Oefening: 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27

 

Gesprekken II - Oefening 21 (443-463)

Wat betekent, O Eeuwig Woord uw vleeswording voor ons?

1. Gesprek als gebed. (443-44)

 

443. O, Heer Jezus Christus, wat bewoog u om uw heerlijkheid prijs te geven?
Ik bracht dit offer uit liefde voor u om u te verlossen van de zonde, de duivel en de dood, Mat. 4:1-11; Joh. 10:1-19; 13:1; 12:30-33; 1 Joh. 3:1-10.
Ik vernederde mij om mijn Vader te verheerlijken en u eeuwig leven te schenken opdat u mij nederig zou navolgen, Mc. 10:45; Joh. 3:16; 13:1-17; 17:4.
Ik gaf mijn leven prijs in de zekerheid dat Ik dit terug zou nemen en mijn Vader mij zou verheerlijken, Mat. 16:21; 28:1-10; Joh. 10:13-18; 13:1; Hand. 2:36.

 

444. Hoe kunnen wij U navolgen en de minste willen zijn?
Ik bevrijd u van hoogmoed en schenk u de Geest van nederigheid en dienende liefde, Mat. 10:5-42; Luc. 22:14-38; Joh. 13:1-17; 15:18-27.
Ik verblijd mij over u, als u het belang van mijn Vader en elkaar bevordert en een liefderijke gemeenschap vormt, Joh. 15:1-17; Hand. 2:41-47; Fil. 2:1-11.
Ik beloon mijn navolgers in tijd en eeuwigheid, Mat. 5:1-16; 2 Tim. 2:10-13.
2. Wat is een christologie van beneden en een van boven? (445-446)

 

445. Wat wil het zeggen, leraar, dat het Woord vlees is geworden?
Deze zegswijze is ontleend aan Johannes 1:14. ”En het Woord (= Logos) is vlees (= sarx) geworden en heeft zijn tent onder ons opgeslagen en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeboren Zoon van de Vader, vol van genade en waarheid.” De term Woord betekent hier niet het gesproken woord maar de persoon die de Vader openbaarde. Dit Woord was bij God, ja God zelf, Joh. 1:1. Hij nam gestalte in Jezus van Nazaret, zoon van Maria en voor de wet zoon van Jozef, Luc. 2:41-52. Hij werd opgevoed in een gezin met zusters en de broers Jacobus, Joses, Juda en Simon, Mc. 6:3. Hij legde zijn godheid niet af maar verborg deze achter zijn menszijn, zodat gezinsleden vanwege zijn optreden zeiden: ‘jij bent gestoord!’, Mc. 3:20-35.

 

446. Wijkt het vierde evangelie af van de andere drie evangeliën?
Inhoudelijk niet, maar de opzet en benadering zijn heel anders. Matteüs, Marcus en Lucas tekenen Jezus met trekken, waarin Hij zich als Zoon van God geleidelijk duidelijker openbaart. Als Jezus van Nazaret een storm stilt, zeggen de mensen verbaasd tot elkaar: “Wat is dat toch voor iemand, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?”, Mat. 8:27b. De lijn loopt hier van beneden naar boven. Jezus groeit van minder naar meer: christologie van beneden. Het vierde evangelie gaat uit van deze eindfase, veronderstelt deze ontwikkeling en begint hoog bij het voorbestaan van de Zoon in de hemel, Joh. 1:1-14. Vandaar dat men bij hem spreekt van een christologie van boven.
3. Waarom spreekt men van de professoren-Christus? (447-450)

 

