Oefening: 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34

 

Gesprekken II - Oefening 30 (651-671)

Wat beoogt U met de kerk als Uw volk?

1. Gesprek als gebed. (651-652)

 

651. Waarom hebt U, HEER, een volk tot uw particulier bezit uitverkoren?
Ik heb in mijn welbehagen de aartsvaders uitverkoren om uit hen een groot volk te doen voortkomen om mijn heilsplan uit te voeren.
Ik had als doel in en door hen alle volken te zegenen, Gen. 12:1-3; 22:18; 26:4; Deut. 7:1-11; Rom. 4.
Ik stelde Israël als verbondsvolk tot getuige van mijn Naam onder de volken, Ex. 14-15; Deut. 6:20-25; Ps. 22:23-32; 67; 87; 43:9-13; Ez. 36.
Ik koos Davids geslacht uit om de Messias te doen voortkomen, Ps. 89; Jes. 9:1-6; Luc. 1:26-38.

 

651.1. Hebt U daarna uit de volken uw gemeente uitverkoren?
Ja, Ik heb in mijn raad in mijn Zoon mijn volk uitverkoren om in een wereld vol haat als sterren van liefde en hoop te stralen en Mij te verheerlijken, Mat. 5:1-16; Fil. 2:14-15; 1 Pe. 2:9-10.
Ik entte hen, die zonder Mij en zonder hoop leefden, op Israël en maakte hen tot mede-burgers en mede-erfgenamen van de beloften, Jes. 56; Joh. 4:22-26; Mat. 8:5-13; Ef. 2-3.

 

651.2. Hebt U daarmee mensen gepasseerd?
Besef dat Ik geen genoegen schep in de ondergang van beelddragers, wel in hun bekering, geluk en eeuwig welzijn, Ez. 33:10-16; Joh. 3:16.
Ik schenk het eeuwige leven niet aan wie mijn Zoon verwerpt, Joh. 3:16-31.
Ik ontferm Mij over wie Ik Mij wil ontfermen en verhard hem die zich verhardt, Ex. 9:13-16; 33:19; Mat. 13:1-17; Rom. 9:14-18.

 

652. Kan ik, o mijn Vader, er zeker van zijn dat U mij hebt uitverkoren?
Ja. Ik geef u mijn beloften en het teken daarvan in uw doop, Rom. 6:3; 8:31-39.
Ik bevestig u daarin door mijn geestesgaven als aanbetaling, zegel en onderpand van de komende erfenis, 2 Kor. 1:22; Ef. 1:13-23; 4:30; 1 Joh. 2:20.
Ik doe uw zekerheid van uw kindschap groeien door uw gedrag, daden en de bemoediging door gelovigen, Mat. 18; Hand. 2:41-47; Ef. 3:14-21, Heid. Cat zondag 32, vr. 86-87; D.L. H.1, a. 12-14.
2. Met welke beelden wordt de Kerk als volk van God getekend? (653-656)

 

653. Wat betekenen, leraar, ‘Kerk’ en ‘Ekklesia’?
Kerk komt van het Griekse Kurios (= Heer) en Kuriakos (= Heer-lijk); men noemde het Avondmaal de Maaltijd of Tafel van de Heer, 1 Kor. 10:14-33.
Ekklesia komt van ek (= uit) en kaleo (= roepen); dit tekent de gemeente als de door God uit de mensheid tot zijn gemeenschap geroepenen. Paulus schreef: “Aan de gemeente (= ekklesia) van God in Korinte, geheiligden in Christus Jezus, geroepen heiligen.”, 1 Kor. 1:2; Gal. 1:4b; 2:20-21; 1 Pe. 2:9-10.

 

654. Wat zegt het woord geroepenen over de gemeente?
Heel veel, de Vader roept zijn kinderen krachtig tot zich. Hij wekt hen tot leven door zijn Woord naar zijn heilsplan. Hij doet de Kerk ontstaan en voortbestaan. Hij geeft een wending aan veler levensloop tot en met de eeuwigheid. Hij rechtvaardigt en heiligt hen, rust hen toe met gaven en verheerlijkt hen, Rom. 8:28-39; Ef. 1:3-20; 2:8-10; 4:20; 5:8.

