Oefening: 35 | 36 | 37 | 38 | 39

 

Gesprekken II - Oefening 35 (743-763)

Hoe kunnen wij U recht in de ogen kijken?

1. Gesprek als gebed. (743-744)

 

743. Hoe krijg ik, die vaak faal, Heer Jezus Christus, vrede in mijn hart?
U krijgt vrede door geloof in Mij, die alles voor u volbracht om de geschonden relatie met de Vader te herstellen, Joh. 17:4; 19:30; Rom. 5:1-11.

 

743.1. Was de kerkscheuring hierover in de zestiende eeuw nodig?
Ik betreur het dat dit nodig was maar verheugde Mij erover dat velen beleden dat mijn Vader gelovigen rechtvaardig verklaart op grond van mijn verzoeningswerk volgens mijn Woord, Luc. 23:40-43; Rom. 4.
Ik louter gelovigen na hun dood niet en verkort geen straf door het misoffer1); deze leer doet tekort aan mijn volkomen werk, Joh. 17:3-5; Rom. 8:38-39.

 

743.2. U beoordeelt ons toch ook naar onze inzet, deugden en werken voor U?
Inderdaad beoordeel ik ieder naar zijn geloof en werken maar die zijn niet toereikend om u te verlossen van schuld en oordeel, Mat. 25; Rom. 3:21-31; 1 Kor. 1:30-31.

 

744. Wat ging er mis, Heer, en wat doen wij tegen versplintering?
Ik was er bedroefd over dat luthersen en gereformeerden na 1529 om een geschil de Maaltijd gedurende vier eeuwen niet samen vierden en verheug Mij erover dat zij dit nu weer wel doen.2)
Ik verfoei dwaalleer en bid voor u om de eenheid, die de liefde tussen mijn Vader en Mij weerspiegelt, opdat u de versplintering rondom personen en waarheidsdelen overwint, Joh. 17:20-23; 1 Kor. 1:10-17.
2. Waarom brak er een kerkscheuring uit om de rechtvaardiging? (745-748)

 

745. Waarom stond, leraar, de rechtvaardiging in het brandpunt?
De aanleiding daarvan was de handel in aflaten. De Tsjech Jan Hus (1371-1415) hekelde deze al in 1412. Hus was de schakel tussen John Wycliff (geb. 1324) en Luther die zijn strijd tegen hiërarchie en misstanden voortzette. Tsjechische studenten staken 105 jaar voor Luther aflaatbullen in brand. De paus verleende bewijzen van vergeving der zonden (= aflaten) aan berouwvolle leden die de bouw van de Sint Pieter steunden. Dit stuitte velen tegen de borst: ‘u drijft net als de wisselaars in de tempel handel met Gods genade!’

 

746. Wat leert de Rooms-katholieke Kerk over rechtvaardiging?
Niemand kan het begin van het genadeleven verdienen. God schenkt door geloof en doop de door Christus verworven vergeving, innerlijke gerechtigheid en heiligmakende genade. De rechtvaardig gemaakte kan daarna zijn leven met Hem ontwikkelen en eeuwig leven verdienen voor zich, vrienden en lijdenden in het vagevuur, maar hij kan er nooit zeker van zijn of hij in de genadestaat verkeert of blijft en God behaagt. Indien hij de genade verliest door doodzonde, kan hij deze terugkrijgen door het sacrament van boete en eucharistie, maar dit is geen waarborg voor volharding en eeuwig leven. De Heer velt op grond van ieders geestelijke staat zijn oordeel en niet uitsluitend op grond van Christus’ werk voor en buiten hem, Katechismus Kath. Kerk, 424-431; Geloofsbelijdenis, 219-252.

