Oefening: 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27

 

Gesprekken II - Oefening 20 (418-442)

Wie bent U, Jezus Christus?

1. Gesprek als gebed. (418-419)

 

418. Wie bent U, die onze jaartelling stempelde tot jaren van onze Heer?
Ik ben de Zoon, in Wie mijn Vader zich van eeuwigheid verheugt zoals Ik Mij in Hem verheug, en in Wiens Naam Ik tot u kwam met zijn leer, Mat. 3:17; 17:5; Joh. 7:16-18;17:5, 20-26.
Ik nam de gestalte aan van een mens met de naam Jezus, omdat Ik mijn volk verlos van zonde, Mat. 1:18-25; Luc. 1:26-38; 2:1-20; Joh. 1:1-18.

 

418.1. Welke opdracht gaf de Vader u?
Ik werd door Hem gezonden en als Messias toegerust tot Profeet, Priester en Koning, Mat. 3:13-17; Luc. 1:32-33; 4:14-30.
Ik kreeg opdracht om het Licht der wereld te zijn, de mensheid met Hem te verzoenen en als Vredevorst het Koninkrijk van godskennis en liefde, vrede en gerechtigheid onder u te vestigen, Jes. 9:1-6; Mat. 12:22-37; Joh. 8:12; Ef. 5:8-18.

 

419. Hoe weten wij dat U de met de Vader wezensgelijke Messias bent?
Ik vervulde de belofte aan David van het eeuwige koningschap van een telg uit zijn geslacht, Ps. 89; 132; Jes. 9:1-6; Mi. 5:1; Mat. 2:1-8; Luc. 1:26-33.
Ik openbaarde tijdgenoten dat Ik de Zoon van de Vader en Mensenzoon ben die uit de hemel is gekomen en tot Hem terugkeert, Mat. 21:1-27; 24:29-31; Joh. 1:1-14; 3:10-13; 4:25-26; 13:1; 14:1-14; 17, 20-24.

 

419.1. Hoe komt het dat niet iedereen dat inziet?
Mijn Vader onthult zijn identiteit en mijn identiteit alleen aan eenvoudigen en bevestigt deze door tekenen, Mat. 11:25-26; 12:22-37; Joh. 6; 10:29; 17:6-25; Hand 2 en 10.
Ik wek overstelpende vreugde in zuivere harten en ergernis bij hen die het duister verkiezen boven het licht, Luc. 2:6-14; Joh. 1:4-9; 3:19-21; 8:12; 9:5; 12:35-36; 15:9-11.
2. Waar wijst het Oude Testament op Jezus als neerdalende Messias? (420-424)

 

420. Welke profetieën wijzen, leraar, in het Oude Testament op de Messias?
De HEER voorzei door Micha de geboorte van de Messias in Betlehem in de regio Efrata, Mi. 5:1; dit is uitgekomen; wijzen en herders zijn getuigen van zijn geboorte in die plaats, Mat. 2:1-18; Luc. 2:6-20. Hij voorzei door Jesaja dat de messias uit Davids geslacht zou voortkomen, 9:1-6; Ps. 89, 132; ook dit is vervuld, Luc. 1:26-33; 2:1-4; Mat. 1:1-4; Luc. 3:23-36. De vlucht van Jezus’ ouders met het kind als asielzoekers uit Betlehem naar Egypte en hun terugkeer is vervulling van Israëls roeping uit dit land, Ex. 14-15; Hos. 11:1; Mat. 2:13-15, 19-23. Gods verdrukte eerstgeborene, Ex. 4:22, voorafschaduwde de smaad van zijn eniggeborene, verlosser van alle tirannie.

