Oefening: 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27

 

Gesprekken II - Oefening 23 (488-509)

Wat is de betekenis van uw wonderen?

1. Gesprek als gebed. (488-490)

 

488. O, Almachtige, wat beoogde U met uw wonderdaden en tekenen?
Ik liet daarin zien wie Ik ben om geloof in en eerbied voor Mij te wekken.
Ik vestigde door genezingen en bevrijdingen zichtbaar mijn Koninkrijk.
Ik bevestigde daarmee de waarheid van heilsbeloften en bedreigingen.
Ik legitimeerde daarmee gezondenen om bij velen toegang te krijgen.
Ik bemoedigde daarmee medewerkers en bevestigde kleingelovigen.

 

489. Doet U, hemelse Vader, ook in onze tijd wonderen als tekenen?
Ik schakel u in bij het wonder om mensen uit alle volken te redden.
Ik stort mijn liefde uit en herschep zondaren naar het beeld van mijn Zoon.
Ik heilig de leden van ene lichaam en rust hen toe met allerlei geestesgaven.
Ik schenk u welzijn en techniek in voldoende hoeveelheden voor alle volken.
Ik grijp reddend of richtend in, waar Ik dit op mijn tijd en wijze nodig vind.

 

490. Hoe komt het dat velen U niet (h)erkennen in uw wonderen?
Ik verlicht zoekenden opdat zij Mij in mijn identiteitsbewijzen erkennen maar verhard hen die willens en wetens Mij en mijn wonderen verachten.
Ik verblijd mij over hen die zich in Mij verblijden en over mijn werken jubelen!
2. Hoe confronteert de HEER mensen met Zich en zijn Zoon? (491-495)

 

491. Hoe openbaarde, leraar, de HEER zich door wonderen in Egypte?
Als Superieure toonde Hij zijn macht over alle goden, dieren en natuurkrachten.
Als Heilige confronteerde hen door kwellingen hardhandig met Zichzelf.
Als Soevereine verhardde Hij de verstokte farao om zijn Naam reputatie te verschaffen en trof zijn volk met vernietiging van de eerstgeborenen en Farao’s leger, Ex. 9:13-16; 14-15.
Als Bevrijder behoedde Hij de werkslaven in Gosen voor plagen, haalde hen weg onder het tirannieke juk en liet hen door de Schelfzee aan de omsingeling ontkomen, Ex. 1-15; 9:26; 10:23b; 12:23, 27; 14:8; 20:1-2; Ps. 105:23-38.

 

492. Hoe openbaarde, leraar, deze Bevrijder, zich tijdens de woestijntocht?
Hij zorgde als hun Herder zes dagen per week voor een voedselpakket, Ex. 16.
Hij trok met hen mee als hun Begeleider in de wolkkolom overdag tegen de zon, verlichtte hen daarmee ‘s nachts als vuurzuil en trok daarmee als gids aan de legerspits voor hen uit, Ex. 13:21-22.
Hij verscheen als Heilige al donderend en bliksemend op de Sinaï en richtte met hen een verbond op dat hun gang in voor- en tegenspoed nog steeds bepaalt, Ex. 20-25; Ps. 78; 105-106.

 

493. In welke wonderdaden openbaarde Hij zich tijdens Elia’s profeetschap?
De Geduchte kondigde door Elia als boete voor geloofsafval een droogteperiode aan, 1 Kon. 17:1, maar schonk als Heilrijke een weduwe op wonderbare wijze meel en olie als teken dat Hij eens weer regen zou geven, 17:8-24.
De Verbondsgod deed vuur neerdalen op het altaar van Elia en schonk het volk overvloedig regen na hun erkenning: ‘Jahweh is de ware God.’, 1 Kon. 18.

 

494. Hoe deed Jezus zich als de Zoon van God kennen?
Hij beriep zich voor het bewijs daarvan op drie getuigenissen, Joh. 5:19-47.
Het eerste getuigenis was dat van zijn Vader over Hem in het Oude Testament.
Het tweede was dat van Johannes de Doper over Hem tot tijdgenoten.
Het derde getuigenis bestond in de wonderen van genezing van zieken en bezetenen, stillen van de zee en vermenigvuldigen van brood en vis, Mat. 8:23-27; 14:13-21; Joh. 6. De broden zijn een teken zijn het Levende Brood uit de hemel dat eeuwig leven schenkt, Joh. 6:35-59, Oef. 20.

