Oefening: 35 | 36 | 37 | 38 | 39

 

Gesprekken II - Oefening 36 (764-784)

Hoe maakt U ons tot aan U toegewijden en gave mensen?

1. Gesprek als gebed. (764-765)

 

764. Wat zijn, o verheven Vader, in uw oog heiligen?
Dit zijn mensen, die Ik afzonder, aan mijn zijde stel, doop en tot mijn kinderen maak, zodat zij zich aan Mij toewijden, Ef. 1:3-22.
Ik weet dat niet een zonder smetten is en hun toewijding variëert, maar reken hen de gave toewijding van mijn Zoon toe, Rom. 4.
Ik vorm hen door vallen en opstaan om naar Zijn beeld, opdat zij Onze heerlijkheid uitstralen, Rom. 8:29; 2 Kor. 3:17-18.

 

764.1. In welke mate is er, Heilige, tussen leden gradatieverschil?
Ik roep allen op: “Wees heilig, want Ik ben heilig!”, maar er zijn onder mijn heiligen beginners, gevorderden en martelaren, Lev. 19; 1 Kor. 1:2; 3:6-7; 1 Pe. 1:15-16; Openb. 6:9-11.
Ik ken restloos aan Mij toegewijde ongehuwden en gehuwden die vol spanningen met een ‘geheiligde’ samenleven, 1 Kor. 7:12-16.

 

765. O, Heer Jezus Christus, hoe kunnen wij U navolgen?
Wees nederig en dient elkaar in liefde, Luc. 22:14-30; Joh. 13:1-17.
Buig uw wil om naar de wil van mijn Vader en draag uw kruis als deel van zijn plan met uw leven tot uw behoud, Mat. 10:34-39.
Getuig van Mij onder familie, vrienden en als collega in uw werkkring, omdat u mijn nieuwe schepping bent, Rom. 12:1-3; 2 Kor. 5:17-6:10; Ef. 4:17-32, 5:1-2; Fil. 2:1-11; Kol. 3:1-17.

 

765.1. Zal onze navolging veel conflicten veroorzaken?
Ja, u zult tegenspraak ondervinden van ouders, broers en vrienden en om Mij gesmaad worden, Mat. 10:34-39: Joh. 15:18-27.
Draag deze en verheug u in het loon. “Zalig bent u, als men u uitscheldt en vervolgt en u van allerlei kwaad beticht om Mij. Wees blij en juich, want in de hemel wacht u een rijke beloning.”, Mat. 5:11-12.
2. Wat is de gouden keten? Wie hangt die ons om de hals? (766-769)

 

766. Kent u de manier, leraar, om aan Gods ‘goud’ te komen?
Ja, door te luisteren! Wees klankbord voor Hem die u roept door zijn Woord en Geest. Dan wordt u een vruchtbare bodem, Mat. 13. Laat Hem u aanraken en de gouden heilsketen uitreiken met de schakels van verlossing en toerusting als belofte van eeuwig goud, Rom. 8:28-30.

 

767. Schenkt Hij, leraar, aan geroepenen alle schakels tegelijk?
Meestal wel, maar Hij kan dit ook doen in delen, gescheiden handelingen en groeifasen naar tijd en behoefte. Hij schonk de twaalf apostelen ter gelegenheid van een uitzending volmacht om wonderen te doen, Mat. 10. Hij schonk honderd twintig gemeenteleden eerst geloof en bekering en in een tweede fase kracht en vrijmoedigheid om van Hem te getuigen, Hand. 2:1-12. Later op die dag gaf Hij ± 3000 geroepenen in één keer de schakels van de gouden keten: spijt en vergeving, gemeenschapszin en offerbereidheid, vreugde en lof, Hand. 2:37-47.

 

768. Hoe deelde Hij gouden keten uit in Samaria?
Hij voltrok dit in twee ingrepen. Eerst verkondigde Filippus Hem als de Messias en deed wonderen als tekenen van zijn koninkrijk; vele Samaritanen kwamen daarna tot geloof en lieten zich dopen, Hand. 8:4-13. Toen het gerucht hiervan doordrong in Jeruzalem, stuurde Hij een delegatie uit de apostelen om de toevoeging van joods-heidense Samaritanen aan de oergemeente te wettigen. Petrus en Johannes legden de gelovigen de handen op, waarbij Hij door de Heilige Geest zich openbaarde in tongentaal en profetie, Hand. 8:14-35; vgl. 10:45. Daarmee bevestigde Hij hun overgang tot de Kerk en hun eenheid in het geloof met de Pinkstergemeente in Jeruzalem.

