Oefening: 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19a | 19b

 

Gesprekken II - Oefening 10 (201-217)

Hoe openbaarde U zich in het welzijnsverbond?

1. Gesprek als gebed. (201-204)

 

201. Wat wilt U, Vader, ons toch zeggen in de kleurrijke regenboog?
Ik laat in dit teken op gezette tijden mijn deugden schitteren voor de mensheid.
Ik openbaar hierin mijn verbond van welzijn met de waarborg dat Ik de mensheid niet meer door een watervloed zal verdelgen, Gen. 6-9.

 

202. Welke eigenschappen laat U in de kleuren schitteren?
Ik laat daarin mijn Liefde fonkelen. Zoals Ik Noach en zijn gezin heb uitverkoren en gespaard, zo verkies en roep Ik nog mijn kinderen tot hun behoud, Ef. 1:3-14.
Ik toon daarin mijn Lankmoedigheid. Ik laat mijn zon ook over onrechtvaardigen schijnen in de hoop dat zij Mij gaan erkennen, Mat. 5:43-48; Hand. 17:26-28.
Ik laat u mijn Goedheid en Trouw zien. Ik bewerk de wisseling van de jaargetijden zodat zaaien en oogsten, welzijn en economie doorgaan, Gen. 8:21-22.
Ik openbaar daarin ook mijn Gerechtigheid. Ik vergeld misdadigers hun misdrijven en ga eens de mensheid door mijn Zoon als Rechter in tweeŽn scheiden, Gen. 9:6; Mat. 24:32-52; 2 Pe. 3:1-7.

 

203. Waarom stelde U bij dit verbond de doodstraf in?
Ik eis als Rechter het bloed terug van hen die mijn beelddragers doden, omdat zij daarin Mij, hun Schepper, in mijn eer aantasten, Gen. 9:5-6.
Ik stel overheden aan als mijn dienaren om moordenaars hun misdaden te vergelden en rechtvaardigen tegen gruweldaden en genociden te beschermen, Rom. 13:4.
Ik wil dat zij inzien wat hun wandaden waard zijn en tot inkeer komen voor zij voor Mij als Rechter verschijnen, Mat. 24:31-46; 2 Kor. 5:10.
Ik beperk en voorkom door bestraffing het aanzwellen van golven van moorden.

 

204. Is de doodstraf in de hedendaagse beschaving niet achterhaald?
Ik keer mij af van de folteringen in de middeleeuwen en martelingen in deze tijd, maar handhaaf de evenredige vergelding in de strafmaat naar gelang van de ernst van de misdaad; dit kan ook bestaan in opsluiting in plaats van doodstraf.
Ik keer Mij tegen het onrecht van het verstoorde evenwicht, waarbij menigmaal slachtoffers meer lijden onder de schade dan misdadigers onder hun straf.
2. Waarvan getuigt de HEER in de veelkleurige regenboog? (205-206)

 

205. Waarvan is de regenboog, leraar, een teken?
Dit getuigt van Gods deugen, vooral van zijn trouw en zijn gerechtigheid, en van de opdracht aan ons, beheerders van zijn schepping, goed voor mens, dier en milieu te zorgen, Gen. 9:1-4. Wie over gaven en goederen beschikt, dient deze aan te wenden tot hulp van anderen, vooral voor hen die tekorten hebben. Het inzamelen van geld in de eredienst voor arme gemeenten ligt in deze lijn en is wenk voor verdeling van rijkdom op grotere schaal, Rom. 15:25-29; 1 Kor. 16:1-4; 2 Kor. 8-9.

 

206. Naar welke gerechtigheid moeten we vooral in onze tijd streven?
We dienen ons vanuit het geloof in de Paasvorst in te zetten voor de gerechtigheid van Gods Koninkrijk en velen te bemoedigen met de tijding dat Christus bij machte is wanhoop en loomheid, onrecht en ellende te weerstaan en te overwinnen.
Ons streven zij om:
ondervoeding en alcoholisme (ook uit armoede), ziekten en aids terug te dringen;
kindersterfte tegen te gaan en ieder kind een basisopleiding te geven voor schrijven en rekenen en het hogere onderwijs toegankelijk te maken voor armen;
de huwelijkstrouw en gelijkwaardigheid van de vrouw met de man versterken zonder aan de eigen rol van een van beiden of het gezin tekort te doen;
het niveau van achtergebleven gebieden te doen stijgen door het verschaffen van kleine kredieten tegen een lage rentevoet.
3. In welk opzicht is het verbond met Noach mens- en diervriendelijk? (207-209)

