Oefening: 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27

 

Gesprekken II - Oefening 26 (542-573)

Wat deed U bij uw hemelvaart en wat betekent deze?

1. Gesprek als gebed. (542-545)

 

542. Wat betekent, Heer Jezus Christus, uw vertrek vanaf de Olijfberg?
Ik keerde terug naar mijn gloriestaat van voor de schepping als de tot Messias en Kurios verhoogde Zoon, Joh. 3:13; 17:4; Hand. 2:36; Openb. 5.
Ik zette mijn ambt voor u voort en waarborg u dat Ik u eens in heerlijkheid zal opnemen, Luc. 23:32-43; Joh. 17:24; Fil. 1:21; Openb. 6:9-11.
Ik betuigde u door twee engelen dat Ik op dezelfde wijze terugkeer en doe een beroep op u in uw levenswijze te tonen dat u Mij verwacht, Luc. 24:50-53; Hand. 1:9-14; Mat. 24 en 25; 2 Kor. 3; Kol. 3.

 

543. Hoe oefent U als Licht der wereld uw profetische ambt uit?
Ik verdrijf door mijn Geest de duisternis van verdwazing, haat en onvrede uit de harten en breng het licht van godskennis, liefde en vrede, Luc. 2:29-32; 4:14-21; Joh. 8:12; 14:15-21.
Ik verblind hen die weigeren Mij te erkennen, Mat. 13:1-17; Jes. 6:9-10.

 

544. Hoe oefent U uw priesterlijk ambt uit?
Ik pleit voor u als Middelaar bij mijn Vader of Hij u alles schenkt wat u Hem vraagt in mijn naam, Joh. 14:12-14; Hebr. 8-10.
Ik bid ook of Hij uw gebeden, liefde en eenheid zegent, opdat de wereld mijn zending erkent, Num. 6:22-27; Luc. 24:50-53; Joh, 17:20-26.

 

545. Hoe oefent U als koning der koningen uw regeerambt uit?
Ik regeer Kerk en wereld en vestig mijn Koninkrijk van liefde en gerechtigheid in uw midden door mijn Macht,Woord en Geest, Ef. 1:15-23; Openb. 1-22.
Ik gebruik u als mijn koninklijk priesterdom om de mensheid onder mijn heerschappij te brengen opdat u eens met Mij over alle schepselen regeert, Mat. 28:18-20; Luc. 22:29-30; 1 Pe. 3:9-10; Openb. 5; Heid. Cat. zo. 12; 18; 19.
2. Hoe oefent Jezus zijn profetische taak uit in de verhoogde staat? (546-550)

 

546. Hebben, leraar, hemelvaart en ruimtevaart met elkaar verwantschap?
In beide gevallen gaat het om andere ruimten; de ruimte van de atmosferische hemel valt niet samen met die van Gods woning. Bovendien kunnen we de hemel van God, die van engelen en die van heiligen niet lokaliseren. Wij mogen vertrouwen dat wat God zegt waar is en dienen in onze bespiegelingen halt te houden, als ons niet meer geopenbaard is, Deut. 29:28. Elf discipelen zagen dat Jezus vanaf de Olijfberg voor hun ogen omhoog werd geheven, Hand. 1:9. Twee engelen spraken als Woord van hun Zender: ”Galileeërs, wat staat u daar toch naar de hemel te turen? Deze Jezus, die van u is weggenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan.”, Hand. 1:11.

 

547. Op welke wijze zette onze Heer zijn profetische ambt voort?
Hij zette direct de apostelen in. Hij vulde het elftal aan met Mattias als Twaalfde, Hand. 1:15-26, en riep Saulus van Tarsen tot heraut en leraar van de volken, Hand. 9:1-30; 2 Kor. 10-12; 1 Tim. 2:7. Zij legden het fundament van de gemeente, waarvan Hij zelf Hoofd en Hoeksteen is, Ef. 2:20.
Hij maakte tien dagen na hemelvaart de apostelen en gemeente tot zijn mond, Hand. 2-10, liet het evangelie in steeds wijdere kringen prediken en stortte zijn Geest uit op talloze gemeenten, Hand. 10-28.

 

548. Behoorde tot zijn werk ook de vorming van het Nieuwe Testament?
Hij liet getuigenissen aangaande Hem en zijn werk bundelen. Vier evangelisten gaven een betrouwbaar getuigenis van zijn leven en werken. Apostelen en hun medewerkers legden de betekenis van zijn werk in brieven uit. Deze geschriften liet Hij samenvoegen met die van het Oude verbond tot één boek als getuigenis voor de Kerk der eeuwen, Oef. 4 en 5.