 

655. Wat betekenen de beelden kudde en wijngaard?
De Kerk is als een kudde schapen, geleid en verzorgd door de Vader of de Zoon als Herder, Ps. 23; 80; Ez. 34; Joh.10; Hebr. 13:20. Deze roept dwalenden terug tot de hoofdgroep en voegt hen bij deze, Joh. 10:16. Zij is de gemeenschap aan welke de Vader als Wijngaardenier de wijngaard van zijn Koninkrijk verpachtte, Ps. 80. Hij verwacht dat zijn pachters goede vruchten voortbrengen; verwaarlozen zij zijn akker, dan ontneemt Hij hun zijn bezit en geeft Hij dit aan anderen, Mat. 21:33-46. Het hangt van he gedrag van de leden af of Hij de Kerk uit een streek of land wegneemt, Openb. 2:1-7.

 

655.1.Wat betekenen akker en bouwwerk?
De Heer strooit het evangelie als zaad op het zaaiveld van de gemeente, opdat het daar ontkiemt, Mat. 13:1-23. Kerkleden zijn Gods medewerkers om zorgvuldig stekjes te planten en planten te begieten, maar allen blijven voor de groei en oogst van Hem afhankelijk, 1 Kor. 3:5-9. Zij zijn ook vergelijkbaar met werkers in de bouwwereld; zij trekken samen een bouwwerk op met Christus als hoeksteen en de apostelen als fundament, Ef. 2:20; 2 Kor. 3:9-11. Dit houdt alleen stand, als het ook een tempel van Gods Geest is. 1 Kor. 3:16-17; Ef. 2:22.

 

655.2. Waarom is de Kerk een bruid, moeder en huisgezin?
Zij is geliefde bruid van de Ene Bruidegom, die niet toelaat dat andere minnaars haar het hof maken, Hos. 2; Jes. 1:1-3:25; daarom geraakt de bruid in problemen als zij ontrouw is aan de Bruidegom; deze gunt haar niet aan andere partners. Zoals Christus als bruidegom zijn bruid de Kerk stralend voor zich stelde, zo dient de bruid Hem te behagen, 2 Kor. 11:2, om eens de bruiloft van het Lam te vieren, Openb. 19:7-9. Deze bruid biedt ook als een moeder troost voor zoekers naar houvast, rust en bevrijding, Jes. 49:14-21; 54; 66:9-14; Gal. 4:27. De gemeente is als Gods huisgezin (= oikia) of familie, Hand. 11:14; Rom. 16:5, 10, waarin vreemden zich thuis voelen als kinderen en geloofsgenoten, Ef. 2:11-22.

 

656. Waarom is de term volk Gods zo belangrijk?
Deze term, de oudste van gebruikte typeringen, Gen. 12:1-3; 17:5; Rom. 4:16-22, is het kenmerk, waarop alle beelden toepasbaar zijn. Uit het feit dat ‘volk’ čn voor Israël čn voor de Kerk wordt gebruikt, blijkt dat zij hecht met elkaar verbonden zijn. ”Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk van zijn particulier eigendom om de roemrijke daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis (van vervreemding) geroepen heeft tot zijn wonderlijk licht: u, vroeger geen volk van God, maar nu echt zijn volk, vroeger verstoken van genade, nu daarin delend!”, 1 Petrus 2:9-10.
3. Wat betekenen één, heilig en katholiek? (657-660)

 

657. Wat is de strekking van de eenheid van de Kerk?
Zij is als gemeenschap van gelovigen verbonden met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Jezus bad in zijn afscheidsgebed drie maal voor de eenheid van allen die door het Woord van de apostelen in Hem geloven, Joh. 17:20-23. Waar de eenheid niet wortelt in de Drie-eenheid, ontbreekt de grondslag daarvan en verbrokkelt de Kerk in groepjes met eigen (deel)waarheden, Oef. 1,2, 11, 33, 34.

 

658. Wat betekent heilig?
Dit betekent niet zondeloos maar apart gezet, gestempeld door de Heilige, uitverkoren door de Vader, verlost en geheiligd door de Zoon en als tempel bewoond door de Heilige Geest. De eerste christenen heten heiligen, hagioi, sancti, Hand. 9:13,32; Rom. 1:7; 8:27; 9:32. Jezus noemt hen armen van geest, zachtmoedigen en barmhartigen en vredestichters, zoutend zout en herkenbare lichtdragers, Mat. 5:1-16; vgl. Rom 12:1-3; 1 Pe. 1:13-17; 1 Tes. 4:1-8.