 

747. Wat ontdekte Luther?
Martin Luther (1483-1546), monnik in de orde van de Augustijnen, worstelde met de vraag: ga ik verloren als mijn heiliging niet voldoende beantwoordt aan Gods bedoelingen? Hoe vind ik in plaats van een bestraffend Rechter een genadige Vader? Hij kreeg zekerheid door studie van de brief aan de Romeinen. Hij leerde daaruit: ‘God rekent Christus’ gerechtigheid mij toe door geloof; als mijn leven niet aan Gods eis beantwoordt, moet ik niet bang worden over mijn tekorten; ik mag mijn behoud niet gronden op eigen deugden of werken, maar alleen op de Betrouwbare, op zijn beloften en op Christus’ gerechtigheid voor en buiten mij! ‘

 

747.1. Is Luther door de Rooms-katholieke kerk in eer hersteld?
Nee, nog niet. We mogen de Reformatie van 1517 niet terugbrengen tot een ervaring van Luther; zijn probleem was dat van duizenden. Hij gaf wel de stoot tot de Reformatie, maar was niet van plan de RKK te verlaten; pas toen hij in de ban werd gedaan, brak deze doormidden. Nog elk jaar worden er over de wereld circa duizend studies aan hem gewijd; vier eeuwen is hij gedoodverfd als verdorven ketter, blind en leugenachtig; zijn hervormingswerk zou een alibi zijn om zijn morele verval te doen vergeten. Dit beeld is ten goede veranderd maar de paus herriep de ban over hem nooit; geen concilie herriep de rechtvaardigingsleer van het Trents concilie. Tot nu toe stond de leer van de onfeilbaarheid van concilie en paus de erkenning van eigen falen, eerherstel en leercorrectie in de weg, al deed men wel pogingen tot een vergelijk te komen.

 

747.2. Hoe typeert u, leraar, de rechtvaardigingsleer van de bijbel?
We omschrijven deze met vier kernwoorden.
Deze is verbondsmatig omdat de Getrouwe rechtvaardigen belooft recht te doen naar hun geloof, handel en wandel, Gen. 15:8; Ps. 18:21-30; 89.
Deze is synthetisch omdat des Rechter-koning het behoud van gelovigen niet grondt op de geconstateerde graad van heiligheid (contra analytisch).
Deze is juridisch omdat Hij gelovigen Christus’ gerechtigheid toerekent, hem in het gelijk stelt tegenover aanklachten van eigen zonden en de duivel, Rom. 4:3, 4, 5, 8, 9, 11, 23 en 24 (= 9 x toerekenen).
Deze is forensisch (forum = markt, buiten) omdat Hij Christus’ gerechtigheid buiten ons (= extra nos) tot enige grond van behoud maakt.

 

748. Wat leert de Augsburgse Confessie van 1530?
Voorstanders van hervorming boden op de rijksdag te Augsburg aan Karel V een getuigenis aan, dat later de naam kreeg Augsburgse Confessie (= AC). Zij toonden aan dat zij volop katholiek waren door te verwijzen naar drie Credo’s.3) God rechtvaardigt gelovigen niet op grond van hun heiliging of goede werken maar om en in Christus, die door zijn dood genoegdoening verschafte voor onze zonden. Zij wezen af de leer van afbetaling van straffen in het vagevuur door goede werken af, omdat Christus voor onze zonden heeft voldaan en God ons geloof toerekent (imputat) tot gerechtigheid; zij keerden zich ook tegen misstanden. Helaas kreeg het voorgelezen getuigenis geen voet aan de grond bij de afgevaardigden op de rijksdag.

 

748.1. Dachten velen zo over de rechtvaardiging als dit getuigenis?
Ja, velen betreurden de scheefgroei in leer en praktijk; de pijn daarover zat diep. De Catechismus van Genève van 1541/1542 belijdt dat Christus door zijn offer Gods toorn jegens ons heeft gestild, ons reinigt, onze schulden uitwist, onze oude mens gekruisigd is en wij door geloof in de beloften in bezit komen van de gerechtigheid, afd. 11, vr. 71-72; 18, vr. 119.
Volgens de Nederlandse Geloofsbelijdenis, 1561, bezit de gelovige in Christus alle heil en rekent God ons zijn gerechtigheid, verdiensten en heilige werken toe; het is een gruwelijke godslastering is als we buiten Hem nog iets anders nodig hebben; dan zou Hij slechts een halve Redder zijn, art. 22-25. De Heidelbergse Catechismus van 1563 getuigt van de rechtvaardiging door toerekening van Christus’ gerechtigheid door geloof in Hem, Zondag 23-24. De Westminster Confesssie van 1647 belijdt dat God ons Christus’ gehoorzaamheid en voldoening door geloof toerekent, h. XI. enz..