 

549. Hoe zet Christus zijn profetisch werk voort in de gemeente?
Hij roept leden tot het herdersambt om he Woord te verkondigen en de kudde te leiden. Hij rust ambtsdragers en gemeenteleden toe met gaven (= charismata) om de gemeente te bouwen. Hij schenkt ons bijbelkennis en de gave om teksten op het juiste moment trefzeker aan te halen als zwaard van de Heilige Geest, 1 Kor. 10-12; Ef. 6:10-20.

 

550. Is onze zendingstaak na tweeduizend jaar voltooid?
Nee, het percentage christenen in de wereld, 34%, gaat verhoudingsgewijze achteruit, al nam het aantal toe. In 2007 hadden naar schatting 1, 8 miljard mensen het evangelie nog niet grondig gehoord Op alle christenen rust de dankbare taak het evangelie bekend te maken of de herinnering daaraan op te wekken waar het uit het geheugen wegzakte, Oef. 27.
3. Hoe oefent Christus zijn priesterambt uit in de verhoogde staat? (551-555)

 

551. Hoe zet Christus zijn priesterlijk ambt voort in en vanuit de hemel?
Hij pleit voor ons bij de Vader en verleent ons toegang tot Hem, Hebr. 7-10.
Hij verricht door biddende medewerkers grotere werken dan Hij zelf deed tijdens zijn verblijf op aarde zoals het stichten van ziekenhuizen en hulp bieden aan onderdrukten over heel de aarde, Joh. 14:12-14.

 

552. Waarom vindt, leraar, onze Heer ons gebed zo noodzakelijk?
Hij zet ons in als biddende priesters en strijdende koningen om de wereld aan Zich te onderwerpen, Mat. 6:1-18; 7:7-12; 28:18-20; Luc. 22:28-30; 24:47-53; Rom. 15:30-31. God geeft door verhoorde gebeden verrassende wendingen aan veler levensloop. Hij maakte Hanna en Elkana door het verhoorde gebed van Hanna tot ouders van de hogepriester en volksreformator Samuël, die David tot koning zalfde, de voorvader van Jezus, 1 Sam. 1-12. Hij maakte Zacharias en Elisabet door verhoorde gebeden tot ouders van de Johannes de doper, voorloper van Jezus, Luc. 1:8-24, 57-80.

 

553. Heeft het volhardende gebed extra effect?
Ja, Jezus spoorde ons aan tot volharding. ‘Geef de moed niet op dat de Vader de smeekbeden van u, zijn kinderen, zal verhoren!’, Luc. 11:1-13;18:1-8. De God van ontferming en gerechtigheid neemt deze ter harte en doet er wonderen mee, Gen. 18:16-33; Ex. 32-33. Hij beloont levenswandel en gebed, Ps. 18; Hand. 10:4; Hebr. 6:10. Hij heeft recht op dankoffers voor zijn weldaden en verhoorde gebeden, Ps. 38; 55; 65-67; 1 Pe. 2:5; Openb. 4; 5:8-14.

 

554. Wat beleden onze voorouders van de noodzaak van het gebed?
Christenen hebben dit nodig “omdat het gebed het voornaamste deel is van de dankbaarheid, die God van ons eist, en Hij zijn genade en de Heilige Geest alleen wil geven aan hen, die Hem met een hartelijk verlangen zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.”, Heid. Cat. zo. 45, vr. en antw. 116, BGPKN p. 100.

 

555. Mogen/moeten volgelingen vluchten bij vervolging of lijden aanvaarden?
Vluchten kan noodzakelijk zijn. God gebood Jozef met Maria en Jezus uit Bethlehem uit te wijken naar Egypte, Mat. 2:13-23. Jezus bleef in Galilea zijn werk doen, omdat men Hem in Judea wilde doden, Joh. 7:1-13; vgl. Joh. 11:53-57. Toen zijn Vader Hem riep, aanvaardde Hij zijn lijden en droeg als het Lam de zonde der wereld weg, Joh. 1:29b.; Mat. 16:21-28. Wij mogen en moeten vluchten, als wij bedreigd worden, maar wanneer God ons daartoe roept, dienen wij de lijdensweg achter Jezus te gaan. Het Lam riep zijn discipelen op Hem te volgen met achterlating van hun bezit, Joh. 1:35-50, en hun lijden tegemoet te zien, Mat. 10; Joh. 12:20-33; 21:7-19; 1 Pe. 3:13-17.
4. Hoe voert de Heer zijn koningschap over goede engelen uit? (556-557)

 

556. Wie zijn de goede engelen?
Dit zijn door God geschapen geesten. Zij dienen niet om de afstand tussen Hem en mensen te overbruggen maar om zijn bevelen uit te voeren. Hun naam engel (= bode) slaat zowel op de engelen die volhardden in het goede als op hen die Hem ongehoorzaam werden en strijd voeren met de eersten, Openb. 12:7. De val van Satan en die van de mens waren het motief voor de komst van de Zoon, 1 Joh. 3:7-10. De engel Gabriël voorzei Maria dat haar Zoon eeuwig op Davids troon zou zitten, Luc. 1:30-38. De Vader stelde de Zoon aan tot Heer over goede en slechte engelen, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten, Mat. 28:18-20; Ef. 1:15-22; Kol. 1:15-20; Hebr. 1:1-14.