 

421. Waarom heet onze Heer ‘Jezus van Nazaret’ en niet ‘Jezus van Betlehem’?
Hij woonde in het Galilea der heidenen, waar vele immigranten woonden die de HEER niet kenden. Door te wonen in Nazaret en later in Kapernaüm vervulde Hij de profetie van Jesaja 8:23 tot 9:1; Mat. 4:12-16; 2:22-23; Luc. 1:26; 4:16. Filippus deelde Natanaël mee dat hij Jezus, zoon van Jozef, uit Nazaret gevonden had over wie Mozes in de Tora en Profeten (= OT) geschreven had, Joh. 1:45-46. Demonen kenden Jezus van Nazaret als de Heilige of Zoon van God, Luc. 4:34. De plaatsnaam Nazaret verhult Jezus’ identiteit, omdat Betlehem zijn geboorteplaats was, Mi. 5:1, en openbaart zijn identiteit omdat het donkere Noorden zijn Licht aanschouwde, Jes. 9:1.

 

422. Wie is de met Jahweh gelijkwaardige Heer in Psalm 110?
“De HEER (= Jahwčh) zei tot Mijn-Heer-schappijhebber (= Adonai): Neem zitting op de troon aan mijn rechterhand en Ik leg uw vijanden als voetbank voor uw voeten.”, 110:1. Was Salomo die troongenoot? Jezus maakte door te zinspelen op zijn identiteit als God deze tekst tot breekpunt met bijbelkenners, volgens welke de Messias enkel telg van David was. ”Hoe kan de Messias, als David Hem zijn Heer noemt, dan zijn zoon zijn?”, 22:45. Zij zaten hiermee verlegen.

 

422.1. Hoe pasten Petrus en Paulus en anderen deze tekst toe?
Petrus betrok Psalm 110 op Jezus’ verhoging, Hand. 2:34. Paulus las daarin Zijn overwinning op alle vijanden, ook op de dood, 1 Kor. 15:22-28. De auteur van Hebreeën toonde met deze tekst aan dat de Zoon als Heer ver uitsteekt boven engelen, 1:13-14, als priester-koning naar de orde van Melchizedek, 110:4; Gen. 14:8-20; Hebr. 7:15-28; 9:25, en Middelaar van het nieuwe verbond, Hebr. 8-10.

 

423. Bevat het Oude Testament aanwijzingen over Gods neerdaling?
Ja, Hij getuigde dat Hij naar de aarde kwam voor een afspraak in het paradijs met Adam, Gen. 2:1,5-17, en met Abraham voor een verbond, Gen 17.
Hij presenteerde zich in een vlammende doornstruik, die niet verbrandde, als Jahweh, Ex 3:1-5. Hij openbaarde zich op de Horeb aan Mozes als God-van-Abraham, God-van-Isaak en God-van-Jakob als Jahweh, Ex. 3:6, 15.
Hij daalde neer op Sinaď om een verbond op te richten, Ex. 20-24, zat aan het verbondsmaal aan met Mozes, Aäron, Nadab en Abihu en zeventig oudsten, die Hem aanschouwden, Ex. 24:9-11, en sprak met Mozes als zijn vriend van oog tot oog, Ex. 33:11.
Hij daalde neer in een wolk om zijn volk te begeleiden, overdekte daarmee de tabernakel, Ex. 40:34-38, en verscheen Salomo na de tempelbouw, 1 Kon. 9:1-9.

 

424. Waarop liep dit proces van nederdaling van de Verhevene uit?
God de Zoon daalde neer als het vleesgeworden Woord, sloeg zijn tent op onder ons en openbaarde zijn heerlijkheid, Joh. 1:14. God de Heilige Geest nam zijn intrek in gelovigen als zijn tempels, die de Vader en de Zoon verheerlijken, Hand. 2; 2 Kor. 3.
3. Hoe openbaarde Jezus zich in de titel Mensenzoon? (425-426)

 

425. Wie is de Mensenzoon in Daniël zeven?
Daniël, profeet en hoge ambtenaar in het Babylonische rijk - zevende/zesde eeuw v. C. - zag in een visioen iemand als een Mensenzoon verschijnen, die toegang kreeg tot de troon van de Eeuwenoude, Dan. 7:13-14. Deze gaf hem heerschappij over alle volken en bevoegdheid om als Rechter over allen op te treden, 7:10,26; Openb. 20:12. Hij vernietigde Gods tegenstander, 7:25-26, en gaf heiligen regeermacht, 7:17, 27. Wie deze Mensenzoon is blijkt uit de evangeliën, waarin Jezus zichzelf met deze titel als ‘codenaam’ indirect aanduidt. Hij verborg zijn identiteit tot zijn sterven om provocaties te voorkomen. Na zijn opstanding verviel de reden tot dit incognito en liet Hij uitbazuinen wie Hij was.

