Oefening: 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19a | 19b

 

Gesprekken II - Oefening 12 (236-252)

Hoe laat U dit verbond doorwerken in de huidige maatschappij?

1. Gesprek als gebed. (236-237)

 

236. Geldt, o HEER, uw verbond met Abraham nog steeds voor de Joden?
Ja, nog altijd; Ik handhaaf dit en heb er vier duizend jaar ervaringen mee die voor Mij zijn als enige dagen, Gen. 17; Jer. 31:31-37; Rom. 9-11; 2 Pe. 3:7-9.
Ik oefen geduld met zoekenden en bewijs liefde aan hen die Mij liefhebben en mijn verbond onderhouden, maar laat mijn toorn voelen aan hen die Mij en mijn Zoon, verachten, Ps. 95; 105-106; Mat. 8:12; Hand. 3:11-26; 28:23-30.

 

237. Geldt dit verbond met Abraham ook voor uw volk uit de volkeren?
Ik doe velen uit oost en west aan tafel gaan met Abraham, Isaak en Jakob in mijn Koninkrijk en maak daarin waar dat Ik Abraham aanstelde tot vader van vele volken, Mat 8:11; Gen. 17:5-7; Rom. 4.
Ik ent gelovigen uit de heidenen op de edele olijf Israël en neem hen aan als hun medeburgers en huisgenoten, Hand. 10-11; Ef. 2.
Ik neem kinderen van gelovigen op in het verbond, maar keer Mij af van afkerigen en verban hen naar de uiterste duisternis, Mat. 7:13-23; 8:12.

 

Jezus over een heiden
”Ik zeg u dat velen uit oost en west zullen komen en aan tafel zullen gaan met Abraham, Isaak en Jakob in het koninkrijk der hemelen; maar de (verharde) kinderen van het koninkrijk zullen in de uiterste duisternis geworpen worden. Het zal daar een gejammer zijn en tandengeknars.”, Mat. 8:12.
Petrus na Pinksteren
tot het Joodse volk
”Zo heeft God in vervulling laten gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren had aangekondigd, namelijk dat zijn Messias zou lijden. Komt daarom tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden worden uitgewist. “, Hand. 3:18-19
Dreiging met straf en zegen
“Mozes zei immers: De Heer uw God zal uit uw midden een profeet voor u laten opstaan zoals ik; luister naar Hem in alles wat hij u zal zeggen. Ieder die niet naar die profeet luistert, zal uit het volk worden uitgeroeid.” , Hand. 3:22-23; Deut. 18:15-20. “U bent zonen van de profeten en van het verbond dat God met uw vaderen heeft opgericht, toen Hij tegen Abraham zei: In uw zaad zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden.”, Hand. 3:25.
2. Wat betekenen: Ik zal u tot-God-zijn, verbond en testament? (238-240)

 

238. Hoe vervulde, leraar, de HEER zijn belofte om ons tot-God te zijn?
De Vader is God-voor-ons en bewees ons zijn liefde in zijn Zoon zodat niemand en niets ons van Hem kan scheiden, Rom. 8:31-39; Gen. 17:7.
De Zoon is God-met-ons (= Immanu-El), die voor ons instaat en als Middelaar bij de Vader voor ons pleit, Mat. 1:23; Jes. 7:14; Gal. 4:4; Hebr. 9.
De Heilige Geest is God-in-ons, onze Helper (= Parakleet), Bewoner van ziel en lichaam als zijn tempel, tot ons gezonden door de Vader en de Zoon, Joh. 15:26-16:15; Hand. 2; 1 Kor. 3:16.

 

239. Begrijp ik u goed dat Hij dus dezelfde is als in het oude verbond?
De God-van-Abraham, God-van Isaak en God-van-Jakob is dezelfde als God-de-Vader, God-de-Zoon en God-de-Heilige Geest. Hij nam gelovigen uit de heidenen op in zijn verbond als geestelijk nageslacht van Abraham, Mat. 22:31-33; Hand. 3:13; 10-11; Ef. 2:19-22.

