Oefening: 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34

 

Gesprekken II - Oefening 29 (626-650)

Welke betekenissen hebben joodse, christelijke en moslimse feesten?

1. Gesprek als gebed. (626-629)

 

626. Welke feesten droeg U, HEER, uw volk Israël op te vieren?
Ik stelde de sabbat in voor de heiliging, sociale rust en bevrijding van slaafse arbeid, Ex. 20:8-11; Lev. 23:1-3; Deut. 5:12-15.
Ik beval alle mannen drie maal per jaar in het heiligdom te verschijnen op het feest van Pèsach, Zeven Weken en Loofhutten, Ex. 23:14-19; Lev. 23.
Ik stelde in het Nieuwjaarsfeest, Rosj Hasjana op de eerste en Verzoendag, Jom Kippoer op de tiende dag van de bevrijdingsmaand, Lev.23:23-32.

 

627. Wat betekent, HEER, het Pèsachfeest en hoe vervulde u dit?
Ik stelde dit in opdat Israël Mij zou eren om de voorbijgang van mijn Toorn, beëindiging van de tirannie en het uitzicht op Kanaän, Ex. 12; 13:13; Lev. 23:4-8.
Ik vervulde dit door mijn Zoon u te schenken als offerlam om mijn toorn van u weg te nemen, u te bevrijden van Satans tirannie en u eeuwig een gelukkig leven te geven.
Ik verheug mij over uw vieringen op zondagen en (kruis)-Pasen.

 

628. Wat betekenen het Wekenfeest en Loofhuttenfeest?
Ik stelde in om Mij zeven weken na Pèsach te eren als Schenker van de eerstelingen van de oogst, Ex. 23:16; Lev. 23:9-22.
Ik vervulde dit door uitstorting van mijn Geest en het binnenhalen van eerstelingen van de gemeente, Hand. 2; Joël 3; Jer. 31:31-34.
Ik stelde Loofhutten in als eindoogstfeest opdat het volk zich een week lang in Mij zou verblijden, Ex. 23:16b; Lev. 23:39-44.
Ik verheug Mij als u Mij eeuwig dankt voor al uw gaven, Nah. 2:1; Ps. 50:14, 23; Ef. 1:3-21; 5:19-20; Hebr. 13:15-16; Openb. 4 en 5.

 

629. Wilt U dat we ook andere feesten vieren?
Ik verheug Mij als u de geboorte van mijn Zoon viert en Hem eert als de Koning der eeuwen en getijden, Luc. 2:1-20; Openb. 5.
Ik verheug Mij als u Mij aanroept, vast en uw brood deelt met hongerigen, Lev. 16:29; 23:26-32; Neh. 1:4-10; 9; Hos. 5:15; Jes. 58:1-12; Hand.10:1-4; 13:1-3.
2. Wat is de relatie tussen sabbat en zondag? (630)

 

630. Wat is, leraar, de zin van de sabbat?
God stelde als ritme in de zevende dag na de werkweek, in het Hebreeuws aangeduid met de nummers 1 tot 6. Hij maakte dag zeven tot feestdag van de
rust van de arbeid en rust in Hem, ontspanning ter navolging van Hem, Gen. 2:1-3; Ex. 20:8-11; 31:17 (teken), Jes. 58:13-14;
heiliging van zijn Naam en verdieping van het verbond, Ex. 31:12-17 (verbondsteken, doodstraf) in samenkomsten; Ps. 92; 122;
bevrijding van tirannie en (werk)slavernij, ook voor personeel en dier, en van solidariteit met slaven en verdrukten, Deut. 5:12-15;
pelgrimstocht naar de volgende sabbat, bevrijding en voltooiing van Gods werken, Gen. 2:1-3; Ps. 95; Hebr. 4:1-11.

 

630.1. Hoe is de relatie tussen sabbat en zondag?
Christus vervulde de sabbat en liet deze vervallen voor christenen-uit-de-heidenen, Kol 2:16-17. Wel blijft deze historisch een door en voor de HEER gestempelde dag, Hand. 15; Rom. 14:6; Gal. 5:1-6. De gemeente in Jeruzalem onderhield sabbat en zondag, Hand. 2:41-47, omdat haar Heer op deze eerste dag de terreur had doorbroken en bij voorkeur op die dag verscheen, Mat. 28:1, 9; Luc. 24:13; Joh. 20:19, 26. Christenen uit de heidenen volgden deze gewoonte, Hand. 20:7; 1 Kor. 16:1. De zondag is niet een van de zaterdag naar de eerste dag verschoven sabbat, maar de opstandingsdag, Joh. 20:1, Dag van de Kurios. Het is wel zinvol daarin ook te verwerken de scheppingsorde en de voor de sabbat karakteristieke zingevingen, omdat de herschepping de schepping veronderstelt; scheppen en adem-scheppen horen bij het ritme van de beelddrager en navolger van God, Gen. 2:1-3, maar de zondag mag niet ontaarden in een ceremoniële sabbat, Kol. 2:16; dit is wel gebeurd en was een terugval in het oude verbond (sabbattisme).

