Oefening: 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19a | 19b

 

Gesprekken II - Oefening 16 (307-323)

Hoe doet U uw heerschappij gelden in onze tijd?

1. Gesprek als gebed. (307-308)

 

307. Hoe vervulde U, Vader, het verbond met Israël bij de Sinaï?
Ik stelde mijn Zoon aan tot Heer-schappijvoerder over Kerk en mensheid en laat u als koningen met Hem mee regeren, Mat. 28:18-20; Openb. 5:10.
Ik beëindigde de offerdienst door het offer van mijn Zoon en stelde Hem aan tot Hogepriester om uw gebeden te bemiddelen, Joh. 14:12-14; Hebr. 7-10.
Ik stortte mijn Heilige Geest op u uit en woon in u als volk van priesters en koningen, Hand. 2; 1 Pe. 2:5 en 9, HC. Zo. 12; 17-20; NGB. a. 25-26

 

308. Bevestigde U met tekenen het nieuwe verbond net als bij de Sinaï?
Ja, Ik liet bij de opstanding de aarde hevig schudden, overledenen aan velen verschijnen en bracht door vluchtende grafbewakers hun opdrachtgevers in grote verlegenheid, Mat. 27:53; 28:2-4, 11-14.
Ik daalde op Pinksteren neer onder het geluid als van een storm en met tongen als van vuur tot verwondering van joden uit vele windstreken, die in eigen landstaal hoorden getuigen van mijn daden, Hand. 2:1-12.
Ik liet de apostelen zieken genezen en doden opwekken, Hand. 3:1-10; 6:8; 9:32-43, Oef. 15.
2. Hoe wijden wij ons geheel toe aan de Heer? (309-311(vgl.295-297))

 

309. Behoren christenen, leraar, overal Christus’ koningschap te belijden?
Ja, zij zijn overal zijn dienaren. Jezus haalde het Sjema’ aan als het voornaamste gebod, Deut. 6:5; Mc. 12:34. “Luister, Israël, de Heer onze God is de enige Heer. U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel, met heel uw verstand en met heel uw kracht.”, Mc. 12:29-30. Hij liet dit volgen door een tweede gebod, Lev. 19:18b. “U zult uw naaste liefhebben als u zelf. Een ander gebod groter dan deze twee is er niet.”, Mc. 12:31, Oef. 15,.295.

 

310. Hoe ver gaat de opdracht tot volstrekte toewijding aan de Heer?
Deze is onbeperkt. “Wij smeken God u alle wijsheid en geestelijk inzicht te schenken, zodat u zijn wil volledig verstaat en een leven leidt dat de Heer waardig is en Hem in alles behaagt, zodat u op allerlei gebied vrucht draagt door goede werken en groeit in de waarachtige kennis van God. Moge u door zijn heerlijke kracht gesterkt worden om alles uit te houden en alles te verdragen.”, Kol. 1:9b-11.

 

311. Wil onze Heer, leraar, dat christenen zich afzonderen?
Nee, Hij wil niet dat zij uit de wereld vluchten maar op hun post als zout het bederf tegengaan en vruchtbaar zijn in gezin en school, maatschappij en politiek, Mat. 5:13-15. “Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader in de hemel verheerlijken.”, Mat. 5:16; 25:14-30; 1 Pe. 2:9-17. Zij mogen streven naar alles wat waar en edel, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, deugdelijk en loffelijk is, Fil. 4:4-6. Wel kan de maatschappij zo corrupt worden dat deze hen in het isolement drijft, 1 Kor. 5:9-13, of de staat zo vijandig dat zij moeten vluchten uit lijfsbehoud, Hand. 8:1-3; 9:23-25. Zij moeten streven naar heiliging, ook in het aangaan van relaties, 1 Kor. 6:12-20; 7:1-16. Hun protest tegen de verdorven cultuur kan leiden tot oprichting van eigen organisaties, maar isolement mag geen doel zijn, Oef. 15, 297.
3. Heeft ieder zijn afgod of droom en waartoe leidt dat? (312-313(298-299))

 

