Oefening: 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19a | 19b

 

Gesprekken II - Oefening 14 (270-294)

Wat beoogt U met de komst van de islam?

1. Gesprek als gebed. (270-271)

 

270. Waarom liet U, Koning Jezus Christus, zes eeuwen na uw troonsbestijging de islam opkomen en groeien tot de in grootte tweede religie?
Ik voer het plan van mijn Vader uit, waarin Hij IsmaŽl, eersteling van Abraham, de zoon uit wiens nageslacht vele moslims stammen, een confronterende rol gaf onder de volken, Gen. 16:11-12.
Ik liet door de islam arabische stammen, die vele goden vereerden, verenigen onder de koepel van ťťn godheid.
Ik ontketende daarmee de strijd der geesten over Mij, Jahweh, de Ene, God-van-Abraham, God-van-Isaak, God-van-Jakob, Vader, Zoon en Heilige Geest, Gen. 12-50; Deut. 6:4-9; Mat. 3:13-17; 11:25-27; 22:31-32; 28:18-20.

 

271. Hebt U ook oorlogen en verhuizingen opgenomen in uw strategie?
Ik schudde door de islam vooral in 1453 door de val van Constantinopel en in 2001 door de verwoesting van de twee torens in New York vele christenen door elkaar om hen wakker te maken en op de knieŽn te brengen.
Ik beproefde moslims door onderlinge twisten en bezettende machten om eigen onmacht tot het goede te leren inzien.
Ik bracht moslims naar West-Europa om met anderen samen te leren leven en door christenen Mij als God-van-gemeenschap te leren kennen.
Ik confronteerde in Kanašn dagelijks IsraŽl, christenen en moslims via woord en beeld met Mij, Koning der koningen, en mijn wereldwijd heilsplan, Oef. 18.
2. Wat zijn Gods raad en heilsplan in de geschiedenis? (272-274)

 

272. Kunnen we, leraar, ooit Gods plannen op het spoor komen?
Ja, in grote lijnen wel. Hij onthulde zijn heilsplan (= mustŤrion) aan Abraham, Gen. 12:1-3. DaniŽl kreeg daarin al inzicht in het gezicht van de Mensenzoon, straks de Rechter van levenden en doden, vgl. Dan. 7 met Mat. 24. De HEER vervulde dit in Jezus Christus, Luc. 1:25-38; Ef. 1:3-23; 2-3. Hij openbaart ons de voortgang van dit plan door de Geest van wijsheid en kennis, Joh. 16:23-28; 1 Kor. 2:10-12; 11-14. Dit betekent niet dat we de eigen levensgang en die van anderen tot in verfijndheden doorgronden. Pas na dit leven zullen we volmaakt kennen, 1 Kor. 13:8-13.

 

273. Waar en hoe informeert de HEER ons over onderdelen van zijn plan?
Dat doet Hij door de feiten en openbaringen aan engelen en profeten, Oef. 4 en 5. Dichters zingen van canons in IsraŽls verbondsgeschiedenis in leerdichten, Ps. 78-81; 105-106. Engelen getuigen van Gods reddende ingrepen, Ri. 2-3:1-4; 6-9; Luc. 1:8-20; 26-32. Mozes zong een onthullend lied over IsraŽls toekomst tot de jongste dag: de HEER beloont gehoorzamen en straft ongehoorzamen, Deut 29-33; Openb. 15:2-4. Profeten en evangelisten getuigen dat Hij alle volken regeert, Ps. 33; 97; Jes. 40:12-31. Hij gebruikt daarbij Satan en oorlogen, verhindert boze plannen, doorkruist deze of buigt ze om, Mat. 13:34-43 24; Openb. 4-20, Oef. 6 en 7.

 

274. Openbaarde de HEER ons ook welke rol Hij Isaak en IsmaŽl gaf?
Hij beloofde Abraham, Isaak en Jakob: ĎIk wil voor u tot God-van-een-vaste-relatie zijn, u een groot nageslacht en Kanašn geven en door u de mensheid zegenen.í, Gen. 12-50. Hij beloofde IsmaŽl, zoon van Abraham en Hagar, eveneens een groot nakomelingschap en een confronterende rol als dwarsligger. ĒEen wilde ezel wordt hij, zijn hand gaat omhoog tegen allen, en allen verheffen hun hand tegen hem, al zijn broers trotseert hij!Ē, Gen. 16:7-12.
3. Hoe voltrok zich de opkomst van de islam en strijd der geesten? (275-279)

 

275. Hoe ontwikkelde Mohammed zich?
Mohammed (Ī 570-632) verdiepte het in ArabiŽ bestaande geloof in Allah. Hij getuigde van de Ene, Barmhartige en Almachtige voor zijn plaatsgenoten in Mekka, die meenden dat Allah aan het hoofd stond van 360 goden. Hij keerde zich tegen afgoderij (= sjirk) en sloot aan bij joden en christenen als lieden van het boek. Toen hij later ontdekte dat de overeenstemming met hen toch niet zo groot is als hij eerst dacht, veronderstelde hij dat dit kwam door in de bijbel door hen aangebrachte veranderingen. Hij greep terug op Abraham als de eerste vrome en legde een relatie tussen de islam en IsmaŽl.

