Oefening: 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19a | 19b

 

Gesprekken II - Oefening 19a (376-395)

Kent u de geschiedenis van het antisemitisme?

1. Gesprek als gebed. (376-379)

 

376. Och, Hemelse Vader, hoe gaan we jodenverguizing tegen?
Getuig van mijn liefde voor mijn volk en getuig van uw liefde voor hen.
Leef met hen mee in hun voorspoed en lijden als beproeving en gericht.
Leef hen voor dat mijn Zoon hun Messias, Verlosser en Rechter is.
Ontmasker het antisemitisme als haat tegen Mij en als tuchtiging.

 

377. Hoe getuigen wij van uw liefde voor het volk van uw eerste liefde?
Vertel dat Ik mijn eerstgeboren zoon uit de tirannie in Egypte heb bevrijd en als Herder naar en in Kanašn leidde, Ex. 4:22; Hos. 11:1; Jer. 2:1-3; Mat. 2:15.
Vertel dat mijn eniggeboren Zoon de zoon is van een jodin en afstamt van Abraham en David, Mat. 1:1-17; Luc. 1:32-33; 3:23-38.
Vertel dat Ik mijn volk uit de volken entte op mijn eerstgeboren zoon door mijn Eniggeboren Zoon, Hand. 10; Ef. 2-3; Rom. 11.

 

378. Vereenzelvigt U, Heer Jezus Christus, zich met joden?
Ik ben begaan met mijn volk, als men hen verguist en vertrapt, maar ben ťťn met de trouwe rest, die Mij als Messias erkent.
Ik ben vertoornd op verharden, die Mij na eeuwen nog als lasteraar verwerpen en mijn Vader krenken als Zender en Mij en de Heilige Geest als door Hem gezondenen, Mat. 10:40; Joh. 5:19-47.
Ik ben als Koning der Joden gekruisigd, verenig Joden en niet-Joden doordat Ik de vijandschap in mijn lichaam verbrak en heers over hen, Ef. 2:14-22.
Ik leerde mijn volgelingen hun vijanden lief te hebben in navolging van mijn Vader die zijn zon laat opgaan over slechten en goeden, Mat. 5:43-48.

 

379. Heeft U, Vader, uw volk IsraŽl getroffen met de vloek?
Ja, vele malen strafte Ik hen om hun afkeer van Mij, maar Ik ontfermde Mij daar daarna vaak weer over hen als hun HEER om mijn verbond en redde de heilige rest, Lev. 26; Deut. 28-33; Neh. 9; Jes. 4:3; 6:16-13; Rom. 11:5.
Ik vraag van u nederigheid, omdat in u allen kiemen van haat tegen Mij zitten, waardoor verblinde leiders mijn Zoon met opzet kruisigden, Joh. 18-19.
Ik heb Hem beladen met mijn vloek om allen die in Hem geloven te zegenen met eeuwig leven, Mat. 27:35-44; Luc. 23:32-49; Gal. 3:10-14.
2. Waarom is het nodig het antisemitisme te kennen en te bestrijden? (380-382)

 

380. Waarom en hoe moeten wij, leraar, het antisemitisme bestrijden?
Dit is nodig omdat dit het denken vergiftigt en haat zaait, die door Satan wordt ingeblazen. Het beoogt de vernietiging van joden. Wie thuis is in de bijbel onderkent de achtergronden van de strijd der geesten. Ieder dient zich te oefenen voor de strijd tegen Satan met heel zijn geestelijke wapenuitrusting, Ef. 6:10-20.

 

381. Waarom is het nodig de geschiedenis te kennen en waakzaam te zijn?
U dient als mede-erfgenaam van Gods schatten te weten wat er met dit volk van Gods eerste liefde is geschied.
U dient te helpen voorkomen dat uw nageslacht in dezelfde misdaden vervalt als vroegere generaties en dat de bedreven gruwelen met de dood van slachtoffers verdwijnen uit het collectieve geheugen.
U dient goedpraterij en onnozelheid, ontkenningen en onwetendheid met kennis van zaken te kunnen tegenspreken, te leren onderscheiden tussen antisemitisme en liefdevolle kritiek en zo nodig alarmbellen te laten rinkelen voor de argeloze, blind voor herhalingen van misdrijven.
U wordt geacht blokkades te verwijderen en op te komen voor verdrukten in navolging van Hem die kwam om Satans haatwerk te verbreken, 1 Joh. 3:7-10.

