Oefening: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8a | 8b

 

Gesprekken II - Oefening 3 (38-54)

Door welke stromingen daagt U de Kerk in onze eeuw uit?

1.Gesprek als gebed. (38-40)

 

38. Waarom, o HEER, wordt de mensheid geteisterd door ellende?
Ik gaf u verantwoordelijkheid voor het beheer van de aarde; maar door ongelijke verdeling en oorlogen lijden velen honger.
Ik gaf Adam en Eva de kans gehoorzaam te zijn maar zij luisterden liever naar Satan (= verleider) zoals nog velen doen, 2 Kor. 11:3.
Ik straal goedheid uit door mijn gaven en het evangelie maar oogst weinig of geen dank; velen verharden zich willens en wetens.

 

38.1. U, Heer Jezus, hebt toch volmacht om welzijn te brengen?
Ik bezit alle macht, regeer Kerk en wereld en heb velen bevrijd van Satans heerschappij maar Ik heb hem niet van de aarde verbannen.
Ik zet u als waakzame handlangers in voor mijn Koninkrijk tot Ik alle vijanden heb overwonnen, Ps. 2; 110; Luc. 10:1-22; 11:14-26; 12:49-53; 13:23-30; 16 en 17; 21; 1 Kor. 15:24-28; Openb. 5-20.
Ik laat, als ongeloof en misdaad tot een kookpunt stijgen, de satan los uit zijn gevangenis opdat de mensheid aan rampen ervaart wat misdaden waard zijn en zich bekeert, Openb. 20:7-15.

 

39. Op welke wijze, leraar, trad God op tegen tegenstanders?
Hij beschermde zijn volk tegen Satans moordzucht in Egypte, Ex. 1-15, en in Perzië (Iran) tegen Hamans genocideplan, Ester.
Hij behoedde zijn Zoon tegen allen die onder Satans beademing het op zijn dood hadden voorzien zoals Herodes, Mat. 2:12-23, zijn stadsgenoten, Luc. 4:28-30, gesprekspartners, Joh. 7:30; 8:59, en de ‘tijdbom’ Judas, Joh. 6:70, tot zijn einde naar Gods plan aanbrak.
Hij beschermde Petrus tegen de multi-moordenaar Herodes, Hand. 12:1-19, en Paulus tegen complotterende fanatici, 23:12-22.

 

39.1. Trad de HEER ook hardhandig op tegen zijn eigen volk?
Hij bestrafte het van Hem afgedwaalde volk met vijanden om hen door zwaar leed tot zich terug te roepen, Richt. 2-3:6; Ez. 9; Luc. 21:9-14. Israëls gang is een voorbeeld tot waarschuwing, 1 Kor. 10. God kan volken straffen met oorlog, honger en epidemieën en zijn gemeente daarmee tuchtigen en beproeven, Openb. 6-21. Hij laat Satan los om volken te verleiden oorlogen te voeren en de Kerk te vervolgen tot Hij hem in de vuurpoel werpt, Openb. 9:20-21; 20:10.

 

40. Hoe streed Christus tegen boze geesten?
Hij ging na zijn doop een tweegevecht aan met Satan, hun hoofd, Mat. 4:1-10; Lc. 4:1-13, om zijn werken te verbreken, 1 Joh. 3:7-10; deze scène is een samenvatting-vooraf van zijn loopbaan.
Hij bevrijdde velen van boze geesten en ontketende een strijd tussen hen en de Heilige Geest, Mc. 1:12-13, 32-39; Mat. 12:22-37. Hij beval een genezen bezetene zijn volksgenoten, die Jezus verzochten te vertrekken, voor Hem te winnen, Mc. 5. Hij gaf de apostelen volmacht om geesten uit te werpen, Mat. 10; Lc. 9 en 10. Niet ieder christen heeft deze volmacht maar allen nemen wel deel aan deze strijd tegen hen, bewust of onbewust, Ef. 6:10-20.
Hij verkondigde dat in Hem, bevrijder van bezetenen, Gods Koninkrijk gekomen is, Mat. 12:28; Hand. 10:37-43. Mensen en culturen zijn nooit neutraal. Predikers kunnen boze geesten uitwerpen, maar als de Heilige Geest de harten niet gaat bewonen, komen zij in drommen terug om zich voorgoed van hen meester te maken, Mat. 12:38-45; Lc. 11:23-25.
Hij striemde huichelaars, Mat. 23, en waarschuwde verharden dat God hun verzet tegen beter weten in niet vergeeft, niet in de tijd noch in de eeuwigheid, Mat. 12:22-37. Hij noemde hen zonen van de aartsleugenaar en aartsmoordenaar, Joh. 8:44.
2. Wat is de Verlichting en de uitdaging daarvan? (41-44)

