Oefening: 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27

 

Gesprekken II - Oefening 27 (574-600)

Wat deed U bij uw hemelvaart en wat betekent deze?

1. Gesprek als gebed. (574-575)

 

574. Geldt, Heer Jezus, uw zendingsopdracht ook voor ons?
Ik begrijp uw problemen; vele van uw kennissen en familieleden zijn geïnformeerd over het evangelie maar geloven niet in Mij.
Ik gaf deze opdracht aan de Kerk van alle tijden via de elf apostelen als de grondleggers daarvan en dus ook aan u.
Ik zend op uw weg ook aanhangers van andere godsdiensten om hen vertrouwd te maken met het evangelie.

 

575. Hoe moeten wij uw opdracht thans uitvoeren?
Prent de tekst ervan in hoofd en hart. Ik leer u hoe u in uw eigen context hiermee creatief moet omgaan.
“Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Maakt, er op uit trekkend, alle volken tot mijn volgelingen, hen dopende in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, lerende hen te onderhouden wat Ik u gezegd heb,
Let wel: Ik ben met u alle dagen tot de voleinding der eeuwen.”
Matteüs 28:18-20
2. Weet u echt wat uw zendingsopdracht inhoudt? (576-582)

 

576. Waarom gaf, o leraar, Jezus de zendingsopdracht in Galilea?
Hij woonde in Nazaret en Kapernaum in Galilea. Hij startte zijn loopbaan in dit gewest (= galil) naar Jesaja’s profetie om als licht te stralen voor de onwetende, dwalende bevolking, mengsel van joden en heidenen, Mat. 4:12-17; Jes. 8:23-9:6. Hij sloot in Galilea, waar hij zoveel wonderen gedaan had, zijn aardse loopbaan af en ontbood daar de apostelen Mat. 28:7,10 en 16 (drie maal). God de Vader riep op de Sinaï zijn heerschappij en grondwet uit en toonde daar zijn heerlijkheid, Ex. 20-34. Zo proclameerde de Zoon in Galilea de wereldheerschappij op een berg, Mat. 28:18-20, verdiepte op de berg der zaligsprekingen de grondwet, Mat. 5-7, en werd op een berg verheerlijkt, Mat. 17:1-18.

 

577. Wat is, leraar, het hoofdwerkwoord in de zendingsopdracht?
Dat is onderwijzen of tot-leerling-maken. Dat staat in de gebiedende wijs meervoud: maakt-tot-leerlingen, mathèteusate, alle volken! U, kerkleden, bent leermeesters van dorp en stad, volk en volkeren. U moet bijbel en leer, belofte en gebod goed kennen om deze met hart, hoofd en handen over te dragen aan mensen van alle leeftijden en rassen in verstaanbare taal. U brengt hen de gevolgen daarvan onder het oog: smaad en lijden maar ook voorspoed, welzijn en eeuwige heerlijkheid, Mat. 5:1-11; 10; 24; Openb. 22.

 

578. Waarom zei Jezus er bij: ‘er op uit trekkend?’
Dat deed Hij vanwege onze neiging ons in eigen kring op te sluiten. Wij vermijden graag risico’s. We denken dat anderen wel naar ons toe komen. Als de Kerk in zichzelf gekeerd blijft en de mensen niet naar ons toekomen, stagneert de voortgang van het evangelie; daarom voegde Jezus hierbij het bevel tot mobiliteit: er op uit trekkend, reizend, heengaande (poreuthentes). We moeten mensen in eigen woon- en werkomgeving, in villa’s en krotten opzoeken om de oogst binnen te halen, Mat. 9:35-38. In Nederland zeiden rond 2008 42 procent van de bevolking geen en 58 procent wel geloof te hebben en nam 19% van de kerkleden eenmaal per maand deel aan de cultus.

