Oefening: 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27

 

Gesprekken II - Oefening 25 (526-541)

Wat deed U op Pasen en wat zijn de betekenissen daarvan?

1. Gesprek als gebed. (526)

 

526. Wat is de betekenis, Vader, van uw werken op de Paasmorgen?
Ik bekroonde de inzet van mijn Zoon voor mijn Naam en uw heil met zijn opwekking en gaf Hem de heerschappij over alles en allen, Mat. 28:6, 18-20.
Ik deed u met Hem opstaan en gaf u recht op vergeving en leven, omdat Hij voor uw schuld en straf had geboet en eeuwig leven had verworven.
Ik deed de aarde beven, verbrak de grafzegels en deed de bewakers vluchten als tekenen van zijn overwinning op Satan en de dood, Mat. 28:1-15.

 

526.1. Hoe openbaarde U, Heer Jezus Christus, zich als Paasvorst?
Ik nam het leven rechtens en als machthebber terug om mijn Vader te verheerlijken, Joh. 10:17-18; 17:1-4; Rom. 1:4; 5:12-21.
Ik deed u met Mij opstaan om voor Mij te leven in liefde en gerechtigheid, Luc. 24: 46-53; Rom. 5-6; 2 Kor. 5:14-15; Ef. 2:4-7.
Ik aanvaardde dankbaar de heerschappij over Kerk en wereld, Mat. 28:18-20; Joh. 6:48-58; Hand. 2-28; Fil. 2:9.
Ik ben het voorbeeld en de waarborg van de verrijzenis van uw verheerlijkt lichaam bij mijn terugkeer, Joh. 5:19-30; 1 Kor. 15; Fil. 3:17-21.

 

526.2 Hoe deed U, God de Heilige Geest, zich kennen in en na de opstanding?
Ik schonk Jezus een geestelijk lichaam als eersteling en bevestigde het werk van de schepping, Gen. 1:2,26-28; Joh. 20:19-29; 1 Kor. 15:35-49; 2 Kor. 3.
Ik inspireerde engelen, vrouwen en apostelen tot herauten van de opstanding tot vreugde van de Vader en de Zoon, Mat. 28:5-7; Joh. 16:12-15; Hand. 2-28.
Ik herschiep twijfelenden tot verzekerden, die Jezus als Heer en God beleden en moedig hun leven voor Hem over hadden, Joh. 20:28; 21:18-19; Hand. 7.
Ik schonk u liefde om de eenheid tussen de Vader en de Zoon te weerspiegelen en de wereld te bewegen tot geloof, Joh. 17:20-23; 21:15-23; Hand. 2:41-47.
2. Waarop berust uw zekerheid van Jezus’ verrijzenis? (527-530)

 

527. Is, leraar, Jezus’ opwekking door iemand waargenomen?
Dit is mogelijk maar geen van de vier evangelisten meldt ons een getuige van dit heilsfeit. Matteüs deelde mee dat er na de opwekking plotseling een hevige aardbeving geschiedde en een engel uit de hemel neerdaalde. Deze wentelde de steen af, niet om de Heer doortocht te verlenen maar om de ingang vrij te maken, en nodigde de vrouwen uit te gaan kijken, Mat. 28:1-6.

 

528. Waarop berust, leraar, uw zekerheid van de opstanding?
Deze berust vooral op het bericht van de Vader via engelen aan de vrouwen, Mat. 28:1-10; Marc. 16:1-8; Luc. 24:1-12; Joh, 20:1-13. Wie de opstanding in twijfel trekt, maakt de meest Betrouwbare tot leugenaar.
Deze berust ook op informaties over Jezus’ verschijningen. Maria Magdalena was de eerste van de vrouwen aan wie Hij verscheen, Joh. 20:11-18, Petrus de eerste van de apostelen, Luc. 24:34; 1 Kor. 15:1-11. Hij verscheen de apostelen meermalen, omdat zij de door God uitgekozen en door Hem aangestelde ooggetuigen waren van zijn persoon en daden, vooral van zijn opstanding, Luc. 24:36-48; Joh. 20:10-23; 19:24-29; 21; Hand. 10:34-43. Wie Jezus’ opstanding loochent, maakt de apostelen als oog- en oorgetuigen tot leugenaars.
De zekerheid daarvan wordt bevestigd door de tekenen van de aardbeving en verschijning van heiligen, en door het werk van de Heilige Geest in de christenen zelf. Als Jezus niet was opgestaan, had Hij zijn Geest niet uitgestort en bestond er geen kerk en geen christelijke cultuur, Hand. 2-28; 1 Kor. 15:17.