 

769. Doet de Heer zijn werk in gescheiden akten of geleidelijk?
Hij kan dit doen in fases zoals in Samaria en Efeze. Paulus doopte hier twaalf volgelingen, eerder gedoopt met de doop van Johannes, in Jezus’ naam en legde hun de handen op, waarna zij tongentaal spraken en profeteerden, Ef. 19:1-7. Regel is dat dopelingen tegelijkertijd deel krijgen aan alle weldaden: eenheid met Christus, zijn sterven en opstaan, heiliging en toerusting, Rom. 6; 1 Kor. 12:13. We lezen nergens in de brieven van een tweede zegen of aparte Geestesdoop, wel van groei tot volwassenheid, Ef. 4:11-16.

 

769.1. Mag men aan leden voorwaarden stellen?
We mogen van ieder geloof en bekering vragen maar niemand overvragen. De geestelijke groei is het werk van de Heilige Geest. Het is aanmatigend, als we een gemeentelid niet voor vol aanzien, als hij bepaalde geestesgaven niet bezit. Het komt in zware kringen voor dat doorgeleiden van ieder uitingen van bevinding eisen om vast te stellen of iemand wedergeboren is. In sommige kringen eist men tongentaal als kenteken van de ontvangst van de Heilige Geest en ziet men gelovigen die niet aan deze eis beantwoorden niet voor vol aan. Met deze eis overschrijden we een grens en doen we tekort aan het werk van de Heilige Geest, die op zijn tijd en wijze gaven schenkt en ieder doet groeien naar eigen ontwikkeling.
3. Wat gebeurt er als de Vlam van Boven in het hart slaat? (770-773)

 

770. Wat is wedergeboorte of geboorte van boven?
Deze term wordt in drieërlei zin gebruikt. De beperkte zin ervan is dat de Geest verblinden doet zien en doden levend maakt, Joh. 3:3. Hij brengt ons als een baby Gods Koninkrijk binnen, Ef. 4:20-24; Gal. 6:11-15; Kol. 3:9-17. In bredere zin betreft het een levenslang proces, waarin de Geest gelovigen doet afsterven aan hun rebellie en opstaan in een aan God toegewijd leven, Rom. 6-8. In zeer brede zin betreft het de vernieuwing van hemel en aarde, Mat.19:28, Oef. 49-50.

 

771. Hoe wordt een geestelijk dode levend?
Kenners van Gods openbaring kunnen zo zelfingenomen en hooghartig zijn dat zij Hem zelf niet kennen. Dat was het geval met de farizeeër (= verfijnde) Nikodemus. Dit lid van de Hoge Raad leefde nauwgezet volgens de Tora en erkende Jezus als leraar van Godswege, Joh. 3:1-21. Jezus peilde zijn tekort. “Waarachtig, Ik verzeker u: alleen wie opnieuw of van boven geboren wordt, kan het Koninkrijk van God zien.”, Joh. 3:3; 3:5-7. Alleen als de Heilige door het pantser heen breekt en het harde hart vervangt door het zachte, gaat een mens Gods Koninkrijk binnen, Ez. 36:22-27; Jer. 31:33-34; 32:38-41; Joh. 1:11-13; Mat. 3:9-10; Joh. 8:42-47; 1 Joh. 2:28-29; 3:1-10; 4:7; 5:1,18. Nikodemus nam de les ter harte en werd anders, Joh.7:45-52; 19:39.

 

771.1. Hoe omschreven vroegere gelovigen de geboorte van boven?
Paulus noemde deze een herschepping, nieuwe schepping en opstanding uit de doden, 2 Kor. 5:17; Ef. 2:1-16.
De Dordtse Synode (1618/19) typeerde deze als ‘een volstrekt bovennatuurlijke, zeer krachtige en zeer tedere, wondere verborgen en onuitsprekelijke werking, niet zwakker of geringer dan de schepping of opwekking uit de doden.’, DL II/IV, a. 12, BPKN p. 210-211.

