Oefening: 35 | 36 | 37 | 38 | 39

 

Gesprekken II - Oefening 37 (785-805)

Met welek geestesgaven rust U ons toe?

1. Gesprek als gebed. (785)

 

785. Hoe wilt U, Vader, dat wij uw Kerk en wereld bouwen?
Verwacht biddend alles van mijn Geest, Mat. 18:19-20; Hand. 1:14.
Ik zal u op voorspraak van mijn Zoon alle goede gaven schenken, die u nodig hebt, Mat. 7:7-12; Joh. 14:12-14; 1 Kor. 12:1-11.

 

785.1. Mogen wij, Vader, in Europa opwekkingen verwachten?
Wees nuchter! In het laatst der dagen zal de liefde van velen verkillen en zullen velen opstaan die u haten en u op een dwaalspoor brengen, Mat. 24:9-11; 23-28; Joh. 15:18-25.
Velen bijten al lasterend hun tong stuk van pijn, maar zij bekeren zich niet van hun slechtheid, Openb. 16:10-11.
Ik zal op uw volhardend bidden en getuigen vele gewetens raken en Satan en zijn engelen neerwerpen, Luc. 18:1-8; Openb. 12:7-11; 15; 17:14.

 

785.2. Welke troost biedt U ouders van afvallige verbondskinderen?
Ik zegen de opvoeding en gebeden van (groot)ouders en laat mijn beloften een leven lang voor hun (klein)kinderen gelden.
Ik stel kinderen zelf verantwoordelijk, sla soms een generatie over en zet mijn verbond voort met getrouwen als vitale kern van mijn volk, Jes. 1:9; 4:3-6; 6:10-13; Rom. 11:5; Openb. 14:1-5
2. Wat zijn de ambtscharisma’s? (786-789)

 

786. Maakt u, leraar, onderscheid tussen geestesgaven?
Ja, ambtsgaven dragen een ander karakter dan die van heiliging en van toerusting voor enkeling of groep.

 

787. Welke ambtsgaven gaf de HEER in het oude verbond?
Hij sprak met Mozes van aangezicht tot aangezicht, Num. 12:6-8, en presenteerde zich aan hem als Jahweh, Hij-Is-Er-Bij, Ex.3:6,14-15.
Hij gaf hem openbaringen, wijsheid en bevoegdheid wonderen te doen, Ex. 2:1-10; 3-4; 33:18-23; 34:1-35; Deut. 34:10-12; Hebr. 11:23-29. Hij deelde delen van zijn ‘geest’ uit aan zeventig oudsten als helpers bij de rechtspraak; zij loofden de HEER in tongen als voorbode en voorzegging van de uitstorting van de Geest op Pinksteren, Num. 11. Hij gaf priesters en levieten, profeten, richters en koningen openbaringen en wijsheid, krachten en wondermacht, vaak door handoplegging en zalving, Lev. 8-9; 1 Kon. 8-9.

 

788. Welke bevoegdheden gaf de HEER de Twaalf apostelen?
Hij stelde hen aan tot oog- en oorgetuigen van Jezus’ persoon, woorden en werken en zijn de hoofdbronnen van de vier evangeliën.
Hij gaf hun volmacht wonderen te doen en beademde hen in hun spreken, handelen en schrijven, Mat. 10; Joh. 15:26-27; 16:12-15.
Hij gebruikte hen om als Jezus’ vertegenwoordigers, bemiddelaars en behoeders van de geloofsschat de grondslag van zijn gemeente te leggen, om helpers en presbyters aan te stellen en om beslissingen te nemen voor heel de Kerk, Hand. 2-15, Oef. 23, 27, HIEB II, 307-319.