 

528.1. Had Jezus hetzelfde lichaam als voorheen?
Er was identiteit tussen zijn oude en nieuwe Ik, maar Hij had toch een ander soort lichaam dan voorheen. Hij trad uit het graf, voordat de zware rolsteen verwijderd was, Mat. 28:1. Hij was niet direct herkenbaar maar moest hun de ogen openen of een vertrouwd gebaar maken voordat zij Hem herkenden, Luc. 24:16,31; 38-39; Joh. 20:15. De eerste mens is uit de aarde, de tweede mens is uit de hemel, 1 Kor. 15:47-49.

 

529. Wat zegt de Almachtige ons met de aardbeving en heiligenopwekking?
Matteüs verbindt de mega-aardbeving met de komst van een engel die de zware steen afwentelde en daarop ging zitten als teken van Gods triomf over het dodenrijk, 28:2 (‘want’). Volgens vele profeten rekent de Heilige in aardbevingen af met profetenmoordenaars en fraudeurs, Jes. 2:10, 23; 24:19-23; Jer. 4:23-26; Amos 8:8-9; Hab. 3:10; Mat. 27:51b ; Openb. 6:12-17. Een teken van Gods triomf is ook de verschijning van al eerder opgestane heiligen, Mat. 27:53, als vervulling van de profetie dat Hij intocht houdt in Jeruzalem met alle heiligen, Zach. 14:5-9; Hand. 4:23-31.

 

530. Wat was de rol van de engelen?
Zij gaven als herauten aan vrouwen opdracht de apostelen te melden dat Hij is opgestaan en hen zal voorgaan naar Galilea, waar Hij de stoot gaf tot de wereldzending, Mat. 28:5-7; 18-20. Zij brachten in Jozefs hof al scheiding aan tussen discipelen en vijanden, een heenwijzing naar het eindgericht, waarbij engelen rechtvaardigen naar het paradijs begeleiden en onrechtvaardigen naar hun strafplaats, Mat. 13:41-43; 25:31-46.
3. Wat is de zin van Christus’ opstanding voor vriend en vijand? (531-533)

 

531.Welke boodschap geeft God gelovigen in Jezus’ opwekking?
Hij troost falende zondaars met zijn offerdood als voldoening aan zijn strafeis, waardoor onze dood geen straf meer is maar doorgang tot de heerlijkheid na dit leven, Joh. 12:21; Kol. 2:14-15; 1 Kor, 15:54-57; 2 Kor. 5:1-10; 1 Pe. 1:3-13.
Hij bemoedigt ons dat Jezus Satan uit de hemel heeft geworpen, hem op aarde zijn machtsgebied ontnam en hem daar gebruikt, Kol. 2:15; Openb. 12; 20:1-10.
Hij wekt in Jezus, ons aller vertegenwoordiger, de mensheid op, alarmeert slapers en brengt opwekkingsbewegingen op gang, Hand. 2-3; 8; Ef. 5:13-14.
Hij mobiliseert ons door Jezus’ proclamatie om volken tot volgelingen te maken, Mat. 28:18-20; Rom. 6; Ef. 2-3; 5:13-20; 1 Kor. 15; Openb. 5-22.
Hij eert vrouwen door hun als eersten de opwekking te verkondigen en hen op te dragen dit aan de apostelen te melden en belooft allen die zich voor Hem inzetten, loon, Joh. 21:1-14; 1 Kor. 15:58, Heid. Cat. zo. 17.

 

532. Waarom was het kruis een nederlaag voor Satan?
Jezus ontnam Satan, hoofdengel met grote bevoegdheden, zijn macht en kreeg hem in zijn macht. Hij wierp hem neer uit de hemel op aarde, doorbrak daar zijn machtsimperium en verdreef hem naar de rand, Joh. 12:31; Kol 2:14-15. Hij laat Satans aanklachten tegen gelovigen afketsen op zijn gerechtigheid voor hen, Openb. 12:7-10. Hij toonde zijn overwinning op hem door uit de doden op te staan, grafzegels te verbreken en grafbewakers paniek te laten zaaien onder zijn handlangers in dit misdrijf, Mat. 28:4,11-15.

