Oefening: 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34

 

Gesprekken II - Oefening 33 (711-721)

Wat is het profiel en de waarde van uw leer?

1. Gesprek als gebed. (711-713)

 

711. Och HEER, waarom verschijnt U niet aan ons zoals eens aan Mozes
Ik heb Mij in flitsen aan hem laten zien als mijn vriend en middelaar van het verbond op de Sinaï; deze openbaring geldt ook voor u.
Ik heb Mij na hem nog heerlijker geopenbaard, Joh.1:14-18; 17:3; Hebr. 1-1-3. U zou zijn bezweken, als Ik u zou zijn verschenen in volle glorie, Ex. 33:18-23.

 

711.1. Bent U, HEER, voor ons dezelfde God als in Mozes’ tijd?
Ja, Ik blijf dezelfde met dezelfde deugden zoals ook mijn Zoon. Hebr. 13:8a. “Jahweh, HIJ-IS-ER-BIJ, een barmhartige en genadige God, geduldig, groot in liefde en trouw, die goedheid bewijst tot in de duizendste generatie, die misdaden, overtredingen en missers vergeeft, maar die een schuldige niet ongestraft laat en die de misdaden van de voorouders bezoek aan kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht.”, Ex. 34:5-7.

 

712. Bent U ook zichtbaar om ons heen?
Let op mijn majesteit in de natuur en goedheid in uw weldaden, Ps. 103; 104.
Ken de canon van gericht en redding, Ps. 105-106; 111; Mat. 23-24; Rom. 1:18-31; Openb. 5-21.
Aanschouw mijn profiel in mijn Zoon, mijn Beeld, genoegzaam voor allen om Mij te kennen en eeuwig te leven, Joh. 1:1-18; 3; Kol. 1:12-23.
Lees de bijbel, spiegel u aan beelddragers, mijn tempels, Mat. 5:1-14; 2 Kor. 3.

 

713. Gebood U uw volk om uw Naam en werken door te geven?
Ik verplichtte ouders om aan kinderen van Mij te getuigen en hun dagelijks het liefdesgebod voor te houden, Ex. 12; Deut. 6:5-9; Mat. 22:34-40.
Ik beademde dichters om mijn daden in leerdichten over te dragen aan komende generaties, opdat zij zouden leren op Mij te vertrouwen, Ps. 78; 81; 105-106.
Ik verplicht u onze heilswerken door te geven door bijbel en onderwijs opdat ook jongeren Mij leren kennen en eeuwig leven, Luc. 1:1-4; Mat. 5-7; Joh. 5:19-47; 20:30-31; 2 Tim. 3:14-16; 4:1-16; Hebr. 2:1-4; 5:11-6:1-12.
2. Hoe gaven ouders in Israël aan kinderen onderwijs? (715-716)

 

714. Waarom zijn, leraar, Pèsach en Pasen ruggengraat van jaarorde en leer?
De HEER bevrijdde Israël van tirannie, liet zijn toorn aan hen voorbijgaan (= Pasach) door het offer van een lam en schonk hun leven en toekomst.
Hij voorafschaduwde daarmee dat Hij zijn volk door de offergave van zijn Zoon als het Lam deed ontkomen aan zijn toorn en Satans heerschappij en het overzette in het Koninkrijk van zijn liefde en genade, Kol.1:12; Oef. 24, 25, 29.

 

715. Was er, leraar, onder Israël een leerhuis en catechismus voor jongeren?
Ja, de HEER verplichtte ouders op de veertiende van de eerste maand (= nisan) op het feest van de Voorbijgang (= Pèsach, Pascha) hun kinderen te vertellen van Gods wonderdaden in Egypte. Het was een voorschrift voor alle eeuwen. Zij moesten ook de symbolen – ongezuurde broden, bloed van het lam – uitleggen en de zin daarvan voor heden verklaren, Ex. 12:24-28; Deut. 6:20-25. Het onderwijs verliep volgens het model van vragen en antwoorden.

 

Jeugdcatechismus
715.1. Waarom is de nacht van Pèsach of die Waaknacht zo bijzonder?
Ouders:
De HEER bevrijdde ons daarin uit de dwingelandij, maakte een begin met ons zelfstandig bestaan als volk en gaf ons hoop op nieuwe bevrijdingen.
Kinderen:
Waarom moesten de eerstgeborenen van mens en vee sterven?
Ouders:
De HEER was razend op de Farao, die zich na negen zware straffen nog steeds verhardde en het volk bleef uitbuiten; daarom besloot Hij tot het uiterste dwangmiddel van de dood van de eerstgeborenen.
Kinderen:
Die kinderen en dieren hadden toch geen kwaad gedaan?
Ouders:
Nee, maar de HEER trof het hardnekkige volk op de gevoeligste plek.