312. Wat is afgoderij?
Dit is onze neiging om te leven voor bezit of bedrijf, gezin of hobby, mensen en machten, idealen of dromen en deze als afgod in de plaats van of boven God te stellen, Rom. 1:21-22; Hand. 17:16-34. Religieus verlangen is niet hetzelfde als zich toevertrouwen aan de hemelse Vader, Rom. 10:5-13. Paulus schilderde in donkeren tinten de verloederde Grieks-Romeinse afgodische cultuur, Rom. 1:18-32. Luther schreef: ‘Er is nog nooit een volk zó goddeloos geweest, dat het niet een godsdienst heeft gesticht en instandgehouden. Iedereen heeft dat tot zijn god verheven, waarvan hij het goede, hulp en troost verwachtte.’ Alleen de Ware heeft recht op onze vurige liefde, ons vaste vertrouwen en onze gehoorzame dienst, Ps. 115; Joh. 5:19-30; 1 Kor. 8:5. HC. Zo. 34; 47; BPKN 66-69; Oef. 15, 298.

 

313. Wat is beeldendienst in huidige vormen?
Dit is onze neiging om Gods openbaring bij te kleuren naar eigen smaak of het bijbels geloof aan te passen aan de gangbare mentaliteit of te vermengen met andere religies (= syncretisme). Wie het OT laat vallen als achterhaald en delen uit het NT schrapt, beknot of verdraait de waarheid en vervalt in verkeerde levenspraktijken. Israël ging te gronde aan de beelden- en baäldienst, 2 Kon. 10; 15:27-31;17. Wie de HEER omvormt naar zijn smaak, vervreemdt van Hem en medegelovigen en richt kerkscheuringen aan. Jezus waarschuwt ons voor populistische profeten die wonderen doen, maar hun aanhang op een dwaalspoor zetten en de wil van de Vader niet doen, Mat. 7:13-23; 24:11. Paulus vervloekt leraren die een ander evangelie brengen, Gal. 1:8-12. De Heer zegent allen die uit liefde voor Hem in zijn waarheid wandelen met eeuwig welzijn, Oef. 15, 299.
4. Hoe gebruikt koning Christus overheden? (315-317(300-302))

 

315. Wat is de taak van de overheid sinds Christus’ troonsbestijging?
De regering van de HEER over Israël (= theocratie) ging over in Christus’ regering van alle volken (= christocratie). Hij draagt overheden – al of niet gelovig - op namens Hem de rechtsorde te handhaven, misdadigers te straffen, burgers te beveiligen, belastingen te heffen en zijn Kerk te beschermen, Rom. 13:1-7. Als zij ontaarden in antichristelijke machten, voltrekt Hij vroeg of laat over hen zijn strafgericht zodat zij in elkaar storten zoals de nazi’s in 1945 en het atheïstisch communisme in 1991, Openb. 13-21. Dit gaat vaak gepaard met bloedige strijd omdat Satan de tirannie wil blijven uitoefenen.

 

315.1. Wat is het verschil tussen burgerlijke en christelijke gerechtigheid?
Burgerlijke gerechtigheid houdt in dat ieder zijn plichten als burger nakomt in de rechtsorde zoals het plaatsen van vuilnisbakken op straat. De gerechtigheid van Gods koninkrijk omvat meer: erkenning van God en zijn wil, van Jezus Christus en de toerekening van zijn gerechtigheid, het sterven en opstaan met Hem en het doen van liefdewerken, Rom. 3:21-25; 5-6;12 Oef. 15, 300-302; Oef 46.

 

316. Hoe bevorderde Christus de gerechtigheid in de verdeling van het bezit?
Hij hield zich aan de Tora (= wet van Mozes). Deze belooft zegen op arbeid en bepaalt dat ieder de schulden van zijn naaste in het zevende jaar moet kwijtschelden en in het jubeljaar (=50e ) ‘vervreemd bezit’ teruggeven aan de oorspronkelijke eigenaars, Oef. 15 sub 301. Jezus presenteerde zich in zijn vaderstad als Messias (= Gezalfde) met een tekst waarin dit jubeljaar genoemd wordt, Luc. 4:18-19. Hij drong aan op het vermenigvuldigen van bezit en van het aan ieder toevertrouwde (talent) naar ieders aanleg, Mat. 25:14-30; Luc. 19:11-27, en stimuleerde daarmee het particuliere initiatief. Hij veroordeelde luiheid, het verspelen en verbrassen van bezit en streven naar ongebreidelde winzucht.