 

41. Wat is, leraar, de Verlichting?
Deze stroming uit de zeventiende eeuw gaat uit van de rede als grond van alle zekerheid. René Descartes (1596-1650) werd met zijn leuze ‘ik denk, dus ik besta’ vader van het rationalisme (ratio = rede), een van de invloedrijkste stromingen na de Reformatie,1517.
Het streefde ernaar de Kerk te zuiveren van bijgeloof, wonder en dogma en pleitte voor tolerantie tussen godsdiensten en kerken.
Het erkende één God en achtte zijn bestaan te bewijzen maar verwierp de openbaring van God als Vader, Zoon en Heilige Geest.
Het vertolkte de bijbel naar de platte rede en filterde daaruit weg de wonderen, verzoening en opstanding als mythen of volksverhalen.
Het leerde dat de wereld en mens maakbaar zijn, schafte erfzonde en duivel af maar handhaafde ieders verantwoordelijkheid voor God.

 

42. Wat waren de gevolgen hiervan?
De eerste ‘verlichters’ geloofden nog in de redelijke God en christelijke deugden. Pierre Bayle (1647-1706) leerde dat de mens zelfstandig (= autonoom) zonder God fatsoen kan nastreven en scheidde geloof en rede. Als waar en wetenschappelijk geldt wat door herhaaldelijke toetsing waar blijkt (‘de évidentie’). God is geen bron en doel van het weten, hoort niet in de kring van staat, school en maatschappij maar in die van het geweten. Kinderen werden op de openbare school niet meer met de God van Abraham, Isaak en Jakob opgevoed, maar met ‘Iemand’ of ‘Iets’, tenslotte met ‘Niets’.

 

43. Wat is de rol van Kant in de Verlichting?
Volgens de wijsgeer Immanuel Kant (1724-1804) moet de mens los komen van gezaghebbende tradities en de bijbel, deze als krukken van zich werpen en op zijn eigen verstand afgaan. Godsbewijzen zijn op grond van de rede onvoldoende; God spreekt in het geweten; de mens kan niet alles doen; het ‘gij zult’ (= categorische imperatief) gebiedt hem de wet te gehoorzamen. Kant verwierp de bijbel als Gods Woord, de vleeswording van de Zoon, zijn opstanding en hemelvaart, de Triniteit, erfzonde en wonderen. Hij geloofde in de Ene, in Jezus als leraar, in loon op goede en slechte werken en in tolerantie tussen confessies en godsdiensten. Hij is de vader van het neo-protestantisme, dat uitgaat van de mens en niet van Gods openbaring als norm.

 

44. Hoe zijn winst- en verliesposten van de Verlichting verweven?
Deze spitste de verantwoordelijkheid van de mens toe en ruimde veel bijgeloof op zoals de waan dat de duivel bij voorkeur in heksen en witte wieven tot ons komt. Dit ging helaas gepaard met de verliespost van onderschatting van het kwaad, levensvreemd optimisme over de maakbare wereld en afschaffing van Satan, boze geesten en erfzonde(leer). De redeverering leidde tot oeverloze vrijheidszin (= libertinisme), anarchie, dictatuur en massale slachtingen van jongens die gedwongen dienst moesten nemen in Napoleontische legers. Op langere termijn stegen uit de bodem van de Verlichting de giftige dampen van Hegel en Feuerbach, marxisme en nazisme.