 

630.2. Welk feest vieren christenen dan op zondag?
Zij vieren het feest van:
rust, ontspanning en bevrijding van werkkoorts en drijfjacht;
innerlijke rust in hun Schepper/Vader, Verlosser/Voltooier;
heiliging van zijn Naam in de eredienst met de gemeente;
opstanding tot geloof, hoop en liefde, blijdschap en gerechtigheid;
bezinning op de voorbijgaande wereld en eeuwige sabbat.
3. Wat is de Kerstcyclus en wat de voorloper van Kerstmis? (631)

 

631. Waarin voorafschaduwde het oude verbond de vleeswording?
Kerstmis staat niet op de Joodse feestkalender, Ex. 23, maar heeft veelvuldig prefiguraties in nederdalingen in het oude verbond. De HEER daalde in zichtbare en hoorbare tekenen neer op de Sinaï en riep er zijn Naam uit, Ex. 19-20; 24; 34:6. De neerdaling van de Vader en zijn wonen in tabernakel en tempel is een prefiguratie van de Zoon, die neerdaalde en zijn liefde, genade en trouw openbaarde in Bethlehem, Davidsstad, Joh. 1:1-18; Luc. 2:1-14. Voorzegd was dat eens de heerschappij zal rusten op Davids Zoon, Jes. 9:1-6; Luc. 1:26-38. Aldus wijzen Godsverschijningen, epifanieën, vooruit naar Jezus verschijning, Titus 2:11-14.

 

631.1. Wat viert, leraar, de Kerk op Kerstmis?
Zij looft Gods liefde, genade en trouw in de gave van zijn Zoon als Messias-Redder en Heer, Luc. 2:10-14; Joh. 3:16-21. Zij verwondert zich over bereidheid van de Zoon om de nederige gestalte van een knecht aan te nemen en weet zich geroepen om Hem na te volgen door dienstbaar te zijn aan elkaar, Fil. 2:1-11. Zij trekt van zijn ‘ontlediging’ lijnen naar de maatschappij, waarin een groot deel van de mensheid van twee euro per dag moet leven. “Want u kent de liefde die onze Heer Jezus Christus u heeft betoond omwille van u is Hij arm geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u rijk zou worden door zijn armoede.”, 2 Kor. 8:9. De verschijning van de Zoon heeft vele rijke facetten, Titus 2:11-14, Oef. 21.

 

631.2. Waarom wordt Kerstfeest gevierd op 25 December?
De oudste vermelding van de viering op deze datum vinden we op een kalender in Rome omstreeks 330. Deze datum uit de traditie is al bijna 1700 eeuwen gehandhaafd door vrijwel alle kerken. Het feest van Epifanie (= Verschijning) op 6 januari was al voor Athanasius bekend in Egypte als feest van Jezus’ doop en geboorte; men neemt aan dat deze datum de oudste rechten heeft. Het Westen heeft via Gallië dit feest overgenomen met als inhoud de aanbidding van de wijzen. De voorbereidingstijd op Kerstmis, de Advent, is in het Westen in de loop van de vierde of vijfde eeuw ontstaan en wijst heen naar Jezus’ eerste en tweede komst.
4. Hoe verhouden zich tot elkander Pèsach en Pasen? (632-634)

 

632. Wat vieren Joden met Pèsach?
Op Pèsach (= Voorbijgang) vieren Joden dat de HEER hen redde. Toen de gerichtsengel in Egypte rondging om de eerstgeborenen te doden, spaarde hij de huizen van Israëlieten waar het bloed van het lam aan deurpost of dorpel gestreken was. Hij beval de uittocht (= exodus) uit Egypte en bevrijdde hen van slavernij. Hij bepaalde dat de maand van de uittocht (Abib, Nisan) de voornaamste en eerste van de maanden moest zijn vanwege het keerpunt na 430 jaar ballingschap. Men moest van de 14e tot de 21e van de maand Abib of Nisan dit feest vieren, Ex. 12:1-40. Hij liet dus de zevende maand - in een vroegere tijdrekening de eerste (Tisri) - voorop gaan. Pèsach heet ook Matsoot, ongezuurde, niet gegiste broden (= matses), omdat men dit gereinigd van zonden moest vieren, Ex. 12:14-16.

 

632.1. Hoe vervulde de HEER in het nieuwe verbond Pèsach?
Joden vieren in huiselijke kring de sedermaaltijd (seder = orde) volgens een vaste liturgie, afgedrukt in de hagana (= vertelling van de uittocht). Jezus vierde het Pèsachmaal in een zaal op de eerste dag van het feest van de ongezuurde broden, Mat. 26:17-30, in de apostelkring en stelde daarbij het Avondmaal in, Mat. 26:26-28, Oef. 41. Hij stortte zijn bloed om ons Gods liefde en trouw te betuigen, zijn toorn over ons weg te nemen en zijn Koninkrijk te doen komen.