 

715.2. Waarom slachten wij op 10 nisan een lam om dit op de 14e op te eten?
Ouders:
Omdat de HEER ook ons als schuldigen had kunnen treffen, gebood Hij ons per gezinseenheid een lam te slachten, plaatsvervanger van eerstgeborenen. We moesten het bloed op deurposten en drempels strijken. Als de gerichtsengel het bloed zag, wist hij: hier woont Gods volk. Door het plaatsbekledende lam sprong de Toornende ons voorbij (= Pèsach, Pascha).
Kinderen:
Is het echt waar dat Farao’s legermacht in de Rode zee omkwam?
Ouders:
De HEER maakte zijn dreigend Woord waar. Hij deed door Mozes‘ hand de wateren terugvloeien; wielen liepen vast; wagenmenners verdronken, Israël trok verder. Duizenden ooggetuigen zagen in deze ramp wie HIJ-IS-ER-BIJ is: wonderbare redder, geduchte richter, Ex. 14-15.
716. Wat is, leraar, het vaste leerpatroon in het Oude Testament?
Dit is gekleurd door Gods verbondsdaden en vier met een B beginnende woorden: Beloven, Betuigen, Bevelen en Bedreigen, Oef. 5. De spil daarvan vormt Pèsach, feest van redding van toorn en tirannie. Vijftig dagen later vierde men het Wekenfeest van de eerstelingen van de tarweoogst en wetgeving. Israëls jaarorde werd kern van de leer en jaarorde van de Kerk, Oef. 29.

 

716.1. Waar komt u dit leerpatroon dan tegen?
U vindt dit in vertellingen, Ex. 12:24-28, in leerdichten, Ps. 78, 105-106, en in de verkondiging met terugblik op mijlpalen als actuele les, Deut. 1-6; Hand. 7. Toen het volk uit de ballingschap was teruggekeerd, organiseerden Levieten een bijeenkomst; daarin overzagen zij duizend jaar geschiedenis van Gods verbond; zij memoreerden zijn weldaden, toorn over de afval van het volk, zijn redding na boete en spraken hoop op betere tijden uit, Neh. 9. Onze Heer verkondigde het zevenvoudig Wee-u aan zijn volk, de tekenen voorafgaande aan zijn terugkeer en heilsbeloften voor volhouders, Mat. 23-24. Petrus lichtte Gods heilswerken toe, wees hen op Gods beloften en vermaande hen: ‘bekeer u, laat u dopen en in Jezus’ naam en u zult de Heilige Geest ontvangen’, Hand. 2:14-40; 3-4. Stefanus hield het Sanhedrin de spiegel voor van profetenmoordenaars en deed een beroep op hen: ‘geloof in Jezus, die u hebt gekruisigd, als Redder!‘ Hand. 7.
3. Waarom is Goede Vrijdag/Pasen kern van feest en leer in de Kerk? (717-718)

 

717. Hoe werden Goede Vrijdag/ Pasen de scharnier van jaarorde en leer?
Zij verwijzen naar Gods wonderdaden. Zoals de Heer aan Israël zijn toorn liet voorbijgaan door het Pèsachlam, zo deed Hij zijn volk in het nieuwe verbond aan zijn toorn ontkomen door Jezus Christus, het geslachte Lam. Tussen Pèsach en Pasen zijn innige verbanden, Joh. 1:29, 35; 13:1 (‘Pèsach was op handen’); 19:42 (‘het was de voorbereidingsdag voor Pèsach’). 1 Kor. 5:7 (‘ook ons paaslam is geslacht’). Zoals de HEER Israël van farao bevrijdde door inzet van het lam en Mozes, zo bevrijdde Hij zijn gemeente door zijn Zoon van Satan en zette haar uit de duisternis over in het Rijk van zijn liefde, Kol 1:12-22.

 

717.1. Hoe werkte dit door in de jaarorde van kerk en mensheid?
De Vader deed de Zoon verrijzen op de derde dag en stempelde daarmee de zondag tot opstandingsdag en eerste dag van de week. Hij verhief Hem na veertig dagen tot koning van hemel en aarde en stortte zijn Geest uit op de vijftigste dag na Pasen; dit heet het Wekenfeest of Pinksteren, een Grieks woord.
Dit is afkomstig van pentè-kostè hènera = vijftigste dag. De jaarorde van de Kerk wordt beheerst door de zondag als klein-Pasen, Kerstmis en door Pasen en Pinksteren. Dit beïnvloedde de jaarorde van de mensheid, die zijn vertrekpunt neemt in de komst van de Zoon bij het tellen van de jaren.