 

579. Wat bedoelde Jezus met:’ hen dopende in de Naam van’?
Door mensen te besprengen met of onder te dompelen in water in zijn Naam, brengt de Drie-enige God hen in zijn gemeenschap en onder zijn heerschappij. Hij start daarmee de loopbaan van de gezalfde-met-de-Geest (= christen) en drukt daarmee levenslang een stempel op hem: ‘u hoort bij Mij, Ik maak u rijk.’

 

580. Welke rijkdom belooft God?
Ik ben uw liefhebbende Vader, u bent mijn kind. Ik leid u aan mijn hand, bewijs u liefde en trouw en doe alle dingen, ook de verdrietige, meewerken ten goede voor u.
Ik, de Zoon, ben uw Redder en Heer. U bent met Mij gekruisigd, opgestaan en ten hemel gevaren. U bent mijn volgelingen. Ik bescherm u als Hoofd van de Kerk en zorg dat u het eeuwige leven beërft.
Ik ben God de Heilige Geest, u bent mijn tempel. Ik sta u bij om Jezus’ naam te belijden, te sterven aan uw oude mens en op te staan in een nieuw leven; Ik schenk u liefde en wijsheid, vrijmoedigheid en dienstbaarheid tot opbouw van de gemeente en zend u de wereld in om mensen tot geloof te trekken, Oef. 37-40.

 

581. Wat betekenen de werkwoorden:’ lerende hen te onderhouden’?
De Heer doet ons bij het dopen uit de startblokken gaan voor een levenslang parcours van scholing in de omgang met Hem, zijn beloften, leer en gebod. We dienen de bijbel ingang te doen vinden in hoofden en harten in leerhuizen opdat mensen vervuld worden met de liefde tot God en rechtvaardige samenleving ontstaat. Ouders onderrichten hun kinderen, ambtsdragers catechisanten en gemeenteleden, doctores maken studenten wegwijs in de grondtalen en leer der Kerk. De Geest van de waarheid wijst zoekenden de weg, Hand. 8:31. Hij laat de schakels van de gouden heilsketting glinsteren: roeping, geloof, uitverkiezing, rechtvaardiging en verheerlijking, Rom. 8:28-30. Hij geeft leiding in de keuzemenu’s en stuurt mensen op onze weg.

 

582. Zegent Hij onze inzet?
De Kerk is gestart met twaalf apostelen en zeventig leden en groeide in twee duizend jaar tot meer dan twee miljard leden. Dagelijks komen er, vooral in China, duizenden bij. De HEER volvoert het met Abraham gestarte heilsplan tot Hij op de wereldakker de laatste schoof oogst onder gejuich, Gen. 12:1-3; Ps. 22:26-38; Joël 3; Mat. 9:37-39; Luc. 24:46-47; Joh. 4:35; Hand. 2; Rom. 10:17; Openb. 7:9-10.
3. Is Jezus Christus echt de enige weg tot behoud? (583-587)

 

583. Is volgens de Vader Jezus de enige Messias en Redder?
Van geen ander dan een telg uit Davids geslacht liet Hij door de engel Gabriël verkondigen dat Hij eeuwig Koning is over zijn volk. “Deze zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal eeuwig koning zijn over Jakobs huis en aan zijn koningschap zal geen einde komen.”, Luc. 1:32-33; Jes. 9:1-6. Van geen ander heeft Hij ooit gezegd dat Hij de naam Jezus (= Verlosser) moet dragen, omdat Hij zijn volk verlost van zonden, Mat. 1:21; vgl. Luc. 1:31. Geen ander heeft Hij uit de hemel toegesproken als Zoon. “Dit is mijn geliefde Zoon in wie Ik welbehagen heb.”, Mat. 3:17; 17:5b.

