Oefening: 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19a | 19b

 

Gesprekken II - Oefening 13 (253-269)

Doet U ook de islam aan het verbond met Abraham deelhebben?

1. Gesprek als gebed. (253-254)

 

253. Vader, zijn alle kinderen van Abraham uw kinderen?
Nee, er zijn er die lichamelijk van hem afstammen maar geen goede vrucht voor God voortbrengen, Mat. 3:1-12; 23; Joh. 1:11; 8:31-59.
Ik zegende IsmaŽl, zoon van Abraham en Hagar, met een talrijk nageslacht van ismaŽlieten, maar velen gingen andere wegen dan hun stamvader, Gen. 17:20; 16:10; 21:8-21.

 

254. Wie zijn, o Vader, ware kinderen van Abraham?
Dat zijn allen die Ik herschep zodat zij voor Mij en mijn Zoon kiezen en de vrucht van liefde en blijdschap dragen, Mat. 3:9-12; Joh. 1:12-13; 15.
Dat zijn zij die Ik rechtvaardig door het geloof in Jezus Christus zoals Abraham, wiens geloof in Mij Ik tot gerechtigheid rekende, Gen. 15:6; Rom. 4; Gal. 3-4.

 

Zegen over IsmaŽl (Jahweh)
ĒMaar ook uw verzoek Ė van Abraham Ė betreffende IsmaŽl verhoor Ik. Ik zal hem zegenen, hem vruchtbaarheid geven en hem ZEER TALRIJK maken. Twaalf vorsten zal hij verwekken en Ik zal een groot volk van hem maken, maar mijn verbond zal Ik oprichten met Isaak die Sara het volgen jaar op deze tijd zal baren.Ē, Gen. 17:20-21.
Kinderen uit stenen (Johannes)
ĒBreng liever VRUCHT voort waaruit bekering blijkt. En denk maar niet dat u Ė geestelijke leiders - kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader! Want ik Ė Johannes de DoperĖ zeg u dat God van deze stenen kinderen kan maken voor Abraham.Ē, Mat. 3:8-9.
Echte kinderen moorden niet (Jezus)
ĒAls u werkelijk kinderen van Abraham bent, zou u DOEN WAT ABRAHAM DEED. In plaats daarvan bent u er op uit om Mij te doden, iemand die u nog wel de waarheid heeft verkondigd die Hij van God heeft vernomen. Zoiets zou Abraham nooit gedaan hebben!Ē ďWie niet MET Mij is, is TEGEN Mij; en wie niet met Mij bijeenbrengt, die verstrooit! Ē
Vloek en zegen (Paulus)
ĎChristus heeft ons vrijgekocht van de VLOEK van de wet door zelf voor ons een vloek te worden Ė want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die hangt aan het hout Ė opdat in Christus Jezus de ZEGEN over de heidenvolken zou komen, opdat wij de beloofde GEEST zouden ontvangen.Ē, Galaten 3:13-14.
2. Wat zegt de koran over Abraham, Mohammed en de vromen? (255-258)

 

255. Besteedt de koran veel aandacht aan Abraham?
De koran wijdt ongeveer ťťn op de dertig verzen aan hem en beschouwt hem als de vader van de islam, omdat hij het geloof in de Ene aanhing, s. 6:161-163; 16: 120-123. Hij geldt met IsmaŽl als bouwer van een gebedsplaats bij de Kaíaba in Mekka. Tijdens Mohammeds Ďhemelvaartí zit Abraham in de zevende hemel, dicht bij Gods troon, hoger dan Jezus die hij ontmoet in de tweede hemel.

 

256. Wat zegt de koran over de aankondiging van Mohammed?
De koran erkent dat Jezus op wonderlijke wijze door Gods Woord uit de maagd Maria werd geboren, het Woord Gods is en behoort tot hen die in Gods nabijheid zijn, s. 3:45. Hij zou het nieuws verkondigd hebben van de komst van een gezant na hem met de naam Ahmad (= Mohammed), s. 61:6. Oef. 20. Toen hij met de duidelijke bewijzen kwam, zouden de IsraŽlieten gezegd hebben: Ďdit is toverijí, s. 61:6b.

 

257. Hoe kwam Mohammed ertoe Abraham als vader van de islam te zien?
Hij wilde geen nieuwe godsdienst invoeren maar het geloof in de Ene in de Arabische taal tot leven roepen. Hij zag Abraham niet als jood of christen maar als kroongetuige van de Ene, de vrome (= hanif) die brak met het veelgodendom en als vader van allen die zich aan Allah overgeven, 2:124-141; 16:120-123. De koran leidt de islam terug tot Abraham en achter hem tot Adam. Allah zou Mohammed met de leidraad van de ware godsdienst gezonden hebben om hem te laten zegevieren over de gehele godsdienst, s. 63:9.