447. Zijn er ook buiten het Nieuwe Testament gegevens over Jezus gevonden?
Niet veel, wel zijn er enige onbekende woorden van Jezus in omloop en verschenen er enige evangeliën uit de tweede eeuw over Jezus’ jeugdjaren.
Het Protevangelie van Jakobus, ± 200, bevat legenden over Maria’s ouders Joachim en Anna en tekent Jozef als oude man met zonen en Maria als maagd.
Het Judasevangelie, onder de pseudonaam Judas, staat haaks op de andere evangeliën. Het werd al afgewezen door Ireneus ca. 180 en is afkomstig uit de kring van de Kaďnieten. Judas’ verraad zou geen misdaad of vergissing zijn maar uitvoering van de wil van de hoogste Macht tot redding van gelovigen. Het geschrift was onder christenen van die tijd nauwelijks bekend.
Het Thomasevangelie, in 1945 gevonden nabij Nag Hamadhi in Zuid-Egypte, zou 114 woorden van Jezus bevatten maar bleek een gnostiek getint geschrift met de bedoeling onder de (pseudo)naam van de apostel gezag te verkrijgen.

 

448. Wat is de historisch-kritische school?
Geleerden legden zich toe op onderzoek naar het ontstaan van bijbelboeken en de ontwikkeling van de overlevering in lagen. Kerk en theologie danken hieraan vele inzichten. Onder deze geleerden namen er in en na de tijd van de Verlichting de platte rede als maatstaf en tastten het gezag van Gods openbaring, de bijbel en de Kerk aan. Zij twijfelden aan de waarheid van de evangeliën en verklaarden de wonderen tot mythen en volksverhalen. Zij verloren de eenheid van de bijbel als verbondsboeken uit het oog en miskenden het werk van de Heilige Geest in Gods gezondenen en in het belijden van concilies. Dit had weer tot gevolg dat zij de persoon en het werk van Jezus Christus onderwaardeerden.

 

449. Wat is de professoren-Christus?
Dit werd de verzamelnaam voor ontwerpen van geleerden over Jezus’ identiteit. Zij schetsten hem als idealist en hervormer, bevrijder en mislukte messias. Zij stelden dat door het hellenisme beďnvloede gelovigen de plichtsgetrouwe jood Jezus later opgehemeld zouden hebben tot godenzoon. Ook vrijzinnig-liberalen, het verharde jodendom en de islam wezen evenals het Sanhedrin en Jezus’ tijdgenoten Christus’ godheid af, Mat. 26:63-68; Joh. 19:7. Het is echter een volstrekt misverstand en valse aantijging te veronderstellen dat mensen, wijsgeren of de Kerk Jezus tot God verheven zou hebben. De Kerk beleed met de oor- en ooggetuigen dat de Zoon zelf openbaarde dat Hij zijn heerlijkheid in de gemeenschap met de Vader heeft prijsgegeven en op aarde deze hoedanigheid geleidelijk onthulde. Zij erkende het bevrijdingswerk van Hem die als God de gestalte aannam van een mens op grond van Gods getuigenis in vele teksten, Luc. 1:26-38; 2:1-20; Mc. 10:41-45; Joh. 1:1-14, 3:16-21; 13:1-16; 17:3; Fil. 2:1-11; 2 Kor. 8:9, Oef. 20.

 

450. Wat is de juiste weg tot kennis van het ware beeld van Jezus Christus?
We dienen uit te gaan van Gods openbaring in de heilsgeschiedenis en de neerslag daarvan in de bijbel, Hebr. 1:1-4. Erkend zij dat het Woord Gods niet altijd samenvalt met het gesprokene en geschrevene, Oef. 4.-5. Jezus beloofde zijn Kerk door zijn Geest in alle waarheid te leiden, Joh. 15:26; 16:12-15. Daarom vertrouwen we dat Hij dit ook deed in het belijden van de Drie-enige God, Oef. 1; 2; 34. De onderzoeker van de bijbel dient behalve deskundig ook wedergeboren te zijn om de juiste antenne te hebben voor Gods openbaring, Joh. 3:1-13. Er dient in de Kerk ruimte te blijven voor groei in inzicht in het door Hem geopenbaarde, dat altijd de norm voor het belijden blijft. Alleen met alle heiligen zijn wij in staat de rijkdom van Gods liefde te onderkennen, Ef. 3:14-21.
4. Wat behelst de maagdelijke geboorte en wat is de zin daarvan? (451-455)