 

584. Hoe hoog kwalificeerde Jezus zichzelf?
Hij liet alle terughouding over zichzelf vallen in de rechtszitting van het Sanhedrin en erkende voor hogepriester Kajafas te zijn de Messias, de Zoon van God en Mensenzoon, Mat. 26:63-64. Hij pretendeerde het brood van eeuwig leven te zijn en dit te kunnen uitreiken. “Maar wie mijn vlees en bloed eet en drinkt, die bezit eeuwig leven; op de laatste dag laat Ik hem opstaan; want mijn vlees is echt voedsel, mijn bloed echte drank.”, Joh. 6:54-55. “Ik ben de opstanding en het leven, wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven; en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven.”, Joh. 11:25-26. Niemand heeft met recht verkondigd dat Hij de exclusieve weg tot de Vader is. “Ik ben de Weg en de Waarheid en het Leven. Niemand (= oudeis, no one) komt tot de Vader tenzij door Mij (ei mè di’ emou, but by Me.).”, Joh. 14:6.

 

585. Wat zei God door Petrus en Paulus over deze uniciteit?
Vervuld met de Heilige Geest getuigde de apostel Petrus van Jezus als enige Redder ter gelegenheid van de genezing van een verlamde. “Er is in niemand anders de behoudenis (= sotèria); want er is onder de hemel geen andere naam de gegevene onder de mensen, in wie wij – volgens Gods plan – behouden moeten worden.”, Hand. 4:12. De door Jezus Christus rechtstreeks uit de hemel geroepen apostel Paulus getuigt dat er alleen behoud is door het geloof in Hem. “Want als uw mond belijdt dat Jezus Heer is en uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heft opgewekt, zult u gered worden.”, Rom. 10:9. Hij vervloekt ieder die een ander evangelie brengt dan dat van het geloof in Jezus Christus, Gal. 1:6-12; 2 tot 4.

 

586. Wat is pluralisme?
Er zijn er die alle godsdiensten min of meer gelijkwaardige wegen achten naar God, de waarheid en eeuwig leven. Voor christenen zou geloof in Christus de weg tot redding zijn, voor joden geloof in Jahweh en de Tora en voor moslims geloof in Allah, Mohamed en de Sjaria. Zo zou ieder onder de meervoudige wegen zijn heilspad kiezen (= pluralisme; Latijn: pluralis = meervoud). Contra. Dit standpunt doet tekort aan de uniciteit van de God van Abraham, aan de persoon en het werk van Jezus Christus als enige Redder en aan het gezag van de bijbel als Woord Gods dat bestemd is voor heel de mensheid, ook voor moslims en hindoes.

 

587. Wat is anonieme genade en voorbereiding op het evangelie?
Volgens deze benadering zou God als heilbrenger in alle godsdiensten met vage invloeden (= anonieme genade) werkzaam zijn als voorbereiding op de evangelieverkondiging, zodat zij die daarop inhaken behouden worden. Gods openbaring in Christus is echter de volle en definitieve openbaring; daaraan moeten alle godsdiensten gemeten worden; deze worden ongeldige heilswegen op het moment waarop de aanhangers daarvan met het evangelie in aanraking komen. Deze leer vond ingang op het Tweede Vaticaans concilie (1962-1965). Contra. Hiertegen geldt als bezwaar dat er nergens in de bijbel blijkt dat Gods bemoeienis met de volken een openbaring tot eeuwig behoud is. Dat geldt alleen van Gods openbaring aan Abraham en in Israël; aan andere volken toonde God zijn goedheid, maar het effect daarvan was meest afgoderij, Rom. 1:18-32. Paulus acht de evangelieverkondiging nodig is omdat niemand daarvan wist; geloof is uit het horen van het Woord, Rom. 10:14-21.

