Oefening: 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34

 

Gesprekken II - Oefening 28 (601-625)

Wie bent U, o Heilige Geest, en wat deed U op Pinksteren?

1. Gesprek als gebed. (601-602)

 

601. Wie bent u, o Heilige Geest?
Ik ben met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God, de almachtige Schepper en Herschepper van hemel en aarde.
Ik ga uit van de Vader en ben door de Vader en de Zoon tot u gezonden om hen te verheerlijken onder u als beelddragers.

 

601.1. Wat is, Gezondene, het eigene van uw ambtswerk?
Ik draag als titel Parakleet, dat is Helper, Trooster en zet Jezus’ aanwezigheid in en onder u voort, Joh. 16:16, 26; Mat 28:20.
Ik ben Waarheidsgetuige en Leraar, Levendmaker en Heiligmaker, Aanklager en Toeruster met krachten en charismata.

 

602. Hoe kan ik, onheilig mens, met U, Heilige Geest vervuld worden?
Ik brengt u tot het Licht, bestraal u met de kennis van en liefde tot God en doe een beroep op u om u hiervoor open te stellen, Joh. 1:1-18; Mat. 13.
Ik troost u, als uw geweten u aanklaagt, met Jezus’ voorspraak en schenk u geestelijke gaven, als u tot de Vader bidt in zijn naam, Joh. 14:12-14;16:8-15.
Ik blijf in u en doe u veel vrucht dragen, als u als leden met Christus, de Wijnstok en met Zijn Woord verbonden blijft, Joh. 14:1-30; 15:1-17.
2. Werkte de Heilige Geest ook in het Oude Testament? (603-604)

 

603. Hoe werkte, leraar, de Geest van het verbond volgens het Oude Testament?
Hij is Schepper van alle leven en legde in het geschapene krachten en codes voor technische ontwikkelingen, Gen. 1; Ps. 104.
Hij is Onderhouder van het leven en schenkt de mensen voedsel en vrolijkheid opdat zij Hem zoeken en dienen, Gen. 8:20-22; Hand 14:15-17.
Hij is Toeruster van profeten, priesters en koningen met wijsheid en kracht en beademde profeten als Voorzegger van de komst van de Messias, zijn lijden en heerlijkheid, Ex. 3:15-16; 36-39; Num. 11: 1 Kon. 3; 2 Sam. 23:1-7; Jes. 9:1-6; 52:13-53:1-12; 1 Pe. 1:9-12.
Hij is de Aanwezige in tabernakel en tempel tot Hij zijn intrek nam in de gemeente als zijn woning, Ex. 40:34-38; Luc. 1:8-20; Hand. 2.

 

604. Keerde de Heilige Geest zich soms ook tegen zijn volk?
Ja, want Hij is de Geest van HEER van het verbond, die gehoorzamen zegent en ongehoorzamen bestraft.
Hij verblindt hen die Hem miskennen en zijn geboden verachten, Mat. 13:10-15; Jes. 6:9-10; Hand. 28:23-29; Hebr. 6:4-8, sub 623-625.
3. Welke tekenen deed de Geest op het Pinksterfeest en waarom? (605-608)

 

605. Waartoe diende het teken van het quasi-geraas?
Hierin liet de Heilige Geest zien dat Hij als de kracht van een stormwind op ieder kan neerdalen, hem in beweging brengen en hem doen spreken en handelen, Hand. 2:1-2. Ontbrak het apostelen en gemeenteleden voorheen aan vrijmoedigheid om te getuigen, na de uitstorting spraken zij de menigte onbevreesd toe, 2:3-13. De Geest geeft ons kracht en moed om woorden te spreken en activiteiten te ondernemen, waartoe wij zonder Hem niet in staat zouden zijn geweest. Het geloof is een energie van de Geest in ons.