 

789. Wat voor ambtelijke geestesgaven schenkt Hij thans?
Hij spitst deze toe op de taak van predikant, priester, presbyter (= oudste, ouderling) of diaken (= dienaar). Hij schenkt wijsheid en vrijmoedigheid, bestuurskracht en dienstbaarheid, standvastigheid en trouw aan bijbel en leer, bereidheid tot luisteren en offeren, en vele andere krachten. Hij bevestigde hen met handoplegging als teken dat Hij hen door zijn Hand of Geest toerust voor hun taak, Deut. 34:9; Hand. 6:6; l Tim. 4:14; 2 Tim. 1:6.
3. Is Jezus Christus echt de eWat is heiliging en wat zijn heiligingsgaven? (790-791)

 

790. Is er verschil tussen heiliging en gaven van heiliging?
In de heiliging neemt God de gelovige helemaal op in zijn gemeenschap en doordringt hem met zijn Geest, Rom. 8. Daaruit komen de gaven voort zoals de vreze-des-HEREN; berouw en bekering; Godskennnis en zelfkennis; geloof, hoop en liefde; volhardend belijden, geduld en lijdzaamheid; vrede en gerechtigheid, vreugde, lof en al wat Hij nodig vindt.

 

791. Wat is vreze-des-HEREN?
Vreze-des-HEREN of jir-at-Jahweh is de combinatie van eerbied & vertrouwen. Vrees ademt eerbied voor de Heilige. Wie meemaakt dat Hij in zijn brandende toorn drie duizend Israëlieten vernietigt als straf op hun aanbidding van een stierkalf, komt diep onder de indruk van de Geduchte, Ex. 32. Ook in het nieuwe verbond is Hij dezelfde. Zo velt Hij een schrikwekkend oordeel over verachters van Christus’ verbondsbloed, Hebr. 10:19-39. De Geduchte is ook de Liefderijke, die weduwen recht doet en aan vreemdelingen liefde bewijst door hun voedsel en kleding te schenken, Deut. 10:17-22. Hij is ons vertrouwen waard. “Jahweh uw God zult u vrezen, Hem dienen, Hem aanhangen en bij zijn Naam uw eden afleggen.”, Deut.10:20. Dit gold in het privé-leven en op het publieke erf. De vreze-des-HEREN was in oud-Israël bron en grondslag van alle wijsheid en opvoeding, respect voor de mens, wetenschap en welzijn, Ps. 111:10; Spr. 9:10; Ef. 5:21 (‘ontzag voor Christus’), Sirach 1:1-30 (12 maal vrees).

 

791.1. Waarom is eerbied nodig als basis van de samenleving?
Het Westen verving de eerbied voor de HEER door respect voor mens en wetenschap. Vele geleerden weren Hem uit toespraken als ‘on-wetenschappelijk’. Zij geloven niet in Hem en vinden dat geloof het onderzoek kleurt. Het christendom pleit voor terugkeer naar eerbied voor de Heilige als grondslag van onze beschaving. De mens bestaat uit meer dan ratio en wordt door godsdienstige aandriften beheerst. Hij grijpt naar surrogaten, als hij de Ware niet dient. Humaniteit valt moeilijk te handhaven als de bron daarvan wordt aangetast en de Schenker daarvan wordt veracht of geboycot. Wacht ons niet massale verloedering in Europa als de geloofsafval blijft doorgaan? Het christelijk geloof rust niet op mythen maar op door ooggetuigen geregistreerde openbaringsfeiten. Deze dienen als waar en betrouwbaar en als bronnen van de al twintig eeuwen heersende cultuur te worden erkend. Moslims, die Allah als middelpunt van de samenleving stellen, vragen ons de grondslagen van ons leven en handelen, maatschappij en staat dieper te funderen dan in rede, nut en sociale waarden. We mogen niemand een overtuiging opdringen in een democratisch stelsel, maar de HEER heeft recht op een wettige plaats op het publieke terrein met eerbied voor Hem en de op zijn openbaring gegronde levenswijze en opvoeding.
4. Wat zijn ommekeer en geboorte van Boven? (792-794)

 

792. Wat is berouw en bekering?
Berouw is spijt dat wij de Heilige hebben beledigd en bereid zijn ons te verbeteren. Johannes de Doper en Jezus predikten ommekeer. ”Bekeert u (= meta-noeite), want het Koninkrijk der hemelen is ophanden.”, Mat. 3:2; 4:17. Het hart van Israëlieten kromp ineen, toen zij inzagen dat zij hun Koning gedood hadden. Zij riepen uit: ”wat moeten wij doen?” Daarop antwoordde Petrus: “Bekeer u, verander uw mentaliteit!”, Hand. 2:38. De bekeerde kent afkeer van zijn misstappen en inkeer en toekeer tot God. Boetvaardigheid (= poenitentia) is vaak de naam voor het proces van herstel van Gods beeld, waarin het slechte ‘ík’ afsterft en het nieuwe opstaat, Calvijn, Inst. III,3 sub 9; Heid. Cat. zo. 33.