 

748.2. Wat beleed de Heidelbergse Catechismus hierover?
Vraag: “Waardoor bent u rechtvaardig voor God?
Antwoord: Alleen door een echt geloof in Jezus Christus.
Al klaagt mijn geweten mij aan dat ik tegen al de geboden van God zwaar gezondigd en geen daarvan gehouden heb en nog steeds tot alle kwaad geneigd ben, - - toch schenkt God mij, zonder enige verdienste van mijn kant, uit louter genade, de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus. Hij rekent mij deze toe alsof ik nooit zonde gehad of bedreven had, ja alsof ik zelf al de gehoorzaamheid had volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft. Alleen door deze weldaad met een gelovig hart aan te nemen ben ik rechtvaardig voor God.”, Heid. Cat. zondag 23, vr. en antw. 60, BPKN, p. 86
3. Wat waren de gevolgen van deze kerkscheuring? (749-752)

 

749. Wat gebeurde er met de Rooms-katholieke Kerk?
Deze brak door afwijzing van dit getuigenis in 1530 tegen de bedoeling van de hervormers in tweeën. De verwijdering nam toe. De inquisitie woedde in West- Europa en maakte veel slachtoffers. Pas na vier eeuwen, tijdens en na het tweede Vaticaans concilie (1962-1965) erkende de RKK de protestanten als broeders en hun organisaties als kerkelijke gemeenschappen, maar nog niet als gelijkwaardige Kerken.

 

750. Wat gebeurde er met de Kerk der Reformatie van 1517?
Deze brak in drieën wegens verschillen tussen luthersen en calvinisten over Christus’ aanwezigheid bij het avondmaal, terwijl dopers eigen wegen gingen. De Augsburgse confessie kreeg de status van strakke confessie, waarin luthersen zich afzetten tegen rooms-katholieken en gereformeerden. Zij fungeerde als grondwettelijke bepaling in lutherse landen (‘wiens gebied, diens godsdienst’). Dit werd milder in de achttiende/negentiende eeuw maar pas in het midden van de twintigste eeuw namen beide ‘kerkfamilies’ weer deel aan elkanders avondmaalsviering. Doopsgezinden stichtten een derde kerktype, waarin alleen volwassenen werden gedoopt met strenge tucht over de leden.

 

751. Wat waren de gevolgen van de Reformatie voor huwelijk en klooster?
Protestanten schaften de verplichte ongehuwde staat voor geestelijken af en gaven leken een grotere inbreng. Zij vervingen het misoffer voor levenden en lijdenden in het vagevuur door de viering van de Gedachtenis van het offer van Christus in de Maaltijd in gemeenschap met Hem in de hemel, Oef. 41.4) Zij ontwikkelden een eigen cultuur, industrie en handel, vrijheid en democratie.

 

752. Wat werd in een Verklaring in 1999 uitgesproken?
Op 31 oktober 1999 werd in Augsburg door de Lutherse wereldfederatie (bisschop Christian Krause) en de RKK (Kardinaal Edward Cassidy) een verklaring getekend, waarin erkend werd dat de geschillen blijven bestaan maar de overeenkomsten groter zijn. Omdat beiden belijden dat God de mens roept tot het heil in Christus en de goede werken volgen op de rechtvaardiging, wettigen volgens de verklaring de geschillen tussen de kerken de kloof niet meer.