 

44.1. Hoe verliep het met de tolerantie?
De grotere tolerantie tussen kerken en godsdiensten was wel een winstpost maar ging gepaard met de verliespost van de relativering van of onverschilligheid voor Gods openbaring en in een later stadium met de terzijdestelling daarvan. De faculteit der godgeleerdheid had niet meer tot voorwerp van onderzoek God-in-zijn-openbaring aan ons, maar zakte af tot wetenschap van de vrome mens of godsdienstwetenschap. De Verlichting holde het christelijk geloof uit en baarde een theologisch kaalslag, omdat zij uitging van het zelfbewustzijn van de niet-herboren mens als voor-oordeel. Velen doorzien dit niet en willen er ook niets van weten dat de Verlichting de doos van Pandora met giftige dampen opende.

 

44.2. Hoe ging het met de democratie?
Een winstpost was dat de Verlichting de democratie bevorderde en alleenheerschappij van adel, koning en geestelijkheid verwierp. Door de leuze ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ kregen burgers een aandeel in de regering, die zij anders niet gekregen zouden hebben. Deze inhaalslag ging echter gepaard met de verliespost van het wegvallen van Christus’ koningschap in de politiek en het losmaken van de overheid van God als Wetgever. Dit is iets heel anders dan het losser maken van de band tussen Staat en Kerk.

 

45. Wat waren de gevolgen daarvan in de Ned. Hervormde Kerk?
Vele academisch gevormde werden begoocheld door de geest van de rede en juichten de Verlichting toe als bevrijding van orthodoxe ketenen. De Groninger richting onder leiding van P. Hofstede de Groot (1802-1886) verwierp de drie-eenheid, verzoening door voldoening en uitverkiezing. De liberale of vrijzinnige richting onder leiding van J. H. Scholten (1811-1885) loochende bovendien de opstanding. Door de invloed van de Groninger richting scheidden groepen zich af van de vaderlandse kerk en stichtten de Christelijk Gereformeerde Kerk in 1834. In 1880 stichtte A. Kuyper de Vrije Universiteit als universiteit op gereformeerde grondslag als tegenzet tegen het liberalisme. Toen in 1886 een groep kerkleden de Ned. Herv. Kerk van het ‘synodale juk’ wilde ontdoen en als plaatselijke kerken zich verenigen, gelukte dit niet zodat de Gereformeerde Kerken ontstonden.

 

45.1. Is de verduistering van de Verlichting uitgebannen?
In de twintigste eeuw zochten beide kerken weer toenadering. In 2003 viel het besluit tot hereniging van de Ned. Herv. Kerk, de Geref. Kerken in Nederland en de Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden onder de naam Protestantse Kerk in Nederland. In haar Kerkorde en ordinantie beleed deze kerk de Triniteit - die de Verlichting als achterhaald had beschouwd - in gemeenschap met het voorgeslacht in drie katholieke en zes reformatorische belijdenisgeschriften, K&O, a. II-4. Deze afspraak en afgelegde ambtsbeloften verplichten ambtsdragers tot trouw aan het protestants-katholieke belijden. Toch zijn de kwalijke invloeden van de Verlichting en boze geesten niet overwonnen door de Geest van de waarheid. De strijd der geesten gaat door. We zuchten nog onder vervreemding zodat er afgescheiden kerken bestaan die eigenlijk hadden moeten verenigen met de Protestantse Kerk met orthodoxe belijdenis. Om Verlichting te overwinnen is het van groot belang dat ambtsdragers zich realiseren wat geloven-op-gezag inhoudt.