 

718. Beademde de Heer de Twaalf apostelen en auteurs van het NT in de leer?
Ja, zij beleden in Jezus’ voetspoor God als de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, Mat. 3:13-17; Joh. 1:1-34; 5:10-47; 7:14-31; Joh. 17; Ef. 4:3-6; 1 Tim. 3:16. Jezus beleed: “Niemand kent de Vader dan de Zoon en niemand de Zoon dan de Vader en allen aan wie Hij dit wil openbaren. “, Mat. 11:27b. Hij vertrouwde de Woorden van zijn Vader toe aan de apostelen, Joh. 17:6-8, die deze doorgaven aan allen die in Hem geloven, 17:20. De Betrouwbare leidde hen en zijn gemeente in de volle waarheid door de Geest van de waarheid, Hand. 2-15; Joh. 16:12-15. Bij de gemeentestichting in Caesarea vermeldt Lucas God de Vader vijftien maal en de Geest en de Zoon ieder minstens vier maal, Hand. 10. Paulus beleed God als één Geest, één Kurios, één Vader, Ef. 4:3-6. Overal waar de Kerk belijdt, erkent zij God als de Drie-enige en zijn verbondsketen met de schakels van uitverkiezing, roeping, rechtvaardiging, heiliging en verheerlijking, Rom. 8:28-30.

 

718.1. Is deze leer anders dan die in het Oude Testament?
Nee, want Jezus verkondigde aan de kenners van het Oude Testament dat de Vader daarin van Hem getuigt. ”Want als u (= schriftgeleerden) in Mozes (= OT) zou geloven, zou u ook in Mij geloven; over Mij heeft immers Mozes geschreven. Maar als u geen geloof hecht aan zijn Geschriften – hoe zou u dan geloof schenken aan mijn Woorden? ”, Joh. 5:46-47. Hij bad voor hun toewijding in de waarheid. ”Want de Woorden die U (= de Vader) Mij hebt gegeven, heb Ik aan hen doorgegeven, en zij (= de Twaalf) hebben deze Woorden aangenomen en naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan; zij hebben geloofd dat U Mij hebt gezonden.”, Joh. 17:8. “Maak hen toegewijd aan U in waarheid, uw Woord is waarheid. “, Joh. 17:17.

 

718.2. Wat beleed Jezus van de eenheid van de Kerk?
Hij bad voor de perfecte eenheid. “Ik heb hen (= de Twaalf) laten delen in de heerlijkheid waarin U Mij hebt laten delen - opdat zij één mogen zijn zoals WIJ één zijn, Ik in hen zoals U in Mij, dat hun eenheid volkomen mag zijn - zodat de wereld kan erkennen dat U Mij gezonden hebt en dat U hen hebt liefgehad met de liefde die U mij hebt toegedragen.” ‘, Joh. 17:22-23.

 

718.3. Wat beleden Paulus en zijn leerlingen van de Kerk?
Zij schreven: “Dan weet u hoe men zich behoort te gedragen in Gods huis(gezin), dat is de Kerk (= ecclesia) van de levende God, de pijler en grondslag van de waarheid. En groot is ongetwijfeld het geopenbaarde geheimenis van onze godsdienst:
Hij is geopenbaard in het vlees,
gerechtvaardigd in de Geest,
verschenen aan de engelen, verkondigd onder de volken,
geloofd in de wereld, opgenomen in heerlijkheid.’, 1 Tim. 3:14b-16.
4. Wat is de waarde van het gemeenschappelijke belijden? (719-721)

 

719. Welke waarde hebben, leraar, de drie Credo’s van de Kerk?
Zij verenigen de kerken als grondslag van de waarheid. Jezus leidde door zijn Geest kerkvaders in de volle waarheid, Joh. 16:12-15. Het Apostolicum, de belijdenis van Nicea-Constantinopel, 325-381, en de belijdenis, genoemd naar Athanasius, maken aanspraak op erkenning in alle tijden. De Kerk, pijler en grondslag van de waarheid, 1 Tim. 3:14-16, belijdt dat de God-van-Abraham, God-van-Isaäk en God-van-Jakob dezelfde is als de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De concilies Nicea/Constantinopel, 325/381, beleden dat de Zoon deelt in dezelfde deugden en macht als de Vader en dat de Geest geen kracht is maar met de Vader en de Zoon de ene HEER of KURIOS. De Geest legde hiermee de grondslag van het belijden in Oost en West opdat gelovigen elkaar zo zouden liefhebben als de Vader en de Zoon, Joh. 17:20-23.