 

240. Wat betekenen verbond en testament? (vgl. 223-224)
De term verbond (= dia-thèkè) treffen we in de evangeliën twee keer aan, in de brieven vaker. Zakelijk is dit op iedere bladzijde van het NT tastbaar aanwezig. Zacharias zag in de geboorte van Johannes als voorloper een nieuw tijdperk van het verbond van Abraham en David in vervulling gaan, Luc. 1:68-79. Onze Heer verwees met de beker van het nieuwe verbond naar de uitstorting van zijn bloed als grondslag en bevestiging van zijn verbond, Luc. 22:20. Matteüs begon Jezus’ stamboom met David en Abraham, 1:1. Lucas ging van Jozef terug tot David en het messiaanse verbond, tot Abraham en het besnijdenisverbond, tot Noach en het welzijnsverbond en tot Adam en het werkverbond, Luc. 3:23-38. In de brieven komt het verbond herhaaldelijk, ook als afzonderlijk thema, ter sprake, Rom. 9-11; 2 Kor. 3; Hebr. 3-9. De Vrijmachtige houdt de beschikking over zijn verbond. Hij verhardde een deel van Israël en nam gelovigen uit de heidenen op in zijn testament of laatste beschikking, Hebr. 9:13-22, zoals vertalers verbond weergaven (LXX). De Kerk noemde de boeken van Genesis tot Maleachi boeken van het Oude of Eerste Testament en die van Matteüs tot Openbaring boeken van het Tweede of Nieuwe Testament, vgl. Hebr. 8:13.
3. Wat zijn Gods verbondsdaden? Welke rol spelen wij daarin? (241-243)

 

241. Wat zijn Gods grote daden in het Nieuwe Verbond? (vgl. 224)
Joden uit vele streken hoorden op de Pinksterdag in eigen landstaal Gods grote daden verkondigen, Hand. 2:11. Petrus verstond daaronder dat de Vader zijn Zoon uit de doden deed opstaan, Hem de heerschappij schonk, zijn Geest uitstortte, mensen bekeert en strafgerichten zendt, Hand. 2:14-40; vgl. 2:14-21 met Joël 3:1-5a. Hieronder vallen dus de evangelieverkondiging met de effecten daarvan in troost, bekering en goede werken, maar ook gerichten om ontzag voor zijn Naam te wekken en verharden te vermurwen: oorlogen en honger, afval en leugenprofeten, Mat. 24:3-52; Openb. 5-21. Wie onder zijn grote daden alleen heilsdaden verstaat, kort deze eigenmachtig in.

 

242. Mogen we ook in het Nieuwe Verbond perioden afgrenzen? (vgl. 225)
Ja, de Vader kent vaste tijdperken (= chronoi) èn keerpunten of gelegenheden (= kairoi) die alleen Hem bekend zijn, Hand. 1:6-7. Jezus’ staat van vernedering verschilt van de staat van zijn verhoging met zijn wereldheerschappij. We moeten dus niet net doen alsof Jezus thans zelf nog lijdt, al leeft Hij mee met zijn lijdende gemeente. Het fundamentalisme houdt onvoldoende rekening met wat er is geschied en wat is achterhaald. De apostolische bedeling verschilt van de tijd daarna. Jezus wees de Twaalf aan als de door Hem gevolmachtigde oor- en ooggetuigen om zijn woorden en daden door te geven en de grondslag van zijn Kerk te leggen, Mc. 3:13-19; Hand. 2-15; 10:34-43; Ef. 2:19-20. Zij kregen volmacht om wonderen te doen, zelfs doden op te wekken, Mat. 10:1-8; Hand. 9:36-43 (Petrus), 28:1-10 (Paulus). Zij bekleden een uniek ambt; er zijn thans geen apostel-ooggetuigen meer. In de na-apostolische tijd blijft de Heilige Geest gaven uitdelen naar gelang van de behoeften, 1 Kor. 12:8-11. De Kerk van martelaren van de eerste drie eeuwen had andere behoeften dan die van de vierde tot de achttiende eeuw, toen Kerk en Staat een eenheid vormden en op de loochening van de Drie-eenheid soms de doodstraf stond. In de 20/21ste eeuw geschiedden in de Kerk inChina, die groeide van 1 miljoen tot meer dan 80 miljoen leden, vele tekenen en wonderen, Oef. 3, 34.