 

557. Wat is de taak van goede engelen?
Zij bejubelen de Vader en de Zoon, Luc. 2:14; Openb. 4 en 5; 19:1-10.
Zij voeren als boodschappers bevelen uit ten behoeve van hen die het heil beërven, Ps. 103:19-21; Luc. 1:26-38; Mat. 28:1-7; Hebr. 1:14. Zo verzekerde een engel Paulus in een storm dat hij met passagiers en bemanning veilig aan land zou komen, Hand. 26:23-25.
Zij zijn begeleiders en beschermers van gelovigen, Ps. 91:11-12. Zo bevrijdde een engel Petrus uit de gevangenis, Hand. 12:1-19. Zij dragen stervenden de hemel binnen, Luc. 16:22.
Zij zijn strijders tegen boze geesten, Dan. 10:13, 21:12:2; Openb. 12:7. Zij beïnvloeden regeringen en parlementen en bestraffen volken, koningen en presidenten, Dan. 9-10; Hand. 12:23 (Herodes), Openb. 7-11; 13; 18.
Zij vervullen de rol van milieubeschermers, Openb. 7:1-3, en milieuverwoesters om dwalenden tot inkeer te brengen, Ex. 12; Openb. 7-11.
Zij omstuwen als lakeien de Zoon bij zijn glorievolle terugkeer, Mat. 25:31, voeren gelovigen naar het paradijs en wijzen als gerechtsdienaren onrechtvaardigen hun strafplaats, Mat. 13:41-43; 1 Tes. 1:7-8; Openb. 20:11-15.
5. Hoe voert Christus zijn heerschappij uit over kwade engelen? (558-567)

 

558. Krijgen we te maken met Satan en boze geesten?
Ja, zij vallen ons aan maar onze Heer helpt ons hen te weerstaan. Jezus had in Satan (= verzoeker) of de duivel (= lasteraar) een sterke tegenstander. Hij noemt hem zaaier van het kwade zaad, de boze, Mat. 13:18, 38 (78 maal in het NT); vgl. Mat. 6:13; 1 Joh. 2:13-14; 3:12; 5:18; de sterke, Mc. 3:27; de vijand, Mat. 13:39; Luc. 10:19; de vorst of president van deze boze wereld, Joh. 12:31; 14:30. Elders heet hij de tegenpartij, 1 Pe. 5:8, en brullende, hongerige leeuw op zoek naar rechtvaardigen als prooi, 1 Pe. 4:12-5:11. Deze geslepen veteraan kreeg tot titel oude, dat is bekende of geraffineerde slang, Openb. 12:9, 14,16; 20:2; vgl. Gen. 3:1-16; 2 Kor. 11:13, en moordzuchtige kerkvijandige grote draak, Openb. 12:3-4, 7-9, 13,16,17; 13:2-4; 16:13; 20:2.

 

559. Werkt Satan volgens bepaalde methoden?
Hij legt als aartsleugenaar en aartsmoordenaar, Joh. 8:43-45, beslag op de enkeling, Mc. 5, en groepen, ook en vooral godsdienstige. De farizeeën (= verfijnden) betichtten Jezus ervan dat Hij boze geesten uitwierp door Beëzebul, de opperdemon, Mat. 12:22-37. Satan benevelt theologen zodat zij Jezus’ godheid loochenen, Joh. 19:7; 1 Joh. 2:20-26. Hij zag kans een deel van de Kerk en overheden te verblinden met de heksenwaan en smoorde de stem van klokkenluiders daartegen door ook hen aan te klagen van hekserij.