 

772. Worden we uit God geboren door geloof of tot geloof ?
Beide. God roept beelddragers, in staat om te ant-woorden, tot leven. Wie zijn roep beaamt, heeft zijn Geest al, 1 Kor. 12:3; 2 Kor. 1:20-22; Hebr. 11:6. Wij doorzien het verband tussen roeping, geloof en wedergeboorte niet. “Het Woord kwam naar wat van Hem was (= ta idia), maar wie van Hem waren, hebben Hem niet aangenomen. Overal waar mensen Hem aannamen, heeft Hij hun volmacht geschonken om Gods kinderen te worden, zij die in zijn naam geloven, die niet uit vlees en bloed, erotische drang of de wil van de man maar uit God geboren zijn.”, Joh.1:12-13; vgl. Ef. 3:9-10; 2 Kor. 3:16-18.

 

773. Bekeert de mens zichzelf of wordt hij bekeerd?
Beide is waar: “Nader tot God en Hij zal tot u naderen”, Jak. 4:8. Bekering blijft volgens het verbond onze opdracht en veronderstelt Gods werk en zijn reacties, Deut. 27-28; 2 Kron. 7:11-22; Jes. 59; Jak. 4:7-10 . De HEER vermurwt door zijn Woord en Geest harde harten en maakt geestelijk doden levend zonder ons. Hij doet allen, in wier harten Hij werkt, krachtdadig wedergeboren worden en volhardend geloven, maar verhardt hardnekkigen, Deut. 4:30; 30:2,10; Jer. 17:1-13; 31:18-19; 33-34; Ez. 18; 33; 36; Joh. 1:9-13; Ef. 2:1-10.
4. Hoe verandert de Heilige Geest ons levenpatroon? (774-776)

 

774. Wat eiste de drie maal Heilige in het oude verbond?
De titel Heilige (Hebreeuws: Qadoosj, Grieks: Hagios, Latijn: Sanctus) staat voor God in al zijn deugden, Jes. 6. Hij is Schepper en Verlosser, Roeper en Zender, Bestraffer en Bevrijder, Bezieler en Heiligmaker. Israël moet zich in zijn levenspatroon van heidenen onderscheiden. ”Wees heilig, want Ik, Jahwe uw God, ben heilig!”, Lev. 18-19. Mannen mogen met elkaar geen seksuele omgang hebben, 18:22. Ieder moet armen, weduwen en vreemdelingen bijstaan; niemand mag de naaste uitbuiten of partijdig zijn in de rechtsspraak of haat en wraak koesteren tegen zijn broeder, 19:11-17. ”U zult uw naaste liefhebben als u zelf.”, 19:18b.

 

774.1. Wat houdt ontzag voor de Heilige in voor vreemdelingen?
Israël moet hen correct behandelen, dezelfde rechten verlenen, ja beminnen als zichzelf; het wist van de ellende die de vreemdeling kan meemaken, Lev. 19:32-34. Vreemdelingen hebben recht op sabbatsrust om op adem te komen, Ex. 20:10; 23:12, op liefde, voedsel en kleding, Deut. 10:17-19. Zij dienen ook hun verplichtingen na te komen zoals het luisteren naar Gods Woord op Loofhutten met het volk opdat zij de HEER leren respecteren en vertrouwen en zijn gebod in acht nemen, Deut. 31:11-12. Dit komt neer op godsdienstige integratie in Israëls theocratie. Zij mogen niet aangesteld worden als koning, die dient te leven volgens Gods geboden en te lezen uit eigen ‘bijbel’, Deut. 17:14-20. Salomo bad of de HEER vreemdelingen die Hem kwamen aanbidden in de tempel wilde zegenen opdat alle volken zijn Naam zouden leren kennen, 2 Kron. 6:32-33; Jes. 59:3-8; Hand. 8:26-40.

 

775. Hoe verandert de HEER ons in het nieuwe verbond?
Hij liet de wetten over het niet eten van onreine dieren vervallen, Hand. 10; 15, maar legde wel zijn stempel op zijn volk. “Hij die u geroepen heeft, is heilig. Wees heilig zoals Hij in heel uw gedrag; want er staat geschreven: Wees heilig, want Ik ben heilig!”, 1 Pe. 1:14-15; vgl. Lev. 11:43-45; 1 Pe. 2:9-10; Rom. 1:17. Hij wil dat wij ons schikken naar zijn gebod op grond van wat Hij voor en in ons deed. Hij verwierf onze heiligheid voor ons, Joh. 17:4;1 Kor. 1:30. Hij rekent deze ons toe door het geloof, Rom. 4:23-25, en past deze op ons toe door zijn Geest, Hand. 2; Rom. 6; 1 Kor. 5:16; 6:11.

