Oefening: 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34

 

Gesprekken II - Oefening 34 (722-742)

Welk profiel gaf U de oerkerk en wat deed U de Kerk over U belijden?

1. Gesprek als gebed. (722-723)

 

722. Stelde U, o Heilige Geest, de oerkerk tot voorbeeld van de Wereldkerk?
Ja, Ik wil graag dat u zich spiegelt aan dit profiel en hen navolgt in liefde en eensgezindheid, gemeenschapszin en offervaardigheid, blijdschap en lof.
Ik help u om te volharden bij de leer van de apostelen, de gemeenschap met elkaar als belijders, het breken van het brood en de gebeden, en om te groeien, ook in een goede relatie met joden, Hand. 2:41-47; 4:32-37.

 

722.1. Is, o Helper, ook hun relatie met andere joden voor ons een voorbeeld?
Ja, u hebt gemeenschappelijke wortels in het ene verbond! De Jezus-belijders voelden zich een beweging binnen Israël, een deel van het verbondsvolk.
Zij loofden dagelijks Jahweh in de tempel, riepen andere joden tot ommekeer en stonden in de gunst bij het hele volk, Hand. 2:46a, 47; 3:1-26.
Daarnaast vierden zij in eigen huizen de Maaltijd, die de Messias had ingesteld tot zijn gedachtenis, en gebruikten daar hun maaltijden, Hand. 2:42c,46b.

 

723. Wat beleden, o Geest van de waarheid, deze bekeerde joden over Jezus?
Zij beleden met de apostelen Hem als de door de Vader verhoogde knecht, messias-redder en de met Hem gelijkwaardige Heer en troongenoot. Hand. 2:33-36, 42a,3:11-26; 4:12; 5:30-32, vgl. Ps. 110:1.
Zij ervoeren dat de Nazoreeër van de Vader zijn Heilige Geest ontving en Deze daarna uitgoot op de gemeente, op hen en op ongeveer drie duizend joden onder zichtbare tekenen en wonderen, Hand. 2:33,41, 3:16, 4:16.

 

723.1. Erkenden zij, o Heilige Geest, ook U als gelijkwaardige van de Vader?
Ik deed de apostelen en gemeente zich uiten in tongentalen als landstalen en bewerkte door de apostelen vele wonderen, zodat heilige vrees en verwondering voor Mij allen vervulde, Hand. 1:4, 6-8; 2:43; 4:16.
Ik wekte door leugenachtige gemeenteleden met de dood te straffen bij de oergemeente en latere Kerk ontzag voor Mij; wie tegen Mij liegt, zondigt tegen de HEER; wie Mij respecteert, eerbiedigt de HEER zelf!, Hand. 5:1-11.
2. Welke grondslag legden de concilies van Nicea en Constantinopel? (724-728)

 

724. Wat beleed de algemene (= katholieke) Kerk in de vierde eeuw?
Het concilie van Nicea, 325, sprak uit: ‘de Zoon van God is met de Vader wezensgelijk (= homo-ousios).’ Het concilie van Constantinopel, 381, nam de tekst van Nicea over, wijzigde enige onderdelen, voegde er enige aan toe en verklaarde: ‘de Heilige Geest is Heer en Levendmaker.’ In deze uitspraken legden deze concilies de grondslag voor het belijden van de Kerk in de komende eeuwen. De naam ‘Belijdenis van Nicea-Constantinopel’ verwijst naar de vergaderplaatsen Nicea en Constantinopel (= stad van Constantijn) of Byzantium, later Istanboel.

 

725. Wat zijn de achtergronden van het concilie van Nicea, 325?
Arius, diaken in Alexandrië, leerde dat God als eerste schepsel de zoon schiep; deze heet immers de eerstgeborene van de schepping, Kol. 1:15; hij zou als het Woord (= Logos) al het andere tot aanzijn hebben geroepen. Tegenover hem stelde bisschop Athanasius uit dezelfde stad dat de Zoon van eeuwigheid het Woord is. Het concilie van Nicea beleed met Arius dat God alle dingen door de Zoon tot aanzijn riep, maar ontkende dat Hij het eerste schepsel zou zijn. Het beleed van de Zoon: ‘uit de Vader geboren, God uit God, licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God, één van wezen (= homo-ousios) met Hem.’ Eusebius, bisschop van de keizerlijke residentie Nikomedië, viel Arius bij. Toen er tussen de partijen een hevige strijd ontbrandde, riep keizer Constantijn een concilie bijeen tot herstel van de rijkseenheid.