 

560. Wat antwoorden we hen die stelselmatig Satans bestaan ontkennen?
We kunnen hen wijzen op de verschrikkelijke ontwikkelingen in de wereld. Na de achttiende eeuw werd het in ‘verlichte’ kringen gewoonte Satans bestaan te ontkennen, maar juist in en na de Verlichting werden de meest gruwelijke wereldoorlogen gevoerd. Nazi’s (1933-1945) teisterden de mensheid met gruwelpraktijken en ± 40 miljoen doden, marxistische communisten in Oost-Europa (1917-91) met ± 50 miljoen doden. Sedert 2001 zucht de mensheid onder moslimsradicalen. Wat staat ons nog te wachten in de 21ste eeuw, als de mensheid zich niet voegt onder Christus’ heerschappij? Vgl. Openb. 6-21. Paulus waarschuwt voor pseudo-predikers, 2 Kor. 11:1-15, en maant ons de strijd te voeren tegen de geestelijke machten, Ef. 6:10-20.

 

561. Wat beleed ons voorgeslacht bij de zesde bede ‘En leid ons niet in verzoeking maar         verlos ons van de boze’?
“Omdat wij uit onszelf zo zwak zijn, dat wij geen ogenblik zouden kunnen standhouden, en onze doodsvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vlees, niet ophouden ons aan te vechten, wil ons daarom door de kracht van de Heilige Geest staande houden en sterken, opdat wij in deze geestelijke strijd niet de nederlaag lijden, maar altijd krachtig weerstand bieden, totdat wij uiteindelijk volledig de overwinning behalen.”, Zondag 25, vr. en antw. 127 Heid. Cat. , BGPKN p. 103.

 

562. Hoe is nu de status van Satan in veler ogen?
Velen zijn verblind, zien hem enkel als symbool van het kwaad en miskennen het giftige brein daarachter. Nu is het waar dat Satan is gebroken, uit de hemel op aarde is geworpen en uit het machtscentrum naar de rand verdreven. Christus beknotte zijn macht dusdanig hij alleen kwaad kan doen als Hij dit toestaat, Mat. 28:18-20; Openb. 12:12; 20:7-10. Niettemin dienen wij overal, ook binnen de Kerk, rekening te houden met zijn obstructies en provocaties op aarde.

 

563. Wat is verlichting door de Heilige Geest?
Hij verdrijft de duisternis uit de door haat verblinde harten en hoofden. Hij schenkt gelovigen de liefde tot en kennis van God en zijn werken en leert hen het leven dankbaar te genieten en in dienst te stellen van Jezus als Heer, Mat. 4:12-17; Luc. 2:29-32; Joh. 1:4-9; 3:19; 8:12, 21-59; Hand. 9:3; 10:34-43; 13:47; Rom. 10:5-13; Ef. 5:9.

 

564. Wat is verharding door de Heilige Geest?
Dit is Gods straffende reactie, als wij bewust ons hart voor Hem afsluiten. Het kan bestaan in afgoderij van eigen ego of groeps-Ego van ras, volk en mensheid als surrogaat voor God: mammonnisme, ietsisme, seculo-religie. Het is willens en wetens verzet tegen Hem door hen die eens verlicht zijn geweest. Dit verzet laat de HEER niet koud. Bij verharding verblindt Hij door zijn Geest afkerigen met het licht, waarmee Hij gelovigen verlicht, zodat zij ziende niet zien en horende niet horen, Mat. 13:1-23; vgl. Jes. 6: 9-10; Hand. 27:27-30. In West-Europa heeft dit proces van verblinding en verharding massale en harde vormen aangenomen.

 

565. Welk beleid voert Christus thans in de strijd met Satan?
De Drie-enige besloot Satan door de vlees te worden Zoon te onttronen, Jes. 9; Mat. 12:28; Joh. 17:4; Ef. 1:3-14; 1 Joh. 3:7-8. Jezus ontnam hem en de boze geesten de toegang tot de hemel. Hij bedekt met zijn bloed de schuld van de uitverkorenen, zodat aanklachten daarop afketsen, Joh. 12:30; Openb. 12:7-12; Kol. 1:12-23. Hij liet hem uit de hemel werpen door Michaël en een strijdgroep die op hevige weerstand stuitten, Openb. 12:7-8. Hij bracht Satan en de boze geesten onder zijn bewind en beperkte hun bewegingsruimte. Hij bond hen vast zoals een generaal overwonnenen aan zijn zegekar bij een parade in Rome, Kol. 1:18-20; 2:14-15. Hij is bevoegd hen uit hun gevangenis los te laten om zondaren te laten geselen en tot inkeer te brengen, Openb. 12-13; 20:1-10. Hij gebruikt hen in zijn dienst zoals op Golgota, waar Satan dacht Hem overwonnen te hebben maar het tegendeel het geval was. Jezus’ heerschappij over Satan kreeg de naam beteugeling, onderwerping of pacificatie (Grieks: apo-kat-allagè, Latijn: reconciliatio), Kol 1:20.