 

775.1. Wat betekent het dat Jezus Christus onze heiligheid is?
Paulus stempelde de gemeente in Korinte met ruziemakers, ex-hoerenlopers en ex-oplichters in haar midden als heiligen in Christus, 1 Kor. 1:2. Een heilige is hij aan wie God de door Christus verworven heiligheid toerekent en in wie Hij deze voltrekt. “Dank zij Hem (= de Vader), bent u in Christus Jezus, die van Godswege onze wijsheid is geworden, onze gerechtigheid, heiligheid en verlossing.”, 1 Kor. 1:30. “Sommigen van u zijn dat (= zulke booswichten) geweest, maar nu bent u schoon gewassen; u bent geheiligd, u bent gerechtvaardigd in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God.”, 1 Kor. 6:11.

 

776. Zijn christenen tempels van de Heilige Geest?
Ja, Jezus beloofde de zijnen dat zijn Vader en Hij in hen zullen wonen, Joh. 14:15-30. Paulus bevestigde dit. “Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont. Als iemand Gods tempel te gronde richt, zal God hem te gronde richten. Want de tempel van God is heilig, en die tempel bent u.”, 1 Kor. 5:16-17. “U weet het: uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest die in u woont, die u van God hebt ontvangen. U bent niet van uzelf. U bent gekocht en de prijs is betaald. Eer dan God met uw lichaam.”, 1 Kor. 6:19-20.

 

776.1. Hoe blijven christenen in de gemeenschap met de Heilige?
Zij blijven als ranken met de Wijnstok verbonden, als zij zijn opdrachten uitvoeren, Joh. 15:1-17; 14:21. Dit betekent strijden tegen zelfzucht en graaizucht, Mat. 7:13-23 (‘brede weg’), Rom 12:1-3 (‘wereld’) en omkijken naar misdeelden, verdrukten en eenzamen, Luc. 12:22-34; 18:18-30; Hand. 2:44-47; Jak. 1:26-27; 1 Joh. 3:18.

 

776.2. Hoe is het verband dan tussen heiligheid en liefde?
De HEER heeft zijn schepselen lief, scheldt hun zonden bij berouw kwijt en schenkt hun zachtmoedigheid en geduld, maar heeft ook een afkeer van bewuste kwaaddoeners, Mat. 5:1-16; Rom. 5:1-11; 1 Kor. 13; Mat. 7:15-23. Jezus typeerde in zijn zevenvoudige ‘wee u’ godgeleerden en leermeesters van zijn volk schijnheiligen, blinden en zonen van profetenmoordenaars, Mat. 23:13, 16, 31. Hij wil niet dat gelovigen een ongelijk span vormen met ongelovigen omdat er geen overeenstemming is tussen Hem en Satan, 2 Kor. 6:14-17.
5. Hoe groeien we geleidelijk naar de volmaakte liefde? (777-781)

 

777. Wie leerden dat wij volmaakt kunnen worden?
Volgens de monnik Pelagius (350/354- na 418) kan de christen door zijn vrije wil, geleid door Christus’ voorbeeld, volmaakt worden en waren er ook voor zijn komst zondelozen. Volgens de Verlichting in de 18e eeuw kan de mens met rede en geweten het kwade beteugelen en de samenleving maken, Oef. 3. Volgens John Wesley (1703-1791) krijgt de christen na Gods aanraking in de rechtvaardiging een tweede zegen van heiliging, zodat hij volmaakt kan liefhebben, vgl. 1 Joh. 4. Allerlei heiligingsbewegingen gaan op hem terug.

 

777.1. Wat zijn de bezwaren hiertegen?
Pelagius en de Verlichting gingen mank aan de onderschatting van het kwaad en deden geen recht aan Christus’ werk voor ons en in ons. De mens kan met zijn ‘rede’ de natuur niet de baas; al onze inspanningen om Gods wet te vervullen lijden schipbreuk op de vijandschap tegen God, Rom. 2:1-3:1-8; 7. Door Gods genade verandert dit maar de christen blijft de strijd voeren tussen zijn zelfzuchtige Adam en de Paasmens, Rom. 6; 8; Gal. 5. “Want de zondige natuur begeert tegen de Geest in en de Geest tegen de zondige natuur; want zij zijn elkaars tegenstanders, zodat u niet doet wat u zou willen doen. Maar als u zich door de Geest laat leiden, staat u niet onder de wet.”, Gal. 5:17-18.