 

659. Wat betekent katholiek?
Dit is een samenvoeging van kata (= over) en holos (= geheel). Het werd voor het eerst gebruikt door Ignatius van Antiochië in de tweede eeuw. Als we statistisch het ledental, de ouderdom en het aantal landen optellen waar leden van een kerkfamilie wonen, spreken we over kwantitatieve katholiciteit. Meten we de graad van toewijding of ontwikkeling van charismata, dan spreken we van kwalitatieve katholiciteit. Het streven om het leven in alle vertakkingen onder Gods heerschappij te brengen kreeg de naam van integrale katholiciteit. De Kerk van de Reformatie van de zestiende eeuw is Protestants Katholiek, katholiek omdat zij zich aansloot bij de leer van de Kerk van de eerste eeuwen, protestants omdat zij getuigde voor (pro-testare) de waarheid, Oef. 33, 34, 35.

 

660. Waar ligt de wettige grens bij het stichten van eigen kerken?
Christenen mogen gemeenten stichten die hun eigen landstaal spreken of zich afscheiden van kerken waarin de leugen of tirannie heersen. Onwettig is het om kerken te stichten rondom ruziënde leiders of voorkeur voor deelwaarheden, 1 Kor. 1:10-13. De oecumene van het hart gaat dwars door de kerken maar de Herder roept ons ook samen in verbanden en structuren als Eén Kudde, Joh. 10.
4. Wat betekenen uitverkiezing en apostoliciteit? (661-665)

 

661. Is er verschil tussen ambtelijke en particuliere verkiezing?
De HEER kan uit de kring van de gelovigen ambtsdragers uitkiezen maar daarmee heeft Hij hen nog niet altijd uitverkoren tot zijn kind. Zo riep Hij Saul tot koning, maar deze ontpopte zich als vervolger van zijn troonopvolger en profetenmoordenaar, 1 Sam. 9-31. Jezus onderscheidde binnen het verbondsvolk Israël tussen Satans kinderen en Gods kinderen, Mat. 13:24-30; 36-43. Niet alle gedoopten zijn Gods kinderen.

 

662. Waaraan zijn Gods kinderen kenbaar?
Het voornaamste kenteken is de liefde tot de HEER, de kerkleden en de naaste. De Vader openbaart wie Hij is en wie de Zoon is alleen aan eenvoudigen, Mat. 11:25-27. Zij zijn afkerig van ijdele waan en hoogmoed, oprecht, afhankelijk van God en vertrouwend op Hem, zachtmoedig, barmhartig en hongerend naar gerechtigheid en vredestichters, vaak vervolgd om hun getuigenis, Mat. 5:1-10.

 

663. Is het discriminatie om van verworpenen te spreken?
Neen, wie heilskansen laat afketsen op eigen hardnekkigheid, begeeft zich op een hellend vlak dat kan uitlopen op het bitterste lot, Mat. 25:41-46. Onder de verworpenen zijn lasteraars, wier zonden God nooit vergeeft, Mat. 12:22-37; Num. 16; 26:9-11. God predestineert tot behoud, maar niet tot verderf.

 

664-665. Waarom heet de Kerk apostolisch?
Zij is gegrond op het getuigenis van Twaalf oog- en oorgetuigen, Mat. 16:13-20; Mat. 16:13-20; Joh. 21:15-23; Hand. 2-15; 10:34-43 Ef. 2:20. Zoals de oergemeente zich trouw hield aan hun leer, Hand. 2:42, zo dient de Kerk zich te houden aan het Woord van gezondenen als bron en norm, Hand. 14:27-15:1-29; Gal. 2:8-9. Dit heet leerstellige apostoliciteit. Zij is ook gezonden om te getuigen van Christus door woord en daad, tot behoud van mensen, Joh. 17:6-26. Dit heet missionaire apostoliciteit of apostolariteit.
5. Hoe is en dient te zijn de verhouding tussen Kerk en wereld? (666-668)

 

666. Wat zijn de vier spreekwijzen van de bijbel over de wereld?
In de bijbel wordt onderscheiden tussen de geschapen wereld, de gevallen wereld van Gods ontferming, de hatelijke Hem verwerpende wereld en de definitief van Hem afgekeerde wereld.
1e. God heeft de wereld goed geschapen. We mogen al zijn gaven dankbaar genieten. Zij die het huwelijk verwerpen of zich toeleggen op ascese om bij God iets te verdienen, worden al vroeg afgewezen als dwaalleraren, 1 Tim. 4:1-16.
2e. Toen de opstandige mens het af liet weten, achtte God hem toch nog zo waardevol dat Hij uit barmhartigheid zijn Zoon in hem investeerde opdat een ieder die in Hem gelooft eeuwig leven zou hebben, Joh. 3:16-21.
3e. De wereld haat de Vader, de Zoon en zijn belijders, Joh. 15:18-22. Toch riep Jezus volgelingen op in hun omgang de liefde tussen zijn Vader en Hem te weerspiegelen opdat de wereld Hem verheerlijkt, Mat 5:13-16; Joh. 17:20-23.
4e. In het einde scheidt de Rechter de mensen van elkaar en zijn Gods vijanden geen voorwerp meer van deernis maar uitsluitend van zijn toorn, Mat. 13:36-43.

