Oefening: 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34

 

Gesprekken II - Oefening 31 (672-690)

Hoe maakt U uw Kerk tot een bloeiend en groeiend lichaam?

1. Gesprek als gebed. (672-674)

 

672. Waarom heet, Heer Jezus Christus, uw Kerk uw lichaam?
Ik regeer vanuit de hemel in mijn paaslichaam als Hoofd mijn Kerk, die in overdrachtelijke zin mijn lichaam is, Hand.1:9-11; 2:22-36; Kol. 3:1-4.
Ik vorm gemeenten als levend lichaam met vele leden en geestesgaven, Hand. 2:41-47; 9:4; Rom. 12:3-8; Ef. 4; 1 Kor. 12-14; Kol. 1:18.

 

673. Vereenzelvigt U, Heer, zich met uw Kerk en de leden?
Ja, wie deze aantast, tast Mij aan; wie deze steunt, eert Mij en mijn Vader, Mat. 10:40-42; Hand. 9:5.
Ik tuchtig gemeenten, als hun liefde verkilt, om hen beter te maken, 2 Kor. 11-12; Hebr. 12; Openb. 3:14-21.
Ik neem mijn Koninkrijk van hen weg, als zij zich verharden in ongeloof en slechte vruchten opbrengen, Mat. 8:11-12; Joh. 15:6; Openb. 2:1-7.

 

674. Hoe laat U, Heer, uw gemeente groeien?
Wees voor Mij ontvankelijk als kinderen, wees voor elkaar de minste - dan zegen Ik u met bloei en groei, Mat. 18; Joh. 13:1-17; 1 Kor. 13.
Blijf trouw aan Mij en mijn Woord - dan doe Ik u vrucht dragen, Joh. 15. Getuig van Mij voor de mensen in woord en daad - dan zal Ik hen tot Mij roepen om Mij te verheerlijken, Mat. 5:13-16; 28:18-20; Hand. 2-28.
Volhard in mijn leer en gemeenschap, het breken van het brood en gebed - dan breid Ik uw kring uit, Mat. 7:7-12; 18; Luc. 8:1-8; Hand. 2:41-47.
2. Welke betekenissen heeft Christus’ lichaam? (675-678)

 

675. In welke relatie, o leraar, stond de HEER met Israël?
Hij koos dit volk uit als zijn eerste liefde, leidde het naar Kanaän en stelde dit tot zegen voor de volken, Gen. 12:1-3; Ex. 4:22; Ps. 67; 95.
Zoals Hij Isaak tot zoon van de belofte maakte, zo deed Hij Jezus als beloofde messias voortkomen uit Israël om zijn volk te verlossen, Mat. 1:18-25; Gal. 3-5.
Hij voorafbeeldde in Israël als eerstgeboren zoon zijn Eniggeboren Zoon, Hos. 11:1; Jes. 9:1-6; Mat. 2:12-23; 3:13-17.

 

676. Wordt Israël in het OT het lichaam van de Messias genoemd?
Neen, wel de bruid van Jahweh. Hosea profeteert: ”Ik neem u als mijn bruid voor altijd, in recht en gerechtigheid, goedheid en meedogen, als mijn bruid in trouw; dan zult u de HEER leren kennen.”, Hos. 2:18-19 (21-22).

 

677. In welke zin spreekt het Nieuwe Testament over Christus’ lichaam?
Jezus nam een lichaam aan uit Maria, Luc. 1:26-38. Hij offerde dit aan het kruis om ons met God en met elkaar te verzoenen. Hij voer in zijn paaslichaam naar de hemel en zal ons lichaam eens aan daaraan gelijk maken, Kol. 1:18-22; Hebr. 8:1-13; 10:1-18; Fil. 3:21. Ook noemde Hij het brood bij het Avondmaal overdrachtelijk zijn lichaam. “Neem en eet, dit is mijn lichaam.”, Mat. 26:27b. Teken en be-teken-de zaak zijn niet hetzelfde, wel nauw verbonden. ”Waarachtig. Ik verzeker u: als u het vlees van de Mensenzoon niet eet, als u zijn bloed niet drinkt, is er geen leven in u.”, Joh. 6:53. Ten derde heet de gemeente Zijn lichaam, niet van de Vader of de Geest, maar van de Zoon, die als Hoofd zo nauw op haar is betrokken. Ef. 4.