 

426. Vanuit welke gezichtsvelden hanteerde Jezus de titel Mensenzoon?
In een eerste stadium liet Hij blijken dat Hij door de Vader gevolmachtigd is de wet uit te leggen en wonderen te doen. Als Heer van de Sabbat stond Hij zijn discipelen toe aren te plukken op die dag, Mat. 12:1-8. Hij genas iemand met een verschrompelde hand en dreef demonen uit een blinde en stomme, 12:9-22. Hij rekent de lastering tegen de Heilige Geest eeuwig toe, 12:31-37. Heeft in Daniël deze figuur politieke macht, hier toont Jezus zijn macht over Satan als bewijs dat Gods Koninkrijk door Hem onder zijn volk is gekomen, 12:28.

 

426.1. Hoe gebruikte Hij de titel Mensenzoon in een tweede en derde stadium?
In een tweede stadium legde Hij verband tussen de Mensenzoon, zijn lijden, sterven en opstanding, Mat. 17:12,22-23; 20:17-19; Mc. 10:45. In Daniëls droom heeft de verschijning de trekken als van een (zwak) mens evenals het mensenkind bij Ezechiël, 2:1, 3, 8; 3:1, 17. In het voorlaatste stadium wees Hij op de terugkeer van de Mensenzoon ten gerichte, Mat. 24:27, 32, 37, 25:31, naar de hoofdtrekken in Daniël 7. Hij identificeert zich met deze en met de Zoon, Rechter op de troon, Mat 24:36; 25:31. Hij erkende zijn identiteit openlijk voor de rechter Kajafas. ’Ik ben de Mensenzoon, de Messias, de Zoon van God‘, Mat. 26:62-68, en particulier al eerder particulier voor Nikodemus: ‘Ik ben uit de hemel neergedaald en daarheen opgestegen.’, Joh. 3:13. In dit codewoord toont Hij zich de met de Vader wezensgelijke.
4. Hoe openbaarde Jezus zich in de titel zoon van God? (427-430)

 

427. Wat betekent ‘zoon van God’ in het Oude Testament?
a. Israël heet de eerstgeboren zoon van Gods liefde, Ex. 4:22; Hos. 11:1.
b. Met de koning houdt God een vertrouwelijk band onderhoudt als met een zoon , Ps. 2:7; 2 Sam. 7:14; Ps. 89:27-28.
c. In latere literatuur geldt de rechtvaardige als Gods zoon. Spotters zeggen in Wijsheid: “Want als de rechtvaardige een zoon van God is, dan zal die het voor hem opnemen en hem redden uit de hand van zijn tegenstanders. Laten wij hem maar eens op de proef stellen met niets ontziende folteringen om zijn zachtmoedigheid te leren kennen en zijn geduld te toetsen. Laten wij hem veroordelen tot een vernederende dood; er wordt toch over hem gewaakt! ”, 2:18-20. Dit leidde ertoe dat velen in de twintigste eeuw Jezus zagen als de gehoorzame zoon van Gods liefde en het volmaakte Israël.

 

428. Wat betekent Zoon van God in het Nieuwe Testament?
Onder Vaders kinderen bevindt zich ook Jezus. Als Hij persoonlijk met God spreekt, noemt Hij Hem Vader, Mat. 11:25, de Vader, Mat. 11:27b, of mijn Vader, Mat. 10:32; 26:39, 42, 52. Met betrekking tot volgelingen spreekt Hij over uw Vader, Mat. 5:16, 45, 48, Joh. 20:17. Het concilie van Nicea-Constantinopel (325-381) beleed dat de Zoon wezensgelijk (homo-ousios) is met de Vader. Vele joden en moslims, liberale en middenorthodoxe christenen erkennen alleen een graadverschil tussen hem en vromen of kennen alleen een zinnebeeldig of aangenomen zoonschap. Wortelt de wezensgelijkheid echt in de bijbel?