 

275.1. Wat is de hidzjra?
Toen de Mekkaan in eigen stad op weerstand stuitte, week hij in 622 uit naar Medina (= Yathrip) als toevluchtsoord; deze Ďuitwijkingí(= hidzjra) werd beginpunt van de islamitische tijdrekening (2010 = 1431). Daar bouwde hij Medina op als godsdienstige en burgerlijke gemeenschap, veroverde Mekka en bond door strijd of onderhandeling Arabische stammen aan zich. Zijn opvolger (= kalief) Aboe Bakr, vader van Mohammeds meest geliefde vrouw AÔsja, verenigde alle stammen en begon met veroveringen van landen buiten ArabiŽ.

 

276. Wat was zijn getuigenis of sjahada?
Hij getuigde van God, engelen, boeken en profeten, en het eindgericht. ĎU die gelooft. Gelooft in Allah, in zijn gezant, in het boek dat Hij heeft neergezonden tot zijn gezant (= koran) en in het boek dat Hij vroeger al heeft neergezonden. Maar wie geen geloof hecht aan Allah, zijn engelen, zijn boeken, zijn gezanten en de laatste dag, die is ver afgedwaald.í, s. 4:136. Gelovigen mogen tussen Gods gezanten geen onderscheid maken, 4:150-151.

 

277. Hoe luidt de eerste soera van de Koran?
ĒIn de naam van Allah, de Barmhartige Erbarmer. Lof zij Allah, de Heer van de bewoners van de wereld, de Barmhartige Erbarmer, de Heerser op de oordeelsdag. U dienen wij en U vragen wij om hulp. Leid ons op de juiste weg, de weg van hen aan wie U genade geschonken hebt, op wie geen toorn rust en die niet dwalen.Ē
Moslims hernieuwen het verbond, dat Allah al met mensen gesloten had voor de schepping, 7:172, door hun getuigenis dat als een zegel en aangeboren bestemming (fitra) in hun hart geprent is. Het eerste deel van het sjahada luidt: la ilah illah Ďllah, = er is geen god behalve Allah. Het tweede deel dat de aanvaarding van de islam volledig maakt maar niet dezelfde waarde heeft als het eerste luidt: Mohammad rasoel Allah, = en Mohammed is zijn gezant.

 

278. Hoe ontwikkelde de islam zich in het Midden-Oosten en Oosten?
Moslims breidden het Gebied-van-overgave (= Dar al-islam) door veroveringen uit naar het Gebied-van-oorlog (= Dar al-harb). Aboe Bakr (632-634) onderwierp het Arabisch schiereiland; de tweede kalief Oemar (634-644) Iran, SyriŽ, MesopotamiŽ, ArmeniŽ, Palestina en Egypte. In 664 viel Kaboel in Afghanistan in handen van moslims. In 750 brachten kooplui de islam naar Zuid-West-India, waarna het zich uitbreidde naar Pakistan, Bangladesh, India en IndonesiŽ.

 

279. Hoe ontwikkelde de islam zich in het Westen?
In en na 642 viel Noord-Afrika in handen van Moslims, in 714 Zuid- en Midden-Spanje. In 722 verhinderde Karel Martel, grootvader van Karel de Grote, de islamisering van Europa door bij Poitiers de moslims een nederlaag toe te brengen. Onder de Oemayyaden werd in de tiende eeuw Al-Andaloes of het Iberisch schiereiland het rijkste en meest verstedelijkte land van Europa met als hoofdstad Cordoba met 500.000 inwoners, terwijl Parijs toen ongeveer 38.000 inwoners telde. In de elfde eeuw begon de herverovering (= reconquista) van Spanje; het laatste moslimbolwerk viel in 1492.
Dit was ook het jaar van Columbusí ontdekking van de Nieuwe wereld. De Byzantijnen leden in 1071 een nederlaag bij Manzikert, waarbij de keizer werd gevangen genomen. De val van Constantinopelin 1453 was een ommekeer in Europaís geschiedenis. Moslims onderwierpen eeuwen later enige volken in de Balkan maar werden in 1683 gestuit bij Wenen.
4. Wat zijn de achtergronden van de strijdbaarheid van de islam? (280-286)

 

280. Wat zijn volgens de bijbel de achtergronden van de opkomst van IsmaŽl?
Dat zijn Gods beloften aan Abraham over Isaak en IsmaŽl, 281; de tegenstelling tussen SaraÔ en Hagar of belofte contra wet, 282; en Satans machinaties, 283.