 

632.2. Welke parallel trekt u, leraar, hierbij?
De HEER ging op 14 Nisan aan Israëls eerstgeborenen sparend voorbij (= pasach), omdat familieleden in hun plaats lammeren geofferd hadden en het bloed op de drempels en posten gestreken hadden, Ex. 12. Hij redde in het nieuwe verbond zijn volk van zonde en toorn door het plaatsbekledend offer van het Lam dat de zonde der wereld wegnam, Joh. 1:29, 35-36, en dat als Doper met de Geest zondaren reinigt, Joh. 1:32-34. Volgens alle evangelisten is Jezus geslacht in de Pèsachweek, Mat. 26:17-27:61; Mc. 14-15; Luc. 22:7-23:56; Joh. 13:1-19:42, als de lijdende knecht, Jes. 53:7; Hand. 8:26-40, en als lam zonder gebrek. Van Hem werd geen been verbrijzeld werd als teken van zijn ongebroken toewijding, Ex. 12:5;46b; Joh. 13:1; 19:31-37. Wij vervullen Pèsach door voor dit Lam toegewijd te leven, gereinigd van zondig zuurdesem, 1 Kor. 5:7; 1 Pe. 1:19.

 

632.3. Hoe vervulde Hij Pèsach als bevrijding van Satan?
Zoals de HEER Israël bevrijdde van Farao’s tirannie door het bloedteken en pressiemiddelen – vernietiging van eerstgeborenen en legermacht, Ex. 12-15 – zo bevrijdde Hij zijn gemeente van het nieuwe verbond door de inzet van zijn Zoon uit Satans tirannie en het doodsgeweld, Mat. 27:50-53; Hebr. 2:14; 1 Pe. 1:19-20. Waar de schuld is bedekt en de toorn voorbijgegaan, heeft Satan geen been meer om op te staan. “Hij – God de Vader - heeft ons ontrukt aan de macht van de duisternis en overgebracht naar het Koninkrijk van zijn geliefde Zoon, in wie wij de bevrijding hebben de vergeving van de zonden.”, Kol. 1:13.

 

633. Hoe vieren we Witte Donderdag en Stille Zaterdag?
Op de Witte of Groene Donderdag - eerste dag van het feest der ongezuurde broden - stelde Jezus aan het Pèsachmaal de verbondsmaaltijd in, Mat. 26:17-35; Joh. 13. Terecht houden vele kerken op die dag een dienst met het Avondmaal. Er ontstond in de vierde eeuw op initiatief van Cyrillus, bisschop in Jeruzalem, een triduum (= driedaagse), lopend van Donderdag tot eerste Paasdag. De naam Stille Zaterdag heeft te maken met de stilte van het graf in afwachting van de paasnacht, maar voor Oosters-orthodoxen is deze dag helemaal niet stil omdat zij gedenken dat Jezus in de hel neerdaalde om strijd te voeren tegen duivel en dood, Mat. 12:40; 1 Pe. 3:19. Goede vrijdag heet ook wel kruispasen en stille zaterdag paaszaterdag. In de oude kerk was de paasnacht – van zaterdag op zondag – hoogtepunt met wakende gelovigen, wachtend op het morgenlicht (‘paaswake’) en doop van nieuwe leden. Over de paasviering vermeldt het NT niets; over verschillen aangaande de paasdatum informeerde ons Eusebius’ Kerkgeschiedenis.

 

634. Waarom heet Pascha het Feest van de Ongezuurde broden?
Israël mocht als voorbereiding op het vertrek naar het beloofde land in Egypte zeven dagen lang niets gezuurds gebruiken en moest op de 14e nisan het lam met ongezuurde broden en bittere kruiden eten, Ex. 12:8, 14-15. Dit markeerde de breuk met het verleden en de noodzaak om in de nieuwe fase als priesterlijk koninkrijk en heilig volk voor Hem te leven, Ex. 18:1-6; 34. Vandaar dat Pascha ook heet Chag Ham-matsoot, feest van de ongezuurde, niet gegiste broden, Ex.23:15. Nog steeds reinigen Joden gerei en kamers grondig of gebruiken een daarvoor afgezonderd servies.

 

Kinderen:
‘Wat betekenen al die handelingen op Pèsach toch en dat Lam?’
Ouders:
‘Dit is een PAASOFFER VOOR JHWH, TSÈBACH-PÈSACH, omdat Hij in Egypte de huizen van de Israëlieten voorbij is gegaan; terwijl Hij de Egyptenaren sloeg, heeft Hij onze huizen gespaard. ‘, Ex. 12:27a.
Wat is de vervulling?
‘Toen brak de dag van de ongedesemde broden aan, de dag waarop het HET PAASLAM, TO PASCHA, THE PASSOVER LAMB,
geslacht moest worden. (= 10 Nisan)’, Luc. 22:7.’
Liefde van het Lam
Het Pèsachfeest was ophanden. Jezus wist dat zijn uur gekomen was, nu zou Hij de wereld verlaten om naar de Vader te gaan. Voorheen hield Hij al van hen die Hem in de wereld toebehoorden, maar nu zou Hij hun zijn liefde tot het uiterste betonen.’, Joh. 13:1.
Wat beleed Petrus?
‘Besef goed dat u niet met vergankelijk zilver of goud BENT VRIJGEKOCHT, BEVRIJD,
ELUTROTHÈTE, REDEMPTI, RANSOMED,
uit de uitzichtloze cirkelgang van uw bestaan, erfenis van uw voorouders, MAAR MET HET KOSTBAAR BLOED VAN CHRISTUS
ALS VAN EEN GAAF LAM ZONDER GEBREKEN,
dat uitverkoren was voor de grondlegging der wereld, maar pas op het einde van de tijden is verschenen omwille van u.’, 1 Petrus 1:18-20.