 

678. Wat betekent het dat de gemeente het lichaam van Christus is?
Hij is haar vertegenwoordiger. Allen zijn in hem als tweede Adam gekruisigd, opgestaan en ten hemel gevaren, Rom. 6; 2 Kor. 5:14-21; Kol. 3.
Hij is haar hoofd. Hij onderhoudt met haar een levendig contact en vormt haar om tot spiegel van de liefde tussen Vader en Zoon, Joh. 17:20-23.
Hij is haar levengever. Hij doet haar door zijn liefde en geestesgaven groeien tot een volheid, Rom. 12:3-8;1 Kor. 12; Ef. 4; Kol. 1:18-23.
Hij gaf haar ruggengraat door ambten in te stellen, 1 Kor. 12:28. Het mystieke lichaam valt niet samen met het instituut, omdat dit ook gedoopte leden heeft die (nog) niet met Hem verbonden zijn, terwijl er ook gelovigen niet bij het instituut zijn aangesloten. Beide horen wel bij elkaar omdat Hij van beide het Hoofd is en door ambtsdragers zijn lichaam bouwt. Ef. 4.
3. Heeft de Kerk genoeg oog (gehad) voor geestesgaven? (679-682)

 

679. Heeft de Kerk de geestesgaven de rechte plaats gegeven?
In het eerste stadium wel, later concentreerden zich alle gaven in ambtsdragers en speelden ‘leken’ een ondergeschikte rol. In orden ontplooide velen hun gaven ten nutte van de gemeente of landbouw. Charismatici werden door de paus heilig verklaard. De Reformatie van 1517 herstelde de bijbelse leer van de rechtvaardiging en prediking, gaf hoog op van het werk van de Heilige Geest en noemde alle gelovigen heiligen.
Martin Bucer (1491-1551), hervormer van Straatsburg, leermeester van Calvijn, tekende de Kerk als volk met geestesgaven. Toch stond de Reformatie gereserveerd tegenover tongentaal en genezingsgaven, omdat zij de aposteltijd een achterhaalde periode achtte en zich tegen vrijgeesten, die de bijbel amper nodig achtten, moest verdedigen.

 

680. Wat houdt de leer van het cessationisme of de stopstreep in ?
Dit leert dat de apostolische periode van volmachten en particuliere charismata is afgesloten en in de daarop volgende bedeling andere regels gelden (cesso = ik houd er mee op, pauseer). Daarom schenkt de Heer wel de wedergeboorte en liefde, geloof en bekering, blijdschap en lof, maar zou Hij niet de particuliere van toerusting zoals tongentaal en genezing schenken.

 

681. Is deze opvatting juist?
Deze is niet geheel juist, omdat zij tekort doet aan Gods doorgaande toerustingswerk. Juist is het onderscheid tussen apostolische volmachten en gemeentelijke charismata. Jezus gaf de Twaalf volmachten om onreine geesten uit te drijven, elke kwaal te genezen en doden op te wekken, Mat. 9:35-38,10:1-8. Zo wekte Petrus in Lydda bij Joppe de vrome Tabita op uit de doden, Hand. 9:36-42, en Paulus in Troas de door slaap overmande, uit het raam gevallen Eutyches, Hand. 20:7-12. De gevolmachtigde apostelen zijn onvervangbaar en niet opvolgbaar; dit leert nagenoeg de gehele Kerk behalve de Irvingianen, die het apostelschap instelden. In geding is de vraag: in welk opzicht gaan de toerustingsgaven aan de gemeenteleden door?