 

281. Wat beloofde de HEER aangaande IsmaŽl?
Hij zei Abraham toe uit zijn eersteling IsmaŽl een groot volk te maken en voorzei aan Hagar dat haar zoon een horzelfunctie zou krijgen, Gen. 16:7-13; 17:20; 21:8-21. Nu gaat de islam niet direct terug op IsmaŽl of diens nakomelingen maar velen van hen werden moslims. De wortel van het conflict zit in de tent van Abraham, die op advies van Sara eigenmachtig ingreep door bij Hagar een kind te verwekken en zelf problemen veroorzaakte.

 

282. Welke rol spelen wet en evangelie in de relatie islam/christendom?
In Abrahams roeping staat centraal dat de Almachtige bewerkt wat Hij belooft, ook op hoge leeftijden. Wij kunnen het heil niet bewerken. SaraÔ is type van Gods almacht, belofte, vrijmacht van de Heilige Geest en het nieuw-Jeruzalem, Hagar werd het type van eigenmachtig ingrijpen, wet en slavernij, Gal. 4:24-31. Al vroeg botsen in Isaak en IsmaŽl op elkaar evangelie en wet. De botsing tussen islam en christendom is meer dan een conflict van beschavingen; hierin stuiten op elkaar de heerschappij van de Wet en de mens en de heerschappij van Jezus Christus en zijn Geest. Paulus sprak over wetsdrijvers twee maal een vervloeking uit, omdat hij het werk van Christus zag aangetast, Gal. 1:6-11. Het gaat om de waarheid van het evangelie: is Jezus Christus al of niet de Verlosser? Worden wij door het geloof in Hem behouden of op grond van onze werken?

 

283. Welke rol speelt, leraar, Satan in Gods Hand?
Dit hoofd van boze geesten vervult de dubbele rol van tegenstander van God, zijn Messias en zijn volk en van Gods instrument tot beproeving van gelovigen, Job, Oef. 7. Satan dwarsboomde Gods heilsplan door farao en Amalek, dat IsraŽls legertros trachtte uit te roeien. Jahweh beval Mozes: Ďleg vast dat Ik de herinnering aan Amalek ga uitroeien!í, Ex. 17:8-14.
In DaniŽls tijd streed de engel MichaŽl tegen de vorst van het koninkrijk van PerziŽ, Dan. 10:13; vgl. Openb. 12. Satan trachtte door revanchist Haman IsraŽl uit te roeien. Hij kraakt beurtelings synagoge, kerk en moskee, Mat. 12:43-45. Hij drong binnen in de harten van lasterende leiders: ĒU drijft boze geesten uit door BeŽlzebul, de opperdemon!Ē, Mat. 12:24. Jezus zette hen schaakmat. ďAls de satan zichzelf uitdrijft, raakt hij in zichzelf verdeeld; hoe zal zijn rijk dan standhouden? Maar als Ik met behulp van Gods Geest boze geesten uitdrijf, dan is kennelijk Gods Koninkrijk onder u gekomen. ď, 12:26, 28. 43-45.

 

284. Waaraan is, leraar, Satan herkenbaar?
Hij treedt op als kenner en misbruiker van de bijbel, Mat. 4:1-11. Dat in de koran andere voorstellingen van zaken worden gegeven dan in de bijbel komt deels door onkunde deels door opzettelijke wijzigingen pro islam. Satan lastert God en loochent Jezusí Zoonschap, Mat. 12:22-37; Joh. 19:7; 1 Joh. 2:20-23. Hij is de vader van leugenaars en moordenaars, Mat. 23; Joh. 8:21-59. Hij kreeg sinds de Verlichting, die zijn bestaan loochent, velen in zijn greep. De Koran waarschuwt voor Satan als vijand van gelovigen, s. 2:168-169; 12:5, 42b; 14:22. Paulus maant christenen met heel hun wapenrusting te oefenen om in staat te zijn te vechten tegen demonen, Ef. 6:10-20. Het uitroeien van indianen in Amerika door christenen en het in brand steken van kerken of doden van christenen door islamisten komt voort uit de koker van de aartsmoordenaar.