 

316.1. Waarschuwde Jezus tegen graaicultuur?
Hij keerde zich tegen de jacht naar rijkdom en bezit (mammonnisme). Hij drong bij een rijke er op aan om de opbrengst van zijn bezit aan armen te geven om zich een schat in de hemel te verwerven; hij stelde vast dat het voor rijken moeilijk is Gods Koninkrijk binnen te gaan, Luc. 18:18-30. Lazarus werd door engelen de hemel binnen gedragen, de rijke man leed na zijn heengaan pijn in de hel, Luc. 16:19-31. Bezitsopeenhoping ontaardt vaak in afgoderij en vijandschap tegen God, Mat. 6:19-34. Hij inspireerde de gemeente om uit liefde voor elkaar afstand te doen van eigen bezit om de armen te helpen. Hand 2:41-47; 4:32-35. De oergemeente blijft om haar gemeenschapszin en offerbereidheid paradigma.

 

317. Hoe berijden we de middenweg tussen collectivisering en graaicultuur?
De Tora handhaaft particulier bezit maar remt bezitsopeenhoping in weinige handen af. De oergemeente was offervaardig op basis van vrijwilligheid. Paulus stimuleerde door een collectesysteem rijkere gemeenten om arme gemeenten bij te staan, 2 Kor. 8 en 9. De offerende liefde doorbreekt het kille egoïsme en opent hart en beurs voor de nooddruftige. De Kerk zij het voorbeeld van gevende liefde en beoefening op grote schaal van barmhartigheid en gerechtigheid. De overheid dient als uitvoerder van vergeldende en verdelende gerechtigheid door progressief belasting te heffen excessen van opeenhoping tegen te gaan, spreiding van bezit te bevorderen en hulpbehoevenden bij te staan. De Verenigde Naties dienen ervoor te ijveren dat niemand op aarde honger lijdt.
5. Zijn kerkgebouwen nog nodig voor levende ‘tempels’? (318-319(303-305))

 

318. Hoe vereerden joden en christenen de HEER na de tempelverwoesting?
Jezus voorspelde dat aanbidders zijn Vader overal zullen eren in geest en waarheid, Joh. 3:23, en maakte door zijn dood en opstanding de tempel overbodig, Joh. 2:13-22. Joden en christenen uit de joden aanbaden Hem eerst nog samen in de tempel in Jeruzalem, Luc. 24:53; Hand. 2:46a. Stefanus opende de weg naar de aanbidding op alle plaatsen door te verkondigen dat God niet woont in een met handen gemaakte tempel, Hand. 7:47-50. God liet zijn tempel in 70 n. C. door de Romeinen verwoesten. De wegen van joden en christenen gingen uiteen. Zijn er nog cultusruimten nodig, nu gelovigen Gods tempels zijn? Vgl. Joh. 14:12-30; Hand. 2:1-4; 1 Kor. 3:16-17; 1 Pe. 2:5. In het Nieuw-Jeruzalem valt de cultusruimte samen met alle ruimten, Openb. 5:11-14; 11:13-18; 15:3-4. De Albeheerser en het Lam zijn zelf de tempel, Openb. 21:27-28. willekeurige plekken, Ex. 20:24-26.