 

587.1. Wat is de toekomst van miljarden niet-beëvangeliseerden?
De barmhartige en rechtvaardige God heeft hun berechting toevertrouwd aan zijn Zoon. Daar zijn offer genoegzaam is voor de vergeving van de zonden van heel de mensheid, kan Hij dit laten gelden voor hen die Hij dit waard acht. Hij kan onderscheid maken tussen bewuste goddelozen (‘zondaren met opzet’) en rechtvaardige onwetenden, die naar hun vermogen zo gewetensvol mogelijk handelden (‘onopzettelijke zondaren’).
4. Is het nodig kinderen van gelovige ouders te dopen? (588-592)

 

588. Waarom wil de HEER dat ouders hun baby’s laten dopen?
Hij nam in zijn verbond met Abraham ook kinderen op, Oef. 11-12. Op de Pinksterdag riep Petrus zijn volk op tot ommekeer met beroep op Gods beloften aan Abraham, Hand. 2:37-40. Dit verbond kreeg ook gelding onder de heidenen, Hand. 10; 15. De Getrouwe gaat ook met onmondige kinderen een relatie van vriendschap aan, die zelf de beloften zich moeten toeëigenen. Als zij voor Hem beslissen, blijkt dat Hij zijn beloften aan hen heeft waarmaakt en hen in zijn heilsplan heeft opgenomen. Hij is de Eerste en niet wij zijn de eersten, Ef. 1:3-14.

 

589. Wat betekent het dat God de Eerste en de Laatste is?
Dit betekent dat de Heer ons leven in alle stadia regeert naar zijn plan. Alfa is de eerste letter in het Griekse alfabet, o- mega (= grote o) is de laatste letter. “Ik ben de Alfa en de Omega – zegt God de Heer – Hij die is en die was en die komt, de Albeheerser.”, Openb. 1:8. De Eerste riep Abraham uit Ur en Haran en beloofde hem en zijn nageslacht tot-God te zijn. Hij liet hem vijfentwintig jaar wachten op een kind en maakte als de Laatste de honderdjarige tot vader, Gen. 12-21. Hij deed dit alles gebeuren en vroeg Abraham om vertrouwen, Rom. 4. Naar dit alfa-omega-model nam de HEER de gemeente van miljarden op in het verbond met Abraham, deed deze twee duizend jaar geleden sterven en opstaan in zijn grote Zoon en voorziet Hij kinderen, voordat zij hiervan bewust weet hebben, van het teken van zijn liefde en trouw.

 

590. Is het niet beter dat ouders kinderen zelf laten beslissen?
Dat hangt af van de situatie in huwelijk en gezin. Waar ouders niet meer leven met Jezus Christus, hollen zij het verbond uit. Er dwalen dan ook heel wat gedoopte kinderen af. Dopers en baptisten besloten ook daarom tot de ‘geloofsdoop’ op grond van de beslissing van mondigen; ook in dit geval blijft de doop eerst een teken van God zelf. De Kerk dient alleen de kinderen te dopen van ouders die de belofte waar willen maken dat zij hun kinderen in Christus opvoeden; kunnen zij die niet geven, dan is het beter de doop niet toe te passen. Dit wil echter niet zeggen dat we daarom de doop van alle kleintjes als erfgenamen van het verbond moeten afschaffen. De belofte dat Hij zijn liefdesrelatie met kinderen voortzet mogen ouders niet onderschatten, laat staan prijsgeven. We zijn er niet armer op geworden dan Abraham, die mannelijke baby’s besneed als teken van het toebehoren aan Hem en de verplichte toewijding aan Hem, Gen. 17:9-12. De Getrouwe zet dit verbond voort met gelovigen en hun kinderen uit alle volken met de doop als teken, Hand. 15; 16:15,31 Kol. 2:11, Oef. 40.

 

591. Wat is er misgegaan met de dooppraktijk in Europa?
Helaas ontaardde de kinderdoop in een dwangmatige verplichting en inwijding in de christelijke cultuur. Het was een verademing voor vervolgden dat keizer Galerius op 30 april 311 het christendom als wettige godsdienst erkende en keizer Constantijn in 313 in het edict van Milaan christenen vrijheid van belijden en gelijke rechten verleende. Keizer Theodosius verhief daarna het christendom tot staatsgodsdienst en stelde op terugval in het heidendom de doodstraf. Dit ging te ver; daarmee tastte hij de burgerlijke vrijheid aan. Dopen werd als verplichting pas in 1795 bij de Franse revolutie afgeschaft. God wilde ons niet tot de doop te dwingen maar vrijwillig verrijken.