 

752.1. Zal de RKK de louteringsleer opheffen?
De RKK acht de mis en goede werken verdienstelijk voor aards welzijn en strafvermindering in het vagevuur, indien de heiliging (rechtvaardigmaking) stagneerde, KKK p. 430, nr. 2019. De bijbel leert wel dat omvorming naar Christus’ paasbeeld of heiliging nodig is voor het behoud, maar leert nergens dat de priester of gelovigen voor zichzelf of anderen genaden kunnen verdienen, KKK nr. 2020, 2027. God rekent de schuldbewuste, vruchten voortbrengende gelovigen ook op hun sterfbed Christus’ gerechtigheid toe, Rom. 4; Gal. 3:15-21. Moge Hij geven dat de RKK, die in het begin van de 21ste eeuw zo moedig de leer dat ongedoopte stervende kinderen van gelovigen verdoemd worden, ophief, ook de leer van loutering na de dood zal opheffen en de rechtvaardiging herijken.
4. Welke gezichtsvelden over rechtvaardiging horen bij elkaar? (753-757)

 

753. Vanuit welke vier gezichtsvelden behandelt de Rechter ons?
Hij rekent Christus’ gerechtigheid aan gelovigen toe, 754.
Hij vergeldt de goede werken met loon in en na dit leven, 755-757.
Hij schenkt eerherstel aan ten onrechte gesmade rechtvaardigen, 758.
Hij herschept zondaren tot heiligen door zijn Geest, 759.

 

754. Wat vertelde Jezus over de schuldbewuste belastingambtenaar?
‘Toen de Farizeese schriftgeleerden zagen dat hij samen met zondaars en tollenaars (tolpachters) at, zeiden zij tegen zijn leerlingen: “Eet Hij met tollenaars en zondaars?“ Jezus hoorde dit en zei tegen hen: “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen maar zondaars te roepen.”, Mc. 2:16-17. ‘De tollenaar daarentegen – die op een afstand van de tempel bleef staan – durfde zelfs zijn ogen niet naar de hemel op te slaan. Hij sloeg zich vol berouw op de borst en zei “O, God, wees mij zondaar genadig.” Ik (= Jezus) zeg u: deze ging in tegenstelling tot de ander naar huis gerechtvaardigd, dedikaioomenos, justificatus”, Lucas 17:13-14.

 

754.1. Wat schreef de apostel Paulus over de rechtvaardiging?
“Want allen hebben gezondigd en verspeelden hun glorie als Gods beelddragers, gerechtvaardigd wordend, dikaiomenoi, gratis, door Gods genade door de verlossing in Christus Jezus.’, Rom. 3:23-24. De HEER rekende Abrahams vertrouwen tot gerechtigheid, Gen. 15:6. De apostel gebruikt hier negen maal het werkwoord aanrekenen of toerekenen, logidzomai, imputare, reputare, to count for, to reckon), Rom. 4:3, 4, 5, 6, 8, 9, 11, 23, 24. “De woorden ‘het werd hem aangerekend (elogisthè), werden niet alleen neergeschreven in verband met Abraham, maar ook met ons. Ons zal het geloof als gerechtigheid worden toegerekend (logidzesthai), als wij vertrouwen op Hem die Jezus onze Heer uit de doden heeft opgewekt, die is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging.” Rom. 4:23-25. Dit geloof bevrijdt ons van angst voor het gericht en krampachtigheid in ons streven naar heiliging.

 

755. Hoe beoordeelt de Rechter onze houding en werken?
Hij beloont ons om wie wij zijn en wat wij voor Hem doen, Mat. 5:1-12; 10:31-41; Luc. 19:11-27 (ponden), maar grondt ons behoud niet op inwendige genade of goede werken, omdat wij hierdoor niet Gods Rijk kunnen verdienen, Ef. 2:1-10. Bij het eindgericht verzekert Hij weldoeners dat Hij hun werk voor armen, vreemdelingen en zieken beschouwt als werk voor Hem, Mat. 25:31-46. Zoals Hij hen die in gebreke bleven bestraft, zo beloont Hij de rechtvaardige (= tsaddiek) omdat deze Hem trouw bewijst en zich gewetensvol aan zijn wetten houdt, Mat. 5:1-16; Jak. 2:14-18. Hij rechtvaardigt zowel berouwvolle zondaren (‘goddelozen’) als daadkrachtige rechtschapenen.