 

382. Welke stromingen vallen er onder het antisemitisme als koepel-begip?
Alle varianten wortelen in haat tegen God en zijn volk, beogen de vernedering en vernietiging van joden en passen zich aan de tijdgeest aan. Egyptenaren bevalen ouders en vroedvrouwen mannelijke babyís te verdrinken uit angst voor machtsverlies door de groei van het volk, Ex. 1:1-21. Amalekieten vielen IsraŽl aan uit vrees voor beschadiging van hun land bij het doortrekken van hun gebied, Ex. 17:8-16. Haman in PerziŽ beraamde de vernietiging uit jaloersheid en wraak, Ester 3-10. Europese volken isoleerden in het tweede millennium Joden of verdreven hen uit hun gebied en maakten hen tot zondebok bij epidemieŽn en rampen. Christenen poogden hen onder dwang te bekeren of onthielden hun het evangelie omdat zij het niet waard zouden zijn Gods Koninkrijk binnen te gaan. Nationaal-socialisten verplichtten hen uit racistische verachting tot het dragen van een gele ster, isoleerden hen en vergasten hen in concentratiekampen. Anti-zionisten trachten de staat IsraŽl te vernietigen omdat dit gebied zou behoren aan Allah.
3. Hoe was de relatie Joden/ christenen in de eerste eeuwen? (383-385)

 

383. Gingen joden en christenen eerst in vrede met elkaar om?
Zij gingen eendrachtig naar de tempel, Hand. 2:46-47; 5:42. Al snel braken er conflicten uit tussen de Hoge Raad en de apostelen, toen deze het volk wilden bekeren. De Raad legde hen een verbod op om te spreken over Jezus en wonderen te doen met beroep op zijn naam, 4:1-22. Men bracht hen naar de gevangenis, maar Jezus bevrijdde hen daaruit, 5:19. Toen de Raad van plan was hen te doden, adviseerde GamaliŽl deze de apostelen vrij te laten, 5:33-42. Raadsleden stenigden de diaken-prediker Stefanus en vervolgden de gemeente, 7; 8:1-3. Herodes bracht Jakobus ter dood, 12:2, en nam Petrus gevangen maar een engel bevrijdde hem, 12:1-19. Tijdens de opstand tegen de Romeinen (66-70) vluchtten de christenen uit Jeruzalem naar Pella ten Oosten van de Jordaan op Jezusí advies, Mat. 24:15-20. Beide partijen maakten het onmogelijk gelijktijdig te behoren tot synagoge en kerk. De oorlog onder leiding van de bloedige christenvervolger Bar-Kochba (132-135) verwoestte de resten van de banden tussen christenen-uit-de-Joden en andere Joden.

 

384. Hebben Joden ook getracht Paulus in Jeruzalem en Judea te doden?
Ja, herhaaldelijk. Hellenisten beraamden aanslagen op hem in Jeruzalem, Hand. 9:29, maar hij ontkwam dank zij gemeenteleden daaraan, 9:30. Bij zijn terugkeer liet de Raad hem arresteren, waarop bij zijn verdediging tumult ontstond zodat de Romeinse overheid ingreep, 21:27-40; 22:1-29; 23:1-10. Samenzweerders smeedden een complot tegen hem, dat door een neef werd aangebracht, waarop de overheid hem naar Caesarea overbracht. Zijn tegenstanders bleven ook daarna het op zijn leven voorzien, Hand. 23:12-22; 25:3; Rom. 15:30-33.

 

384.1. Trachtten zij Paulus en de zijnen te doden in Klein-AziŽ en MacedoniŽ?
Leidinggevende Joden in Klein-AziŽ geselden hem meermalen, Hand. 13:45-52; 14:19-20; 2 Kor. 11:22-29. Zij stookten vrouwen en vooraanstaanden in AntiochiŽ in PisidiŽ op tegen hen en verjoegen hen uit die streek, 13:50. In Ikonium hitsten zij de heidenen op om samen de apostelen te stenigen, 14:1-7. Zij stenigden Paulus in Lystra en sleepten hem buiten de stad in de mening dat hij dood was; deze stond op en vertrok met Barnabas naar Derbe, 14:19-20. Volksgenoten in Tessalonica ontketenden met duister volk een oploop tegen Paulus en de christenen met de aanklacht: Ďu staat op tegen de keizer!í, 17:1-9. Toen het stadsbestuur hen op borgtocht vrij liet, bleven dezelfde Joden Paulus, Silas en TimoteŁs in Berea achtervolgen om hen te doden, 17:8-15.