 

778. Wat kunnen we leren van Wesley over de heiliging?
Terecht waarschuwde Wesley dat een te zwaar accent op de rechtvaardigverklaring van zondaren kan uitlopen op goedkope genade, lijdelijkheid en gebrek aan daadkracht, 1 Joh. 4. Er gloeide een heilig vuur in methodisten blijkens hun hulp van werklozen, armen, gevangenen en alcoholici. Het Leger des heils (William Booth, 1829-1912) heeft hierin wortels net als de Pinksterbeweging. God roept ons om heilig te leven en misstanden aan te pakken.
Toch belastte Wesley de pool van de heiligheid wel erg zwaar. Kan en mag men de rechtvaardiging losmaken van de heiliging? Heeft God ons niet tot beide geroepen en is het teken daarvan niet de doop? Valt ‘volmaakbaarheid’ te rijmen met de vele vermaningen in het NT tot bestrijding van de overblijvende zondigheid?

 

779. Wat leert Jezus ons over volmaakte liefde?
“Weest dus volmaakt of onverdeeld goed (teleioi, perfecti) gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.”, Mat. 5:48. We moeten mensen in eigen kring en daarbuiten liefhebben, zelfs onze vijanden, Mat. 5:43-48. Jezus bad om eenheid van kerkleden en kerken. “Opdat zij één zijn zoals Wij één zijn, Ik in hen zoals U in Mij, opdat zij volmaakt-zijn (teteleioomenoi) tot één, opdat de wereld erkenne dat U Mij gezonden hebt en hen hebt liefgehad zoals u Mij hebt liefgehad.”, Joh. 17:23. In de bergrede, Mat. 5-7, en het hogepriesterlijk gebed, Joh.17, spoort Hij ons aan tot volmaaktheid in het liefhebben.

 

780. Wat leert de apostel Johannes over volmaakte, complete liefde?
Hij stelt volmaakt niet gelijk met zondeloos; want alleen Jezus kende geen zonde en wiste onze zonden uit; wie zijn zonden belijdt, ontvangt vergeving, 1 Joh. 1:8-10; 3:1-5. Volmaakte liefde veronderstelt volgens hem dat de uit God geborenen Hem kennen, 3:1-10, en blijven in de gemeenschap met de Vader en de Zoon. “Wie in Hem blijft, zondigt niet; de zondaar heeft Hem niet gezien en kent Hem niet.”, 3:6. “God is liefde, wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem.”, 4:16b. Door medegelovigen in onze liefde op te nemen, maken we de gemeenschap met God compleet. “Nooit heeft iemand God gezien, maar als wij elkaar liefhebben, woont God in ons, en is zijn liefde in ons tot zijn doel (telos) gekomen, vol gemaakt, volmaakt geworden (teteleioomenč, perfecta).”, 1 Joh. 4:12. Wie volmaakt liefheeft is niet bang voor zijn Rechter, 1 Joh. 4:17-18.

 

781. Wat leert de apostel Paulus over de volheid van liefde?
Hij noemt de liefde (= agapč, charitas) de blijvende en voornaamste gave, zonder welke andere geestesgaven niets waard zijn, 1 Kor. 13. De Vader vervult zijn kinderen met zijn liefde, Ef. 3:14-21, opdat zij als zijn navolgers een leven van liefde leiden zoals ook Christus ons heeft liefgehad en zich voor ons heeft overgeleverd als offergave en slachtoffer, een lieflijke geur voor God in de onderlinge omgang, Ef. 5:1-2; Ef. 5:3-33; 6:1-24. De onvolmaakte tracht te grijpen waartoe hij gegrepen is: de opstanding, premie van Gods roeping, Fil. 3:7-15.
6. Hoe volgen we Jezus in Kerk en samenleving? (782)

 

782. Wat betekent zichzelf verloochenen en zijn kruis dragen?
God kan ons opdragen een weg dwars tegen onze natuur te gaan, die in zijn plan dient tot ons behoud en verheerlijking van zijn Naam. Jezus, voorbeeld van zelfverloochening, leerde ons Hem te volgen op de kruisweg van verzoening, Luc. 22:39-42. Navolging betekent zich wegcijferen en Gods wil beamen, ook in verwerping en smaad, teleurstellingen en handicaps. “Wie zijn kruis niet opneemt en Mij niet volgt, is Mij niet waard. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het vinden.”, Mat. 10:38-39. “Als iemand achter Mij aan wil komen, laat hij dan met zichzelf breken, zijn kruis opnemen en Mij volgen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Wie zijn leven verliest vanwege Mij, zal het vinden.”, Mat. 16:24b-25