 

756. Zijn deze twee vormen van rechtvaardiging niet met elkaar in strijd?
Nee. Want gelovigen hebben een relatie met Hem. Voor hen gelden de verbondsbeloften. De Rechter acht en het berouw en de goede werken van hoge waarde. Hij laat genade voor recht gelden en schenkt loon naar werken. Omdat bij verharden berouw, gehoorzaamheid en goede werken ontbreken, ontvangen zij strafloon naar hun slechte werken of nalatigheid in goede werken.

 

757. Botsten in Paulus en Jakobus twee polen op elkaar?
Paulus stelt zich tegenover hen die leren dat God vromen op grond van werken rechtvaardigt. Want niemand voldoet helemaal aan Gods eis of kan daaraan ooit voldoen. Daarom rechtvaardigt God ons alleen door geloof, Rom. 3:27-32 en 4. Jakobus waarschuwt tegen het goedkope, dode enkel verstandelijke geloof; uit daden blijkt dat het geloof leeft, het hart raakt en bloeit, Jak. 2:14-25. Daarom rechtvaardigt Hij ons niet alleen uit het geloof maar ook uit de werken, 2:24. Beiden is waar; we worden behouden door geloof alleen (sola fide) maar dit geloof is nooit alleen (fides non sola).
“Broeders en zusters, wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft, als hij geen daden kan laten zien? Is onze vader Abraham niet gerechtvaardigd uit (ek) zijn daden, omdat hij zijn zoon Isaak op het altaar bracht? U ziet dus dat een mens uit (ex) de werken (daden) wordt gerechtvaardigd en niet alleen uit geloof (ou ek pisteoos monon, non ex fide tantum).”, Jak. 2:14, 21, 24.

 

757.1. Wat beleed David van de rechtvaardiging van onschuldigen?
“In alle oprechtheid ben ik van Hem, ik pas op voor alle kwaad. De HEER heeft mij recht gedaan zoals de onschuld van mijn handen in zijn ogen verdiende. U bent trouw voor de getrouwen, U bent oprecht voor de oprechten.’, Ps. 18:24-26.

 

757.2. Wat zegt de Mensenzoon in het laatste oordeel tegen daadlozen?
‘Dan zal Hij zich ook richten tot hen die aan zijn linkerhand staan en tegen hen zeggen: “Ga weg van mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen. Want Ik had honger en u hebt Mij niet te eten gegeven. Ik had dorst en u heb Mij niet te drinken gegeven. Ik was vreemdeling en u hebt Mij niet opgenomen. Ik was naakt en U hebt Mij niet gekleed. Ik was ziek en zat in de gevangenis en u hebt niet naar Mij omgezien.”,Mat. 25:41-43.
5. Wat is het verschil tussen eerherstel en rechtvaardig verklaren? (758-759)

 