 

792. 1. Welke wegen van ommekeer zijn er?
Er is een korte en lange boeteweg. Petrus verontrustte het geweten van zijn toehoorders met de aanklacht: ‘u bent moordenaars van de Messias!’ Zij schrokken tot in hun voetzolen, maar hij heelde hun schrijnende wonden terstond met het medicijn van vergeving op boete, Hand. 2:14-40; 3:1-26. Velen geven de voorkeur aan de korte boeteweg, omdat aan de Tien Geboden de verlossing voorafgaat en omdat bekering en geloof vruchten zijn van Gods Geest.
De lange boeteweg omvat een meer geleidelijk proces van wetsprediking en gewetensappèl, schrik voor Gods oordeel, schuldbesef en berouw, smeken om genade, evangelieverkondiging en geloof. Bekering wordt verbonden met de aanklagende wet en ellende, en geloof met het evangelie zoals bij Luther en J. Edwards en verwante groepen, vgl. Rom. 1:18-3:20 (strafbare zondaars); 3:21-27 (verlossing); 4-6 (geloof, bekering). Er is ruimte voor beide wegen naar gelang van noodzaak en situatie, maar de lange weg mag niet tot vertwijfeling leiden, de korte niet tot oppervlakkigheid. 2)

 

792.2. Wat is dagelijkse bekering?
De bekeerde strijdt levenslang tegen resten van slechtheid, Rom. 6. De verblinde David kreeg pas door dat hij een echtbreker en moordenaar was, toen Natan zijn ogen daarvoor opende, 2 Sam. 11-12. Petrus, die een nacht tevergeefs had gevist, wierp op Jezus’ bevel met kleingelovige tegenzin zijn netten opnieuw uit; toen deze volstroomden, beleed hij dat hij Hem had onderschat: ”ga weg van mij, Heer, ik ben een zondig mens!”, Luc. 5:8. Hij weende bitter, toen de haan hem zijn zelfoverschatting openbaarde, Mat. 26:69-75.

 

793. Wat is wroeging ten dode?
De mensenhandelaar Judas kreeg spijt over zijn verraad van onschuldig bloed. Harteloze leiders hielpen hem niet, toen hij zijn gepijnigd geweten luchtte. Daarop voltrok hij zelf zijn doodvonnis, Mat. 27:1-10; Hand. 1:15-26. De Heer zei dat het beter geweest was als deze verdoemde nooit geboren was, Mat. 26:24; Joh. 17:12. Er is spijt die niet tot (de bede om) genade leidt, maar tot de dood. De mens vol wroeging wentelt zich rond in zelfverwijt als voorportaal van de hel. Dit noopt ons judastrekken in ons zelf op te sporen. We kunnen als gedoopte en ambtsdrager, die in de nabijheid van de Heer verkeerde, Hem verraden en verhandelen voor eigen belang of uit teleurstelling over misplaatst idealisme.3) Wie zich door Satan laat inpalmen, mist bekeringskracht en eindigt in de poel van wanhoop.