 

319. Waarom zijn er op deze aarde kerkgebouwen en erediensten nodig?
De HEER gebiedt gelovigen zijn Naam te heiligen om zijn weldaden in particuliere en gemeentelijke huizen, Ps. 5; 84; 122; Mat. 18:15-20; Hand. 2:41-47; 3:1 (tempel); 11:19-26 (Antiochë); 19:8-9 (school van Tyrannus). Paulus roept de gemeente op te zingen en te spelen tot zijn lof, Ef. 5:19-20. Jezus droeg dienaren op door zijn Woord de gemeente te bemoedigen, opdat deze zout en licht zou zijn, Mat. 5:13-16; 13; 2 Tim. 4:1-5. Hij wil dat de leden van zijn lichaam bijeenkomen om brood te breken en elkaar tot hand en voet te zijn, Hand. 2:41-47; 1 Kor. 12-14; Hebr. 10:25. Hij regeert Kerk en wereld door geregelde voorbeden van zijn gemeente als priesters, Ex. 9:5-6; Mat. 18; Hand. 7:23-31; Rom. 15:30-33; 2 Pe. 2:9.
6. Hoe vervulde Hij de offers van de tempeldienst? (320(304-305))

 

320. Hoe vervulde Jezus de offers van het OT en hoe wil Hij dat wij offeren?
De bijbel kenschetst dit met de voorzetsels met, voor, door, in, tot en achter, vgl. hierover uitvoeriger oefening .24.

 

320.1. Wat betekent Hij-met-ons en wij-met-Hem?
De hogepriester legde op de Verzoendag zijn hand op de kop van een bok, beleed over het dier alle misdaden van het volk en laadde deze daarop op zijn kop en zond hem weg naar de woestijn, Lev. 16:20-21. Priester, volk en dier werden één in de schuld en overdracht daarvan. Jezus werd een met zondaren en droeg als het Lam onze zonden weg, Joh. 1:29, 35. Hij deed ons met zich sterven en opstaan, Rom. 6. Hij geeft ons kracht om ons te verloochenen en Hem na te volgen, Mat. 16:24-25.

 

320.2. Wat betekent Hij-voor-ons en wij-voor-Hem?
De priester sprenkelde het bloed van het offerdier over de hoornen van het altaar en het verzoendeksel om de zonden uit te wissen, opdat God vergeving zou schenken, Lev. 4:6, 20, 26, 31; 16:14. Christus offerde zich in voor ons of in onze plaats als één-voor-allen en voor of ten behoeve van ons. Hij voldeed aan Gods gerechtigheid als eis van liefde en straf door zijn gehoorzaamheid, Jes. 53; Mat. 3:15; Gal. 3:10-14. Hij wiste de zonden uit (= kipper) door zijn plaatsvervangend offer. Hij redde ons van God toorn door in het tweezijdige verbond Hem met ons en ons met Hem te verzoenen (= kat-allagein), Luc. 23:42-43; Rom. 5:9; 2 Kor. 5:11-21; Kol. 1:19-23; Hebr. 9-10; 1 Joh. 1:8-2:2. Hij is voor ons gestorven en verrezen opdat wij voor Hem zouden leven en sterven, Rom. 14:8-9; 2 Kor. 5:15. Hij bemiddelt als pleitbezorger bij de Vader voor ons onze gebeden, Joh. 14:1-14.

 

320.3. Wat betekent Hij-in-ons en wij-in-Hem?
Hij is als tweede Adam onze vertegenwoordiger, in wie wij zijn begrepen, Rom. 5:12-21. Uitverkorenen zijn in de Zoon aanwezig in Gods heilsplan, Ef. 1:3-14. Zij zijn in Hem aanwezig als de lijdende knecht op Golgota, als de verrezene in Jozefs hof en als eersteling van alle verrezen heiligen in de hemel, Kol. 3:3-4. Zij zijn in Hem als tempels van zijn Geest, Joh. 14:15-21; 1 Kor. 3:16-17. Zij brengen in en door Hem offers in goede werken, lof en dank, 1 Pe. 2:5; Hebr. 13:15-16. Zij zijn in de Vader en in de Zoon als één gemeenschap, opdat de wereld in volgelingen erkent dat de Vader de Zoon gezonden heeft, Joh. 17:20-26.