 

634.1. Hoe paste Paulus Pèsach toe op ons?
Paulus trok een lijn van Pèsach naar het Avondmaal en de levenswijze. Hij ontleende aan Christus’ slachting als Paaslam het motief om het zuurdeeg van ontucht en afgoderij, laster en hebzucht, weg te doen, 1 Kor. 5-7. 11:17-33. “U moet zijn als ongezuurde broden, want ook ons paaslam is geslacht: Christus. Wij moeten ons feest vieren, niet met de oude zuurdesem van slechtheid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid.”, 1 Kor. 5:7b,8, Oef. 41.
5. Hoe is het Wekenfeest vervuld in het Pinksterfeest? (635-636)

 

635. Waarom volgde op Pèsach het Wekenfeest?
Vestiging. Op de bevrijding volgde Gods openbaring op de Sinaï en de vestiging in Kanaän met het genieten van de vruchtbaarheid.
Liefdewet. Bij de oprichting van het verbond gaf de HEER de Tien Woorden, Ex. 24-34. Later las men in de synagoge op het Wekenfeest (= Chag-Sjavoeoot) het Hooglied als zang van de verbintenis van de HEER met zijn volk en stukken over Gods openbaring op Sinaï; daarom kreeg deze viering het karakter van Wetgevingfeest. Hiermee komt overeen dat de HEER met de uitstorting van zijn Geest zijn liefdewet in het hart drukte, Jer. 31:30-34; Hand. 2; 2 Kor. 3.
Oogst. Jezus bevestigde bij de instelling van de Maaltijd het oude verbond en wijdde het nieuwe in, Mat. 26:28. Pèsach luidde het oogstseizoen in, dat voorlopig afgesloten werd op het Wekenfeest en definitief op het Loofhuttenfeest. De landbouwer bracht de eerste aren van de oogst naar de priester, die dan zeven sabbatten daarna aftelde tot vijftig dagen, Lev. 23:10-11 en 15-16. Op het Wekenfeest bood hij de eerstelingen aan God aan, Lev. 23:17. Christus oogstte ± drie duizend christenen-uit-de-joden als eerstelingen van de ontelbare schare, Hand. 2:41; Openb. 7:9-10.

 

636. Welke kenmerken heeft het Pinksterfeest van de uitstorting?
God, de Heilige Geest, nam zijn intrek in de gemeente als tempel. Hij werkte ook voor die tijd al in hen, vooral in profeten, maar thans deed Hij dit intenser en overvloediger door heel het volk te heiligen en toe te rusten, Hand. 2; Rom. 8; 1 Kor. 12-14. Bovendien daalde Hij spoedig daarna neer op gelovigen-uit-de-heidenen, Hand. 10-11, verbrak het particularisme en stichtte de kerk uit alle volken, Ef. 2-3. Hij drukte de liefdewet in het hart en ontsloeg hen van de verplichting om spijswetten, de besnijdenis en andere ceremoniën te onderhouden, Hand. 10:9-16; 15:1-30; Kol. 2, Oef. 28, 30.-38. (gaven).
6. Wat betekenen Nieuwjaar en Grote Verzoendag ? (637-639)

 

637. Welke feesten werden er in de zevende maand gevierd?
Bij de start van een jaarronde vierde men na elkaar drie feesten van inkeer, boete en lof, Lev. 23:23-36. De eerste tien dagen van het jaar kregen de naam Ontzagwekkende dagen, Jamiem Noraiem, omdat ieder zijn geweten toetst en de balans opmaakt van zedelijke verliezen en winsten. De sjofar schudt slapers wakker op de eerste dag. Rosh Hasjana, Nieuwjaarsdag, Dag van Herinnering en Bazuingeschal. Rond en op de tiende dag, Jom Kippoer, Grote Verzoendag, komen velen al vastend tot inkeer. Van de 15e tot de 22e viert men uitbundig Soekkot, Loofhutten, in dank aan de Gever van zoveel weldaden.

 

638. Wat telt en viert men op Nieuwjaarsdag?
Nieuwjaar (= Rosj Hasjana) viel niet op de eerste dag van de eerste maand maar van de zevende. Om het jaar vast te stellen, telt men vanaf de schepping, 3760 jaar v. C., en voegt daarbij maanjaren, Ps. 104:19. Een maand is de tijd die de maan nodig heeft om haar loop om de aarde te volbrengen, ongeveer 29½ dag. Omdat men een nieuwe maand niet midden op de dag kan laten beginnen, heeft de ene maand 29, de andere 30 dagen. In de regel heeft het jaar 12 van zulke maanden of 354 dagen, elf dagen korter dan het zonnejaar. Om dit in te halen voegt men in een cyclus van 19 jaren zeven joodse schrikkeljaren in; dan heeft een jaar dertien maanden; de dertiende is ingevoegd om het maanjaar van 354 in overeenstemming te brengen met het zonnejaar van 365 dagen. Zij heten Nisan (Abib), Iyar, Sivan, Tammoez, Av, Eloel, Tisjri (Etanim), Chesjwan, Kislev, Tevet, Sjevat, Adar of Ve-Adar, tweede Adar (= schrikkelmaand). Op deze sabbat en verjaardag van de mensheid maakt Israël de balans op van zijn tekorten. De eerste dag wijst naar de laatste. De HEER verplichtte hen tot voorbereiding voor zijn laatste oordeel als Koning-Rechter. Zoals de sirene van de ambulance weggebruikers waarschuwt: ‘maakt ruim baan, het gaat om mensenlevens!’, zo alarmeert de Sjofar met doordringende tonen de hoorders: ‘stel toch alles in het werk om de door u aangerichte schade te herstellen, keer terug tot Hem in vertrouwen op zijn barmhartigheid; bekering, tesjoeva, is altijd mogelijk, het gaat om uw leven!’, Deut. 30:20.