 

46. Wat is geloven-op-gezag van de Heer?
Dit illustreren de ervaringen van Mozes, Zacharias en Paulus.
a. Mozes, geroepen tot leider/bevrijder van Israël, zag tegen deze taak op en stribbelde tegen met steeds andere argumenten. Ex. 3-4. De HEER dwong hem niet maar ging met hem in gesprek, gaf hem gelegenheid zijn bezwaren te uiten en kwam daaraan tegemoet door hem zijn broer Aäron als zijn ‘mond’ mee te geven. Toen Hij hem alle argumenten als ongegrond uit handen genomen had, zwichtte Mozes en aanvaardde zijn roeping. De HEER legde hem en zijn broer door zijn Geest zijn Woorden in de mond en maakte hem mondig, vrijmoedig en gehoorzaam aan zijn opdrachten.
b. De bejaarde priester Zacharias kreeg van Gabriël te horen dat God zijn gebed had verhoord en Elizabet een zoon zou baren, Luc. 1:3-20. Hij vroeg de engel kleingelovig: ‘Hoe kan ik daar zeker van zijn? Ik ben een oude man en mijn vrouw is al op jaren.’, 1:18. Hij kreeg een bemoedigend en beproevend bewijs. Hij zou, omdat hij Gods Woord in twijfel trok, negen maanden niet kunnen spreken om te leren geloven-op-gezag-van-God. Genezen van twijfel zong hij na Johannes’ geboorte dat de HEER zijn beloften waarmaakt, 2:57-79.
c. De vervolger Paulus viel, verblind op de grond, Hand. 9:1-22. De Heer ging een gesprek met hem aan en ried hem aan naar Damascus te gaan, Hand. 9:1-22. Het duurde drie dagen voor hij kon zien en at of dronk in die dagen niets.
De Heer stuurde Ananias als begeleider op hem af om hem te introduceren in de gemeente; deze legde hem de handen op zodat hij weer kon zien en vervuld werd met de Heilige Geest. De Heer greep de ongehoorzame vervolger met enig geweld en maakte door zijn Geest hem tot gehoorzame volgeling en gehoorzame apostel, die zich geroepen wist volken te brengen tot geloofsgehoorzaamheid, Hand. 9:19-22; Rom. 1:5; 16:25-27.

 

46.1. Zit de onmondige in een dwangbuis van verblinding?
Inderdaad, de niet mondige is een ongehoorzame, die gevangen zit in dwalingen. Christus bevrijdt hem van onmondigheid, dwang en dwaling en maakt hem tot gehoorzame zodat hij mondig ademt in de gemeenschap met Hem, zijn liefde en waarheid, Joh. 15:26-27; Hand. 5:32; Ef. 4:11-16. Gelovigen groeien in een proces in de waarheid van de Betrouwbare, wiens evangelie niet afhankelijk is van het herkennende oog van het rijpend subject. De kantiaanse mondigheid is die van het ongebroken ik, onderschat het kwaad en houdt geen rekening met Gods openbaring en is dus on-mondig.

 

47. Wat zijn de giftige vruchten van de Verlichting?
De loochening van Christus’ godheid en de drie-eenheid zijn vrucht van valse profetie en ideologie, dwaling en dwangsysteem. Nog steeds zijn ook binnen de kerk velen daarvan het slachtoffer. Jezus waarschuwde ook voor haat tegen God en vervolgingen, Joh. 15:18-27; Mat. 24, Oef. 47. Indirecte giftige vruchten van de Verlichting zijn het secularisme en libertinisme, 48, de projectieleer, 49, het marxistisch communisme, 50, en het nationaal socialisme, 51.

 

48. Wat is secularisme?
Dit is de verzamelnaam voor het streven om de wereld (= saeculum) op en uit zichzelf te verstaan, God er buiten te laten en alle aandacht richten op het hiernumalige welzijn. Zij aten en dronken, huwden en wisten van niets, maar juist toen kwamen de golven, Mat. 24:38-39. Secularisme gaat soms gepaard met libertinisme; waar de HEER niet meer in het middelpunt staat, wordt ook zijn gebod overtreden.