 

243. Welke rol vervullen gelovigen in het nieuwe verbond?
Zij worden getekend als beelddragers en navolgers, medewerkers van God en ontvangers van het heil, tempels en loonwaardige werkers.
a. Zij werken als beelddragers mee aan hun heiliging, weerspiegelen Gods deugden en volgen God en Jezus na, Mat. 5:1-16; 43-48; Ef. 5:1-2,8; Fil. 2:1-11.
Zij verwachten al werkend de komst van zijn Koninkrijk in liefde, vrede en gerechtigheid, Mat. 10; 1 Kor. 3:9. Zij maken als Christus’ handlangers de volken tot zijn volgelingen, Mat. 28:18-20. Petrus bestraft leugenaars met de dood, Hand. 5:1-11, en dringt aan op een voorbeeldig leven, 1 Pe. 2:11-25.
b. Zij zijn gelovige ontvangers van het heil. De Vader kondigt door een engel de komst van zijn Zoon aan Jozef aan. “Zij (= Maria) zal een zoon krijgen en u moet Hem de naam Jezus geven, want Hij is degene die zijn volk zal redden van zonden.”, Mat. 1:21. Petrus verkondigt redding van zondaren door geloof in Jezus Christus, Hand. 2:38-40; 3:11-26; 4:12; 1 Pe. 1:28-21, evenals Paulus Rom. 3:21-31; Gal. 1-4, die zelfs de vervloeking (anathema) uitspreekt over allen die een andere boodschap brengen, Gal. 1:8-11.
c. Zij zijn tempels van de Heilige Geest, die uitzien naar het loon van rechtvaardigen,1 Kor. 3:16-17; 6:1-11. De Rechter beoordeelt ieder naar zijn inzet voor Hem in goede werken. Hij zegent rechtvaardigen en vervloekt werkers van ongerechtigheid, Mat. 24:31-46. De Rechter schenkt loon naar goede of kwade werken, 2 Kor. 3:11; 5:10. Treft Hij werken van minder kwaliteit aan, dan verbrandt Hij deze en redt de gelovige als door vuur heen, 1 Kor. 3:5-15. God trok de verbondslijn van zegen van rechtvaardigen en vervloeking van onrechtvaardigen uit het eerste testament door in het tweede op de grondslag van Christus’ volbrachte werk in verzoening, heiliging en toerusting.
4. Hoe is er evenwicht tussen verbond, uitverkiezing en zending? (244-247)

 

244. Hoe komt de eenheid van het verbond uit in het Nieuwe Testament? (vgl.227)
Jezus verenigde de schapen van de stal van Israël met die van de volken tot één kudde met één herder, Joh. 10:14-16; Ez. 34:23-33; 37:15-28. Hij bad dat zijn volgelingen zo één zouden worden als Hij met zijn Vader een eenheid vormt, Joh. 17:20-23. Hij bewerkte deze eenheid door zijn verbondsbloed, doodde de vijandschap en verzoende Israël en de heidenen in één lichaam met God, Ef. 2:14-15; Hand. 15. De in groepen uiteengevallen kudde blijft het éne volk van Zijn verbond met Abraham, Oef. 2 en 30-39.

 

245. Waar stelde God de doop als verbondsteken in? (vgl. 228)
Johannes de doper baande de weg voor de Geestesdoop met zijn reinigingsdoop op schuldbelijdenis, Mat. 3:1-12. Onze Heer beval zijn Kerk de volken te dopen in de naam van de Drie-Enige, Mat. 28:18-20. Petrus doopte joden, Hand. 2:38, en gelovigen uit de heidenen, voor wie ook de verbondsbeloften gelden, Hand. 10-11. Paulus typeerde de doop als besnijdenis van Christus door eenwording met Hem in zijn dood en verrijzenis, Kol. 2:11-13; Rom. 6, Oef. 40.

 

246. Hoe verstoren we het evenwicht tussen verbond en uitverkiezing? (vgl. 227)
Onder het verbondsvolk kennen alleen zij de Vader en de Zoon aan wie Hij dit behaagt te geven, Luc. 10:21-22; Mat. 11:25-30. Verbond en uitverkiezing zijn belangrijke componenten van de openbaring maar vallen niet samen, Ef. 1:3-14; Rom. 9-11. We kunnen de spanning tussen beide niet oplossen, wel waken tegen evenwichtsverstoring en karikaturen.

 

246.1. Moet het heuglijke nieuws alleen aan bekeerden worden toegezegd?
Niet alleen! We verstoren het evenwicht als we Gods beloften alleen toespitsen op de kring van hen die kenmerken van bekering vertonen in berouw en geloof. Want Jezus droeg zijn apostelen op aan alle mensen de goede tijding te verkondigen, Mat. 10:27; 28:18-20. De Heilige Geest presenteert de heilsschatten in het publiek van de daken en baant zich een weg door het Woord.