758. Wat is rechtvaardiging als eerherstel?
God herstelde in eer de door verlies van kinderen en bezit en lichamelijk lijden diep beproefde Job. Vrienden vonden hem schuldig, 11:14; 15:14, maar hij achtte zich onschuldig en klaagde God aan, 13. Als het doek opgaat, blijkt dat de Regisseur aan aanklager Satan aantoonde dat Job Hem niet diende om winst maar om Hemzelf. Hij stelde hem als onkreukbare tegenover zijn vrienden in het gelijk en schonk hem het dubbele van zijn vroegere bezit, 42:10-17. Het lijden van rechtvaardigen blijft een raadsel, Ps. 73, omdat de Rechtvaardige hen altijd recht schenkt krachtens het verbond, Ps. 18:21-26. Daarom herstelde de Vader zijn Zoon in eer door Hem op te wekken en bewees zijn gelijk door het teken van tongentalen, Hand. 2:14-36; Joh. 16:4-10. Hij verleent ook martelaars eerherstel en vergeldt kwelgeesten hun misdaden, Openb. 6:9-11.
‘En Jahweh gaf Job al zijn bezittingen weer terug, omdat hij gebeden had voor zijn vrienden. Zelfs het dubbele van zijn vroegere bezit schonk Hij hem.’, Job 42:10. ‘U – God-Koning – neemt het voor mij op, U KIEST VOOR MIJ PARTIJ! Als een RECHTVAARDIGE RECHTER zetelt U op de troon. U wijst goddelozen terug. U vernietigt de bozen: uitgewist is hun naam voor eeuwig.’ , Ps. 9:5-6 ’Dus moet heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem en tot Kurios en tot Messias heeft aangesteld, deze Jezus, die u gekruisigd hebt.’, Hand. 2:36.

 

759. Wat is het verschil tussen rechtvaardig verklaren en rechtvaardig maken?
Rechtvaardig verklaren betekent dat God Christus’ gerechtigheid de gelovige toerekent; het heeft de rechterlijke kleur van de koning-rechter die zich achter verdrukten stelt. Rechtvaardig maken slaat op het proces waarin God gebondenen bevrijdt, heelt door zijn Geest en maakt tot dienaren van de gerechtigheid, Rom. 6:15-23. De rechtvaardige (= tsaddiek, justus) gehoorzaamt trouw aan Gods verbond zijn wetten, Luc. 1:6. Hij is deugdenrijk, Luc. 2:25; 23:47, nederig, zachtmoedig, Mat. 5:1-12, en vroom, Hand. 10:22 (Cornelius), 1 Tes. 2:10, vol liefde en blijdschap, Joh. 15:1-17. ‘Samen met God kunt u getuigen hoe vroom (hosioos) en rechtschapen (dikaios), en onberispelijk (a-memptoos) wij (= Paulus, Silvanus en Timoteüs) ons tegenover u gelovigen, hebben gedragen.’,1 Tes. 2:10. De bijbel gebruikt voor dit proces meestal de term heiliging en schaars de term rechtvaardig-making of rechtvaardig-wording. “De rechtvaardige (= dikaios, justus) worde nog rechtvaardiger gemaakt, de heilige (hagios, sanctus) nog meer geheiligd.”, Openb. 22:11.
6. Wat leert de islam over rechtvaardiging en verzoening? (760-763)

 

760. Wat leert de islam over de rechtvaardiging?
Deze belijdt Jezus als belangrijk profeet, maar niet als verlosser, middelaar en Zoon van God. Hij heeft aan het kruis niets voor ons bereikt en is (waarschijnlijk zelfs) niet gekruisigd, maar daarvoor in de hemel opgenomen, S. 4:157. Allah beoordeelt als Rechter ieder mens als op een weegschaal; heeft deze geen geloof en te weinig goede en veel kwade werken, dan wacht hem een pijnlijke bestraffing; heeft hij geloof en voldoende goede werken, dan slaat de schaal over naar de beloning met het paradijs; is er evenwicht tussen beiden, dan beslist over zijn lot de Barmhartige, van wie ieder afhankelijk is. Daar Christus’ verzoeningswerk geen enkele rol speelt, hebben ook rechtvaardiging en heiliging door het geloof in Hem geen betekenis.

 

761. Waarom is het in de islam nooit tot een verzoeningsleer gekomen?
Wist Mohammed van het offer als genoegdoening weinig of niets, omdat er een volledige breuk met Joden in Medina was ontstaan? Hij kende Paulus’ brieven niet en zou pas laat met het evangelie vertrouwd raken, maar toen hij Jezus’ boodschap beter leerde kennen, stonden de hoofdlijnen van zijn leer al vast.5) Verwijst het slachten van schapen tijdens de ramadan naar Grote Verzoendag of Joom kippoer? Dit ontbreken van de verzoening valt te betreuren, omdat deze in het oude en nieuwe verbond centraal staat.