 

495. Hoe doet de HEER zich in onze tijd kennen door wonderen?
Hij verricht als Almachtige door zijn Zoon tekenen op aarde in vele weldaden en in rampen als gerichten, Mat. 24; Hand. 2:14-21; Joël 3:1-5a; Openb. 4-21.
Hij openbaart zich als Levende door zondaren op te wekken uit hun graf van haat en ongerechtigheid tot liefde en gerechtigheid, Ez. 37; Hand. 2; Ef. 2.
Hij leert als de Sprekende de mens zijn deugden en daden kennen door vertalingen van de bijbel, geheel of gedeeltelijk, in 2479 van de 6900 talen.
Hij stuurt ons door het Woord, dat alles in stand houdt, Joh. 1:1-4, via satellieten rechtstreekse televisiebeelden en email over Zich uit alle delen van de wereld.
De Geduchte maakt ons stil door rampen zoals de tsunami met Kerstmis in 2004 in Azië met meer dan 300.000 doden en doet ons sidderen voor wat de drieste mens nog te wachten staat aan bloed, vuur en rookwalm.
De uitverkiezende Vader doet ons als het voornaamste wonder ervaren dat Hij onze namen optekent in de hemel, Luc. 10:20-22.
3. Hoe doet de HEER zijn Koninkrijk komen onder geketenden? (496-503)

 

496. Hoe vielen Satan en de bozen geesten Jezus aan?
Satan trachtte Jezus rechtstreeks te verleiden met beroep op zijn identiteit: ‘U bent immers Gods Zoon?’, Mat. 4:1-11; Luc. 4:1-13. Toen de verleider Hem trachtte vast te zetten met bijbelteksten, zette Jezus hem schaakmat met de juiste teksten, Mat. 4:4, 7, 10. Daarna viel Satan Hem indirect aan via oude bekenden, die hem als arrogante stadsgenoot in de afgrond trachtten te werpen, Luc. 4:28-30. Hij maakte Hem verdacht door boze geesten, die mensen in beslag namen en Hem bekend maakten om provocerende acties uit te lokken. Zo krijste een bezoeker van de synagoge in Kapernaüm: “Wat wilt u van ons, Jezus van Nazaret? Bent u gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie U bent: de Heilige van God.”, Mc. 1:24. Jezus verbood hem zijn identiteit te verbreiden, Mc.1:25-26.

 

497. Wat werd Satans tactiek in een volgende fase?
Deze viel Hem aan uit het bolwerk van de tempel door godgeleerden, priesters en de Hoge Raad. Deze verweten hem: ‘u drijft boze geesten uit en geneest zieken onder inspiratie van Satan!’, Mat. 12:22-37; Joh. 8:31-59. Jezus weerlegde deze laster en verkondigde hen dat er voor hen geen vergeving is. Hij klaagde hen aan als kinderen van de aartsleugenaar en - moordenaar, Joh. 8:44. Zij beraamden moordaanslagen op Hem, Joh. 5:18; 8:59, maar konden Hem pas grijpen toen Zijn tijd gekomen was.

 

498. Krijgen we enig inzicht in de strijdmethode van de Messias?
Hij deed als profeet Satan standvastig afdeinzen met teksten, Mat. 4:1-11.
Hij bedekte als priester en lam onze schuld en ontnam Hij Satan, die zich inbeeldde winst te halen door Jezus’ liquidatie, zijn rechten op zondaren zodat deze hen niet meer kan aanklagen, Openb. 12:10; Job 1.
Hij wierp als koning boze geesten uit, Mc. 1:21,34; Hand. 10:38, brak Satans macht en gebruikte het Sanhedrin als handlangers voor onze bevrijding, Mat. 26:63-67; Joh. 19:7. Hij bewees zijn verhoging in de Pinkstertekenen, Hand. 2:22-36. “Hij (= de Vader) heeft ons losgerukt uit de macht der duisternis en overgebracht naar het Koninkrijk van zijn geliefde Zoon, in wie wij de bevrijding hebben, de vergeving van zonden.”, Kol 1:13-14.