 

385. Welk huiveringwekkend oordeel gaf Paulus over joodse kerkvervolgers?
Hij schreef over hen in Klein-AziŽ als verharde moordenaars-in-successie. ĎGods toorn is in volle mate of tot het einde, eis telos, over hen gekomen.í, 1 Tes. 2:14-16. Voor hem diskwalificeerde Jezus schriftgeleerden en farizeeŽn als zonen van profetenmoordenaars, Mat. 23:21; zij eisten de kruisiging omdat daaruit zou blijken dat Hij geen messias kon zijn, Mat. 27:22-23; vgl. Deut. 21:22-23; Gal. 3:10-14. Ook het volk werkte daaraan mee, Mat. 27:23. Op en na de Pinksterdag zei Petrus berouwvolle joden vergeving toe omdat velen niet wisten wie zij voor zich hadden, Hand. 3:17; 1 Kor. 2:8. Grimmiger werd Gods toorn tegen hen, toen zij, thans bekend met Jezusí identiteit, tegen beter weten in Hem willens-en-wetens bleven afwijzen en de apostelen wilden doden. Gods grimmigheid bereikte een kritiek stadium, toen zij ook nog trachtten de verkondiging van Jezus onder heidenen te verhinderen. Daarom schreef de apostel: Ď Gods toorn is in volle mate over hen gekomení. Toch bleef hij hen zien als verbondsvolk, hopend dat velen van hen eens zouden geloven in Jezus als de redder van Gods toorn over hen, Rom. 9-11.

 

385.1. Welke boodschap bevat dit oordeel voor een afvallige generatie?
Wij moeten rekening houden met de escalatie van Gods toorn over hen die zich stug verharden en iedere generatie waarschuwen: Ďgeloof in Jezus Christus opdat u niet langs het hellende vlak onder Gods toorn komt en in de afgrond valt!í
4. Hoe was de relatie jood/ christen in AziŽ/Europa tot de 16e eeuw? (386-388)

 

386. Hoe was de situatie in Kanašn van de vierde eeuw af?
Onder Theodosius de Grote (379-395) werd het christendom staatsgodsdienst, ook in Kanašn. Het wetboek van Justinianus, 534, bevat discriminerende bepalingen. Joden mochten geen hoge posten als militair of ambtenaar bekleden. Zij begroetten in 614 Perzen als bevrijders en namen wraak voor de onder Byzantijnen geleden smaad. Zij leefden van de 6e tot de 19e eeuw als tweederangsburgers onder de islam. Dit werd in 1099 bijna een eeuw doorbroken door kruisvaarders die onder moslims en joden een bloedbad aanrichtten in Jeruzalem en een eigen rijk stichtten.

 

387. Welke omwenteling voltrok zich in Spanje in de 15/16ee eeuw?
Aan de tolerantie van het eerste millennium kwam in de elfde eeuw een einde bij het begin van de kruistochten. Joden verloren hun beschermde status als beheerders van het OT en getuigen van het eigen ongelijk en van het gelijk van de uit hen voortgekomen en op hun bekering hopende Kerk. In Spanje vaardigden Ferdinand en Isabella op 1 maart 1492 in het Alhambra het edict uit tot de uitwijzing van de Joden uit CastiliŽ en Aragon. Zij bezegelden hiermee het lot van hen die ruim duizend jaar veel tot de cultuur en economie aldaar hadden bijgedragen. Van de bijna 200.000 vluchtten er 100.000 naar Portugal, waar zij 1496 werden verbannen met een termijn van tien maanden in de hoop dat zij zich zouden laten dopen. Toen zij dit niet lieten doen, ging koning Manuel I (1493-1521) over tot dopen-onder-dwang met protest van ouders en bisschop Coutinho. Zij die zich lieten dopen en in het geheim joods bleven (Maranen = varkens) werden achtervolgd of verbrand. In 1821 werd de inquisitie opgeheven.