 

794. Waarin verschilt de bijbelse wedergeboorte van reïncarnaties?
De vlam van Gods liefde slaat eenmaal in het koele hart en wekt leven door geboorte-van-boven, Joh. 3:1-13. Dit leven bruist in de heiligen tot en met en na hun opstanding. Hun ziel gaat niet over in een onafzienbare reeks wedergeboorten in lichamen van dieren, planten of mensen zoals het Hindoeïsme leert, maar wordt verenigd met hun lichaam. Zij smelten niet samen met de godheid, hun bewustzijn wordt niet uitgedoofd, maar zij leven bewust verbonden met de Drie-enige op de vernieuwde aarde.
5. Wat zijn liefde en trouw, geduld, lof en zelfbeheersing? (795-799)

 

795. Wat is de drie-eenheid geloof, hoop en liefde?
De gelovige houdt voor waar wat de HEER zegt, vertrouwt en gehoorzaamt Hem, Oef. 36. Hij is vol hoop gericht op de vervulling van Zijn verrassende beloften, Rom. 5:3-5; 8:18-39. Liefde (agapè) is de meeste of voornaamste van de drie, 1 Kor. 13:13. Zij is de band van de volmaaktheid, Kol. 3:14. Wie lief heeft hoopt en geeft, heelt en bouwt, is vriendelijk en zachtmoedig, barmhartig, nederig en geduldig, bereid tot vergeving en dienst aan de gemeenschap, Mat. 5:1-17; 1 Kor. 13; Gal. 5:22; Kol. 3:12-17.

 

796. Wat is trouw aan de Getrouwe en zijn waarheid?
De waarheidsgetrouwe wordt altijd aangevochten, ook en juist binnen de Kerk, Joh. 8:31-59; 1 Joh. 2:18-26; 2 Tim. 3:1-17; 4:1-5. Als daarin een dwalende meerderheid de toon aangeeft, voert hij een zware strijd om stand te houden en vast te houden aan de leer der apostelen, Hand. 2:42, Oef. 3, 4; 33, 34. Vele leugenaars trachten vele kerkleden en predikanten op een dwaalspoor brengen en velen van het geloof doen afvallen. Onrecht zal toenemen; de liefde van velen, ook voor het belijden van de Kerk, zal verkillen, maar wie tot het einde in liefde en waarheid volhardt, zal gered worden, Mat. 24:10-13; 1 Tim. 4:10; 2 Tim. 2:12; Jak. 1:12; 5:11.

 

797. Wat zijn tolerantie, vrede en gerechtigheid?
Tolerantie of geduld vindt zijn grond niet in onverschilligheid voor de waarheid maar in de noodzaak de straf over goddelozen uit te stellen tot het jongste gericht, Mat. 13:24-30; 36-43, Oef. 2. Wie voortijdig ingrijpt, loopt gevaar ook rechtvaardigen uit te rukken; het zaad heeft tijd nodig om te rijpen; lijdzame verdragen kwaden in navolging van Christus, 1 Pe. 3:13-22; 4:1-6. Vrede door verzoening met God, Rom. 5:1, kan een wig drijven tussen gezinsleden, Mat. 10:34-39. Voorzover het in hun macht ligt is het de taak van christenen in vrede met allen te leven en de vergelding over te geven aan de Rechter, Rom. 12:18-21. De vrede van het messiaanse rijk heeft als tweeling gerechtigheid, Jes. 9:1-6; Rom. 6. “Zoekt eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijgt u alles – welzijn en voedsel - erbij.”, Mat. 6:33; vgl. 6:19-34.

 

798. Hoe vermeerderen we lof, vreugde en dank ?
Gods goedheid is dagelijks onze lof waard, Ps. 103; 136; Ef. 1:3-14. Jezus belooft zijn ranken met zijn vreugde te vervullen om hun vreugde volkomen te maken, Joh. 15:11. Hij roept vervolgden op blij te juichen over het komende loon, Mat. 5:12. Gelovigen worden aangespoord God te danken in psalmen en liederen voor hun voorspoed, Kol. 3:16-17. “De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, vertrouwen, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.”, Gal. 5:22-23a.