 

606. Waartoe dienden de tongen als van vuur en de tongentaal?
Tongen zijn het zinnebeeld van de sprekende mond en het quasi-vuur dat van heilige bezieling. De Geest nam het hart en hoofd van de gemeenteleden in beslag en zette hun tong in beweging. Iedereen kon constateren dat hun spreken het gevolg was van een bovenmenselijke actie. Zij getuigden in heilig vuur en vlammende woorden van de door God tot Messias en Heer verhoogde Knecht. Zij poogden de medewerkers aan de gerechtelijke moord te overtuigen van Gods gelijk en hun ongelijk maar getuigden ook van eeuwig welzijn door geloof, Hand. 2:14-40; 3:11-26.

 

606.1 In welke taal spraken zij?
Apostelen en gemeenteleden spraken Aramees als omgangstaal. Sommigen van hen kenden ook wat Hebreeuws, de taal van het Oude Testament, Grieks, de taal van het Nieuwe Testament, en Latijn, taal der Romeinse heersers. Toch spraken zij op de Pinksterdag de talen van de in Jeruzalem aanwezige joodse feestgangers uit de landen rondom de Middellandse zee, Hand. 2:5-13. Gaf de Geest hun die vreemde talen in? Dat is niet waarschijnlijk, omdat hun klanken op aanwezigen de indruk wekten van dronkemanstaal, 2:12. De Geest wekte in hen tongklanken op die Hij als Tolk voor de hoorders omzette in de eigen landstaal. De zin van dit talenwonder is dat het evangelie voor alle categorieën mensen in alle landen bestemd is.

 

607. Waarom stortte de verhoogde Heer zijn Geest uit op het Wekenfeest?
Dit deed Hij omdat de Israëlieten op dit feest, vijftig dagen na Pèsach, gewoon waren de eerstelingen van de tarweoogst aan de Gever aan te bieden. De naam Pinksterdag komt van het Griekse pentèkostè hèmera, vijftigste dag. Jezus haalde de eerstelingen van de oogst van uitverkorenen binnen, ongeveer drie duizend belijders van zijn naam, Hand. 2:41. Bovendien herdacht men in later tijd de wetgeving op de Sinaï op dit feest. Dit herinnert aan de belofte dat God zijn Geest zou uitgieten op alle vlees en zijn liefdeswet schrijven in de harten, Jer. 31:31-3; Joël 3; Hand. 2:1-21; 2 Kor. 3.

 

608. Wat betekent ‘vervulling met de Heilige Geest’?
De HEER woont niet meer in een stenen gebouw maar in levende tempels, Hand. 2: 1-4; 1 Kor. 6:19. Hij schenkt liefde en andere deugden waar en wanneer Hij dit nodig vindt, Rom. 5:5; 1 Kor. 12-14; Hand. 4:31; 10:44.
Hij betrekt alle soorten gemeenteleden in zijn werkingen, mannen en vrouwen, ouderen en jongeren, gehandicapten en baby’s, werkgevers en werknemers, Num. 11:29b; Hand. 2:17-18; Gal. 3:26-29.
Hij breidt zijn werking uit over alle volken en schiep de wereldkerk, Ef. 2-3.
Hij rust hen toe met charismata die Hij nodig achtte, 1 Kor. 12-14, Oef. 36-38.
4. Waaruit blijkt dat de Heilige Geest zelf God is? (609-613)

 

609. Uit welke schriftgedeelten blijkt dat de Heilige Geest zelf God is?
Hij werd door Jezus op één niveau gesteld met de Vader, 610.
Hij verscheen zelf op één niveau met de Vader en de Zoon en openbaarde dezelfde goddelijke deugden, 611.-612.
Hij werd door getuigen getekend als de Geest van de Vader en de Zoon, 613.

 

610. Waar stelde Jezus de Geest op één niveau met de Vader en zichzelf?
Hij beloofde de discipelen dat de Geest van de Vader hun zou ingeven wat zij moesten zeggen voor overheden, Mat. 10:19-20.
Hij zond de Helper (= Parakleet) bij de Vader vandaan naar ons toe opdat deze zelfstandig zou getuigen van Hem en de Vader en de gemeente in de volle waarheid leiden, Joh. 15:26-27; 16:12-15.
Hij zette in het zendingsbevel de Heilige Geest naast de Vader en zichzelf als gelijkwaardige, Mat. 28:18-20, Oef. 27.