 

782.1. Hoe volgen we Jezus na in huwelijk en gezin?
Een volgeling dient een medegelovige als partner te zoeken, omdat man en vrouw een eenheid vormen, Mat. 19:1-12; 1 Kor. 6:12-20; 7:1-16. Om de band in stand te houden is zelfverloochening nodig. Als kinderen tegen Jezus kiezen, kunnen zij pal tegenover ouders komen te staan, zelfs hen doden, Mat. 10:21; 34-37. Het is smartelijk voor (groot)ouders te ervaren dat (klein)kinderen ‘er niet meer aan doen’, maar voor Jezus volgelingen overweegt hun liefde voor Hem op die voor de gezinsleden, Mat. 10:34-37. Micha (8e eeuw v.C.) constateerde al vijandschap binnen huwelijk en gezin, Mi. 7:5-6. Na de val van de Berlijnse muur, 1989, bleek uit archieven dat in de DDR menigmaal partners elkaar, kinderen hun ouders, predikanten hun gemeenteleden en omgekeerd hadden verklikt aan de geheime dienst (STASI). Dit kan weer gebeuren en maant ons zelfkennis en waakzaamheid, Mat. 10:21; Luc. 21:16.

 

782.2. Hoe volgen christenen Jezus op het publieke terrein?
Hij roept volgelingen om moedig tegenwerking en bedreiging met de dood onder ogen te zien, Mat. 5:1-14; 10:16-33; 24:3-14; Mc. 13; Luc. 21:12-19. De Twaalf apostelen, Paulus en anderen vielen als martelaars onder joden- en heidendom, Hand. 7-28. De Kerk kon vrij belijden, toen in de vierde eeuw het christendom een geoorloofde, in het einde de enige wettige godsdienst werd. Nu sinds de 18e/19e eeuw velen afstand deden of namen van deze erfenis, dient de Kerk als minderheid te blijven getuigen. De Vader spreekt thans door zijn Geest in zijn volgelingen tot ietsisten, moslims en hindoes, Mat. 10:20. Hij gebruikt ook hun goede werken voor zijn verheerlijking en als bewijs van hun geloof, Mat. 5:14-15; 25 (tien meisjes, eindoordeel).

 

782.3. Hoe volgen wij Jezus na binnen de Kerk?
Blokkades doorbreken we door elkaar de schulden te belijden en die elkaar kwijt te schelden, Mat. 18:21-35. Hoogmoed en eerzucht belemmeren geestelijke bloei; daarom gaf Jezus ons het voorbeeld van nederigheid. “Begrijpt u wat Ik gedaan hebt? U noemt Mij Meester en Heer, en terecht, want dat ben Ik. Welnu, als Ik, uw Heer en Meester uw voeten heb gewassen, behoort u ook elkaar de voeten te wassen.”, Joh.13:12b-14. Christenen dienen in de onderlinge gemeenschap hun verbondenheid met de Drie-enige uit te stralen om de wereld tot Hem te brengen, Joh. 17:20-23; Ef. 4:1-16.
7. In welke gestalten beleeft u de kracht van het geloof? (783)

 

783. Wat zijn de voornaamste gestalten van geloven in de bijbel?
Bijbels geloven valt niet samen met de zin daarvan in de spreektaal. Geloven is niet waarschijnlijk achten maar stellig weten en de HEER betrouwbaar achten in volle overtuiging, 783.1. Het is niet flauw vermoeden dat Hij het beloofde misschien eens nakomt maar onomstotelijk aannemen dat Hij zijn beloften vervult en alles van Hem verwachten, 783.2. Het is niet Hem kansen geven maar Hem gehoorzamen, 783,3, Het is niet allerlei vormen van spiritualiteit gelijkelijk waarderen maar Hem kennen in Jezus Christus en eeuwig leven, 784.4.