 

799. Waarom hebben we de gave van zelfbeheersing dubbel nodig?
Zelfbeheersing (eg-krateia) bij geldbesteding, eten, drinken en rijden is bij welvaart extra noodzakelijk. In Nederland lopen ± een miljoen lijders aan vetzucht (obesitas) het risico dat hun aderen dichtslibben, infarcten optreden en zij invalide worden of sterven. Met matig gebruik van voedsel en drank voorkomen we ziekten, met onthouding van sterke drank door bestuurders van gemotoriseerde voertuigen brokken, invaliden en doden (bewust onbeschonken bestuurder zijn =bobben).
6. Wat zijn de gaven en middelen van toerusting? (800)

 

800. Schenkt de Heilige Geest ieder een particuliere gave?
Ja, Hij houdt bij ieder rekening met omstandigheden, behoeften en opdrachten. Niemand krijgt alles, iedereen wat. Wie voor een taak geen geestesgave kreeg, mag verzoeken daarvoor weigeren. Een konijn kan niet vliegen, dus hoeft hij dit ook niet te doen. Paulus leert dat ieder een eigen gave krijgt, Rom. 12:3-8, 1 Kor. 7; 12 en 14; vgl. Ef. 4:1-16. “Ik zou wel willen dat alle mensen waren zoals ik ben (= ongehuwd), maar ieder heeft nu eenmaal zijn eigen gave, de een deze, de ander die.’, 1 Kor. 7:7. “Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest gegeven tot het welzijn van allen. Dit alles is het werk van één en dezelfde Geest, die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij dat wil.”, 1 Kor. 12: 7 en 11. “Maar aan ieder van ons afzonderlijk is de genade verleend naar de maat van Christus’ gave.”, Ef. 4:7.

 

800.1. Waartoe dienen particuliere gaven?
Zij hebben tot doel de opbouw van Kerk, Ef. 4:11-16. “Zoals ons lichaam met zijn vele delen één geheel vormt en alle lichaamsdelen, hoe vele ook, samen één lichaam vormen, zo is dit ook het geval met de gemeente als het lichaam van Christus.” “Want wij allen zijn in de kracht van dezelfde Geest tot één lichaam gedoopt en allen zijn wij doordrenkt van één Geest.”, 1 Kor. 12:12-13. Indirect dienen deze gaven ook de mensheid.

 

800.2. Met welke uitrustingsmiddelen oefenen christenen?
Zij doen dit met de onderdelen van de uitrusting van een soldaat. “Tenslotte, zoekt uw kracht bij de Heer en zijn almacht. Trekt Gods wapenrusting aan om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel…Stel u op met de waarheidsgordel om uw middel, met het gerechtigheidspantser om uw borst, met de ijver voor het evangelie van de vrede als schoeisel.
Draag steeds het geloofsschild, waarmee u alle brandende pijlen van de boze kunt doven, de heilshelm en het Geesteszwaard, dat is Gods Woord. Bid en smeek in de Geest bij elke gelegenheid en op allerlei wijzen. Houd daartoe nachtwaken, waarbij u met volharding God smeekt voor alle heiligen.”, Ef. 6:11,13-18.

 

800.3. Kunnen we leraar, toerustingsgaven ook indelen?
Er zijn gaven van expressie en lyriek, 801; wijsheid en kennis, 802; dienstvaardigheid en kracht, 803. In het NT wordt veel meer aandacht geschonken aan de vrucht dan aan toerustingsgaven; de eerste is blijvend, de laatste zijn voorlopig en instrumenteel.
7. Wat zijn de uitingsgaven of lyrische gaven? (801)

 

801. Welke uitingsgaven, leraar, kent de bijbel?
Daartoe horen tongentaal, vrijmoedig getuigen, profetie, zang en muziek, onderscheiden van geesten en strijd tegen boze geesten.

 

801.1. Wat bedoelde Jezus met de tongentaal?
Hij bevestigde voor oor en oog dat Hij verhoogd was, Hand. 2:1-2; 8:14-25;10:44-48; 19:1-7, door allen te laten getuigen van Gods daden in tongentalen. De aanwezigen verstonden dit als eigen landstaal, Hand. 2:7. In dit spreek- en hoorwonder bewees Hij zijn doorbraak onder Israël. In Samaria 1) en Caesarea verzegelde Hij in tongentaal en lof de opname van leden uit een gemengde bevolking en proselieten onder Gods volk, Hand. 8:4-25; 10: 44-48. In Korinte had men bij de tongentaal een vertolker nodig om ongelovigen de betekenis uit te leggen, 1 Kor. 14. De Heer kan ook in onze tijd door tongentaal de komst van zijn Geest bevestigen, maar men mag dit niet eisen voor iedereen als het bewijs van de ontvangst van de Heilige Geest. Lucas vermeldt in alle plaatsen de komst van de Geest maar zwijgt menigmaal over tongentaal, wat nog geen bewijs is dat deze niet voorkwam, Hand. 13:53; 16:14-15.