 

48.1. Wat is libertinisme?.
Men kan losbandig zijn door een te vrije omgang met mannen en vrouwen; door zich buitensporig te verrijken als handelaar of libero-kapitalist; door willekeurig rechtspreken en machtsmisbruik als overheid door bevoorrechting en dictatuur. Men kan ook libertinist zijn in eigenzinnig ontwerpen van God of bijbelvertolking. In West-Europa werden duizenden kerkgebouwen afgestoten of afgebroken wegens gebrek aan belangstelling voor de Ware en zijn evangelie. Daar de mens geschapen is met de aanleg op God, zoekt hij als surrogaat andere zingevingen op de religieuze markt (= seculo-religie): Iets hierboven, iets hierna (‘ietsisme’), het eindeloze bewustzijn (pantheïsme), de terugkeer in een ander lichaam (reïncarnatie). De Kerk wijst zoekers naar de Goede Herder.

 

49. Wat is projectieleer?
Dit is de leer dat de mens zijn godsbeeld zelf schept als ontwerp (= projectie) uit behoefte aan houvast en troost (Feuerbach) of uit armoede (Marx). Religie zou de opium of drugs van het volk zijn waarmee zij zich bedwelmt om eigen ellende te ontvluchten. Religie zou misbruikt zijn door troon en altaar om vromen onder hun gezag te houden en te onderdrukken; religie is dus wortel van alle kwaad. Deze leer wortelt in het idealisme (Hegel) volgens welke de mens ideeën voortbrengt en de werkelijkheid buiten zichzelf herschept naar eigen model. In deze lijn ligt de dwaling dat christenen de jood Jezus opgehemeld hebben tot de Zoon van God.
3. Welke lessen trekken wij uit marxisme en nazisme? (50-51)

 

50. Wat is het marxistisch communisme?
Dit leerde dat het volk als gemeenschap (‘commune’) collectief eigenaar is van de productiemiddelen en de staat deze dient te beheren met als leider de partij, die het volk vertegenwoordigt. De marxistische variant van het communisme ging uit van het ‘geloof’ dat religie de mens bedwelmt (Marx) en uitgeroeid moet worden. Door Jozeph Stalin (1879-1953) en opvolgers werden tussen 1917 en 1980 in Rusland een half tot één miljoen christenen vermoord, onder welke 200.000 leden van de orthodoxe geestelijkheid, van wie er 105.000 rechtstreeks werden dood geschoten, onder welke 300 bisschoppen, Riccardi, De eeuw van de martelaren, 2002, p. 33. Deze drang tot vernietiging van aanhangers van religies – ook moslims - dreef ook de door Stalin gekozen Mao Zedong (1893-1976). Hij gebruikte voedsel voor nucleaire testen en liet miljoenen chinezen schaamteloos verhongeren. Uiterst misleidend is dat overheden de multi-moordenaars Stalin en Mao nog steeds als vaderfiguren presenteren en hun wandaden verdoezelen uit nationale trots.

 

51. Wat was het nationaal-socialisme?
Het nationaal-socialisme (1933-1945) streefde ernaar het belang van de natie en het sociaal welzijn van het volk te verenigen onder leiding van de partij. Het ging voor velen fungeren als alternatieve religie van het verlaten of afgezworen christendom. De Führer Adolf Hitler (1889-1945) gold als een messiaanse leider die het volk met zijn partij en stormtroepen aanvoerde tegen de vijanden zoals de goddeloze communisten. Hij sleurde in Wereldoorlog II (1940-45) veertig tot vijftig miljoen militairen en burgers de dood in uit naam van de afgoden Bloed en Bodem, Ras en Natie, Partij en Oppermens (‘Übermensch’). Deze antisemiet gaf, door velen gesteund, zes miljoen joden prijs aan de Sjoa (= vernietiging) of Holocaust (= volledige offer). Hij onderdrukte de vrijheid van mening en pers maar vermeed een openlijke aanval op de Kerk, omdat dit teveel weerstand zou wekken bij het Duitse volk.