 

611.-612. Waar stelt de Geest zich op één niveau met de Vader en de Zoon?
Hij schiep als Almachtige Jezus’ lichaam in Maria zonder Jozefs medewerking en rustte Hem bij zijn doop toe, Mat. 1:18c,20c; 3:15-17; Luc. 1:35.
Hij deed de gemeente op de Pinksterdag in tongentalen van Jezus Christus als Messias en Heer getuigen zodat alle feestgangers versteld stonden en zich afvroegen: ‘hoe zijn ongeletterde Galileeërs hiertoe in staat?’, Hand. 2:1-12.
Hij sprak door de apostel Petrus de doodstraf uit over liegende gemeenteleden en vervulde de anderen met heilige eerbied voor Hem, Hand. 5:1-11.

 

613. Getuigen de apostelen ook van de godheid van de Heilige Geest?
Petrus noemt bij de vestiging van de eerste gemeente uit de heidenen in Caesarea naast elkaar God (tien maal), Jezus Christus (vier maal) en de Heilige Geest (vier maal), Hand. 10. Paulus betitelt de Geest als ‘de Geest van God de Vader’ en als ‘de Geest van Christus’ en noemt in Romeinen acht afwisselend naast elkaar de Vader (negen maal), Jezus Christus (zes maal) en de Heilige Geest (vijftien maal). Johannes betuigt de zelfstandigheid en godheid van de Heilige Geest vooral in een vijftal passages in de afscheidsredenen over de Helper, Joh. 14:16-17; 14:26; 15:26-27; 16:7-11; 16:13-15. Uit al deze gegevens blijkt dat de Heilige Geest geen onzijdige kracht, tussenwezen of dienaar is maar de Levendmakende HEER.
5. Hoe werkt de Helper als Waarheidsgetuige, Leraar, Verdediger? (614-617)

 

614. Hoe openbaart de Geest zich aan mensen?
Hij doet zich alleen kennen aan hen die Jezus aannemen en die Hij als Herschepper uit God geboren doet worden, Joh. 1:9-13; 3:1-13; 14:16-22. Zij die Hem niet kennen vragen zich af wie Hij toch wel mag zijn; zij hebben geen ervaringen met Hem. “Niemand kan zeggen ‘Jezus is Heer(schappijvoerder)’ dan onder invloed van de Heilige Geest.”, 1 Kor. 12:3b.
Hij zond als zendende Zendeling de Twaalf als oog- en oorgetuigen van Jezus’ persoon en werken, speciaal van zijn opstanding, de wereld in, Joh. 15:27; Hand. 10:34-43. Hun getuigenis heeft waarde voor tijd en eeuwigheid; wie dit gelooft wordt door de Rechter aanvaard; wie dit afwijst, wordt door Hem afgewezen, Joh. 3:13-21.
Hij putte als Luisteraar informatie uit wat de Vader en de Zoon meedeelden en gaf dit door aan apostelen en evangelisten, Joh. 16:12-15.
Hij bracht als Inspirator hen in herinnering wat Jezus gezegd had en verdiepte hun inzicht in zijn heilswerk, Joh. 14:26. Hij leidde de evangelisten en apostelen bij het schrijven en de fundering van de Kerk, Hand. 15; Ef. 2:20.

 

615. Hoe leidt de Helper de Kerk in de waarheid?
De Geest verlicht als Leraar het volk Gods en ambtsdragers tot de wederkomst met als norm de bijbel, Joh. 5:19-47; 20:30-31; Rom. 15:4; Openb. 22;18-19. Hij geeft geen openbaringen die boven de bijbel uitgaan of daarmee in strijd zijn maar put zijn kennis uit wat de Vader en de Zoon meedeelden en doorgeven. Hij moedigt de kerkleden aan de Drie-enige God uit te beelden in haar onderlinge liefde en saamhorigheid, Hem in liederen te prijzen en in geschriften te getuigen van zijn openbaring en deze toe te spitsen op hachelijke situaties in afweer van de dwaling. Wie deze geschriften miskent, onderschat de leiding van de Geest in de generaties voor ons, Oef. 33,34.