 

207. Welke dier- en milieuvriendelijke boodschap bevat het Noachitisch verbond?
De HEER sloot dit welzijnsverbond met alle levende wezens, Gen. 9:12,15,16,17 (vijf maal), slangen en ooievaars, honden en leeuwen, koeien en kippen enz.
Hij droeg Noach op om van ieder soort minstens ťťn exemplaar van mannetje en vrouwtje in de ark te laden, Gen. 7:2l; dit is een aanwijzing om het zeldzame en zwakke te beschermen tegen de ondergang, ook het milieu en bossen in het Amezonegebied, op Sumatra en Borneo.
Hij stelde de noodorde schrik-voor-de-mens in werking om de door (teveel) wilde dieren bedreigde mens te beschermen; de beheerder mag door afschot het bedreigend teveel verminderen en als voedsel gebruiken maar het dier niet uitbuiten.
Hij deed hiermee de regel dat Hij plantaardig voedsel voor de mens bestemde niet teniet, Gen. 1:29. Dit blijft een steunpunt voor vegetariŽrs en voor vleesloze dagen vooral in een cultuur met veel hart- en vaatziekten door een verhoogd cholesterolgehalte; deze vetachtige stof kan zich ophopen in de vaatwanden van slagaders waardoor deze bloedvaten dichtslippen; dit kan een infarct van het hart of de hersenen (beroerte) tot gevolg hebben.

 

208. Geeft onze Heer in de Tenach meer aanwijzingen voor diervriendelijkheid?
De trekdieren rund en ezel moesten rusten op de zevende dag om nieuwe kracht op te doen, Ex. 23:12; het dier valt dus ook onder de sociale wetgeving als werkkracht.
De eigenaar mocht een werkdier niet muilbanden om zijn vrijheid en eetlust niet te belemmeren, Deut. 25:4; ieder dier mag binnen grenzen zijn aanleg volgen.

 

209. Getuigen cultische offers van verachting van dieren?
Nee, de miljoenen dierenoffers waren pijnlijk, maar getuigen niet van dierverachting.
Het gebod van de Schepper-Eigenaar om dieren te offeren geeft blijk van een hoge waardering voor dieren omdat zij de offerende mens vervingen, die in het dier zichzelf als offer van dank of verzoening aanbood aan de HEER. Deze gebood offers te brengen tot verzoening van zonden en versterking van de gemeenschap met Hem: een hoger doel bestaat er niet, Lev. 1-3; 16. Zij voorafschaduwden Christusí als het offerlam en onze dankoffers. Met het vervallen van dierlijke offers werden deze niet waardeloos omdat zij hun rol hadden vervuld in de eredienst, Hebr. 7:11-10:18.
4. Zal de doodstraf overal vervangen worden door levenslang? (210-213)

 

210. Waaruit blijkt Gods gerechtigheid in het Noachitisch verbond?
De Rechter bestrafte goddelozen met de watervloed, maar stelde de gehoorzame Noach in het gelijk en rechtvaardigde hem ten leven, Hebr. 11:7.
Hij verordende de doodstraf als vergelding voor moordenaars, tot beteugeling van uitbraak van slechtheid en tot beveiliging van de goedwillende burgers, Gen. 9:5-6.
Hij handhaaft de orde van gelijkmakende gerechtigheid. Wie een mensenleven neemt, moet dit vereffenen, Ex 21:24. Als iemand onschuldig bloed vergiet, rust er op de gemeenschap in zijn onmiddellijke omgeving de plicht dit te vereffenen door de dader te doden. Zelfs een dier dat een mens doodt, moet gestenigd worden, Ex. 21:28. De gemeenschap die bloedschuld niet delgt, bevindt zich in dodelijke gevaar, omdat door halsmisdaden getroffenen om vergelding naar de Rechter schreeuwen.