 

429. Wat getuigt de Vader over Jezus’ Zoonschap?
Hij deelde Maria mee dat haar grote zoon genoemd zal worden ‘zoon van de Allerhoogste’ , ‘eeuwig koning zal zijn over Jakobs huis en heilig en Zoon van God is.’, Luc. 1:32-33,35. Hij liet door engelen Zichzelf en Jezus als Redder, Messias en Heer hulde brengen, Luc. 2:14. Dit doen zij ook in de hemel, Openb. 5:11-14. Hij bevestigde Zijn roeping tot Messias in een hoorbare uitroep: “Dit is mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik welbehagen heb!”, Mat 3:17b; vgl. 17:5b. Hij verleende Hem volmacht tot regeren en over allen te oordelen, Mat. 28:19-20; Joh. 5:27-30. Als Jezus alleen mens was geweest, zou zijn huldiging op aarde en in de hemel afgoderij en godslastering geweest zijn.

 

429. 1. Wat getuigt de Zoon over zijn Zoonschap?
Als gesprekspartner van rabbijnen gaf Hij al op 12/13-jarige leeftijd blijk van zijn roepingsbesef door zich te verdiepen in Vaders aangelegenheden, Luc. 2:49. Hij proclameerde dat Hij de Messias is in zijn vaderstad Nazaret, Luc. 4:14-30. Hij kent als geen ander zijn Vader en is bevoegd de kennis van Hem aan anderen te onthullen, Mat. 11:25-27. Hij bezat voor de schepping een heerlijkheid, gelijkwaardig met de Vader die door Hem de wereld schiep, Joh. 1:1-4; 17:5,26; Hebr. 1:1-4. De met de Vader wezensgelijke Zoon werd de met Hem wezensongelijke zoon van Maria en kreeg de titel Eniggeboren Zoon in onderscheid van Gods kinderen (tekna), Joh. 1:12.

 

429. 2. Wat getuigt de Zoon door zijn wonderen?
Hij openbaarde zijn God-zijn in ongeëvenaarde wonderen. Hij bracht golven tot zwijgen, Mc. 4:35-41, liep daarop, Mc. 6:45-56, en spijzigde vijfduizend mensen met vijf broden en twee vissen, Mc. 6:30-44; Joh. 6. Als Alziende zag Hij Natanaël onder de vijgenboom voordat deze tot Hem kwam, Joh. 1:48-50. Hij proclameerde zijn volledige machtsbevoegdheid in hemel en op aarde en beval zijn volgelingen de mensheid onder het beslag te brengen van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, Mat. 28:18-20, Oef. 23.

 

430. Wat beleden Satan en de boze geesten aangaande Jezus Christus?
De tegenstander wist met wie hij te maken kreeg en viel Hem aan in de woestijn met beroep op Zoonschap, Mat. 4:1-11; Luc. 4:1-13. Bezetenen krijsen zijn identiteit in het rond om Hem verdacht te maken: ‘wij weten wel wie U bent, de Heilige of Zoon van God!’, Luc. 4:34, 41; Mc. 1:21-31; 2:41.

 

430.1. Wat beleden de apostelen aangaande zijn Zoonschap?
Petrus beleed Hem als de Messias, de Zoon van de levende God, Mat. 16:6b. Johannes verkondigde Hem als de eniggeboren Zoon van de Vader, Joh. 1:14,18; 3:16,18, of de Zoon, 5:19, 21, 23; 6:40; 20:31; als de preëxistente bij de Vader, Joh. 1:1-4; 17:5; en als de door Hem de wereld ingezonden, lang verwachte Messias-Redder en gever van eeuwig leven, 1:14; 3:14-21; 4:16-42; 5:10-42; 6:25-31; 11:25-27; 20:30-31. Paulus beleed na zijn ommekeer: ‘Jezus is de Zoon van God en de Messias.’, Hand 9:20-22; vgl. Gal. 1:15-17; Rom. 8:31-39.
5. Wat betekenen de titels Messias en Kurios? (431-433 )