 

726. Waarom is dit belijden van Nicea zo’n grondleggende uitspraak?
Dit formuleert Gods identiteit als liefdesgemeenschap van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De aanspraak ‘Vader’ is geen zinnebeeld of metafoor zoals rots staat voor betrouwbaarheid maar zijn wezenskenmerk; Hij is bron van alle leven, ook van het leven van de Zoon, Joh. 5:26. De Zoon is uit de Vader en staat met Hem op één lijn evenals de Heilige Geest, die Heer is en levend maakt.

 

726.1. Wat zijn enige motieven voor deze uitspraak?
De Kerk was er van overtuigd dat de schepping het vermogen van een schepsel – ook een- eerst geschapen wezen of tussenwezen - ver te boven gaat. Alleen de Almachtige kan dit volbrengen; daarom moet de Zoon zelf God zijn. Zij stelde ook dat de alle kennis van de Vader loopt via de kennis van de Zoon, Mat. 11:25-27. De Zoon vindt dezelfde erkenning als de Vader; wie Hem niet erkent, erkent ook de Vader niet, Joh. 5:19-26. Wie zegt Gods Zoon en daarmee God zelf te zijn, lastert Hem tenzij Hij dit ook werkelijk is; dit kon de Zoon met recht belijden. Een derde motief is dat geen schepsel in staat is Gods toorn te dragen, zondaren met God te verzoenen, duivel en dood te overwinnen en de vrucht van zijn werk aan miljarden uit te delen. Alleen God is Verlosser en Heiligmaker.

 

727. Wat zijn de achtergronden van het concilie van Constantinopel, 381?
Volgens Eusthatius van Sebaste (Oost-Turkije) is de Heilige Geest dienaar van de Vader en de Zoon. Aanhangers van Macedonius ontkenden de godheid van de Heilige Geest en kregen de naam geestbestrijders (pneumato-machen). Basilius de Grote stelde hiertegen dat de Heilige Geest God moet zijn omdat anders de heiliging van miljarden onmogelijk is. Daarom sprak het concilie van Constantinopel uit: ‘ik geloof in de Heilige Geest, die Heer, Kurios is en levend maakt, die uitgaat van de Vader (en de Zoon), die samen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten.’

 

728. Wat hadden Kerk en christenheid sterker in de praktijk moeten brengen?
Zij hadden sterker Gods bestaan in hun liefde voor elkaar moeten uitbeelden. Zoals de Vader en de Zoon elkaar liefhebben, zo dienen kerkleden elkaar hun liefde te tonen in houding, woord en daad als spiegel van Gods eenheid. Dan had de niet-kerk ook meer oog gekregen voor het wonder dat de Vader de Zoon gezonden heeft, Joh. 17:20-23. Kibbelende christenen en gescheurde kerken in de vierde en vijfde eeuw en tot op de huidige tonen dat zij de ethische consequenties het belijden van de Drie-Enige volstrekt onvoldoende beseffen.

 

729. Hoe luidt de belijdenis van Nicea-Constantinopel?
Deze is eerst in het Grieks en Latijn verschenen en heet het grote symbool.

 

Wij geloven
in één God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen;
en in één Here Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader voor alle tijden, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God, geboren niet geschapen, één van wezen met de Vader, en door Wie alles geworden is,
die om ons mensen en om ons behoud is neergedaalde uit de hemel en is vlees geworden door de Heilige Geest uit de maagd Maria en is mens geworden
die ook voor ons is gekruisigd onder Pontius Pilatus, geleden heeft en begraven is, en op de derde dag is opgestaan volgens de Schriften, is opgevaren naar de hemel en zit aan de rechterhand van de Vader en zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden; en aan zijn Rijk zal geen einde komen.
en in de Heilige Geest, die Here is en levend maakt, die uitgaat van de Vader (en de Zoon), die samen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten;
en één heilige, katholieke en apostolische kerk; wij belijden één doop tot vergeving van de zonden en het leven in de wereld die komt, amen.
3. Hoe ontstond het Apostolicum als het kleine symbool? (730-731)