 

211. Worden er nog doodstraffen uitgevoerd?
In 2006 werden bijna vier duizend mensen ter dood veroordeeld en minstens 1591 gedood door de kogel, op de elektrische stoel of op andere wijzen. China was koploper met ruim duizend executies. In de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werden meermalen voorstellen gedaan de doodstraf af te schaffen, maar tot op heden waren daarvoor niet voldoende voorstanders te vinden.

 

212. Wat zijn enige belangrijke argumenten pro en contra de doodstraf?
Een eerste argument contra is dat deze wrede straf in strijd is met de waardigheid van de mens en de huidige beschaving.
Hier staat tegenover dat de doodstraf in het noachitisch verbond juist berust op de hoge waardering van beelddragers, Gen. 9:6.
Een tweede argument is dat de doodstraf gerechtelijk misbruik in de hand zou werken zodat onschuldig veroordeelden als Jezus Christus, Stefanus, Jakobus onmogelijk baat kunnen hebben van eerherstel; zij dient daarom vervangen te worden door levenslange opsluiting, dat bij correctie van het vonnis vrijlating van celstraf toelaat.
Dit argument weegt zwaar, maar dat er onrechtvaardige vonnissen geveld worden heft de noodzaak van rechtspraak niet op. Dat menigeen levenslange opsluiting een zwaarder straf vindt dan de elektrische stoel is zo persoonlijk dat dit moeilijk gehanteerd kan worden als argument.
Een derde argument is dat de bevoegdheid doodstraffen uit te spreken aardse rechters niet toekomt en uitsluitend recht van de hoogste Rechter is.
Hiertegenover staat dat deze Rechter de overheid als zijn dienaar de bevoegdheid schenkt doodvonnissen te vellen en dat Hij zelf het eindoordeel velt, Rom.13:4.

 

213. Is Gods vergelding aan Christus grond voor afschaffing van de doodstraf?
De Vader heeft zijn Zoon in onze plaats gestraft; deze heeft voor ons voldaan aan alle gerechtigheid. Op grond daarvan nam Jezus de berouwvolle moordenaar met hem naar het paradijs, Luc. 22:40-41, maar Hij voltrok aan Jeruzalem de door Hem aangekondigde vergelding, Luc. 21:22-24. De burgerlijke, straffende gerechtigheid op het domein van de staat valt niet samen met de vergevende en toegerekende gerechtigheid in Gods Koninkrijk. Paulus stelt beslist niet dat sinds Golgota de overheid het zwaard niet meer draagt, Rom. 13:1-7. De liefde vraagt mildheid in de straf, maar schaft niet alle straffen af. Het Ďvoor of tegen de doodstrafí is moeilijk enkel te beslissen op grond van de vergelding en verlossing op Golgota.
5. Wat zeggen profeten, rabbijnen en moslims over dit Ďnatuurverbondí? (214-217)

 

214. Zijn er redenen om aan de zondvloed en welzijnsverbond te twijfelen?
Neen, latere profeten en auteurs zoals EzechiŽl, Ez. 14:14, en Jesaja, Jes. 54:7-10, bevestigen de betrouwbaarheid daarvan. Onze Heer voorspelde dat Hij ons net zo plotseling tot heil of straf zal overvallen als de wateren Noachs tijdgenoten verrasten, Mat. 24:36-39; Luc. 17:26-27. Het babylonische zondvloedverhaal komt met het bijbelse in grote mate overeen.

 

215. Wat zeggen rabbijnen over het noachitisch verbond?
Volgens hen gelden de noachitische geboden voor alle mensen vůůr Abrahams roeping en huidige heidenen (gojim). Zij dienen de overheid te erkennen, zich te onthouden van afgoderij en bloedschande; zij mogen niet moorden, roven en het vlees van levende dieren eten en worden bij het eindgericht hiernaar beoordeeld.

 

216.-217. Wat zeggen moslims over het noachitisch verbond?
Moslims zien Noach als gerichtsaankondiger voor tijdgenoten, s. 7:50-64; 11:25-49; 71 (geheel). Vele moslimorganisaties komen op voor mensenrechten, vrijheid, vrede en welvaart. Struikelblok blijft de stroeve erkenning van ieders recht om van godsdienst te veranderen en het toestaan van kerkgebouwen in gebieden met een meerderheid van moslims.

 

Oefening: 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19a | 19b