 

431. Wat was de ‘Messias’ voor figuur in het oude verbond?
Messias (Hebreeuws: masjiach) betekent gezalfde en is in het Grieks vertaald als Christos (Latijn: Christus). Zalven met olie is het teken van roeping en aanstelling, toerusting met geestesgaven en zending tot het volk bij priesters, Lev. 8 en 9, en koningen, 1 Sam. 9, soms bij profeten. Zulke gezalfden traden rechtstreeks namens God met gezag op onder het volk. De koning moest rechtvaardig regeren en zijn volk vrede verschaffen, 2 Sam. 23:1-7; Ps. 72. Jezus (= Verlosser) kreeg Christus (= gezalfde) als ambtsnaam; deze titel werd geleidelijk zijn tweede persoonsnaam.

 

432. Wat betekent de titel ‘Heer(schappijvoerder)’of ‘Kurios?’
Een aanzienlijke of meerdere werd in Jezus’ tijd aangesproken als kurios of ‘mijnheer’. Deze titel werd ook de naam voor de HEER, SEIGNEUR, LORD. Dit gebruik werd bevorderd omdat de vertalers van de TeNaK in het Grieks (= LXX) de naam JHWH vaak weergaven door Kurios. In de bergrede, Mat. 5-7, leerde Jezus dat Hij bij het eindegericht velen zal afwijzen, die tegen Hem zeggen: ‘o Heer (= kurie), Heer, laat ons binnen in uw Koninkrijk’, Mat. 7:22; vgl. Mat. 13:36-43; 24:29-52; 25. Hiermee stelde Hij zich gelijk met de Rechter van hemel en aarde. Voor gesprekspartners stelde Hij zich gelijk met Adonai (Kurios, Heer), de troongenoot van de HEER, Mat. 22:41-46; vgl. Ps. 110:1. Hij eiste van leerlingen navolging van Hem als hun Heer en Meester, Joh. 13:13-14.

 

433. Wat verstonden de apostelen en anderen onder Kurios?
Tomas noemde de na de opstanding hem verschijnende Jezus niets minder dan ‘mijn Heer en mijn God!’, Joh. 20:28. Paulus noemt de Vader gewoonlijk God en Jezus de verhoogde Kurios, Rom. 1:4,7; Fil 2:11, een enkele keer God, Ti. 2:1-14. Hij acht Jezus niet minder goddelijk acht dan de Vader; want hij noemde de apostelen nu eens dienaren van de Vader, 2 Kor. 6:4, en dan weer dienaren van Christus, 2 Kor. 5:20, en typeerde de Heilige Geest nu eens als Geest van de Vader, 1 Kor. 2:11, en dan weer als Geest van Christus, Rom. 8:9, 11 en 2 Kor. 3:17. Hij bracht hulde aan Jezus als Heer, die er was voor de schepping (preëxistent), Fil. 2:6; 2 Kor. 8:9; 1 Kor. 10:4, de Schepper/Onderhouder van de wereld, 1 Kor. 8:6; Kol. 1:16-17. Natanaël beleed Jezus als Zoon van God en koning van Israël, Joh. 1:40; in beide is het Heer-zijn inbegrepen. De apostel-evangelist Johannes noemt Jezus meest de Zoon van God maar tekent zijn heerschappij ook indrukwekkend als zegevierend Lam, Openb. 5-21.
6. Wat zeggen allerlei Joden over Jezus en de twee heilswegen? (434-438)

 