 

388. Waar vonden de vluchtelingen een toevluchtsoord?
De uit Spanje en Portugal verdreven joden waren welkom in het Turkse rijk, Polen-Litouwen en Nederland, onder welke vooral welkom waren zakenlui en artsen, bestuursambtenaren en wapendeskundigen. Hun aantal groeide van vijftigduizend in 1500 naar honderdvijftigduizend in 1600 en naar een half miljoen in de 17e eeuw, de grootste concentratie na die in BabyloniŽ en Spanje/Portugal. Zij spraken Jiddisch, een mengsel van Hoogduits en Hebreeuws met Slavische en Romaanse elementen.
5. Hoe was de relatie jood/christen van de 17e tot de 20ste eeuw? (389-393)

 

389. Wat gebeurde er in 1648, jaar van verschrikkingen?
In 1648 kwam er een einde aan de gruwelijke dertigjarige godsdienstoorlog Ė de hevigste? - in Europa en aan de tachtigjarige oorlog tussen Spanje en Nederland, maar werden Joden het slachtoffer van bloedige vervolgingen in Polen-Litouwen, erger dan tijdens de kruistochten. Koning Johannes Casimir slaagde er pas in 1651 in daaraan een einde te maken door de Kozakken te verslaan maar toen barstte de woede opnieuw los omdat de kozakkenaanvoerder Chmielnicki een verbond sloot met de Russen.

 

390. Wat waren de oorzaken van deze gruwelijke uitbarsting in moorden?
De eerste oorzaak is een sociaal-politieke. Grieks-orthodoxe lijfeigenen in randgebieden van Polen en de OekraÔne kregen een hartgrondige hekel aan rooms-katholieke Poolse heersers. Deze lieten joodse pachters hoge pachtgelden betalen zodat zij onder druk onvrijwillige werktuigen werden van hun uitbuiters. Verbitterd over de onderdrukking riep de Kozakkenleider Chmielnicki de OekraÔners tot verzet. De Kozakken gingen als razende te keer, vilden joden, begroeven anderen levend, doorstaken zuigelingen in armen van moeders, hakten velen in mootjes en dempten ondiepe plaatsen met kinderen zodat er tussen 300.000 en 500.000 joden stierven. Van de moordpartijen was die in Polonnoje met ca. 12.000 doden de meest verschrikkelijke. Kozakken trokken Litouwen en Wit-Rusland binnen en staken joodse huizen in Pinsk en Brest in band. Vluchtelingen trokken van stad naar stad voor de Kozakken uit.

 

390.1. Wat was de tweede oorzaak van deze moorden?
Dit was een religieuze. Als Grieks-orthodoxe Russen een beroep op joden deden: Ďzweer jullie God afí en deze dit weigerden, knuppelde zij mannen, vrouwen en kinderen neer en lieten hun onbegraven lijken als prooi van honden en zwijnen achter. Poolse rooms-katholieken wantrouwden joden. Toen in 1655 de Zweedse koning Gustaaf het hart van Polen bezette, liet hij de joden met rust. Toen een Poolse generaal de Zweden terugdreef, beschuldigden zijn troepen vele joden ten onrechte van medeplichtigheid: Ďjullie hebben gemene zaak gemaakt met de Zweden!í. Zij brachten hen onder afschuwelijke martelingen om het leven. Na en onder de druk van de ramp van 1648 tot 1656 begonnen joden uit te wijken naar het Westen.

 

391. Hoe verliep de gelijkstelling na de Verlichting in de 19e en 20ste eeuw?
Op 27 augustus 1789 werden in de Verklaring van de rechten van de mens en de burger alle categorieŽn gelijk gesteld voor de wet. In 1781 verklaarde de Nationale Vergadering in Parijs de joden als eerste tot volwaardige burgers. Toch duurde het nog tot 1848 of 1900 voordat de joden zonder voorbehoud burgerlijke rechten kregen. Op 3 juli 1869 ondertekenden keizer Wilhelm I en Bismarck in het slot Babelsberg aan de Kleine Wannsee (!) de tolerantiewet en opheffing van alle beperkingen. Spanje herriep in 1858 het vestigingsverbod van joden van 1492. De gelijkberechtiging zette zich geleidelijk door, maar in Oost-Europa maakten velen zich schuldig aan onvoorstelbare verschrikkingen.

 

392. Welk hartverscheurend pogrom vond in 1881 in Rusland plaats?
Deze verwoesting (= pogrom) had als aanleiding dat de tsaar-bevrijder Alexander II (1885-81) in stukken gescheurd werd door een bom. De overheid maakte daarop de joden tot zondebok. Winkeliers en handwerkslieden, soldaten en boeren trokken schreeuwend Ďdood aan de jodení door wel honderdzestig dorpen en steden om synagogen en huizen te verwoesten en duizenden te vermoorden. Bijna een miljoen Joden reisden daarna als landverhuizers uit Oost-Europa via Nederlandse, Belgische en Portugese havens naar AustraliŽ, Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, Engeland en de Verenigde Staten.