 

499. Wat is de betekenis van de bevoegdheden van de Twaalf?
Jezus rustte hen toe met de volmacht om Gods Koninkrijk nabij te brengen door wonderen, Mat. 10:1-8; Luc. 9:1. Deze oog- en oorgetuigen van zijn persoon en werken legden de grondslag van de Kerk en zijn niet opvolgbaar door soortgelijke getuigen, Mat. 16:13-20; Joh. 21:18-19; Hand. 2-10; 5:12-15; 8:4-8, 36-43; Ef. 2:20; 1 Kor. 12:11, 29.

 

500. Wat is de rol van de groep van (tweeën)zeventig in genezingen?
Jezus gaf een groep van (tweeën)zeventig de volmachten van genezing en uitwerping van boze geesten, Luc. 10:1-22. Zij herinneren ons aan de zeventig oudsten die Mozes bijstonden, Num. 11, met zijn wens: “Ik zou willen dat heel het volk van de HEER profeteerde en de HEER zijn geest op hen legde.”, Num. 11:29. Christus heeft de macht zieken te genezen door natuurlijke krachten en de medische wetenschap, door voorbeden in kerkdiensten en door leden met genezingsgaven, Mc. 16:17-20; Jak. 5:13-18; 1 Kor. 12:27-30. Hij kan ons ook leren genoegen te nemen met een zwakke conditie om daardoor onze charismata met des te meer zegen te gebruiken, 2 Kor. 12:6-10.

 

501. Hoe bestrijden wij in onze tijd Satan en de boze geesten?
Jezus brak Satans macht en verloste ons uit zijn greep maar verbande hem nog niet van de aarde. Hij geeft hem nog gelegenheid zich te laten gelden en laat hem zelfs in afvalperioden los uit zijn gevangenis, Openb. 22:7-10. Jezus draagt zijn overwinning uit door de verkondiging van zijn Naam. Hij bevrijdt geknevelden uit de greep van tirannieke meesters, Mat. 10; 13:24-30; 28:18-20; Mc. 16:15-20; Luc. 10:1-22; Hand. 13-28. Paulus vuurt christen-strijders aan tot de strijd tegen geestelijke machten met volle bepakking en het Woord Gods als zwaard van de Geest, Ef. 6:10-20.

 

502. Welke rol geeft de Koning kerkelijke vergaderingen in deze strijd?
Hij gebruikt kerkenraden, classes, synoden en concilies om dwaalgeesten te onderkennen en ideologieën te ontmaskeren als surrogaatgodsdiensten, vgl. Hand. 15. Synoden hadden eerder en krachtiger het nazisme (1933-1945) moeten veroordelen om haar duivelse rassenideologie; dit had martelaars gekost maar nu vielen er 40 tot 50 miljoen doden. Het atheïstisch communisme (1917-1991) veroorzaakte miljoenen doden in de Goelagarchipel door honger (Holomodor), vernietiging van het vroege kader (Thermidor) en vervolging van christenen en moslims. Beide stromingen zijn afschrikwekkende voorbeelden van toekomstige scenario’s. Het is een drogbeeld dat wij goed kunnen leven, als wij zijn Geest buitensluiten; dan vullen demonen leegten, Mat. 12:42-45, Oef. 3.

 

503. Hoe voorkomen wij ziekten?
Ons streven zij ons als Gods beelddragers te beheersen in het gebruik van voedsel en drank, 1 Kor. 3:17; 7:9-20, Oef. 8. Zwaarlijvigheid (obesitas) kan leiden tot vaatziekten, hartinfarcten, kanker, beroerte, artrose, jicht en diabetes. Goede eetpatronen voorkomen welvaartziekten. Ieder heeft een alarmerende, opvoedende verantwoordelijkheid binnen en buiten de eigen kring.
4. Hoe dienen wonderen tot bewijs, legitimatie en bemoediging? (504-509)

 

504. Waar en wanneer staafde de Heer zijn beloften met wonderen?
Hij bevestigde zijn belofte aan Gideon in de 12/11e eeuw v.C. dat deze de Midjanieten zou overwinnen met ijHtwee tekenen; een engel stak zijn offer in brand, Richt. 6:19-24; een droge en natte vacht dienden als bewijs van zijn komende overwinning, 6:36-40. Jezus bevestigde de komst van zijn Geest met tongen als van vuur, het geluid als van een storm en de in tongen sprekende discipelen, Hand.2:1-11, zodat de aanwezigen er zich over verwonderden dat ongeletterde Galileeërs in hun landstalen getuigden van de opgestane Heer.