 

592. Kunnen doopborgen de rol van ouders overnemen?
Als ouders geen christelijke opvoeding willen waarborgen en toch hun kinderen willen laten dopen, kunnen peetouders in hun plaats beloven de opvoeding tot geloof over te nemen. Toch is dit een noodoplossing, omdat de ouders-opvoeders kinderen moeten voorgaan. De doop aanvragen veronderstelt dat zij met de Heer sterven en opstaan, Rom. 6.
5. Is doop/opdragen van baby’s en ouderen gelijkwaardig? (593-594)

 

593. Zijn de kleine-kinderen-doop en mondigendoop gelijkwaardig?
Iedere doop, bediend in de naam van de Drie-Enige in een kerkelijke gemeenschap, is wettig als teken van de Getrouwe. Hij bewerkt wat Hij belooft en lijft de gedoopte in de gemeente in. In een zendingsgebied worden beide vormen dan ook als gelijkwaardig toegepast.

 

593.1. Geldt hetzelfde in een christelijk gezin?
Toch is niet juist dat christen-ouders hun kinderen niet dopen en de doop laten afhangen wat kinderen beslissen als zij mondig zijn. Ouders en kinderen delen samen in het verbond; de kinderdoop is een voorrecht; daarom zijn kinderdoop en mondigendoop in een christelijk gezin geen gelijkwaardige alternatieven. Wie dit wel meent, werpt een schaduw over Gods beloften en het voorrecht van de kinderdoop en neemt de verplichting voor ouders tot dopen daaruit weg. Het verbond behoort tot de structuur van het oude en nieuwe verbond, Oef. 9-19. De Kerk heeft de roeping de kinderdoop te handhaven en van ouders te vragen hun beloften waar te maken in de opvoeding. Indien zij zich daartoe onmachtig voelen, kunnen zij hen opdragen.

 

594. Wat is de waarde van het opdragen van kinderen?
Onze Heer legde kinderen de handen op en zegende hen op verzoek van moeders, Mc. 10:13-15; hierin ligt een aanwijzing om kinderen op te dragen aan de Gever, indien ouders zich niet rijp achten voor het aangaan van de verplichtingen van de doopbelofte. Deze zegening is allerminst vrijblijvend maar draagt toch niet hetzelfde karakter als de doophandeling. Wie gedoopt wordt krijgt het teken en zegel van de opname in het verbond van de Getrouwe en de gemeenschap met Jezus Christus. Wie de handen opgelegd wordt, stelt de HEER onder de boog van zegen, die kan uitlopen op een diepere inwijding in zijn verbond.
6. Neemt de HEER alle kinderen op in de hemel? (595-597)

 

595. Wat mogen ouders geloven van vroeg gestorven kinderen?
Zij mogen vertrouwen dat onze Heer hen in de hemel opneemt, ook als zij nog niet gedoopt zijn, omdat het verbond vooraf gaat en het teken daarop volgt, DL I,17. De RKK herriep in 2007 de heilsnoodzaak van nooddoop van vroeg stervende kinderen, die als ongedoopte zouden gaan naar de milde strafplaats, het voorgeborchte; thans leert ook zij dat de HEER kinderen van gelovigen, ook zonder nooddoop, behoudt.

 

596. Gaan kinderen van ongelovigen voor eeuwig verloren?
Dat weet en bepaalt de HEER. Misleidend is de leer dat kinderen tot ongeveer hun dertiende jaar behoren tot neutralen, die tussen goeden en kwaden zweven; want iedereen deelt in de slechte aard van de mensheid, Oef. 12. Onze opdracht is te vertellen dat wie in Christus gelooft behouden wordt en wie Hem verwerpt verloren gaat, Mat. 10:32-33; Joh. 3:14-21; Rom. 10:3-13. De Koning-Rechter kan kinderen begenadigen op grond van zijn offer, voldoende tot verzoening van de zonde van de wereld.