 

801.2. Wat zijn de charismata van profetie, zang en muziek?
Profeten onthullen Gods actuele Stem tot stichting van de gemeente, Hand. 11:38; 13:2; 21:10-14; 1 Kor. 14:1-25. Zij zetten het profeetschap in Israël voort, Deut. 18:18-22. Er is verband tussen profeteren en dichten. Zacharias dichtte, vervuld van de Geest, dat Johannes harten zou bekeren voor de Messias, Luc. 1:67-79.
De Kerk heeft dichters en klokkenluiders, zieners en kenners van bijbel en tijdgeest nodig om trefzeker te reageren op uitdagingen. Paulus vuurt leden aan elkaar toe te spreken en God te loven in psalmen, hymnen en liederen, ingegeven door de Heilige Geest, Ef. 5:19; Kol. 3:16-17. De kracht van de Kerk is om door het klagende, troostrijke en juichende lied harten te raken en te winnen voor de HEER. Heiligen en engelen juichen de Almachtige en het Lam constant toe, Openb. 4:8-11; 5:9-14; 15:3-4.

 

801.3. Wat is onderscheiding van geesten en strijd tegen geesten?
In de rij charismata volgt op profetie het onderscheiden van goede en slechte geesten (= pneumata), 1 Kor. 12:10b. De kenner doorgrondt humanisten en nihilisten, hindoeïsten en boeddisten, moslims en islamisten, ‘seculoreligieuzen’ en ietsisten. Hij onderkent waar boze geesten werkzaam zijn, Oef. 3, 25, 26, HIEB II, 427-428. Zijn toetssteen bij het onderscheiden van spiritualiteiten blijft de erkenning van de Vader en zijn eniggeboren Zoon en de weigering om voor andere goden op de knieën te gaan, Deut. 13:1-5; Jer. 24-28 (tegen pseudo-profeten), 1 Kor. 12:1-3; 1 Joh. 4:1-6. De apostelen en hun medewerkers dreven boze geesten uit Mat. 10:8b; Luc. 10:17-19. De Geest kan gemeenteleden deze gave schenken, Oef. 23.
8. Wat zijn gaven van wijsheid, kunstvaardigheid, kennis? (802)

 

802. Wat zijn cognitieve gaven?
Daaronder vallen wijsheid (= chokmah, sofia), kunstvaardigheid en kennis (gnosis) als persoonlijke betrekking tussen God en mens.

 

802.1. Wat verstaat u onder wijsheid?
Wijsheid is vrucht van omgang met de HEER (vreze-des-HEREN) en kristalliseert zich in tintelende spreuken als toepassing van Gods geboden, Ps. 111:10; Spr. 9:10. Dichters stelden de Wijsheid voor als een voor alle dingen geschapen Persoon, Spr. 8. God handelde wijs in de kruisiging van zijn Zoon om door uitwissing van onze schuld de gestoorde relatie met Hem goed te maken, 1 Kor. 1:18-31-2:1-16; Rom. 11:33. Hij schenkt vertolkers inzicht om de bijbel naar zijn bedoeling uit te leggen, Ef. 1:17; Kol. 1:9; 3:16; Jak. 1:5-8, en (groot)ouders wijsheid om (klein)kinderen tactvol te onderrichten in Gods heilswerken, Ps. 78.

 

802.2. Welke kunstvaardigheden zijn thans geestesgave?
De HEER schonk Bessaleël en Oholiab de begaafdheid om ontwerpen uit te voeren voor het gerei in tabernakel en tempel, Ex. 28; 31. Hij schakelt schilders en beeldhouwers, architecten en musici in voor ontwerpen van al wat waar en edel, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, deugdelijk en loffelijk, verheffend en welluidend is, Fil. 4:8.

