuis constateert in een vergelijkende studie tussen modernisme en postmodernisme 45 verschillen, met name over de godservaring, ‘Dancing together in the wild spaces of love, postmodernism, psychotherapy and the Spirit of God’, in Journal of Psychology , 1999 ,16 (2), 140-152. L. Floor, De Godservaring in 1 Johannes, in: Exeget(h)isch, 2001, 150-164..

 

5. Hiermee hangt samen het interpreteren van Romenein zeven en de vraag of de wonderen doorgaan. Arjan Baan verwijt Willem Meijer dat hij te weinig aandacht heeft voor Christus’ werk in de gelovigen en voor vermaningen tot een heilig leven. Meijer stelt dat Baan de bijbel anders leest dan hij. “Dat je op een ander spoor zit dan het gereformeerde komt nog sterker tot uitdrukking in je visie op Romeinen 7 en 8. “, De Waarheidsvriend, 5 november 2009, p. 10-11. Het gaat in Romeinen 7 over de mens onder de wet, de christen onder de heerschappij van de Geest herkent zich daarin wel, vgl. mijn Dogm. deel 4, p. 478-482. Het is incorrect hier termen als niet-gereformeerd en bijbelkritisch te gebruiken omdat ook heel wat gereformeerden in Romeinen zeven de strijd zien van joden onder de wet.

 

6. Karel Steenbrink, De Jezusverzen in de Koran, 2006, p. 64. De interpretatie dat niet de joden maar God hem gedood heeft vinden we bij moslims niet, wel bij A. Wessels, Islam Verhalenderwijs, 2001, p. 199.

 

7. Özcan Hidir, Het Profeetschap van Mohammed in de Koran, in: In het spoor van Jezus en Mohammed, 2008, 19-29. Vgl. over deugden HIJ-IS-ER-BIJ II, 460-465.

 

Alii E.T., Godsdienstpedagogiek. Dimensies en spanningsvelden, Meinema, Zoetermeer 2009. (Met dit handboek wil een collectief medewerkers van vijf Nederlandse universiteiten een bijdrage leveren aan de godsdienstige opvoeding. Allii is het meervoud van alius, de ander.)

 

Baan Arjan, Laten we wakker worden, in: De Waarheidsvriend, 5 november 2009, p. 10, nr. 44.

 

Berkhof H., Christelijk geloof, 1973, 1990, zesde bijgewerkte druk, 386-402.

 

Floor L., De godservaring in 1 Johannes, in: Exeget(h)isch, 2001, 150-164.

 

Meijer Willem, ‘Verander!’ geeft geen vrucht, in: De Waarheidsvriend, 5-11-2009, p. 11, nr 44.

 

Minderhoud Jan, (red.), New Age, esoterie en evangelie. Wegen en dwaalwegen in kerk en samenleving, Boekencentrum, Zoetermeer, 2000.

 

Steenbrink Karel, De Jezusverzen in de Koran, Meinema, Zoetermeer, 2006.

 

Steen Weir John, The Ulster Awakening, Banner of Truth, 2009.

 

Stoppels Sake, Voor de verandering. Werken aan vernieuwing in gemeente en parochie, Boekencentrum, 2009. (De a. bepleit een mengsel van gedrevenheid en bedrevenheid)

 

Wentsel Ben, HIJ-IS-ER-BIJ II, 2006, 456-496.

 

Oefening: 35 | 36 | 37 | 38 | 39