 

783.1. Wat is betrouwbaar achten en vertrouwen?
Abraham, vader van alle gelovigen en standaardvoorbeeld van het geloof, zei vol vertrouwen amen (= waar) op Gods beloften; en deze rekende hem dit tot gerechtigheid, Gen. 15:6; Rom. 4. De Betrouwbare maakte zijn beloften waar onder Israël met als hoogtepunt de zending van zijn Zoon als Messias in de stad van David, Gen. 12-50; Ps. 89; 105-107; 111; Luc. 2:1-20; Hand.7; 2 Kor. 1:12-22. Hij stelde oog- en oorgetuigen aan om de boodschap over Hem door te geven, Hand. 10:34-43. Hij leidde de apostelen en de Kerk in de volle waarheid, Joh. 16:13-15. De christen gelooft in wat God meedeelde als vaste inhoud (= fides quae, credenda), Oef. 4-5. Van het begin af aan vocht de aartsleugenaar het Woord van de Betrouwbare aan, Gen. 3:1-6. Geloof en weten vormen een eenheid. Tegenover geloof staat on-geloof, anti-geloof of surrogaat-geloof; tegenover betrouwbaar staat leugenachtig; tegenover vertrouwen staat wantrouwen.

 

783.2. Wat betekent verwachten?
De galerij geloofshelden, Hebr. 11, bevat portretten van geroepenen wier verwachting het won van twijfel en angst. Abraham en Sara bleven dwars door twijfel en beproeving heen hopen op de vervulling van Gods belofte, Gen. 17-21; Rom. 4:12-22; Hebr. 11:17-19. De hoop kan flauw flakkeren als kaars en fel branden als toorts, maar gehoopte is onaantastbaar. Een veelbeproefde roemde de HEER als zijn Verwachting van zijn jeugd af, Ps. 71:5; het Hebreeuwse woord is bekend van het volkslied ha-tiqwah, de hoop.
Het gehoopte is geen projectie op het beeldscherm van behoeften als zingeving tegen zinloosheid (Russell) of opium tegen uitzichtloosheid (Marx) maar zijn Gods beloften die in Christus gestalte kregen als begin en aanbetaling, pand en bewijs van de heerlijkheid, Kol. 1:27; 1 Tim. 1:1; Rom. 12:12; 1 Pe. 1:2-23.

 

783.3. Wat is geloofsgehoorzaamheid?
Ware profeten verkondigden alleen wat de HEER hun opdroeg, Ex. 3:4; Jes. 6; Jer. 1; 20:7-8. De Zoon leerde in zijn lijdensschool gehoorzaamheid en volbracht de opdracht van zijn Zender, Joh. 5:19-47; Luc. 22:39-53; Hebr. 5:7-10. Hij werd door de Vader verhoogd om zijn gehoorzaamheid tot de kruisdood, Hand. 2:22-36; Fil. 2:1-11. Petrus overtrad het zwijggebod en gehoorzaamde God meer dan de mensen, Hand. 5:29-32. Paulus weet zich geroepen om de volkeren te brengen tot geloofsgehoorzaamheid, Rom. 1:5; 16:27. De prediker dient het Woord uit te dragen, vechtend tegen de verzoeking om het volk naar de mond te praten, sprekend naar het hart van Jeruzalem, waarschuwend tegen verharding, Mat. 13.

 

783.4. Waaraan is eeuwig behoud verbonden?
Jezus beloofde een militair om zijn vertrouwen in Hem de ingang in zijn Koninkrijk, Mat. 8:5-17. Daarmee is identiek behoud of sotčria, en eeuwig leven. In het laatst der dagen zal veler liefde verkoelen maar wie tot het einde volhardt, zal behouden worden, Mat. 24:12-13. Er is eeuwig leven door het geloven in Jezus Christus, Joh. 3:14-21; 3:35-36; 5:19-47; 9:35-38; 11:25-27; 20:31. Redding van schuld en toorn door geloof en bekering staat centraal op en na de Pinksterdag, Hand. 2:38-40; 3:1-26; 4:12, en bij Paulus, Rom. 1:16-17; 10:8-21; 1 Kor. 1:18-21; 1 Tim 1:15-17.
8. Hoe ziet de islam het geloof en Mohammeds navolging? (784)

 

784. Wat is geloof volgens de islam?
Bijbels geloven valt niet samen met de zin daarvan in de spreektaal. Geloven is niet waarschijnlijk achten maar stellig weten en de HEER betrouwbaar achten in volle overtuiging, 783.1. Het is niet flauw vermoeden dat Hij het beloofde misschien eens nakomt maar onomstotelijk aannemen dat Hij zijn beloften vervult en alles van Hem verwachten, 783.2. Het is niet Hem kansen geven maar Hem gehoorzamen, 783,3, Het is niet allerlei vormen van spiritualiteit gelijkelijk waarderen maar Hem kennen in Jezus Christus en eeuwig leven, 784.4.