 

730. Hoe is het Apostolicum ontstaan?
Een korte kerkelijk belijdenis heet ook credo (= ik geloof), kenteken of symbool (sun-ballein = samen-werpen). Het Apostolicum is ontstaan rondom de doop. Daarbij gaf de leraar de inhoud over aan de dopeling die dit opzei. Het maakte een groeifase door en werd pas in de achtste eeuw bekend in de huidige, volledige tekst. Dat ieder van de Twaalf apostelen een artikel geleverd zou hebben is een weerlegde legende; apostolisch betekent in overeenstemming met de leer van de apostelen. Het heet het kleine symbool omdat het in betekenis werd voorbijgestreefd door dat van Nicea-Constantinopel als het grote symbool, vooral in de Oosters-Orthodoxe kerken; het is groter van omvang en bekrachtigd door concilies, wat – voorzover ons bekend - niet het geval is met het Apostolicum. Dit werd sinds de negende eeuw in het Westen gebruikt in de doopliturgie en door kerken van de Reformatie als geloofsbelijdenis en catechetisch uitgangspunt, Heid. Cat. zo. 7-22.

 

731. Hoe luidt het Apostolicum?
Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde;
en in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Here,
die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria,
die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven,
is nedergedaald in het rijk van de dood, op de derde dag opgestaan uit de doden, opgevaren naar de hemel, en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heilige Geest; ik geloof de heilige, katholieke kerk, de gemeenschap der heiligen, de vergeving van de zonden, de opstanding van het vlees en het eeuwige leven.
4. Wat is het doel van de geloofsbelijdenis genoemd naar Athanasius? (732-734)

 

732. Wat is de achtergrond van deze veertig artikelen?
Deze beschouwingen uit de vijfde eeuw heten naar Athanasius, omdat zij overeenstemmen met zijn leer of zijn naam als beroemd kerkvader het gezag hiervan zou versterken. Zij zijn vermoedelijk herkomstig uit Zuid-Frankrijk, Spanje of Noord-Afrika en waren bestemd voor onderwijs aan geestelijken. De toon is polemisch. Men bestrijdt de arianen, die de godheid van Christus loochenden, 3-26, en nestorianen, volgens welke zich twee personen, de Zoon van God en de zoon van Maria, verenigden, 32-33, en de volgelingen van Eutyches of monofysieten die beide naturen vermengen, 34-35.

 

732.1. Gaat deze ontleding van de Levende in begrippen niet te ver?
Een chirurg verdiept zich in lichaamsdelen met precisie om de patiënt goed te behandelen. Kerk en theologie paren aan de kennende liefde tot God het ontledende weten over Hem om Hem ten volle recht te doen. Theologie is wetenschap namens God (opdracht), aangaande Hem (object), door Hem (= door zijn Geest) en tot Hem (tot zijn eer): ‘Heilig, Heilig, Heilig bent U, Almachtige Drie-Enige!’ Waar de theologie tot godsdienstwetenschap verwordt, is de Heilige geen object meer van weten maar de vrome mens. Deze analyse noopt ons - al of niet met tegenzin – ons belijden ook verstandelijk te doordenken; geloof en weten vormen een eenheid, al is intellectualisme zeer verwerpelijk.

 