 

246. 2. Mogen we dopen op grond van veronderstelde wedergeboorte?
Nee, we verstoren het evenwicht tussen belofte en voltrekking daarvan, als we kinderen dopen op grond van de veronderstelling dat zij door Gods Geest al herboren zijn of als we alle gedoopte houden voor wedergeboren. Wedergeboorte is het wonder dat Gods Geest in ons hart de liefde uitstort, onze wil ombuigt tot het goede en ons verstand verlicht, vgl. Joh. 3:1-13, DL H. ¾. We mogen kinderen uitsluitend dopen op grond van Gods beloften en niet vooruitgrijpen op een nog onbekende ommekeer, vertrouwend dat de Geest werkt op zijn tijd.

 

246.3. Is alle zelftoetsing kleingeloof?
Beslist niet! Het is misleidend om alle zelftoetsing als kleingeloof te betitelen en alle aandringen op ommekeer overbodig te achten. Johannes waarschuwde besneden wetsgeleerden, die zich wilden laten dopen, dat zij, als zij geen vruchten droegen, als kaf verbrand zouden worden, Mat. 3:7-12. Een gedoopte, wiens leven geen vruchten vertoont, gaat met een al of niet ingebeelde hemel naar de hel, Luc. 16:19-31. Verbond en doop zijn geen automatismen maar vragen aan gelovig antwoord en toeëigening. Een karikatuur is de voorstelling dat iemand die al of niet uitverkoren is er toch niets aan kan veranderen. Uitverkiezing en verwerping zijn geen noodlot. God roept de mens om te geloven in Jezus Christus als de weg tot behoud.

 

247. Waaruit blijkt dat het verbond een missionair karakter draagt? (vgl. 230)
God beloofde Abraham dat in hem alle volken gezegend worden, Gen. 12:1-3. Jezus kondigde aan dat velen uit oost en west in zijn Koninkrijk zullen aanzitten met Abraham, Mat. 8:5-13.
Hij gaf de Elf, deelgenoten van het verbond van Abraham, opdracht alle volken onder te dompelen in de naam van de Drie-enige, God-van-Abraham, God-van-Isaak en God-van-Jakob, Mat. 28:18-20. Hij zond uit de verbondskring als eerste zendeling naar de heidenen in Afrika de diaken Filippus, Hand. 8:26-40. Hij stichtte door de jood Petrus de eerste gemeente uit proselieten of jodengenoten in Caesarea, Hand 10-11:1-18, en zond de joden Paulus, Barnabas in Antiochië als eerste zendelingen uit naar de heidenen in Klein-Azië, Hand. 13:1-3, Oef. 26-27.
5. Hoe vertolken wij de landbelofte aan Abraham voor christenen? (248)

 

248. Hoe vertolkt u de landbelofte aan Abraham? (vgl. 231)
Voor Joden is Kanaän èn het gebied ten Oosten van de Middellandse zee èn het eeuwige vaderland, waarnaar zij als vreemdelingen uitzien, Hebr. 11:8-10, 13-16; vgl. Gal. 4:26-27. Christenen zien in de landbelofte ook het geografisch begrensde gebied voor Israël maar vooral de huidige en nieuwe aarde, Openb. 21:1.

 

248. 1. Wat zijn burgers van twee vaderlanden?
Voor hen is hun eerste vaderland deze aarde, waarvan zij met alle mensen beheerders en rentmeesters zijn, Gen. 1:26-28; 9:1-7. Hun tweede vaderland is Gods Koninkrijk, dat Christus voor hen verwierf, in Hem als onderpand gereed ligt, Kol. 3:1-4, en waarvan Hij de komst bewerkt op aarde door zijn Geest in geloof en ommekeer, vrede en gerechtigheid, liefde en lof, goede woorden en werken, Mat. 5:1-9; 7:21-27; Rom. 14:17-19. Gelovigen lijden om Hem door de Boze, Mat. 5:1-12; 1 Pe. 4:12-19, en zien uit naar de voltooiing van hun tweede vaderland, waarin de Heer hun lichaam gelijk maakt aan zijn verheerlijkt lichaam, Fil. 3:20-21; Kol 3:4, als Hij het Nieuwe Jeruzalem doet neerdalen uit de hemel op aarde, Openb. 21:1-4, Oef. 21-28, 49-50.
6. Wat is de blijvende waarde van het verbond? (249-250)

 

249. Heeft de Kerk het verbond (voldoende) beleden?
In de eerste/tweede eeuw vervolgden joodse verbondsdeelnemers andere deelnemers die Jezus als Messias beleden, die namens de HEER het verbond vervulde. Later raakten zij met elkaar in gesprek, maar de verhouding tussen hen bleef tot de huidige dag gespannen. De Kerk erkende joden als verbondsvolk en bemiddelaars van de verbondsboeken, Oef.18-19. Zij beleed 325/381 (NC) Jezus’ Davidische afkomst, sterven en opstanding naar de geschriften van het eerste verbond, Oef. 34. Zij grondde in de Middeleeuwen de kinderdoop op de krachtdadigheid van het sacrament.