 

682. Welke teksten getuigen van toerusting van gemeenteleden?
a. Jezus schonk een groep van (tweeën)zeventig de gave om demonen uit te bannen en zieken te genezen (dodenopwekking ontbreekt), Luc. 10:9,17-19. Gaf Jezus een tijdelijke opdracht of geeft Hij alle leden nog dezelfde gaven?
b. In Marcus 16:17-20 staat de belofte dat als tekenen de gelovigen zullen volgen demonenuitdrijving, ziekengenezing, tongentaal en wonderen. Een een belofte is veel maar geen opdracht; opdrachten ontbreken in de lijsten van vermaningen in de brieven.
c. Paulus noemt als charismata van de gemeenteleden wondermacht en genezing; tongentaal, profetie, onderricht, onderscheiding van geesten; hulpvaardigheid en bestuur, Rom. 12:3-8; 1 Kor. 12:8-11; 27-29; 14.
d. Jakobus legt verband tussen voorbeden en genezing van zieken door oudsten na zondebelijdenis, Jak. 5:13-15. In deze lijn liggen pleidooien voor ziekenzalving, voor de dienst van bevrijding van demonen en herwaardering van tongentaal en profetie. Zeker is dat de Soevereine die gaven die Hij nodig acht voor ieder tijdsgewricht aan zijn Kerk schenkt, Oef. 37-39.
4. Hoe doet Hij een ingezonken Kerk weer groeien en bloeien? (683-690)

 

683. Welke middelen gebruikt de Heer voor de groei van zijn lichaam?
Hij verhoort het volhardend gebed van gemeenteleden en groepen, 684.
Hij treft harten door een gewetensvolle evangelieverkondiging, 685.
Hij bouwt de gemeente via huwelijk en gezin als verbondseenheid, 686.
Hij roept de ingeslapen kerk tot leven door opwekkingen/reformaties, 687-688.
Hij gebruikt afscheidingen om gevestigde kerken te doen ontwaken, 689.
Hij sticht nieuwe gemeenten als oasen in geestelijke woestijnen, 690.

 

684. Waarom is volharding in het bidden zo belangrijk?
De Vader stelt door aandrang van zijn kinderen zijn plannen bij en verandert daardoor de loop van de geschiedenis, Hand. 12:1-18. Hij bevestigde Jezus’ keuze, die de hele nacht doorbracht in gebed voor het kiezen van de Twaalf tot apostelen, onder welke zijn verrader, Luc. 6:12-16. Jezus leerde ons de wijze en waarde van het bidden en zekerheid van de verhoring, Mat 6:1-18; 7:7-12; Luc. 11:1-13. Hij drong aan op volhardend bidden in de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter, Luc. 18:1-8. Hij gaf het groepsgebed een plaats in de verhoring. “Ook verzeker Ik u dat, als er twee van u eensgezind iets vragen hier op aarde, om het even wat, dan zullen zij het ontvangen van mijn Vader in de hemel. Want waar twee of drie in mijn Naam bijeen zijn, ben Ik in het midden.”, Mat. 18:19-20.

 

684.1. Weet u, leraar, welke gebeden God ooit verhoorde?
De apostelen, door het Sanhedrin gewaarschuwd, dat zij, als zij zouden blijven getuigen van Jezus’ naam, gedood zouden worden, bleven volharden in de verkondiging mede door het gebed van de gemeente, Hand. 4:23-31. Petrus kwam door dit gebed vrij uit de klauwen van de tiran en meldde zich bij de verwonderde gemeente, Hand. 5:17-42; 12. Paulus, bedreigd door knokploegen, werd dank zij gebedssteun voor menige moordaanslag gespaard, Rom. 15:30-33; 12:12 (‘volhard in het gebed’). Als wij blijven bidden, kan de Vader besluiten de geloofsafval in Europa te stuiten.