 

566. Waarom moeten christenen lijden terwijl hun Koning de macht heeft?
Hij beproeft hen om te testen of hun geloof echt is. Hij staalt hun geloof en prijst hen die volharden zalig, Mat. 5:1-12; 1 P. 3:13-18; Jak. 1:12-14. Hij verheerlijkt door standvastige belijders Gods naam en breidt daardoor zijn Kerk uit; het bloed van martelaren is het zaad van de Kerk, Hand. 8. Jezus beleed voor zijn kruisiging: ”Het uur is gekomen dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt. Waarachtig, Ik verzeker u: als een graankorrel niet in de akkergrond sterft, blijft hij onvruchtbaar, maar hij moet sterven; alleen dan brengt hij rijke vruchten voort. Wie zich aan het leven vastklampt, verliest het; maar wie zijn leven prijsgeeft in deze wereld, zal het behouden voor het eeuwige leven. Wie Mij wil dienen, zal Mij moeten volgen; en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn; wie Mij dient, zal erkenning vinden bij de Vader.”, Joh. 12:23-26.

 

567. Waar hebben wij in onze tijd vooral met vervolgingen te maken?
Christenen worden in het communistische Noord-Korea vervolgd als staatsvijanden en in concentratiekampen zwaar, vaak dodelijk, gestraft. Zij hebben in het stamland van de islam Arabië geen vrijheid van belijden en worden gecontroleerd op hun gangen. In menig islamitische land zoals Iran en Irak hebben christenen, vooral moslims, die christen werden, het zwaar te verduren. Ook in delen van het hindoeïstische India worden christenen vervolgd en hun kerken in brand gestoken.
6. Hoe bevorderen moslims en christenen de goede relatie? (568-573)

 

568. Wat is voor christenen het uitgangspunt in hun leven?
Het dubbel liefdegebod en zendingsbevel beheersen hun leven.
“U zult de HEER uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het eerste en het grote gebod. Het tweede daaraan gelijk is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangen heel de Wet en de Profeten.”, Matteüs 22:37-39.
“Mij (= Jezus Christus) is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Maak, er op uit trekkend, alle volken tot volgelingen, hen dopende in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en lerende hen alles te onderhouden wat Ik u geboden heb. Zie, Ik ben met u alle dagen tot de voleinding van de wereld.”, Matteüs 28:18-20.

 

569. Wat dient volgens de koran het uitgangspunt van moslims te zijn?
Alleen Allah is God en Mohammed is zijn profeet en het zegel op alle voorafgaande profeten. Moslims dienen zijn heerschappij volgens zijn wet (sjaria) uit te dragen met de koran en traditie (hadith) als leidraad. De islam achten zij superieur aan alle godsdiensten.

 

570. Hoe luidt de eerste soera van de koran?
Het eerste hoofdstuk (- soera) wordt vaak aangehaald. “In de naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige. Lof zij Allah, de Heer van de wereldbewoners, de Erbarmer, de Barmhartige, de Heerser op de oordeelsdag. U dienen wij en U vragen wij om hulp. Leid ons op de juiste weg, de weg van hen aan wie U genade geschonken hebt, op wie geen toorn rust en die niet dwalen.”

 

571. Waarom is het nodig bijbel en koran te kennen?
Voor een grondige ontmoeting en integratie is het nodig kennis te nemen van de bronnen van elkanders geloof en cultuur, te meer omdat de koran de waarde van de bijbel erkent, s. 2:285; 3:84; 6:92. Als christenen en moslims in groepen bijbel en koran bestuderen, krijgen zij meer oog voor wat hen ten diepste beweegt. Het gesprek rondom de ronde tafel – poldermodel – bevordert begrip, vrede en welzijn en kan voorkomen dat conflicten ontaarden in oorlogen.

 

572. Hoe gaan we eigen blinde vlekken zien?
Om de ronde tafel wijzen gesprekspartners elkaar op gebreken voor welke de eigen groep vaak geen of te weinig oog heeft zoals de neiging tot het overheersen van de ander, gezien het imperialistische verleden. De vraag dient steeds gesteld: waar is Satan werkzaam in ons midden en bevordert hij haat, leugen en onrecht? Waar maakt hij mensen monddood en breidelt hij de vrijheid van meningsuiting?

 

573. Wat is de meest positieve inbreng?
Laat iedere groep zijn kwaliteit bewijzen door een voorbeeldige levenswandel en correct gedrag. Christus typeerde zijn volgelingen als bederfwerend zout en licht om door goede werken zo te schijnen voor de mensen dat zij hun goede werken opmerken en hun Vader in de hemel verheerlijken, Mat. 5:13-16.

 

Oefening: 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27