434. Hoe dachten vele Joden tot de negentiende eeuw over Jezus?
In de Middeleeuwen zwegen zij meestal over Hem, omdat dit opschudding zou verwekken in eigen kring of daarbuiten.Volgens de Verhalen over Jezus (= Telodot Jesjoe) zou de zoon van de door Jozef Pandera verkrachte Maria zich verbeeld hebben de messias te zijn en zouden zijn discipelen het gerucht verbreid hebben dat hij ten hemel gevaren zou zijn, Mat. 28:11-15. Volgens Maimonides (1135-1204) is Jezus terecht als pseudo-messias gekruisigd; Hij zou de messias niet kunnen zijn, omdat Hij de mensheid niet verloste. Hij beschouwt christendom en islam als opstap voor de komst van de Messias. Heinrich Graetz (1817-1891) gaf als eerste aan Jezus een volwaardige plaats in de geschiedenis van het Joodse volk. Joseph Klausner (1874-1958) werd in 1922 met zijn boek Jezus de Nazarener (= Jesjoe hanotsri) de pionier van allen die Jezus willen thuishalen in het Joodse milieu.

 

435. Wat leren hedendaagse Joden over Jezus?
Vele (hyper)orthodoxe joden zien Jezus nog steeds niet als vriend om alles wat door zijn komst hen is overkomen en achten het onkies christendom en jodendom te verenigen. Reformjoden zoals Martin Buber (1878-1965) zien in Jezus hun grote broer en de rechtvaardige, van veel betekenis voor heidenen, maar geen messias, want de verlossing is nog niet gekomen; en geen God omdat Jahweh één is. Buber drukte een tot Christus bekeerde jood met moeite de hand. Frans Rosenzweig (1886-1929) bepleitte de twee-wegenleer. Joden zijn al bij de Vader, heidenen komen tot de Vader door Jezus Christus als middelaar. Liberale joden zien in allerlei godsdiensten vele wegen die tot Hem leiden. Seculiere joden weten zich verbonden met hun volk als historische grootheid en bloedverwanten, maar komen niet verder dan een vaag godsbeeld. Messias belijdende Joden zien de staat Israël als begin van de terugkeer van alle joden tot hun land en tot het belijden van Jezus als Messias en/of God.

 

436. Leert de Heer twee of meer heilswegen?
Neen, God de Vader liet de zoon van Maria Jezus noemen omdat Hij zijn volk zou verlossen van zonde, Mat. 1:21-35. We lezen nergens dat een andere persoon deze taak heeft vervuld. Mohammed noemt zich profeet en zegel van de profeten maar geen verlosser of messias. Tomas vroeg aan Jezus: “Wat is de route naar het huis van uw Vader?” Daarop antwoordde de Heer zelf: “Ik ben de Weg en de Waarheid en Het Leven; alleen door Mij heeft men toegang tot de Vader.”, Joh. 14:6. Petrus verkondigde als apostel namens zijn Zender, vol van de Heilige Geest: “En door niemand anders is de redding, sootčria; want er is geen naam onder de hemel de gegevene onder de mensen waardoor wij (volgens-Gods-plan) moeten (= dei) worden behouden.”, Hand. 4:17. Paulus kent slechts redding door het geloof in Jezus Christus, Rom. 1:16-17; 10:9-13. Wie naar zijn komst uitzien gaan door Hem Gods Rijk binnen.

 

437. Mogen we spreken van een schuldeloze verharding bij Israël?
Neen, verharding is altijd eigen schuld en kan uitlopen op een strafgericht. Dat ondervond de halsstarrige farao, toen JHWH zich tegen hem keerde, Ex. 14:4, 8,17;15. Jesaja kreeg de opdracht: ‘preek voor dovemansoren; uw volk is het stadium van mogelijke ommekeer al voorbij; verhard hen nog meer!’ Jes. 6. Jezus sprak in gelijkenissen omdat vele tijdgenoten verhard waren en vervulde in zijn tijd de profetie van Jesaja, Mat. 13:1-17. Voor Jezus’ verwerping door Israël beloofde God vergeving op berouw, ook wegens hun onwetendheid, Hand. 3:11-28; velen bekeerden zich toen maar de meerderheid van Israël verhardde zich eeuwen lang. Het behaagt Hem op Zijn tijd genadekansen voor bekering te geven, Rom. 9-11.