 

505. Waarom bevestigt de Zender door wonderen de gezondene?
Mozes was bezorgd dat men zijn zending niet zou erkennen en vroeg daarom God om een bevestiging daarvan in een teken, Ex. 4. God gaf hem volmacht om zijn staf te veranderen in een slang en de slang in een staf, 4:2-5. Als hij hen daardoor niet kon overtuigen, mocht hij zijn hand tussen zijn kleed steken, zodat deze er sneeuwwit als huid van een melaatse uitkwam; als hij deze daarna weer tussen zijn kleed stak, zou deze weer gaaf worden, 4:6-8. Als derde teken zou water uit de Nijl, dat hij op het land goot, in bloed veranderen, 4:8-9; 7:10-13. Jezus wees als bewijs dat zijn zending een hemelse oorsprong had op zijn wonderen, Joh. 5:19-47; 6. Hij genas een lamme als bewijs van Pestrus’ zending door Hem als Verrezene, Hand. 3-4.

 

506. Kent u voorbeelden dat wonderen dienen tot bemoediging?
God zorgde ervoor dat de meelpot en oliekruik van een weduwe in Sarefat niet leeg raakten en bevestigde haar geloof in Elia’s roeping door opwekking van haar overleden zoon, 1 Kon.17:8-24. Hij bemoedigde Maria door haar te verwijzen naar haar zwangere verwante Elizabet als teken dat zijn Woord nooit krachteloos is, Luc. 1:36.

 

507. Komen genoemde vijf betekenissen ook tegelijk in één wonder voor?
Ja, dat deed Jezus in de broodvermenigvuldiging, Mat. 14:13-21; Joh. 6. Hij openbaarde zich daar als Gods Zoon door zich te noemen het levende Brood, Joh. 6:26; 35-39, 490-494; als Messias-Koning door hum honger te stillen, 6:1-15, 495-499; als de Waarheid door zijn belofte dat het ware leven en geloof in Hem uitloopt op de wederopstanding, 6:44, 50; als Gezondene daarin dat Hij door de Vader gevolmachtigd is, 6:29, 42, 57, als Bevestiger van zijn discipelen met het bewijs dat Hij hun onmacht duizend maal overstijgt, Mat. 16:16-17.

 

508. Waarom wekken wonderdaden meestal geen geloof in God?
Velen doen hun hart op slot zoals bleek bij de broodvermenigvuldiging, Joh. 6.
Enige getuigen begeerden nog machtiger tekenen als voorwaarde om in Hem als Messias te gaan geloven, 6:30-31.
Anderen erkenden Hem als profeet-koning, maar uit hun poging Hem koning in aardse zin te maken bleek dat zij niet inzagen wie Hij eigenlijk was, 6:14-15.
Derden wezen Hem af omdat de zoon van Jozef en Maria, die de sabbat schond en zich met God gelijk stelde, nooit Gods Zoon kan zijn, Joh. 5:18,37; 6:41-47.
Volgelingen uit de intieme kring braken met Hem om de voor hen onverteerbaar harde woorden over het eten van zijn lichaam, 6:60-65.
Wonderen sterken overtuigde gelovigen, maar overtuigen ongelovigen niet.

 

509. Wat is dan het geheim om een wonder echt als daad Gods te zien?
Enige getuigen van het wonder wezen met de broodvermenigvuldiging ook de wonderdoener af, omdat zij wilden aanvaarden dat de zoon van Jozef en Maria uit de hemel gekomen was, Joh. 6:42-43. Jezus sprak daarop de onthullende woorden over de uitverkiezing als geheim van de erkenning van zijn persoon en werk. “Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekt – en Ik zal hem op de laatste dag opwekken.”, 6:44.

 

Oefening: 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27