 

249.1. Welke karakter kreeg het verbond in de zestiende eeuw en daarna?
Zwingli en Bullinger in Zurich kregen oog voor Gods trouwverbond als grondslag van de kinderdoop in reactie op Dopers. Deze dompelden alleen bewust bekeerden (‘mondigendoop’) onder in water, omdat in het NT de geloofsbelijdenis en nederdaling van de Geest vaak voorafgaan aan de doophandeling, Hand. 10:44-48. In de gereformeerde traditie bleef het verbond grondslag van de kinderdoop met catechese en openbare belijdenis. Hoewel het besef groeide dat de godsopenbaring is verankerd in het netwerk van het verbond, overwoekerde toch vaak de uitverkiezing het verbond. De Wereldraad van kerken vroeg aandacht voor het verbond als kader voor de eenheid van de kerken (‘conciliariteit’), die met hun familietradities zelfstandig mogen blijven maar wel de gemeenschap dienen uit te drukken in afvaardiging naar elkanders vergaderingen. Ook rees de vraag: delen moslims om het verbond?, Oef. 13 en 14.

 

250. Wat is de blijvende waarde van het verbond?
Het is geen specialisme van een deelkerk, maar erfenis van de hele Kerk met als drijfkrachten en ankers Gods liefde en trouw, zijn soevereiniteit en beloften.
Het vormt het gebinte van de openbaring, heilsgeschiedenis en de heilige Schriften, in de loop van eeuwen aan elkaar gehecht door de verbondsspiraal.
Het is de ruggengraat van het gezin en de Kerk als lichaam, volk en instituut en de grond voor besnijdenis, doop en Maaltijd als zegels van liefde en trouw.
Het is het vangzeil om stromingen binnen de Kerk op te vangen, de vangrail om het individualisme van kibbelende enkeling of groep in banen te leiden en het kader om kerken te verenigen of zich bij blijvende verdeeldheid als volk Gods één te weten in zijn liefde en trouw.
Het geeft stevigheid aan het geloof en de Kerk en verhindert dat deze meegezogen wordt door vage religiositeit, introversie en subjectivisme.
7. Op welke weerstanden stuit het verbond in ons tijdsgewricht? (251-252)

 

251. Wat zijn de voornaamste weerstanden?
Het individualisme van de enkeling en de groep, 251.1;
de afkeer van bindende afspraken in huwelijk en maatschappij, 251.2;
het drijven van wiggen tussen natuur en genade, 251.3.
en een geestelijk verlept of dood christendom, 251.4.

 

251.1. Wat verstaat u onder individualisme en wat stelt u daartegenover?
De individualist gaat uit van het beperkte ego, houdt weinig rekening met de gemeenschap en minacht het verleden. ‘Wat heb ik te maken met Adam en Abraham, met Jezus Christus en mijn voorouders? Zij leefden zo lang geleden in hun eigen cultuur. Ieder is verantwoordelijk voor eigen leven, doen en laten.’ Door groepsegocentrisme verliezen kleinere kerken de verbanden van Gods verbond en gemeenschap met andere gelovigen uit het oog.
Contra. Ieder is verantwoordelijk voor eigen leven, maar is ook met anderen vervlochten. Niemand komt ter wereld als enkeling en ieder wordt in een bed gelegd bij (groot)ouders zonder daarom gevraagd te hebben. De Heer richtte eeuwen geleden het verbond met ons op zonder onze inspraak en bewerkte op Golgota en in Jozefs hof verlossing voor ons zonder ons, terwijl wij toch in zijn volk waren begrepen. Wij blijven in alles van de Heilige Geest afhankelijk en zijn als leden van één lichaam, 1 Kor. 12-14, alleen samen in staat de liefde Gods te onderkennen, Ef. 3:14-21.