 

533. Moeten we na Jezus’ overwinning nog rekening houden met Satan?
Wij dienen paraat te blijven, omdat hij nog niet van de aarde is verdreven, Mat. 6:13; Ef. 6:10-20; 1 Pe. 5:8. Hij kan zijn nederlaag niet verkroppen, strooit leugens rond, tracht de Kerk monddood te maken, liet Stefanus en Jakobus vermoorden en ontketent vervolgingen, Hand. 4-5; 7; 8:1-3; 12. Christus gebruikte deze om de leden te verstrooien over Judea en Samaria, Hand. 8:1-3, en de leider van arrestaties, Saulus, zelf te arresteren, Hand. 9:1-30. We moeten op onze hoede zijn voor gruwelijke aanvallen en massale moorden, Openb. 12:12. Satan en de demonen zijn daar werkzaam, waar de leugen heerst, overheden mensen monddood maken door censuur van radio, pers en televisie, en mensen elkaar stelselmatig vermoorden, Openb. 13-20.
4. Hoe helpen we twijfelaars te geloven in de opstanding? (534-541)

 

534. Getuigt het Oude Testament van de opstanding?
Ja, deze ligt verankerd in de Levende, Almachtige, Getrouwe, Ontzagwekkende.
Hij is geen God van doden, Ex. 3:1-16; Mat. 22:22-32. Als teken van de opstanding wekte Hij drie doden op, de zoon van de weduwe in Sarefat, 1 Kon. 17:8-24; de zoon van de Sunamitische, 2 Kon. 4:8-37; en een in Elisa’s graf geworpen profeet, 2 Kon. 13:20-21.
De Almachtige riep uit de dode schoot van Saraï zoon Isaak tot leven, Gen. 18:9-15; 21:1-7, als teken daarvan dat Hij doden tot leven wekt, Rom. 4:23-25. Hij vernietigt de dood, veegt de tranen van alle gezichten en neemt op heel de aarde de smaad van zijn volk weg, Jes. 25:8; 1 Kor. 15:26; Openb. 7:17; 21:4.
Hij is de Getrouwe die beloont en straft. Met beloften voor rechtvaardigen en bedreigingen voor onrechtvaardigen verbond Hij zich aan zijn volk, Gen. 17:1-14; Deut. 27-33; Ps.78; 105-106; Mat. 23; 24. Deze lijnen lopen door in de periode tussen de testamenten, 2 Makk. 7:6, 9,14, en monden uit in de verrijzenis van goeden ten leven en bozen tot veroordeling, Dan. 2:2-3; Mat. 13:36-43; Joh. 5:28.
De Ontzagwekkende onttroont door de Messias alle machten, inclusief de dood als de laatste vijand. Ps. 2; 110; 1 Kor. 15:24-28.

 

535. Waarom is de opstanding voor velen een ongeloofwaardig verzinsel?
Dat komt omdat deze nooit voorkomt in hun ervaring en indruist tegen de biologische wetten en zij zich niet kunnen voorstellen dat gestorvenen op de nieuwe aarde verschijnen in perfecte lichamen. Om hun ongeloof te rechtvaardigen verzonnen tegenstanders daarom de leugen dat Jezus’ aanhangers zich ingebeeld hadden dat hij was opgestaan om de schok van de kruisiging te boven te komen. De diepste oorzaak van het verzet tegen de opstanding is hun harde hart, verdwaasde verstand en onwillige geest. Om in de Opgestane en opstanding te geloven is het nodig dat de Geest ons aanraakt, Mat. 11:25-27; Joh. 3:1-21; 11:17-27.

 

536. Is de opstanding voor gelovigen schokkend?
Deze is verrassend, omdat deze onze voorstellingen te boven gaat. Deze is schrikwekkend, omdat met de opstanding ook het eindoordeel ten leven en ten dode plaats vindt. Twijfelaars bewegen zich tussen geloof en ongeloof zoals de apostel Tomas, Joh. 21:24-29. Jezus versterkte zijn geloof maar vermaande hem ook om meer te vertrouwen. “Omdat u Mij gezien hebt gelooft u? Zalig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen.”, Joh. 21:29. Om ongelovigen tot geloof te brengen en door twijfel gekwelde gelovigen te versterken is het nodig ook de vanzelfsprekendheid van de opstanding scherp in verstand en hart te prenten.