 

438. Waarom zeggen velen dat Jezus geen Messias kan zijn?
Hun argument daarvoor is dat de komst van de Messias gepaard gaat met de verlossing van volk en natuur, Jes. 9:1-6; 11:1-9; 25:6-12. Hiertegen geldt dat de profeten gebeurtenissen, die in tijd ver uiteenliggen, als een tafelkleed in elkaar schuiven, zodat het net lijkt alsof zij samenvallen; de uitstorting van de Heilige Geest viel niet samen met het eindgericht, terwijl de profeet deze feiten vlak na elkaar noemt, Joël 3:1-5a; Hand. 2:14-21.
7. Hoe voeren we het gesprek met moslims over Jezus Christus? (439-442)

 

439. Wat zeggen de koran en traditie over Jezus?
De koran noemt Hem profeet en boodschapper; getuige en dienaar; rechtschapene, gelijkenis en voorbeeld; de op aarde en in de hemel hoog in aanziende staande; de gezegende en de Messias. Hij is het teken van genade en de door Woord en Geest uit Maria tot aanzijn geroepene, maar geen God; want deze is één en Allah heeft geen metgezellin, soera 6:100-101. Zijn kruisiging is omstreden. God nam hem op in de hemel. Volgens de traditie zou Mohammed op zijn reis naar de hemel Jezus ontmoet hebben. Deze komt eens terug als Messias om vrede en gerechtigheid te brengen en Mohammeds gelijk te erkennen, waarna hij naast deze begraven wordt.

 

440. Hoe slaan we vanuit het geloof in Jezus als Messias bruggen naar elkaar?
Joden, christenen en moslims belijden ieder op zijn wijze dat een Messias eens het koninkrijk van vrede en gerechtigheid brengt. Menige jood, alle christenen en alle moslims geloven dat deze Messias Jezus is, die in Galilea en Judea rondtrok om zieken te genezen, bezetenen te bevrijden, doden op te wekken en door getuigen ons dit doorgaf, Hand. 10:34-48. Bijbel en koran dienen komen op tafel in dit niet eindigend gesprek over Hem die deze gigataak alleen kon klaren als Hij over meer dan menselijke mogelijkheden beschikte.

 

441. Is er ook een weg om moslims te overtuigen dat Jezus God is?
Dit kan alleen de Heilige Geest, Mat. 11:25-27. Wij kunnen misverstanden afsnijden zoals de vergissing dat het christendom drie goden zou leren of de drie-eenheid zou bestaan in de Vader, Jezus en Maria. Daar de koran leert dat God Jezus schiep door Woord en Geest, s. 4:171, kunnen we de vraag in de groep leggen: ‘als Hij door Woord en Geest geschapen is, hebben het Woord en de Geest de Eeuwige dan niet eeuwig vergezeld?

 

442. Wat is het levende getuigenis van Gods drie-eenheid?
Dit voltrekken christenen in de omgang met elkaar. Zij stralen in hun begrip en saamhorigheid de wederzijdse liefde van de Vader en de Zoon uit naar de naaste, Joh. 17:20-23. God is één gemeenschap van Vader, Zoon en Geest, niet als zinnebeeld of metafoor voor Eén in drie verschijningen, maar als samenleven van drie personen. Als Jezus geen God zou zijn, zou het godslasterlijk zijn om te bidden: ‘Here Jezus, ontferm U over ons’. Wie moeite heeft met de eenheid, tweeheid en drieheid, bedenke dat de Ene zich noemde God-van-Abraham, God-van-Isaak en God-van-Jakob en dat in een gezin man, vrouw en kinderen een gemeenschap vormen en toch zelfstandige personen zijn, Oef. 2, 33, 34.

 


 

Wie zich nader in Gods openbaring in de bijbel en in de leer van de Kerk aangaande Jezus Christus wil verdiepen, raadplege De Grote Protestants-Katholieke Catechismus, 2011, Oefening 20, de vragen en antwoorden 418-442, en Oefening 34; dit werk kan bij de auteur besteld worden. Gegevens vindt men ook in HIJ-IS-IS-ER-BIJ, 2006, deel I, p. 120-181.

 

 

Oefening: 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27