 

685. Wat is de waarde van de verkondiging voor de bloei?
Jezus verzekert ons dat zijn Woord tot eeuwig voordeel is voor zijn navolgers en tot eeuwig oordeel voor verharden, Mat. 13:24-30; 36-43. De Rechter scheidt mensen met als maatstaf geloof in Hem en navolging van Hem. Hij zegent belijders met de ingang in zijn Koninkrijk en sluit verloochenaars er buiten, Mat. 7:13-17; 24-25; Luc. 12:8-9. Hij bezweert ons niet bang te zijn voor aanslagplegers. ‘Tot u, die mijn vrienden bent, zeg Ik: “Vrees niet voor hen die het lichaam doden maar daarna tot niets meer in staat zijn. Ik zal u duidelijk maken voor wie u bang moet zijn: U moet Hem vrezen die de macht bezit om u te doden en daarna in de hel te werpen, jazeker, voor Hem moet u vrezen!” ‘, Luc. 12:4-5.

 

685.1. Gaf Jezus ons volmacht om de tweeërlei afloop te verkondigen?
Ja, Hij droeg ons op voor vriend en tegenstander van de daken te roepen dat Hij allen die voor Hem partij kiezen, voor zijn Vader en de engelen zal belijden, en hen, die tegen Hem partij kiezen, zal verloochenen, Luc. 12:1-12. ‘De Heer opent zijn paleisdeur voor u, als u in Hem gelooft en doet wat Hij zegt; Hij sluit deze, als u Hem geen gehoor geeft!’, Mat. 5:13-48; 16:13-20; 18:15-18; 21:33-46; Luc. 16:19-31. Gehoorzaam betuigt Petrus zijn volk redding alleen door geloof in Hem, Hand 2:14-40; 4:12. Paulus noemt predikers overwinnaars-in-serie met levenwekkend aroma voor wie behouden worden en dodelijke walm voor wie verloren gaan, 2 Kor. 2:14-17, Heid. Cat. zo. 31.

 

685.2. Wat weerhoudt, leraar, velen dit tweeërlei slot aan te roeren?
Er zijn er die niet geloven dat de Heer de poorten van zijn paleis sluit voor ongelovigen; zij verwerpen de tweeërlei afloop van de geschiedenis en leren de alverzoening of vernietsing van de goddelozen. Anderen zien de gerichtsprediking niet als taak van de predikant en vrezen door de schrille tegenstelling mensen af te schrikken. Derden noemen dit heilsegoïsme.

 

685.3. Hoe lost u, leraar, deze indringende vragen op?
We dienen HEER dienen uit liefde, niet uit angst of om loon, Joh. 21:15-18. Blijdschap voor onze verlossing voert de boventoon, Hand. 2:37-38; 4:8-12. Een herder-leraar kan het nodig vinden om regelmatig het troostrijke loon op het volgen van Jezus in het licht te stellen, omdat zijn zwaarmoedige gemeente de tegenkant zo moeilijk verwerkt, Mat. 5:1-12. Hij houdt dan rekening met hun draagvermogen. Als hij toch het dubbele slot laat uitkomen, stelt hij vooraf dat zijn doel is het redden van de dwalende van de verdoemenis. Wie immers leert dat God iedereen, zelfs Satan, behoudt, gaat in tegen onze hoogste Leraar en vleit zijn gehoor met de valse illusie dat alles goed komt. Oordeelsprediking is indirect heilsprediking. Wie de Heer dient mag juichen over Hem en het loon; de verharde moet gewaarschuwd voor de komende schrikwekkende straf, Mat. 13:36-43; Hebr. 10:26-31.