 

251.2. Wat betekent verzet tegen bindingen?
Velen zijn afkerig van instituties en verbanden in huwelijk en Kerk, maatschappij en politiek, omdat zij eigen vrijheid, keuze, mondigheid en normen voorop stellen. Zij willen zich niet binden aan een omlijnde overtuiging, soms niet aan een levenslang durend huwelijk of aan een gezaghebbend boek, dogma en partij met vaste koers. Zij ervaren het kerklidmaatschap en de daarbij behorende verplichtingen van kerkgang en dienst aan de naaste als juk.
Contra.De Getrouwe maakte al veertig eeuwen zijn beloften waar en vormde door het verbond de joodse en christelijke cultuur. Hij betrekt door besnijdenis en doop kinderen bij zijn liefde en trouw en dompelt daarmee volken in zijn Naam onder. Hij vervulde de verbonden met Adam, Abraham en David in Jezus Christus, de opvolger van David, die als Koning der koningen de wereld regeert door Woord en Geest in heilswerken en gerichten. Huwelijk en kinderrijkdom staan in het teken van zijn trouwverbond, Hand. 2:39; Rom. 9-11. Ontrouw, verachting van instituties en regels verminderen het welzijn en veroorzaken leed bij miljoenen door een hoog aantal echtbreuken en opname van kinderen in stiefgezinnen en kosten belastingbetalende medelanders miljarden. De Getrouwe doet op ons een beroep ellende te voorkomen, stabiliteit, rust en geluk te bevorderen, zijn trouw te weerspiegelen en onze beloften na te komen en verbindt daaraan zijn zegen. Niemand krijgt houvast bij een beweging die alle kanten op kan. De Kerk, pijler en grondslag van de waarheid van de Betrouwbare, geeft als instituut met ambtsdragers, die de waarheid belijden en uitdragen, aan zoekers en leden houvast, 1 Tim. 3:14-16.

 

251.3. Hoe drijft men wiggen tussen natuur en genade?
Men stelt dan tegenover elkaar enkeling en gemeenschap, kind en ouders, wetenschap en geloof, natie en Kerk, overheid en Koninkrijk Gods, deze wereld en de nieuwe aarde. Er zijn christenen die bewust aan de kant blijven staan en niet-christenen verantwoordelijke posten laten vervullen. Zij plaatsen als pelgrims naar de nieuwe aarde Kerk en Koninkrijk tegenover deze corrupte, afgodische samenleving. Zij wijzen kinderdoop en volkskerk af omdat zij daarmee bloed en Geest, natuur en genade zouden vermengen.
Contra. God voltooit zijn Koninkrijk uit de hemel, maar schakelt ons in om mee te werken aan de komst daarvan. Zijn Koninkrijk drijft niet als een olievlek op de wateren van de cultuur, maar doordringt deze als zuurdesem. Genade staat niet tegenover de geschapen natuur maar tegenover de zondige natuur, ongelovige kinderen tegenover gelovige ouders, Mat. 10:34-39. De Getrouwe voltrekt zijn beloften vooral in de bedding van het gezin en de familie. Isaak was èn de zoon van de belofte èn de biologische zoon van Abraham en Sarai. Wie het verbond onderschat of veracht, doet aan de Getrouwe, aan zijn heilsdaden en aan zichzelf tekort, Ps. 78; 105-106. Wie het verbond hoog schat, onderkent ook het werk van de Getrouwe voor en in ons in gezinnen en geslachten; hij durft kinderen te krijgen en verwacht van Hem grote dingen, Hand. 2:39; Ef. 3:14-21.

 

251.4. Wat is een doods christendom?
De Zoon van God is in Israël in zijn eigen huis(gezin) gekomen maar de zijnen hebben Hem niet als de Zoon van de Vader erkend, Joh. 1:9-11. Christus heeft de Kerk als verbondsgemeenschap gesticht maar vele kerkleden zijn blind voor het wonder van zijn aanwezigheid. Deze onverschilligheid en verblinding kunnen op den duur ook omslaan in verzet en haat, vgl. Joh. 8:30-59.

 

252. Spraken de verenigde Naties zich ook uit over huwelijk en gezin?
In de Verklaring van de Rechten van de mens in 1948 werd artikel 16 gewijd aan huwelijk en gezin als natuurlijke en fundamentele groepseenheid.

 

1. Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding er van.
2. Een huwelijk kan slechts worden gesloten met de vrije en volledige toestemming van de aanstaande echtgenoten.
3. Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de staat.”, a. 16, Dogmatiek 3A, 1987, p. 432-437.

 

Oefening: 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19a | 19b