 

719.1. Welke waarde hebben de belijdenissen van de 16e/17e eeuw?
De Heilige Geest bevestigde de hervormers in het belijden van de vroege Kerk en deed hen belijden dat de Vader gelovigen rechtvaardigt op grond van het werk van zijn Zoon. Menig belijdenisgeschrift kreeg een hoge waarde omdat de reformatoren ingrijpende beslissingen namen na toetsing van de leer aan de Schriften. De Kerk van 1517 beoogde herstel en geen breuk. Zij is protestants omdat zij getuigde voor de waarheid; katholiek, omdat zij aansloot bij het belijden van de Romeins- en Grieks-katholieke Kerk.

 

719.2. Legde de Reformatie van 1517 de basis voor versplintering van de Kerk?
Zij bedoelde dit niet, maar toen er in eigen kring leerverschillen ontstonden, ontbrak een pastoraal gezaghebbend centrum om de eenheid te bewaren. Het was bedroevend dat Luther, Zwingli en Calvijn uiteengingen en dat luthersen en gereformeerden vier eeuwen lang niet samen de Maaltijd vierden en verblijdend dat zij dit in de 20e/21e eeuw wel doen. Talrijke afscheidingen uit gewetensnood in de 18e/19e eeuw gingen op diepe verschillen terug. Het rationalisme ondermijnde de heilsfeiten en het belijden van de Drie-enige God. De kerken van de Reformatie hebben een centraal herderschap nodig om de eenheid in de leer te bewaren of te herstellen contra de giftige stroom dwalingen.

 

719.3. Is de oecumene van het hart voldoende?
Neen, deze is onvoldoende en mag ook niet dienen om herenigingen van instituten tegen te houden. Het is waar dat het mystieke lichaam dwars door alle instituten loopt, scheidingen verzacht en toegenegenheid bevordert, maar Jezus bad om meer; Hij grondde zijn Kerk niet op een fijn gevoel maar op zijn eenheid met de Vader; niet op vrome fantasie maar op de Twaalf oog- en oorgetuigen als fundamentleggers; en niet op religieuze vaagheden maar op de door Hem aan de Twaalf overgeleverde woorden, Joh. 17:20-26.

 

720. Welke taak heeft de ambtelijke Kerk bij de predikantsopleiding?
Zij schuwt huurlingen, voor welke de Goede Herder waarschuwde. Deze laten de kudde in de steek, als de wolven van de tijdgeest de kudde bedreigen om zielen te roven. Hij roept trouwe herders tot beschermers van en vechters voor de kudde, Joh.10; Hand. 20:17-38. De Kerk heeft de zorg voor de vorming van herders-leraars in de kennis van het Hebreeuwse OT en Griekse NT en in de leer die de Vader ons door zijn Zoon openbaarde. Predikanten dienen te leren dat geloof en weten een eenheid vormen en er onderscheid is tussen hen die Christus’ Geest ademen en hen die door demonen worden beademd. Zoals velen dit in de nazitijd (1933-1945) niet door hadden, zo kunnen er ook predikanten in onze tijd verblind zijn. Predikanten beloven trouw aan het belijden van de Kerk bij hun ordinatie. Zij dienen te zwijgen als zij van leerstukken afwijken of anders ontheffing uit hun ambt aan te vragen. Het omturnen van gemeenten naar eigen dwalingen of oprichten van kerkjes als eigen ‘winkeltjes’ gaat in tegen het herderlijk ambt, dat gericht moet zijn op de eenheid van de kudde.