 

685.4. Wat doet de prediker, die door oordeelsprediking impopulair wordt?
Jeremia was zo impopulair dat de gevestigde orde hem trachtte te vermoorden omdat hij de verwoesting van stad en tempel voorzei, Jer. 26, maar hij hield zich aan wat de HEER hem had geboden. Als leden wegblijven bij predikanten, ligt dat voor hun eigen verantwoordelijkheid; het mag voor predikers geen reden zijn om over de tweevoudige afloop te zwijgen, verlamd door de angst het etiket ‘verdoemenisprediker’ opgespeld krijgen; iedere prediker draagt de smaad en zegen van profeten. Vanaf de dag dat alle predikers - doorstraald met liefde - de tweevoudige afloop gewetensvol verkondigen, gaat gemeenten meer ernst maken met bekering en komt er beweging ten goede op gang: opstanding uit de doden!

 

686. Beseffen we nog het gewicht van de vruchtbaarheid voor Gods Kerk?
De HEER beloofde Abraham en zijn nageslacht tot God-van-gemeenschap-en-hulp te zijn!’, Gen. 17. Geslachtsregisters in de bijbel laten het belang van de voortplanting uit geloof zien. De Getrouwe zet zijn verbond voort door verwekkingen. Vrome joden beleven hun vruchtbaarheid als talentstuk tot eer van Hem wiens liefde eeuwig duurt voor hen die zijn verbond onderhouden, Ps. 89;103; 127; 128; Ef. 6:1-4. Zij zien hun kindertal in het licht van zijn verbond, de messias en zijn rechtvaardige heerschappij, 1 Sam. 23:1-7; Ps. 89; Luc. 1:26-38; 46-55; 68-79. Gehuwden zijn één in Zijn dienst; de ongelovige partner is geheiligd in de gelovige evenals de kinderen, 1 Kor. 7:12-16.

 

686.1. Is het geloof in het heilige zaad tanende?
De HEER brak zijn verbond bij Jezus’ komst niet af maar vervulde dit. Daarom staat ook de geslachtsdrift van Jezus’ volgelingen in het teken van het verbond met Hem en zijn kinderen heilig zaad. Velen – ook binnen de PKN - verloren dit besef en maakten de geslachtsdrift los van de HEER, los van zijn verbond en los van zijn Koninkrijk; zij brachten twee of drie kinderen voort tot continuering van zichzelf en hun familie en niet allereerst om het heilig verbond voort te zetten. Waar het besef herleeft dat de geslachtelijkheid in dienst behoort te staan van de Drie-enige, krijgen kinderen weer de hoge waarde van heilig zaad. De Vader geeft kinderen om door hen zijn Koninkrijk te bouwen; zij zijn leden van Christus’ lichaam. Waar dit geloof partnerkeuze en huwelijk weer gaat beheersen, daar bloeit de Kerk in kwaliteit en kwantiteit op.

 

687. Wat leert de HEER ons door reformaties/reveils in het oude verbond?
Hij brengt ons door vijandelijke machten op de knieën en wekt nieuw leven door zending van profeten en leiders. Zo gebruikte Hij Samu-El (= God hoort) na het jaar 1000 v.C. – 200 jaar na de uittocht - als profeet, richter en reformator, 1 Sam. 2-16. Samuel riep het ontrouwe volk, bestraft om de dienst van de vruchtbaarheidsgoden Baäl en Astarte met tirannie van Filistijnen, terug tot Hem op een landdag te Mispa, waar zij vastten en hun zonden beleden, 1 Sam. 7. Toen verdreef God de Filistijnen en bracht onder Samuels leiding het geestelijk leven tot bloei en riep door hem David tot troonopvolger, 1 Sam. 16. Dat deed Hij ook door Elia en Elisa, 1 Kon. 18-22; 2 Kon. 1-8, of vrome koningen zoals Hizkia. 2 Kon. 19-20, en Josia, 2 Kon. 23. Toen het volk zich weer verhardde, maakte Hij in 586 een einde aan het nationale bestaan; aan zijn geduld zijn grenzen.