 

639. Wat leert de verplichte viering van Nieuwjaarsdag ons?
De HEER nam in de cyclus van zijn heilsdaden ook de kringloop van zon en maan op. Ook Hem raken de wending van Oud- naar Nieuwjaar en het verspringen van cijfers van jaren, eeuwen en millennia. De tijdskringen wijzen naar Hem als Onderhouder van zijn schepping en zijn beleid, naar (eind)tijd en eeuwigheid. De Kerk gedenkt de getijden als Zijn werken en maakt ook daarvan dankbaar de balans op. Zij oefent zich in een zuiver geweten en keert zich bij deze keer van het kalenderjaar door inkeer tot Hem, Ps. 90. De stem als een bazuin, sjofar, in het oor van Johannes op de Dag van de Heer raakt gemeenten in merg en been, Openb. 1:10-11; 2-3. Zij maken de balans op van leven en werken en bereiden zich voor op de Jongste Dag. Joël 2:11-12; Zef. 1:7,14; Dan. 7:9-10; Mat 19:28; 1 Tes. 5:2; 2 Tes. 2:2; 2 Pe. 3:10; Op. 1:10; 4:2-5.

 

Maanjaar
‘Omwille van de getijden schiep Hij de maan en de zon die het uur van ondergaan kent.’, Ps. 104:19 ‘Blaas op de ramshoorn (sjofar) bij nieuwe maan, bij volle maan op onze feestdag (Loofhuttenfeest?), want dat is de regel in Israël, dat is ons gebruik om Jakob God te eren.’, Ps. 81:4.
Nieuwjaars Dag (Instelling).
‘Jahweh zei tegen Mozes: zeg tegen de Israëlieten: de eerste dag van de zevende maand is een sabbat, een heilige dag die gevierd wordt met trompetgeschal. U mag dan niet werken en moet een offer opdragen aan de HEER’, Lev. 23:23.
Rechter- koning.
‘Vanuit de hemel kijkt de HEER neer, Hij ziet al de daden van de kinderen van de mensen; vanaf de plaats waar Hij troont, overziet Hij alle bewoners van de aarde. Alle harten heeft Hij geboetseerd, Hij begrijpt dan ook al hun daden.”, Ps. 33:13-15.
Misjna Rosj Hasjana 1:2
De Dag des HEREN
‘Op de Nieuwjaarsdag gaan allen die op de wereld gekomen zijn aan Zijn aangezicht voorbij als jonge lammeren zoals er gezegd is: Hij die aller harten vormt, die al hun werken doorgrondt. ‘, De Vries, 155. ‘De Jom-Jahweh is groot en zeer te duchten! Wie zal hem doorstaan? Maar ook nu nog geldt de oproep - Godsspraak van de HEER- “Keer u om naar Mij met heel uw hart, vastend, wenend en rouwend! “’, Joël 2:11b en 12.
Jezus Christus
“Wanneer de Mensenzoon komt, bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem engelen, dan zal Hij plaatsnemen op de troon van zijn heerlijkheid. Alle volken zullen voor Hem bijeengebracht worden en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt.“, Matteüs 25:31-32.
7. Hoe past de Kerk Grote Verzoendag toe in het heden? (640-641)

 

640. Wat is de zin van Grote Verzoendag of Jom Hakkippoerim?
De eerste dag van het jaar, Nieuwjaar, Rosj Hasjana, loopt uit op de tiende, de Verzoendag, Jom Kippoer, een sabbat, dag van vasten, schuldbelijdenis en uitdelging van zonden, Lev. 23:26-32. Volgens het nauwkeurig omschreven ritueel, Lev. 16, mocht de Hogepriester alleen op deze dag het heilige der heilige, waar de HEER troont boven de ark, betreden. Hij belijdt al de zonden van zijn volk, offert in hun plaats dieren en besprenkelt het verzoendeksel (= kipporèt) met bloed om de zonden te wissen. God herstelt geschonden verhoudingen (= kat-allagein) op grond van deze bedekking (= kappara, hilas) of het uitdelgen van de schuld (= kipper, hilaskomai). In de brief (preek) aan de Hebreeën wordt de betekenis van de Grote Verzoendag en de vervulling daarvan uiteengezet, 4:14-5:10; 7:1-10:38, Oef. 24-25.