 

802.3. Wat is kennis (gnosis) van God en de naaste?
Wijsheid en wetenschap vallen niet samen met de kennis van God en de naaste. Een geleerde kan veel over Hem weten en Hem toch niet kennen zoals een ongeletterde weinig over Hem kan weten en Hem toch kennen. De door God gekenden staan met Hem in een intieme betrekking en hebben geen bemiddelaars nodig om met Hem het gesprek te voeren, Jer. 24:7; 31:34; 2 Tim. 2:19b. Zij beschamen meer ontwikkelden om hun godsgemeenschap, Ps. 42; 62; 63; 73. Jezus riep succesvolle evangelisten op zich te verheugen dat hun namen staan opgetekend in de hemel. Hij jubelde door de Heilige Geest uit: “Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U dit verborgen hebt gehouden voor wijzen en verstandigen en onthuld hebt aan eenvoudigen. Ja, Vader, zo hebt U het goedgevonden. Alles is Mij door de Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon dan de Vader en niemand kent de Vader dan de Zoon en aan wie de Zoon dit van plan is te onthullen.”, Luc. 9:21-22.
9. Wat zijn gaven van kracht en dienstbaarheid? (803-805)

 

803. Wat zijn krachtgaven?
Daaronder verstaan we de volmachten van de Twaalf apostelen en hun medewerkers en het bergen verzettend geloof van gelovigen.

 

803.1. Wat zijn volmachten?
Jezus rustte de Twaalf toe met bevoegdheden om zijn opdracht als oog- en oorgetuigen uit te voeren voor de wereldkerk. Zij konden genezingen verrichten, boze geesten uitwerpen en doden opwekken, Mat. 10:8; Luc. 9:1-6; 10:1-19; Hand. 2-28. Latere ambtsdragers kregen niet de bevoegdheden waarover de Twaalf beschikten. De Kerk trekt geen stopstreep bij de Twaalf, omdat het werk van de Geest doorgaat, maar een stippellijn omdat de apostelen uniek waren.

 

803.2.Wat zijn gaven van genezing en uitwerping?
Er is sprake van een meervoud van charismata-van genezingen, 1 Kor. 12:9, 30. Dit kan slaan op gevariëerde therapieën voor ziekten of op de som van de gave van iedere ontvanger afzonderlijk. Genezingsgaven worden schaars vermeld, Mc. 16:17-18; 1 Kor. 12:10, 29, maar hebben grote betekenis; het herstel van lichaam en ziel is een teken van zijn Koninkrijk, Oef. 23. Jezus, die de apostelen het charisma van uitdrijving van boze geesten gaf, Mc. 1:21-24; Luc. 10:17, kan deze ook nu schenken in de strijd tegen Satan en zijn demonen met de wapenen van Woord, Geest en gebed, Ef. 6:10-20.

 

803.3. Wat zijn particuliere beheersingsgaven?
De Heer schenkt menige ongehuwde zelfbeheersing om zich volledig aan Hem toe te wijden, 1 Kor. 7:8-9; 25-35. Wie deze gave niet ontvangt, heeft de roeping een huwelijk met een gelovige aan te gaan, indien God de gelegenheid daarvoor geeft. De Geest geeft de partners voor het huwelijksverbond charisma’s als inschikkelijkheid en beschikbaarheid, trouw en offerbereidheid, 1 Kor. 7:1-7; 10-39.

 

803.4. Wat is geloof dat bergen verzet?
De Heer stelt ons voor uitdagingen van hongersnoden en tsunami’s, verkilling van liefde en massale geloofsafval. In die gevallen is een bergen-verzettend geloof nodig om de zwarigheden aan te pakken en te boven te komen. Ons wenken voorbeelden, die ondanks twijfel en moedeloosheid, door hun geloof in de Almachtige zegevierden in de zwaarste ondernemingen, Hebr. 11. Tegen de Twaalf, die de genezingsgaven bezaten, maar een lijder aan toevallen niet konden genezen, zei Jezus dat, als zij een geloof als een mosterdzaad hadden, voor hen niets onmogelijk zou zijn, Mat. 17:14-21.