 

597. Geeft overdopen meer heilszekerheid?
‘Overdopen’ van hen die als kind gedoopt zijn zou de bewuste gemeenschap met Christus en heilszekerheid versterken. Overdoop is echter onmogelijk net zo min als men voor de tweede keer geboren kan worden. De doop is een teken van wat de Getrouwe voor, met en in ons doet in tijd en eeuwigheid. Toch komt de herdoop voor; dit kan men dan duiden als doopbevestiging. Om de hoge waarde van de doop te versterken, kan deze eenmaal per jaar verlevendigd worden in een in een rite waarin uitkomt dat deze niet alleen Gods verbondsteken is maar ook teken van onze opdracht tot kruisiging van ons ik en een opgewekt paasleven.
7. Waarom is de Kerk als instituut met belijdenis nodig? (598-600)

 

598. Kunnen we geloven zonder de Kerk als instituut?
Zo ervaren niet weinigen dit, maar dit geloof vervaagt op den duur. Hoewel er steeds meer alleenstaanden zijn, staat toch niemand op zichzelf. Ieder groeit op in een gezin. Individualisme is ongezond. Ieder heeft de ander nodig De Getrouwe richtte zijn verbond op met de vader van een mega-familie. Hij schiep geen verzameling individuen maar een lichaam met vele leden. Ieder is verplicht zijn bijdrage te leveren aan de opbouw daarvan, 1 Kor. 12-14. Alleen met alle heiligen peilen wij de volle omvang van Gods liefde, Ef. 3:14-21.
De Getrouwe stelde het instituut in van het patriarchaat van de drie aartsvaders. Hij wil naar hen genoemd worden. Hun openbaringen zijn toetssteen voor de ware Godskennnis. Hij stelde de besnijdenis als instituut en verplicht teken van zijn liefde en trouw, Gen. 17.
Christus grondde zijn gemeente op het instituut van de Twaalf apostelen en hun leer, Hand. 1:10-26; 2-15; Ef. 2:20. De Kerk vormt als belijdend instituut de pijler en basis van de waarheid voor de leden en zoekers naar zekerheid, 1 Tim. 1:14-16. Zonder de Kerk vernevelt de geloofsinhoud tot een allerpersoonlijkste emotie van iets, Oef. 32-34.

 

599. Zijn ouders verplicht hun kinderen naar catechisatie te sturen?
God beval ouders hun kinderen de zin van Pèsach te leren, Ex. 12:24-28; Deut. 6:20-25, en iedere dag de liefde tot Hem voor te leven en over zijn wonderen te spreken, Deut. 6:4-25. Voorgangers leerden jongeren Gods verbondsdaden in liederen, Ps. 78; 105-106. Hiermee stemt overeen dat doopouders beloven kinderen op te voeden in Christus en uit de bijbel te (doen) onderwijzen. De driehoek gezin, kerk en school dient nieuw leven ingeblazen te worden. Kinderen mogen ouders, die hun beloften waarmaken, dankbaar zijn. Wie zijn bestaan op aarde terugeist (‘had mij maar nooit verwekt of gebaard!’), stuurt opstandig zijn geboortekaartje terug naar de Schepper. Wie zijn doop en opvoeding tot geloven verwerpt, verzet zich tegen de Getrouwe, die hen daarin troost en kracht wil bieden.

 

600. Waarom zijn openbare belijdenis en confirmatie nodig?
Belijdenis is een publieke acte voor God en zijn gemeente, waarin leden (in)gedoopt werden en aan welke zij hun gaven geven. Het is mijlpaal van mondigwording en antwoord op Gods doopbeloften. In de confirmatie bevestigen ambtsdragers belijders door handoplegging in de belofte dat de Getrouwe zijn werk in hen en de gemeente zal voltooien en verlenen zij hen recht op de viering van de Maaltijd.

 

Oefening: 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27