 

320.4. Wat betekent Hij-tot-ons en wij-tot-Hem?
Kenmerkend voor de verbondsrelatie is dat de HEER voor ons tot-God wil zijn, Gen. 17:7. Jezus offerde zijn leven voor de gave relatie van wij-tot-Hem en Hij-tot-ons. Hij grondde het nieuwe verbond op het offer aan zijn Vader dat Hij gedurende zijn leven bracht en op Golgota voltooide, Joh. 19:30; Luc. 24:26, 44-47; Joh. 17:4; 19:30. Hij verwierf voor ons de verlossing van schuld en Satan opdat wij tot-Hem en door Hem tot-de-Vader in een gave relatie zouden staan, Hebr. 9:11-14. Hij voldeed aan de eis van liefde tot zijn Vader en de naaste (= dadelijke gehoorzaamheid) opdat en zodat wij liefde tot God en tot de naaste hebben, Mat. 5-7. Hij onderging de vergelding van onze missers (= lijdelijke gehoorzaamheid) zodat God rechtens vergeving schenkt en wij elkaar de schulden vergeven, Jes. 53; Mat. 3:15; 6;14-15; Gal. 3:10-14.

 

320.5. Wat betekent: Hij-voor-ons-uit, wij-achter-Hem-aan?
Hij ging als het volmaakte voorbeeld ons voor. Hij wijdde zich toe aan zijn Vader en aan mensen, opdat zij als volgelingen achter Hem aan zouden gaan om zijn Vader te verheerlijken en de medemens te dienen, Mat. 10:5-42; 16:24-28; Joh. 12:24-26. Gelovigen zijn als geliefde kinderen van de Vader zijn navolgers in het liefhebben, zoals Christus hen heeft liefgehad en zich voor hen heeft overgeleverd tot een lieflijke reuk voor God, Ef. 5:1-2; Mat. 5-7. Zoals Hij ons heeft liefgehad met ziel en lichaam mogen wij Hem navolgen met lichaam en ziel, in Kerk en maatschappij, beroep en sport, zelfs in het offer van ons leven, Joh. 21:18-23; Hand. 7; 1 Pe. 3:13-18.
7. Hoe gaan wij goed met medelanders en radicalen om? (321-323(306))

 

321. Gaf Jezus richtlijnen voor de omgang met vreemdelingen en gasten?
Israël leefde geïsoleerd van de heidenen (= gojim), maar moest barmhartigheid bewijzen aan vreemdelingen, Ex. 22:20; Deut. 10:18-22. Jezus leert ons dat zijn volgelingen slachtoffers nooit mogen passeren zonder hen hulp te bieden, Luc. 10:23-30. Jezus neemt in zijn Koninkrijk helpers van vreemdelingen op, Mat. 25:35-40. Hij prees een heidense officier zalig om zijn geloof en verkondigde verbondskinderen, voor wie zijn Koninkrijk bestemd was, hun verwerping om hun ongeloof en slechte werken, Mat. 8:11-12; 21:1-27. Wel onderscheidt Hij tussen hulpbehoevende vluchtelingen en Gods volk hatende vijanden, Mat. 24:3-14; Luc. 21:8-18, maar Hij gebiedt tegelijkertijd zijn volgelingen ook hun vijanden lief te hebben en hun vervolgers te zegenen, Mat. 5:43-47.

 

322. Wat beweegt gewelddadige radicalen tot jihad?
Overtuigd door Allah gewettigd te zijn om door bermbommen, bomgordels en soortgelijk geweld Zijn vijanden uit de weg te ruimen, voeren leden van de Al-Qaida en verwante groepen met doodsverachting strijd in het geloof dat zij als martelaars in de hemel rijk beloond worden. Zij worden op koranscholen geïndoctrineerd met koranteksten, 2:190-194; 2:216; 2:243-252 (6 maal strijd); 4:74-76, 89, 95,105; 5:33; 8:12-13, 15-17; 8:39-40, 58-70; 9:29; 47:3-11 (onthoofding) enz.