 

285. Waarom is inkeer nodig voor christenen en moslims?
Woont en werkt Satan onder ons en gebruikt hij ons? Kreeg hij het afvallige deel van het Westen in zijn greep? Voedt hij nationalistische sentimenten in de Verenigde Staten bij het machtsstreven? Drijft hij moslimlegers aan? Laat hij door de Taliban en Al-Kaida jongeren hersenspoelen en zelfmoord plegen met de hemelbelofte? Werkt hij in het Wahabisme in Saoedi-ArabiŽ, waaruit de aanval op 11-9-2001 voortkwam?

 

286. Kent u, leraar, een waarschuwend voorbeeld tegen argeloosheid?
De aartsleugenaar strooide zand in de ogen van vele Duitsers zodat zij de heers- en moordzucht van naziís (1933-1945) niet hebben doorzien. Deze gijzelden vele Europese volken met als gevolg de dood van minstens veertig miljoen mensen in WO-II. De verwoester kan opnieuw toeslaan door radicalen, die de mensheid gijzelen door atoombommen. Signaleren we waakzaam de sinistere streken van de vorst der duisternis of steken we als struisvogels de kop in het zand: Ďdat zal ons echt niet gebeuren, zo zijn wij niet!í?
5. Waarin beproefde de Heer christenen door moslims? (287-288)

 

287. Hoe beproefde de Heer joden en christenen?
Moslims beschermden hen door een overeenkomst tussen vorst en onderdanen (= dimma). Zij waren als tegenprestatie verplicht extra belasting te betalen en zich te beperken in gedrag, huizenbouw en kleding. Zij mochten geen wapens dragen en geen paarden berijden, niet zonder meer synagogen of kerken bouwen of niet zo groot dat zij moskeeŽn in de schaduw stelden; zij konden geen ambtenaar worden, al waren er uitzonderingen. Zij handhaafden zich in wijken rond synagoge of kerkgebouw. Hun verhouding met moslims was complex en verschilde per gebied, in Spanje en Bagdad ontspannen, elders gespannen. Zij ervoeren hun verblijf in een tweede rangspositie als beproeving. Zij vroegen zich vooral bij vervolgingen af: Ďwat beoogt U, Heer, met deze kwellingen en vrijheidsbeperkingen ?í

 

288. Wat waren de grootste schokken voor christenen?
Toen Saladin de kruisvaarders verpletterde in de slag bij Hattin in 1187 en Jeruzalem en Kanašn in handen van moslims vielen, veroorzaakte dit bij velen een schok: ĎIs Allah machtiger dan koning Christus?í
Toen in 1453 Ottomanen Constantinopel veroverden, veroorzaakte dit smadelijke slot van het duizendjarige Byzantijnse rijk een nog grotere schok: ĎHoe kunt u, Heer, toestaan dat moslims zich ons erfgoed toeŽigenen zoals de Hagia Sofia? Waarom vernedert U ons zo diep?í
Schokkend blijft de vernietiging van de tweelingtorens in New York op 11-9-2001. Nog op 11-9-2009 bezwoer president Barack Obama de daders van deze gruwelijke misdaad, die 2976 mensen het leven kostte, te vervolgen om de gestorvenen recht te doen en de veiligheid van het land te verdedigen. De daders waren meest goed ontwikkelde SaoediŽrs, geworteld in het Wahabisme.
Heel wat gematigde moslims zagen dit als het verdiende loon van hoogmoedige Amerikanen door Ďcowboysí; christenen vroegen zich af: ĎWat wil U, Heer, met de zoveelste botsing bij ons en hen bereiken?í
6. Hoe beproefde de Heer moslims onder twisten en bezetting? (289-290)

 

289. Hoe vernederde en beproefde de HEER moslims?
Moslims ervoeren dat waar macht zonder liefde de dienst uitmaakt het bloed bij stromen vloeit. Na Mohammeds overlijden twistten soennieten en sjiieten over zijn opvolging, pleegden over en weer moorden en stonden eeuwen tegenover elkaar. De oorlog tussen Iran (sjiieten) en Irak (meest soennieten) van 1980-1988 kostte meer dan miljoen levens-in-knop.
Deze had meerdere oorzaken maar stond niet los van het optreden van Khomeiny en zijn radicale islam; onder zijn bewind werden Ī 100.000 IraniŽrs vermoord, vaak om beschuldigingen van lastering van Allah of de koran. Er braken burgeroorlogen uit. In Algerije slachtten islamisten rond 1995-2000 meer dan 200.000 volksgenoten op gruwelijke wijzen af. Moslims dienen zich schuldbewust af te vragen: Ďwat missen wij dat dit kon gebeuren? Waarom hebben wij tekort aan liefde voor elkaar? Hoe veranderen wij dit dan?í