 

537. Waarom is de opstanding een vanzelfsprekendheid?
De Schepper riep de mens tot aanzijn om te leven in zijn gemeenschap en gaf hen de kans door gehoorzaamheid eeuwig leven te verwerven. Toen het misliep, liet Hij liet zijn beelddragers niet aan hun lot over, investeerde zijn Zoon in hen en voltooide als Herschepper zijn werk. De dood van de mens is ab-normaal, on-natuurlijk, tegen-natuurlijk als Gods straf op de overtreding, Gen. 2:17; 3:19; Rom. 5:12-21; 1 Kor. 15:56. Daar Jezus de straf uit de dood wegnam en eeuwig leven verwierf, zou het abnormaal geweest zijn als Hij dood gebleven zou zijn; zijn opstanding is als loon op zijn werk even vanzelfsprekend als onze opstanding. De HEER is God van levenden, Mat. 22:29-32; Ex. 3:6,15, van wie niemand en niets ons kan scheiden, Rom. 8:31-39. Dat Jezus levensdoel van het begin af was de opstanding, blijkt uit zijn verwijzing naar het OT waarin zijn Vader wordt geroemd als Levende en Getrouwe, Almachtige en Ontzagwekkende. die Hem zou opwekken op de derde dag, Mat. 16:21; Mc. 8:31; Luc. 24:27, 44-47; 2 Kon. 20:5; Hos. 6:1-2; Joh. 5:38-47.

 

538. Is de Zoon zelf ook bron van leven?
Ja, want de Vader - bron van leven – geeft ook leven aan de Zoon, Joh. 5:26, die zijn eigen leven in de dood gaf en daarna opnam, Joh. 10:17. Hij verwierf leven voor anderen en deelt dit door zijn Geest aan hen uit, Joh.2:19; 5:19-30; 10:17-18; 11:25-26, NGB a. 19. Hij is het Brood van het leven, die de honger stilt, Joh. 6:35, en de bron van levend water die de dorst van behoeftige lest, Joh. 7:38.

 

539. Kan iemand met recht bij het oordeel zeggen: ‘ik heb het niet geweten?’
Er zijn nog onbeëvangeliseerde groepen aan de randen, maar via de huidige televisie- en webcultuur confronteert de Heer de meeste met opstanding en gericht. Hij lokt daarmee beslissingen uit:’aanvaardt u of verwerpt u mijn getuigenis? ‘ Hij wees twaalf oog- en oorgetuigen van zijn verschijningen en opstanding aan; zij bevestigen de ontmoetingen met de Verrezene; hun juridisch geldige getuigenissen gelden ten leven of ten dode, 1 Kor. 15; 2 Kor. 2:14-17.

 

540. Voor wie is de opstanding huiveringwekkend?
Wie het Woord van de Betrouwbare als lucht afdoet en niet opstaat uit zijn ongeloofsgraf, tast Hem aan in zijn hart en krijgt het zwaar te verduren op de jongste dag. Bij zijn wederkomst voltrekt de Rechter de scheiding tussen Satans kinderen en Gods kinderen met als criteria geloof en werken, Mat. 13:24-30; 13:36-42; 25:31-46. Hij neemt de gezegenden van zijn Vader op in zijn Koninkrijk en veroordeelt vervloekten tot het eeuwige vuur dat is aangelegd voor de duivel en zijn engelen, Mat. 25:31-46. “Wees daar niet verwonderd over: er komt een uur waarop allen die in het graf liggen zijn Stem zullen vernemen en eruit zullen komen; wie het goede hebben gedaan zullen opstaan om te leven; wie het kwade hebben gedaan zullen opstaan om veroordeeld te worden.”, Joh. 5:28-29.

 

541. Voor wie is de opstanding vreugdevol?
Deze biedt de hoogste vreugde aan allen die standvastig in Jezus Christus geloven en zich moeite hebben gegeven voor het werk van hun Heer, Joh. 11:25; 1 Kor. 15:58. De Redder en Rechter van levenden en doden, Hand. 10:42, laat door zijn engelen de uitverkorenen uit heel de wereld verzamelen voor het eeuwige feest, Mat. 24:31. Hij stelde de verschrikte Johannes, toen deze bij zijn machtige verschijning als dood aan zijn voeten viel, gerust. “Wees niet bevreesd. Ik ben het, De Eerste en De Laatste, de Levende. Ik was dood, en zie, Ik leef tot in eeuwigheid. En Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.”, Openb. 1:17b-18.

 

Oefening: 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27