 

688. Wat bewerkt onze Heer Jezus Christus door reformaties en reveils?
Hij brengt daardoor ingeslapen gemeenten tot leven of zuivert ze van eigenwillige godsbeelden, verdiept de omgang met Hem en stuwt hen op tot ijver voor verbetering van wantoestanden. In de 10e/11e eeuw hervormde de beweging van Cluny misstanden volgens de regel van de Benediktijnen; de abt had het toezicht op 1200 kloosters en liet in Cluny de grootste kerk van die tijd bouwen, 187 meter lang en 30 meter hoog. Hij gebruikte de Reformatie van 1517 voor hervorming in leer en leven. Hij gaf het volk door Luther en Calvijn de bijbel en de levende Christus terug. Daar vele landskerken overgingen, waren er veel onbekeerden. Er bleek een verfijning en verdieping van het geloof en gedrag nodig zijn om te komen op het bijbelse niveau van de gemeente, Dogm. 4A, 752-774. Daarom verwekte Hij reveils. Hij bracht in Nederland door de Nadere Reformatie in de 16e/17e eeuw nieuw leven. Willem Teellinck (1579-1629), predikant te Burgh-Haamstede, auteur van 127 boeken, had tot streven om het geloof te verdiepen, de bevindelijkheid te bevorderen en volk en overheid op alle levensterreinen op te stuwen tot heiliging van de Naam. Deze beweging, verwant met het puritanisme in Engeland en Noord-Amerika en het piëtisme in Duitsland, werkt nog door in de rechterflank.

 

688.1. Wat leren we van het Reveil in de 19e eeuw?
Dit ontstond onder invloed van Willem Bilderdijk (1756-1831), dichter, geleerde en advocaat, en zijn leerlingen, de gedoopte joden Isaac Da Costa en Abraham Capadose. Da Costa stimuleerde door lezingen in huiselijke samenkomsten de bijbelstudie. Ook staatsman G. Groen van Prinsterer raakte betrokken bij soortgelijke samenkomsten. Hieruit groeide rond 1840 de groep van Christelijke Vrienden. Deze gaf onder de stuwkracht van ds. Otto Gerhard Heldring de stoot tot hulp onder armen en gevallen vrouwen, gevangenen en drankzuchtigen en tot oprichting van christelijke scholen. Hieruit kwamen onder meer voor de Heldring-stichtingen in Zetten, de vereniging Tot heil des volks, de Diakonessenhuizen te Utrecht, Amsterdam en Den Haag, de Vrienden Israëls en Zending onder de Joden, het Java-comité, de zending in Indië en de VU. De wortels hiervan zijn de overtuiging dat geloof en weten een zijn, dat Christus de Koning is op alle levensgebieden en dat de opleiding van predikanten niet in handen mag zijn van liberalen, die de heilsfeiten loochenen.

 

688.2. Wat kunnen we van de Pinksterbeweging leren?
Dit ontwikkelde zich uit een tak van het methodisme in de Anglicaanse Kerk onder John Wesley (1703-1791) en George Whitefield (1714-1770). Zij leerden dat de Heilige Geest na de rechtvaardiging een tweede ervaring schenkt in de heiliging. Dit kreeg kreeg in heiligingsbewegingen zwaar accent. Volgens Charles Grandison Finney (1792-1895) rust de Geest ons door een geestesdoop toe met kracht. Hier liggen mede de wortels van de Pinksterbeweging (1901, Kansas; 1906, Californië). We treffen bij sommige pinksterkerken de drietrapsstructuur aan: schenking van geloof en rechtvaardiging in het eerste stadium; heiliging in het tweede en het eigen charisma in het derde, al of niet samengaand met tongentaal; dit alles is werk van het Lam, de Geestesdoper, Joh. 1:29-34.

 

688.3. Waartoe stimuleren deze bewegingen ons?
De Geest wekte mijnwerkers in Wales op, bracht door het methodisme leven in Engeland en zorgde voor een omkeer in de Verenigde Staten tijdens de Grote en Kleine Ontwaking. Hij deed kleine groepjes groeien tot gigantische gemeenten in Zuid-Korea met kerkgebouwen als stadions. Hij beïnvloedde de kerken door de groei van Pinkstergemeenten. Al deze bewegingen doen een beroep op ons tot volhardend te bidden of de Vader door zijn Geest wil ingrijpen om harten om te toveren in zijn dienst in West-Europa.