 

290. Hoe kwam de Heer moslims tegen door andere volken?
Mensenvlees etende Mongolen maakten in 1243 de Abessidische hoofdstad Bagdad met de grond gelijk; de val van het kalifaat was een smadelijk slot van een groots tijdperk. Van 15e tot de 20ste eeuw botsten moslims en Oostenrijkers, Russen en koloniale mogendheden. In Balkanoorlogen (1912-1913) verloren de Ottomanen een groot deel van hun Europese grondgebied. Portugezen, Fransen, Engelsen en Nederlanders traden op als bezettende macht. In 1830 bezetten Fransen Algerije en Algiers. Moslims ervoeren de bezetting van delen van de dar-al-islam als vernedering omdat zij hun religie superieur achten. Zij zagen in de in 1948 opgerichte staat IsraŽl, de nederlagen van hun aanvallende legers en in de vlucht van 725 000 Palestijnen als verlate kruistocht. Zij ervoeren de bezetting van hun gebied als smaad voor Allah. ĎWaarom moeten Palestijnen boeten voor misdaden van het Westen aan joden onder de druk van joden in een gebied van Allah?í
7. Welke lessen trekken wij hieruit? Wat mogen we verwachten? (291-294)

 

291. Wat levert gewetensonderzoek op?
De Heer vernederde joden, christenen, moslims door rampspoeden opdat zij tot zichzelf zouden inkeren in berouw en tot Hem terugkeren, Jes. 2:6-22; s. 6:42-43. Dat een deel van het Westen de HEER verruilde voor welvaartsafgoden behaagt Hem evenmin als dat er binnen de islam stromen van bloed vloeiden en dat christenen door moslims werden gedood. Voor allen die door vervreemding van de Bron in gewetensproblemen geraakt en hongeren naar oplossingen klinkt Jezusí roep: ďIk ben het Brood van het leven; wie tot Mij komt, krijgt geen honger meer; en wie in Mij gelooft, krijgt nooit meer dorst!Ē, Joh. 6:37.

 

292. Hoe werken christenen en moslims aan vrede door gerechtigheid?
De Koran verwijst vaak naar Tora en Evangelie, s. 2:38-43, 53, 285; 3: 84; 5:46-48; 6:92; 26:195-196. Bijbel en koran dienen door christen en niet-christen gekend te worden omdat zij de basis van twee culturen vormen.
Christenen en moslims belijden inhoudelijk niet dezelfde God maar erkennen wel overeenkomsten in zijn deugden. Beiden belijden Hem als de Ene en Levende, Barmhartige en Almachtige. Zij verzetten zich beiden tegen atheÔsten die Hem zien als ontwerp van onze verbeelding. Zij keren zich tegen verafgoding van mens en wetenschap, volk en staat, bijbel en koran. Zij erkennen: niemand is met Hem te vergelijken; uit, door en tot Hem is alles. Hij heeft recht op aller aanbidding (contra sjirk).

 

293. Hoe blijven we onvermoeibaar moedig?
Er kan moeheid optreden in de omgang tussen christenen en moslims, omdat zij steeds weer stuiten op dezelfde verschillen en weerstanden. Jesaja bemoedigde zijn volk in ballingschap. ĎHoudt uw aandacht gericht op de Onvergelijkelijke Schepper, die nooit uitgeput raakt en vermoeiden energie en moed verleent!í, Jes. 40:12-31. Petrus, getroffen door het neerdalen van de Heilige Geest op de heidenen, vatte zijn bevindingen voor de Raad van oudsten samen in de woorden: ĒAls God aan hen (= gelovigen uit de heidenen) dezelfde gave heeft geschonken als aan ons (= joden), - wie ben ik dat ik God had kunnen tegenhouden?Ē, Hand. 11:17. Ook de koran belijdt dat de Barmhartige Almachtige uit de dood van haat en vervreemding het leven van liefde en gemeenschap voortbrengt, s. 3:26-28.

 

294. Wie is de bron van onvermoeibaarheid en wat het middel?
De bron is de Almachtige; als Hij in de harten werkt, wie houdt Hem dan tegen? Hij is bij machte meer te doen dan wij kunnen bedenken in het helen van bitterheden en het stoppen van de kringloop van wraak, Ef. 3:14-21.
Hij biedt hulp op voorbeden van volhardende bidders, het voornaamste middel waardoor Hij in ons midden werkt, Mat. 5-7; Joh. 14:12-13; 15:1-17.

 

Oefening: 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19a | 19b