 

667. Welke opdrachten hebben christenen in de wereld?
Zij beheren als rentmeesters de aarde en zetten zich als burgers in voor het gemenebest, Gen. 1:26-28; 9:1-17; Rom. 13:1-7; 1 Pe. 2:11-17; Oef. 9-10.
Zij vervullen als gedoopten het ‘ambt’ van alle gelovigen in hun profetisch getuigenis, priesterlijke dienst en koninklijke inzet, 1 Pe. 2:4-10, Oef. 40.
Zij dragen als medemens, wachters en herders verantwoordelijkheid voor het eeuwig welzijn van hun naaste.
Zij maken slapers wakker om hen te waarschuwen voor de brede weg naar het verderf en te wijzen op de smalle weg ten leven, Mat. 7:. 7:15-23; 12:22-37; 13:36-43; 18:8-9; 25 enz.
Zij redden daardoor velen en stellen de gewaarschuwde schuldig. Als zij hun plicht verzaken, sterven zij door eigen nalatigheid, Ez. 33:1-20. Paulus paste zich aan mensen aan om enigen uit hun midden te winnen en om daardoor ook zelf deel te krijgen aan het heil, 1 Kor. 9:22-23; Hand 20:13-38; Fil. 2:12b.

 

668. Waar kwam het tot confrontaties tussen Kerk en staat?
In de eerste/tweede eeuw werden christenen vervolgd door Joden, in de tweede/derde eeuw door Romeinen, in de twintigste eeuw vooral door communisten. Honderdduizenden stierven door de kogel of ontberingen. In het begin van de 21ste eeuw lijden christenen het meest in Noord-Korea en Saoedi-Arabië. Zij zijn in vele moslim-landen tweede-rangsburgers; vooral ex-moslims moeten vrezen voor hun leven. Onze opdracht is om met goedwillende moslims te streven naar meer vrijheid van belijden in moslimlanden.
6. Hoe helpen we moslims de weg te wijzen naar het behoud? (669-671)

 

669. Kan een moslim volgens de islam zeker zijn van zijn eeuwig behoud?
Volgens de koran kan de moslim nooit zeker zijn van zijn behoud tenzij door zich als martelaar in de strijd te sterven. Indien de schaal met goede werken kan bij het eindoordeel doorslaat naar de goede kant, bereikt de moslim door Allah’s barmhartigheid eeuwig welzijn, s. 21:47. Wat gebeurt er met hem als de schaal met slechte werken doorslaat? Hij heeft geen mens als helper, geen Middelaar en staat er alleen voor. In dat geval kan Allah hem barmhartigheid bewijzen maar ook naar de hel sturen, 23:104-106; hij heeft daarover geen zekerheid.

 

670. Wat en wie geeft de enige zekerheid?
De christen getuigt van Jezus, Redder en Rechter, die berouwvolle zondaren redt en gelovigen bijstand verleent in het eindgericht en beroept zich daarbij op Gods beloften als vaste grond van zijn behoud. Hij dringt er bij de moslim op aan zelf de bijbel te lezen. Jezus verkondigt daar immers dat Hij het levende Brood is die aan ieder die in Hem gelooft eeuwig leven schenkt, Joh. 6:48. Hij leest daarin ook gedeelten waarin vervloekt worden degene die leren dat gelovigen door goede werken zalig worden, Gal. 1:6-12.

 

671. Wat is de waarde van goede werken en het voorbeeld van christenen?
Goede werken zijn nodig om Gods Koninkrijk binnen te gaan, maar zij zijn geen middel tot zaligheid en geen waarborg voor onze ingang daarin, indien het geloof in Christus ontbreekt. Laten christenen dan ook zelf zo innig mogelijk met onze Heer Jezus Christus verbonden zijn, zelf de bijbel lezen en hun licht laten schijnen in hun levensgedrag en goede werken. Zolang de moslims de bijbel niet lezen, zijn zij voor hen levende bijbels en gidsen die de weg wijzen naar Jezus Christus als enige Verlosser en Middelaar tussen God en mensen.

 

Oefening: 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34