733. Wat zegt deze belijdenis over de drie personen en hun eigenchappen?
  1. Alwie behouden wil worden heeft voor alles nodig dat hij het katholieke geloof vasthoudt.
  2. Wie dit niet gaaf en ongeschonden bewaart, zal zonder twijfel voor eeuwig verloren gaan.
  3. Het katholiek geloof nu is, dat wij één God in de drieheid en de drieheid in de eenheid aanbidden,
  4. Zonder de personen te vermengen of het wezen te delen.
  5. Want de persoon van de Vader, die van de Zoon en die van de Heilige Geest zijn ieder een andere persoon,
  6. Maar één is de Godheid van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, gelijk is hun heerlijkheid en gelijk van eeuwigheid hun majesteit.
  7. Zoals de Vader, zo is de Zoon, zo is ook de Heilige Geest.
  8. Ongeschapen is de Vader, ongeschapen de Zoon en ongeschapen de Heilige Geest.
  9. Onmetelijk is de Vader, onmetelijk de Zoon en onmetelijk de Heilige Geest.
  10. Eeuwig is de Vader, eeuwig de Zoon en eeuwig de Heilige Geest;
  11. En toch zijn zij niet drie Eeuwigen maar één Eeuwige, zoals
  12. Zij niet drie ongeschapenen zijn of drie onmetelijken maar één Ongeschapene en Onmetelijke.
  13. Evenzo is de Vader almachtig, almachtig de Zoon, almachtig de Heilige Geest;
  14. En toch zijn zij niet drie almachtigen, maar één Almachtige.
  15. Zo is de Vader God, de Zoon God en de Heilige Geest God;
  16. En toch zijn zij niet drie Goden maar één God.
  17. Zo is de Vader Heer, de Zoon Heer en de Heilige Geest Heer
  18. En toch zijn zij niet drie Heren maar één Heer.
  19. Want evenzeer als wij door de christelijke waarheid genoodzaakt worden elke persoon afzonderlijk als God en Heer te belijden, worden wij door het katholiek geloof ervan weerhouden te spreken van drie Goden of Heren.
  20. De Vader is door niemand gemaakt of geschapen of voortgebracht.
  21. De Zoon is door de Vader alleen, niet gemaakt of geschapen maar voortgebracht.
  22. De Heilige Geest is door de Vader en de Zoon niet gemaakt of geschapen of voortgebracht maar Hij gaat van Hen uit (contra de Geest-bestrijders).
  23. Eén Vader is er dus, niet drie Vaders; één Zoon, niet drie Zonen; één Heilige Geest, niet drie Heilige Geesten.
  24. En in deze drie-eenheid is niets eerder of later, niets groter of kleiner, maar alle drie personen zijn aan elkaar gelijk in eeuwigheid en in hoedanigheid,
  25. Zodat in alles –gelijk boven al gezegd is – de eenheid in de drieheid evenals de drieheid in de eenheid te aanbidden is.
  26. Wie derhalve behouden wil worden, moet aldus over de Drie-eenheid denken.

 

734. Wat zegt deze belijdenis over incarnatie, kruisiging en redding?
  1. 27. Maar het is noodzakelijk voor zijn eeuwig behoud dat hij ook de menswording van onze Here Jezus Christus getrouw gelooft.
  2. Het rechte geloof is dan dat wij geloven en belijden dat onze Heer Jezus Christus, de Zoon van God, evenzeer God als mens is.
  3. God is Hij omdat Hij uit de natuur van de Vader vóór alle tijden is voortgebracht; ens is Hij omdat Hij uit de natuur van zijn moeder in de tijd geboren is.
  4. Hij is ten volle God, ten volle mens met een redelijke ziel en menselijk vlees,
  5. gelijk aan de Vader naar zijn Godheid, minder dan de Vader naar zijn mensheid.
  6. Hoewel hij God en mens is, is Hij toch niet twee maar één Christus (contra Nestorius).
  7. één echter niet doordat de Godheid is veranderd in vlees, maar doordat God de mensheid heeft aangenomen (contra de kenotici).
  8. Hij is één, volstrekt niet door een vermenging van naturen maar door de eenheid van zijn persoon (contra Eutyches en de monofysieten).
  9. Want zoals een redelijke ziel met het vlees één mens is, zo is ook God en mens één in Christus.
  10. Die geleden heeft om ons behoud, is nedergedaald in het rijk van de dood, op de derde dag opgestaan uit de doden,
  11. opgevaren naar de hemel, en zit aan de rechterhand van de Vader, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
  12. En bij zijn komst moeten alle mensen weer opstaan met hun lichamen en rekenschap afleggen van hun eigen daden.
  13. En die het goede gedaan hebben, zullen in het eeuwige leven gaan, maar die het kwade gedaan hebben zullen in het eeuwige vuur.
  14. Dit is het katholiek geloof. Wie dit niet trouw en vast gelooft, kan niet behouden worden.
5. Wat is de betekenis van het belijden van de Drie-enige God? (735-740)