 

451. Wat is de maagdelijke geboorte en wat zeggen de getuigen daarover?
God de Zoon heeft vlees en bloed aangenomen door zijn Geest uit Maria zonder medewerking van Jozef. De engel Gabriël deelde Maria dit feit en de toedracht daarvan mee. “De heilige Geest zal op u komen en de Kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom zal wat geboren wordt heilig genoemd worden, Zoon van God.”, Luc. 1:35. Behalve Lucas vermeldt ook Matteüs de maagdelijke geboorte, en wel drie maal: in het geslachtsregister, 1:6; als biologisch geconstateerd feit, 1:18, en Gods mededeling aan Jozef, 1:20-21. Er zijn dus vijf of zes getuigen van dit gebeuren: een of twee herauten uit de hemel, zijn moeder en haar echtgenoot, en twee verslaggevers. Een rechtszaak staat volgens de Joodse wet vast op de verklaring van twee of drie getuigen, Deut. 10:6-21. Die regel werd ook in Jezus’ tijd toegepast, vgl. Mat. 26:59-66.

 

452. Kan, leraar, de maagdelijke geboorte geen heldenmythe zijn?
Geboorten van grote mannen worden soms omlijst met een krans van wonderen rondom hun goddelijke afkomst, maar wie de getuigenissen van Lucas en Matteus loochent, krijgt als ooggetuigen tegen zich een evangelist-apostel van het eerste uur en een onderzoeker van het tweede uur, die beiden afgaan op ooggetuigen. Bovendien is het niet overeenkomstig de aard van Gods betrouwbaarheid en het waarheidsbeeld in de bijbel om de verhalen als mythologie te zien zoals de godsdienstwetenschap wil.

 

453. Spreken de familieleden de maagdelijke geboorte niet tegen?
Men zegt dat, als de engel dit gebeuren echt zo als werk Gods zou hebben toegelicht, Jezus’ familieleden nooit getwijfeld zouden kunnen hebben aan zijn identiteit als Zoon van de Allerhoogste of zijn heilige oorsprong; tegen zo’n verheven persoon zegt men dan toch niet: ‘je bent gestoord’, Mc. 3:21, 31-35. Hiertegen geldt dat ook bij Jezus’ broers nog niet het volle licht over zijn identiteit was opgegaan. Zij kunnen ook onder druk hebben gestaan van de in Kapernaüm aanwezige politie en afgevaardigden van het Sanhedrin, die Jezus ervan beschuldigden een pact met Satan te hebben gesloten, Mc. 3:20-30; Mat. 12:22-37.

 

454. Wijst het zelden voorkomen ervan niet op een troebele informatiebron?
Het is waar dat Marcus en Johannes, Petrus en Paulus en anderen over de maagdelijke geboorte zwijgen, maar daarom komen de verhalen bij Matteüs en Lucas nog niet uit een troebele bron. Ook de feiten van de hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest worden ons slechts eenmaal meegedeeld, Hand. 1 en 2, terwijl zij toch grondleggend zijn voor ons heil. Men kan in dit opzicht en in dit geval de waarheid niet afmeten aan het aantal informaties; het gaat om niets minder dan de betrouwbaarheid van de Heer en ons behoud. Wel wegen het gewicht van kruis en opstanding in het NT zwaarder dan dat van de maagelijke geboorte, maar alle feiten hangen met elkaar samen.