 

762. Welke betekenis hebben barmhartigheid en geloof?
Het geloof in en de eerbied voor Allah en zijn profeet is de absolute voorwaarde om deel te krijgen aan Zijn vergeving, 57:28-29; 33:70-71; 8:29. De term geloof (= imaan) komt in de koran vijfenveertig maal voor, gelovige (= moenim) tweehonderddertig maal. Allah kan niet vergeven hen die geen geloof hechten aan Hem en zijn profeet, die Gods weg versperren en ongelovig sterven, 3:31,32; 47:34; 4:168-169; 9:79-80. Voor wie aalmoezen geven, vasten en Hem gedenken is er hoop op vergeving. Voor wie in een heilige oorlog gedood worden is Gods barmhartigheid en loon in het hiernamaals beter dan wat zij in het hiernumaals aan geld en goed zouden bijeenbrengen, 3:157. Bijna een derde van de verzen in de koran spreekt van Gods gerechtigheid als grond van vergeving en vergelding met loon voor gelovigen en straf voor ongelovigen en boosdoeners. 6) De vergeving is aan voorwaarden gebonden, ondergeschikt aan de gerechtigheid en rust in Gods wil en almacht; Christus vervult hierbij geen enkele rol.

 

762.1. Wat leert de koran over geloof, gerechtigheid en barmhartigheid?
“U, die gelooft! Vreest God en gelooft in Zijn gezant (= Mohammed) zodat Hij u twee porties van Zijn barmhartigheid geeft, voor u een licht maakt maakt, waarin u kunt wandelen en u vergeeft. Allah is vergevend en barmhartig. De mensen van het boek moeten goed weten dat zij niet de beschikking hebben over iets van Gods goedgunstigheid en dat de goedgunstigheid in Gods Hand is. Hij geeft die aan wie Hij wil en God is vol van geweldige goedgunstigheid.”, s. 57:28-29. “ Zij die ongelovig zijn en Gods weg versperren en dan als ongelovigen sterven, aan hen zal God geen vergeving schenken.”, 47:34. “Als u op Gods weg sneuvelt of sterft, dan is vergeving van God en barmhartigheid beter dan wat zij (op aarde aan goederen) bijeenbrengen. Als u sterft of sneuvelt, dan zult u tot God verzameld worden.’, 3:158-159.

 

763. Hoe helpen we radelozen en twijfelenden?
Zal de rechtvaardiging door het geloof in Christus bij moslims nog eens de aandacht krijgen waarop deze recht heeft? Keizer Karel V had de hulp van protestantse vorsten nodig tegen de Turken en riep daarom de rijksdag in Augsburg bijeen, 1530, om een godsdienstvrede bereiken. Hij liet de Augsburgse Confessie voorlezen met de passage over de rechtvaardiging. 6) Menige moslim verkeert net als Luther in angst of is radeloos als hij zijn leven achter zich ziet liggen: haal ik het paradijs of word ik eeuwig gestraft? De christen kan hem troosten: ‘het heeft God veel gekost om alles voor u in orde te maken door zijn Zoon; Hij moest als Wetgever zijn wetten en gerechtigheid handhaven om te kunnen vergeven!’.

 

Het kost ook ons veel pijn om hen die ons diep beledigd hebben hun schuld kwijt te schelden. God veroordeelde de zonde in zijn Zoon; het kruis is boete en oordeel, vloek en straf, Rom. 8:3-4; Gal. 3:10-14. De berouwvolle moordenaar vroeg aan het kruis: “Jezus, herinner u mij als u in uw Koninkrijk komt.” Daarom troostte Jezus hem: “Ik beloof u, vandaag nog zult u bij Mij in het paradijs zijn!”, Lucas 23:42-43.