 

735. Is de belijdenis van de Triniteit in deze tijd nog actueel?
Ja, volop; zij gaat in tegen een vervlakkende tijdgeest, die in iedere eeuw in wisselende gestalten dezelfde trekken vertoont. Na Arius werd het lang stil omdat de belijdenis van Nicea-Constantinopel ook een rijkswet was; op de loochening daarvan stond de doodstraf. Deze stilte werd in de zestiende eeuw doorbroken door de socinianen (= volgelingen van Socinus) en unitariërs, die beleden dat de Vader Jezus tot zoon aangenomen heeft (= adoptianisme) en in de achttiende eeuw door de rationalisten, aanbidders van de ‘god’ van de rede.

 

736. Wat belijden rationalisten?
Zij achten de Drie-eenheid in strijd met hun redebegrip: één kan nooit drie worden. Op 12 juni 1755 kende de filosofische faculteit van de universiteit van Koningsbergen aan Immanuel Kant de doctorsgraad toe. Op zijn getuigschrift staat Bismillah ar-rahman ar-rahim: in naam van Allah, de Barmhartige Erbarmer, de formule waarmee bijna alle soera’s in de Koran beginnen. De faculteit verbond zich hiermee met de traditie van de Arabische wijsbegeerte. Kant en zijn tijdgenoten wisten niets te beginnen met een God die als Vader een Zoon naast zich heeft, die mens werd; zij zagen in Jezus een leraar of voorbeeld, Oef. 3.

 

737. Van welke zijde ondervindt deze belijdenis in onze tijd weerstand?
Liberale theologen stellen onder narcose van het idealisme dat christenen onder invloed van het hellenisme Jezus tot godheid hebben opgehemeld (= projectieleer). Vertegenwoordigers van deze stroming zoals A. von Harnack (1851-1930) en H. M. Kuitert vallen moslims bij, omdat zij in de koran een correctie zien van het Jezusbeeld van Nicea als Godheid. Moslims belijden vanaf de zevende eeuw dat Allah Jezus door Gods Woord en Geest tot aanzijn riep, maar verwerpen dat de Vader een eigen Zoon heeft. ‘Zeg, Hij is God als enige. God de bestendige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en niemand is met Hem gelijkwaardig.’, Soera 112. In deze afweer zit ook het verzet tegen de leer van drie godinnen tijdens Mohammeds verblijf in Mekka (de ‘duivelsverzen’).

 

738. Waarom is de Drie-eenheid het merg van de rechte Godsleer?
God is in zichzelf als Vader en Zoon en Geest een gemeenschap van liefde. Omdat Hij in zichzelf zo is, openbaarde Hij zich zo ook naar buiten, Mat 11:25-27. Lucas belijdt God in Handelingen 10 minstens vijftien maal als de Vader, vier maal als de Zoon en vier maal als de Geest. In Romeinen 8 belijdt Paulus zestien maal de Vader, zes maal de Zoon en zeven maal de Geest. Wie Gods drie-eenheid verloochent, tast daarmee Hem zelf aan. Alleen hij, die de Heilige Geest heeft, kent de Vader en de Zoon en bezit het eeuwige leven. Wie de Zoon niet kent, kent ook de Vader niet en evenmin de gemeenschap met gelovigen en het behoud, Joh. 5:10-47. Zoekers zweven rondom dit geheim.

 

738.1. Waarom gaat het ook om het ware mensbeeld en kerkbeeld?
De God van gemeenschap schiep de mens naar zijn beeld als een wezen van gemeenschap in de tweeheid man/vrouw. Dit is het grondpatroon van de samenleving. Jezus herstelde de verbroken gemeenschap tussen God en mens en tussen mensen onderling. God herschept de mensheid naar Jezus’ paasbeeld als eerstgeborene. De Vader en de Zoon wonen in de gelovigen als tempel van de Geest . De Kerk weerspiegelt als mystiek lichaam in de saamhorigheid van de leden en kerken de intieme gemeenschap tussen de Vader en de Zoon, Joh. 17:20-23. Waar de Kerk deze leer praktiseert, werkt de invloed daarvan door in school, maatschappij en staat in onderling begrip, vrede en gerechtigheid. Waar de liefde bloeit, dalen criminaliteit en oorlogszucht en stijgen gemeenschapszin en vrede. Daarom gaat het in deze leer ook om eeuwig blij leven in Gods liefderijke gemeenschap in Kerk, staat en maatschappij.