 

455. Wat is de zin van Jezus’ geboorte uit de maagd Maria?
De Zoon nam vlees en bloed aan uit ons geslacht, heiligde Maria, werd ons in alles gelijk behalve in zondesmet, bedekt deze en maakt ons tot heiligen, 456-457.
Hij ontledigde zich opdat wij Hem navolgen en nam als nieuwe Adam deel aan de toenmalige cultuur als voorbeeld van onze integratie in onze context, 458-460.
5. Was Jezus zondeloos in zijn strijd ? Wat is de zin daarvan? (456-457)

 

456. Wat getuigde Jezus over zijn zondeloosheid?
Hij verkondigde in het publieke debat zijn onkreukbaarheid. “Wie van u levert het overtuigend bewijs dat ik faal?”, Joh. 8:46. Niemand kon dit aantonen. Hij faalde nooit in de omgang met zijn Vader, gezinsleden of tijdgenoten. Hij kon niet zondigen als Gods Zoon. De Vader riep Hem als heilig mens tot aanzijn door de Heilig Geest, die hem leidde en toerustte met gaven. Toen Hij eens zei dat alleen God goed is, trachtte Hij daarmee een gesprekspartner de ogen openen voor zijn afgoderij met zijn bezit, Luc. 18:18-34.

 

457. Wie getuigden van Jezus’ zondeloosheid en waarom?
De apostel Petrus beleed dat Jezus geen zonde heeft gedaan en in zijn mond geen bedrog gevonden is, 1 Pe. 2:22, citaat uit het lied van de lijdende Knecht Jes. 53:9b. Daarmee beleed hij dat de zondeloze Jezus onze plaats bekleedde voor God opdat Hij in Hem onze schulden zou kwijtschelden.
De apostel Paulus beleed Jezus’ schuldeloosheid voor ons. God heeft Hem “die geen zonde gekend heeft, voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods gerechtigheid zouden worden “, 2 Kor. 5:20-21. Hij heiligt zondaren en maakt hen tot tempels waarin zijn Geest woont, 1 Kor. 4:16-17; 6:11.
De auteur van Hebreeën beleed dat Jezus gehoorzaamheid heeft geleerd uit zijn lijden, Hebr. 5:8-9, en als koning-priester voor ons pleit. “Zo’n hogepriester hadden wij ook nodig, een die heilig is, schuldeloos, onbesmet, afgescheiden van de zondaar en hoog verheven boven de hemelen.”, Hebr. 7:26.
6. Wat betekent de incarnatie voor levenspatroon en cultuur? (458-461)

 

458. In welk opzicht ontdeed de Zoon zich van zijn rijkdom?
Hij ruilde het luisterrijke bestaan bij zijn Vader, Joh. 17:3, 24; Fil. 2:6; 2 Kor. 2:9, voor het verkeer met haatdragende mensen, strijd tegen Satan en diens handlangers en de kruisdood als dieptepunt. Hij is nooit God-af geworden, maar verborg zijn majesteit achter zijn mensheid. Aan de beweging van hemelse hoogte naar onze diepte ontleent Paulus zijn hymne over navolging, Fil. 2:1-11.

 

459. Op welke wijze voltrekken wij de ontlediging als enkeling en kerklid?
Navolging is dienen. Uitblinker onder volgelingen is hij die aller dienaar is. “Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.”, Mc. 10:45; Joh. 13:1-17.
Navolging is geduldig ondergaan van bedreigingen, smaad en tegenstand en schitteren als sterren in liefde en goede werken opdat buitenstaanders de Vader verheerlijken, Mat. 5:1-12; 10:5-42: Joh. 15:18-27; 16:32-33; 1 Pe. 3:13-17.
Navolging is nederig zijn, de ander hoger achten dan zichzelf en ook de belangen van anderen behartigen, Fil. 2:3b-4. Partijzucht en onenigheden komen vaak voort uit het dikke ik van zelfverheffing. Afbraak van groepsego en samen torsen van het kruis behoren tot collectieve ontlediging. Alleen nederigen groeien naar eenheid en saamhorigheid, Fil. 2:1-3.