 

641. Hoe past de Kerk de boete- en verzoeningsdag toe?
De Tiendaagse van Nieuwjaar tot Verzoendag is vol van inkeer of terugkeer (= tesjoeva) en een voorbeeld om periodiek de relatie tussen God en mens te herstellen als achterstallig onderhoud.
De Kerk viert in Woord of Sacrament dat haar Heer zijn eenmalige offer voor onze zonden heeft gebracht en als Middelaar voor ons bij de Vader pleit. Daarom bidt zij ook: ‘Heer, ontferm u over ons en de wereld, Kurie eleison!’ De liturg verkondigt aan hen die zich bekeren vergeving en eeuwig leven door de Middelaar.
Zij legt verband tussen biecht, boete, verzoening en Avondmaal. Aan de viering daarvan ging of gaat nog vaak vooraf een dienst van voorbereiding op de zondag daarvoor, waarin de liturg aandringt op schulderkenning, herstel van geschonden verhoudingen en terugkeer tot de HEER, vgl. 1 Kor. 11. Hij schrikt de gelovigen niet af en verhoogt de drempel niet maar beoogt enkel om de Maaltijd te vieren op een wijze die God behaagt.
Ook de veertig-dagen-tijd kan dienen als tijd van vasten, boete en geestelijke verdieping.
8. Welke zin heeft het vastendagen te onderhouden? (642-643)

 

642. Waar en hoe is in het Oude Testament sprake van vasten?
Dit is daar uiting van berouw over schuld en droefheid over leed, concentratie op de HEER en appèl op zijn ingrijpen. God verplichtte Israël alleen op Grote Verzoendag te vasten, Lev. 23:26-32; Hand. 27:9 (‘de vasten was al voorbij’). Mozes bleef veertig dagen en nachten bij de HEER zonder te eten of te drinken, Ex. 34:28; Deut. 9:9, 18. Bedroefden vastten een week na Sauls dood, 1 Sam. 31:33. Joël riep priesters op een vastentijd uit te schrijven, 1:12. Nehemia organiseerde na viering van Loofhutten een boete- en vastendag om hun schuld en die van de vaderen te betreuren na Gods bestraffing met hun ballingschap, Neh. 9. Hij besteedde een vierde van de dag aan de collectieve schuldbelijdenis: ‘wij zijn het volk van profetendoders!’, Neh. 9. Jesaja keerde zich tegen schijnvroom vasten van onrechtplegers; vasten is voor hem brood uitdelen aan hongerenden en bevrijden van verdrukten, Jes. 58:1-12.

 

642.1. Wat zegt het Nieuwe Testament over vasten?
Jezus vastte veertig dagen en nachten tijdens zijn strijd tegen Satan, Mat. 4:2. Hij keerde zich tegen uitwendig vertoon, Mat. 6:16-18, en nam tijdstip en situatie in aanmerking. Leerlingen van de Doper verweten Jezus dat Hij en zijn discipelen de vastendagen niet in acht namen, Mat. 9:14-17. Hij antwoordde hierop dat het zijn volgelingen vanwege zijn aanwezigheid paste blij te zijn zoals vrienden van een bruidegom maar dat er ook andere tijden komen dat zij wel zullen vasten, Mat. 9:15. Hij schafte het vasten dus niet af maar gaf regels voor de passende tijd, urgente gelegenheden en het adequaat reageren op situaties. Hanna diende God dag en nacht met vasten en bidden, Luc. 2:37. De gemeente in Antiochië liet Barnabas en Paulus vertrekken onder vasten en bidden, Hand. 13:3. Deze wezen oudsten aan onder vasten en bidden, 14:33. Vasten werd traditie in jodendom, christendom en islam.

 

643. Zijn er richtlijnen voor het vasten in deze tijd?
Vasten als matig gebruik van voedsel en drank of onthouding is zinvol om afstand te nemen van bezit, welvaart en weelde; om te sparen om berooiden te helpen; om verdriet, rouw of berouw te uiten; om te smeken om Gods ingrijpen, Neh. 9, en om zich concentreren op God bij het nemen van beslissingen, Hand 13:3; 14:23. Lichaam en ziel vormen dan een eenheid.

 

643.1. Waarom is verootmoediging nodig in tijden van nood?
God verwerkt het in zijn beleid als de Kerk zich verootmoedigt vanwege afval of nood der tijden. Hij ziet hart, houding en daden van zijn volk aan; er is een wisselwerking tussen vastende bidders en de verhorende Vader, Hand. 4:23-31;10:1-3. De veertig dagen voor Pasen - vastentijd met lange traditie - zijn geschikt om terughouding in acht te nemen bij het gebruik van voedsel en alcoholische dranken. Het is ook zinvol een dag per week te versoberen en zich in gebed op Hem te concentreren.

 

643.2 Voor welke ontsporingen dienen we te waken?
Uiterlijk vertoon, die niet gepaard gaat met beoefening van gerechtigheid, behaagt Hem niet, Jes. 58:5; Mat. 6:16. We ontsporen ook als we menen dat we een schat van verdiensten in de hemel vormen, zodat wie het meest veelvuldig en drastisch vast, zeker kan zijn van zijn behoud; de Heer beloont de gelovigen zeker maar doet dit uit genade, Mat. 5:1-12; 20:1-16; Ef. 2. Schadelijk is ook als we vasten met sancties collectief verplichten. Dat roept weerzin op en werkt huichelarij in de hand. Vasten dient beoefend te worden op basis van vrijwillige afspraken, Kol. 2:16-23; Gal. 5:1. Tegen zulke ontsporingen kwam de Reformatie in verweer, Conf. Aug. XXVI, BGPKN, 39-54.
9. Wat is de zin van het Loofhuttenfeest voor ons? (644-645)