 

803.5.Wat zijn gaven van dienstbaarheid?
Dienstbetoon kan bestaan in ijver voor gerechtigheid en waarheid, gemeenschapszin en (mantel)zorg, Rom. 12:7. Zoals officieren, matrozen en vaklieden een schip bemannen, zo zijn er stuurlui nodig om het kerkschip op te tuigen en vaart te geven. Zij maken zich als herders dienstbaar aan de kudde van de Herder die zijn leven gaf voor zijn schapen en hun voeten wies, Joh. 10:1-30; 13:1-17.

 

804. Hoe combineren we gebruik van talenten en geestesgaven?
Naar ieders aanleg (= knobbel) vertrouwt de Heer gelovigen talentstukken toe zoals de bijbel, het verbond, kinderen. Hij leert ieder geestesgaven te ontdekken en te benutten. Knobbel, talent en charisma vloeien soms optimaal en maximaal samen zoals bij J.S. Bach, Oef. 38.

 

805. Zijn er die niet rijp zijn voor het gebruik van toerustingsgaven?
Ja, het ene lichaam kent soorten leden en groeiprocessen, 1 Kor. 12. Gerijpte leden mogen onervarenen op weg helpen naar meer rijkdom door hen het gebruik en de ontwikkeling van gaven te leren, Oef. 38.

 

Noten en boeken bij 785-805. Wie meer wil weten over dit thema, raadplege Oefening 38.
1. Samaria, Caesarea en Efeze zijn geen bewijs voor de tweeërlei doop – een van wedergeboorte en een van heiliging of kracht - maar goddelijke bezegeling van het heilshistorisch gebeuren van invoeging van gemeenten bij die van Jeruzalem. Vgl. J.G. Byun, Het ontvangen van de Heilige Geest door de Samaritanen, in: Exegethisch, 2001, 42-60.

 

2. Calvijn koos de korte weg omdat boetvaardigheid niet bestaan kan zonder geloof en het proces van afsterven en opstaan opkomt uit de vreze-des-HEREN, Inst. III, 3, 4-6. Volgens H Bavinck hoort de volledige behandeling van de bekering niet thuis in de leer der ellende/verlossing maar in die van de dankbaarheid, Magnalia Dei, 490.

 

3. Bert Aalbers, auteur van een dissertatie over Judas, noteert: “Echt doorgronden doe je hem niet. En misschien is dat ook wel de bedoeling. Het gaat er immers om dat ons in Judas een spiegel voorgehouden wordt. Opdat wij onszelf in hem herkennen zullen. En wanneer dat gebeurt, is Judas misschien toch niet zo vreemd voor ons. Wie van ons kan zijn eigen hart doorgronden?”, De ware Judas, p. 476.

 

Aalbers B., Judas, een van de twaalf. Een exegetisch-hermeneutische studie over Judas Iskariot in het Nieuwe Testament met speciale aandacht voor het fenomeen beeldvorming, 1994.

 

Aalbers Bert, De ware Judas. Nieuw licht op een duistere figuur, Kok, Kampen 2006 (met literatuuroverzicht van 487-496).

 

Byun J.G., Exegethisch. Feestbundel voor prof. Dr. J. van Bruggen, Kampen 2001, p. 42-60.

 

Heer J.M.D., De evangelische beweging, Den Hartog, Houten 2009. (Deze verwijt de aanhangers van deze beweging te weinig de afstand tot de Heilige in acht te nemen).

 

Kooi C. van der, Tegenwoordigheid van Geest. Verkenningen op het gebied van de leer van de Heilige Geest, Kok, Kampen 2006 (252 blz).

 

Wentsel B., ‘De heiliging en de volwassenheid’, ‘De toerusting met charismata’, in: De persoon en het werk van de Heilige Geest. Dogmatiek deel 4A, Kampen 1995, 459-567.

 

Wentsel Ben, U, Toeruster, Gezondene en Zendeling, in: HIJ-IS-ER-BIJ II, 466-525.

 

Oefening: 35 | 36 | 37 | 38 | 39