 

322.1. Rust de jihadplicht op allen?
Deze rustte op de gemeenschap; als een groep deze plicht volbracht, waren anderen hiervan ontslagen. Aanvankelijk mochten moslims alleen toeslaan als vijanden hen uitdaagden; later werd de strijd bevolen tegen alle ongelovigen, van veelgodendienaars tot schriftbezitters, tot zij onderworpen zijn, dat is zich bekeren tot de islam of schatting betalen als beschermde (dzimmi). Kaliefen lieten in de elfde/twaalfde eeuw tienduizenden christenen in Noord-Afrika en Spanje onthoofden. Hamas en Hezbollah lieten kinderen in de 21ste eeuw met nepgeweren zingend marcheren: ‘dood Joden en Amerikanen!’

 

322.2. Zijn er medicijnen tegen gewelddadig jihadisme?
Het voornaamste en afdoende geneesmiddel hiertegen is de verkondiging van het geloof in Jezus Christus, de vredevorst, die vijandige groepen tot één maakte door zijn lichaam en zijn liefde, Ef. 2:11-22. Dringend nodig is herinterpretatie van gewelddadige koranteksten; deze dient toegepast te worden op de geestelijke strijd door het Woord en de liefde. Het zou een weldaad voor de mensheid zijn, als moslimgeleerden een wettige lezing van de Koran ontwikkelden - in analogie met het Nieuwe Testament - waarin zij oproepen tot de strijd zoals Jozua deed bij de verovering van Kanaän ongeldig verklaren, omdat zij in deze periode van samen wonen in de samenleving achterhaald zijn.

 

322.3. Hoe ontmaskeren we de illusie van het hemelse loon door geweld?
Het is de roeping van imams en alle moslims om gewelddadige jihaders de illusie te ontnemen dat zij door zelfdoding en grof geweld op medemensen de hemel binnengaan. Aandringen op matiging is regel in de koran. Mohammed matigde geweld en ontzag vrouwen en kinderen; de Taliban, AL-Qaida en verwante groepen treffen ook veel eigen burgers. Even precair als noodzakelijk is de teksten met loon voor gewelddadige strijders te herinterpreteren als teksten met loon voor vredestichters. Jezus prees barmhartigen en allen die goede werken doen zalig, Mat. 5:1-12; 25:11-46, maar verwees bedrijvers van geweld en onrecht naar de hel, Mat. 25:41-46.

 

323. Hoe bevorderen we de wereldvrede in deze eeuw?
Laten we ons beijveren om misstanden te bestrijden, misverstanden op te helderen en vijandsbeelden te doorbreken. In de twintigste eeuw ondermijnden nazi’s en marxisten de rechtsorde met als gevolg de dood van multi-miljoenen; indien extremisten de rechtsorde schenden en volken gijzelen met geweld, kan dit escaleren in een derde wereldoorlog. Jezus voorspelde oorlogen, Mat. 24:6-8, zelfs de ondergang van een derde of vierde deel van de mensheid, Openb. 6:7-8; 9:15 (twee miljard?), maar wil echter niet dat wij hierbij passief blijven maar ons inzetten voor gerechtigheid en vrede; want Hij zendt zijn oordelen vanwege ongerechtigheid; door onze inzet helpen we deze uitbarstingen te voorkomen.

 

323.1. Hoe bereiken we democratie, tolerantie en integratie?
Moslims, die in het Westen Allah vrij in eigen moskeeën mogen belijden, leren de les om in een democratische samenleving niet met het zwaard maar met mond en pen de waarheidsstrijd te voeren en kritiek op elkaar te oefenen.
Christenen dienen het voorbeeld van geduld en liefde te zijn en ervoor te ijveren dat tolerantie niet ontaardt in elkaar beledigen, uitdagen of opruien, 1 Kor. 13.
Integratie krijgt wortels vanuit gesprekskringen rond bijbel en koran. Zoals christenen in het Westen dienen op te komen voor de vrijheid van het belijden van moslims en bouwen van moskeeën, zo dienen moslims dit te doen voor de vrijheid van het belijden van christenen in landen met een moslimmeerderheid, waar zij nu nog worden verdrukt of hun kerken worden afgebrand. Het evenwicht in gerechtigheid is nog niet bereikt, vraagt aanhoudend gebed en voortdurende aandrang op overheden.

 

Oefening: 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19a | 19b