 

460. Wat zegt de ontlediging voor handel en maatschappij?
De ondernemer dient te letten čn op het eigen belang čn op dat van zijn medewerkers čn op dat van zijn klanten om zijn zaak te kunnen voortzetten.
De theorie dat een Onzichtbare Hand het evenwicht tussen behoeften, productie en inkomen herstelt houdt onvoldoende rekening met de buitensporige geldingsdrang van enkeling en groep. Daarom zij aller streven om graai-, winst- en carričrezucht in te tomen en de dienstbaarheid aan elkaar en aan elkanders belang te bevorderen. Gods ontlediging tot nederigheid en dienstbaarheid is de sleutel tot bloei van handel en bedrijf en de krachtige impuls tot het beoefenen van barmhartigheid, ook door inzamelingen voor armen, 2 Kor. 8-9.

 

461. Wat betekent de vleeswording voor de cultuur?
Jezus nam deel aan de Joodse en Grieks-Romeinse cultuur. Hij was een Semiet, geen Germaan, een Jood, geen Nederlander. Toch deelde Hij ook in het leven van de mensheid. Hij stamde via Maria af van Adam, representant van allen. Hij werd door Woord en Geest de tweede Adam, representant van de nieuwe mensheid. Lucas begon zijn geslachtsregister bij Jozef en eindigde dit bij Adam, de zoon van God, Luc. 3:23. Jezus vervulde het verbond met Adam, met Noach, met Abraham, met Israël en met David, Oef. 9.-15.
Hij raakt met zijn vleeswording het hart van mens en cultuur. Hij breidt door zijn Geest en Woord zijn Koninkrijk uit in geest en lichaam, huwelijk en gezin, maatschappij en staat. Zijn Rijk valt niet samen met deze wereld maar zweeft er ook niet boven als luchtballon.
Zondaren kunnen alleen bestaan omdat Jezus zijn paaslichaam aan de Vader aanbiedt als offer tot verzoening van alle zonden. Als God de zondaren naar evenredigheid zou straffen, zou de wereld heel wat minder mensen tellen. Dank zij de biddende Middelaar zegent de Vader de mensheid, Oef. 35.
7. Wat betekent de incarnatie voor geloof en wetenschap? (462-463)

 

462. Bevestigt de vleeswording de eenheid van geloof en wetenschap?
Beslist. De Logos, Schepper van zonnenstelsels en zeeën, kent de wetten van de zwaartekracht. De Watermaker liep als het vleesgeworden Woord over het water, Mat. 14:22-23, en veranderde water in een versneld proces in wijn, Joh. 2:1-11. We dienen, ook als natuurkundigen, te beseffen dat wij bij de wonderen met dezelfde (Her)Schepper te maken hebben als de Schepper van natuurwetten.

 

463. Waarom is de incarnatie de ruggengraat van het Credo?
De vleeswording staat centraal in herschepping en voleinding. De Zoon beaamde daarin de goedheid van de schepping en richtte zich van het begin af aan op het herstel van verbroken verhoudingen. De vleeswording maakte de kruisdood, opstanding en verzoening in ons vlees mogelijk. De mensheid bevindt zich kwalitatief in de hemel in het lichaam van de Zoon, representant, proeve en pand van onze verheerlijking. De Kerk stelde terecht de vleeswording, kruisiging, opstanding en wederkomst in het Credo centraal, Oef. 34.

 

463.1. Wat is de waardige reactie op de vleeswording?
De verschijning van de Zoon is zo groots en uniek dat de Vader om dit feit luister bij te zetten engelenscharen naar Bethlehem zond om Zich in Hem te verheerlijken, Luc. 2:10-14. Zij zetten een grote vreugde en niet aflatende stroom van lofzangen op aarde en in de hemel in gang, die doorgaat tot zijn wederkomst, en dat de heiligen op de nieuwe aarde voortzetten in een eindeloos exultate, jubilate, Luc. 2:14; Fil. 2:5-11; Ef. 5:15-20; Openb. 5:11-14; 19:1-10.

 

Oefening: 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27