 

689. Gebruikt de Heilige Geest afscheidingen?
Hij brengt daardoor gevestigde kerken ertoe de hand in eigen boezem te steken om eigen spiritueel tekort of dwaalleer te ontdekken ter wille van eenheid en waarheid. Vrome kringen vroegen om prediking van verkiezing, wedergeboorte en heiliging; toen deze in vele gemeenten geen onderwerp meer waren, bracht men dit ter sprake in conventikels. Oudere generaties bezochten traditiegetrouw nog de volkskerk, jongeren stichtten eigen kerken. De Afscheiding van 1834, product van jonge predikanten onder tumult in de volkskerk, noopte predikanten om kleur te bekennen. Onder haar invloed groeide het aantal orthodoxe predikanten; de evangelisatie kwam tot bloei; het onderwijs werd christelijker. Gemeenten van evangelische of pinksterachtige kleur ontdekken gevestigde kerken aan leemten. Er zijn grenzen aan afscheidingen; zij ijn onwettig als zij voortkomen uit eerzucht van ruzieënde ambtsdragers of cultus van deelwaarheden; zij moeten ophouden, als kerken waarmee afgescheidenen braken, zich bekeren. Jezus bad of zij de liefde tussen de Vader en de Zoon weerspiegelen, opdat de wereld oog krijgt voor zijn zending, Joh. 17:20-23

 

690. Hoe planten we in woestijnen oases van gemeenten?
In vele stadswijken en dorpen in West-Europa is geen christen-gemeente meer, hoogstens een kerkgebouw als symbool van vergane glorie. Is het mogelijk om in deze woestijnen oases te maken? Kerkleden dienen zich af te vragen: ‘ligt er voor ons een roeping om zich hier te vestigen en gemeenten te planten?’ Jezus’ volgelingen hebben de roeping het evangelie te brengen en hun licht laten schijnen voor de mensen, opdat deze hun goede werken opmerken en hun Vader verheerlijken, Mat. 5:13-16. Zij vangen stuurloos ronddolende op in de warme kring van de kudde van de Goede Herder. De kerk van China groeit met vele duizenden per week door mond-op-mond beademing door christenen van volksgenoten. De Protestantse Kerk in Nederland verloor in het begin van de 21ste eeuw jaarlijks ± 65.000 leden (= 2 tot 3%), vooral omdat het sterftecijfer veel hoger was dan het geboorte- en doopcijfer. Van de bevolking is 35% kerkelijk betrokken, in Vinex-woestijnen niet meer dan 5%. Van de jeugd is ruim 70% onkerkelijk, maar 66% zegt gelovig of religieus te zijn. Wie zegt dat daarin geen omkeer kan komen? ‘O, Heilige Geest, wie kan U tegenhouden als U het vuur van uw liefde ontsteekt in zoekers en vervreemden in woestijnen?’, Hand. 11:17.

 

690.1. Welke lessen gaven ervaringen van planting in de Kerk in Duitsland?
Bij pogingen tot planting door de Arbeitsgemeinschaft für Gemeindeaufbau (=AGGA) bleek dat, indien de ‘Pfarrer’ als sleutelfiguur geen medewerking verleent, er weinig van de grond komt. Alle betrokken instanties dienen zich elastisch op te stellen en zich te toetsen aan de stelling dat waar een gemeente niet groeit er iets mis is met leer en leven. Er kan wrijving ontstaan tussen voorstanders van de Kerk als Christus’ lichaam met vele leden en gaven en hen die geloven dat de Kerk daar is waar Woord en de sacramenten zuiver bediend worden. Waarom combineren we beide gezichtspunten niet? Een gemeente gaat bloeien als èn het Woord naar Gods eis wordt verkondigd èn alle leden zich inzetten. Waar bevindelijk piëtisten, die alles van boven verwachten, zich concentreren op het groepsgebed, kunnen evangelicaal gezinden met een ondernemende geest zich toeleggen op huisbezoeken en kringen.