 

258. Kunnen we spreken van een Abraham-oecumene?
Deze term is als koepel voor het jodendom, christendom en de islam niet geschikt omdat oecumene (= bewoonde wereld) gangbaar is voor de Kerk. Een betere term is Abraham-religies, omdat zij tot hem worden herleid..
3. Wat zegt de islam over IsmaŽl, de ware religie en IsraŽl? (259-263)

 

259. Wat is de overeenkomst en het verschil tussen Isaak en IsmaŽl?
Beiden zijn kinderen van Abraham, van Gods bijzondere zorg en verhoorde gebeden; beiden dragen het verbondsteken, Gen. 17-21. Het verschil is dat de HEER zijn genadeverbond niet met IsmaŽl, zoon van Abraham en Hagar, voortzette maar met Isaak, zoon van Abraham en SaraÔ. Hij beloofde Isaak zijn gemeenschap, geleide en Kanašn en IsmaŽl vele nakomelingen, die als bedoeÔnen en dwarsliggers conflicten zouden veroorzaken, Gen. 16:11-12.

 

260. Welke verbanden legt de koran tussen Abraham, IsmaŽl en Mohammed?
Tijdens de Medina-periode groeit IsmaŽl uit tot de bevoorrechte zoon van Abraham, s. 2:131-133. Hij speelt in de bijbel een belangrijke rol na Isaak, Gen. 16:9-13; 17:20; 21:8-21 en 25:12-18, maar krijgt in de koran de sleutelpositie, Abraham zou met IsmaŽl bij het gebedshuis bij de KaŠba gebeden hebben om een gezant (= Mohammed), 2:127-129. Mohammed zou afkomstig zijn uit de stam van de Qoerasj die teruggaat op Abraham en IsmaŽl, die met enige nakomelingen in een vallei zonder gewas (= woestijn) bij Gods heilig huis in Mekka zouden hebben gewoond, s.14:37. Als kinderen van Abraham gelden allen die zich overgeven aan Allah en die Hem en Mohammed gehoorzamen, 4:17-18 en 79-80; 8:20 en 46; 9:29-35; 33:40-45.

 

261. Waarom is de islam volgens de koran de ware religie van Abraham?
De koran stelt dat niet de lijfelijke afstamming van Abraham beslissend is maar de geestelijke afstamming van hem als vader van alle aanbidders van Allah. Moslims vinden dat zij het dichtst staan bij Abraham die er al was voordat Mozes de Tora en Jezus het evangelie ontving. Zij zien de islam als de oudste en jongste religie, die prioriteit verdient boven andere religies. Zij belijden Mohammed als gezant van Allah, als laatste profeet en zegel op alle profeten, 33:40b. Hij vat allen samen, overtreft hen en besluit hen; na hem kan er geen profeet meer komen. ĎHij (= Allah) is het die zijn gezant met de leidraad en de ware godsdienst gezonden heeft om hem te laten zegevieren over de gehele godsdienst, ook al staat het de dienaars van veel goden tegen.í, s. 9:33; 61:9.

 

262. Zijn moslims te overtuigen van het recht van joden op Kanašn?
Zij menen dat Palestina na de verovering daarvan gebied is van de islam. Zij zien amper of niet in dat in het OT (ĎTaurahí) de belofte van godsgemeenschap vervlochten is met de landbelofte, Gen. 15:6-21; 17:1-8, 17-22. De HEER voerde zijn volk in 722 en 586 a.C. weg uit Kanašn als straf, maar Hij verzekerde de ballingen ook: ĎIk verbreek mijn (land)beloften nooit!í, Jer. 31:33-37; Ez. 36-37. De christen geworden jood Paulus hield vast aan IsraŽls bevoorrechte positie als volk van de verbonden en beloften, Rom. 9:1-5. Christusí komst en de tweede wegvoering in en na 70 n.C. nopen ons flexibel met de landbeloften om te gaan, Luc. 21:22, maar Gods is barmhartig en maakt steeds weer een nieuw begin. Wie iedere relatie tussen volk en land loochent, komt in moeilijkheden met uitspraken over de duurzaamheid van het verbond, Jer. 31:33-37 (Ďondanks alles mijn volkí); Ez. 37; Zach. 8, Oef. 11-12; 17-19.
4. Kan de islam geweld rechtvaardigen door beroep op oud-IsraŽl? (264-265)

 

264. Mag en kan de islam zich voor geweld op Abraham beroepen?
Dat kan zij in beperkte zin voor verdedigend en bevrijdend geweld. Abraham leverde slag met Kedar-laomer om familieleden te bevrijden, Gen. 14, maar hij ontketende geen aanvalsoorlog.

 

264.1. Mag het offer van Isaak dienen tot rechtvaardiging van kinderoffers?
Abraham moest zijn zoon offeren aan God, Gen. 22; s. 37:99-109. Dit geeft aanleiding tot het geestelijk/lichamelijke offer van toewijding aan God, s. 22:28 en 30, maar mag niet dienen om kinderen naar mijnenvelden te sturen om zich te offeren en de weg vrij te maken voor soldaten zoals in de oorlog tussen Iran en Irak gebeurde. Het mag evenmin rechtvaardigen om mensen te omkleden met bomgordels met de belofte: Ďzo gaan jullie zeker direct naar het paradijs!í God weerhield Abraham er van zijn zoon te offeren en voorzag in een plaatsvervangend offer, Gen. 22:14, als voorafschaduwing van het offer van zijn Zoon waardoor Hij voor ons het paradijs opende.