 

739. Verbindt het Athanasianum geloof in de Drie-enige te strak aan behoud?
Het antwoord hierop is ‘nee’, als we denken aan kwaadwillige bestrijders. Het Athanasianum gaat terecht in tegen de alverzoeningsleer en koppelt zeven maal het geloof in de Drie-enige God aan het eeuwig behoud, a. 1, 2, 26, 27, 36, 39, 40. Het NT kent geen alverzoening en legt een innig verband tussen geloven in Jezus Christus en behoud, Mat. 10:32-33; Joh. 3:16; Rom. 1:16-17; 14:14-21 enz. Jezus ontzegt de vergeving voor tijd en eeuwigheid aan lasteraars, Mat. 12:22-37. Het antwoord is ‘misschien wel’ als we denken aan de zoekende onwetende en te goeder trouw dwalende; aan deze kan de Barmhartige genade bewijzen. De vraag is wie het Athanasianum op het oog had en of zij dit onderscheid hanteerde, Oef. 49.

 

740. Welke waarde mogen we toekennen aan deze drie Credo’s?
Zij maken aanspraak op erkenning door de gehele Kerk, omdat de Heilige Geest de ambtsdragers in alle waarheid heeft geleid. De Kerk is geen debatingclub maar pijler en grondslag van het belijden in Oost en West, 1 Tim. 3:14-16. Zakelijk beleden Nicea, 325, en Constantinopel, 381, dat de God-van-Abraham, God-van-Isaak en God-van-Jakob dezelfde is als de Vader, de Zoon en de Heilige Geest; dat de Zoon deelt in dezelfde deugden en macht als de Vader; en dat de Geest geen kracht of dienaar is maar identiek met de Vader en de Zoon.

 

740.1. Wat bad onze Heer na harde tegenstand in Galilea?
”Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U dit verborgen hebt voor wijzen en verstandigen en onthuld hebt aan eenvoudigen. Ja, Vader, zo is het uw welbehagen geweest. Alles is Mij door de Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon behalve de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en ieder (kent de Vader) aan wie de Zoon dit heeft willen onthullen, “, Mat. 11:25-27.

 

740.2. Wat bad onze Heer voor de eenheid van de Kerk?
“Niet alleen voor hen (= Twaalf apostelen) bid Ik, maar ook voor hen die door hun Woord in Mij geloven: dat zij allen één mogen zijn. Zoals U, Vader, in Mij bent, en Ik in U ben, dat zij in Ons zijn met als doel dat de wereld gelooft dat U mij hebt gezonden. Ik heb hen laten delen in mijn heerlijkheid, waarin U Mij geschonken hebt opdat zij één zouden zijn zoals WIJ één zijn, Ik in hen en Gij in Mij, met als doel dat zij naar een volkomen eenheid groeien, opdat de wereld tot het inzicht komt dat U Mij hebt gezonden en hebt liefgehad zoals U Mij hebt liefgehad.” , Johannes 17:20-23.

 

740.3. Welk verband legde Paulus tussen belijden en behoud?
”Want als uw mond belijdt dat Jezus Kurios is en in uw hart gelooft dat God (de Vader) Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u behouden worden. Het geloof van het hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van uw mond brengt de redding.”, Rom. 10:9-10.
6. Hoe voeren wij het gesprek met moslims over de Drie-enige? (741-742)

 

741. Hoe kunnen christenen en moslims nader tot elkaar komen?
Ieder wordt blij als men hem met liefde verwelkomt en in de groep opneemt. De hartelijkheid doet het ijs smelten. In Gods Drie-eenheid gaat het nu juist om hartelijkheid en liefde, gemeenschap en saamhorigheid. Daarom dienen christenen zich voor moslims in woord en daad open te stellen. Liefhebben voltrekt zich tussen twee partijen, tussen God en mens, mens en medemens, christen en moslim. De Eeuwige is in zichzelf een Gemeenschap van Ik en Gij, God-van-Abraham (de Vader), God-van-Isaak (de Zoon) en God-van-Jakob (Beth-El = God met ons)? De Koran verwijst vaak naar Tora en Evangelie als openbaringsbron en daarom ook naar de ruimte van het samen-zijn.