 

644. Welke zin gaf de HEER het Loofhuttenfeest in Israël?
Hij beoogde hiermee dat Israëlieten in hutten (= Soekkot) zouden ervaren welke ontberingen hun voorouders ondergingen tijdens de woestijnreis en daaruit afhankelijkheid van Hem leren. Hij beval hun na dagen van boete en verzoening de feestweek vol vreugde in Hem te vieren bij de slotoogst van de 15e tot de 22e in de zevende maand (Tisjri), Lev. 23:33-44. Zacharia voorzei dat op dit pelgrimsfeest in Jeruzalem overlevenden uit de volken zich zullen neerbuigen voor de HEER als Koning van de aarde, 14:16. De viering ervan raakte in onbruik tot Nehemia na de ballingschap dit herontdekte en opnieuw invoerde, Neh. 8:13-18.

 

644.1 Wat merken we van dit feest in het Nieuwe Testament?
Als er in het NT ‘feest’ zonder meer staat, betekent dit meestal Loofhuttenfeest of Soekkot, Joh. 7:2,7:8 (‘het en dat feest’),7:10,11, 14,17 (zes maal). Jezus heeft ieder jaar deze feesten mee gevierd. Hij trok eens niet tegelijk met zijn broers naar Jeruzalem, 7:2, maar ging later er onopvallend heen, 7:10. Toen men op het einde van dit feest water schepte uit de bron van Siloam om dit te plengen op het brandofferaltaar, riep Hij uit: “Heeft iemand dorst, laat hij dan naar Mij toe komen en laat ieder drinken die in Mij gelooft! Zoals de Schrift zegt (?): Uit zijn binnenste zullen stromen van levend water vloeien.”, 7:37. Hiermee legde Hij verband tussen het Loofhutten, zijn heilrijke komst en de uitstorting van de Heilige Geest, 7:39.

 

645. Welke betekenissen heeft Loofhutten voor de Kerk?
Loofhutten (= Soekkot) is het enige feest van de drie verplichte pelgrimsfeesten dat de Kerk niet overnam, maar zij verwerkte wel de boodschap daarin. Christenen trekken als pelgrims naar het beloofde land en hebben hier op aarde geen definitieve woonplaats, Hebr. 11. Als bezitters blijven zij leenheren van de Eigenaar, Luc. 12:16-21.
10. Waarom herdenken we het Purimfeest en de Sjoa? (646-647)

 

646. Wat vieren joden op Purim en waarom blijft dit actueel?
Zij vieren vier weken voor Pèsach op 14 of 15 Adar Purim als verkleedpartij voor ouderen en kinderen met dolle pret en dank over de mislukking van het plan van Haman, beambte aan het hof van koning Ahasveros (= Xerxes I); deze trachtte alle joden in het Perzische rijk in de vijfde eeuw v.C. uit te roeien. Toen koningin Vasthi op een feest een show weigerde uit te voeren, kwam in haar plaats de Joodse Hadassa, in de hoofdstad Soesan opgegroeid onder de naam Ester. In deze waardigheid zag zij kans met haar voogd Mordekai de dreiging te neutraliseren door bij haar echtgenoot aan te dringen op een decreet, dat haar volksgenoten de vrije hand gaf om zich tegen hun belagers te verdedigen. Purim komt van het Perzische pur, lot; men wierp voor iedere dag van het agenda het lot en dat viel voor de uitroeiing op de dertiende dag van de twaalfde maand als een gunstige dag, Ester 3:7-12; 8:23-32. Purim blijft voor de Kerk actueel vanwege het steeds weer opdoemend antisemitisme en omdat Satan haar op allerlei wijzen blijft aanvallen.

 

647. Waarom blijft het nodig de Sjoa te herdenken?
Dit is nodig omdat Satan mensen verblindt en het antisemitisme aanblaast. Hij maakte een groot deel van Duitse volk tot handlangers van de nazi’s (1933-45) en slaagde er daardoor in zes miljoen joden uit te roeien. Vele inwoners van de Baltische landen, de Oekraïne, Polen en Roemenië vermoordden zelf joden of deden dit samen met de nazi’s. De meeste Europese volken hebben van de tiende tot de twintigste eeuw het antisemitisme verborgen of openlijk gekoesterd, dat na de stichting van de staat Israël oversloeg op radicale moslims, Oef. 19A en 19b. We dienen ons voor de Heilige te verootmoedigen naar het voorbeeld van Nehemia die met zijn volk (6e eeuw v.C.) boete deed om hun afval van de HEER, die in toorn Jeruzalem vernietigde en hen in ballingschap voerde. Toch hielden zij vast aan de Getrouwe gelovend dat Hij hun opnieuw Barmhartigheid zou bewijzen, Neh. 9.
11. Leven wij mee met de feesten van moslim-landgenoten? (648-650)

 