 

393. Waarop liep de eeuwenlange haat uit?
In 1895 werd de joodse kapitein Alfred Dreyfus verbannen wegens verrraad naar het Duivelseiland; dit was niet door hem, maar door majoor Esterhazy gepleegd. Hij werd in 1906 gerehabiliteerd. Tijdens zijn proces ervoer Theodor Herzl (1860-1904) dat met de gelijkstelling de jodenhaat niet was verdwenen. Zijn pleidooi voor een veilig Joods tehuis in Der Judenstaat bleek noodzakelijk. Want in 1942 besloten nazileiders aan de Wannsee (1869!) tot uitroeiing van alle joden in Europa. Adolf Eichman, hoofd afdeling joodse zaken, legde de aanwezigen een lijst voor van elf miljoen joden met 160.800 in Nederland.
6. Hoe verliep de relatie christenen/joden in Nederland? (394-395)

 

394. Hoe werd Amsterdam asielcentrum en Mokum, de Plaats?
Maranen (= gedwongen gedoopten) en andere Sefardim uit Spanje en Antwerpen vestigden zich Ī 1593 in Amsterdam en legden de grondslag van de tot heden bestaande gemeenschap. Zij leverden met hun kapitalen hun aandeel aan de bloei van de West-Indische en in mindere mate aan die van de Oost-Indische Compagnie. Hoogduitse joden of Asjkenasim (Gen. 10:3) vestigden zich rond 1635 in Amsterdam, in 1648 gevolgd door overlevenden van de Chmielnicki-opstand en in 1655 uit Litouwen. In de heilige ĎPlaatsí Amsterdam - van 1650-1750 marktleider in de Hebreeuwse boekdrukkunst - woonden in 1930 65.523 joden, 58% van de toenmalige joden in Nederland.

 

394.1. Werden er pogingen tot bekering ondernomen?
De bouw van de asjkenasische en sefardische synagoge van 1675 gaf aanleiding voor de particuliere synodes van Dordrecht, 1676, en Delft, 1677, tot voorstellen om joden tot hun Messias te brengen door gesprekken met rabbijnen en tot het vertalen van de Talmoed in het Latijn. J. Hoornbeeck (1617-1666), leerling van G. Voetius, kenner van Talmoed, Misjna en Kabbala, stelde dat de HEER zijn verbond met IsraŽl heeft opgezegd en hen heeft verstrooid om Jezusí verwerping. Hij drong aan op evangelieverkondiging onder hen verwachtend dat dit volk eenmaal Jezus als hun Messias zal aanvaarden. Ook in de 19e/20e eeuw geschiedde dit door predikanten onder de joden zoals Jac. Van Nes.

 

395. Welke schok blijft een schrijnende wond?
Veler leven verliep rustig tot het nationaal-socialisme (1933-45) 107.00 joden deporteerden tussen 15 juli 1942 en 17 september 1944, van welke 5200 de misdaad overleefden; 101.800 keerden niet terug. Bij iedere herdenking worden allen geŽerd die met inzet van hun leven verzet boden en wordt met schaamte beleden de schuld van hen die of lijdelijk aan de kant bleven staan of actief medewerking verleenden aan deportaties, maar vaak gezwegen over Gods Hand.

 

395.1. Wat is zionisme?
Joden beleefden een gouden tijdperk in Zeefat in Galilea in de zestiende eeuw en genoten onder de Turken een zekere zelfstandigheid maar hadden geen eigen staat. Door het rondzwerven groeide het zionisme: terug naar Kanašn! Herzl gaf met zijn Der Judenstaat de stoot tot oprichting van de staat IsraŽl, 1948. Voor ultra-orthodoxen, die op de Messias wachten, was dit een eigenmachtige inmenging in Gods plan, voor anderen vervulling van Gods beloften. Er blijven spanningen over de landbelofte tussen voorstanders van Groot-IsraŽl en hen die land voor vrede willen wisselen, terwijl de Jezus als Messias belijdende joden zitten ingeklemd tussen orthodoxie en de Kerk.

 

Oefening: 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19a | 19b