 

616. -117. Treedt de Geest ook op als Klokkenluider en Verdediger?
Hij betichtte door Stefanus de leiders van verraad en moord, Hand. 7. Hij stelt ongeloof aan de kaak als wantrouwen en vervreemding van de Heer.
. Hij stelt zich ook op als verdediger van de Vader, zijn Koninkrijk en zijn Kerk. Hij toonde op Pinksteren in het geluid als van een geweldige wind, vurige tongen en tongentaal aan de schare aan dat God de Vader de gesmade Christus in eer heeft hersteld en verheven tot Heer over alle machten. Hij rechtvaardigt volgelingen uit hun geloof in en getuigenis over Christus en uit hun goede werken tegenover de wereld, Mat. 5:13-15; 1 Pe. 3:16. Hij laat zien dat de Zoon Satan geoordeeld is en zijn heerschappij gebroken is en plaats moet maken voor het Koninkrijk van liefde en gerechtigheid, Mat. 12:28; Joh. 12:31; 16:8-11; Openb. 5-21.
6. Wat doet de Helper als Levendmaker en Heiligmaker? (618-622)

 

618. Wat is levendmaking van geestelijk doden?
De Heilige Geest herschept ont-aarde beeldragers naar het verheerlijkte beeld van de paasmens Jezus Christus in de hemel als prototype en voorbeeld, Joh. 3:1-11; 2 Kor. 3; Kol. 3:1-3 en 12-17. Hij maakt het door haat dode hart levend door de liefde uit te storten, verlicht het verdwaasde hoofd en zet de dwarse wil recht. Dit wonder heet weder-geboorte, her-geboorte of geboorte van boven (palin-genesia, re-generation). Ef. 2:1-7; Titus 2:11-14. “Gered heeft Hij ons door het bad van de wedergeboorte (= palig-genesias) en vernieuwing door de Heilige Geest die Hij overvloedig over ons heeft uitgestort door Jezus Christus onze Redder.”, Titus 3:5b-6, DL h. III/IV a. 12, BGPKN, 210-211.

 

619. Hoe voltrekt de Heilige Geest de heiliging?
Hij doet de gedoopte in een levenslang proces pijnlijk sterven aan kwalijke eigenschappen en moedig verrijzen in deugden in gemeenschap met hun Heer, Rom. 6; Fil. 3: Kol. 3. Christus heeft de boze adam in ons voor honderd procent afgebroken, maar de strijd om afbrokkeling van de wantrouwende zondaar duurt een leven lang en eindigt pas bij de dood. De paasbeste mens is voor honderd procent verrezen maar heeft een leven lang nodig om tot bloei te komen in vruchten van vertrouwen, liefde en dank te dragen en de volheid (= pleroma) te bereiken, Joh. 15. Zoals een sporter zich inspant om de finale te bereiken zo streeft de in Hem gedoopte ernaar om te gelijkvormig te worden met zijn Heer in de hemel op weg naar de voltooide heiliging en lichamelijke verrijzenis, Fil. 3:7-21.

 

620. Hoe maakt de Heilige Geest de gemeente tot een bloeiende gemeenschap?
Hij doet dit door het uitstorten van de liefde en geestesgaven tot onderling welzijn, 1 Kor. 12-14. Hij bewerkt dat de leden in hun saamhorigheid weerspiegelen de gemeenschap tussen de Vader en de Zoon naar het gebed van onze Heer, Joh. 17:20-23. Deze eenheid is verbrokkeld, maar blijft als roeping ons wenken en dient afgebeden te worden. Waar de Kerk de warmte van sociale liefde uitstraalt, trekt zij de aandacht van de buitenwacht in een maatschappij van vele eenzamen en individualisten.