648. Hoe zien moslimse kalenders en feestdagen er uit?
Het begin van de moslimse tijdrekening is tijdens kalief Omar I vastgesteld op 16 juli 622, waarop Mohammed uitweek van Mekka naar Medina; dit heet de hidjra-jaartelling en wordt afgekort als AH, beginletters van het Latijnse Anno Hegirae. De islamitische kalender volgt de maanstanden. De maanden tellen afwisselend 30 en 29 dagen, een jaar van 12 maanden heeft dus 354 dagen. Om gelijk te blijven opgaan met de maancyclus wordt er in een periode van dertig jaar elf maal een schrikkeldag ingelast, meestal op het einde van de laatste maand.Voor overeenstemming met dateringen met de christelijke zonnekalender raadplege men een vergelijkingstabel. De moslimse jaartelling heeft per christelijke eeuw drie jaar meer. Men moet er dus één jaar per 33 jaar van onze jaartelling bij tellen; 2010 AD valt dan samen met 1431 AH. Sedert de negentiende eeuw is het gebruik van de Gregoriaanse kalender in alle landen doorgedrongen. De westerse maandnamen zijn als leenwoorden overgenomen, meest in een vorm die aan het Frans is ontleend. De Turkse republiek erkent vanaf 1925 alleen deze jaartelling en heeft de zondag als wekelijkse rustdag ingevoerd.

 

649. Wat is het kleine feest, ied al-fitr?
Dit feest (= ied) wordt groots gevierd na de vastenmaand of ramadan, de negende maand. Vasten (= saum) is de vierde zuil van de islam na de shahada (= geloofsbelijdenis) als eerste, de salat (= gebed) als tweede en de zakat (= religieuze belasting ) als derde. Men onthoudt zich van zonsopgang tot zonsondergang van voedsel, drank en roken en gebruikt ’s avonds de hoofdmaaltijd maar niet om door overmatig te eten de gemiste maaltijden in te halen. De avond is de tijd van ontspanning en bezoek, gebed en koranrecitatie. Men herdenkt dat op een oneven dag van de laatste tien dagen Allah in de Lailat a-qadr (= Nacht van de Macht) waarin Hij Mohammed de eerste openbaring schonk, s. 2:183-185. Velen ervaren in deze tijd Gods nabijheid sterker dan anders. Bij waarneming van de nieuwe maan is de ramadan afgelopen en begint ied al-fitr, feest van het breken van het vasten, het Suikerfeest van drie dagen waarop gezamenlijk wordt gegeten.

 

Neerdaling Koran
“De maand Ramadaan is het waarin de Koran werd neergezonden als leidraad voor de mensen en als duidelijke bewijzen van de leidraad en het reddend onderscheidingsmiddel. Wie van jullie aanwezig is in de maand die moet erin vasten en als iemand ziek is of op reis, dan een aantal andere dagen. Allah wenst het u gemakkelijk te maken en niet moeilijk. Maak het aantal dus vol en verheerlijk God. Misschien zult u dank betuigen.”, s. 2:185.

 

650. Wat is het grote feest of ied al-adha?
Dit wordt gevierd aan het einde van de bedevaart (= hajj) naar Mekka. In de 21ste eeuw maken meer dan twee miljoen mensen per jaar deze tocht, die al vroeg een belangrijke onderneming was, s. 22:27-29. Het gebied rondom Mekka en Medina is verboden (= haram) voor niet-moslims. Moslims richten hun gebed naar de Ka’aba (= kubus) van steen en marmer met grondvlak van 10 bij 13 meter en hoogte van 16 meter; deze zou gebouwd zijn door Adam en herbouwd door Abraham en Isma’il en een replica van Gods huis in de zevende hemel zijn, s.22:26-36. Op de zuidoostelijke hoek van de Ka’aba bevindt zich een Zwarte Steen in een zilveren frame, die volgens een hadith uit de hemel zou zijn gevallen. De hajj begint doordat pelgrims zich in een gewijde toestand (ihram) brengen door rituele wassing en gebed: ‘labbayk, allahumma labbayk, hier ben ik, mijn God, hier ben ik.’ Dan cirkelen (= tawaf) pelgrims zeven keer tegen de richting van de klok rond de Ka’aba om uitdrukking te geven aan de eenheid (tawhid) van God. Men drinkt uit de Zamzambron, die door Ismaíl zou zijn ontstaan, toen hij op de grond stampte en er ter plekke water omhoog borrelde met gorgelend geluid (‘zum-zum-zum’).

 

650.1 Wat is het offer van Abraham volgens de islam?
Pelgrims werpen zeven steentjes naar de grootste van een drietal pilaren, welke de duivel voorstelt om te herdenken dat God aan Abraham opdracht gaf zijn zoon Isma’il te offeren; Satan zou tot drie keer toe Isma’íl opgeroepen hebben te weigeren zich te laten offeren; dit stenigen verbeeldt de afwijzing van Satans pogingen tot verleiding. Op dit tijdstip voor de twaalfde van de maand wordt het Grote Offer gebracht. Op de tiende van de maand brengen moslims over de hele wereld hetzelfde offer in het kader van het offerfeest: ied al-adha. Men offert een geit, schaap, kameel of koe ter gedachtenis van de ram, die Abraham aan God offerde in plaats van zijn zoon. Net zoals Abraham bereid was te offeren wat hem het meest dierbaar was, zo moet elke moslim bereid zijn alles op te offeren voor Allah. Iedereen die tijdens de hajj om het leven komt, wordt beschouwd als martelaar die rechtstreeks in de hemel komt.

 

Oefening: 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34