 

265. Mogen de oorlogen van oud-IsraŽl tot voorbeeld voor ons dienen?
Neen, oud-IsraŽl moest op Gods bevel Kanašn veroveren onder leiding van Jozua, Dit is een onherhaalbare en achterhaalde opdracht uit een vroegere bedeling en is vervangen door de opdracht tot strijd (jihad) met Woord en Geest, Mat. 4:1-11; Ef. 6:10-20.
5. Wat is de taak van de Kerk ten opzichte van de islam? (266-269)

 

266. Heeft evangelieverkondiging aan moslims prioriteit?
Paulus vertrok na zijn bekering en roeping tot apostel voor de heidenen naar ArabiŽ om daar drie jaar lang het evangelie te verkondigen, Gal.1:17-18. Zijn optreden leidde tot spanningen zodat de overheid tegen hem in actie kwam en hij uit Damascus moest vluchten, 2 Kor.11:32-33. In ArabiŽ woonden joden maar ook vele nazaten van IsmaŽl, zoon van Abraham en Hagar. Paulus onderscheidt tussen de bedeling van Sara met de belofte en vrijheid door de Heilige Geest en de bedeling van Hagar met de wet en slavernij en legt daarmee een verbinding tussen ArabiŽ en Hagar, agaGal. 4:24-31. Heeft hij zijn roeping eerst willen vervullen in de woestijn onder de Arabieren en Joden? Hij slaat een felle toon aan tegen hen die behouden willen worden door eigen werken.

 

267. Leverde Paulus in ĎGalatení al een polemiek-vooraf met de islam?
In indirecte zin wel. Gemeenten in GalatiŽ (Midden-Turkije) vielen terug in de leer van het behoud door goede werken. Paulus vervloekt ieder die een ander evangelie brengt, Gal. 1:6-11. De islam erkent Jezus als zoon van Maria (23 x), profeet en boodschapper, rechtschapene, gelijkenis en voorbeeld, hoog in aanzien staande en dicht bij God geplaatste, gezegende en messias, woord, geest en dienaar, maar helaas niet als de enige Redder van hulpeloze zondaren. Zij leert dat de Rechter bij het eindgericht mensen met goede werken verwijst naar het paradijs en allen die daarvan te weinig hebben veroordeelt tot de hel, maar leert niet dat Jezus Christus het paradijs heeft geopend door zijn lijden. De islam dient zich Paulus heftige taal aan te trekken en daarmee winst te doen voor de eeuwigheid, Oef. 20; 35.

 

268. Wat stelt de Kerk tegenover de Godsleer in de islam?
Er zijn liberalen die Mohammed erkennen als gezant van de Ene, Schepper en Rechter, die de belijdenis van Jezusí godheid door het concilie van Nicea corrigeerde maar niemand van hen erkent hem als zegel op alle profeten.
De Kerk stelt dat er overeenkomsten zijn in de deugden van de HEER en Allah maar dat de islam in gebreke blijft te erkennen dat God zich in zijn Zoon heeft geopenbaard als Verlosser van zondaren en Heer, die over Satan triomfeert, Luc. 19:9-10; Joh. 8:31-59; Rom. 4; 10:9-13. Zij stelt Allah niet gelijk met de Vader van Jezus Christus, maar streeft desondanks naar een goede verstandhouding met moslims als medeburgers en als lieden van de boeken, die teruggrijpen op Abraham en roemen in de Barmhartige. Zij keert zich tegen gewelddadige jihaders, tegen wie ook vele moslims bezwaar koesteren, maar vaak zwijgen omdat, als zij hun stem daartegen verheffen, dit hun leven kan kosten.

 

269. Hoe komen Moskee en Kerk verder in de dialoog?
Laten zij teruggaan tot Gods openbaringen aan de aartsvaders. In Genesis 12 tot 50 ligt het grondpatroon van openbaring en verbond, heilsplan en bijbel. De islam onderkende Abrahams wereldwijde betekenis, maar nog niet dat de God-van-Abraham, God-van-Isaak en God-van-Jakob identiek is met God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest, Oef. 1,2, 11, 34.

 

269.1. Wat mogen we van de Almachtige verwachten?
Hij is bij machte is alle tegenstand te overwinnen door Jezus Christus, die vijandige polen met elkaar heeft verzoend door zijn offer aan het kruis, Ef. 2:1-22. Hij schenkt de Geest van liefde waarheid en gerechtigheid aan wie het van Hem verwachten, Ef. 3:14-21; 1 Joh. 3; Hebr. 11. Moslims belijden dat de Almachtige het goede kan geven aan wie Hij wil en het levende uit het dode kan voorbrengen, s. 3:23-27. Waarom zouden christenen en moslims niet blijven bidden in de verwachting dat Hij deuren van de harten naar elkaar zal openen?

 

Oefening: 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19a | 19b