 

621- 622. Zijn er soorten charisma’s en toerustingsmiddelen?
Er zijn algemene charismata van de heiliging of de vrucht zoals liefde en blijdschap, die ieder kan ontvangen, en bijzondere charismata zoals het leiding kunnen geven, die de enkeling ontvangt, Oef. 37-38. Een christen-soldaat oefent zich voor de strijd tegen de boze met toerustingsmiddelen zoals de gordel van de waarheid, het pantser der gerechtigheid, het schoeisel van de ijver voor het evangelie van de vrede, het schild van het geloof, de helm van de redding, de bijbel als het zwaard van de Geest en het gebed, Ef. 6:10-20; vgl. Ps. 18:32-51.
7. Openbaart de Heilige Geest zich ook als bestraffend Rechter (623-625)

 

623. Waar en wanneer openbaart de Geest zich als Rechter?
De HEER gaf Jesaja in de achtste eeuw v.C. opdracht om voor dovemansoren te prediken en daardoor zijn onwillige volk te verharden, Jes. 6:8-12. Hij strafte dit volk met de verwoesting van Jeruzalem en de ballingschap in 586. Onze Heer stuitte in Galilea op harde harten. Hij gebruikte daarom gelijkenissen om Gods Koninkrijk voor gehoorzamen te openen en te sluiten voor hardnekkigen, Mat. 13; Hij vervulde hiermee de profetie van Jesaja, Mat. 13:14-15, en kondigde Jeruzalems verwoesting aan, 70 n.C., Luc. 21:19-21. De Heilige Geest waarschuwde door Paulus leidinggevende joden in Rome voor de gevolgen van dezelfde hardnekkigheid als van hun voorvaderen in Jesaja’s tijd, Hand. 28:17-28. De geschiedenis bewees het effect van hun verharding, Oef. 17-19.

 

623.1. Waarom triomfeert de Heilige Geest altijd?
Hij gebruikt het evangelie als een lieflijke reuk voor hen die behouden worden en als een dodelijke walm voor hen die verloren gaan, 2 Kor. 2:14-15. Hij vergeeft de laster niet van hen die tegen beter weten in Jezus’ uitdrijven van boze geesten weten aan Satans invloed, Mat. 12:22-45. Hij is daarom altijd overwinnaar: in redding van zondaren en in bestraffing van afkerigen.

 

624. Werkt de Heilige Geest ook buiten het instituut van de Kerk?
De Vader doet zijn zon schijnen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen, Mat. 5:45, onderhoudt hun leven en geeft kansen voor het stichten van een gezin en vormen van een loopbaan, Hand. 17:25. Zo kan ook de Heilige Geest buiten de ambtelijk geleide kerken waaien in gelovigen in liefde en waarheid, gerechtigheid en heiligheid, vrede en vreugde en al het deugdelijke en loffelijke, Fil. 4:8. Zelfs kunnen ook niet-gelovigen zijn invloed ondergaan. Toch moeten we uitgaan van Gods gebod om als leden van het ene lichaam elkaar tot hand en voet te zijn en ons aan te sluiten bij zijn Kerk als zijn instelling, gegrond op apostelen en profeten, Mat. 16:13-20; Ef. 2:20; 1 Kor. 12:12-29. Individualisme is een vorm van zelfzucht. Naarmate een volk niet meer onder invloed staat van het gepredikte Woord en niet meer put uit de Heer als bron van goedheid, vervreemdt dot van Hem en droogt de stroom van deugden op. Onze Heer waarschuwde voor verruwing en verkilling, moordzucht en misleiding door valse profeten, Mat. 24:3-14.

 

625. Wat zal het gevolg zijn van de verharding van een deel van West-Europa?
Satan heeft een deel van de volken van West-Europa in zijn greep gekregen door geloofsafval. Duizenden kerkgebouwen zijn afgebroken of bestemd voor een ander doel dan de cultus van de Heer. Dit roept Gods toorn op. De Mensenzoon bedreigde de gemeente van Efeze, een bloeiende mega-stad, met het wegnemen van de kandelaar, Openb. 2:5. Hij gebruikte de Tweede Wereldoorlog (1940-45) als hard middel om velen wakker te schudden en te bekeren en kan zulke huiveringwekkende middelen opnieuw aanwenden, Openb. 6. Hij zond de moslims in West-Europa als beproeving en oproep tot ommekeer. De Getrouwe wil terugkeren tot een volk, dat door geloof en bekering, vasten en gebeden een beroep doet op Hem als Barmhartige: Kurie eleison!, Neh. 9.

 

Oefening: 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 <.div>