 

  1. Het misoffer is het offer dat priesters in de eucharistie (= lofpijzing) aan God aanbieden tot verzoening van zonden van levenden en doden als tegenwoordigstelling van Christus’ offer. Zie over de perspectieven inzake de verhouding van misoffer en avondmaal: De Maaltijd van de Kurios, in: Dogmatiek 4C, 1998, p. 235-248.
  2. Het gesprek in Marburg tussen Luther en de Zwitsers (Zwingli) in 1529 leidde tot de breuk tussen luthersen en gereformeerden, die door de Leuenberger Concordie van 1973, een overeenkomst tussen beide kerkfamilies, weer werd hersteld, Dogm. 4C, p. 252-278.
  3. In de voorrede van de Augsburgse Confessie wordt getuigd van de overeenstemming met het christelijk geloof. In artikel I wordt de eenheid beleden met de besluiten van de eerste concilies over de godheid van Christus en Triniteit en worden de arianen en moslims veroordeeld die het Woord in Johannes 1 enkel opvatten als het gesproken woord en niet als een zelfstandig persoon, vgl. Symboliek-I, p. 45-57, Bekenntnisschriften art. 1, p. 50-51.
  4. De Maaltijd van de Heer wordt ook aangeduid als Broodbreking, Gedachtenismaaltijd, Eucharistie, Heilige of Goddelijke Liturgie, Avondmaal of Nagmaal, Verbondsmaal, Miss (Missa = wegzending), Tafel des Heren, Communie, Dogm. 4C, 137-278.
  5. Johan Bouman veronderstelt dat om deze redenen Mohammed - die wel een vastenleer kent, 2:183 - niet tot een verzoeningsleer is gekomen, In gesprek met moslims, p. 59. Hij is van mening dat de koran ontkent dat joden en christenen Gods vergeving deelachtig zijn geworden, soera 5:18 en 3:31-32, a.w. p. 52-53.
  6. De Rijksdag te Augsburg van 1530, waar de rechtvaardiging centraal stond, werd gehouden vanwege de dreiging van de troepen van het Ottomaanse rijk van sultan Suleyman II. Deze versloegen de Hongaren te Mohacz in 1526, en belegerden Wenen in 1529. Zij bedreigden hiermee Europa, wat een hevige schrik teweegbracht: ‘zal deze antichrist het verdeelde christendom onder de voet lopen?’ Keizer had voor een leger tegen moslims de hulp van de landsvorsten nodig, die verdeeld waren over de door de paus over Luther uitgesproken ban op 3 januari 1521. Hij riep daarom een rijksdag bijeen om de eenheid van de Kerk in zijn rijk te bevorderen te Augsburg waaraan de eerste protestantse confessie haar naam ontleent. Aldus werkten de moslims indirect mee aan de totstandkoming van de Augsburgse Confessie!

 

 
Bouman Johan, In gesprek met moslims, Uitg. J.J. Groen en zoon, Leiden 1994.

 

Chaunu Pierre (red.), S. Groenveld, S.B.J. Zilverberg (Ned. Red.), De Reformatie. De 16de-eeuwse revolutie in de kerk, Uniepers, Abcoude 1990.

 

Hartvelt G. P, Symboliek, 1991, 171-189

 

Johannes Paulus II, paus (Apostolische constitutie),Katechismus van de katholieke Kerk, 1995

 

EKD, Die Bekenntnisschriften der evangelisch-lutherischen Kirche, 4e durchgesehene Auflage, 1959, Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen, tiende druk 1986.

 

McGrath Alister, Christianity’s Dangerous Idea, HarperOne, San Francisco/SPK, London 2007.

 

Simonis kardinaal en Danneels kardinaal (voorwoord), De geloofsbelijdenis van de kerk, 1986.

 

Wentsel B., Implicaties van de rechtvaardiging, in: De persoon en het werk van de Heilige Geest, Dogmatiek deel 4A, 1995, p. 384-458.

 

Idem, U, Rechtvaardige, Geduldige en Heilige, in: HIJ-IS-ER-BIJ I, 2006, p. 574-652

 

Oefening: 35 | 36 | 37 | 38 | 39