 

720.1. Waarom vormen geloof en wetenschap een eenheid?
Godgeleerde faculteiten hadden eeuwenlang tot object en norm Gods openbaring in de heilsgeschiedenis volgens de bijbel. In 1877/1878 ontstond er een breuk, toen de mode bepaalde dat alleen de mens en niet de God van de openbaring in Christus object van wetenschap kan zijn in academisch onderwijs. De overheid bracht bijbelse theologie en geloofsleer als ‘niet wetenschappelijk’ onder bij kerkelijke vakken. De kerken aanvaardden noodgedwongen deze duplex ordo, die inging tegen de lange traditie waarin Gods openbaring in de bijbel ook voor de overheid normatief was. De mening dat kerkelijke theologie niet wetenschappelijk is en religiestudie wel, is niet correct. Het christemdom berust op door ooggetuigen gecontroleerde feiten. Ook religiestudies staan voor de vraag: was is (on)waar? 1)

 

720.2. Hoe is de situatie van de godgeleerdheid in het begin van de 21ste eeuw?
In de loop van de 20ste eeuw werd de godgeleerde faculteit aan de Universiteit van Amsterdam opgeheven. Zij leeft voort als leerstoelgroep in de faculteit van letteren en culturele wetenschappen. Groningen behield een door godsdienstwetenschap gekleurde faculteit en kent geen kerkelijke opleiding. In Utrecht en Leiden zijn de theologische faculteiten opgenomen binnen de geesteswetenschappelijke faculteiten. De VU behield een godgeleerde faculteit. De opleidingen van de PKN zijn met de Kamper ThUK en het Evangelisch Luthers Seminarie in 2007 samengesmolten tot de Protestantse Theologische Universiteit (= PThU) met vestigingen in Utrecht, Kampen, Leiden en Doorn. De universiteiten van Kampen (GKV) en Apeldoorn (CGK) kenmerken zich door een nauwe band tussen wetenschap en kerkelijk belijden.

 

721. Welke waarde hebben de Barmer Thesen en Konkordie van Leuenberg?
De Kerk erkent de waarde van de stellingen tegen het nazisme in de Theologische verklaring van Barmen van 1934, BGPKN 226-230. Gods Woord is beslissend (1); we dienen ons in alles aan Jezus Christus te onderwerpen (2); we mogen de kerkorde niet prijsgeven aan willekeur of wisseling van overtuigingen (3); ambten zijn er niet voor heerszuchtig manipuleren maar voor de dienst aan de gemeente (4); de staat mag niet het totale leven ordenen en de taak van de Kerk overnemen of deze tot haar orgaan maken (5); we mogen het Woord en werk van de Heer niet misbruiken voor eigenmachtige wensen, doeleinden of plannen (6). De Kerk verweerde zich hierin tegen de staat als albedil, racisme, antisemitisme en valse religie van bloed en bodem. De Konkordie van Leuenberg van 1973 tussen Lutherse en ‘Reformierte’ kerken stelde dat verschillen over Jezus Christus, het Avondmaal en de twee rijken niet langer de kerken mogen scheiden, omdat er voldoende overeenstemming is om samen Avondmaal te vieren tot Gods lof, BGPKN, 231-242.

 

 
Balke Willem, Jan C. Klok, Willem van ’t Spijker, Johannes Calvijn, zijn leven, zijn werk, Kok, Kampen 2008.

 

Brouwer Rinse Reeling, De handzame Calvijn, samengesteld, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Rinse Reeling Brouwer met nieuwe vertalingen van Heil van Dolen en Hannie Vermeer-Pardoen, Van Gennep, Amsterdam 2004.

 

Doekes L., Credo. Handboek voor de gereformeerde symboliek, Bolland, Amsterdam 1975.

 

Hartvelt G. , Symboliek. Een beschrijving van kernen van christelijk belijden, Kok, Kampen 1991.

 

Kelly J.N.D. , Early Christian Creeds, Longman, Essex-New York, 1950, 19723, 1981 (paperback).

 

Idem, Early christian doctrines, Adam & Charles Black, London,1958, met vele nieuwe edities en reprints, 1960, 1965, 1968, 1973, 1975, 1977, 1980, 2004 enz..

 

Klaas Zwanepol (inl.), Belijdenisgeschriften voor de Protestantse Kerk in Nederland, 2004.

 

Miskotte K.H., De kern van de zaak. Toelichting bij een proeve van hernieuwd belijden, Nijkerk 1960. Vgl. W. Dekker, G.C. den Hertog en Tjerk de Reus (red.), Het tegoed van K.H. Miskotte, de actuele betekenis van zijn denken voor de gereformeerde theologie, Zoetermeer 2006.

 

Verboom W. , Kostbaar belijden. De theologie van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, Zoetermeer 1999.

 

Wentsel B., De Kerk als het saamhorige volk Gods, Dogmatiek 4b, Kok, Kampen 1998.

 

Idem, Getuigen in familie, kerk en samenleving. Inleiding in de Protestans-Katholieke Klassieken, module praktische theologie, Zwijndrecht ETA, 2e druk 2005.

 

Oefening: 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34