 

Koran
‘Zeg: wij geloven in God, in wat naar ons is neergezonden en in wat aan Mozes en ‘Isa (= Jezus) is gegeven en in wat aan de profeten door hun Heer is gegeven. Wij maken geen verschil tussen één van hen en wij hebben ons aan Hem overgegeven.’, S. 2:136.

 

742. Moet de Kerk dit geloof in de Drie-enige corrigeren?
Neen, zij handhaaft dat de Almachtige en Alwetende ook de liefdevolle Vader, de Zoon en de Heilige Geest is. De Helper (= Paracleet) heeft haar in de gehele waarheid geleid, Joh. 14:26; 16:12-15. Wie dit achterhaald noemt, wantrouwt de zijn leiding. Wie inlevert wat voor hem onopgeefbaar zou moeten zijn, verliest als gesprekspartner zijn identiteit en gezicht. De opdracht van christenen is dit belijden in zijn strekking te doorzien en toe te passen in hartelijkheid, wellevendheid en vriendelijke omgang met de naaste, 1 Kor. 13; 1 Joh. 4 en 5.

 

Wilt u meer van dit onderwerp afweten, raadpleeg dan de volgende werken.
Beyerhaus P.J (Hg.), Das Geheimnis der Dreieinigkeit im Zeugnis der Kirche. Trinitarisches Anbeten – Lehren – Leben. Ein Bekenntnis. Oecumenisches Handbuch, 2009. ISBN 987-3-937965-84.0 (VTR); ISBN 987-3-940879 – 04-2 , Dominus. (Beyerhaus vertegenwoordigt evangelikalen).

 

Kelly J.N.D., Early christian doctrines, Adam & Charles Black, London, 1958, met vele nieuwe edities en reprints, 1960,1965, 1968. 1975, 1977,1980, 2004. (Hij geeft een overzicht over vroege belijdenissen en kerkvaders en behandelt de ontwikkeling van Nicea tot Chalcedon).

 

Laroui Fouad, Over het islamisme. Een persoonlijke weerlegging, Vertaald uit het Frans door Jan Versteeg, uitg. De Geus, Breda 2006. (De islam is allerminst uniform).

 

Lof L.J., De figuur van Christus in de vrijzinnige Amerikaanse theologie, Van Logchum Slaterus, Arnhem 1949 (Dit proefschrift gaat over liberale theologen zoals Channing, Emerson, Bushnell, Ritschl, Tillich en Niebuhr).

 

Meijering Eginhard, Geschiedenis van het vroege christendom. Van de jood Jezus van Nazareth tot de Romeinse keizer Constantijn, Balans, Amsterdam 2004. (Deze stelt dat men in Nicea met de term wezenseenheid een duidelijk identiteit kreeg. “Die identiteit sluit aan bij bepaalde bijbelse noties, waarvoor men echter geen exclusieve geldigheid kan opeisen.”, a.w. 401.)

 

Steenbrink Karel, De Jezusverzen in de Koran, Meinema, Zoetermeer 2006 (Steenbrink wil de ontkenning van de islam van Jezus’ wezensgelijke zoonschap als correctie op Nicea honoreren in een open debat, a.w. p. 179, 172, wat ik bestrijd.)

 

Wentsel B., ‘De drieënige God’, Godsleer, mensleer en zondeleer, 1987, 299-392. Idem. ‘Is Allah identiek met de Vader van Jezus Christus?’, in: HIJ-IS-ER-BIJ I, 2006, p. 37-62.

 

Idem, ‘U, Drie-Ene, Saamhorige en Saambindende’ in: HIJ-IS-ER-BIJ I, 120-181.

 

Oefening: 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34