 

784.1. Waarin begeert de moslim Mohammed na te volgen?
Hij is standaardvoorbeeld van geloof en leven met beroep op enige koranteksten. “Als u Allah liefhebt, volgt dan mij (= Mohammed), en Allah zal u liefhebben en u uw zonden vergeven. Allah is vergevend en barmhartig. Zeg: Gehoorzaam Allah en de gezant, maar als u zich afkeert ….Allah heeft de ongelovigen niet lief. “, S. 3:31-32. “U hebt toch in Allah’s gezant een goed voorbeeld voor wie op Allah en de laatste dag hopen en Hem veel gedenken.”, S. 33:21. Idealisten kennen aan Mohammed (= veel geprezene) 99 deugden en namen toe ter navolging. Waardevol is dat de Koran het geloof in God en zijn eindoordeel veelvuldig erkent. Een groot tekort in de islam is het ontbreken van de verlossing van zondaren en de heiliging door Jezus Christus. Mohammed’ deugden kunnen bezielen, maar ook hij is zondaar – en hij erkende dit – die Jezus nodig had om Gods Koninkrijk binnen te gaan. Het moet christenen er alles aan gelegen zijn om moslims door te geven dat de HEER het eeuwig heil bindt aan het geloof in Jezus Christus als Verlosser.

 

Wie zich in de heiliging verder wil verdiepen raadplege de volgende werken.
Baan Cees (teksten), geloof, hoop en liefde. Hoogtepunten uit De Drie Woorden, Rubriek in de NCRV-gids van 1997-2002, Hilversum 2002.

 

Bavinck H., Roeping en wedergeboorte, Kampen 1903.

 

Idem,‘De roeping’, in Magnalia Dei. Onderwijzing in de Christelijke Religie naar Gereformeerde Belijdenis, J.H. Kok, Kampen 1909, 19312, 455-497.

 

Berkhof H., ‘De vernieuwing van de mens’: in Christelijk geloof, Nijkerk 1973, 1990, zesde bijgewerkte druk, 415-485.

 

Bonhoeffer D., Navolging, 1937, 1963, Ten Have, Baarn 1964/2001.

 

Foster Richard J., De nieuwe levenswandel. De weg naar de actieve beoefening van het geestelijk leven, Novapres Utrecht 1983 (Vertaling van Celebration of Discipline, 1978).

 

Genderen J. van en W.H. Velema, ‘De leer van het heil’, in: Beknopte gereformeerde dogmatiek, Kok, Kampen 1992, p. 522-614.

 

Houwelingen P.H. R., Johannes. Het evangelie van het Woord, J.H.Kok, Kampen 1997.

 

Marchal G.W., ’Geloof, ongeloof, vertrouwen’, Woordenboek voor bijbellezers, 2005, 183-188.

 

Mulder M.C. en A. Noordegraaf (red.), Wees heilig. Joden en christenen luisteren naar Leviticus 19, Boekencentrum, Zoetermeer 2009.

 

Ravestein A., De Roepende. Een theologisch onderzoek naar het appčlkarakter van de relatie God, de ander en ik, Boekencentrum, Zoetermeer 1999.

 

Reus Tjerk de, De balans van Bovenberg, Kok, Kampen 2009. (Deze, begiftigd met de Spinozapremie, 2003, vertaalt bijbelse inzichten naar de economie; deze moet iets heilzaams uitwerken zoals ook Jezus de baten en kosten van zijn werk afwoog).

 

Russell Bertrand, Waarom ik geen christen ben, (1927), Meulenhof, Amsterdam 2009. (De mens bedacht zich goden tegen de zinloosheid, het christendom is onzinnig).

 

Wentsel B. ‘De heiliging en de volwassenheid,’ in: De persoon en het werk van de Heilige Geest, Dogmatiek deel 4, Kok, Kampen 1995, 495-513.

 

Wentsel Ben ,’U, Heilige Geest, Levendmaker en verbondsvernieuwer’, in: HIJ-IS-ER-BIJ, 2006, 376-565.

 

Oefening: 35 | 36 | 37 | 38 | 39