 

690.2. Wat is een tot volheid groeiende Kerk?
Missionaire activiteiten komen van de grond als de kerkleden hetzelfde geloof belijden. Wanneer er leden zijn die niet willen weten van de redding van zondaren door geloof in Jezus Christus, stagneren deze activiteiten. De kerk is geen zondeloze gemeenschap, maar groeit in het einde door aller medewerking naar de volheid: plerooma. Geen lid is volmaakt, geen gemeente is perfect, maar waar de Heilige Geest werkt, geeft Hij elk lid zijn aandeel en gaan geestesgaven bloeien tot groei van de gemeente op weg naar de volkomen vervulling, Ef. 4:1-16, Oef. 36-38.

 

 
Bucer Martin, De Regno Christi, 1550 (Dit is een aan koning Eduard VI aangeboden program voor charismatische Reformatie van de Kerk in Engeland. W. van ’t Spijker, De Kerk 1990, 126-142, Hwang, Het mystieke lichaam, 2002, a.w. p. 10-147).

 

Edwards Jonathan, The religious affections, 1746, The Banner of Truth, 1961, 1984 (rep.), 1986(paperback), 1991 (rep.), 1994 (rep.), 1997 (rep.) (Edwards geldt als de theoloog van revivals).

 

Geest Paul van, Eginhard Meijering en Liuwe Westra, De status van de kerkvaders, geschiedenis, thema’s, perspectief, Meinema, Zoetermeer 2009.

 

Hoek J., Het kruis, de Geest en de gaven. Een ontmoeting tussen gereformeerd en charismatisch, Boekencentrum, Zoetermeer, 2009.

 

Hwang Dae-Woo, Het mystieke lichaam van Christus. De ecclesiologie van Martin Bucer en Johannes Calvijn, diss. TUAP, 18 juni 2002 (met literatuur van blz. 288-310).

 

Kluit M.E., Het Protestans Réveil in Nederland en daarbuiten, Amsterdam 1970,

 

Idem, Christelijke encyclopedie deel V, Kampen 1960, blz. 627-629.

 

Lubac H. de, Corpus mysticum. L’eucharistie et l’ église au moyen age, Paris 19492.

 

Milne Bruce, The Message of Heaven and Hell, Inter-Varsity Press, London 2002.

 

McRae Fred, The German Church Growth Association 1985-2003, diss. Ev. Theol. Fac. Leuven, 2009. (McRae stapte in 1993 van de AGGA over naar de Baptisten, vgl. Wim Houtman, Dominee hindert Duitse kerkgroei, in: ND 31 aug. 2009, p. 2).

 

Meuzelaar J. J., Der Leib des Messias, Kampen 1979 (rep. van 1961).

 

‘t Spijker W. van, W. Balke, K. Exalto, L. van Driel (red.), De Kerk. Wezen, weg en werk naar reformatorische opvatting, De Groot, Goudriaan-Kampen 1990.

 

Vaticanum II, Lumen gentium, dogmatische constitutie over de Kerk, h. I, sub 7-8, Constituties en Decreten, p. 56-59.

 

Ward W.R., The Protestant evangelical awaking, Cambridge 1992.

 

Wentsel B., De persoon en het werk van de Heilige Geest. Dogmatiek deel 4a, Kok, Kampen 1995.

 

Idem, De Kerk als het saamhorige volk Gods, Dogmatiek deel 4b, 1998.

 

Wumkes G.A., Het Friese Reveil in portretten, Goudriaan-Kampen, 1994, 19982 (vertaling uit het Fries van 1911, tweede herziene druk, 1938).

 

Oefening: 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34