 

51.1 Welke lessen dienen wij uit deze misdaden te trekken?
De eerste les is dat we de wortels van deze verwording ons in het geheugen prenten om soortgelijke rampen te voorkomen. Deze liggen in de Verlichting die het kwaad onderwaardeerde en duivelse invloeden ontkende of niet onderkende. De Dordtse vaderen hebben in Leerregels van 1618/1619 profetisch gewaarschuwd tegen dit opkomende optimisme en beleden de diepe verdorvenheid en de noodzaak van wedergeboorte, h. III-IV.
De tweede les is dat we de kwalijke invloed van het sociaal darwinisme scherp signaleren en bestrijden; dit leert dat alleen de sterke overleeft en het zwakke, minderwaardige verdwijnt en gedood mag worden. Het evolutionisme heeft ook gevolgen voor de wijze van leven en ethiek. De Kerk leert dwars hiertegenover dat ieder mens, ook de minderwaardige, beeld Gods is en respect en liefde verdient.
De derde les is dat we argwanend staan tegenover nationalisme, dat een volk kan meeslepen in diepe ellende. Het Duits nationalisme, dat zich wilde zich wreken op de nederlaag in de eerste Wereldoorlog en opgelegde zware lasten (revanchisme), kreeg vleugels door het pruisische militairisme en nazistische leiderschap.
De vierde les is dat wij ons krachtig blijven verzetten tegen het antisemitisme, dat Joden beschouwde als vijand van de mensheid en hen daarom wilde vernietigen. De wortels hiervan liggen ook in de thans afgewezen, vroegere stellingname van de Rooms-katholieke, Oosters-orthodoxe en Lutherse Kerk, Oef. 19.

 

51.2. Zijn we zorgzaam genoeg ten opzichte van de democratie?.
Laten wij de instellingen van de democratie en de structuur van politieke partijen zorgvuldig beheren, hooghouden en verdedigen tegenover het populisme dat op spraakmakende personen en vage volksgeest drijft en tot dictatuur kan leiden, en tegenover islamitische groepen die niet met het woord maar met het zwaard hun positie willen veroveren en de dictatuur vestigen.
4. Dagen de techniek, de islam en het hindoeïsme ons uit? (52-54)

 

52. Zijn welzijn en techniek een gevaar?
Gods gaven kunnen misbruikt worden en als mammon en dictator ons in de greep krijgen. Jezus waarschuwde tegen de jacht naar bezit als surrogaat voor en vijand van de rijkdom in God, Mat. 6:19-34; Luc. 12:13-21; 16. Beelddragers verworden dan tot slaven van hun bezit, auto’s, computers. Digitalisering (digit = cijfer) kan de neiging bevorderen de mens te taxeren op zijn al of niet inhaken op de ontwikkelingen; wie het tempo niet kan bij houden krijgt het etiket opgeplakt ‘analfabeet’. Laat de mens - top van de piramide – meester blijven over zichzelf en de techniek, Gen. 1:18-20.

 

53. Waarin daagt de islam het Westen uit?
Deze noopt met zijn honderden moskeeën de van God vervreemden eigen geloofsbronnen op te zoeken en zich op de rijkdom daarvan te bezinnen. Christenen, moslims en humanisten dienen zich samen krachtig te keren tegen vervolgingen van christenen en anderen in moslimstaten. Ontmoetingen zijn nodig om elkanders overtuiging te leren kennen en getuigenis af te leggen van eigen geloof, Oef. 13,14.

 

54. Waartoe daagt het hindoeïsme christenen uit?
De hindoe aanbidt de Ene, Brahman,Vishnu en Shiva en andere goden en stemt zijn handel en wandel – karma – af op de orde van het heelal – dharma – om in een volgend bestaan een goed of beter leven te leiden (= reïncarnatie). Hij kan diverse malen terugkeren op aarde voor zijn ik – atman – blijvend een is met het goddelijke – Brahman. De ± 100.000 hindoes in Nederland dagen christenen uit om te getuigen van hun geloofsrijkdom in de Drie-enige en zijn beloften van eeuwig leven door het geloof in Jezus Christus contra de weg van de werken.

 

Oefening: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8a | 8b